‘Het is natuurlijk niet normaal dat kinderen hun vader elke dag in de krant zien staan.’

interviewjohan cruijff

Johan Cruijff: ‘Als ik de bal erin schoot, was ik de belangrijkste man ter wereld, maar als ik een kans miste, was ik de grootste klootzak’

‘Het is natuurlijk niet normaal dat kinderen hun vader elke dag in de krant zien staan.’Beeld Getty Images

Bekijk hier ‘En uno momento dado’, de veelgeroemde documentaire over voetbalicoon Johan Cruijff

(Verschenen in Humo op 24 april 2007)

Hij leidde begin de jaren zeventig ‘zijn’ club Ajax naar drie Europa-cups en de wereldcup. Hij bracht het Nederlands elftal naar de finale van het WK. En hij bezorgde Barcelona het kampioenschap van Spanje. Hij plaatste zich op gelijke hoogte met wereldvoetballer Pelé en moest later alleen nog Maradona naast zich dulden. Toen hij zijn spelerscarrière afsloot, maakte hij - ver in de dertig - eerst Ajax en vervolgens aartsvijand Feyenoord kampioen en bekerwinnaar. Johan Cruijff. Als speler was hij al meer dan een speler. Hij was niet alleen technisch begaafd, maar ook tactisch een genie. Als trainer leidde hij zowel Ajax als Barcelona met gedurfd, aanvallend voetbal naar landschapskampioenschappen en een Europacup. Hij droeg zijn inzichten over op de kern van de generatie Nederlandse topvoetballers die in 1988 Europees kampioen werd. Hij kneedde Barcelona tot het onvolprezen dream team. Sinds zijn terugtreden als trainer verschijnt hij als analyticus op televisie. Ook in die rol doorziet hij alles en legt hij zijn visie in een geheel eigen stijl onvermoeibaar voor aan het publiek. Daarnaast heeft hij zich opgeworpen als weldoener en hoeder van de sportbeleving van de kansarme jeugd en als stimulator van de optimale ontwikkeling van sporttalenten. Aan de ene kant wil hij met zijn Cruyff Foundation, bijvoorbeeld via de aanleg van Cruyff Courts in stadswijken, zorgen dat de jeugd dezelfde speelmogelijkheden behoudt die hij zelf vroeger gehad heeft. Aan de andere kant wil hij met zijn Cruyff University bereiken dat het onderwijs de toptalenten ontplooiingsmogelijkheden biedt die hij zelf heeft moeten missen. Maar vooral leeft hij voort via de huidige generatie Nederlandse toptrainers. Hij is hun voorbeeld, hun steun en toeverlaat op de achtergrond en, soms letterlijk, de wegbereider van hun successen. Elk succes van Frank Rijkaard bij Barcelona is ook zijn succes. De Jordanese jongen uit Betondorp wordt op 25 april 2007 zestig jaar. Hij is nog steeds alom aanwezig en in al zijn rollen een orakel: een persoon naar wie geluisterd wordt, een vraagbaak wiens uitspraken tot richtlijn dienen.

Cruijff, de vechtjas

Als Cruijff de gebeurtenissen uit zijn leven overschouwt, valt hem vooral op hoe scheef de verhoudingen vroeger lagen. Zo is het waar dat hij heel weinig voor het Nederlands elftal heeft gespeeld. Maar daar stond tegenover dat de spelers toen helemaal niet verzekerd waren.

JOHAN CRUIJFF «Nu denk je: waar praat je in godsnaam over. Maar ik stond op het veld. Ik had een vrouw en een kind. De hele wereld was verzekerd, behalve degene die op het veld stond. Dat ís toch belachelijk?

»In mijn begintijd had je als speler ook bij je club minder dan nul te vertellen. Je speelde, je kreeg betaald en je mocht je mond houden. Voor de rest bestond je niet, bij wijze van spreken. Ja, op het veld en in de pers wasje belangrijk, maar aan je contract kon je totaal geen rechten ontlenen. Nu hebben we te maken met het andere uiterste, maar destijds was het hard nodig dat de VVCS (de Vereniging van Contractspelers) opgericht werd om op te komen voor de rechten van de grote groep. Maar dat was pas echt mogelijk toen de topspelers dat recht als eerste bevochten hadden.»

Cruijff dus met name. Hij had een belangrijk aandeel in het corrigeren van de verhoudingen. Het tekent zijn leven, niet alleen als voetballer en als trainer, maar ook nu nog.

