null Beeld Charlie De Keersmaecker Humo
Beeld Charlie De Keersmaecker Humo

In memoriamKris De Bruyne

‘Je hebt juist geleefd als je op het einde kunt zeggen:‘Uiteindelijk heeft het goede gewonnen’’

Kris De Bruyne, tot aan z’n overlijden gisteren begenadigd singer-songwriter, heeft altijd een snik in z’n stem gehad. En tragiek in zijn teksten. De snik zat er al van bij zijn geboorte, maar de tragiek is niet vanzelf gekomen. Die heeft zich beetje bij beetje in zijn ziel gesleten. Hij die veel geleden heeft, zal veel vergeven worden, zei de Heer. En daarbij had Hij ongetwijfeld het angelieke wonderkind voor ogen dat op 18-jarige leeftijd door Wannes Van de Velde werd ontdekt.

(Verschenen in Humo 3835 op 8 juli 2014)

Zijn eerste gitaar kocht Kris De Bruyne van het geld dat hij aan de Antwerpse dokken had verdiend – zo gaat dat, hóórt dat. Wat volgde, is verplichte lectuur aan de Hogeschool van de Vlaamse Rock. ‘Vilvoorde City’, ‘’s Nachts, als het donker is’, ‘Lieve Jacoba’, ‘Ik wil wel (met je meegaan)’, ‘Amsterdam’, ‘Lydia d’Ile d’Yeu’, ‘Ook omdat Brussel stinkt’, ‘Je suis gaga’: stuk voor stuk iconische klassiekers die voorgoed het oor zijn binnengeslopen.

Samen met Johan Verminnen en Raymond van het Groenewoud vormde Kris De Bruyne de grote drie van zij die het als eersten aandurfden om er in het Nederlands tegenaan te gaan. Er bestaat een hartverscheurend mooie foto van die periode, op 23 april 1973 genomen op de Grote Markt van Leuven: zowat heel rockend Vlaanderen in één shot vereeuwigd. Enkele heren zijn ondertussen overleden. Enkele kwijnen weg in het oudemannenhuis. Enkele misschien in Lovenjoel of Kortenberg, of bij de paters alexianen. Maar Kris De Bruyne is springlevend en legt voor ons zijn getormenteerde ziel bloot.

KRIS DE BRUYNE «Ik stam af van twee Waaslandse geslachten: mijn ouders en mijn vier grootouders komen allen uit Kruibeke, aan de Schelde. Het Waasland was indertijd een doodarme streek, in hoofdzaak bevolkt door aardappeleters: mensen die geen geld hadden om vlees te kopen. Langs vaderskant, de De Bruynes, heb ik niet veel zicht op onze stamboom. Maar de Van Broeckes, de familie van mijn moeder, waren een ijzersterk geslacht van herenboeren. Mijn grootmoeder langs moederskant – wij noemden haar ‘ons pit’ – was het achttiende kind van één vader en één moeder. Een deel van die tak emigreerde rond 1880 naar Wisconsin, USA, ten westen van Lake Michigan, zo’n 150 kilometer ten noorden van Chicago.

»Mijn grootvader langs vaderskant was een vurige daensist, onderwijzer in Kruibeke en een voor die tijd zeer vooruitstrevende componist en dirigent: ik bewaar nog altijd zijn handgeschreven partituren. De oudste broer van mijn vader, Juul De Bruyne, werd door ons ‘heeroom’ genoemd. Hij was onderpastoor in Oudenaarde en een bekwaam pianist, organist en koorleider. Een tweede oom, Albert De Bruyne, was buitengewoon virtuoos op orgel en piano, maar is jammer genoeg zeer jong overleden.»

HUMO Ik hoef je dus niet te vragen waar je je muzikale talent vandaan hebt.

DE BRUYNE «Wij waren een echte kunstenaarsclan: vier generaties muzikanten en kunstschilders na elkaar. En die genen worden nog altijd doorgegeven: mijn zoon Klaas studeert slagwerk en drums aan het Conservatorium van Amsterdam, en mijn dochter Hanna volgde notenleer, piano en gitaar, en gaat volgend schooljaar naar De Kunsthumaniora van Antwerpen.»

