Martine Tanghe - 1984Beeld VRT

afscheid vanMartine Tanghe

Martine Tanghe (28): ‘De haat en de vijandschap zijn me teveel geworden, ik voel me moe, zo moe’

Martine Tanghe (28), komt een vol jaar niet op het kleine scherm. Op één september is ze met haar vriend Jos Van Hemelrijck (37), journalist bij de WereIdomroep, per zeiljacht richting Canarische Eilanden vertrokken, met als uiteindelijk doel de zonovergoten, paradijselijke Caraïben. Een droomreis. Alhoewel. De Miss Musette heeft niets van een plezierjacht. Hij is ongezellig smal, hoekig en hard. Genoeg ruimte voor twee, te weinig voor drie. Als ik vraag of dit jacht zeewaardig is, wordt er honend gelachen. Het ziet er niet zo uit maar weet ik veel. Het is er druk de dag voor het vertrek. Er moeten nog butaan-gasflessen aangesloten worden, olie gekocht, een net gespannen, naar de ambassade van Cuba gebeld voor een visum en een volledige auto eetwaren gestouwd. We steken een handje toe. Er hangt een mengeling van luchthartigheid en bezorgdheid in de lucht. De zenuwen staan gespannen.

(Verschenen in Humo op 27/9/1984)

HUMO Wat trekt jou zo aan in de zee? Ik wil best wel varen, maar niet te lang, of de verveling slaat toe.

MARTINE TANGHE «We zitten geen volledig jaar op zee: hé. Wij gaan landen bezoeken. Ik ben ook geen echte zeilster. Wij zeilen vrij conservatief. Het is niet onze bedoeling ergens zo snel mogelijk te komen en het uiterste uit onze boot te halen. Dat is veel te vermoeiend, vooral omdat we maar met in tweeën zijn. Wij zijn verplicht elkaar voortdurend af te lossen in shiften van vier uur. Vier uur slapen: vier uur wachtlopen. Op die manier kun je niet tot het uiterste gaan. ‘s Avonds zullen we bij voorbeeld principieel al zeil minderen. Jos kan op in eentje wel een zeil veranderen maar ik niet. ik ben niet zo sterk. Als ik ‘s nachts wachtloop, mag er dus niet teveel zeil opstaan want dan zou ik wel eens in de problemen kunnen komen als er een stevige wind opsteekt. Ik moet die boot de baas kunnen blijven, hé. Ten slotte is dat een ding van elf ton dat je in je handen hebt.»

HUMO Vier uur slapen, vier uur waken. Hoe hou je dat vol?

MARTINE «De eerste drie dagen is dat zwaar. maar daarna wen je eraan, dan krijg ie zeebenen. Het moet ook Je moet regelmatig relaxen, of le gaat eraan kapot.»

HUMO Is dat nu de eerste lange reis die je met de Miss Musette maakt?

MARTINE «Neenee. Vorig jaar zijn we van Blankenberge naar Noorwegen gevaren. Dat is natuurlijk niet zo ver als nu, maar de Noordzee en het Kanaal zijn de drukste en dus gevaarlijkste zeeën ter wereld. De Noordzee is eigenlijk als een autosnelweg. Wie op de Noordzee kan varen kan het overal. Er zijn net vrienden van ons terug uit de Caraïben. Tijdens de hele overtocht, die drie weken duurt, hebben ze welgeteld één cargo gezien. Dat is ondenkbaar op de Noordzee. Je moet er goed uit je doppen kijken of je zit tegen een ander schip op.»

HUMO De Miss Musette meet 11 meter, is verder behoorlijk smalletjes en veel comfort zie ik niet om me heen. Ik zou er voor geen geld een jaar lang de wereldzee mee op durven.

