'Als ik een film leuk vind, heb ik nog geen verstand van films, maar bij voetbal denken ze allemaal dat ze er verstand van hebben als ze een wedstrijd hebben gezien’ Beeld
'Als ik een film leuk vind, heb ik nog geen verstand van films, maar bij voetbal denken ze allemaal dat ze er verstand van hebben als ze een wedstrijd hebben gezien’

5 jaar geleden overledenjohan cruijff

Johan Cruijff in 14 herinneringen: ‘Je bent 15 jaar lang een held. En plots ben je niemand meer’

Johan Cruijff, de wondervoetballer met de wapperende haren, is overleed 5 jaar geleden in zijn woonplaats in zijn geliefde Barcelona. Ajacied en nummer 14 voor het leven, verlosser van Barça: op het veld was hij een genie, en dreef hij met zijn zwierige stijl de tegenstander genadeloos achteruit. Maar Cruijff was vooral ongebonden, in woord en daad, en als rasechte Amsterdammer voor de duivel en zijn ouwe moer niet bang. Hij werd 68 jaar.

Bekijk hier ‘En uno momento dado’, de veelgeroemde documentaire over voetbalicoon Johan Cruijff

(Verschenen in Humo op 24 maart 2016)


Frits Barend, journalist en al jaren een goeie vriend, zocht Johan Cruijff eind februari 2011 op in Barcelona. Samen haalden ze veertien unieke herinneringen op aan Cruijffs leven en carrière, tijdens en na de sport.


1. Johan de Rebel

FRITS «Ik wil er niet aan worden herinnerd, maar ik heb als kind nog tegen je gevoetbald. Wij zijn van de straat: we schoten weleens een bal door een raam, maar we wisten dat je geen oude dame van haar tasje beroofde.»

JOHAN «Dat dééd je niet. Maar wat wij normaal vonden, is niet meer normaal. Voor alles is tegenwoordig een excuus. Als je iemand vermoordt, heb je een moeilijke jeugd gehad. Daders van kindermisbruik zijn altijd ook misbruikt, maar dat kan toch geen excuus zijn? Zo kijk ik ook aan tegen hulp aan arme landen: je moet ze geen vis geven, maar ze leren vissen. Ik vind dat je altijd onafhankelijk moet zijn.

»Natuurlijk kunnen wij onze kinderen meer geven dan onze ouders ons. Jordi (zijn zoon, die zelf ook profvoetballer is geweest, red.) heeft mentaal op z’n flikker gehad vanaf dat hij voetbalde, omdat hij steeds werd vergeleken met zijn vader. Dat is makkelijk, vergelijken met iemand die niet meer speelt. Want als je niet speelt, kun je geen fouten maken. ik hoef niet uit te leggen hoe er werd gereageerd toen ik Jordi liet debuteren voor Barcelona. ‘Makkelijk, met je vader als coach.’ Denk eens na: zou jij het risico nemen dat je zoon door 100.000 mensen wordt uitgefloten? Zou jij hem opstellen als je niet zeker weet dat hij het kan? ik stelde aan Jordi zelfs hógere eisen. als hij goed speelde, had hij de kwaliteiten van zijn vader, en als hij slecht speelde, leek hij op z’n moeder. Je weet het zelf met Barbara (Barend, televisiemaakster en de dochter van Frits, red.), met dat verschil: als zij het slecht doet, lijkt ze op jou en als ze het goed doet op haar moeder. in jouw geval hebben de mensen overigens wel gelijk.

»Mijn leven was en is superhectisch. als voetballer en later als trainer was ik veel van huis, en dan heb je alle steun nodig. En de meeste én eerlijkste steun krijg je van huis. Geloof me, er is geen gezin waar meer wordt gediscussieerd dan bij ons.»