HUMO De uitzondering was je vaders jongste broer, debekende en voor sommigen beruchte Hector De Bruyne – van uiterst rechtse signatuur, voormalig hoofdredacteur van De Financieel-Economische Tijd, medestichter van de Volksunie, senator, en van 1971 tot 1985 minister van Buitenlandse Handel. Na de oorlog werd hij tot tien jaar hechtenis veroordeeld. In beroep werd die straf teruggebracht tot zeven jaar, maar wegens ziekte werd hij in 1948 vrijgelaten.

DE BRUYNE «Het is naar verluidt bewezen dat Hector collaboreerde. Alleen begrijp ik niet goed hoe hij eerst in Duitse gevangenschap heeft gezeten en nadien ook in Vlaanderen de bak invloog en van zijn burgerrechten werd beroofd. Zelf sprak hij nooit over die periode en ook mijn vader had het moeilijk om daarover te praten. Hector heeft aan beide kanten gezeten, maar waarom precies? Ik weet dat hij tijdens de oorlog voor Volk en Staat schreef, het dagblad van het collaborerende VNV.»

DILLEN & DYLAN

HUMO Je vader, Arthur De Bruyne, was schrijver en journalist.

DE BRUYNE «Hij schreef zesentwintig geschiedkundige boeken en gaf les aan het doofstommeninstituut, in de Van Schoonbekestraat in Antwerpen. Vader was een zeer gehoorzame jongen. En in tegenstelling tot Hector, een man van de wereld die van goede wijn en mooie vrouwen hield, was mijn vader spartaans en zeer rechtlijnig, bijna protestants. Aan tafel, met mijn broers en zussen, werd letterlijk gezegd: ‘Niet wenen, niet lachen!’ Zo ben ik opgevoed.

»Mijn vader was een Vlaams-nationalist in hart en nieren, maar hij was geen collaborateur. Ik weet nog dat hij in de tv-reeksen ‘De nieuwe orde’ en ‘De tijd der vergelding’ van Maurice De Wilde werd uitgescholden voor het vuil van de straat, maar geen enkele Belgische krijgsraad heeft hem een dossier ten laste gelegd.

»Ik maak nu een sprong in de tijd, naar de vroege jaren 70. Ik zie ons nog aan een grote tafel zitten bij bouwondernemer Walter Kunnen: mijn vader, oom Hector, mijn oudste zus, een jonge kerel die later Gerolf Annemans bleek te zijn, en Karel Dillen. Ik zat daar zeer tegen mijn zin, want ik had een kater. Plotseling stonden mijn vader en mijn oom Hector op. Ze riepen synchroon, in de richting van Annemans en Dillen: ‘Heren, daar doen wij niet aan mee!’ Pas véél later bleek dat die dag, aan die tafel, het Vlaams Blok werd opgericht. Op het sterfbed van mijn vader wilde Karel Dillen hem nog een laatste groet komen brengen, maar vader wilde hem niet meer zien. Arthur was zéker een Vlaams-nationalist, maar géén racist.»

HUMO Je vader schreef ook voor ’t Pallieterke – vrij scherpe Vlaams-nationalistische analyses over Hendrik de Man, Cyriel Verschaeve en Joris van Severen. Hij was ook medewerker van Kerk in Nood/Oostpriesterhulp, met aan het hoofd Werenfried van Straaten, de Spekpater. Toen ik eind jaren 70 het Spekpaterdossier voor Humo schreef, gaf Arthur De Bruyne mij er in ’t Pallieterke stevig van langs.

DE BRUYNE «Mijn vader publiceerde in diverse kranten, onder verschillende pseudoniemen. Hij had acht schuilnamen. Echt tot hem doorgedrongen ben ik nooit. Dat liet hij niet toe. Hij is zeer langzaam doodgegaan, heeft zijn kaars stilletjes laten uitdoven. Hij had geen kanker, geen hartproblemen, hij had simpelweg genoeg van het leven.»

Kris De Bruyne 2014 singer-songwriter 
Reportage 'Het lieve leven en hoe het te lijden: Kris De Bruyne' Beeld Charlie De Keersmaecker Humo
Kris De Bruyne 2014 singer-songwriter Reportage 'Het lieve leven en hoe het te lijden: Kris De Bruyne'Beeld Charlie De Keersmaecker Humo

HUMO Wat bond de broers Hector en Arthur? Waarin was hun idealisme geworteld? Het lijkt iets waar wij niet meer bij kunnen, iets vooroorlogs?

