null Beeld SBS
Beeld SBS

kijktip'James de musical'

Luc Appermont na de outing: ‘Pas rond mijn achtentwintigste wist ik dat ik homo was. Ik zal het verdrongen hebben, zeker?’

Vanavond trakteert James Cooke in ‘James de musical’ Luc Appermont op een spetterende musical over de mooiste jaren van zijn leven. Met zijn rijk gevulde carrière als televisie- en radiopresentator is Luc uitgegroeid tot een waar icoon in de Vlaamse media. In 2010 sprak Rudy Vandendaele met hem over de liefde, zijn jeugd, zijn ouders en het leven. Lees hier het interview:

Rudy Vandendaele

Origineel verschenen in Humo op 19 oktober 2010.

‘James de musical’, om 21.00u op Play4

Langs de E40 ter hoogte van Heverlee, achter een Texaco-tank-station, staat een motel dat ook een wegrestaurant is: ‘Lunch Deal: 1 warme of koude maaltijd + PROMO UURWERK GRATIS’ toetert een reclamebord. Van een personeelslid verneem ik dat het motel weldra tegen de vlakte gaat: het biedt nu al uitzicht op een bouwput – het is dus de bedoeling dat het binnen afzienbare tijd triomfantelijk herrijst. ‘Logeert hier nog weleens iemand?’ wil ik van het personeelslid weten. ‘Gisteren nog een delegatie van de NAVO,’ zegt ze, ‘alle hotels waren volgeboekt in Brussel.’ Ze laat me met een glimlachje verstaan dat de motelkamers ook geregeld als verdoken liefdesnest gebruikt worden, maar ze blijft discreet. Keurpersoneel: dat zie je zo.

LEES OOK:

De 7 Hoofdzonden van Bart Kaëll: ‘Cocaïne, xtc en joints: allemaal geprobeerd, allemaal niks voor mij’

Luc Appermont in ‘Tussen hemel en hel’: ‘Onenightstands zijn niets voor mij’

Tussen Hemel & Hel met Bart Kaëll: ‘Nu ik wat ouder ben, vind ik seks altijd weer zo’n hoop gedoe’

Ik neem plaats in een zo goed als onttakelde vleugel van het gebouw, die ooit als buffetruimte dienst deed. Er hangt een sfeer van vergane koninginnenhapjes en van stilgevallen GRATIS PROMO UURWERKEN. Geïnspireerd door deze omgeving, krijg ik zin om mijn imitatie van Jack Nicholson in ‘The Shining’ nog eens boven te halen, een nummer waarmee ik lang geleden enig succes boekte op feestjes die maar niet op gang kwamen. Jammer dat ik mijn bijl niet bij me heb, en maar goed ook, want aan die feestjes, die eerst niet op gang leken te komen, kwamen in de kleine uurtjes vaak ordehandhavers te pas. Bovendien heb ik hier wel iets anders te doen op deze zeer blauwe maandag. Uitgerekend langs de E40 ter hoogte van Heverlee, in een motel dat achter een Texaco-tankstation ligt en uitzicht biedt op een bouw-put, heeft Luc Appermont met me afgesproken: waarom? Heeft deze vervreemdende en terneerdrukken-de locatie een diepere betekenis, die de grondslag van een diepte-interview zou kunnen zijn? Luc Appermont stelt me meteen gerust: ‘Ik heb hier puur uit gemakzucht met je afgesproken: dit motel ligt op vijf minuten rijden van mijn kantoor in het Leuvense, en ’t is anoniem en rustig, en je kunt hier makkelijk je auto kwijt. Ik dacht dat ik er jou een plezier mee zou doen.’ Toch aardig van hem: zijn gemakzucht is mijn genoegen. Weldra maakt hij zijn opwachting in ‘De jaren stillekes’. Ik vraag hem of hij behoorlijk voor paal heeft gestaan in dat programma, maar het blijkt nog niet opgenomen te zijn. ‘Ik wil je geen beperkingen opleggen,’ zegt hij, ‘maar bij Woestijnvis heeft men mij uitdrukkelijk gevraagd de inhoud van ‘De jaren stillekes’ niet te verklappen. Wie of wat is ‘Woestijnvis’? Vanavond ga ik er eens naar googelen. Eén ding is ondertussen zeker: bepaaldelijk vandaag is Luc Appermont geheel en al jarig.

HUMO Gefeliciteerd met je eenenzestigste verjaardag.

LUC APPERMONT «Dankjewel.»

HUMO Nu je het al enkele uren bent: hoe ís het om eenenzestig te zijn?

APPERMONT «Het houdt me niet bezig. Ik voel me niet anders dan toen ik achtentwintig was. Gelukkig ben ik fysiek in orde, en de goesting en de ambitie zijn er nog steeds. Ik heb tot nog toe een fantastisch leven gehad, en ik voel me lekker in m’n vel. Zo’n vijftien jaar geleden dacht ik zelfs: ‘Als ik nu zou moeten sterven, zal ik in vrede gaan.’ Ik vond toen al dat ik van alles wat ik maar wilde had mogen proeven. Nu ben ik blij met elke dag die erbij komt. Ik hoop behoorlijk oud te worden, maar dan wel zo gezond mogelijk. Ik hoop niet te dementeren, zoals mijn vader en mijn moeder. Mijn moeder leeft nog: ze is vijfennegentig nu. Erfelijkheid speelt een belangrijke rol, maar mijn ouders hebben ouderdomsdementie gekregen – daar troost ik me dan een beetje mee. Als er me ouderdomsdementie te wachten staat, dan zal ik vermoedelijk al ver in de tachtig zijn. Ik hoop niettemin dat ik niemand tot last moet zijn. Mijn moeder zit in een tehuis – er wordt goed voor haar gezorgd, zij is haar kinderen dus niet tot last.»

