Jean Claude Van Damme is spotted during the MIPCOM in Cannes, France, on October 15, 2018. Photo by Marco Piovanotto/ABACAPRESS.COMBeeld Bruno Press /Abaca Press

Hoe zou het nog zijn met....jean-claude van damme

JCVD wordt 60: ‘Je zou kunnen stellen dat ik van de vechtsport gebruik heb gemaakt om respect af te dwingen’

Jean-Claude Van Damme, the muscles from Brussels, wordt vandaag 60 jaar. Enkele jaren geleden mocht Onze Man, die eindelijk van bekomen is, JCVD interviewen. Lees hier het interview:

(Verschenen in Humo op 28 juni 20011)

Geliefde lezers en lezeressen, met een immens gevoel van trots en ontroering kunnen wij u melden dat wij vorige week woensdagmiddag, om 14.55 uur om precies te zijn, het absolute hoogtepunt uit onze journalistieke carrière hebben beleefd: we hebben de schouderspieren van Jean-Claude Van Damme betast! Er zijn getuigen van.

Jean-Claude Van Damme! Nu zijn filmcarrière wat op apegapen ligt wordt er soms een beetje lacherig over hem gedaan, maar er was een moment dat hij in navolging van de Grote Drie – Willis, Stallone, Schwarzenegger – naar de sterren reikte. Zeker in het begin van de jaren negentig, de hoogdagen van de dubbelgespierde actiehelden, flirtte Van Damme dankzij de successen van ‘Double Impact’, ‘Universal Soldier’ en vooral ‘Timecop’ heel eventjes met de absolute top. Over zijn acteertalent viel te discussiëren, maar zijn combatkundigheid stond buiten kijf: kijk maar eens naar de geweldige manier waarop hij zijn tegenstanders op hun mieter geeft in ‘Bloodsport’, ‘Hard Target’ of ‘Kickboxer’. 

JCVD was ook visionair: lang voordat Kim Clijsters op de tenniscourt uitpakte met haar spreidstandjes, verruimde hij de grenzen van de martial artstechniek met zijn beroemde split en zijn gevreesde helicopter movement. Na ‘Knock Off’ (1998) begon het fout te lopen: hij raakte verslaafd aan cocaïne, ging gebukt onder woman trouble, worstelde met zelfmoordneigingen, en tot overmaat van ellende flopten zijn films. Maar een comeback hangt – als was het één van zijn befaamde helicopter kicks – in de lucht: in 2008 liet hij al een andere, meer serieuze kant van zichzelf zien in de Waalse culthit ‘JCVD’, een vervolg op ‘Universal Soldier’ is in de maak, en in de succesvolle animatieprent ‘Kung Fu Panda 2’ leent hij zijn dubbelgepierde stembanden aan de vileine Master Croc. 

We treffen Muscles from Brussels in een hotel in – what’s in a name – Knokke, de badplaats waar zijn ouders wonen. In de aanloop naar het moment suprême, de Betasting, ontspon zich het volgende, in het Engels gevoerde gesprek.

HUMO Was u vereerd toen ze u vroegen voor ‘Kung Fu Panda 2’, of zag u het veeleer als een klus?

JEAN-CLAUDE VAN DAMME «Ik vond het een groot plezier, én een grote eer. Het voelde bijna als promotie: ik ben het niet gewend om mijn naam tussen die van grote sterren als Angelina Jolie, Jack Black, Dustin Hoffman en Gary Oldman te zien prijken. De filmstudio had vooraf een marketingstudie laten uitvoeren, en uit de resultaten was gebleken dat de mensen het wel cool zouden vinden als ik mijn stem zou geven aan Master Croc. Heel plezierig om zoiets te horen.»

HUMO Master Croc is, net als u, een toegewijd beoefenaar van de martial arts. Wat betekent de vechtsport tegenwoordig voor u?

VAN DAMME «Als ik aan martial arts denk, denk ik eerst en vooral aan mijn jeugdjaren. Als kind was ik broodmager, echt vel over been. Ik had niks van zelfvertrouwen, wist niet veel van de wereld en had nauwelijks vrienden. Ik ben toen keihard beginnen te trainen, en op een dag begon ik resultaten te zien: mijn armen werden gespierder. Van de weeromstuit kreeg ik ook veel meer zelfvertrouwen: ineens had ik de moed om meisjes mee uit te vragen, en ook op straat hoorde ik erbij – ik kreeg op korte tijd een heleboel ‘harde’ vrienden. Je zou kunnen stellen dat ik van de vechtsport gebruik heb gemaakt om respect af te dwingen.