DE BRUYNE «Onze ouders hebben niet één, maar twee wereldoorlogen meegemaakt. Mijn vader was rechts én conservatief, maar tegelijk vrijzinniger dan je zou vermoeden. Links vond dat hij in zijn boeken de geschiedenis vervalste. Maar tegelijk kon rechts niet verdragen dat hij de héle waarheid, ook de minder fraaie kanten, van bijvoorbeeld Joris van Severen beschreef. Vader stond eigenlijk nérgens: niet links, niet rechts. Zijn Vlaamse engagement was puur intellectueel. Hij bleef tot zijn dood herhalen dat de Duitsers ‘honderden jonge Vlamingen hadden misleid en de dood ingedreven’. Hij heeft ons ook nooit het flamingantisme trachten in te lepelen: er heeft nooit een leeuwenvlag aan onze gevel gehangen en wij, zijn zonen, konden vrijuit onze artistieke weg gaan. Wij luisterden thuis naar Bob Dylan, Woody Guthrie en The Rolling Stones. En we gingen naar de tentoonstellingen van Picasso, Alechinsky, Roy Lichtenstein en Andy Warhol. We gingen naar het conservatorium en de academie, lieten onze haren groeien en mochten ons kleden zoals wij wilden.»

HUMO Hoe kijk je zelf op dat verleden terug? Met gemengde gevoelens, veronderstel ik?

DE BRUYNE «Pas de laatste twintig jaar krijg ik enig zicht op die periode. En mijn vader? Bij leven bestond er alleen maar dat ijzingwekkende zwijgen. Het leek over iets… onzegbaars te gaan. Alsof hij al op voorhand de hoop had opgegeven om op enig begrip te kunnen rekenen. Mijn moeder liep school in het Frans, kun je nagaan. Wat was haar identiteit? Wat was míjn identiteit? De Duitsers vielen België binnen en de Vlaamse elite zag in hen ‘de kans om aan de Franstalige onderdrukker te ontsnappen’. Zij geloofden dat oprecht. Ik denk dat mijn vader zijn geweten volgde – of dat nu goed gevormd was of niet, daar laat ik mij niet over uit.

»Als je zijn boeken leest, komt hij over als een oprechte, erudiete man, op zoek naar de waarheid. Zeker niet als een kwaadwillige geschiedvervalser. Zijn taal was helder en transparant, zoals hij ook sprak. Zijn grote verdriet is altijd het onbegrip geweest waarop zijn werk is gestoten. Waarom al die schuilnamen? Omdat hij wíst dat de naam ‘Arthur De Bruyne’ verbrand was. En omdat De Standaard en De Gazet van Antwerpen dat van hem eisten. Hij was enorm gehecht aan het detail. En dat heb ik ook. Ik lijk in vele opzichten op hem. Dat minutieuze herken ik meteen.

»Na zijn dood erfde ik vijftig kartonnen dozen vol documenten. Wat daar allemaal in zat! Vader werkte met een heus steekkaartensysteem, met datum, uur en plaats. Wat Churchill of Hitler of Stalin had gezegd: hij noteerde alles met mierenijver. Hij was gefascineerd door politiek en geschiedenis. Ik hoor hem nog zeggen: ‘De familie Leysen (het Vlaamse ondernemersgeslacht, red.), dat is een dossier… daar durf ik nu nog niet aan te beginnen.’ Hij wist veel, hè. Misschien wel té veel. De man moet keihard hebben gewerkt. Hij had geen tijd voor zijn vrouw, geen tijd voor zijn kinderen. Heeft zich nooit verrijkt, heeft nooit zijn eigen voordeel gezocht. Om den brode gaf hij les aan de doofstommen, en klokslag zeven uur ’s avonds trok hij naar boven, naar zijn werkkamer, waar hij zat te typen tot één uur ’s nachts. In de ochtend stond hij op om zes uur en zat hij alweer te typen. Zo is dat zijn hele leven gegaan. Een enigmatische man.»

HUMO Wat dreef hem? De Vlaamse emancipatie?