HUMO Heb je een idee van haar levenskwaliteit?

APPERMONT «Het woord ‘euthanasie’ is al gevallen in de familie, ook al is dat uitgesloten: mijn moeder heeft er nooit voor gekozen toen ze geestelijk nog in orde was. Ik merk dat ik nog steeds contact met haar kan maken. Ik denk niet dat ze me nog kent, maar als ik haar help bij het eten, zie ik dat ze daar toch een soort genoegen aan beleeft, iets waar ze zichtbaar rustig van wordt. Maar ik blijf het bijna onbegonnen werk vinden om me een voorstelling te maken van wat er in het hoofd van dementerende mensen omgaat. Je hoort vaak: ‘Ze leven als een plant’, en daar heb ik het heel moeilijk mee. Het liefst denk ik dat dat niet het geval is, en zolang mijn moeder goed eet en goed slaapt, hou ik me voor dat haar le-ven nog enige kwaliteit heeft.»

HUMO Is je moeder nog je moeder als ze je niet meer herkent?

APPERMONT «Je moet je ego laten varen als je dementerende ouders hebt. Dat heb ik moeten léren. Vragen als ‘Wie ben ik?’ of ‘Wie staat er op deze foto?’ leiden alleen maar tot nog grotere verwarring bij demente mensen. Ik zal wel de zoveelste vreemde man zijn in haar ogen, maar ik voel nog altijd een soort herkenning als ik binnenkom. Iets dat ze nauwelijks kan uiten, maar ik voel dat het er ís – een soort ver-trouwen. Nu ja, datzelfde vertrouwen zal ze ook wel voor haar verzorgsters opbrengen, denk ik.

»Maar goed, mocht ze ooit voor euthanasie getekend hebben, dan zou ik me daar nu met hand en tand tegen verzetten. Ze kan nog een soort genot ervaren, bijvoorbeeld bij aanrakingen. In Scandinavië heeft men dat allang ingezien – in de tehuizen voor dementeren zijn daar snoezelkamers ingericht, waar de patiënten gemasseerd worden. Het vreemde is dat mijn moeder fysiek in prima conditie is. ‘Ze zou honderd jaar kunnen worden,’ zegt de dokter.»

HUMO Je vader was ook dement. Heeft je ervaring met hem ervoor gezorgd dat je nu beter opgewassen bent tegen de dementie van je moeder?

APPERMONT «Absoluut. Minstens twee keer per week ga ik naar haar toe, en dan verzorg ik haar – ik sta dus niet naast haar als een kasplant. Ik heb altijd versgeperst fruitsap voor haar mee, en al bij het binnenkomen zeg ik: ‘Ik heb een aperitiefje voor je.’ Daarna geef ik haar te eten, en na het eten krijgt ze van mij een massage. En ondertussen praat ik ook met haar. Ze zegt nog een heleboel dingen, maar natuurlijk leiden onze conversaties nergens heen. Als ze iets beweert, zeg ik: ‘Daar heb je gelijk in.’ Ik zal haar nooit tegenspreken of in de rede vallen, laat staan dat ik zou zeggen: ‘Wat zeg je me nu?’ Ik huiver voor zulke reacties.»

HUMO Heb je ooit gezien dat je demente moeder bang was? Bang voor iets waar jij geen peil op kon trekken?

APPERMONT «Ja, maar dat was vóór haar ziekte doorzette – mijn vader was al overleden, maar ze kon rekenen op uitstekende mantelzorg – er liepen minstens zeven buren of verpleegsters per dag bij haar aan. Toch zag ik soms dat ze pijn leed en dat ze bang was – wellicht betrapte ze zichzelf op symptomen van dementie die ze bij haar man had gezien. Ze wilde er ook niet over praten. Ik denk dat heel veel mensen in het voorstadium van dementie die ziekte nog het liefst ontkennen, en al helemaal voor de buitenwereld.»

HUMO Zit het leven goed in elkaar?

APPERMONT«‘Goed’ en ‘slecht’ zijn rare begrippen als je het over het leven hebt. Ik hoop waardig ouder te worden, en ondertussen vrees ik de dag dat ik mensen tot last zal zijn. Door de ervaring met mijn moeder, weet ik nog niet of ik voor euthanasie zal tekenen.»

‘Ik hou niet meer van het strebertje dat ik ooit was. Ik wilde per se gezien en gehoord worden, en daar wilde ik zelfs mijn sociaal leven voor opofferen.’ Beeld Johan Jacobs
‘Ik hou niet meer van het strebertje dat ik ooit was. Ik wilde per se gezien en gehoord worden, en daar wilde ik zelfs mijn sociaal leven voor opofferen.’Beeld Johan Jacobs

JAN MODAAL

HUMO We zouden haast vergeten dat het je verjaardag is. Laten we voor de gelegenheid even langs Memory Lane kuieren: achtendertig jaar geleden ben je afgestudeerd aan de kleinkunstafdeling van Studio Herman Teirlinck. Mét onderscheiding, volgens mijn research.

APPERMONT «Dat van die onderscheiding was ik vergeten. We waren daar ook niet zo mee bezig toen. Ik herinner me dat mijn klasgenote Liliane Dorekens, een volkse meid, zei: ‘Ik ben afgestudeerd ad fundum.’ Om je maar te zeggen dat cum laude geen indruk maakte op ons.»

