null Beeld /
Beeld /

KijktipDocu ‘Curse of Chippendales’

Intimidatie, brandstichting, chantage, cyanide-injecties, huurdoders, moord en zelfmoord: een jaar in het leven van de Chippendales

Wapperende blonde haren, liters massage-olie en moordcomplotten. Dat is wat je mag verwachten van ‘Curse of Chippendales’, een vierdelige documentaire die vanavond start op NPO 3. Die werpt een blik op de donkere kant van het succes van de schaarsgeklede Ken-poppen. In 1995, op de piek van de populariteit van de blinkende boyband, trok Onze Man zijn spannendste Speedo aan en zette zich in het spoor van de pulserende billen. Lees hier de reportage.

Straks arriveren de Chippendales, de Amerikaanse stripteaseboys, in België met hun vertrouwde vlinderdasjes, G-strings en brede Californische smiles. De zestien hulken zullen weer zelfvoldaan over het toneel paraderen en hun spieren spannen en met hun bekken stoten en suggestieve objecten als biljartkeus, kaarsen en - de meest beruchte van alle paraphernalia - een met zonnebrandcrème gevulde bananenschil bovenhalen. En als ze uit de kleren gaan, zal elke Chip, volgens hun promotiefolder, ‘een granieten body die meer hitte afstraalt dan een lava-stroom’ vertonen. Het uitsluitend vrouwelijk publiek zal de pannen van het dak gillen en de kassa zal rinkelen.

Maar achter de flitsende tanden en de gebronsde borstspieren schuilt een schandaal dat de reputatie van de stripgroep heeft aangevreten. Een FBI-onderzoek naar het reilen en zeilen van de Chippendales dat drie jaar in beslag heeft genomen, heeft een verhaal aan het licht gebracht van intimidatie, brandstichting, chantage, huurdoders en cyanide-injecties. Als besluit van het onderzoek werd vorig jaar Steve Banerjee, de oprichter van de Chippendales, veroordeeld voor moord op zijn zakenpartner. En dat was niet alles. Als een ander plan van hem niet was verijdeld, zouden drie leden van een concurrerende stripgroep uit de weg zijn geruimd door huurdoders die Banerjee achter zijn rivalen had aangestuurd. Om de achtergrond van dit bizarre verhaal te kennen, moeten we zestien jaar teruggaan in de tijd, naar een nightclub aan de Californische kust.

‘Women Only’

Sinds Salome met haar zeven sluiers hebben veel vrouwen gestript voor geldelijk gewin, dus is het eigenlijk vreemd dat het zolang heeft geduurd voor mannen hun voorbeeld volgden. Het was een Indiase eigenaar van een pomp-station int Los Angeles die voor het eerst besefte dat aan mannelijke strippers grof geld te verdienen was. Somen Banerjee vond in 1979 de Chippendales uit. Hij was een rustige man, geboren in een hoge kaste in Bombay. Zijn familie had fortuin gemaakt als drukkers en uitgevers. Ergens in het midden van zijn tienerjaren trok hij naar Duitsland, waar hij druktechnieken leerde. Vandaar ging hij naar Canada en tenslotte belandde hij in Los Angeles. In 1975 was hij eigenaar van een Mobil-benzinestation in Playa del Rey aan de Stille Zuidzee, niet ver van Los Angeles International Airport. Tegen deze tijd noemde Somen zich Steve, en had hij besloten dat hij niet de rest van zijn leven wilde doorbrengen met het volgooien van andermans benzinetanks. Hij zag de kans een verlopen bar te kopen, de Destiny 11, waarvoor hij in 1975 iets meer dan 50.000 dollar betaalde. Voor een zacht prijsje liet hij de zaak opknappen en maakte er een nightclub van. De Destiny II werd een succes, maar dat was niet genoeg voor Banerjee. Niemand weet precies wanneer hij op het idee kwam de club tot een stripteasetent om te bouwen, maar hij placht urenlang in Cosmopolitan te lezen in een poging ‘binnen te dringen in het hoofd van de vrouw’. Hij proef-draaide met een wekelijkse exotische ‘Women Only’- mannendansavond. Dat werd zo’n grote hit, dat hij van één naar zes avonden per week uitdijde. De club werd omgedoopt tot ‘Chippendales’ omwille van de imitatie-Engelse meubels in de bar. Bruce Nahin was een jonge student rechten die veel in de . club rondhing en later juridisch adviseur van de Chippendales zou worden. ‘In het begin was het een vreselijke rotzooi’, zegt hij. ‘Mannen dansten rond in kleren met Velcrostrips, die vrouwen makke-lijk konden afscheuren, waarna ze poedelnaakt rondliepen. Maar Steve dacht dat vrouwen méér wilden dan dat. Dat ze een ver-haal wilden, verleidingsscènes... meer een echte show dan recht-toe-rechtaan bloot.’ Voor de ommezwaai naar een meer klasrijke act haalde Banerjee Nick De Noia in huis. De Noia was de jongste van vier zonen in een gezin van Italiaanse immigranten.

