Beeld Digital images

De 7 HoofdzondenJean Pierre Van Rossem

Jean-Pierre Van Rossem: ‘Ik heb het niet geteld, maar ik geloof dat ik in mijn leven zeker met 2.000 tot 2.500 vrouwen naar bed ben geweest’

(Verschenen in Humo 2930 op 29 oktober 1996)

Jean-Pierre Van Rossem heeft een boek geschreven: ‘De nacht van Christus-Koning’ (Uitg. Van Halewyck). De Nobelprijs voor de Literatuur is net uitgereikt, dus daar komt het niet voor in aanmerking. Laten we het dan maar over de Zeven Hoofdzonden hebben: ’t is altijd leuk met een expert te praten.

Gulzigheid

JEAN PIERRE VAN ROSSEM « Ik weet niet eens wat de Zeven Hoofdzonden zijn! Ik kom uit een heel katholiek college, maar ik had zo’n aversie van die brainwashing, dat ik alles uit mijn hoofd heb gezet. Ik zou zelfs geen weesgegroet meer kunnen lezen, al heb ik die in de klas wel tienduizend keer opgezegd.»

HUMO Laten we beginnen met een makkie: gulzigheid.

VAN ROSSEM «Ik zal alle hoofdzonden wel royaal hebben beoefend, maar gulzigheid behoort niet tot mijn specialiteiten. Ik eet niet eens zoveel.»

HUMO Ik heb uitgerekend dat ik ongeveer twee en een halve keer in jou kan. Die imposante lichaamsbouw moet toch ergens vandaan komen.

VAN ROSSEM «Ik drink veel, dat wel. Frisdranken: zeker een liter of tien per dag. Vroeger, toen ik een repetitorenbureau had, krioelde het in mijn kantoor van de lege blikjes. Nu ben ik overgeschakeld op flessen icetea. Daar zitten suikers in, en van suikers blaas je op. Dát is het.»

HUMO Wat daar hangt, is dus geen bierbuik.

VAN ROSSEM «In mijn junkieperiode was ik goed op weg alcoholist te worden, maar dat heb ik kunnen stoppen. Ik ben voor het laatst dronken geweest in Venetië, toen ik mijn huidige vrouw leerde kennen. Nu drink ik hooguit nog een wijntje als ik op restaurant ga. En daar mogen ze mij altijd nouvelle cuisine voorschotelen: kleine hoeveelheidjes. Toen ik er nog het geld voor had, kon het mij niet schelen 400 kilometer te rijden om in een klasserestaurant te gaan eten. Maar orgieën á ‘La grande bouffe’ zeggen mij niks. Ik eet trouwens maar één keer per dag: alleen ‘s avonds, en dan nog met mate.»

HUMO Hoe kom je dan de dag door?

VAN ROSSEM «Ik sta op onmogelijke tijdstippen op. Vanochtend heb ik tot acht uur ‘De geruchten’ van Hugo Claus zitten lezen, nog altijd de enige echt goeie schrijver in Vlaanderen. Het werk van Claus is zeer ongelijk van niveau. Ik heb nog nooit een mens ontmoet die ‘Het verdriet van België’ in één keer heeft kunnen uitlezen. Zelf heb ik het in mijn bad gelezen, zes maanden na elkaar, en ik viel er telkens weer hij in slaap. ‘Belladonna’ vond ik een afschuwelijk boek. Maar ‘De geruchten’ is één van de beste Vlaamse romans van de laatste tien jaar. En ik denk, zonder valse pretentie, dat mijn nieuwe boek er zeker niet voor moet onderdoen. Het zijn allebei boeiende verhalen, met dat verschil dat je bij mij de eerste honderd bladzijden moet zien door te komen: daar hadden ze veel heftiger in mogen schrappen. (Steekt een Belga op)

HUMO Rook je nog altijd zoveel?

VAN ROSSEM « Dat is fel verminderd. Vroeger rookte ik acht pakjes per dag, nu nog twee. Ik heb altijd mijn briquet in mijn handen. Ik vrij zelfs met mijn aansteker in mijn handen. Maar ik rook alleen maar het topje van mijn sigaret op. Ooit heeft men mij een flink bedrag aangeboden om in elk tv-programma mijn pakje Belga rechtop te zetten. Dat was nog in de tijd toen ik om de haverklap in allerhande idiote tv-panels zat. Maar dat aanbod heb ik afgeslagen.»

HUMO Was je druggebruik destijds een kwestie van gulzigheid?

VAN ROSSEM «Nee, een kwestie van nieuwsgierigheid. Ik was al heel jong geboeid door alle soorten schrijvers, en zeker door schrijvers die drugs gebruikten, te beginnen met Baudelaire. Ik wou het ook eens proberen, om te kijken welk effect het had. Je begint met shit, maar na een tijdje vind je daar niks meer aan. Dan wordt het pervitine, coke, morfine, en uiteindelijk spuit je heroïne. Je denkt altijd maar: ik heb het onder controle, maar dat maak je jezelf wijs. Je bent verslaafd voor je het weet. Op het einde woog ik nog 42 kilo.»

HUMO En nu?

VAN ROSSEM «109. Het valt nog mee: ik kom van 135 kilo... Toen ze mij in de jaren 70 oppakten, spoot ik zeker twaalf keer per dag. In de gevangenis heb ik het afgeleerd. Ik denk niet dat ik er anders van af was gekomen. Niet dat die aanpak verantwoord is, want voor dezelfde prijs was ik erin gebleven. Van vandaag op morgen afkicken van drie gram heroïne naar nul, dat is keihard. Maar van al diegenen die destijds met mij spoten, is er nog maar één in leven. Al de rest heeft zich doodgespoten.»