»Nu, zoveel jaar later, weet ik dat ik de vechtsport niet nodig had om me beter te voelen: die mentale kracht zat altijd al in mij. Erg eigenlijk, dat een mens vijftig jaar oud moet worden om zoiets te beseffen.»

HUMO Het wordt weleens vergeten dat u, voor u naar Hollywood trok, een groot karatekampioen was.

VAN DAMME «Mijn trainer peperde me voortdurend in: ‘Je kúnt het, Jean-Claude, je kúnt het wereldkampioenschap karate halen! En je kunt het winnen!’ Ik trainde als een beest, en ik heb ook best wat goede kampen gevochten. Spijtig genoeg kreeg de karatecompetitie in die tijd nauwelijks aandacht op televisie.»

HUMO In de jaren zeventig won u verschillende belangrijke karatetoernooien. Droomde u er toen ook al van om acteur te worden?

VAN DAMME «Ja. In mijn hoofd maakte ik altijd dezelfde gedachtegang: karatekampioen-Bruce Lee-Hollywood. Bruce Lee had een soortgelijk parcours afgelegd, snap je? Voor mij hing het allemaal samen. 

»Ik was ook dol op comicbooks – de superhelden van Marvel wezen mij het juiste pad. Kerels als Spiderman en Rahan – ken je Rahan?»

HUMO Nooit van gehoord.

VAN DAMME «Een fantastische actieheld die altijd ‘Rahááááááán!’ brult. Hij heeft lange blonde lokken, gaat zijn tegenstanders te lijf met een ivoren mes en beschikt over bicepsen om u tegen te zeggen. Ik wilde zijn lijf. (Mijmerend) Ja, ik wilde Rahan zijn.»

HUMO Ik heb van ‘Kung Fu Panda’ geleerd dat elke karateka een mentor heeft. Wie was de uwe?

VAN DAMME «Claude Goetz, mijn karateleraar. Claude wist hoe onzeker ik me voelde en hoe hij het beste uit me kon halen. Dankzij hem, en dankzij de liefde van mijn ouders, heb ik de weg naar de roem kunnen plaveien.»

HUMO Wie waren uw idolen? Bruce Lee? 

VAN DAMME (knikt) «De dingen die Bruce op het witte doek liet zien... Adembenemend. Ook Bill Wallace, Mister Lightfoot, was één van mijn helden (Wallace is een beruchte Amerikaanse martial artsartiest en tevens acteur, red.). Het benenwerk van die man – wow.»

HUMO Chuck Norris?

VAN DAMME «Niet echt. Chuck heeft een ijzeren wil, maar zijn benen en zijn vuistwerk zijn bijlange niet zo goed als die van Bill Wallace. Bill was de perfectie.»

HUMO Was Schwarzenegger een voorbeeld voor u?

VAN DAMME «Je moet weten: toen ik negentien was had ik in Brussel mijn eigen fitnesszaak. En Arnold was vanzelfsprekend onze grote held – in die tijd stond hij op alle covers. Nadat ik zijn eerste grote Hollywoodfilm had gezien, ‘Conan the Barbarian’, riep ik tegen iedereen: ‘Let maar op, die kerel gaat het maken!’ ‘Conan’ werd geregisseerd door John Milius, en ook Oliver Stone en Adrian Lyne waren voortdurend aanwezig op de set – de drie musketiers. Dát was de grote sterkte van Arnold: dat hij zich altijd door de juiste mensen liet omringen. Daarnaast blaakte hij van zelfvertrouwen en optimisme, en beschikte hij over een soort toverachtige charme. Ik heb het zelf ondervonden: je voelt je gewoon góéd wanneer je in zijn buurt bent. En zo is hij er in de loop der jaren in geslaagd om grote regisseurs als James Cameron aan zich te binden. Hij heeft indertijd Ivan Reitman overgehaald om ‘Twins’ te regisseren, gewoon door een partijtje tennis met hem te spelen – ik weet dat, omdat Arnold en ik dezelfde advocaat hebben. (Monkelend) Al was het waarschijnlijk geen goed idee van hem om ‘Twins’ te doen. Arnold en comedy? Forget about it. 

»Arnold had nog een andere grote troef: hij hield zich persoonlijk bezig met de distributie van zijn films. Hij zorgde er altijd voor dat ze in het zomerseizoen uitkwamen.»