HUMO Je behoorde tot de allereerste lichting van de kleinkunstafdeling, en je bent veruit de bekendste mens van je klas geworden – in ie-der geval heb je de langste carrière, en doordat je voor de televisie werkte, heb je ook het meest in de kijker gelopen.

APPERMONT «Dat zou ik niet meteen zeggen: Rik Moens is nog altijd een gerespecteerd radioproducer; Conny Neefs is nog altijd druk bezig, en ik denk dat Liliane Dorekens ook nog altijd aan het werk is, maar die heeft een moeilijker pad gekozen: jazz. Een tijd geleden hebben we een reünie gehad, in het openluchtmuseum van Bokrijk dan nog wel – en dat was niet symbolisch bedoeld (lachje). Daar heb ik Harry Mertens teruggezien, die nog altijd acteur is in Den Haag. Luk Bral was er niet bij, maar is nog altijd met muziek bezig: hij duikt op de meest onverwachte momenten even op, en al even vlug verdwijnt hij weer. Hij zou op dit ogenblik in Frankrijk wonen, heb ik gehoord.»

HUMO Wat meende je te kunnen vóór je aan je opleiding in Studio Herman Teirlinck begon?

APPERMONT «Weinig of niks. Ik wou eigenlijk politieke & sociale wetenschappen gaan studeren, want ik wou later ‘iets in de media’ doen (lacht), iets dat toen vooral erg vaag was. Ik weet dat ik opkeek naar televisiepresentatoren als Toni Corsari, Jef Burm, Paul Van de Velde en Jan Theys, dat wel. Voor de rest was ik Jan-tje Modaal, hè, maar ik probeerde me wel te onderscheiden in buitenschoolse activiteiten: in de jeugdbeweging was ik haantje-de-voor-ste, en ik was ook voorlezer in de kerk en lid van een zangkoor – ik heb met dat koor in het Koninklijk Circus nog de Negende van Beethoven gezongen in een balletvoorstelling van Maurice Béjart. Maar dat nam niet weg dat ik op de middelbare school volslagen middelmatig was: ik presteerde net genoeg om niet gezakt te zijn.

»Maar goed, op een dag nam ik de trein naar Leuven om me aan de universiteit in te schrijven, en in De Standaard las ik dat de toenmalige minister van Cultuur Frans Van Mechelen aan Studio Herman Teirlinck een nieuwe afdeling zou toevoegen: kleinkunst. Ik dacht: ‘Daar zullen ze dus vast ook wel presentatoren opleiden.’ Ik heb me niet ingeschreven aan de K.U.Leuven, maar heb meteen de trein naar Antwerpen genomen, en me in het secretariaat van de Studio aangemeld. Thuis heb ik mijn ouders ervan overtuigd dat ik beter naar die kleinkunstafdeling zou gaan, en ze voelden ook wel dat het me menens was. Ik kon altijd nog terug naar Leuven, want na drie maanden was er al een eerste zware selectieproef bij Studio Herman Teirlinck. Wie afviel, mocht het meteen vergeten. Ik was ook de allereerste student die zich aan de kleinkunstafdeling heeft aangemeld. Misschien heb-ben ze me dáárom toegelaten. Tien jaar later was ik wellicht nooit door de toelatingsproef gekomen.»

HUMO Het was de bedoeling van de kleinkunstafdeling cabaretiers (m/v) en chansonniers (m/v) op te leiden, maar jij wilde vooral presentator worden.

APPERMONT «Ja, en daardoor week ik totaal af van de rest van mijn klas. Ik herinner me de toelatingsproef nog goed: aan een tafel zag ik toenmalige coryfeeën als Ivonne Lex, Anton Peeters en Denise Deweerdt zitten, en ik zei: ‘Ik ben Luc Appermont, kom uit Bilzen en wil presentator worden.’ Daar keken ze raar van op. Ze vroegen of ik even tien minuutjes naar buiten wilde gaan, ze wilden een en ander onder elkaar bespreken. Volgens mij zullen ze zich toen pas hebben gerealiseerd dat ze ‘presenteren’ ook in het lessenpakket konden opnemen.

»In ieder geval waren het voor mij gouden jaren aan Studio Herman Teirlick: aangezien die kleinkunst-afdeling gloednieuw was, kregen we alle aandacht. Het lerarencorps heeft hopen energie in ons gestoken. Ik sprak op de zangerige toon die eigen is aan Limburgers, en ook met een zeer Limburgse huig-r, en ik lispelde een beetje: op het eerste gezicht was ik dus kansloos, maar ik denk wel dat mijn goesting ze is opgevallen, zo van: ‘Die jongen wíl zo graag.’ Maar er is geweldig aan me geschaafd en geknipt moeten worden. Ook letterlijk, want ik heb zelfs een kaakoperatie moeten ondergaan: ik had last van overbite. Mijn drang was zó groot, en hij ging tegen alle logica in... Jantje Modaal kwam ineens bij rare vogels terecht, artiesten. Ik was zowat de enige die een boekentas meenam naar school (lacht). Ik ben nooit een artiest geworden, maar ik heb altijd wel geprobeerd een vakman te zijn.»

HUMO Je wilde maar één ding: presentator worden. Ben je dan ook anders opgeleid dan de rest van je klas?

APPERMONT «Een beetje wel, ja. Ik deed wel mee aan gemeenschappelijke producties – ik heb dus ge-danst en gezongen – maar altijd met de houding: ‘Ik doe dit omdat het móét, maar eigenlijk wil ik al-leen maar presenteren.’ De leraren wisten dat ook; ze hielden rekening met mijn voorkeur, maar af en toe kreeg ik van Rik Gyles, de toenmalige directeur, te horen: ‘Met jou heb ik toch een probleem. Je bent niet echt wat wij met de kleinkunstafdeling beogen.’ Maar dan waren er weer andere docenten die mij met hand en tand verdedigden, precies omdat ik zo vasthield aan dat presentatiewerk.»