19th July 1974:  Johan Cruyff  in actie tegen  Uruguay. Beeld Getty Images
19th July 1974: Johan Cruyff in actie tegen Uruguay.Beeld Getty Images

2. Ome Cor

Cor Coster heeft een grote rol gespeeld in het leven van Johan Cruijff. Hij was zijn schoonvader en zaakwaarnemer: een provo met geld, de eerste commerciële zaakwaarnemer. ik leerde ‘ome Cor’ kennen rond 1964, toen ik als jongen van vijftien dagelijks langs zijn villa aan de Herman Heijermansweg fietste. Op zonnige dagen lagen zijn hoogblonde vrouw en dochters daar te zonnen. Op een dag ging ik provocerend zelf op het muurtje voor de villa liggen. Cor tikte woedend op het raam. ik zwaaide vriendelijk terug. Cor gebaarde dat ik moest oprotten. ik reageerde dat ik zo lekker lag, waarna de deur openvloog en de oud-bokser mij een paar rossen voor mijn kop wilde verkopen. Ongeveer vijf jaar later, er was weer eens bonje tussen Ajax en Cruijff, belde ik namens een programma op radio Veronica bij hem aan voor een interview. Hij herkende ‘die rooie opdonder’ van het muurtje, moest lachen, riep zijn vrouw, opende een fles wijn en gaf een in mijn herinnering prachtig interview.

JOHAN «Wij zagen voetballen meteen als vak – natuurlijk is het een vak, als je twee keer per dag moet trainen. Het was de tijd van ‘het bestuur beslist en jij moet je kop houden’, maar wij zijn van de generatie flowerpower, wij hielden onze mond niet. Het is toch te gek dat ik voor mijn eerste contract als jongetje van zestien tegenover ervaren zakenmensen van in de vijftig zat? Daar hebben Cor en ik dus verandering in gebracht.»

A) 7 december 1966, de mistwedstrijd Ajax Liverpool, 5-1

FRITS «Ik studeerde en zat aan de ‘verkeerde’ kant van het stadion. In ons vak hebben we de eerste vier doelpunten van Ajax niet gezien, zo dicht was de mist. als we gejuich langzaam onze kant hoorden opkomen, begrepen we dat er weer eens was gescoord.»

JOHAN «Dat was het begin. Uit en thuis speelden we liverpool, een instituut in Europa, helemaal weg. Toen begon Europa op ons te letten. We hadden een heel sterke competitie, hè. Feyenoord, ADO, FC Twente, PSV, je had zo vijf à zes clubs die echt sterk waren.»


3. De voetbalherinneringen

B) 14 april 1971, eerste wedstrijd halve finale Europacup I, Atlético Madrid Ajax, 1-0

FRITS «Ik was werkstudent en kon een huis kopen als ik 20.000 gulden aanbetaalde. Ik bezat niets en sloot een deal met een uitgever om een boek te maken: ‘Ajax roemruchte Europacup’, dat meteen na de finale in een oplage van 20.000 zou verschijnen, áls Ajax de Europacup zou winnen. Ik zou een gulden per boek ontvangen, maar niets als Ajax de finale zou verliezen, want dan zou het boek niet verschijnen. ‘Johan, kan ik de gok wagen?’ vroeg ik je op Schiphol. ‘Doe maar,’ zei jij, ‘teken dat voorlopige koopcontract maar.’»

JOHAN «In die tijd waren we zo sterk dat ik ervan overtuigd was dat we de Europacup zouden winnen. Moeilijk uit te leggen, maar er was geen twijfel. Er was zoveel zelfvertrouwen dat de tegenstander er niet toe deed. We hadden zulke goede spelers, ook bij het Nederlands elftal, er liep zo ontzettend veel kwaliteit rond. als we zeiden dat de tegenstander het komende kwartier niet van zijn eigen helft zou komen, dan gebeurde dat ook niet. Ik was ervan overtuigd dat we Atlético thuis ruim zouden verslaan (Ajax won met 3-0 en won later ook de Europacup, de eerste van drie opeenvolgende, red.).»