HUMO Verstandige kerel, de Schwarz.

VAN DAMME «Héél verstandig. (Zucht) Was ik ook maar zo verstandig geweest. Mijn carrière had er misschien helemaal anders uitgezien.»

HUMO U mag toch niet klagen? ‘Bloodsport’, ‘Double Impact’ en ‘Universal Soldier’ zijn allemaal heuse cultklassiekers geworden, u bent zelf een icoon van het martial artsgenre, én u bent de beroemdste van alle Belgen. Bent u daar dan niet apetrots op?

VAN DAMME «Ja en neen. Twee weken geleden heb ik in Hongkong, waar ik woon, ‘Bloodsport’ nog eens teruggezien – voor het eerst sinds 1988! Ik voelde me best trots, maar tegelijk dacht ik met veel pijn en verdriet terug aan de opnameperiode. De eerste montageversie was een catastrofe: ze hadden mijn kicks en movements doodleuk in tweeën geknipt! Ik ben op mijn blote knieën teruggekropen naar Menahem Golan (de beruchte producent, red.) en heb hem letterlijk gesmeekt – ‘Asjeblief, Menahem!’ – of ik de film mocht hermonteren. Het was de tweede keer dat ik op mijn knieën voor hem zat – de eerste keer was toen ik om de hoofdrol kwam bedelen. Uiteindelijk gaf hij me de toestemming om opnieuw met de film aan de slag te gaan. Het waren hondse dagen – ’s nachts werkte ik me kapot in de montagekamer, overdag kwam ik aan de bak als limousinechauffeur – maar ik was vastbesloten om iets geweldigs van ‘Bloodsport’ te maken. Mijn monteur en ik hadden fantastische ideeën – en dan vooral ik. Ik weet het, nu klinkt het alsof ik veren in mijn eigen gat zit te steken, maar ik zweer het je: ik heb daar en toen in die montagekamer de beroemde double kickings uitgevonden. Het komt erop neer dat je, een fractie van een seconde na de impact, de mep nóg eens toont, waardoor een indruk van flitsende energie ontstaat – djoefdjoef! PawPaw! En zo is ‘Bloodsport’ uitgegroeid tot een ware demonstratie van martial arts. Mét – laten we het toch niet vergeten – in het hart een mooi, teder verhaal.

»Maar toen ik ‘Bloodsport’ de eerste keer in de cinema zag, in 1988 dus, was ik ondanks al dat harde werk enorm beschaamd. Ik zakte héél diep weg in mijn stoeltje, en ik huilde. Maar toen ik hem twee weken geleden terugzag, dacht ik bij mezelf: ‘Ik hoef hier helemaal niet beschaamd om te zijn. Dit is verdorie een goeie film!’» 

RICH AND FAMOUS

HUMO Vanaf ‘Bloodsport’ begon het succes te komen. Op welk moment begon u te zien dat u een beroemdheid was?

VAN DAMME (diepe zucht) «Ik zie het nog altijd niet. Tot op de dag van vandaag zie ik mezelf als die kleine, simpele, graatmagere jongen uit Sint-Agatha-Berchem, waar ik geboren ben. Een jongen met heel veel gebreken. En mijn grootste gebrek is dat ik mijn deur te gemakkelijk openzet voor de mensen.

»Het gebeurt heel vaak dat jongeren mij aanklampen: ‘Ik wil het maken in de cinema, denkt u dat het mij zal lukken?’ Ik antwoord daar altijd ja op – ik geloof nu eenmaal dat dromen realiteit kunnen worden. Vervolgens vinden die jongeren mij terug via Facebook en zeggen ze: ‘Je hebt me belogen! Je had mij een rol in je volgende film beloofd!’ Maar dat zeg ik nooit! Ik zeg alleen maar: ‘Als je maar genoeg in jezelf gelooft, dan kun je zô(knipt met de vingers) de volgende Van Damme worden.’ That’s all. (Zucht) En dus blijf ik maar liever weg van de mensen. Niet omdat ik asociaal ben, maar omdat ik niet langer verantwoordelijk wil worden gehouden voor hun mislukkingen. Ik wil die jongeren niet kwetsen – ze kwetsen zichzelf.