Hij was getrouwd met actrice Jennifer O’Neill en was de producer van een niet een Emmy bekroonde TV-kindermusical Unicorn Tales. In Los Angeles was hij bij de tekenfilmmakers Hanna-Barbera terechtgekomen, maar hij voelde zich ongelukkig onder het strenge HB-regime. Een goudmijn Het zweet en de G-strings van de Chippendales waren al evenmin De Noia’s natuurlijke milieu, maar Banerjee liet hem de vrije hand en De Noia introduceerde echte choreografie, zette eerst een cabaretachtige show op poten en tenslotte een echte Chippendales revue. Het frontale bloot verving hij door plagerig opgeilen. Bij een optreden van de Chippendales gillen de vrouwen van de lach, iets wat je mannen in een vrouwelijke striptent niet gauw zal zien doen. De Chippendales kregen slechts een minimumloon uitbetaald, met het argument dat ze genoeg verdienden door hun lippen aan toeschouwsters te verkopen aan 5 dollar per zoen. Maandag was de normale sluitingsdag van de club, tot Banerjee met het idee van een homo-avond op de proppen kwam. De dansers waren niet gelukkig met het voorstel, maar dat veranderde toen bleek dat het homocliënteel royaler was met de tips. Banerjee rijfde de centen binnen. Naast de entreeprijs (32 euro) voor de show, bracht de merchandising hem aardig wat op. In hun Chippendales-sweatshirts (17 euro) konden vrouwen de Chippendales-slipjes (rood of zwart met Velcro- strips, 7,5 euro) op het toneel zien showen door Chippendales-toneelkijkers (270 frank) en zichzelf tracteren op één van de drie Chips-mee-neem-video’s (17 euro). De Chippendales zaten op een goudmijn. Op zijn hoogtepunt, in het midden van cie jaren tachtig, maakte de club een winst van 8 miljoen dollar per jaar (550.000 euro), en aan de Oostkust werd een tweede club geopend. Banerjee en De Noia begonnen rondreizende Chipsgroepjes kriskras door de Verenigde Staten uit te sturen. Tegen het einde van de jaren tachtig toerden verschillende 16-koppige groepjes de wereld door, met optredens in Hongkong, Nieuw Zeeland, Zuid-Afrika en Europa.