MARTINE «We hebben de boot goed leren kennen onderweg naar Noorwegen. Hij is zeer stevig, boezemt vertrouwen in en ligt zeer rustig op het water. Na een storm is hij bijvoorbeeld minder moe dan wij. Dat is zeer belangrijk. Hij is natuurlijk niet luxueus. Dat komt omdat het een oude raceboot is. Hij is van de generatie van 1967. Moderne jachten zien er heel anders uit. Die zijn van binnen ingericht als een soort caravan, met ligbed en pluchefauteuils en zo. Dat zijn Tupperware-boten, Onze boot is daarentegen helemaal uit hout, ook de binnenbekleding. We zullen moeten leren leven met een minimum aan comfort. Dat zal wennen worden. Hopelijk krijgen we geen zware breuken of wordt geen van ons ernstig ziek, want dan zouden we financieel in de problemen kunnen komen. We hadden natuurlijk langer kunnen wachten tot we meer hadden gespaard, maar we doen het nu omdat we nog jong, sterk en gezond zijn. Bovendien word je hoe ouder hoe banger. Jos voelt dat sterk. Hoe langer hij vaart, hoe banger hij wordt, beweert hij. Het is dus nu of nooit. En voor mij komt de reis op een zeer goed moment. Ik hoop dat de sfeer op de BRT over een jaar een beetje beter zal zijn, want ik word daar ziek.»

HUMO Je hoeft niet per se terug naar de BRT.

MARTINE «lk wil ontzettend graag terug. Wat moet ik anders doen? lk hou van mijn job. Ik heb daar een stel lieve collega’s. Het zijn alleen de persoonlijke aanvallen die me zo’n pijn doen. De haat en de vijandschap van buitenaf zijn er teveel aan. Ik zou het me niet mogen aantrekken. Als je een beetje in de belangstelling staat, riskeer je zoiets. Dat weet je vooraf. Maar toch, ik word er zo ongelukkig van... Ik ben zo moe.»

HUMO Waarom pikt men jou er telkens uit? Uiteindelijk beperkt je journalistieke werk zich hoofdzakelijk tot het opstellen van berichten en presentatie. Jij maakt geen inslaande reportages of betwistbare documentaires.

MARTINE «Ik begrijp het ook niet. Het is een mythe die een eigen bestaan is gaan leiden, terwijl ik niets anders doe dan zeer keurig en conscientieus teksten maken waarvan ik hoop dat ze door iedereen begrepen worden. Maar nee, ze vallen me dan aan op hoe ik ze lees, hoe ik kijk...»

HUMO Zoals Eric Van Rompuy?

MARTINE «Ik dacht ik koop voor de laatste keer Humo. lk had het beter niet gedaan. Ik was dat interview aan het lezen en ineens zag ik mijn naam staan. Ik dacht: het is niet waar Heeft nu ook al Eric Van Rompuy iets over mij te zeggen. Sorry hé, maar wat die man uitkraamt is fascistoïde praat. Ik zou een volksvreemd element zijn. Weet die man dan niet hoe beladen die term in Vlaanderen is? Volksvreemd! Ik neem Felix Timmermans mee op reis, de bijbel, Louis Paul Boon, en ik zou een volksvreemd element zijn? Heer, vergeef het hem want hij weet niet wat hij zegt.»

HUMO Een politicus hoort dat te weten.

MARTINE «Of hij het beseft of niet, doet amper ter zake. Het is in beide gevallen even erg. Als hij het niet beseft is hij net zo goed rijp voor de sofa. Ik word daar zo kwaad om. lk zei nog tegen Jos dat is toch allemaal niet waar? Waar haalt Van Rompuy dat in godsnaam vandaan? Oh, ik ben zo blij dat ik hier een jaar weg ben. Zelfs Bavo Claes, zo’n brave jongen, wordt door Van Rompuy voor koele kikker gescholden. Uitgerekend een hartelijk man als Bavo! Van Rompuy is gek.»

HUMO Je wordt wel door niemand gespaard. Volgens ‘t Pallieterke zit Jos er warmpjes in. Anders zou jij je niet kunnen permitteren om een jaar verlof zonder wedde te nemen.

MARTINE «Maar ik kan me dat ook niet permitteren, verdomme! Niemand kan dat, tenzij je stinkend rijk bent. Wij werken alletwee bij de BRT. Ons inkomen is dus bekend, We hebben altijd zeer goedkoop gehuurd, een appartementje in de Marollen in Brussel. We bezitten verder niets van enige waarde, geen dure kleren, geen huis, geen buitengoed, geen juwelen. Het enige wat we samen hebben is dit jacht. Alles wat we bezitten zit op deze boot, op onze meubels na. Die staan in Brussel in een keldertje van 2 m bij 4 opgestapeld. En toch schrijven de kranten over mijn ‘rijke vriend’. Om misselijk van te worden.»

HUMO Hoeveel is de Miss Musette waard?