DE BRUYNE «Echt, ik weet het niet. Hij was onzichtbaar, en toch voortdurend aanwezig. Hij leefde sober, terwijl mijn moeder, met haar Franse opvoeding, een warme, hartstochtelijke vrouw was, als kind piano speelde en van mooie schilderijen en boeken hield. Wij waren met zeven kinderen, zaten met negen aan tafel. En dat met een kleine onderwijzerswedde… Mijn vader was trouwens niet alleen zeer Vlaamsgezind, hij was ook zeer katholiek.»

HUMO En daar kreeg hij dan mei ’68 bovenop, met vier opgroeiende zonen en drie dochters!

DE BRUYNE «Voilà. Dat is het hele verhaal. Op ’t einde van zijn leven ben ik toch goed met hem bevriend geraakt. Ik zei hem: ‘Vader, je ligt hier nu weerloos in je ziekbed. Nu ga ík je vragen stellen. En jij gaat mij eindelijk de waarheid vertellen.’ En hij heeft gepráát, ja. Heel tof. Over thuis en over politiek.»

HUMO Waar sta jíj vandaag de dag op politiek gebied?

DE BRUYNE (lacht) «Ik stem al heel mijn leven op sociale en milieubewuste partijen. Concreet: op de SP.A en op Groen. Zo simpel is dat.»

HET VARKEN

DE BRUYNE «Jaarlijks tekende mijn vader met Kerstmis van ieder kind een portretje, met een typering erbij. Joost was ‘de schilder’, Koen ‘de muzikant’, enzovoort. Boven mijn portret van 1955 stond ‘Kris: de zanger’. Ik heb dat portretje nog – ik was toen vijf jaar. In familiekring zong ik, of vertelde verhalen. Vader plaatste mij op de grote tafel, en ik deed mijn ding. Misschien is daar wel mijn verlangen naar het podium ontstaan (lacht). Het waren de enige momenten waarop ik zeker wist: nu houden ze van mij. Mijn verhalen en liedjes waren altijd pure fantasie, en ze eindigden altijd met dezelfde zin: ‘ …en het varken at de kerstboom op’. Vond ik veel leuker dan de klassieker: ‘En het varken kreeg een lange snuit, en ’t vertellinkje is uit.’

»Wij, De Bruynes, waren op de wereld gezet om het te maken, ieder op zijn gebied. Dat werd bij ons wel gestimuleerd: ‘Wij betékenen iets, wij zijn apart, wij zijn geen middelmatige mensen van twaalf in een dozijn.»

HUMO Wat voor figuur was je moeder? In je boek ‘Hoe mooi mijn moeder stierf / Op weg naar een goede dood’ schrijf je dat ze op haar 96ste nog met de auto reed.

DE BRUYNE «Mijn moeder was een zeer fiere en waardige dame. Ze wou nog zelf haar vuilnisbakken buitenzetten, de avond voor haar euthanasie. Haar hele leven heeft ze als een slaaf en een sloof voor ons gewerkt. Haar kinderen waren álles voor haar. Een paar jaar geleden riep ze mij bij zich: ‘Kris, jij gaat mijn euthanasie regelen.’ Daar schrok ik wel van, ik had het nooit verwacht, dat ze zo doortastend kon zijn.»

HUMO In je boek beschrijf je ook de breuk met twee van je zussen, een schoondochter en drie kleinkinderen: een deel van de familie wilde niets meer met je moeder te maken hebben. Waarop is het stukgelopen?

DE BRUYNE «Eén: mijn moeder was ontzettend dominant. Haar hele leven had ze conflicten met haar al even dominante dochters. Was het jaloersheid? Was het borderline? Ik weet het niet. Twee: na de dood van mijn broers boterde het niet meer tussen vader en moeder. Uiteindelijk zijn ze uit elkaar gegaan, van tafel en bed gescheiden, zoals dat heet. Later zijn ze toch weer bij elkaar gaan wonen, maar met weinig enthousiasme, en voor korte duur. Ik heb met ‘Op weg naar een goede dood’ mijn hommage aan mijn moeder geschreven – einde van het verhaal.»

HUMO Wat heb je uiteindelijk van je ouders geleerd?