DUIVELTJE

HUMO Blééf je ondertussen ook Jantje Modaal?

APPERMONT «Het gebeurde dat we voor bepaalde producties ’s nachts of in het weekend moesten doorwerken. Artiesten hebben geen vaste tijdindeling, hè? Maar ik wel, want ik het weekend moest ik voor kelner spelen om mijn studie te kunnen betalen. Ik verzette me dan ook tegen dat eeuwige doorwerken, want ik vond dat we doordeweeks al genoeg tijd verloren tussen acht uur ’s ochtends en zeven uur ’s avonds. Nachtwerk leek me overbodig, en dat zei ik ook. Dat zou een echte artiest nooit doen.»

HUMO ’t Klinkt als een vraag uit ‘Big Brother’, maar vooruit dan maar: lag je goed in de groep?

APPERMONT «Dat weet ik eigenlijk niet zeker, al had ik de indruk dat ik met iedereen goed kon opschieten. Ik trok meestal op met Conny Neefs en Liliane Dorekens – laat ik zeggen dat wij binnen de klas de lichtere muze vertegenwoordigden. Daarnaast had je mensen als Luk Bral en Rik Moens die zich op het zwaardere werk lieten voorstaan, vooral het hippere werk. Ik bleef een burgerlijke jongen uit de provincie, ook al presenteerde ik in die tijd het jazzconcours van Jazz Bilzen. Ik zat ook niet in Antwerpen maar in Kruibeke op kot. Mijn ouders maakten zich zorgen: ‘Ant-werpen is zo’n grote stad, en dat joeng moet er z’n weg nog leren vinden ...’ En dus brachten ze me voor alle veiligheid maar bij verre familie in Kruibeke onder, waar ik ’s ochtends om half zeven, een onchristelijk uur, de bus naar Antwerpen moest nemen. Nu ja, op de duur bleef ik steeds vaker bij Luk Bral of Rik Moens logeren, en daarna heb ik zelf een studentenkot gezocht. Ik heb in die tijd ook nauwelijks kroegen bezocht in Antwerpen, maar ik ging wel zo nu en dan stappen in Leuven, want dáár zaten mijn vrienden. In de Ambiorix, een café waar vooral Limburgse studenten samenkwamen.»

HUMO Was het op de duur niet een tikje vervelend om een burgerlijke jongen uit de provincie te zijn?

APPERMONT «Ik heb mijn blik wel verruimd, hè, en misschien ben ik ondertussen wel minder burgerlijk dan ik denk. Maar goed: op een keer kwam Toon Hermans een aantal gastcolleges geven. Hij kwam binnen en zei: ‘Ik ben een menneke van Sittard, en dat zullen ze geweten hebben.’ Ik voelde me een halve meter groeien toen ik dat hoorde. Ik dacht: ‘Je mág dus een provinciaal zijn: het kán!’ Ik heb me toen ook voorgenomen mijn afkomst nooit weg te moffelen. Nóg een herinnering van de toelatingsproef. ‘Stel je even voor,’ zei Yvonne Lex. Ik zei wie ik was, en toen vroeg ze me met een zwaar aangezet Limburgs accent: ‘Zijt gij van Limburg?’ Ik dacht dat ze aardig wilde zijn, en ik antwoordde argeloos met een al even zwaar accent en met een flinke huig-r: ‘Ja, mevrouw.’ De jury kwam niet meer bij, en ik begreep niet waarom (lacht).

»Mijn sociaal leven speelt zich nog altijd in Limburg af: mijn stamcafé en mijn bank en mijn apotheker zijn in Bilzen. Ik woon nu wel in Oud-Heverlee, een prachtige gemeente, maar ‘thuis’ is tot nader order voor mij nog altijd Bilzen, de plek van mijn brave en onopvallende jeugd. Ik weet dat ik jaren nadat ik was afgestudeerd nog altijd mevrouw Leemans zei tegen Jo Leemans, van wie ik les had gekregen. Iemand als Luk Bral zei meteen ‘Jo’. Dat zou ik nooit hebben gedurfd, en Conny Neefs ook niet: die zei zelfs meneer tegen haar broer Louis, toen we les van hem kregen.»

HUMO ‘Braaf’,’ onopvallend’ en ‘Jantje Modaal’, maar toch heb je je hele werkende leven lang in de spotlights gestaan.

APPERMONT «Ik kom uit een gezin met vijf kinderen, ik was de middelste, tussen de twee oudste en de twee jongste in, en ik zal wel een grote behoefte aan aandacht hebben gehad. Ik had er alles voor over om aardig te worden bevonden. Mijn moeder kreeg heel veel complimenten over mij: ‘Elders ben je een engeltje,’ zei ze vaak, ‘maar thuis ben je een duiveltje’. Ik kon me heel moeilijk aan de gezinsregels houden – op tijd aan tafel verschijnen was een probleem voor mij. Ik probeerde ook zo vaak mogelijk het huis uit te zijn. Onze grootouders woonden bij ons in. Tot mijn vijftiende heb ik mijn slaapka-mer met mijn grootvader gedeeld, wat ik absoluut niet erg vond – ik dacht dat het zo hoorde. Ik weet wel dat de gemiddelde vijftienjarige vooral alleen wil zijn op z’n kamer, maar dat heb ik kennelijk onderdrukt – mijn puberteit is pas veel later gekomen. Mijn grootvader, die in de negentig was, ging om acht uur naar bed, en ik zat ondertussen doodstil te studeren, bij een zwak leeslampje. Ik wilde hem vooral niet wakker maken.»