MARTINE «Voor ons is hij onbetaalbaar. Maar dat bedoel je waarschijnlijk niet. Nieuw kost zo’n jacht evenveel als een huis. Tussen de twee en drie miljoen. Maar wij hebben hem tweedehands gekocht, voor een prijs waar je nog geen Italiaans bankstel voor hebt. Verder heeft ieder van ons 10.000 frank per man per maand. Daar moeten we het een jaar mee doen, onderhoud van de boot inbegrepen.»

HUMO Is deze reis geen vlucht? Toen het nieuws bekend raakte dat je voor een jaartje vertrok, werd in de pers een verband gelegd tussen je reis en je werk. Je was zogezegd zwaar gefrustreerd omdat een toegezegde reportage over Cuba niet door mocht gaan.

MARTINE «Neenee. Deze reis heeft niets met de sfeer op de BRT te maken. Ik wil al lang een wereldreis maken, maar de zin om het te doen is natuurlijk toegenomen met al die miserie op de BRT. Wat de kranten over die Cuba-reportage hebben geschreven klopt, maar dat is een detail in het geheel. Daárom neem ik nog geen jaar onbetaalde vakantie. Op de BRT zijn er voortdurend problemen. Zelfs nu weer. Het Vermoeden had Jos en mij gevraagd elke week een stukje te maken. We hadden daar aanvankelijk twijfels over, want het brengt een boel werk met zich mee. We waren ook niet van plan om er ons gauw vanaf te maken. Jos weet wat goede radio is, en ook ik heb mijn naam te verdedigen. We wilden dus een bepaald niveau halen. Goed, na veel getreuzel stemmen we toe. Als inleiding op onze stukjes zou Betty Mellaerts ons vooraf interviewen. 

»We horen een hele tijd niets meer. We bellen Het Vermoeden zelf op en we krijgen te horen dat Vandenbussche in eigen persoon onze medewerking aan ‘Het Vermoeden’ heeft geweigerd. Reden: zo’n medewerking strookt niet met de geest van het verlof zonder wedde. Dat was een zoveelste klap (diepe zucht)... (Dan furieus.) Dat is flauwekul, hé. De geest van verlof zonder wedde. Er zijn talloze BRT-mensen die tijdens hun verlof zonder wedde zwaar geld verdienen op een of ander kabinet. En ons gunt de BRT niet eens wat zakgeld. We zouden het trouwens niet voor de poen gedaan hebben. We zijn alletwee journalist en we willen graag contact met het medium houden. Het was ook een uitdaging voor mij om alles wat je onderweg ziet en hoort en voelt op een andere manier te verwoorden dan in de koele korte berichtjesstijl, die ik gewend ben. En dat mag dan niet van Vandenbussche.

»Misschien had Jos wel leuke stukjes kunnen maken. lk weet dat hij dat zeer goed kan. Ik niet. Voor mij zouden zulke luchthartige stukjes totaal nieuw geweest zijn. Maar nee, omdat mijn naam op het contract stond, is het hele project niet kunnen doorgaan. Dat denk ik dan. Ik weet niet of het zo is. Ik wil daar niet paranoïde over doen.»

HUMO Je kreeg aanvankelijk ook geen verlof zonder wedde.

MARTINE «Terwijl er zoveel precedenten zijn! Er was zogezegd te weinig volk op de redactie. Natuurlijk. De redactie is al een eeuwigheid onderbemand, maar dat is mijn probleem niet. Als BRT-journalisten probleemloos naar kabinetten en politieke partijen kunnen gaan en daarna weer op het scherm mogen komen, dan mag ik toch, wel eens een jaartje uitblazen, hé. Want ik ben ziek van al die gekken, van al die mensen die me achtervolgen en me voor rotte vis schelden. Ik wil daar een jaartje vanaf zijn. Je zou mijn verzameling scheldbrieven eens moeten zien. Oh oh oh! Daar zit zoveel vrouwenhaat bij! Onlangs stond er nog een brief in Het Laatste Nieuws van iemand die blij was dat ik weg ging. Hij hoopte dat de zeelucht me beter zou doen dan de BRT-indoctrinatie. Waarom schrijven mensen zoiets? Gelukkig heb ik ook kaartjes gekregen van mensen die schreven dat ze me zouden missen. Dat mensen de moeite nemen om een postzegel van 12 frank op een envelop te plakken. Dat doet me goed. Ik ben ook maar een mens (diepe zucht, lange stilte). 