»(Na een lange stilte) Ik herken mezelf wel in die gasten, hoor. Ik herken hun drang om het te maken, hun nood aan goede raad. Ik was ook zo. Nadat ik in Los Angeles was aangekomen, probeerde ik wanhopig in contact te komen met Stallone. Ik had een plattegrond van de rich and famous gekocht – je weet wel, zo’n stadskaart waarop alle huizen van de sterren staan aangekruist. Zo kwam ik te weten waar hij woonde. In een poging om hem te ontmoeten kroop ik over de tuinmuur – met mijn portfolio in mijn achterzak! Ik werd betrapt door zijn toenmalige vrouw, de flikken verschenen, en ik werd gehandboeid afgevoerd. Wat, achteraf gezien, perfect normaal was (lacht).

»Ik heb hem later dan toch eens kunnen ontmoeten, in de tijd van ‘Rambo 2’. We hebben toen een uurtje of zo face to face gezeten – een prachtige ervaring.»

GOEIE SCHOUDERS

HUMO Op het eind van de jaren negentig was het tijdperk van de dubbelgespierde actieheld voorbij. Dolph Lundgren, Steven Seagal, Stallone en ook uzelf hadden zo goed als afgedaan. Hoe is het zover kunnen komen?

VAN DAMME «We moesten het veld ruimen voor de digitale effecten: ineens zag je op de set overal green screens verschijnen. De pure, artisanale vechtfilm moest plaatsmaken voor de grote scifiblockbuster.

»Maar ik wanhoop niet: de actieheld kán terugkomen. Het enige wat we nodig hebben, zijn twee of drie echt goeie films met een intelligente plot en straffe vechtscènes. Of, ook een mogelijkheid: er moeten nieuwe actiehelden opstaan – kerels met punch, met een goeie fysiek, en met smoelen waarop staat te lezen dat ze hebben gelééfd. En hey, waarom zou de oude garde niet kunnen terugkomen? Zelf heb ik een gigantische fanbase: als ik mijn comeback zou kunnen maken in de bioscoop, dan zouden die mensen massaal tickets kopen, zeker weten. Het enige wat ik nodig heb, is een goed project.»

HUMO Waarom bent u dan niet ingegaan op het aanbod van Stallone om mee te spelen in ‘The Expendables’? Die film had uw carrière opnieuw kunnen lanceren!

VAN DAMME «Dat zit zo: op een dag kreeg ik een telefoontje van Sly. Hij vroeg me of ik wilde meedoen in ‘The Expendables’, maar ik zei dat ik eerst meer wilde weten over het verhaal en over mijn personage. Ik had net ‘JCVD’ erop zitten, zie je; mijn geest stond totaal niet in de actieheldmodus. Sly en ik hebben vervolgens een beetje gepraat over mijn persona, en uiteindelijk zei hij: ‘Komaan, Jean-Claude, je zal mogen vechten met Jet Li!’ Ik zei: ‘Prima, maar ik heb nog steeds vragen over mijn personage.’ Maar Sly wilde er niet verder op ingaan, en toen heb ik gezegd: ‘Ik ga passen.’

»Vijf minuten later heb ik hem teruggebeld: ik wilde hem vragen of hij niet wilde meespelen in één van mijn projecten. Ik zei: ‘Luister, Sly, ik heb een geweldig script voor je. Je gaat een priester spelen.’ Waarop hij: ‘Dit is ronduit beledigend. Ik ben nu al maanden bezig met ‘The Expandables’, jij weigert een rol, en nu vraag jij me om alles zomaar te laten vallen voor jouw film! Dit is een affront!’ Achteraf gezien had hij natuurlijk gelijk, maar zo ben ik nu eenmaal: altijd enthousiast en impulsief.»

HUMO Er is nu sprake van een vervolg op ‘The Expandables’. Gaat u deze keer meedoen?

VAN DAMME «Die sequel gaat er zeker komen, maar of ik er ga inzitten, is een andere zaak. Ik hoop van wel. Sly wil me: hij heeft me gevraagd om de booswicht te spelen. Maar ik ga het pas geloven als ik de handtekeningen op papier zie.»

HUMO Twee jaar geleden vertelde Quentin Tarantino me dat hij ‘JCVD’ één van de beste films van 2008 vond.

VAN DAMME «Ik heb dat ook gehoord, en ik was enorm vereerd. Ik heb Quentin trouwens nog bedankt voor het compliment. ‘Het was niet zomaar een compliment,’ antwoordde hij, ‘ik méénde het.’ Ik zei ook nog: ‘Als je een rolletje voor me hebt in één van jouw toekomstige films, hoe klein ook, dan doe ik zeker mee.’ Hij zei dat hij erover ging nadenken, maar dat is nu al anderhalf jaar geleden en ik heb niets meer van hem gehoord. That’s showbusiness.»