null Beeld Gamma-Rapho via Getty Images
Beeld Gamma-Rapho via Getty Images

Brandende jalousie

Dit alles maakte Banerjee schatrijk, maar het lag niet in zijn aard achterover te leunen en van zijn weelde te genieten. Volgens medewerkers zat hij vrijwel elke avond in zijn nightclub in LA om er zich van te vergewissen dat niemand de kassa tilde of te veel gratis tickets uitdeelde. En er waren nog meer signalen dat succes hem geen tevredenheid bracht. Banerjee raakte fanatiek gefixeerd op rivaliserende stripteasegroepen die her en der opdoken in de hoop een eindje op de Chips’ succestrein mee te rijden. Aan het eind van de jaren tachtig verschenen zo de Dream Boys op het Britse toneel. Ze werden geleid door Bari Bacco, de gewezen kapper van Joan Collins. En rond dezelfde tijd trok onder de naam de Chunkendales een groep twee-honderdponders uit New Mexico de baan op. Hoewel ze duidelijk voor een satirische invalshoek ko-zen, kregen ze meteen Banerjees advocaten op hun dak. Nu, zij kwamen er nog goed van af. Banerjee vertoonde name-lijk de neiging elke oppositie met keiharde hand aan te pakken. Op 6 maart 1979 had hij drie mannen ingehuurd om brand te stichten bij Moody’s, een concurrerende disco in Santa Monica. De brand werd gauw bedwongen en richtte slechts geringe schade aan. Vijf jaar later huurde Banerjee weer enkele mannen in om de nightclub Pearl Horbor in Marina del Rey plat te branden. De mannen gooiden een benzinebom naar binnen, maar tot een brand kwam het niet. Maar er waren ook spanningen dichter bij huis. Banerjee en De Noia haatten elkaar. ‘Ik was de enige met wie ze tijdens vergaderingen spraken’, zegt advocaat Nahin. ‘Ze negeerden elkaar volkomen.’ Banerjee was jaloers op Nicks popularireit’, zegt diens broer, Val De Noia. ‘Nick was de-gene die altijd gevraagd werd voor radio- en TV-interviews, en dat stak Banerjee.’

In 1984 verhuisde De Noia zijn kantoor naar New York, hoewel hij zijn zakelijke belangen met Banerjee aanhield. Met Banerjees instemming zette hij in de buiten-wijken van Philadelphia een nieuwe Chippendales-club op, maar tussen hen hing een jarenlang een etterend dispuut over wie nu eigenlijk de rechten op de toerende groepjes had. In ruil voor 50°/o van de club-winsten had Banerjee in 1984 De Noia de rechten op de eerste Chippendales rood show in de Verenigde Staten gegeven. Maar toen duidelijk werd hoe immens succesrijk die was, begon Banerjee met een eigen Chippendales rood show. De Noia bracht de zaak voor de rechtbank, en won. Hun heftigste ruzies barstten los in 1985, toen ze op het punt stonden wereldwijd vijf nieuwe Chippendales-clubs te openen. De zaak sprong af toen ze in een hotelkamer voor de ogen van de investeerders bijna op de vuist gingen. De clubs zijn er nooit gekomen. Wat Banerjee blijkbaar over de schreef joeg was niet De Noia, maar financiële druk van buitenaf. Als telg uit een drukkersfamilie was Banerjee bijzonder trots op de jaarlijkse Chippendales-kalender, het soort pin-up kalender dat bij kappers aan de muur hangt. He-laas bleek er in de editie van 1987 een fout geslopen: elke maand telde 31 dagen en begon telkens op een maandag. De herdruk kostte Banerjee 700.000 dollar; een lelijke klap. De laatste druppel kwam omstreeks dezelfde tijd, toen zijn off-shore verzekerings-maatschappij overkop ging en hij kwetsbaar werd voor klachten van vrouwen die uitgegleden waren op de parkeerplaats van zijn nightclub of flauwgevallen waren bij het aanschouwen van al die spierbundels. Om zijn schuldeisers te ontlopen deed hij bij het begin van 1987 een aanvraag om Eosebe, de firma die de Chippen-dales in eigendom had, bankroet te laten verklaren.