CRUIJFF «Dat komt omdat ik altijd een uitzonderingspositie heb gehad op bijna elk gebied, waardoor ik als eerste alle dingen tegenkwam die niet in orde waren. Ook nu knokken we tegen de gevestigde orde. Want het is nog altijd de praktijk dat sport en studie niet verenigbaar zijn. Óf je sport tussen je 16de en je 30ste, óf je studeert. En dat terwijl sport nog nooit zo belangrijk is geweest als tegenwoordig.

»Vroeger sportte je zonder dat je daar erg in had. Of je nou naar school fietste of op straat aan het voetballen of touwtjespringen was, je was genoeg in beweging. En als het mooi weer was ging je zwemmen. Dus je was zonder dat je wat deed met drie, vier, vijf sporten bezig. De fysieke conditie van de jeugd was toen vele malen beter dan vandaag de dag. Nu zítten kinderen hele dagen: op school, voor de televisie, achter de computer. Het overgewicht van kinderen neemt schrikbarende vormen aan. Het lichaam moet onderhouden worden, anders kun je vergeten dat je op je tachtigste nog staat te golfen. En de eerste signalen zijn er al met diabetes II. Wie veel aan sport doet, heeft automatisch geen overgewicht. Daarom is het belangrijk dat er sportidolen zijn, die ook na hun sportcarrière respect blijven afdwingen en op diverse gebieden het voorbeeld geven.»

Cruijff, de speler

Eerst even terug naar Cruijffs eigen jeugd. Hij heeft een degelijke opleiding moeten missen, maar hij wilde toch alleen maar voetballen, zeker op jonge leeftijd. En je zou kunnen zeggen dat hij een gespecialiseerde voetbalopleiding kreeg van zijn jeugdtrainer Jany van Veen.

CRUIJFF «Die hield rekening met mijn zwakke fysieke gesteldheid, maar zorgde er tegelijkertijd voor dat ik nooit de kans kreeg om op mijn gemak mee te spelen. Hij liet me altijd een leeftijdsklasse hoger meespelen tussen jongens die groter, sneller en harder waren. Op mijn 14de tussen 16-jarigen en op mijn 16de tussen 19-jarigen. Maar hij haalde me wel eerst uit de drukte door me rechtsbuiten te zetten. Dan had ik wat meer tijd. Zodra ik aan de tegenstand gewend was, zorgde hij voor een nieuwe uitdaging door me in het centrum op te stellen. Hij voelde perfect aan wanneer ik weer een stap vooruit moest zetten. Het gevolg was dat ik niet de gelegenheid kreeg om me een vaste waarde te voelen en te denken dat ik uitzonderlijk goed speelde. Dat kwam pas toen ik een jaar of 19 was en een vaste plek in het eerste had verworven.»

Wat Cruijff in zijn jeugd al wel wist, was dat hij alles wat op het veld van belang was onmiddellijk doorzag. Zonder te beseffen hoe dat werkte.

CRUIJFF «Dat heb ik nog. Ik kijk en zie meteen wat er gebeurt: waarom het fout gaat, waarom het goed gaat. Dat duurt geen vijf minuten. Waar ik aan heb moeten wennen is dat anderen dat níét zien. Dan zeg ik: ‘Hé kijk, dat gebeurt.’ Maar een kwartier later moet ik het herhalen: ‘Ik zei toch net: dát gebeurt.’ Maar ik heb geleerd om iedereen op zijn eigen kwaliteiten te beoordelen en te stimuleren. Daarom heb ik het trainersvak leuk gevonden, met name vanwege de mogelijkheid de kwaliteiten van spelers te verbeteren, zowel technisch als tactisch. Dat heb ik nooit als frustrerend ervaren. Wel denk ik achteraf dat ik als voetballer vanwege de beperkingen van anderen zoveel praatte in het veld. Ik kon anderen in elke situatie vertellen wat ze moesten doen.»

Dat betekent overigens niet dat de invloed van Cruijff zowel binnen als buiten het veld zonder slag of stoot werd geaccepteerd. Alleen leek hij juist extra gemotiveerd te raken door weerstand en scheen hij het beste uit zichzelf naar boven te halen bij gevoelens van rancune, hoewel hij dat zelf bestrijdt.

CRUIJFF «Ik heb het nooit gezien als rancune. Ik weet alleen dat als je iets voor elkaar wilt krijgen, je moet zorgen dat het grootste gedeelte van de mensen achter je staat omdat je onmisbaar bent. Als ik dan iets moest forceren, lukte dat beter als erop maandag met hele grote letters in de krant stond dat ik heel goed was. Dan konden ze niet om me heen. Het prettige van voetbal is dat je je elke zondag in die positie kunt manoeuvreren.»