Hoogmoed

HUMO Er is een tijd geweest dat je miljardair-in-dollars wilde worden. Getuigde dat van gulzigheid of van hoogmoed?

VAN ROSSEM «Dat hield gewoon verband met mijn eerste opsluiting. lk stelde vast dat de waarde van een mens werd afgemeten aan het aantal nullen dat hij op zijn bankrekening had staan. Hoe meer nullen, hoe meer respect je kreeg. Ik had gezworen: als ik buitenkom, word ik ofwel terrorist bij de Baader-Meinhof- Groep - dat geluk heb ik niet mogen beleven, nog voor ik buitenkwam, hadden die mensen zich met behulp van de Duitse Staatsveiligheid van kant gemaakt - ofwel word ik miljardair.

»Toen ik uit de gevangenis kwam, had ik geen rotte frank. Ik kwam in Gent in een boekhandel en daar stond een vrouw in een peperdure jurk met een boek van Karl Marx in haar handen. Ik stapte naar haar toe en vroeg: ‘Hoe kan een bourgeoise als u nu Karl Marx lezen?’ Maar het bleek een heel interessante dame te zijn. Zij werd mijn eerste vrouw.»

HUMO Volgens de stamboom die in je nieuwe boek staat, was je al eens eerder getrouwd. Of is dat fictie?

VAN ROSSEM «Nee, dat klopt. Mijn eerste huwelijk had te maken met een weddenschap uit mijn studententijd. Ik zat met kennissen op de tram in Gent en ze zeiden: ‘Als je er hier eentje uitpikt, betalen we je 25 bakken bier.’ Dat huwelijk heeft één dag standgehouden.

»Mijn tweede vrouw had linkse ideeën maar was veel luxe gewend: dure kleren, juwelen. Haar eerste man - zij was ook al getrouwd - was namelijk een industrieel. Ik begon weer met een repetitorenbureau, maar hoe ik mij ook uit de naad werkte, zij maakte zoveel geld op dat ik het niet kon bijhouden. Toen dacht ik: al mijn studenten zijn zoons van rijke sloebers. Als we die nu eens allemaal een pot lieten maken om op de beurs te spelen, en ik pak een percentje van de winst? Zo is het begonnen. Geld op zich heeft mij nooit geïnteresseerd. Ik had het idiote idee: ik wil in de Fortune staan, bij de 175 mensen die één miljard dollar hebben. Dat miljard was een magisch getal. Hadden ze mij gevraagd: ‘Wat ga je daarmee doen?’, ik had er niet op kunnen antwoorden. En al bij al vind ik het een geluk dat ik het allemaal weer kwijt ben.»

HUMO Want geld maakt niet gelukkig.

VAN ROSSEM «Je hebt er alleen maar last mee. Je kunt één, twee, drie, tien Ferrari’s kopen, maar geen vijfhonderd. Zodra ik de centen had, kocht ik waar ik zin in had: ik zag iets en ik kocht het. Maar dan heb je er geen plezier aan. Ik had veel meer lol aan mijn eerste Ferrari, waar ik twee jaar voor heb moeten sparen, frank per frank.

»Destijds kocht ik ook veel kunstwerken. Het impressionisme, Cobra, het kubisme heeft mij altijd sterk aangetrokken. Maar ook daar heb ik niets van overgehouden, behalve één valse Delvaux. Nu ja, een valse: er zijn geen papieren bij, dus is hij niks waard. Maar hij is nog altijd mooi.»

HUMO Wat was je grootste folietje in je glorietijd?

VAN ROSSEM «De Grote Prijs van Monaco. Toen had ik een jacht van 55 miljoen dollar ingepikt. We hadden ik weet niet hoeveel liter champagne aan boord, er werd ongelofelijk gefuifd en geschranst. Kennissen zeggen nu: ‘Dat was toch je van het!’ Maar als ik eraan terugdenk, was het de totale decadentie. Ik had nog wel linkse ideeën, maar ik leefde zo rechts als de pest. Het was een krankzinnige tijd, ik ben blij dat het voorbij is.»

HUMO Je hebt ooit gezegd: zodra mijn zoon 18 wordt, kan hij beschikken over een spaarboekje waar een fortuin op staat. Hoe oud is hij nu?

VAN ROSSEM «Hij is 18 geworden. De geruchten over dat spaarboekje werden destijds verspreid door de financier Mahieu. Zelf heb ik nooit iets op een rekening van mijn kinderen gestort, maar misschien heeft mijn vorige vrouw dat gedaan. Zij had een drankprobleem. Op een bepaald moment heb ik haar gezegd: ‘Je volgt een ontwenningskuur in Tienen of ik pak mij een lief.’ Ze heeft die kuur een maand volgehouden, maar daarna was het nog erger. Ik héb dus een lief gepakt - mijn huidige vrouw - en in een dronken bui heeft mijn ex toen gezegd: ‘Ik zal je ruïneren.’ Later heb ik op een hele rare manier 591 miljoen dollar kwijtgespeeld. Het is niet ondenkbaar dat zij met iemand een deal heeft gesloten: ‘We pakken hem al zijn geld af en jij geeft mij zoveel.’ Dat deel kan ze op een Zwitserse rekening van mijn oudste zoon hebben gestort.

»We hebben al een tiental brieven naar de bank gestuurd om te weten wat ervan aan is. Het antwoord is: ‘On ne peut ni conformer, ni infirmer.’ Ze moeten eerst onderzoeken of onze advocaat wel een echte advocaat is, of de notaris wel degelijk een notaris is... We moesten 120 Zwitserse frank storten voor het opzoekingswerk en 4 Zwitserse frank voor de formulieren. Aan een bank die per jaar 30 miljard frank winst maakt, nota bene.