HUMO Wat deed je vader voor de kost?

APPERMONT «Hij was secretaris en administratief directeur van het OCMW-ziekenhuis in Bilzen.»

HUMO Middenklasse.

APPERMONT «Dat zou je zeggen, ja – elke dag keurig gekleed naar zijn werk, wit overhemd, stropdas – maar financieel was er niet zoveel bewegingsruimte in zo’n groot gezin. Alles was gerantsoeneerd: tot we tien waren, kregen we twee stukjes chocolade van een reep die uit zes stukjes bestond. Daarna kregen we er drie. Maar dat was ook om ons minder te laten snoepen, natuurlijk. En uiteraard droegen we elkaars kleren af. Ik ben al heel vroeg beginnen te dromen van financiële onafhankelijkheid, en dat is altijd mijn drijfveer geweest om keihard te werken, soms dag en nacht, weken van tachtig uur. Denk ik, want ik heb die werkuren nooit geteld – ze voelden ook nauwelijks als werk aan.»

Over zijn afscheid van vtm: ‘Kijk, iedere generatie heeft recht op eigen tv-gezichten. En als de directies van de zenders jonger worden, dan het personeel ook: dat is niet meer dan logisch.’ Beeld HUMO
Over zijn afscheid van vtm: ‘Kijk, iedere generatie heeft recht op eigen tv-gezichten. En als de directies van de zenders jonger worden, dan het personeel ook: dat is niet meer dan logisch.’Beeld HUMO

STERREN IN HET IJS

HUMO Populaire televisiepresentatoren van nu – Bart Peeters, Koen Wauters, Peter Van de Veire – zijn nooit voor presentator opgeleid.

APPERMONT «O, maar een gespecialiseerde opleiding is absoluut geen voorwaarde voor een carrière als televisiepresentator. Ik had een opleiding nodig, maar iemand als Bart Peeters is als het ware op de studiovloer geboren: zijn vader was studiomeester, en zijn ouders waren allebei met poppenkast en toneel bezig. Bart had een natuurlijke voorsprong, en van jongs af had hij voeling met het vak. Toen ik begon, wist ik dat ik mijn beurt zou moeten afwachten. Ik dacht: ‘Mijn tijd komt nog wel,’ en daardoor ben ik eerst zeventien jaar omroeper geweest.

»Die lange wachttijden, waarin je kunt evolueren en groeien, zijn nu niet meer aan de orde. Er werd ons ook heel veel vergeven. Nu moet je het meteen kúnnen, of je wordt zonder boe of bah afgeserveerd: je krijgt eigenlijk maar één kans. Daarmee vergeleken zat ik in een luxepositie. Ik moet eraan toevoegen dat wij ook geduldig waren, en dat is de huidige genera-tie niet meer. Ik heb genoeg jonge sollicitanten ontmoet die meteen zeggen wat ze precies willen doen, hoeveel ze daarmee willen verdienen, en wanneer ze vrijaf willen nemen. En ze weten meestal ook precies te vertellen waar ze over twee jaar zouden willen staan. Ze hebben een duidelijk beeld van wat ze willen en wat ze zijn, en daar willen ze meteen de vruchten van pluk-ken. Nu, ik heb ook nooit hoeven te solliciteren, men heeft mij altijd gevráágd.»

HUMO Misschien had jij wel meer geduld dan ambitie.

APPERMONT «Ik denk dat ik zeer ambitieus was vroeger, maar ik kende mijn beperkingen: ik wist dat ik geen groot licht was, of toch geen vanzelfsprekend talent, niet iemand die er meteen stónd en ervaring uitstraalde zonder ervaren te zijn.»

HUMO Je zult als presentator altijd wel met een soort keurigheid geassocieerd worden, een soort vormelijkheid ook. ’t Is een stijl die je nu niet meer ziet.

APPERMONT «Neen. Wij hadden in Studio Herman Teirlinck gemeenschappelijke lessen met de acteurs, die de raarste dingen konden doen: aan touwen hangen en ondertussen moord en brand schreeuwen, soms in zelfverzonnen talen. Anton Peeters, een van mijn docenten, zag ze aan en zei: ‘Opkomen en zeggen: ‘Mevrouw, de postkoets staat voor,’ dat kunnen ze niet meer’.»

HUMO Dat vind ik nu een typische ouwelullenopmerking.

APPERMONT «Hij had het over wat essentieel is, en die essentie zal ik wel in een soort keurigheid hebben verpakt, ja, een vorm die nauw aansluit bij hoe ik me doorgaans voel.»

HUMO Je bent een discreet man, iemand die in het openbaar niet overloopt van opinies, maar toch trof ik in een interview uit 2004 een ronduit politieke uitspraak van je aan: ‘België is een kunstmatige staat, een historische fout die we over een aantal jaren zouden kunnen rechtzetten door van Vlaanderen een aparte staat te maken. Wallonië zou zich dan bij Frankrijk kunnen aansluiten, als het dat wil, en van Brussel kunnen ze een stadstaat maken naar het model van Singapore.’ Op dit ogenblik lijkt die uitspraak haast visionair.