De WK-finale ‘74. Cruijff: ‘Kinderen moeten idolen hebben. Wat is er mooier dan een kind dat met je op de foto gaat en die boven zijn bed tegen de muur hangt?’

Cruijff, de coach

Een van de weinige dingen die Cruijff níét heeft kunnen realiseren, is het coachen van het Nederlands elftal op een wereldkampioenschap. Voor eens en voor altijd verklaart Cruijff zijn eigen onbuigzaamheid.

CRUIJFF «Ik had het Nederlands elftal in 1990 of 1994 graag willen doen. Maar wel op mijn voorwaarden, want ík ben degene die verantwoordelijk is, niet alleen naar mezelf toe, maar ook tegenover de spelers. Want hún prestige en toekomst staan daar op het spel, niet die van de bestuurders, die alleen maar over zichzelf praten. Ik moet als trainer de spelers rugdekking geven en vanuit dat oogpunt de organisatie vormgeven. Het is niet andersom, zoals ze bij de KNVB wilden. Ze zeiden: ‘Wij zorgen voor de organisatie, kies jij de spelers maar uit.’ Maar zo functioneert het niet. Zo functioneert het juist helemáál niet. Dat is precies de reden waarom het altijd misgaat. En ergens aan meewerken, waarvan je van tevoren weet dat het mis zal gaan, is natuurlijk een zinloze onderneming. Daarom heb ik het nooit gedaan.»

Twijfels of spijt heeft Cruijff nooit gehad, ook al is hij van mening dat Nederland met hem ver had kunnen komen.

CRUIJFF «Het punt is, ik weet bijna altijd van tevoren of iets wel of niet gaat lukken. En de verwachting in 1990 was vrij simpel. De kwaliteiten en karakters van de spelers die toen op het veld stonden, waren niet kinderachtig. Integendeel zelfs. Van Basten, Rijkaard, Gullit en ook Van Breukelen en al die anderen waren geen makkelijke gasten. Maar dat kán ook niet anders, want als je zo goed bent, kan je niet makkelijk zijn. Als je dan ziet dat al die spelers mij als coach wilden hebben, gaat het niet eens om mij persoonlijk, maar dan moet je als buitenstaander niet tegen die stroom in willen gaan.

»Als het bestuur van de KNVB mij mee had laten gaan, had het op dat moment de volledige verantwoordelijkheid niet bij mij, maar bij de spelers gelegd. Want het waren hún eisen. Dat zou betekend hebben dat ze het maximale eruit zouden hebben gehaald. Of zelfs meer. Dat zat in hun karakter. Dus al had ik er met mijn handen in mijn zakken omheen gelopen, dan nóg waren we al veel verder gekomen. Daar had ik niet eens iets aan hoeven te doen. Buiten wat ik misschien zelf nog aan expertise had kunnen toevoegen. Maar hoe kan je nou naar een WK toegaan als een groot gedeelte van de spelers zegt iets te willen en je geeft daar als KNVB geen gehoor aan? Dan hoef je niet eens te gaan, want dan is het gedoemd te mislukken.»

Toch erkent Cruijff dat hij het eigenlijk aan zijn stand verplicht was geweest om een keer aan het roer te staan.

CRUIJFF «Ik vind ook dat ik het had moeten doen en had kunnen doen, maar je kan het niet doen op de normen van een ander. Dat is nou eenmaal onmogelijk. Wij gaan naar zo’n toernooi om te presteren, niet voor de gezelligheid en niet omdat de zon schijnt. We gaan om Nederland te vertegenwoordigen op een WK. En als ík er verantwoordelijk voor ben dat dát goed gaat, dan gebeurt het op mijn manier.»

Cruijff, de familieman

De voetbal- en trainersverplichtingen hebben ertoe geleid dat Cruijffs aanwezigheid thuis onregelmatig was. Op grond daarvan zou je kunnen veronderstellen dat hij zich minder met de opvoeding van zijn kinderen heeft kunnen bezighouden dan hij wenselijk achtte.