»Eerlijk gezegd, ik denk niet dat er ook maar één frank op zo’n rekening staat. Ik zou het ook beter vinden dat er niks is. Mijn zoon studeert nu Romaanse filologie - aan de Katholieke Universiteit van Leuven, ongelukkiglijk genoeg. Stel dat hij morgen over zo’n groot bedrag kan beschikken - men spreekt van 175 miljoen dollar - waar moet hij dan in godsnaam de motivatie halen om voort te studeren?»

Gierigheid

HUMO Men kan je moeilijk verwijten dat je krenterig was: toen je in het geld zwom, deelde je royaal fooien uit.

VAN ROSSEM «Dat doe ik nog altijd, in de mate van het mogelijke. Ik zou niet weten wat gierigheid is. Eén van mijn grootste pleziertjes is: in de kerst- en nieuwjaarsperiode cadeaus te kopen. Nu ik zonder geld moet leven, zorg ik ervoor dat ik tegen de eindejaarsperiode een boek klaar heb, zodat ik geld heb om geschenken te kopen. Ook met Sinterklaas: de hele tafel moet vol speelgoed liggen. Om die traditie in stand te houden, zou ik mij uit de naad schrijven.»

HUMO Bij je laatste huwelijk zwaaide je met bankjes van 5.000 frank.

VAN ROSSEM «Die kwakkel moet nu toch eens rechtgezet worden. Ik ben getrouwd in Aaigem, omdat één van mijn advocaten daar woonde en omdat het daar rustig is. Er kwam een stoomtrein aan te pas. Toen die trein op gang kwam, zei mijn advocaat: ‘Wij hebben hier een traditie: als er iemand een touw spant, gooit de trouwer er wat geld overheen.’ Dus ik ga in mijn zakken, en daar zaten gewoon een paar biljetten van 5.000 in. Ik heb juist geteld drie briefjes van 5.000 naar buiten gegooid. Had ik kleingeld gehad, had ik natuurlijk kleingeld gesmeten.»

HUMO Mensen die de Lotto winnen, krijgen nogal wat bedelaars aan de deur. Had jij, als beursgoeroe, daar constant last van?

VAN ROSSEM «Onvoorstelbaar. Dag in dag uit draaide er een paar honderd man rond mijn gat. Als beerputwormen kronkelden ze zich in allerlei bochten met maar één doel voor ogen: mee profiteren. Een deel van mijn personeel heeft mij voor honderden miljoenen bestolen. Maar ik heb ook veel geld weggegeven: er hebben weinig mensen aangeklopt die niet werden geholpen. Natuurlijk liet ik mij niet zomaar bedotten. Ik weet nog goed dat er iemand kwam zeggen dat ze een zoontje had dat in Amerika moest worden geopereerd. Dat zou 5 miljoen kosten. Ik zei: ‘Geen probleem, geef ons het adres van de dokter, we zullen het betalen.’ Toen bleek ze niet eens een zoontje te hebben!

»Over hulporganisaties had ik zo mijn twijfels. ik geef niet zomaar geld aan de Homeless Children of St. Petersburg. Nee: tóón mij die kinderen, dan kan ik iets doen. Een tijd geleden wilde ik iets organiseren voor kinderen met mucoviscidose: daar konden we een miljoen of 20 voor verdienen. Toen de voorzitster van de mucoviscidosevereniging zei: Nee, meneer Van Rossem, we doen het niet, want we willen niet dat onze vereniging in opspraak komt door met u samen te werken’, voelde ik mij serieus in mijn gat gebeten. De pretentie van die mensen! Kennelijk is hun vereniging belangrijker dan de kinderen waar ze voor werkt.»

HUMO Is er iets waar je minder gul in bent? Ben je gierig in het geven van affectie?

VAN ROSSEM «Mijn vader was gierig met affectie. Hij was enorm geremd, hij kon zijn gevoelens niet uiten. Huilen, dat mocht niet. Kussen evenmin. Dat was allemaal een teken van zwakheid. Toen mijn broertje overreden werd door een vrachtwagen, trok mijn vader zich terug om te huilen op een plaats waar niemand hem kon zien. Je mag toch huilen als je een kind kwijt bent? Dat heeft toch niets met zwakheid te maken? Dat miste ik ook bij Paul Marchal, de vader van An. Zijn dochter is vermoord, en tijdens de begrafenis bestaat hij het een speech van een halfuur af te steken. Daar klopt iets niet. Meneer Lambrecks, de vader van Eefje, is tenminste een gewone mens, met gewone emoties; geen machine die zijn gevoelens achter stoere taal verbergt.

»Voor de rest was mijn vader een aardige man: hij kon urenlang vertellen uit boeken van ‘Suske en Wiske’, poppenkast spelen... Maar je verwacht iets anders van een vader. Ik vergeef hem niet dat ik ben opgevoed in een gezin waar gevoelens taboe waren.»

Gramschap

HUMO Je vader was een kind van zijn tijd. Waarom val je hem persoonlijk aan?

VAN ROSSEM «Omdat ik zo’n enorme behoefte aan affectie had! Mijn kleinste is nu 4 jaar. Die komt geregeld zeggen: ‘Papa, je t’aime. Je t’aime á Ia folie!’ Had ik dat thuis gezegd, ze waren meteen naar de psychiater gelopen. Beetje bij beetje zijn daar spanningen over ontstaan, en de kloof is onoverbrugbaar geworden. Een jaar of drie geleden dacht ik nog: ach, laten we er de spons over vegen, het leven is te kort. Ik sprak toen al jaren niet meer met mijn vader, tenzij via de pers. In één van de blaadjes had hij gezegd: ‘Ik hoop dat alles wordt bijgelegd op mijn vijftigste huwelijksverjaardag.’ Dus zei ik tegen mijn vrouw: ‘Allez kom, de spons erover. We hebben nu vijftig jaar ruzie gemaakt, ik ga ernaartoe.’