APPERMONT «Mijn zus is met een Waal getrouwd. Ze woont met haar man en drie kinderen in Wallonië, ik zie ze héél graag, maar dáár heb ik wel ontdekt hoezeer hun cultuur van de Vlaamse verschilt: mijn nichtjes kennen Clouseau niet – nooit van gehoord! Vraag de gemiddelde Vlaming om vijf mediafiguren uit Wallonië op te noemen: dat kán hij niet. Ik heb een paar zeer goede Franstalige Brusselse vrienden, en hún cultuur verschilt van de Vlaamse én van de Waalse, wat Maingain en Di Rupo daar ook over mogen roepen. Brussel is een geweldige multiculturele stad, die een apart statuut verdíént: noch de Vlamingen noch de Walen moeten die stad claimen.»

HUMO België lijkt mij nog altijd een betere merknaam dan Vlaanderen.

APPERMONT «Ik vind ‘Brussel’, ‘Kim Clijsters’ en ‘Eddy Merckx’ veel betere merknamen dan ‘België’. België opgeven zal me niet zwaar vallen, maar ga niet beweren dat de Walen het, als het zover is, maar zelf moeten uitzoeken. We moeten samenwerken, en vooral elkaars bevoorrechte handelspartner zijn.»

HUMO Het woord ‘handelspartner’ doet me eraan denken dat drie jaar geleden je contract met de vtm afliep.

APPERMONT «Ik was klaar met ‘Rad van fortuin’: ik kon niets meer aan dat programma toevoegen, en dat programma ook niet aan mij. Vroeger zou ik zowat alles aangenomen hebben, maar drie jaar geleden begon ik toch te denken: ‘Het moet zinvol zijn.’ Ik heb toen tegen Jan Segers, de programmadirecteur, gezegd: ‘Als je ‘Rad van fortuin’ wil aanhouden, zoek dan een jonge presentator.’ ‘Neen, dan stoppen we er helemaal mee,’ zei hij. Hij wilde weten wat ik dan wel wilde doen. ‘Een talkshow: daar ben ik nu klaar voor, wat ten tijde van ‘Luc’ niet helemaal het geval was.’ Maar een onderzoek had uitgewezen dat er bij het vtm-publiek geen dringende behoefte aan talkshows was. ‘Sterren op de dansvloer’ zou net beginnen. De vtm had twee presentatoren naar voren geschoven: Jacques Vermeire en ik. ‘Het testpubliek vond jou professioneel,’ zei Jan Segers, ‘maar het koos toch voor de humor van Jacques Vermeire.’ Daar had ik vrede mee. Zo zijn onze wegen uit elkaar gegaan. Het geeft me geen pijn gedaan. Achteraf heb ik me nog op het ijs gewaagd in ‘Sterren op het ijs’, maar dat was meer een vriendendienst.»

HUMO Was dat de enige reden waarom jij een ingewikkelde bekkenbreuk riskeerde?

APPERMONT «Dat programma had niets maar dan ook niets met mijn leefwereld te maken, zodat ik dacht: ‘Ik wil me er weleens aan wagen.’»

HUMO En dan nog wel en plein public.

APPERMONT «Daar trok ik me toen niks van aan. Ik heb er prettige herinneringen aan. En het was mijn laatste optreden op de vtm. Kijk, iedere generatie heeft recht op eigen gezichten. En als de directies van televisiezenders jonger worden, dan het personeel ook: dat is niet meer dan logisch.»

KEURIG HEERTJE

HUMO Je bent nog maar zelden op de televisie te zien. Heb je thuis ontwenningsverschijnselen vertoond?

APPERMONT «Neen. Ik zit, als ik mijn opleiding even meereken, al eenenveertig jaar in het amusementsvak. Dat is toch fantastisch? Wie houdt het zo lang vol? Ik hoef niet meer zo nodig, maar ik sta nog altijd open voor voorstellen. Vorig jaar belde men mij op om mee te werken aan een programma over tatoeages, onder het motto: les extrèmes se touchent. In mijn geval dus: een keurig heerschap dat zich in de wereld van de tatoeages zou verdiepen. Een heerschap dat ooit met een neptatoeage enkele mensen uit zijn naaste omgeving hevig heeft doen schrikken (lacht).

»Maar goed, ik heb ervoor bedankt. Ik zag het niet zitten, al bij al. Ik ben eenenzestig, hè. Veel men-sen van mijn leeftijd zijn al met pensioen. En er zijn niet zoveel formats waar iemand van mijn leeftijd nog in past. De media nemen ook steeds minder risico’s – ’t is in de loop der jaren een wel heel dure business geworden. Men wil vooraf zekerheid over programma’s, maar ik geloof niet in dat soort zekerheid – ik geloof niet in de zekerheden die een testpubliek aanreikt. Ik geloof ook niet in de waarde van populariteitspolls.»

HUMO En dat zeg jij, de bezitter van talloze Gouden Ogen.

APPERMONT «Het aardige van het Gouden Oog was dat er geen lijstje van genomineerden was – er was geen voorselectie, zodat iedereen dus op iedereen mocht stemmen. Dat had nog iets democratisch. Maar ik ben destijds nog naar vtm-bazen Mike en Guido gegaan met het verzoek om niet langer van de categorie ‘Beste Presentator’ te spreken, maar wel van ‘Populairste presentator’. Dat strookte meer met de waarheid.»

HUMO Ik citeer je even: ik weet niet of ik de Appermont van twintig jaar geleden nog te vriend zou willen hebben.’