C) 2 januari 1972: de lob tegen ADO

FRITS «Ik zat door een toeval op het veld tussen de dug-outs van Ajax en ADO toen jij met een prachtige lob één van je mooiste doelpunten maakte, kort nadat je vlak voor mijn neus een touwtje voor je kous had gevraagd.»

JOHAN «Je kunt wel met iets anders bezig zijn, maar afgeleid word je niet. ik sta met dat touwtje in mijn hand – komt ineens die bal mijn kant op. Dan doe je wat je moet doen: de bal in één beweging onder controle brengen en tegelijk je man uitspelen, en in de volgende beweging met een lob die goal maken. Het moment was belangrijk. ik was voor het eerst Europees voetballer van het jaar en veel mensen vonden dat leuk, maar er waren er ook die er vraagtekens bij zetten. Die goal was het einde van het vraagteken.»


D) 7 juli 1974, finale WK, WestDuitsland Nederland, 2-1

FRITS «Je bent nooit wereldkampioen geworden. Henk van Dorp en ik kwamen na de finale je schoonvader tegen, die nog meer vloekte en kwader was dan wij. Jij herkent je daar niet in, hè?»

JOHAN «Ik heb de finale nooit meer teruggezien, maar de filosofie die we uitstraalden tijdens dat toernooi vergoedt die ene nederlaag ruimschoots. Het is 37 jaar geleden, maar nog altijd praten ze over de Oranje-machine, over de voetbalstijl van dat kleine landje. Moet je nagaan, tussen 1969 en 1974 heeft een Nederlandse ploeg vijf keer een Europacupfinale gespeeld en vier keer gewonnen, dat is toch ongelooflijk. En dan was ik nog beste speler van Europa, beste speler van de wereld. Dus nee, ik lig niet wakker van die ene nederlaag.»

null Beeld Bongarts/Getty Images
Beeld Bongarts/Getty Images

4. ‘Elk nadeel heeft zijn voordeel'

FRITS «Je sprak eens over je jong overleden vader en de tweede man van je moeder, ome Henk, die in 1983 overleed. Je zei toen dat je in ‘iets’ geloofde, en wel met deze woorden: ‘als er nu iets met mij gebeurt, weet ik dat er twee meekijken in plaats van één, dus zo heeft elk nadeel zijn voordeel.’»

JOHAN «Ja, dat is ook zo. Die gedachte heeft me gesteund. ik heb een crisis altijd gezien als het begin van een nieuw avontuur, dus met de komst en later het overlijden van mijn tweede vader: elk nadeel heeft zijn voordeel. als ik in ’73 niet gedwongen was te vertrekken bij Ajax, had ik het avontuur in Barcelona nooit meegemaakt. Ik kreeg er mooie dingen voor terug, en ook belangrijk: ik heb nog altijd dezelfde vrienden als uit mijn tijd bij Ajax. De tweede keer dat ik weg moest bij Ajax, was als trainer.»

5. Weg bij Ajax

FRITS «Nee Johan, dat was de derde keer; de tweede keer was op 15 mei 1983, je allerlaatste wedstrijd in het shirt van Ajax, tegen Fortuna Sittard. Het was de laatste wedstrijd van het seizoen. Ajax was al kampioen. De sfeer op de tribunes in De Meer was explosief, het publiek richtte zich tegen het bestuur en voorzitter Ton Harmsen, die de grote Cruijff hadden afgedankt. Daarom leek het je beter na de rust niet meer terug te keren. De tweede helft was net begonnen toen ik je helemaal alleen in de kleedkamer trof. ‘Dat was het dan,’ zei je. ‘Het is voorbij, jammer.’ Je gooide je shirt in de mand. ‘Dat is je laatste Ajaxshirt, neem het mee als aandenken,’ zei ik. Jij zei: ‘Nee, ik wil geen aangetekende brief dat ik mijn shirt moet inleveren. Ik laat ook mijn kostuum hier hangen.’ De regenjas die je in ’73 had moeten inleveren na je vertrek naar Barcelona, zat je nog altijd hoog. Enige minuten zaten we zwijgend tegenover elkaar. Toen stond je op, liep naar een telefoon in de kleedkamer en belde je vrouw Danny, die naar de radio zat te luisteren en zich een beetje zorgen maakte. Je had zin in een sigaret, ik kon je niet helpen. Je douchte je, kleedde je aan, liep voor het laatst als speler door de gangen van De Meer, snel naar je auto, zwaaide en reed via de stadszijde het stadion uit.»