CRUIJFF «Dat ligt eraan van welke norm je uitgaat. Als je de norm hanteert van iemand die van 9 tot 5 werkt, dan waarschijnlijk wel. Maar daar staat tegenover dat ik weliswaar vaak hele dagen weg was, maar dat ik normaal gesproken meer dan halve dagen thuis was. Als ik ’s morgens trainde, dan had ik de hele middag vrij en kon ik de kinderen zelf uit school halen. Zeker als speler had ik veel tijd voor ze. Dat is later als trainer minder geworden, want als trainer heb je veel meer taken en verantwoordelijkheden dan als speler. Het pluspunt was bovendien dat Danny en ik wat opvoeding betrof ongeveer dezelfde denkwijze hadden. Dus als ik thuiskwam was het niet zo dat ik dacht: hoe kan dat nou? Gelukkig maar, want Danny heeft natuurlijk wel verreweg het meeste gedaan in de opvoeding.»

Het grootbrengen van de kinderen in het gezin Cruijff stelde wel bijzondere eisen aan de opvoeders.

CRUIJFF «Het is natuurlijk niet normaal dat kinderen hun vader elke dag in de krant zien staan. En als ik de bal erin schoot, was ik de belangrijkste man op de wereld, maar als ik een kans miste, was ik de grootste klootzak die er rondliep. In Spanje was dat nog erger dan in Nederland, ook omdat de kinderen ouder werden. We hebben ze maar ingeprent dat ik ze altijd van school haalde, of ik nou wel of niet dat doelpunt maakte. Daar zat geen cent verschil tussen, wat ze op maandag ook in de krant schreven. Maar de houding van de mensen ten opzichte van de kinderen bleef afhankelijk van hun tevredenheid met mij. Daar hebben we ze doorheen moeten loodsen en dat was niet makkelijk. Want andere kinderen praatten natuurlijk hun ouders na en als de ouders van vriendinnetjes in de klas mij een klootzak vonden, dan hoorde mijn dochter: jouw vader was gisteren een klootzak. De kinderen hebben elkaar daarin erg gesteund, waarbij de een verbaal wat sterker was en de ander zich fysiek beter kon verweren.»

Een bijkomende opgave in de opvoeding van zoon Jordi was de zorg voor zijn ontwikkeling als voetballer.

CRUIJFF «Jordi moest eraan wennen dat hij voor de mensen op zijn vader leek als hij een goede wedstrijd speelde, maar de kwaliteiten van zijn moeder toegedicht kreeg als hij een slechte wedstrijd speelde. En je kán nou eenmaal niet altijd goed spelen. Daarom heb ik bij hem altijd het plezier in het spel benadrukt en hem vooral spelenderwijs andere dingen bijgebracht. Dat hij zichzelf wel degelijk druk heeft opgelegd, heeft te maken met zijn karakter.

»Hij is vrij familiegericht en heeft zich altijd geroepen gevoeld om via zijn spel de familie-eer te verdedigen. Maar die druk heeft hij over het algemeen goed verwerkt.»

Deze eigenschap van Jordi heeft zich duidelijk gemanifesteerd in de beladen periode rond het ontslag van Cruijff als trainer van Barcelona. Cruijff herinnert zich dat Jordi in een van zijn laatste wedstrijden scoorde en zijn vader demonstratief in de armen vloog.

CRUIJFF «Dat was een enorme ontlading, omdat ik onder vuur lag en hijzelf een jaar lang had moeten horen dat hij alleen mee mocht doen omdat hij mijn zoon was. Het was meteen het einde van ons alle twee, omdat het bestuur vond dat er geen andere Cruijff meer in de club mocht rondlopen als ik wegging. Terwijl hij heel goed was op dat moment en ze hem dus hadden moeten houden aan zijn contract. Dat is een van de dingen die ik die mensen nooit ver-geven heb. Je mag een hekel aan míj hebben, je hoeft het niet met me eens te zijn en je kunt me wegsturen, maar je mag dat nooit afreageren op mijn kind. Daarom heb ik nooit meer met die mensen gesproken. Helemaal nooit meer. Op het moment dat je zoiets doet, zet ik een streep. Op dát moment speelt rancune wel een hele grote rol. Dat is zelfs geen rancune meer, dat is gewoon afsnijden. Dat gaat ver voorbij rancune.»

Dat Jordi in feite olie op het vuur gooide, heeft Cruijff hem nooit kwalijk genomen.