APPERMONT «Dat beaam ik nog steeds. Ik hou niet meer van het strebertje dat ik ooit was. Ik wilde per se gezien en gehoord worden, en daar wilde ik zelfs mijn sociaal leven aan opofferen. Ik dacht toen dat ik maturiteit en kennis had, maar die had ik níét. Laat ik zeggen dat er een soort rust over me is neergedaald. Ik zal vroeger wel een zeer onrustige ziel geweest zijn – altijd uit op de vólgende stap – maar geleidelijk aan is die onrust weggeëbd. Op zolder heb ik nog stapels videobanden van programma’s waaraan ik heb meegewerkt. ‘Die bekijk ik nog weleens,’ dacht ik, maar ondertussen zijn ze wel-licht al half vergaan. En dat kan me niet eens schelen. Ik heb geen behoefte meer aan dat bewijsmateriaal, terwijl de Appermont van twintig jaar geleden nog kickte op die stapels videobanden. Vroeger vond ik televisie het allerbelangrijkste en machtigste medium, maar nu zie ik er alleen maar de vluchtigheid van in. En door al die nieuwe technologieën wordt het publiek door informatie overspoeld. Als je vroeger een tv-programma maakte, werd je er een halfjaar later nóg over aangesproken. Het was niet ongewoon dat plaatjes vier maanden lang in de hitparade stonden. Dat is allemaal onherroepelijk voorbij, en daar kan ik me mee verzoenen.»


‘Wat de roddelpers ook beweert, Bart en ik hebben onze relatie nooit ver-stopt. Wij zijn altijd samen op restaurant gegaan. Maar we zijn geen party animals, op feestjes zal men ons wel niet hebben gezien.’
 Beeld rv
‘Wat de roddelpers ook beweert, Bart en ik hebben onze relatie nooit ver-stopt. Wij zijn altijd samen op restaurant gegaan. Maar we zijn geen party animals, op feestjes zal men ons wel niet hebben gezien.’Beeld rv

PUBLIEK GEHEIM

HUMO Wat doe je nu?

APPERMONT «Presentatiewerk overal in het land: bedrijfsfeesten, incentives, feestavonden. En voor de Nationale Loterij organiseer ik nog altijd de Zomertour, een spektakel dat de kust afreist in de vakantie. Daarvoor moet ik telkens weer zo’n zeventig mensen in dienst nemen. En morgen ga ik repeteren voor ‘Limburg All Stars’, een show met Limburgse muzikanten als Stijn Meuris, Marcel Vanthilt, Mauro Pawlowski, Buscemi, John Terra, en anderen.»

HUMO Kun je ook nietsdoen?

APPERMONT «Dat ben ik aan het leren. Ik heb mijn sociaal leven jarenlang verwaarloosd, en dat probeer ik nu goed te maken.»

HUMO Over je sociaal leven gesproken: laatst kwam je zijdelings in het nieuws, doordat je levenspartner Bart Kaëll in de pers over jullie relatie had gesproken. Voor het eerst. Terwijl jullie relatie toch een publiek geheim was.

APPERMONT «Bart heeft gelijk als hij zegt: ‘Niemand heeft ons ooit naar onze relatie gevraagd.’ Wij hebben dus nooit op die vraag hóéven te antwoorden. En wij hebben ons ook nooit verstopt.»

HUMO Dat wordt anders wel meerstemmig en vaak met overslaande stem beweerd in de vakpers.

APPERMONT «Ja, maar het is niet waar. Wij zijn altijd samen naar restaurants gegaan. Maar we zijn geen party animals: op feestjes zal men ons wel niet hebben gezien. Kijk, in mijn onmiddellijke omgeving is onze relatie nooit een issue geweest: mijn ouders, zíjn ouders, onze hele familie, de buren – ieder-een wist het. Maar ik heb mijn privéleven altijd afgeschermd – mocht ik vrouw en kinderen hebben, dan zou ik óók discretie hebben betracht. En over bekende mensen heb ik me nooit afgevraagd of ze een hond zouden hebben, wat ze aten, en of ze al dan niet een pyjama droegen in bed. Laat staan dat ik me zou hebben afgevraagd wat hun seksuele geaardheid was. En dan krijg je te horen: ‘Het publiek wil het wéten!’ Bullshit! Bladen bieden zulke informatie aan, wat weer wat anders is.»

HUMO Bart Kaëll zei dat die outing toch een beetje een opluchting voor hem was.

APPERMONT «Hij heeft het initiatief genomen. Hij heeft me dat interview in Dag Allemaal vooraf laten zien: ‘Laat maar staan,’ heb ik gezegd, ‘mijn probleem is het niet.’ Het ís namelijk geen probleem. Maar goed, Sonja Barend heeft me ooit gezegd: ‘Mijn radio- en televisieprogramma’s wil ik delen met mijn publiek, en verder niks.’ Ik kom uit díé school. Mocht ik vandaag debuteren, en een jaar of tweeëntwintig zijn, dan zou ik daar wellicht heel anders over denken.»

HUMO Stond je in je klas in Studio Herman Teirlinck als gay bekend?

APPERMONT «Neen, want ik wist het toen zelf niet. Ook wat dat betreft, ben ik een laatbloeier. Mijn hele vriendenkring bestaat uit hetero’s. Pas toen Bart in mijn le-ven kwam, kwam daar een andere strekking bij, en ondertussen is die vriendenkring een prachtig amalgaam, en in alle opzichten verrijkend.»

HUMO In een talkshow op de BBC zei Stephen Fry laatst dat hij voor negentig percent homo was en voor tien percent hetero. Die tien percent had er ooit voor ge-zorgd dat hij tijdens de opnames van ‘Blackadder’ verliefd werd op een schminkster die later de echtgenote van Rowan Atkinson is geworden. Jij hebt ook weleens iets met een vrouw gehad, zelfs iets dat maandenlang heeft geduurd, las ik.