»Maar toen ontstond die hele massahysterie rond de dood van koning Boudewijn. Ik kreeg het er zo vreselijk van op mijn heupen, dat ik bij de kroning van Albert in het parlement riep: ‘Vive la République!’ En toen zei mijn vader weer in het Brugsch Handelsblad: ‘Ik wist niet dat ik zo’n monster van een zoon had.’ En hij schreef een brief naar de koning om zich te verontschuldigen. Daarna heb ik geduldig afgewacht. Ik dacht dat hij mij zou uitnodigen op zijn jubileum, maar alleen mijn oudste zoon mocht komen. Toen dacht ik: ik geef het op. Ik denk dat het voor ons beider zielenrust misschien beter is dat we elkaar nooit meer zien. Maar mijn haatgevoelens tegenover hem zijn weg.»

HUMO Wat een beetje massahysterie al niet kan teweegbrengen.

VAN ROSSEM «Ik erger mij mateloos aan wat de pers nu weer aan het doen is: precies hetzelfde als bij de dood van koning Boudewijn. De VTM-isering, het volkser maken van de pers... Van de week (We spraken elkaar net voor de Witte Mars, red.) blokletterde Het Laatste Nieuws: ‘België beeft’. Jezus Christus, er stonden maar een paar duizend mensen op straat! Wij hebben destijds met honderdduizenden tegen de raketten betoogd, en ze veegden gewoon hun kont aan ons. Als je ziet dat kwaliteitsbladen als De Morgen daar nu ook al aan meedoen...

»De zaak-Dutroux was geen nachtmerrie voor de grote massa. Denk maar aan de grapjes die er op café over werden gemaakt. Ik zat toevallig op een terras in Brugge toen de uitspraak over Connerotte moest vallen. Ik heb daar niets van commotie gezien, de mensen liepen niet naar de radio, niemand sprak erover. Maar de kranten hadden er de mond van vol: ‘Er komt een revolutie!’ Er is verdomd meer nodig om een revolutie te maken. Als we er een revolutie van konden maken, zou ik de eerste zijn om mee te doen.

»De beslissing van het Hof van Cassatie was heel wijs. Tenslotte zijn we het toch allemaal over een aantal dingen eens: ten eerste, dat een vent als Dutroux nooit meer vrijgelaten mag worden; en ten tweede, dat Connerotte een held is, al was het maar omdat hij twee kinderen levend uit de klauwen van dat crapuul van een Dutroux heeft gehaald. Maar die Belgische juristen en journalisten zouden toch eens dringend naar de arresten van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens moeten kijken. Mensen die schuldig zijn, kunnen vrijkomen als er een schijn van partijdigheid is. Dus wat zou er gebeurd zijn als Cassatie die voorzorgsmaatregel niet had genomen? Er was een zeer redelijke kans dat de advocaten van Dutroux na zijn proces naar Straatsburg waren getrokken, dat daar zijn hele dossier nietig werd verklaard en dat hij op vrije voeten kwam.

»Men beweert nu in de pers: ‘Ze willen alles in de doofpot stoppen.’ Maar daar geloof ik niks van. Net zo min als ik geloof dat er in de zaak-Dutroux grote koppen zullen rollen. Ik kan mij niet inbeelden dat er in dat sekscircuit grote namen voorkomen. Misschien vinden ze die wel in een andere zaak. In het parlement hebben wij ooit een dossier in handen gekregen over een pedofielennetwerk in het kader van de Teutoonse Orde. Dat netwerk schijnt al 25 jaar te bestaan. In die zaak ging het om kinderen - meestal jongens - die door de rechter waren geplaatst. Ze werden met een busje opgehaald en naar Brussel gebracht, kregen een papje met drugs erin, en daar kwamen dan zogenaamde hooggeplaatsten op af. Omdat dat dossier afkomstig was van een man die in mijn ogen zo gek als een achterdeur is, zijn we er niet diep op ingegaan. Maar toen we daar een beetje in gingen zoeken, heb ik wél gemerkt dat we alle dagen telefoontjes kregen... Dat leek er toch op te wijzen dat er iets was.

»Ik geloof dat vader Marchal dat dossier aan Connerotte heeft gegeven. Er kwam onder meer de naam van een hoge magistraat in voor. Maar ik kan mij echt niet voorstellen dat het Hof van Cassatie iemand de hand boven het hoofd houdt en zegt: ‘Die vent gaan we nu beschermen.’

»Ik erger mij ook mateloos aan de rol van vader Marchal in die hele zaak. Hij is heel waarschijnlijk een braaf, katholiek mannetje. Maar de manier waarop ze hem op tv brengen... Die man beseft niet dat ze hem van camera naar camera sleuren en dat ze hem de dingen laten zeggen die zij graag gezegd krijgen. Hij is het slachtoffer van de pers, ik vind het heel jammer dat hij dat niet inziet.»

‘Het liefst ben ik helemaal alleen. Ik heb er een hekel aan als de bel gaat en ik moet gaan opendoen. Dan moet ik gaan babbelen met de mensen, en ik heb geen zin meer om te babbelen.’Beeld Humo

Onkuisheid

VAN ROSSEM «Mijn lievelingszonde! Die heb ik continu bedreven, tot ik mijn huidige vrouw heb leren kennen. Ik heb het niet geteld, maar ik heb het gevoel dat ik in mijn leven zeker met 2.000, 2.500 vrouwen naar bed ben geweest. Ik heb daar ook een verklaring voor. Als kind was ik heel lelijk, met een mooie vrouw naar bed gaan was een vorm van zelfbevestiging. Tussen mijn 14de en mijn 20ste stond mijn hele leven in functie dáárvan. Ik hield zelfs alles in een boekje bij. Dat ben ik helaas kwijt, maar ik denk dat er in Brugge geen enkele mooie vrouw rondliep die niet met mij in bed heeft gelegen. En later werd de wereld groter dan Brugge. Ik leerde Gent kennen. En nog later Parijs en Londen. Ja, de zonde van de onkuisheid heb ik maximaal bedreven.»