Eén enkele kogel Met een onbegrijpelijke gedachtenkronkel leek Banerjee tot de conclusie te zijn gekomen dat er maar één manier was om zijn problemen op te lossen: De Noia uit de weg te laten ruimen. De man tot wie hij zich wendde was Augustine Ralph Angel Colon, een veertigjarige Angelino, die altijd rond de Chippendales hing in de hoop vrouwen op te pikken. Hij was een man van twaalf stielen en dertien ongelukken. Hij was een tijdje reserveofficier bij de politie van Palm Springs geweest, en had zich laten aanwerven door de luchtmacht. Daarna had hij het geprobeerd als autorij-instructeur, maar hij was ontslagen wegens dronken rijden. Zoals een miljoen-en-één andere Angelino’s had hij acteerlessen gevolgd, in de ijdele hoop ooit ontdekt te worden. Colon was de leider geweest van de mislukte pogingen tot brandstichting. Banerjee zei hem dat hij de 7.000 dollar die hij voor die klussen had opgestreken moest terugbetalen, maar dat hij 25.000 dollar kon verdienen als hij De Noia om het leven bracht. Als wapenbroeder koos Colon Gilberto Rivera-Lopez, een kruimeldief met dertig aliassen en een heroï-neverslaving van 300 dollar per dag. Op 7 april 1987 nam het duo de nachtvlucht van Los Angeles naar New York. Ze arriveerden ‘s ochtends in Manhattan en aten bij McDonalds, waar Rivera-Lopez zich in de toiletten een heroïne-shot toediende. Omstreeks 15.30 uur reden ze naar De Noia’s kantoor in 40th Street nummer 264 west in Manhattan. Terwijl Colon met draaiende motor buiten bleef wachten, liet de huurdoder zich naar de vijftiende verdieping brengen. De moordenaar ging binnen in een kantoor van een vriend van De Noia en vroeg of Dick er was. Hij had namelijk be-grepen dat hij ene Dick Daroya moest opruimen. De man antwoordde dat Nick één deur verder was. Rivera-Lopez ging De Noia’s kantoor binnen, trok zijn 9mm automatisch pistool en schoot. Hij zag ‘een rode stip’ op De Noia’s gezicht en vluchtte langs de nooduitgang naar beneden, waar hij door Colon werd opgepikt. De ene kogel had zich via De Noia’s linkerwang een weg tot in zijn hersenen gebaand: hij moet vrijwel op slag dood zijn geweest. Door een vreemde speling van het lot had De Noia een week eerder een levensverzekering van 80.000 dollar afgesloten. Waarschijnlijk maakte hij zich zorgen over zijn gezondheid, sinds hij na het stuk-lopen van zijn huwelijk openlijk als homoseksueel leefde. Voor iemand die duidelijk onder verdenking van moord stond, gedroeg Banerjee zich op een arrogante manier. Hij liet weten dat hij er op rekende voor de begrafenis van De Noia uitgenodigd te worden, maar hij werd afgewezen door de familie. Tegen zijn advocaat Nahin zei hij dat hij niet zou bijdragen tot de geldpot waaruit werd geput voor alle informatie die tot de aanhouding van De Noias moordenaar zou kunnen leiden, omdat ‘de vent die Nick molde me een dienst heeft bewezen’. Ondanks deze bezwarende uitspraken, zou het meer dan zes jaar duren vóór de zaak opgelost raakte.

Dames en heren: Adonis

Na De Noia’s dood leek het tij voor Banerjee te keren. Hij slaagde erin de Chippendales uit het bankroet te halen en kocht voor 1.3 miljoen dollar de tourneerechten uit De Noia’s nalatenschap. Even was er een wolkje aan de lucht, toen het project van een ‘Disneyland voor volwassenen’ waaraan Banerjee en Joagjit Sehdeva, een Indiase dokter, werkten in het water viel. Banerjee vroeg Colon om Sehdeva te doden, maar gelukkig voor de dokter veranderde hij nog tijdig van idee. Toen, in 1990, verscheen Adonis ten tonele, een splintergroep van de Chippendales. Een aantal Chips was het miezerige salaris dat Banerjee met tegenzin neertelde zat en besloot een stuk van de koek voor zichzelf te reserveren. Hoewel Adonis niet echt een hem dat ze 25.000 dollar per commercieel gevaar inhield, raakte Banerjee geobsedeerd door de groep. Eerst probeerde hij met vuile trucks: van het afscheuren van posters en het vernielen van promomateriaal tot het undercover uitsturen van eigen hulken naar het vijandige kamp, waar hij ze dan nét vóór het begin van het tournee weer weghaalde. Het viel Banerjee bijzonder zwaar dat Adonis de Chippendales op Britse markt voorafging: Adonis’ eerste tournee door Engeland vond eind 1990 plaats, terwijl de Chips pas in 1991 in Groot-Brittannië arriveerden.