»Ik ben zo moe, hé, Zo moe... lk kan dat niet verdragen. lk vind al die kritiek zo oneerlijk. Het is door mensen als Van Rompuy en zijn bende, dat ik onlangs geslagen en geschopt werd, terwijl ik gewoon mijn job deed. Die kerels doen dat niet zo maar, hé. Dat past allemaal in een klimaat dat geschapen is door niet alleen zogenaamde respectabele heren, en door politici die de BRT kapot willen krijgen, maar ook door mensen van binnen de BRT. De verraders en de ondergravers van de BRT hebben topfuncties bij de omroep. Kun je je voorstellen dat een bedrijfsleider zegt: wat jullie maken is snert maar ik heb een recept om goede produkten te maken, maar dat geef ik lekker niet aan jullie. Dat geef ik aan de fabriek van hiernaast! Dat is toch niet denkbaar? Toch is dat de manier waarop de BRT-hierarchie handelt. Zo de eigen mensen in de rug schieten! Bah.»

HUMO Toen je door die extreem-rechtse elementen gemolesteerd werd, was dat een schok voor jou?

MARTINE «Daar was ik echt niet goed van. Dat was zo... Eerst had je dat schelden onderweg al. Maar goed, dat was ik gewend. Waar een BRT-ploeg zich vertoont is het meteen: BRT, weg ermee! Daar reageer ik niet eens op. Het heeft ook geen zin om te reageren. Ik wil geen agressie uitlokken. Maar toen was het anders. Het begon met voetzoekers. Ze gooiden die recht naar mij. Vlak voor mijn voeten. Ik schrok me telkens verrot. Iedere keer als zo’n voetzoeker in mijn buurt ontplofte, werd er ook gejoeld en geapplaudisseerd. Dan kromp mijn maag van angst in elkaar. Het draaide hier allemaal van binnen. En ik mezelf maar sussen: kalm Martine, kalm. 

»(Heftig.) Maar ik had zo’n voetzoeker eens in mijn oog moeten krijgen. Dat is levensgevaarlijk! (Rustig.) Afin, de betoging is afgelopen. Ik blijf nog wat rondhangen. Je weet nooit of er nog een toespraak volgt en ineens komen er een stel kerels naar mij die me toe schreeuwen: dit is de laatste waarschuwing, je moet niet denken dat je alles mag omdat je van de BRT bent... Dat soort praat. En ineens begonnen ze op me in te kloppen en te schoppen. Mijn bril vloog op de grond en een van die aanvallers ging er met zijn voet naartoe. En tergend traag, zoals Donald Sutherland in ‘Novecento’, verbrijzelde hij mijn bril. Ik heb geen vin verroerd terwijl ze sloegen. lk dacht: als ik durf te bewegen slaan ze me dood. Dat dacht ik echt. Achteraf was ik zo geschokt. Hoe is het mogelijk? Dat vier, vijf mannen een vrouw die zich niet kan verdedigen aanvallen. Dat is zo laag, zo onsportief.»

HUMO Misschien is het Vlaams en niet volksvreemd.

MARTINE «Wie weet. Als dat de enige argumenten zijn die zulke kereltjes hebben. En noch Vandenbussche noch de Raad van Beheer hebben daar op gereageerd. Dat heeft me pijn gedaan. Je doet zeven jaar je best voor de omroep en de enige keer dat ze iets terug zouden kunnen doen of gewoon maar tonen dat ze weten dat je er bent, laten ze het afweten. Daar was ik zeer ontgoocheld over.»

HUMO De reis zal je goed doen?

MARTINE «Ik hoop dat ik veel zal zien en meemaken en dat ik als ik terugkom in staat zal zijn meer te relativeren en te incasseren. Ik ben te ernstig. België is zo’n klein landje. Ik ben echt blij dat ik een jaartje weg kan, weg van de onverdraagzaamheid van Vlaanderen. Rust ik heb zo’n behoefte aan rust.»

HUMO De zee kan woelig zijn.