HUMO Had je een verleidingsstrategie?

VAN ROSSEM «Ik had een geijkte techniek: ik observeerde vrouwen en probeerde op die manier iets heel persoonlijks over hen te weten te komen. Dan schreef ik een gedichtje waar het woord ‘ik’ niet in voorkwam, alleen maar jij . Duizenden gedichtjes heb ik zo geschreven: in dancings, theaters, operagebouwen... En het marcheerde altijd.»

HUMO Zien vrouwen ook iets romantisch in rijke mannen?

VAN ROSSEM «Toen ik fortuin had gemaakt, kreeg ik geregeld brieven van vrouwen met naaktfoto’s, met het nummer van hun bankrekening op de achterkant, bij wijze van spreken. Op die manier was er voor mij geen plezier aan. Wat mij ook niet aantrekt zijn dingen als partouzes, naar bed gaan met heel jonge meisjes... Hoewel, een meisje van 16 dat er heel vrouwelijk uitziet, ik zie niet in waarom wij daar niet mee in bed zouden mogen kruipen. Beneden die leeftijd lijkt het mij ondenkbaar. De jongste waarmee ik ooit in bed heb gelegen was 16, de oudste 81.»

HUMO Denk erom: als je liegt, kan ik je straks de absolutie niet geven.

VAN ROSSEM «Die oude dame was een verovering uit mijn studententijd. Ik heb altijd enorm veel van theater gehouden en een enorme bewondering gehad voor Hugo Claus. Alleen al het feit dat hij destijds van huis was weggelopen en naar Parijs was gegaan, had een diepe indruk op mij gemaakt. Dus wou ik naar Parijs, naar het theater - gewoon om Claus te imiteren.

»Op weg naar Parijs zag ik een witte Rolls-Royce met pech naast de weg staan. Achterin zat een oude dame met een grote hoed... Ik ben een dag of veertien in Parijs gebleven, en op den duur wilde ze met mij naar bed. Later kocht ze voor mij zelfs een Ferrari. Ik heb er nog een tijdje mee gekoerst, daarna heb ik ’m verkocht voor 60.000 frank: van collectiewagens was toen nog geen sprake. Later heb ik geprobeerd ’m terug te kopen op een veiling in Monaco: daar vroeg men er 250 miljoen voor. Om maar te zeggen hoe krankzinnig deze wereld is.»

HUMO Zwijg stil. Maar wat mij tegenviel is, dat de ‘Bordelengids’ die destijds onder jouw naam is verschenen, eigenlijk niets met jou te maken had.

VAN ROSSEM «Ik heb er geen regel van geschreven, evenmin als van ‘Hoe word ik stinkend rijk?’ Die twee boeken heeft Jef Meert geschreven, die ik, tussen haakjes gezegd, een ordinaire hoer vind. Hij heeft gevraagd of hij er mijn naam op mocht zetten, dat wel. Maar in die tijd maakte ik voor zijn uitgeverij ook stripverhalen met Erik Meynen. Toen ik in het parlement ‘Vive la République’ had geroepen, kregen we plotseling te horen dat er geen derde deel meer zou verschijnen! Hoe moet je zo iemand dan noemen?»

Nijd

HUMO Ben je ooit afgunstig geweest?

VAN ROSSEM «Ik kan heel nijdig zijn, ik kan mij mateloos ergeren, maar ik ben nooit jaloers geweest op kennissen. Ik zeg ‘kennissen’, want vrienden wil ik niet hebben. Het liefst ben ik helemaal alleen. Ik heb er een hekel aan als de bel gaat en ik moet gaan opendoen. Dan moet ik babbelen met de mensen, en ik heb geen zin meer om te babbelen.

»Maar goed, kennissen zeggen soms: ‘Doet het nu geen pijn als je ziet dat die of die een nieuwe Ferrari heeft?’ Bah nee, ik vind het prima dat ze er één kunnen kopen. Ik ben ook niet jaloers op een schrijver die beter schrijft dan ik. Afgunst is mij volkomen vreemd.»

HUMO Ben je nooit jaloers geweest op mensen die minder last hebben van hun groot verstand?

VAN ROSSEM «Och, ik ben niet zo verstandig, dat is een mythe die mijn vader heeft geschapen. Ik ben helemaal geen genie. Ik studeerde vlot, ik had een goed geheugen - daar begint nu ook al sleet op te komen - en ik was creatief. Ik zag de arbeidswaarde-theorie van Marx en dacht: daar zitten fouten in, laten we iets anders zoeken. Toen heb ik de energiewaardetheorie opgesteld. Maar mijn resultaten aan de universiteit waren niet zo briljant: ik heb twee keer onderscheiding gehad, en ik was er altijd in juli door. Behalve in het eerste jaar: toen wou ik in juni naar de Tour de France kijken, tot grote wanhoop van mijn vader.»

HUMO Na je financieel debacle wilde iedereen je vel. Misschien was dat wel een blijk van opgekropte afgunst.