JOHAN «Dat was ik vergeten. Ik was terug uit Amerika (waar hij had gespeeld voor de Los Angeles Aztecs en de Washington Diplomats, red.), en ik zal ongetwijfeld ook toen al uiterst irritant zijn overgekomen. De Diplomats waren eigendom van Madison Square Garden, de beste sportorganisatie ter wereld. Daar had ik anderhalf jaar een, zeg maar, universitaire opleiding in sportmanagement gehad. En toen ik hier terugkwam, ging die Harmsen mij vertellen wat ik moest doen. Dat botste.

»Uiteindelijk kwam ik bij Ajax terug als trainer na dat jaar Feyenoord (in het seizoen ’83-’84, red.). Botste het nog veel meer, omdat ik meer te maken had met het bestuur. Qua opvatting en opleiding wisten ze niets. Daar konden ze niets aan doen, want het waren amateurs zonder enige voetbalknowhow. ik was door mijn ervaringen met die amerikanen een stap verder dan het bestuur.»

6. Wéér Weg bij Ajax

FRITS «Je gezin was gelukkig, wilde eigenlijk niet weg en toch nam je ontslag. We zaten kort daarna bij je thuis in Vinkeveen, de media steunden het bestuur van Ajax en keerden zich massaal tegen je. alleen Johan Derksen van Vi en Jaap de Groot van De Telegraaf steunden jou. Je maakte een kwetsbare indruk, vooral omdat je vrouw en kinderen zich hier hadden gesetteld en na jaren zwerven een sociaal leven hadden opgebouwd.»

JOHAN «Klopt, maar ik kon onmogelijk blijven. Onze generatie heeft leren knokken. Wij hebben in onze jeugd klappen gehad, maar je laat je niet knock-out slaan. Je kunt een klap krijgen omdat je een keer je dekking hebt laten zakken, maar dat betekent niet dat je overwonnen bent.

»Wat me heeft geraakt, is dat mijn vertrouwen een paar keer is beschaamd. Dat heeft me pijn gedaan. Het stelt je teleur, en je vraagt je af hoe je zo stom kon zijn dat je het niet hebt gezien.»

7. Het oog van de meester

FRITS «Toen jij in 1986 trainer werd van ajax, ging je zelf weleens op zoek naar spelertjes bij amateurclubs als De Spartaan, rood-Wit of mijn eigen SC Buitenveldert. Je hebt een zeldzaam oog voor talent, en je wist ook dat tien van de elf het niet zouden halen. Toen jullie een keer moesten kiezen tussen zo’n tiende of elfde speler, zo’n jongetje dat het eerste toch nooit zou halen, vroeg je aan Piet Keizer: ‘Wie zullen we nemen?’ Waarop piet: ‘Heb je die ene moeder gezien? ik zou hem kiezen.’»