DE BRUYNE «Ik zou het niet weten. Er was nauwelijks communicatie. Ik zweefde tussen de vier oudste kinderen en de twee jongste in en heb alles geleerd van mijn oudere broers, Joost en Koen. Zij waren mijn goden, en ze gaven me meer vriendschap dan mijn ouders. Joost leek op mijn vader, Koen en ik meer op mijn moeder. Voor hen was ik het jongere broertje over wie ze zich ontfermden.

»Joost was – net als mijn vader – erg gesloten. Hij is nooit van deze wereld geweest en zat met zijn hoofd in hogere sferen, interstellair. Hij was wereldvreemd, niet praktisch aangelegd. Om Joost te volgen – hij was kunstschilder – ben ik plastische kunsten en grafiek gaan studeren aan het Sint-Lukas in Brussel. En onder invloed van Koen, een pianist, volgde ik notenleer en piano. Zij reikten mij de dingen aan, leerden mij de Meesters kennen. Ik heb ooit een zelfportret gemaakt, in houtskool en Chinese inkt, waarop een collage van mijn helden boven m’n hoofd zweeft: Bob den Uyl, Woody Guthrie, Jan Arends, Picasso, Sibelius, Alechinsky, Strindberg, Bob Dylan, Dürer, Mario Vargas Llosa.

»Koen was bij zijn overlijden nog in volle wasdom: hij was het net aan het maken. In één jaar tijd schoot hij van de volslagen anonimiteit door naar algemene bekendheid. Luister voor de gelegenheid maar ’ns naar de piano-intro’s van ‘Vilvoorde City’, ‘Amsterdam’, of ‘Laat me nu toch niet alleen’ (van Johan Verminnen, red.): dat is Koen ten voeten uit.»

HUMO Heb je een verklaring voor hun vroege dood? Is het te herleiden tot een vreselijk toeval? Of hing er een doem over de familie?

DE BRUYNE (lijkt af te dwalen, alsof hij de vraag wil mijden) «Ik ben een grote fan van de schrijver Bob den Uyl – om je kapot te lachen, onbeschrijfelijk. Ironische observaties van de absurditeit van het bestaan. Je moet maar ’ns ‘De ontwikkeling van een woede’ lezen. In dat verhaal heeft hij het over de wet van Den Uyl: ‘Je vindt niet wat je zoekt, maar alleen dat wat je níét zoekt.’ Als dat geen levensles is (lacht). Ik kan, samen met Den Uyl, niet anders dan concluderen dat het leven zinloos is en de mens een biologische vergissing.

»(In zichzelf) Was de dood van mijn broers toevallig, of voorbestemd? Eerlijk: ik ben er nog altijd niet uit. Mijn moeder vond het in elk geval vreselijk onrechtvaardig.»

HUMO Ken je de Duitse reeks ‘Die Manns’, over het gezin van de schrijver Thomas Mann? Of ken je de geschiedenis van de familie Wittgenstein? Twee kunstzinnige clans die kapotgingen aan de pijn van het zijn.

DE BRUYNE «Ach, die geschiedenissen staan mij in het hart gegraveerd. En Thomas Mann is één van mijn lievelingsschrijvers. Net als zijn zoon Klaus Mann.

»Tja, één broer verliezen is erg. Twee broers, dat is vreselijk. Maar drie? Daar kan je met je verstand niet meer bij (zwijgt).

»Enkele journalisten wreven Joost en Koen zelfdoding aan, maar dat is onzin. Alleen bij mijn jongste broer, de zachtaardige en fijnbesnaarde Lieven, de man die tot dan de familie bij elkaar had gehouden, ging het wel degelijk om zelfmoord. Joost is gestorven aan een CO-vergiftiging, in het schildersatelier van Wannes Van de Velde. Het klassieke geval van gasverwarming met een slechte ventilatie. Koen is bij wijze van spreken in mijn armen gestorven, getroffen door een hersenbloeding. We zouden de volgende ochtend naar Amsterdam sporen om er ‘Ballerina’s’ verder af te werken. Ik begreep er niets van: twee broers kwijt in zestien maanden. ‘Ballerina’s’ is uiteindelijk toch uitgebracht, tegen mijn zin. Nadien volgde ‘Paprika’, en vervolgens heb ik contractbreuk gepleegd en ben naar de VS gevlucht. Ik wilde wég. Wég uit België, wég van het podium, wég van het succes. Ik heb een kleine twee jaar in Amerika gewoond, om weer rust in mijn ziel en in mijn hoofd te vinden.