VAN ROSSEM «Op een paar uitzonderingen na heeft iedereen mij als een baksteen laten vallen. Dat was een vreselijke ervaring. Er zat ook een heel groot stuk politiek bij: vier dagen voor de verkiezingen werd ik aangehouden, op grond van beschuldigingen samengeflanst door André Rogge, de fameuze detective in de zaak-Cools. De bedoeling was, dat ik niet verkozen zou worden en geen parlementaire onschendbaarheid zou genieten. Dat heeft mij pijn gedaan. Mijn vrouw zegt dat ik daarna nooit meer dezelfde ben geweest. Maar ja, op dat moment was ik politiek gevaarlijk, ik moest neergesabeld worden. Toen Mark Uytterhoeven mij uitnodigde voor ‘Het Huis van Wantrouwen’, kwam Jan Ceuleers meteen tussenbeide: ‘Nee, Van Rossem mag niet meer op de buis, er loopt een proces tegen hem.’ Ik dacht dat we in een land leefden waar je onschuldig bent zolang er geen vonnis is dat in kracht van gewijsde is gegaan. In drie en een half jaar politiek ben ik één keer in ‘De zevende dag’ geweest - niet over een politiek onderwerp, maar met die ‘Bordelengids’. Ik heb nooit één enkel politiek interview kunnen geven. Dat financiële schandaal kwam dus wel heel erg gelegen.»

HUMO inmiddels ben je in beroep tot vijf jaar gevangenisstraf veroordeeld. Maar juridisch ben je nog lang niet uitgeteld.

VAN ROSSEM «Als ze willen dat Van Rossem vijf jaar in de bak zit, bon, dan zal ik vijf jaar in de bak zitten. Voor een ander. Voor een aantal gasten voor wie ik mijn muil heb gehouden. Dat vind ik fundamenteel fout, dáárom heb ik tegen mijn advocaten gezegd: ‘Jullie gaan knokken, tot in Straatsburg toe.’

»Dat hele gerechtelijk onderzoek leek nergens op. Iedereen wist dat ik zat te liegen dat het kraakte, dat wij voor iedere confrontatie afspraken wat we zouden zeggen, dat ik alle schuld op mij zou nemen. Dat had te maken met mijn cowboyverleden. Ik had gezegd: ‘Als er iets fout loopt, schuif het dan maar in mijn schoenen.’ Tot ze dat nog deden ook! Achteraf vond ik het heel kras dat ik alléén voor alles moest opdraaien. Als wij de onderzoekers wezen op dingen die niet konden, wilden ze dat niet eens onderzoeken. In geen geval wilden ze weten waar al die miljarden vandaan kwamen. Er kwamen destijds mensen naar mij toe met één miljard, drie miljard, vijf miljard... Nooit werd hen de vraag gesteld: ‘Hoe bent u eigenlijk aan al dat geld gekomen?’ Integendeel, diegene die het onderzoek deed, zei: ‘Fiscaal moet je je daar niets van aantrekken, we zullen ervoor zorgen dat je geen problemen krijgt.’ En dat hebben ze ook zo geregeld: ze hebben het dossier fiscaal ontdubbeld. Alle kleintjes die ertussen zaten, moesten naar de fiscus; alle groten werden met rust gelaten.»

HUMO Denk je dat je ooit echt in de cel belandt?

VAN ROSSEM «Nee, dat lijkt mij uitgesloten. Ik denk ook dat ik het niet meer kan opbrengen. Ik heb vier jaar gezeten als druggebruiker. Toen had ik geen familie, geen kinderen... Wat kon het mij verdommen? Maar wie wordt er gestraft als ze mij nu vijf jaar opsluiten? Mijn vrouw en kinderen.

»Een vrijspraak zal ik nooit krijgen, maar men zal de zaak rekken tot ze verjaard is. Destijds heeft men die affaire zo opgeblazen, dat ze wel een gerechtelijk staartje móést krijgen. Maar zodra ik uit de politiek verdwenen was, dachten ze: wat moeten we nu met dat dossier? Ik had de indruk dat het hof van beroep er meer verveeld mee zat dan ikzelf. Dat blijkt ook uit hun arrest, dat geschreven is in de stijl van: ‘God, ga maar naar Cassatie, daar zullen ze het wel verbreken.’ Het hof van beroep moet, zoals elke rechtbank, een antwoord geven op alle geschreven conclusies van je advocaten. En op één conclusie van mijn advocaten hebben ze gewoonweg niet geantwoord. Dat was met opzet, zulke fouten maakt zelfs een beginnende rechter niet. Ze hebben dus een opportuniteitsarrest geveld en ons op een presenteerblaadje een uitweg aangeboden: ‘Ga naar Cassatie, zodat wij ervan af zijn.’ Er zijn zoveel procedurefouten gemaakt, dat we die zaak voor Cassatie zeker winnen, anders is er in België zelfs geen minimum aan recht meer.»

HUMO Misschien kom je ooit nog in de hemel: het oplichten van rijkelui behoort niet tot de zeven hoofdzonden.

VAN ROSSEM «Het zou vaker moeten gebeuren! In het kader van de herverdeling van de inkomsten zou het bij wet moeten worden aangemoedigd. Ze zijn tenslotte allemaal rijk geworden door te sjoemelen. Tien jaar lang heb ik niks anders gezien! Al die mensen die nu zogenaamd ‘gedupeerd’ zijn, wisten dat ze een zeker risico namen, het gebeurde allemaal met medeweten ván... Trouwens, als ik echt geld van hen had gepikt, dan zat ik hier nu niet. Een contract op iemand zijn kop kost tenslotte maar 100.000 frank.»

Hovaardigheid

HUMO Jarenlang heb je gedacht: ik kan mij alles permitteren, mij kan niets gebeuren. Was dat hovaardigheid?

VAN ROSSEM «Ik denk het wel. Er was een zekere fierheid mee gemoeid. Ik kom bij wijze van spreken uit de goot, en ik wilde het absoluut waarmaken.» 

HUMO Hoever reikte je hubris? Dacht je: ik kan alles doen wat God en gebod verbiedt?