JOHAN «Zo dolden we met elkaar, om aan te geven dat het altijd een spel is. Overigens wordt mijn rol ook een beetje geromantiseerd. Bij Ajax zag ik alles. Dat kwam door Voorland, het complex waar elke jeugdploeg speelde. Alle leiders in die tijd waren oud-spelers, en zij hadden als opdracht om niet naar hun eigen elftal te kijken maar naar de tegenstander. Dat kan, als je de hele week met je eigen groep werkt. Zij konden veel beter over een jongetje van tien oordelen dan ik, omdat ze er dagelijks mee werkten. En ze hebben hun kwaliteiten bewezen, want wie is er niet als jeugdspeler bij ons komen binnenlopen? Davids, Kluivert, de De Boertjes, Seedorf, Vink, Reiziger, Bergkamp... Zo ingewikkeld is het niet, het is een kwestie van vertrouwen geven aan leiders en af en toe controleren of ze het aankunnen. Die sfeer en die mentaliteit moeten terug.»

null Beeld Getty Images for Laureus
Beeld Getty Images for Laureus

8. The Cruyff Institute

FRITS «Jij vindt dat ex-clubgenoten en ex-topsporters elkaar altijd moeten steunen. In jouw denkwereld is het ondenkbaar wat Co Adriaanse een keer deed: Frank Rijkaard weigeren als stagiair omdat die een verkorte trainerscursus volgde. Waar komt die solidariteit vandaan, de basis van de oprichting van The Cruyff institute for Sport Studies? »

JOHAN «Het is meer afzetten tégen. Moet je zien wie er allemaal erelid van ajax zijn, maar Piet Keizer en Sjaak Swart (topspelers uit de jaren 60 en 70, red.) zijn het pas vorig jaar geworden, en Marco van Basten en Dennis Bergkamp zijn het nog altijd niet. Dat kan er bij mij niet in. Sporters worden geëerd zolang ze, om bij jullie blad te blijven, ‘Helden’ zijn. Maar op het moment dat ze stoppen, is het voorbij.

»Ik ben er nu wel achter dat je geen topsporter kunt zijn zonder goede hersens. (Zwemster) Inge de Bruijn en (wielrenner) Michael Boogerd zijn wereldtoppers in hun sport geworden terwijl hun leeftijdgenoten maatschappelijk carrière maakten. Dan heb je het intellect om beter te worden dan ieder ander: anders word je geen wereld topper. Tegelijk zie je dat onderwijs tot voor kort geen interesse had in topsport. Een topsporter is een soort artiest, die een bepaald deel van de hersens gebruikt. Op school wordt het andere deel van de hersens getraind. En voordat mensen zeggen ‘daar heb je hem weer’: dit heb ik niet van mezelf, maar ik geloof het onmiddellijk. Je bent tien tot vijftien jaar een gevierde held, en meteen daarna ben je helemaal niemand meer. Dat stoorde me.

»De valkuil is dat je zo eenzijdig bent opgeleid, dat je geen oog hebt voor andere dingen. in het veld zag ik die pass, maar verder wist ik niets. Ik heb mezelf nooit superintelligent gevonden, maar ik heb ook altijd geweten dat ik niet superstom ben. Dus ben ik gaan zoeken naar mogelijkheden om topsporters studiemogelijkheden te bieden die aansluiten bij hun leven. En wat blijkt? Met een beetje studie zijn ze ook ná hun sportcarrière uitblinkers. Dat verbaast me ook niet, want intelligentie is het probleem niet. Het probleem is: hoe vertaal je die intelligentie naar je leven na de sportcarrière? Topsporters zijn allemaal streetwise, en op het institute leren ze dat te combineren met het wise van de school. Daarom is het zo belangrijk dat het institute blijft bestaan als ik er niet meer ben. ik kan morgen mijn ogen dichtdoen. ik vind dit geen leuk gespreksonderwerp, maar ik ben er wel mee bezig.»


9. The Cruyff Foundation

FRITS «Barbara en ik zijn ambassadeurs van jouw Foundation, die veertien jaar bestaat. We beschouwen de jaarlijkse Open Dag als een onnavolgbaar hoogtepunt.»