Tenslotte besloot Banerjee dat de leidinggevende figuren. Van Adonis - choreograaf Mike Fullington, ceremoniemeester Read Schrotel en de Australische zakelijke manager Steve White - moesten verdwijnen als straf voor hun verraad. Banerjee begon zich als Don Corleone te gedragen.

In april 1991 stuurde hij Colon en diens schoonbroer Billy Barnes, uit om Fullington, die met Adonis in Canada op tournee was te doden. De 31-jarige Barnes was een gewezen militair die geplaagd zat met een slechte rug. Hij was werkloos en moest op bevel van de rechtbank 300 dollar per maand onderhoudsgeld voor zijn kind betalen, terwijl hij slechts om de vier weken 80 dollar verdiende.

Colon en Barnes vlogen naar New York en den vandaar door Maine tot aan de Canadese grens. Aangezien het nacht was toen ze de grens wilden passeren, werd hen gevraagd een grenswachter te betalen om hun auto te controleren. Toen bleek dat ze daar geen geld voor hadden, keerden ze op hun stappen terug. Banerjee was niet al te aangeslagen door hun knoeiwerk; hij had ondertussen vernomen dat Fullington toch Aids had, een ziekte waar hij wat later inderdaad aan zou sterven. Banerjee spitste nu zijn aandacht toe op White en Schrotel. Barnes werd op verkenning naar Groot-Brittannië gestuurd om te zien waar Adonis tijdens hun shows in de Winter Gardens van Blackpool verblijven.

null Beeld Gamma-Rapho via Getty Images
Beeld Gamma-Rapho via Getty Images

De gifprik

Om de aanslag te plegen rectruteerde Colon ene Errol Lynn Bressler een louche figuur, en zei hem dat ze 25.000 dollar per hoofd zouden opstrijken. Aangezien het hen aan Britse contacten om een vuurwapen te versieren ontbrak, besloot Colon dat gif de beste methode was om Schrotel en White uit te schakelen.

Colon nam Bressler voor een briefing mee naar huis en haalde een medicijnflesje vol potassium cyanide boven. Forensische wetenschappers stelden achteraf vast dat het flesje voldoende gif bevatte om 2300 mensen te doden.

Op 12 juli 1991 werd Bressler, gewapend niet 1.200 dollars zakgeld, het codewoord ‘Aardbei en een cyanidecapsule, op een vlucht van Virgin Atlantic met bestemming Londen gezet. Hij nam zijn intrek in het St. Bernard Guest House, een bescheiden etablissement in Hounslow, Middlesex, waar een eenpersoonskamer met wastafel 55 euro per nacht kostte. Zelfs bij het vermoorden van oppositieleden hield Banerjee de hand stevig op de knip. Suriendar Kumar, de manager van het gastenhuis herinnert een lange man ‘met een baard en met cowboyhoed als John Wayne.’

Zoals meestal had Colon in zijn keuze van een killer blijk gegeven van een uitzonderlijk gebrek aan beoordelingsvermogen: Bressler had niet alleen een uitgebreid krimineel verleden, hij was ook een gewezen politieofficier en een notoir verklikker. Ooit was hij als informant in dienst geweest van de DEA, de Amerikaanse drugbestrijdingsdienst.