CRUIJFF «Dat waren emoties en die moet je nooit bekritiseren. Het was een uitspatting van hem, die niet negatief was ten opzichte van het elftal. De spelers hebben hem dan ook nooit negatief bejegend. Hij heeft zich altijd goed op zijn gemak gevoeld in de kleedkamer, hoewel dat natuurlijk niet altijd makkelijk was. Want als hij werd opgesteld, ging dat altijd ten koste van iemand anders en als die dan schold op de trainer, ging het wel over zijn vader. Maar op de een of andere manier is hij daar heel erg goed mee omgegaan, want er is eigenlijk nooit een probleem ontstaan.»

Overigens is Cruijff van mening dat hij voor Jordi nooit een ‘voetbalvader’ is geweest.

CRUIJFF «Ik heb thuis met hem natuurlijk wel veel over voetbal gepraat en we hebben samenveel naar voetbal gekeken. Ik heb daarbij ook vaak algemene technische en tactische zaken benoemd, zo van: ‘Als je springt om te koppen, moet je met één been afzetten.’ Dat waren wel opmerkingen die voor hem van belang waren, maar ik ben nooit na de training thuis nog eens gericht met hem aan de gang gegaan.

»Ik heb me wel eens afgevraagd of ik dat niet toch had moeten doen, maar ik denk niet dat ik had moeten proberen zijn ontwikkeling meer te forceren. Dan zou ik de druk op hem vergroot hebben en dat zou niet gepast hebben bij zijn karakter. Dan zou hij het plezier dat hij in het voetbal had, misschien hebben verloren en was hij afgehaakt. En dat zou zonde zijn geweest, want hij vond voetbal ontzettend leuk.»

Hoeveel baat of hinder Jordi als voetballer uiteindelijk van de reputatie van zijn vader heeft gehad, is onduidelijk.

CRUIJFF «Hij had zich met een minder beroemde vader in ieder geval rustiger kunnen ontwikkelen. Hij had in Nederland bijvoorbeeld bij bijna alle topclubs kunnen spelen, maar dat heeft hij niet gedaan. Toen hij met de A-jeugd van Barcelona een toernooi in Groningen speelde met onder andere ook Ajax en Feyenoord, werd hij continu uitgefloten en uitgescholden. Dat weerhield hem er later van om in Nederland te gaan spelen. Dat heeft hem toch wel geraakt en heeft zijn keuzes mede bepaald.»

Johan Cruijff zelf heeft bij Barcelona geen enkele druk ervaren toen hij Jordi in het elftal opnam.

CRUIJFF «Ik heb hem er niet bij genomen omdat hij mijn zoon was, maar omdat hij goed kon voetballen. En dat heb ik hem ook voorgehouden. Je weet dat het publiek overal ter wereld wreed is. Hoeveel wedstrijden je ook goed gespeeld hebt, als je slecht speelt gaan ze fluiten. En als hier 100.000 mensen gaan fluiten, dan heeft dat natuurlijk een enorme impact op zo’n jongen. Op welke speler dan ook. Als ik mijn beslissing dan niet had genomen op grond van zijn basiskwaliteiten, had ik hem dus eigenlijk voor de leeuwen gegooid. Juist hij moest nog meer kwaliteiten hebben dan de anderen, anders zou hij als persoon afgebrand worden. En dat gun je niemand, laat staan je eigen zoon. Dus op het moment dat ik vond dat hij het aankon, en dat hij goed genoeg of zelfs beter was dan die anderen, stelde ik hem op. En daarom hoefde ik over Jordi geen enkele twijfel of druk te voelen, ook niet in mijn eindfase als trainer.»

Cruijff, de (ex-)trainer

In die eindfase liet voorzitter Nuñez Cruijff geen spelers meer kopen.

CRUIJFF «Ik heb natuurlijk ook fouten gemaakt. Ik had (de Roemeen) Hagi en (de Kroaat) Prosinecki gekocht, mensen uit het oosten, en dat is een ander soort mensen dan de toppers uit het westen, in die tijd vooral Fransen. Het teleurstellende was dat ik door mijn ontslag niet de gelegenheid kreeg om het herstel van wat ik dus zelf fout vond, af te ronden. Want in januari of februari 1996 was ik mondeling al rond met Zinédine Zidane en Thierry Henry en nog een paar anderen met wie ik een goede persoonlijke relatie had als gevolg van onze gemeenschappelijke ideeën over de speelwijze en de overeenkomsten in onze karakters. Toen ik weg moest bij Barcelona, heb ik tegen ze gezegd: ‘Neem je eigen beslissing. Als je wilt komen, moet je het doen. Als je niet wilt komen, moet je het niet doen.’ Van de drie, vier Fransen die bij ons zouden komen spelen was Laurent Blanc de enige die al had getekend voordat ik vertrok.»