JOHAN «Ik ook. Wij vinden dat rolstoelbasketbal of rolstoeltennis alleen voor mindervaliden is. Maar ga zelf eens in zo’n stoel zitten, dan ontdek je dat het een andere, ‘eigen’ sport is. Bij basketbal val je af als je kleiner bent dan 1.90 meter. Bij rolstoelbasketbal kun je met een lengte van 1.60 meter ook meedoen. Ik speel weleens mee, dan flik ik alles, vasthouden, proberen om te duwen, alles wat verboden is, maar zelfs de slechtste speler is veel beter dan ik. Dan voel je hoe zwaar het is.

»Het leven van een gehandicapt kind gaat niet verder dan haar of zijn stoel, dus vroeg ik wat ze zo mooi vonden aan skiën en zeilen. Het antwoord: de wereld is ineens oneindig. in een rolstoel is de wereld eindig, die stoel komt nooit uit zichzelf boven op een berg. Maar op het moment dat ze boven op een berg staan, of met hun boot op het water zitten, zijn ze niet langer afhankelijk. Ik heb zóveel geleerd van die kinderen. Ik voer mee in zo’n bootje, ik was bij wijze van spreken vooral bezig met niet overgeven, maar die kinderen beleefden een levenssensatie. Heb jij daar ooit bij stilgestaan?»


10. Vertrouwen en Voetbal Talkshows

FRITS «Wij stammen nog uit de tijd dat journalisten in het spelershome van ajax mochten komen en spelers gewoon konden bellen. Er was een wederzijds vertrouwen dat je maar één keer kon schenden, de eerste en de laatste keer. Jij was één keer per jaar gast bij ‘Barend & Van Dorp’, zonder dat daar een manager aan te pas kwam: een telefoontje was voldoende.»

JOHAN «Jammer dat die tijden voorbij zijn. De mening heeft meer waarde dan de waarheid. Of het waar is wat je schrijft, doet er niet toe. En dat je daardoor personen onnodig kwetst, doet er dus ook niet toe.»

Danny onderbreekt ons: ‘Johan, jij kwetst in je columns misschien ook weleens iemand.’

JOHAN «Danny, ik weet waarover ik praat, maar in al die praatprogramma’s op televisie wordt met weinig knowhow gepraat. Er is een groot verschil tussen knowhow en iets leuk vinden. als ik een film leuk vind, heb ik nog geen verstand van films, maar bij voetbal denken ze allemaal dat ze er verstand van hebben als ze een wedstrijd hebben gezien.»


11. Privé

FRITS «Je stond bekend als bietser van sigaretten.»

JOHAN «Als ze me vroegen wat ik rookte, zei ik dat ik mijn eigen merk had: Snorritas. Keken ze me aan. Zei ik: ‘Heb je die niet? Nou, geef er dan maar een van jou.’ Toen kreeg ik last van mijn hart. We gingen met spoed naar het ziekenhuis, dankzij Danny die het niet vertrouwde. ik dacht weer dat het wel zou meevallen, had geen tijd, je kent dat wel. Het was net op tijd, ik werd meteen geopereerd, drie bypasses. Gingen ze mijn familiegeschiedenis na. Toen hoorde ik dat mijn vader aan hetzelfde was overleden, en dat roken één van de oorzaken was. Zei zo’n arts dat ze hadden gezweet om me te redden, en dat ik weer op die tafel zou komen te liggen als ik doorging met roken, met de garantie dat het dan niet zo goed zou aflopen. Dus wat voor keus had ik? Geen. Simpel, als je geen keus hebt, hoef je ook niet te kiezen.»


12. Nooit bondscoach

FRITS «Onlangs onthulde voormalig assistent-bondscoach Nol de Ruiter dat Rinus Michels in 1990 tegen hem had gezegd: ‘iedereen mag bondscoach worden bij het WK in italië, behalve Cruijff.’ Wat doet dat met je, dat weer eens is bevestigd dat de man met wie je zoveel hebt gedeeld, ervoor zorgde dat je nooit bondscoach bij een eindtoernooi bent geworden?»