»Ik heb ook lange tijd, toen Lieven er nog was, gedacht: ‘Geen twee zonder drie. Joost is dood, Koen is dood, nu is het mijn beurt.’ Ik wachtte op de kaap van 31 à 32 jaar: dan zou het gebeuren. Maar nee, het was niet mijn beurt, het was Lievens beurt… Als je zo met de dood bent geconfronteerd, wordt het succes bijzonder relatief. Na ‘Paprika’ ben ik gestopt met liveconcerten, ben marketing en copywriting gaan studeren en heb het eerste audioproductiehuis in dit land opgericht.

»Lieven was in het begin de lichtman van The Kids, de groep rond Ludo Mariman, maar ook hij is daar in die periode mee gestopt. Het was alsof we dachten: ‘Als we brave burgers worden en uit de kunstwereld stappen, overleven wij het misschien.’ Ik wilde een andere weg. Gelukkig is dat jammerlijk mislukt, dankzij mensen als Thé Lau, Michel Bisceglia en gitarist Chris Peeters: zij hebben mij terug op de muzikale sporen gezet. Chris zei me: ‘Ik begrijp je verdriet en je angsten. Maar jij moet opnieuw muziek maken. Jij moet weer dat podium op!’ Maar in die jaren betekende ‘opnieuw het podium op’ voor mij niets anders dan een gewisse dood. Het was een obsessie: ‘Als ik weer optreed, ga ik Joost en Koen achterna.’

»Kijk, jij vraagt: ‘Was het toeval of het noodlot?’ Wel, ik heb een half leven met die vraag geworsteld. Ik geloofde in de doem. (Peinzend) Ik wil niet over mijn lijden spreken. En er zeker niet mee uitpakken. Maar: ik verdrink nog altijd in het verdriet.

»Al die toevalligheden, ook: onze Joost stierf midden in de hype van ‘Ook voor jou’, mijn eerste gouden plaat. Koen kreeg zijn hersenbloeding tijdens de studiosessies van ‘Ballerina’s’. En Lieven beroofde zichzelf van het leven net voor ik in de Ancienne Belgique samen met Jean-Marie (Aerts, red.), Patje (Riguelle, red.) en Luc (De Vos, red.) de persvoorstelling van ‘Westende Songs’ zou doen. Ze kwamen mij voor het televisienieuws interviewen: ‘Hoe voelt dat? Alweer een dode broer?’ (bitter lachje) En ik moest nog een hele reeks concerten spelen. Vreselijke tijden… Je hebt twee mogelijkheden: ofwel laat je het hoofd hangen en ga je kapot, ofwel sla je op de vlucht. Wel, ik bén gevlucht. (Bitter) Over de dood van onze Lieven werd trouwens nauwelijks geschreven, want ja, hij was géén beroemde De Bruyne, hij was maar een eenvoudige lichtman.

»En schuld? Wie zou zich in mijn plaats níét schuldig voelen? Alsof het lot mij had overgeslagen. Waarom zij en ik niet? Kun je je voorstellen hoe mijn moeder zich moet gevoeld hebben? Maar vandaag de dag weiger ik nog in het noodlot te geloven. Het was toeval. Maar ’t heeft mij tientallen jaren gekost om dat in te zien. Lees er maar ’ns de Wittgenstein-biografie van Alexander Waugh op na: ‘De Wittgensteins – Geschiedenis van een excentrieke familie’. Drie van de vijf zonen pleegden zelfmoord… Maar Ludwig werd de beroemdste filosoof van de vorige eeuw: ‘Over het onzegbare moet je zwijgen.’ Zouden wij dat ook niet beter doen?

»Ja, hoe ga je met je demonen om? Stop je ze weg of praat je erover? Ik denk dat de strijd tussen goed en kwaad in ieder levend wezen woedt. Als je op het einde van je leven kunt zeggen: ‘Uiteindelijk heeft het goede gewonnen’, dan heb je juist geleefd. Dat is ook wat ik mijn kinderen probeer mee te geven.»

VAARWEL, AMSTERDAM

HUMO Hoe moeilijk was het om ‘Op weg naar een goede dood’, over de euthanasie van je moeder, te schrijven?