VAN ROSSEM «Ik heb in elk geval nooit gedacht dat ik mijn hele fortuin in één klap kon verliezen. Ik dacht: er is zoveel geld, mij kan nooit iets gebeuren. Dan voel je je onkwetsbaar. En je leeft er ook naar. Nu moeten wij rondkomen met 60.000 frank per maand; vroeger gaf ik zoveel drinkgeld in de Villa Lorraine. Je wordt ook totaal wereldvreemd. Als men mij destijds zaken van 20 of 25 miljoen kwam voorstellen, zei ik: ‘Dat is peanuts, daar speel ik niet in mee.’ Als ze mij nu 20 miljoen zouden geven, kocht ik meteen een Ferrari F50, zodat ik tenminste weer een deftige auto onder mijn kont heb. Dat is het enige wat ik echt mis.»

HUMO Je stelde je ook graag aan tegenover simpele zielen, bijvoorbeeld een agent die je zoveelste snelheidsboete uitschreef.

VAN ROSSEM «Dat heeft niets te maken met rijk of arm zijn. Aan flikken heb ik een hekel van toen ik nog maar twee voet hoog was. Ik kan gewoon geen autoriteit verdragen. Ik heb een zwager die flik is. Hij weet heel goed dat hij hier niet in uniform mag binnenkomen, of ik klop erop. De hoofdcommissaris van Grimbergen is een heel joviale man. Als hij hier in burgerkleren komt, kan ik een uur met hem zitten babbelen. Maar als hij in zijn kostuum aan mijn deur staat, barst ik uit mijn vel. lk ben altijd allergisch geweest voor uniformen: agenten, rijkswachters, militairen - ik braak als ik een uniform zie. Dat komt waarschijnlijk doordat ik een autoritaire opvoeding heb gekregen, zowel op school als thuis. Op mijn 40ste zei mijn vader nog altijd: ‘Je moet je haar laten knippen en een cravate dragen.’ Aan dat soort bemoeienissen had ik al schijt toen ik een jaar of 12 was. En later, als student, trainde ik mijn hond - een boxer - om tegen de broekspijpen van de flikken te gaan pissen. Wat hij overigens met succes deed.»

HUMO Heb je de indruk dat er andere mensen zijn die zich hooghartig opstellen tegenover jou?

VAN ROSSEM «Iedereen, zeker? Ik bestá gewoon niet meer. Soms zeggen mensen op straat: ‘Zit jij nu nog altijd niet in de bak?’ Dan vraag ik: ‘Maar meneer en madame, heb ik u tekortgedaan?’ ‘Ja, doordat jij belastingen hebt ontdoken, moeten wij meer betalen!’ Wat is dat nu voor gebenedijde onzin! Veel mensen hebben het gevoel dat zij voor rechter moeten spelen - dat zie je nu ook weer in de zaak-Dutroux.

»De haatcampagne die de pers tegen mij heeft gevoerd, heeft diepe sporen nagelaten. Mijn oudste zoon heeft er op school last mee gehad. Hij is een lieve, plichtbewuste jongen, maar met een enorm gebrek aan zelfvertrouwen.»

HUMO Kijkt iederéén nu op je neer, of zijn er nog altijd mensen die sympathie hebben voor de Robin Hood in jou?

VAN ROSSEM «Je hebt natuurlijk ook de averechtse moraal. Het gebeurt geregeld dat iemand mij komt feliciteren: ‘Goed dat je al dat geld van die rijke smeerlappen in je zak hebt gestoken.’ Was het godverdomme maar waar!»

Ergernis

VAN ROSSEM «Vroeger kon ik mij mateloos ergeren, maar dat is fel verminderd. Ik zal een voorbeeld geven. Ik schrijf de roman ‘Een dode zwaan in Tann’. Die heb ik voor mezelf geschreven, niet met enig publiek in mijn achterhoofd. Ik spreek af met Julien Weverbergh, destijds mijn literair agent: ‘Ik maak in de eerste zin opzettelijk een taalfout: ik gebruik de woorden ‘net’ en ‘precies’ vlak na elkaar, in hetzelfde zinnetje. En je zult zien: de critici zullen zich in dat ene zinnetje vastbijten, de rest zullen ze niet lezen.’ En wat gebeurt er? Jos Borré van De Morgen kraakt dat hele boek af, zonder dat hij het gelezen had. Dat kon je gewoon opmaken uit wat hij schreef. Als hij op dat moment op straat voor mijn voeten had gelopen, had ik hem ondersteboven gereden, zonder één seconde na te denken. Dat gevoel ben ik nu kwijt. Als Borré morgen schrijft: `De nacht van Christus-Koning is een kloteboek’, kan mij dat niet schelen.

»Vroeger was ik als een wekker die je opwond, ik was tot alles in staat. Mijn medewerkers wisten perfect wat ze moesten doen om mij buiten mezelf van woede te krijgen. Dat zou nu niet meer lukken. De laatste drie jaar ben ik onverschillig geworden voor alles wat er gebeurt. Hoe moet ik de energie blijven opbrengen om mij te ergeren? Want je mateloos ergeren is één ding, maar de volgende stap is, dat je iets doet om die ergernis op te heffen. Daarom ben ik destijds in de politiek gestapt. Ik heb drie en een half jaar in het parlement gezeten en zeker honderd wetsvoorstellen ingediend. En van die honderd voorstellen, die allemaal gedrukt en vertaald zijn, heeft er niet één op de agenda van een commissie gestaan. Dan vraag je je af: ‘Wat zitten we hier in godsnaam te doen?’ De particratie maakt alles kapot. Hoeveel keer hebben wij - hoe heet hij daar weer, die socialist uit de Kempen die altijd in opstand komt, Jef Sleeckx... Hoeveel keer hebben we die niet horen vloeken en tieren: ‘Dat mag niet!?’ Maar als er op het knopje moest worden gedrukt, was Sleeckx een braaf jongetje, dat meeduwde zoals de fractieleider het wou.»