JOHAN «Het is niet één maar twee keer mislukt. ik wil best toegeven dat ik het graag had gewild, ook omdat ik er goed in ben om spelers in korte tijd iets te leren en nieuwe spelers met mijn ideeën vertrouwd te maken. De mensen die erover gingen wisten dat ik het wilde. Het heeft niet mogen zijn. En al die indianenverhalen dat het met geld had te maken: zo dom. Want de beste ter wereld – en ik was in die tijd één van de besten ter wereld – heeft nooit geldproblemen. Onmogelijk. Het is eigenlijk een lachertje dat ik het nooit heb mogen doen en nogmaals, ik had het dolgraag gedaan, zowel in 1990 als in 1994. in 1990 hadden we zo’n onvoorstelbaar sterk elftal, en dan waren het ook nog eens gasten met wie ik had gespeeld of gewerkt. ik was klaar voor de wereldtitel.»


13. De beste jagers

FRITS «Na afloop van één van je eerste Europacupwedstrijden als coach van ajax ging je op de gang zitten om te kijken wie hem zouden smeren. Wij geloofden onze ogen niet: Cruijff, die vroeger als eerste de taxi’s bestelde na een uitwedstrijd! De volgende dag vroegen we of je spelers had betrapt. ‘Ja,’ zei je: ‘Van Basten, Van ’t Schip, Winter en Witschge.’ ‘Nou en?’, zeiden wij. ‘Nou en?’ antwoordde jij. ‘Die komen er.’»

JOHAN «In de sport moet je altijd een stap vooruit denken, en tegelijk niet vergeten dat het een spel is. Het hoort bij het spel dat die spelers de volgende dag meteen een zware training moesten afwerken, en dat de anderen naar huis mochten. Je hoeft niets te zeggen, iedereen snapt het.

»Het zijn spelers die iets meer doen, iets meer durven, iets meer zien, iets meer uithalen, altijd iets meer. Dan kun je ook iets meer van ze eisen. Ze zijn van nature neeschudders, net als ik. Zo zijn talenten in de puberteit. Het is belangrijk dat je daar de juiste leider bij zet en op de juiste momenten corrigeert. als ze het doorhebben – als ze het ‘zien’, zoals ik het altijd zeg – zijn ze meteen twee, drie straten beter dan de rest. is toch mooi? Ik vind het mooi als mensen het spel begrijpen en beter worden. Dan geniet ik echt.»

FRITS «Vergelijkbaar is de anekdote over Romario. Jij had gehoord dat romario nogal had gefeest terwijl zijn vrouw Monica in Brazilië lag te bevallen. Toen je de zaterdag daarop de opstelling bekendmaakte, sloeg je hem over. ‘Waarom ben ik er niet bij?’ vroeg romario. ‘Als je wilt,’ zei jij, ‘geven we nu samen een persconferentie, oké?’ Hij zweeg.»

JOHAN «Romario is de enige in wie ik me volledig heb vergist. Ik zei altijd: als je zo blijft leven, houd je het niet lang vol. Hij heeft tot zijn veertigste gevoetbald, en hij stond er altijd in belangrijke wedstrijden.

»Op de dag voor grote wedstrijden – tegen Real Madrid, bijvoorbeeld – keek ik altijd hoe spelers zich gedroegen. Als trainer was ik voortdurend aan het observeren, met als doel: hoe kan ik jou beter maken, hoe kan ik ervoor zorgen dat jij een goede wedstrijd speelt? Dat vond ik het leuke aan coachen, het samenstellen van een elftal. Er zijn spelers die uren van tevoren geen hap door hun keel krijgen, stijf van de zenuwen staan, maar volledig bij de les zijn als ze op het veld staan. Dat bedoel ik als ik zeg dat ik uitga van het individu. Omdat iedereen anders is, zeker op de dag van zo’n wedstrijd waar iedereen al weken over praat. als iemand door 100.000 mensen wordt uitgefloten, moet je één ding nooit doen: hem wisselen. Want op het moment dat je hem wisselt, heeft hij voor zijn leven een kruis. Ook dan kies je voor het individu.»