HUMO In uw beruchte monoloog in ‘JCVD’ horen we u klagen dat Hollywood, in tegenstelling tot de wereld van de martial arts, geen erecode kent.

VAN DAMME «Ik kom uit de wereld van de ‘oss’, de heilige karategroet. Toen ik elf jaar oud was, stond ik op blote voeten in de dojo – de vechtzaal – met gebogen hoofd tegenover de sensei, de meester. Hem gehoorzaam je blindelings, want je weet dat hij je beter zal maken. Als je dát kunt opbrengen, die onvoorwaardelijke gehoorzaamheid, dan kun je alles aan.

»Toen ik in Hollywood arriveerde, leek het wel alsof ik in een andere wereld terechtkwam. Overal zag ik verleidingen. Maar ik was gezond en sterk, en ik ben vijftien jaar lang overal van afgebleven. Dat was niet altijd even makkelijk: terwijl ik braaf thuiszat, gingen mijn vrienden de hele nacht uit en rookten ze joints. Pas toen ik beroemd begon te worden, heb ik me volop in het rock’nroll-leven gesmeten. ‘Vooruit,’ redeneerde ik, ‘dan weet ik tenminste wat het is.’ Heel slecht van me, ik weet het.»

HUMO Het is u niet goed bekomen. ‘Ik heb alles verloren,’ zegt u in ‘JCVD’.

VAN DAMME «Ik heb yin en yang gezien: ik weet hoe het is om aan de top te staan, en ik ken de bodem. En ik weet hoe het is om opnieuw recht te krabbelen – ik heb de hele cyclus doorlopen. 

»Ik heb nu beslist om opnieuw een kamp te vechten. Ik ben me al volop aan het voorbereiden. Ik wil vechten, en winnen. Ik zie die kamp als een manier om het respect en de liefde terug te winnen van het publiek, en van mijn kinderen. Ik voel dat ze me al hebben vergeven, maar een overwinning zou goed zijn om de geestelijke littekens definitief weg te nemen.»

HUMO Nog een citaat uit ‘JCVD’: ik heb in Hollywood wel materieel succes gekend, maar geen spirituele vervulling.’

VAN DAMME «Die vervulling begint nu te komen – onder meer dankzij ‘JCVD’. Op het moment van de opnamen besefte ik het nog niet zo goed, maar in zekere zin is die film mijn therapie geweest. Nu weet ik wie ik werkelijk ben.»

HUMO U heeft op ITV tegenwoordig ook uw eigen realityshow: ‘Behind Closed Doors’. De beelden zijn soms pijnlijk intiem. U geneert zich niet om voor de camera in snikken uit te barsten.

VAN DAMME «Ik wil de mensen laten zien wie ik werkelijk ben, en dat kan alleen door ongezouten beelden uit mijn leven te tonen; onvoorbereid, zonder script. Ik ben niet zo fake als Gene Simmons, die in zijn realityshow gaat kerstshoppen omdat dat nu eenmaal in het scenario staat. ‘Behind Closed Doors’ is waarachtig, rauw, en eerlijk.»

HUMO U ziet er patent uit. Hoeveel kilo duwt u tegenwoordig?

VAN DAMME «In de gym? Ha! Ik zal je wat vertellen: ik zit nog lang niet aan mijn maximum – zelfs niet aan zeventig procent. Mijn oefeningen zien er tegenwoordig zo uit: ik recht mijn rug, duw mijn heupen en mijn borst vooruit, en vervolgens train ik mijn spieren door met lichte gewichten te werken – maar altijd in de correcte hoek. En het heeft resultaat. (Biedt zijn rechterschouder aan) Hier, voel dit.»

HUMO Wow.

VAN DAMME «Dit zijn wat men noemt goeie schouders – goed genoeg voor het nakende gevecht. De truc is: niet te zwaar trainen, maar juist trainen.»

HUMO Ik heb gisterenavond op het internet met afgesneden adem zitten kijken naar beelden van uw trainingen voor de film ‘Kickboxer’. Indrukwekkend.

VAN DAMME «Fantastisch, niet? Twintig jaar geleden intussen! Het zal verdomd lastig worden om terug op dat niveau te raken. (Beslist) Maar ik kom er wel.»

HUMO Veel succes, en bedankt voor het gesprek.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234