Later beweerde Bressler dat hij altijd had gedacht dat het om een grap ging, en dat hij ermee gekapt had toen hij zich realiseerde dat het menens was. In elk geval contacteerde Bressler de Amerikaanse ambassade in Londen, waar hij werd doorverbonden met Doug Domin.

In het midden van de show van Adonis verscheen de politie in de Winter Gardens met de mare dat een killer was uitgestuurd die het op hen gemunt had - Bressler wist immers niet met zekerheid of hij alleen werkte. ‘De uitgekozen slachtoffers waren nogal geschokt’, weet Graham Gooch, die de leiding over de operatie had, zich te herinneren. Gooch leverde zes politiemannen in burger om de Amerikaanse krachtpatsers dag en nacht te beschermen. ‘We deelden alles met hen, behalve het bed,’ zegt hij.

‘De hele zaak was eigenlijk komisch’, zegt Martin Flitton, manager van Adonis’ Britse tournee. ‘Het onverwachts ruilen van kamers, het installeren van alarmsysstemen...’ De episode was te veel voor Adonis’ Engelse agent Dave Chumley, die kort daarna ontslag nam. ‘Doodsbedreigingen voor een troep geoliede spierbundels? Dat was het mij niet waard.’ .

De FBI besloot met Bresslers medewerking een val te spannen voor Colon. Ze tapten een telefoongesprek af tussen Bressler in Engeland en Colon in Los Angeles, waarin zij bespraken wat de beste methode is om een slachtoffer te immobiliseren vooraleer hem een cyanide-injectie toe te dienen.

BRESSLER (ongerust over Wat de gevolgen van een klap op Whites hoofd zouden kunnen zijn) «Ik wil liet niet verknallen, snap je. Ik wil hem niet misselijk maken of zo.»

COLON «Weet je, ‘t is... Wel... Je kent die, euh, die hond die altijd op je gras schijt.»

BRESSLER «Ja.»

COLON «Snap je wat ik bedoel? Die, euh, die altijd over het strand zwerft?»

BRESSLER «Ik volg je, ja.»

COLON «Wel, als je die een klap achter op zijn kop zou geven.... Dan gaat die gewoon neer, man. Dan kan je hem steken, snap je.»

BRESSLER «Ik zou een mes in die vent kunnen steken. Dat var-ken.»

Dat was genoeg om Colon op te pakken. Tijdens de ondervragingen door het FBI barstte hij herhaaldelijk in tranen uit. Hij verkeerde in een slechte conditie: hij had een nierziekte, en tijdens zijn detentie kreeg hij een lichte hartaanval. In februari 1992, na een tijd achter de tralies, was hij bereid schuldig te pleiten en de overheid te helpen in de vervolging van Banerjee.

De valstrik

Wat volgde was een stoutmoedige, één jaar lange mantel-en-degen-operatie van de FBI om Banerjee er tijdens conversaties met Colon zichzelf te doen inluizen. Dit was niet makkelijk, aangezien Banerjee Colon er terecht van verdacht het met de overheid op een akkoordje te hebben gegooid. Toch dokte hij 175.000 dollar af om Colons juridische kosten te helpen dekken. Colon, die beweerde omwille van zijn gezondheidstoestand op borgtocht te zijn vrijgelaten, kon Banerjee ervan overtuigen hem op 23 juni 1992 in Santa Monica in liet International House of Pancakes te ontmoeten. Banerjee was zo achterdochtig dat hij zijn gewezen huurdoder eerst in het herentoilet op afluisterapparatuur fouilleerde. Hoewel Colon er eentje op zich droeg, vond Banerjee hem niet, maar het enige wat op de tape te horen was, was het doorspoelen van de toiletten. Banerjee zei namelijk geen woord: wat hij te zeggen had schreef hij op papiertjes die hij daarna door de WC-pot spoelde. Tenslotte stemde hij erin toe Colon in het buitenland te ont-moeten om vrijer met elkaar te kunnen spreken.