14. De ziener

FRITS «Je hebt het nooit zien zitten in superspitsen als Ruud van Nistelrooy en middenvelders als Edgar Davids. Was dat je blinde vlek?»

JOHAN «Schei nou uit, je wilt Van Nistelrooy toch niet vergelijken met een Van Basten of een Bergkamp? Ruud is een goalmaker maar geen voetballer. Ik bedoel dat niet negatief. Gerd Müller was ook een goalmaker maar geen voetballer, en hij is pas vorige maand onttroond als topscorer aller tijden in de Europacup, door Raúl. Dus hoe zou je kunnen denken dat ik geen respect heb voor Van Nistelrooy of Gerd Müller?»

FRITS «Onderschat je toch niet de bijzondere kwaliteiten van spelers als Van Nistelrooy? Zeker weten dat hij ook bij Barcelona zou scoren.»

JOHAN «iederéén scoort bij Barcelona. Neem Ibrahimovic, een fantastische speler bij inter en AC Milan, maar bij Barcelona paste hij niet. Bij Barcelona speel je in de kleine ruimte, dus moet je technisch hoogbegaafd zijn. Speel je bij Madrid, dan heb je wat meer ruimte. Dat heeft niets met goed of slecht te maken, maar met een wijze van spelen en met de benadering van het spel.»

FRITS «Johan, spelers zien dat als een negatief oordeel. Met Davids had je hetzelfde als met Van Nistelrooy, hè?»

JOHAN «Eén van de goede dingen van Davids was zijn loopvermogen. Maar als je op één helft speelt, heb je positiespel nodig en geen loopvermogen.»

FRITS «Sla je niet door? Davids was ook een meester in de kleine ruimte.»

JOHAN «Hij is technisch niet zo goed als Iniesta, maar iniesta kan lang niet zoveel lopen. Daarom is voetbal zo leuk om over te praten: iedereen heeft een mening. Als ik kies voor Müller in plaats van Messi, heb ik waarschijnlijk niets aan een middenveld met Xavi en Iniesta. Dan moeten daar ook andere spelers lopen. Dit zijn toch leuke discussies? Als je dominant wil voetballen, moet je altijd spelen met drie middenvelders en één iemand in de punt naar achteren. Dat is verdedigend én aanvallend beter.»

FRITS «Maar jij was toch degene van de nummer tien, de aanvallende middenvelder?»

JOHAN «Toen speelde ik met drie verdedigers, dan kun je een nummer tien inzetten. Maar zodra je met vier verdedigers speelt, vervalt de nummer tien. altijd, en natuurlijk luistert dat heel nauw.»

FRITS «Ibrahim Afellay speelt bij Barcelona. Luis Suarez wil graag naar Barcelona.»

JOHAN «Afellay heeft de basis om bij Barcelona te slagen, maar ik denk dat Suarez technisch net te kort komt. als je ziet hoeveel kansen hij mist door een foute eerste aanname... Tegelijkertijd doet hij aan de bal weer onnavolgbare dingen, en dat is ook een kwaliteit. Die kwaliteit had piet Keizer ook, die kon met een bal dingen die geen mens kon, net als Coen Moulijn. Exceptionele types. ikzelf? Ik kon vrij veel van alles, maar het grote verschil met de rest was dat ik veel meer zag. Van Hanegem zag het ook, maar in een ander ritme.»

Danny heeft de hele lunch aandachtig geluisterd. En komt dan ineens op haar onnavolgbare wijze met een typisch Cruijffiaanse wijsheid: ‘Johan, ik weet een mooi cadeau voor je verjaardag: bescheidenheid.’

Donderend gelach aan tafel. Johan: ‘Zie je hoe we discussiëren en het oneens zijn? Totdat er een aanval komt van buitenaf, want dan vormen we een front. We delen thuis alles. Mooi toch?’

© Helden

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234