MARTINE «Daar ben ik niet bang voor. Ik heb vertrouwen in de boot en in Jos. Ik voel me veilig met die twee, zelfs als het flink waait. lk ben veel banger op de autoweg. Ik hou helemaal niet van snelheid. Ik durf bijvoorbeeld niet skiën. Ik ga doodsbang en met hartkloppingen zo’n berg af. Maar langlauf doe ik dan weer wel graag. Daar kan ik zelf mijn ritme bij bepalen. Maar afdalingen. Jongens toch! Of hardrijden. Ik zou op de pechstrook gaan staan als ik motoren zie aankomen. Daarom hou ik van de zee, denk ik. Zeilen gaat traag en majestueus, dat is perfect mijn ritme. De zee is ook mooi en goed. Er is zoveel te zien op zee. De mooiste momenten zijn de ogenblikken dat ik ‘s nachts terwijl Jos slaapt helemaal alleen het schip in handen heb. Dat maakt me zo rustig. De zee is als een moeder. Ze geeft veel maar ze kan je ook tegenwerken. Ik ben graag op zee. Ik ben heel, heel huiselijk.»

Martine Tanghe 27/09/84Beeld Pascal Nackaerts

HUMO Vandaar dat je een jaar weggaat?

MARTINE «Precies, ja. Ik ben als een slak. Ik neem mijn huisje mee. Alles wat me dierbaar is, heb ik hier aan boord. Ik heb foto’s mee van Jos z’n moeder, van mijn ouders, broers en zussen, van hun kinderen. Ik heb zelfs mijn beer mee van toen ik nog een baby was. Hij is zo oud als ik, 28 jaar. Het stro valt uit zijn pootjes en hij is in oren kwijt, maar hij zit daar. Ook de poes is mee. Martje heet ze, zoals de vrouw van Paul Muys van wie ik ze gekregen heb. Je hebt dus Martje Poes en Martje Muys (lacht). Ik kon het niet over mijn hart krijgen om ze achter te laten.»

HUMO Hoe hebben jouw ouders op die reis gereageerd?

MARTINE «Mijn ouders zijn zeer introvert en zwijgzaam. Toen we aankondigden dat we weg gingen, reageerden ze zelfs niet. Dat was heel raar. We zaten aan tafel. Maar ze deden of ze het niet gehoord hadden. Ze babbelden gewoon door en mijn vader moest even naar de w.c. Ik zei nog dat ze maar moesten afkomen, dat ze altijd welkom waren. Ook daarop werd niet gereageerd. Maar enkele weken later hadden ze al een reisgids voor de Antillen gekocht. Ze waren naar een reisagentschap geweest en ze wisten al naar welk eiland ze zouden komen en wanneer. Vanaf toen zijn ze enorm beginnen meeleven.»

JOS (die er is komen bijzitten) «Ze kenden ook de boot. Ze waren al eens mee naar Engeland overgestoken en ze weten dus wat het is. Ze weten dat het geen zelfmoordexpeditie is. Ze hebben trouwens enorm meegewerkt. De zeilen gewassen, gestikt en genaaid. Aardappelen gezocht die lang kunnen bewaren, hammen gekocht...»

MARTINE «En mijn grootmoeder bidt elke dag voor ons. Recht tegenover haar huis staat er een kapelletje en daar praat ze elke dag met Maria. Dat is haar grote troost. Ik lach daar niet om. Ze gelooft daar echt in.»

HUMO Wat neem je zoal mee op wereldreis?

MARTINE «Ontzettend veel. Mensen die uit de Caraiben komen, hebben ons dat aangeraden. Er is ginder zeer weinig en wat er is, is van slechte kwaliteit en duur. België is zeer verwend in dat opzicht. Bij ons kun je alles en nog wat in blik krijgen. Die keuze heb je zelfs al in Engeland niet meer. Maar als je in de Caraïben een blik corned-beef vindt, mag je ai blij zijn. Ik heb de boot dus helemaal volgestouwd: 12 kilo koffie, 12 kilo meel, want ik ga zelf brood bakken, 15 kilo rijst, gerookte hammen, een karrewiel kaas van 12 kilo, zeer veel eieren ingestreken met vaseline tegen het rot-ten, 100 rollen wc-papier, Kleenex, keukenrollen, twee flessen cherry, twee flessen whisky, da’s niet veel maar in de Caraiben kunnen we overschakelen op rhum, da’s daar spotgoedkoop...»

JOS «Teveel alcohol is trouwens niet goed. Je moet er met je verstand bijblijven, hé.»

MARTINE «Verder heb ik veel zoute koekjes tegen katterigheid en zeeziekte, 12 tuben tandpasta, tomaten in een aluminiumfolie, extra veel uien, want op de Caraiben zijn uien een lekkernij. Ze worden daar per kwartje verkocht...»