De FBI verzon een list: Colon zou zogezegd de USA ontvluchten om een veroordeling te ontlopen. Het bureau gaf hem een vals paspoort en stuurde hem naar Rome. Het aas leek aantrekkelijk genoeg voor Banerjee. Het tweetal ontmoette elkaar eindelijk op 10 februari 1993 in een hotel in Zurich.

Met de assistentie van de kantonale politie van Zürich slaagde de FBI erin van die ontmoeting een bandopname te maken die Banerjees lot bezegelde. Hij praatte zich aan de galg door vrijelijk te spreken over zijn betrokkenheid bij de moord op De Noia (die hij ‘D’ noemde) en de plannen om Dr. Sehdeve, Fullington, White en Schrotel uit de wereld te helpen, en bovendien veegde hij Colon de mantel uit over diens mislukte aanslagen op Adonis.

Op 2 september van dat jaar arresteerde de politie Banerjee in zijn grote huis in Maya del Rey. Banerjee nam een van de meest gerenommeerde advocaten in LA in de arm: Barry Tarlow, met kantoor op Sunset Boulevard. De advocaat was niet erg optimistisch over Banerjees kansen. Daarom diende Banerjee in het begin van de zomer van 1994, net toen hij in het Metropolitan Dentention Centre door OJ Simpson was vervoegd, een verzoek tot strafver-mindering in ruil voor een schuldbekentenis in.

Helaas: het beste dat Tarlow voor zijn cliënt kon bepleiten was een straf van 26 jaar en een verbeurdverklaring van het leeuwendeel van Banerjees zakelijke vermogens. In cle praktijk betekende dit dat hij minstens 21 jaar zou vastzitten, en dat hij aan het einde van zijn gevangenschap als 69-jarige op het eerste vliegtuig naar Bombay Z011 worden gezet. Geen wonder dat hij daarna voor een depressie behandeld moest worden.

Het achterpoortje

Op 24 oktober 1994 arriveerden de drie gebroeders De Noia in Los Angeles voor de officiële veroordeling. Ze maakten zich zorgen, want het gerucht ging dat Banerjee te elfder ure zijn verzoek zou intrekken en de beschuldiging zou aanvechten. Val De Noia vond in zijn hotel de boodschap meteen contact op te nemen met Scot Garriola van het FBI, die vanaf het begin bij het onderzoek betrokken was. ‘Ik heb goed nieuws en ik heb slecht nieuws’, zei Garriola. ‘Het slechte nieuws is dat Banerjee vandaag niet voor de rechtbank zal verschijnen.’ Val De Noia vloekte. ‘En het goede nieuws is dat hij zich vannacht van kant heeft gemaakt.’

Omstreeks 3 uur ‘s ochtends was Banerjee opgestaan en had een stuk beddenlaken om zijn hals gebonden. Het andere eind van het laken had hij aan een kleren-haak in de muur vastgemaakt. Al knielend leunde hij voorover, waardoor zijn luchtwegen werden afgesloten. De openbare aanklager maakte bekend dat een zelfmoordbriefje, geschreven ‘in een Indiase taal’, in de cel was gevonden. Toen de FBI er een vertaling van liet maken, bleek het een brief van Banerjees moeder aan haar zoon te zijn.

Banerjee moet hebben geweten dat door zijn zelfmoord de criminele procedure tegen hem zou stilvallen. Op die manier zouden zijn in Amerika geboren vrouw, Irene Banerjee, en hun twee jonge kinderen, Lindsay en Christian, zijn vermogen erven.

Tijdens de begrafenisdienst, die op videoband werd vastgelegd, bracht de uit Bombay overgekomen heer Banerjee Senior in herinnering dat zijn zoon in zijn jeugd ‘nooit met iemand ruzie had gehad en dat hij om zijn zachte aard door iedereen geliefd was’.