Ik was ontzettend kwaad om het ontslag, want het was zinloos. Als ze een week hadden gewacht, was de competitie afgelopen geweest. Zo ga je niet met iemand om die er al zo lang zit. Het was beneden alle peil. Volgens Cruijff is het bestuursprincipe bij de meeste clubs zo dat als het goed gaat iedereen, en vooral het bestuur, het prima heeft gedaan, maar als het slecht gaat, het de schuld van de trainer is.

CRUIJFF «Dat is het spel dat overal gespeeld wordt, vandaar dat zo ontstellend veel clubs zo slecht geleid worden. En federaties eigenlijk ook. Het bestuurs niveau zal pas substantieel omhoog gaan als sporters zelf, na een gedegen opleiding, de belangrijke posities gaan innemen. Dan komen er mensen aan het roer die de sportmentaliteit begrijpen en die niet altijd zelf het belangrijkste willen zijn. Een voorbeeld van hoe het wél kan, is de relatie tussen Rijkaard en de bestuursvoorzitter van Barcelona. Laporte weet dat Rijkaard intelligent is, op hoog niveau heeft gespeeld en veel verstand van het spelletje heeft. Hoe constructiever Laporte met de trainer samenwerkt, des te beter zal het gaan en des te beter zal hij zich als voorzitter kunnen profileren. Dus die twee hebben het door en die helpen elkaar. En dat is zoals het zou moeten zijn.»

Cruijff, de helpende hand

Er zijn voetbalbekenden uit het verleden met wie Cruijff met een zekere regelmaat contact heeft. Soms zoekt hij dat contact zelf, zoals die keer dat hij Guus Hiddink, toenmalig coach van Zuid-Korea, belde in de aanloop naar de halve finale van het WK 2002 en van een paar adviezen voorzag.

CRUIJFF «Ik deed toen reclame voor Hyundai en was bij de loting voor het toernooi voor promotiewerkzaamheden in Korea. Cees van Nieuwenhuizen, Guus’ manager, was er ook. Die ken ik al vanaf de tijd dat ik amper kon lopen. Dan ga je natuurlijk bij elkaar zitten, praat je met elkaar en heb je het al gauw over het elftal van Zuid-Korea: wat gaat er goed, wat lukt er niet? Dan begint het toernooi, gaat het erom spannen en krijg je een ander soort contact. Je leeft mee, maar het is voor zo’n trainer die opgesloten zit in een bepaalde situatie belangrijk dat hij wat informatie krijgt van iemand die gewoon voor de televisie zit te kijken. Dan wijs ik op wat details.»

Cruijff stelt dat hij dat wel meer doet bij de mensen met wie hij een open contact heeft, of dat nou een oud-speler is met wie hij heeft gewerkt of iemand die zich met een probleem bij Cruijff om advies meldt.

CRUIJFF «Dan is het: ‘Let hierop, let daarop...’ Maar voor de rest bemoei ik me nooit met directe dingen, hoor. Laat ik het zo zeggen: over het algemeen geef ik antwoord als iemand me wat vraagt. Ja, dan wel. Maar niet van: ik wil vooraan staan of ik wil zonodig ergens in meedoen.»

Vanuit een zelfde soort betrokkenheid besloot Cruijff om tien jaar geleden analyticus voor de NOS te worden.

CRUIJFF «Ik vond dat de commercie te extreem opkwam en dat ik de NOS als officieel overheidskanaal moest ondersteunen, om te zorgen dat het voetbal op het hoogste niveau, dus de Champions League, de WK’s en de EK’s, voor de gewone mensen bereikbaar zou blijven via de publieke omroep. Een commerciële zender kan goed zijn, maar is tot op een bepaald niveau ook een gevaar, gezien de fixatie op de kijkcijfers. Dus heb ik op mijn manier geprobeerd de NOS in het zadel te houden. De basis moet wel gehandhaafd blijven.»

Cruijff, de zakenman

Het tegenwicht dat hij hierbij bood aan de commercie lijkt in tegenspraak met de ideeën die er leven over Cruijff als zakenman. Zelf vindt Cruijff dat niet zo vreemd omdat er op dat gebied vaak zaken uit hun verband zijn getrokken.