HUMO Jullie gaan dus handel drijven?

MARTINE «Hopelijk kunnen we ze ruilen tegen kreeft... (lacht). Veel zoet water hebben we mee en daar zullen we zuinig op moeten zijn. Op de Kaapverdische eilanden is er bijvoorbeeld haast geen water. Daar heeft het in zestien jaar al niet meer geregend. Er bestaan wel ontwikkelingsprojecten die zeewater ontzouten maar je kunt dat water als toerist moeilijk gaan opeisen. Het verbruik van zoet water aan boord wordt dus tot een minimum beperkt. Aardappelen stoom ik in zeewater in de snelkookpan. Groenten spoel ik met zeewater, rijst kook ik met zeewater. Onszelf wassen we ook met zeewater. Ik heb produkten bij om kleren te wassen met zeewater... Afin, zoet water is alleen voor soep, koffie en tee.»

HUMO Frieten?

MARTINE «Frietvet heb ik mee, ja, maar op zee is kokende olie ten strengste verboden. We zullen dus alleen maar aan de wal frietjes kunnen bakken. Veel vlees hebben we niet aan boord, maar we hebben vismateriaal bij ons: stevige haken, een harpoen en een onderwatergeweer. Dus terwijl ik een handvol rijst kook, haalt Jos een tonijn van tien kilo op, hé, Jos? (lacht). Of hij raapt een vliegende vis van dek op. Vliegende vissen komen ‘s nachts op het licht af en ze storten zich vaak te pletter tegen het zeil. Recht in Martine haar pan!»

HUMO Welke landen doen jullie aan?

MARTINE «De eerste stop is Madeira. Daar blijven we enkele weken, het moet er zeer mooi zijn. Van Madeira gaan we naar de Canarische eilanden. De volgende stop zijn de Kaapverdische eilanden, een ontwikkelingsland waar je niet veel vindt, op groenten na. We hopen daar een maand te blijven. We gaan er een dokter opzoeken en ik ben ook wel geïnteresseerd in de Belgische ontwikkelingsprojecten. Na de Kaapverdische eilanden steken we over naar ofwel de noordkust van Brazilië ofwel naar Barbados, maar dan is het al eind ‘84. Vervolgens varen we rustigjes van eiland tot eiland in de Caraiben. Misschien doen we ook Cuba aan, maar we hebben nog altijd geen visum en zonder visum waag ik mij niet in de territoriale wateren van Cuba. We hebben geen zin om enkele weken achter slot en grendel te zitten. En in augustus volgend jaar zijn we terug: rijp, bruin, mager, en weer in staat om zeven jaar hard te werken en de druk te laten komen (lacht)

HUMO Wat gaan jullie missen?

MARTINE «Een aantal collega’s die hele lieve, plichtsbewuste en aardige mensen zijn.»

JOS «De ochtendkranten.»

MARTINE «Zeker en vast. En mijn ouders, mijn broers en zussen, hun kinderen. Ik ga ook het BRT-journaal missen. Echt waar. Ook als ik niet werkte, keek ik om kwart voor acht naar het nieuws. Om te zien hoe de collega’s het deden.»

JOS «Een goeie Belgische pint, biefstuk friet, de bioscoop.»

HUMO Ben jij ook blij dat je weg bent?

JOS «Ik ben blij dat ik eindelijk aan het avontuur begin waar ik al lang van droom. Dit is geen vlucht. Ik loop van niets of niemand weg, niet van de Wereldomroep, niet van Brussel, niet van België. Ik weet maar al te best hoe goed het in dit landje is. Gaston Troch ging voor zeven jaar weg en na twee jaar stond hij hier terug. Hij had ontdekt dat België het beste land ter wereld is. Hier kun je alles krijgen. Je kunt hier een pint drinken zoals ze getapt moet warden. Hier worden mosselen gemaakt zoals het hoort. Ze weten hier dat je frieten één keer in 180 graden en één keer in 200 graden moet bakken, enzovoorts. Ik heb voor de Wereldomroep ooit reportages gemaakt met geëmigreerde Belgen en ik heb vastgesteld dat Belgen van boven de 18 jaar niet meer overplantbaar zijn. Ze schieten wel wortel in een ander Iand, ze kunnen succesrijk in zaken worden. Ze kunnen accentloos Amerikaans of Braziliaans Ieren praten, maar ze blijven Belg. Zelfs als ze geen heimwee hebben, en de meesten hebben verdomme veel heimwee, blijft het buitenland een straf voor ze.»