DE BRUYNE «Ik heb dat pamflet zes keer herschreven. Het is en cours de route van 150 naar 30 pagina’s gegaan. En zelfs toen durfde ik het niet uit te geven. Wim Distelmans heeft mij over de streep getrokken en voor een toelichting gezorgd, en Peter De Deyn heeft de inleiding geschreven. Ik ben met opzet niet de larmoyante toer opgegaan. Ik vond: de euthanasie van mijn moeder had iets feestelijks. Zij had altijd gulzig en nieuwsgierig in het leven gestaan. Toen ze oud was, zei ze vaak: ‘Wat heb ik toch allemaal moeten missen!’ Ze las graag Humo (glimlacht). En haar passie was tennis. Tot ver voorbij haar 80ste bleef ze de grote toernooien volgen: Flushing Meadows, Roland Garros, de Australian Open! Ze stond er zelfs ’s nachts voor op. Om de rechtstreekse uitzending niet te missen zette ze de wekker. Haar idolen waren dezelfde als de mijne: Kim Clijsters, Andre Agassi, Justine Henin.»

HUMO Uit je boek blijkt dat je enige reserve voelde bij haar keuze voor euthanasie.

DE BRUYNE «In alle eerlijkheid: ik zat, gezien de breuk met mijn twee zussen, vooral in met wat de gevolgen op de rest van de familie zouden kunnen zijn. Ik wilde niet worden gezien als de initiatiefnemer, als degene ‘die moeder euthanasie heeft aangepraat’. Wim Distelmans ligt geregeld onder vuur, maar de nieuwe wet is messcherp: de voorwaarden voor euthanasie zijn ondubbelzinnig.

»Je mag nooit je ouders aansprakelijk stellen voor je eigen falen. Op een bepaald ogenblik ben je verdorie oud en wijs genoeg om je lot in eigen handen te nemen! Wentel jouw mislukkingen niet af op je ouders, want zij zouden net hetzelfde kunnen met hún ouders. Zo beland je in een eindeloos vluchten en een eindeloos doorschuiven van schuld. Veel mensen vinden mij een klootzak. Maar daar tegenover staat dat een minderheid mij zeer graag ziet. De gelijkgestemden, noem ik ze. Als je op je 60ste nog geen vrede hebt met je ouders, levend of dood, dan scheelt er iets aan jou, niet aan je ouders. Je ouders zijn ooit zélf het kind van de rekening geweest.»

HUMO We hebben het tot nog toe weinig over je muziek gehad. Ik veronderstel dat die muziek je uiteindelijke redding is geweest?

DE BRUYNE «Zonder enige twijfel. Ja zeg, wat een levensgeschenk. Na het album ‘Keet in de lobby’ van 1993, met Thé Lau als producer en featuring Toots Thielemans, regende het concertaanvragen, niet te stuiten. Ik bracht daarna nog acht platen uit en ik tour jaarlijks met een fantastische band het land door. Momenteel ben ik weer volop songs aan ’t schrijven voor een nieuw album, mijn zeventiende als ik goed kan tellen, compilaties niet meegerekend. Ik zeg altijd: ‘Kijk niet achterom, want het beste moet nog komen.’ Als ik doorheen mijn catalogus van meer dan driehonderd liedjes blader, zie ik mijn leven voor mij uitgestald. Ik heb soms zeer autobiografisch geschreven – de ene keer versluierd, de andere keer open en bloot. Maar niet altijd: veel van mijn songs zijn fragmentarisch gebaseerd op werk van schrijvers als P.G. Wodehouse, Simon Carmiggelt, Bob den Uyl, Louis de Bernières en anderen. Ach, er zijn zo veel grootmeesters die mijn werk hebben beïnvloed: Alexander Herzen, Konstantin Paustovski, Curzio Malaparte, Céline en Alvarez.

»Maar je hebt gelijk: zonder mijn muziek had ik het op deze aardkloot niet uitgehouden. Muziek en literatuur zijn balsem voor de gekwetste en gekwelde ziel. Alle kunst, eigenlijk. Dát, en de liefde van een vrouw en kinderen. Met die twee kun je overleven.»

HUMO En dat doen we, voorlopig, nog altijd.

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234