APPERMONT «Ik heb met meer meisjes iets gehad, ja. En dat was verwarrend. Ik ben op een bepaald moment tot de conclusie gekomen dat ik op mensen val – dat ik verliefd kan worden op mensen, mannen èn vrouwen, en dat hoeft niet noodzakelijk een seksuele ondertoon te hebben. Pas rond mijn achtentwintigste werd het voor mij duidelijk dat ik homo was. Rijkelijk laat. Ik zal het wel lang verdrongen hebben, denk ik, al weet ik nog steeds niet waarom.»

HUMO Misschien wel omdat je bang was voor de reactie van je heteroseksuele naaste omgeving?

APPERMONT «Ik heb het nooit aan mijn ouders hoeven te vertellen – het is nooit uitgesproken, maar gewoon aangetoond. Toen Bart in mijn leven kwam, hadden wij een heel makkelijke introductie, waar we geen uitleg bij hoefden te geven: ik was zijn mentor, ik had hem ontdekt in de Baccara-beker, een zangconcours van toen. Het klinkt nu wellicht gevaarlijk (lachje), maar toen werd het maatschappelijk aanvaard dat een jong artiest een mentor had. Hij was meerderjarig (lacht). Mijn omgeving zag dat Bart deel ging uitmaken van mijn leven, en dat was dan dat.»

HUMO Daarnet zei je dat je, wat je seksualiteit betreft, een tijdlang verward was. Heb je toen ook hulp gezocht?

APPERMONT «Neen. Ik was wel verward, maar dat had voor het overige geen effect op mijn persoonlijke geluk. Ik heb er niet één uur van wakker gelegen.»

HUMO Wat denk je in het algemeen over de maatschappelijke aanvaarding van homoseksualiteit?

APPERMONT «Ik hoorde dat er in Nederland weer veel agressie is tegenover homo’s»

HUMO Kennelijk ook in België: nog niet zolang geleden zag ik in ‘Koppen’ een reportage over de homoscene rond de Kolenmarkt in Brussel. Eén op de tien homo’s is daar al fysiek aangevallen door jongerenbendes, en één op de zes wordt geregeld uitgescholden.

APPERMONT «Kunnen we die jongeren met de vinger wijzen? Ze komen meestal uit de Maghrebcultuur, en de homoscene zíén zal voor hen al een cultuurschok zijn, want wat dat betreft zijn ze totaal fout voorgelicht. ’t Blijft in het Westen nog altijd onze grootste opdracht ervoor te zorgen dat zulke mensen zo snel mogelijk participeren in onze denk- en leefwereld, en ze dus ook te laten inzien dat ze fout zijn voorgelicht. Die jongeren vormen natuurlijk wel een probleem, maar ik heb in mijn milieu nooit afwijzing gevoeld, ook niet na die interviews met Bart. Integendeel zelfs.»

HUMO Meer militante homo’s en lesbiennes vinden dat openbare figuren publiekelijk voor hun homoseksualiteit moeten uitkomen.

APPERMONT «Omdat ze een voorbeeldfunctie zouden hebben? Ach, misschien wel, maar ik laat dat liever over aan mensen die zich daartoe geroepen voelen. Mocht ik vrouw en kinderen hebben, dan zou ik ook niet manifest voor het gezin opkomen.»

HUMO Stel je je nog voor hoe het zou zijn mocht je heteroseksueel getrouwd zijn en kinderen hebben?

APPERMONT «Ik heb altijd wel een kinderwens gehad. Ik zou graag vader geworden zijn, maar daar is het nu te laat voor. Dat zeg ik nú, maar vroeger was er ondanks mijn kinderwens geen plaats voor kinderen in mijn leven, want ik was toen volop met mezelf bezig. Ik moest voor-al mijn eigen ego voeden. Ach, mijn verleden houdt me niet bezig, en mijn toekomst ook niet: ik probeer in het nu te leven, wat al moeilijk genoeg is.»

HUMO Ik las dat je, toen je een jaar of zestien was, ervan droomde ooit het Eurosongfestival te becommentariëren. Dat was al behoorlijk gay.

APPERMONT «Een veeg teken, ja (lacht). Nu, ik heb vijftien jaar commentaar geleverd bij het Songfestival, en in het begin was er nog absoluut geen sprake van dat gaye sfeertje. Je kwam er vaklui uit de showbusiness tegen, en de gesprekken gingen ook meestal over het vak en over de zakelijke kant ervan – ’t was meer een vakbeurs dan iets anders. Maar ik heb het langzamerhand zien veranderen: de gay scene leek het over te nemen – ik zag er mensen van wie ik dacht: ‘Hoe ben jij in godsnaam aan een accreditatie gekomen?’ Enfin, het Songfestival hield voor mij op toen ik wegging bij de VRT, en sindsdien heb ik me er nooit meer in verdiept. En ik ben er ook nooit meer speciaal voor gaan zitten, en al helemaal niet met drankjes en bakjes chips erbij. Ik heb er hoog-uit nog flarden van opgevangen, en dat is meer dan genoeg.»

HUMO Luister je naar cd’s van Bart Kaëll als hij niet thuis is?

APPERMONT (lacht) «Neen. Hij laat me altijd zijn nieuwe nummers horen, en daar geef ik dan mijn mening over, maar daar houdt het ook op. Hoor ik iets van hem op de radio, dan zet ik ’m niet uit, maar ’t is niet zo dat ik ’s nachts tijdens een eenzame autorit op weg naar huis cd’s van hem draai. Ik zoek dat niet op, zal ik maar zeggen (lacht)

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234