Charles Wahlheim, de Chippendale die extra bekendheid had gekregen door de Heineken-affiche waarop hij alleen in een boord en een lange das poseert, weende openlijk op het spreekgestoelte. Banerjees dochtertje sprak over haar vader die ‘s zondags een ijsje voor haar kocht; en Robert Isenberg, Banerjees advocaat, zei zonder enige opzettelijke ironie: ‘Wie in zijn leven met Steve in aanraking kwam, zal hem nooit vergeten.’ De familie van Nick De Noia zal dat zeker beamen.

Zoals te verwachten in een land waar vier keer meer advocaten in de Gouden Gids staan dan loodgieters, werd Banerjees verschei-den gevolgd door een stroom van rechtszaken. De erven De Noia hebben een proces tegen Baner-jees weduwe lopen. Eén dag na de zelfmoord dienden de Adonissen Schrotel en White klacht in tegen de dode man, en ook tegen Colon en Barnes. De beschuldiging luidt onder meer ‘het opzettelijk ver-oorzaken van emotionele kwellin-gen’. Doordat ze beseften dat iemand hun huid wilde, ‘werden hun promotionele en choreografische inspanningen geschaad, leed hun werkrelatie eronder, moest White in een hospitaal worden opgenomen, verloor Schrotel vijftien kilo, en werd de tournee van Adonis uiteindelijk niet echt een succes.’

In november kocht een groepje zakenlui onder leiding van Nace Cohen, die fortuin had gemaakt in de groentenbusiness, de Chippendales voor een niet nader genoemde som over van de weduwe Banerjee. De nieuwe eigenaars doen hun best om het imago van de Chips wat op te poetsen: de jongens zullen in de toekomst regelmatig bezoekjes brengen aan kinderziekenhuizen, kankercentra en bejaardentehuizen in de buurt van LA. We mogen aannemen dat ze bij deze bezoeken netjes in het pak zullen blijven.

Een tragedie

Ondertussen was er geen verbetering gekomen in de gezondheidstoestand van Colon. Eén van zijn nieren was weggenomen nadat ze was opgezwollen tot ‘het formaat van een voetbal’. Op 7 februari werd hij tot dertig maanden gevangenisstraf veroordeeld.

Colon heeft nu scenarioschrijven toegevoegd aan de lange lijst van zijn talenten. Eén van zijn scripts heet ‘Blame It On The Moon’ en gaat, volgens zijn advocaten, over een politieagent die de moord op zijn broer wil wreken. Barnes - of Nummer 95822-012, zoals hij geregistreerd staat -heeft al meer dan de helft van zijn 51 maanden opsluiting in het Correctionele Staatsinstituut van Lompoc uitgezeten. Rivera-Lopez wacht in New York nog altijd op het begin van zijn proces. Van Bressler is men het spoor bijster. Vermoedelijk heeft de FBI hem uit dank voor bewezen diensten weggetoverd om een nieuw leven te beginnen. En in Overland Avenue, 3739 in Los Angeles, op het adres waar de originele Chippendalesclub stond, bevindt zich nu een kleuterschool.

‘Dit is een echte tragedie’, zegt Mark Pakin, die sinds jaren bij de Chippendales is en door de nieuwe leiding tot algemeen manager is aangesteld. ‘En waarvoor? Alleen maar omdat iemand ons wilde nadoen.’ Toch is de nieuwe Chippendales-leiding ervan overtuigd dat slechte publiciteit beter is dan helemaal geen publiciteit, ook al gaat het om moord en brandstichting. ‘Het heeft geen enkele invloed gehad op de toeloop’, zegt Pakin. ‘En dat kan ik alleen maar positief noemen.’ Voor Banerjees vader bleek de hele affaire te veel. Amper was hij weer thuis in Bombay na de begrafenis van zijn zoon, of hij werd geveld door een hartaanval. Binnen de zes maanden had het lot voor een tweede weduwe-Banerjee gezorgd.

(Verschenen in Humo op 13 april 1995)

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234