CRUIJFF «Ik heb de naam gehad dat ik altijd achter geld aan zat. Maar in werkelijkheid heb ik nooit enige interesse in geld gehad. Vroeger niet en nu niet, hoe gek het ook klinkt. Ik heb geen idee wat er op financieel gebied gebeurt. Wat ik weet, in grote lijnen, is dat ik nog steeds meer verdien dan ik uitgeef. Maar als je vraagt: wát? Geen enkel idee. Dat is iets waar ik totaal niet mee bezig ben. Ik begrijp wel hoe dat beeld ooit is ontstaan. Als ik met een club of een bedrijf een discussie had, ging het altijd over geld omdat ik te maken had met contracten. Maar als ik alleen voor mezelf was opgekomen, dan zouden er nooit schandalen in de krant gekomen zijn. Want dan zou de club gezegd heb-ben: ‘Hier, pak dit maar aan en hou je mond verder.’ Een club wil met zijn beste speler geen problemen. Maar negen van de tien keer voerde ik de discussie in het belang van het hele elftal, omdat ik vond dat de belangrijkste speler voor de anderen moest opkomen, of dat nou over de manier van trainen ging of over de verzekering. En in de spelersraad positioneer je de belangrijkste spe-lers, want dan heb je het meeste gewicht tegenover het bestuur. Je zet daar niet drie reserves neer. En na zo’n gesprek bracht de club naar buiten dat ik het weer over geld had gehad. Maar ze zeiden er nooit bij voor wie het geld was bestemd.»

Juist vanwege de beperktheid van zijn eigen financiële expertise nam Cruijff als eerste speler, nog voordat hij getrouwd was, zijn schoonvader Cor Coster mee naar contractonderhandelingen met Ajax, wat hem door het bestuur niet in dank werd afgenomen.

CRUIJFF «Ik zei: ‘Ik kan niet met jullie discussiëren. Ik heb geen verstand van die handel, dus ik neem iemand mee die er wel verstand van heeft.’ Het systeem van een manager bestond helemaal nog niet. ‘Ja,’ zeiden ze, ‘maar daar gaan wij niet mee praten.’ Waarop ik zei: ‘Dus jullie willen met míj praten, omdat ik er geen verstand van heb. Nou, laten we dan maar helemáál niet praten. Dan gaan we weg.’ Dat was voor de club wéér aanleiding om een negatief beeld van mij in de pers te brengen.»

De taakverdeling van Cruijff met Cor Coster is altijd heel duidelijk geweest.

CRUIJFF «Hij heeft zich nooit bemoeid met hoe ik een bal moest aannemen en ik heb me nooit bemoeid met wat er zakelijk gebeurde of niet gebeurde. En dat is eigenlijk tot de laatste dag zo gebleven. Natuurlijk kreeg ik zoveel aanbiedingen dat ik ook aangaf welke dingen ik wel of niet wilde doen. Maar goed beschouwd ben ik drie dingen geweest: een voetballer, een trainer en een merk. En het voetballen en trainen heb ik altijd gedaan, en het merk heeft Coster gemanaged. Ik zat nooit bij vergaderingen of onderhandelingen. Ten eerste had het mijn interesse niet en ten tweede was het veel makkelijker om mijn zaken te behartigen als ik er niet bij zat.»

Hoewel het ook wel eens deuren opende als Cruijff even verscheen. Zo zat Cor Coster eens urenlang tevergeefs met mensen van Philips te praten, maar waren ze zo onder de indruk toen Cruijff na de training in trainingspak binnenkwam, dat ze ineens bereid waren het bedrag te betalen dat Coster wilde hebben.

CRUIJFF «Maar dat hoort bij het spel. Dat is nu nog, zeg maar. Je moet in onderhandelingen altijd zorgen dat de foto pas wordt genomen aan het eind van de rit en nooit aan het begin.»

Cruijff, de weldoener

Ook tegenwoordig laat Cruijff de zakelijke aspecten aan anderen over. ‘Dat doen (zijn neef) Pascal Pop en (zijn dochter) Chantal. Ik doe alleen de dingen die ik leuk vind. De leuke dingen die via de Cruyff Foundation en de Academics toevallig langskomen of via Pascal en Chantal. Daarbij zorgen zij voor een filter.’

Vooral om te zorgen dat de juiste mensen aangetrokken worden die geld in het laatje brengen voor de Cruyff Foundation, maar ook voldoende kwaliteit hebben om met de Foundation geassocieerd te worden. Gelukkig is tegenwoordig duidelijk dat het geld niet naar Cruijff gaat, maar naar de Foundation. Daardoor is het image van Cruijff als geldwolf minder geworden en belazeren mensen hem minder snel. ‘Je werkt veel prettiger samen, omdat je samen iets leuks wilt opzetten.’ Cruijff onderstreept daarbij nog maar eens dat hij binnen de operationele sector van het liefdadigheidswerk zijn beperkingen heeft en geen specialist is in het beoordelen van hoe een bepaalde mindervalide of een organisatie ergens mee om-gaat.