HUMO Ben je totaal gedesillusioneerd?

VAN ROSSEM «Ik heb het gevoel dat ik alles heb gehad in mijn leven. Alles waar ik als kleine jongen van kon dromen, heb ik tot in de grootste superlatieven gehad. Het vet is van de soep. Dan vraag je je af: ‘Godverdomme, moet ik het hier dan blijven rekken?’ Ik kan mij niet inbeelden dat ik zo nog dertig jaar moet voortleven.»

HUMO Ik dacht dat je net een nieuwe bestaansreden had gevonden in de literatuur.

VAN ROSSEM «Schrijven is een totaal nutteloze bezigheid. Romans, gedichten, toneel: het dient allemaal tot niets, het is gewoon tijdverdrijf. Dat vind ik veel te weinig om er een leven mee te stofferen. 

» Ik ben blij dat André Van Halewyck mijn nieuwe boek heeft willen uitgeven, want hij neemt een groot risico. Publicitair ben ik volledig dood, ik ben een te wantrouwen persoon: ik vertrek niet van nul maar van min honderd. En Van Halewyck heeft mij weer een kans gegeven. Hij probeert mijn boek nu te lanceren en wil mij erbij betrekken: ‘Daar en daar kunnen we iets organiseren.’ Ik zeg: ‘Nee, nee!’ Ik wil niet meer dat men met mij de straat afdweilt en signeersessies organiseert. Mijn razernij van vroeger is weg. lk wil hooguit vijf interviews geven, waarvan eventueel één voor tv. Maar er is niks op tv. Wij hebben geen Bernard Pivot. Wij hebben geen Adriaan van Dis. Wij zijn perfecte cultuurbarbaren. Wij hebben een kloteprogramma dat ‘Ziggurat’ heet, dat om middernacht wordt uitgezonden en waar vier frigide nonnen en één pedofiele koster naar kijken. Dus in dat programma moet mijn boek zeker niet komen.»

Traagheid

HUMO Dat brengt ons bij de laatste hoofdzonde: traagheid, je eigen talenten onvoldoende gebruiken.

VAN ROSSEM «Als er iemand is die zijn talenten niet gebruikt maar misbruikt heeft, ben ik het wel. Als economist had ik het heel ver kunnen schoppen. Maar wat gebeurt er? In de jaren 70 schrijf ik, een beetje overhaast, voor Knack een tiental artikels over de economische crisis. En Frankske Vandenbroucke, die toen aan de universiteit zat en die heel zijn leven een klootzakske is geweest - want hij was misschien wel voorzitter van de SP, maar dan toch alleen maar een tv-voorzitter, want hij had niks te zeggen, hij mocht alleen maar geld in brand steken als een politieke pyromaan...»

HUMO Sluit de tussenzin!

VAN ROSSEM «...Frankske Vandenbroucke dus, haalde het in zijn hoofd mijn artikels in het Marxistisch Tijdschrift aan te vallen en trok zelfs in twijfel dat ik ooit een economisch model had gebouwd dat een grote werkloosheid voorspelde voor de jaren na 1973. Die aanval vond ik zo onrechtvaardig, ze, kleinmenselijk...»

HUMO Waarom heb je zijn kritiek dan niet meteen weerlegd, in plaats van je hart op te vreten en er een vete van te maken? Of kon je dat niet?

VAN ROSSEM « Ik heb een grote fout gemaakt: ik heb alles laten vallen. Daar zit een deel van mijn woede in tegen Vandenbroucke en tegen mijzelf. Ik zei: foert, academische carrière. Als het er alleen maar op aankomt met zulke klootzakken in discussie te gaan...’ Maar ik hád in discussie moeten gaan, ik hád een antwoord naar het Marxistisch Tijdschrift moeten sturen.

»Zo heb ik in mijn leven ik weet niet hoeveel kansen verknald. Ik heb een ongeordend, chaotisch bestaan geleid. En ik denk dat het nu te laat is voor een academische carrière.

»Godverdomme, ik zou duizend-en-één dingen kunnen doen, maar een baan zal ik nooit meer vinden. Natuurlijk zou ik het verdraaid lastig hebben om voor een baas te werken, ik heb een hekel aan autoriteit. Maar als je niets meer kunt doen wat enige sociale waarde heeft, voel je je overbodig in de samenleving. 

»In de flowerpowertijd hadden we allemaal nood aan niksdoen, wij wilden nutteloos zijn. Maar je raakt je wilde haren kwijt. Sociaal ben ik nu totaal nutteloos. Door dat aanslepende proces kan ik nergens meer terecht. Had men mij in beroep vrijgesproken, dan kon ik solliciteren om prof te worden aan de universiteit. Dat zou mij misschien nog kunnen motiveren. Dan zou ik uit mijn lethargie kunnen komen en mijn batterijen weer opladen. Laat mij nog vijftien jaar prof zijn in filosofie, literatuurgeschiedenis, economie... In al die vakken kan ik mijn plan trekken. Als het moet, haal ik eerst nog een diploma: ik kan snel genoeg studeren om vier studiejaren in één jaar tijd af te leggen, en dan schrijf ik wel snel een doctoraatsverhandeling.

De laatste tijd speel ik steeds uitgebreider met het idee: laat ik maar zelfmoord plegen, dan ben ik ervan af. Het enige wat mij ervan weerhoudt, is dat ik twee kinderen heb. En je zet toch geen kinderen op de wereld om die wereld te verlaten op het moment dat ze nog totaal hulpeloos zijn? Ik weet niet wat het zal halen. Maar ik kan mij niet van de indruk ontdoen dat ik vroeg of laat zelfmoord pleeg.»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234