CRUIJFF «Daar heb ik de ballen verstand van, want hoe je het ook draait of keert: ik heb geen enkele opleiding gehad. Maar wat ik wel heb is waar we het in het begin over hadden: ik was negentien jaar en doorzag wat er in het veld gebeur-de. En nu, op dezelfde manier, zie ik ook de verbanden en structuren zodat ik bijtijds kan zeggen: hé, we moeten dit of we moeten dat doen. Ik weet natuurlijk ook niet wat goed of slecht is, maar ik speel een heel gerichte rol in het bij elkaar laten komen van ideeën, mensen en bedrijven.»

En iedereen wil meedoen met de Foundation, of het nu Van Basten is, John van ’t Schip, Aron Winter, Richard Krajicek of Pieter van den Hoogenband. Vervolgens pakt Cruijff het onderwerp weer op waar hij het gesprek mee was begonnen: de behoefte aan de University en de scholen die hij heeft opgezet. En in het verlengde daarvan, de nood-zaak van een betere vertegenwoordiging van de belangen van de sporters op het bestuursniveau van sportclubs en sportbonden.

CRUIJFF «Op het moment dat je dát hebt, neemt je invloed op het normale sociale leven toe. Als kinderen nou maar gewoon met elkaar sporten en respect hebben voor de regels van het spel, dan komt het respect voor de ander haast vanzelf. En op het moment dat je respect hebt, is de helft van de problemen voorbij. Een handsbal in het strafschopgebied is een penalty, waar je ook speelt. Er is geen discussie. Je speelt geen uur en drie kwartier, je speelt geen uur, nee, je speelt anderhalf uur. Dat zijn de regels en of die nou in het voetbal gelden of in het zwemmen, of in welke tak van sport dan ook en waar je ook vandaan komt: je hebt je aan die regels te houden en die te respecteren.»

Het onderwerp ligt Cruijff voor op de tong. Hij pleit er vurig voor op scholen het vak ‘sport’ in te stellen, waar een leerling dus voor kan slagen of zakken. Iemands gewicht is in de gaten te houden, dus diabetes II wordt dan een beheersbaar probleem. Cruijff forever Cruijff wordt nooit moe van het circus dat om hem heen ontstaat als hij zich in het openbaar begeeft.

CRUIJFF «Wat is er nou mooier dan wanneer een kind met je op de foto gaat en die foto komt aan de muur te hangen, boven het bed. Dat hoort bij het idool zijn. Kinderen moeten idolen hebben, voorbeelden aan wie ze zich kunnen spiegelen. En daarbij moet ik zeggen: overal waar ik kom, word ik met alle soorten van respect behandeld. Wat me wel verbaasd heeft, is dat iemands populariteit normaal gesproken na zijn carrière afneemt, maar dat dat bij mij nooit is gebeurd. Het neemt nog steeds toe. Wat naams- en merkmarketing betreft is het nog niet zo slecht gedaan, denk ik dan. Waarbij ik nadrukkelijk stel dat het werk van de Foundation mij moet overleven, want het zou te triest voor woorden zijn als de hulp voor al die kinderen afhankelijk is van mijn persoonlijke aanwezigheid. En als mijn rol is uitgespeeld, zal er wel iemand anders opstaan die de ceremoniële rol op zich neemt. Want die hoort er ook bij.»

© Wie is Johan Cruijff? Insiders duiden het orakel’. Mik Schots & Jan Luitzen (Arbeiderspers/ Het Sporthuis) Beeld S
© Wie is Johan Cruijff? Insiders duiden het orakel’. Mik Schots & Jan Luitzen (Arbeiderspers/ Het Sporthuis)Beeld S

Met de kinderen Chantal, Susila en Jordi: ‘Het is natuurlijk niet normaal dat kinderen hun vader elke dag in de krant zien staan. En als ik de bal erin schoot, was ik de belangrijkste man ter wereld, maar als ik een kans miste, was ik de grootste klootzak. We hebben ze maar ingeprent dat ik ze altijd van school haalde, of ik nou wel of niet dat doelpunt maakte.’

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234