MARTINE «Maar wij gaan niet echt weg. We nemen geen definitief afscheid. We komen terug.»

JOS «Ja.»

MARTINE «Ik voel me nog te jong. Ik wil nog enkele jaartjes werken. Ik werk graag voor tv. Ik ben ijdel genoeg om dat toe te geven.»

JOS «Eigenlijk ben je belerend van aard. Je bent een lerares die de grootste klas van België heeft gevonden.»

MARTINE «Ik leg de dingen graag uit, ja, op een eenvoudige manier. Ik beleef daar een kinderlijk genoegen aan. Ik kan zo gelukkig zijn als ik van een rottelex een helder bericht heb gemaakt. Mijn norm is altijd Mémé geweest.»

HUMO Pardon?

JOS «Haar grootmoeder.»

MARTINE «Ik zeg dat dikwijls bij mezelf: Mémé zal dat niet begrijpen. En dan begin ik er opnieuw aan.»

HUMO Een jaar lang niet op het scherm, ga je dat niet missen?

MARTINE «Nee, want dat is het minst plezierige van de job. Het lezen is er vaak teveel aan. Je hebt plezier gehad aan het maken van de teksten en je hebt er vaak lang op zitten knoeien tot het toch is gelukt. Wel, dan voel ik me soms te moe om de teksten zelf nog voor te lezen. Helaas is dat het enige wat de mensen zien.»

JOS «Ze vragen haar vaak wat ze voor de kost doet.»

MARTINE «Voor de mensen ben ik een omroepster.»

HUMO Hoe riskant is zo’n zeereis? Bij een beetje storm is zo’n jacht toch de speelbal van de golven?

JOS «Natuurlijk ben je een speelbal. In een storm doe je niet wat je wil, maar dat is moeilijk uit te leggen aan landrotten. Zelfs mensen uit de koopvaardij of hoogzeevissers snappen niet dat je met zo’n bootje de oceaan op durft. Maar ja, die zitten altijd hoog en droog op een schip met stalen boeg en ze splijten met een sterke motor dwars door de golven heen. Zeilen is iets helemaal anders. Daar komt veel vaardigheid bij kijken. Maar de Musette is sterk. We hebben al een storm getrotseerd toen we van Noorwegen kwamen. We hadden de hele nacht de wind op de neus en een zeer ongezellige golfslag.»

MARTINE «En ik maar overgeven, eten, overgeven, eten. En alles kleddernat. Maar zo’n storm duurt nooit lang, hé. Dat gaat over.»

JOS «Je zit veel meer om wind te smeken dan dat er teveel wind staat.»

HUMO Je ligt dus niet wakker van de reis?

JOS «Toch. Ik heb aanvallen van plankenkoorts en twijfel. Of ik denk aan alles wat er kan mislopen: motorpech, mastbreuk en les mauvaises rencontres.»

MARTINE «Om van ziektes nog te zwijgen. Behalve een rijk voorziene apotheek hebben we ook mesjes, naald en draad bij.»

HUMO Toch niet om te opereren.

MARTINE «Ja. De schoonzus van Jos is dokter. Ze heeft me getoond waar de appendix ligt en hoe ik hem desgevallend moet wegsnijden. Ik ben hem gelukkig al kwijt, maar Jos nog niet. Ik moet er niet aan denken dat hij appendicitis krijgt.»

JOS «We lijken wel aan een calvarietocht te beginnen,»

HUMO Waarom onderneem je dan dit avontuur?

JOS «Op eigen krachten de oceaan oversteken, dat is een uitdaging, dat is magie.»

MARTINE «Alleen al aankomen in een haven, nadat je dagen en nachten gevaren hebt, geeft je een kick.»

JOS «Het aantrekkelijke van zo’n avontuur is ook dat alles herleid wordt tot zeer elementaire maar ware dingen. Je bent voortdurend verantwoordelijk voor jezelf en je maakt de natuur mee zoals hij werkelijk is. Je kunt je niet wegsteken. Je hebt geen sociale zekerheid en er zijn geen mensen die je te hulp kunnen snellen. De overtocht zelf duurt zo’n dertig dagen. Dat betekent dertig dagen geen levende ziel zien. Het is de laatste wildernis, hé. Het is de laatste plek waar je naartoe kunt zonder dat je voor rode lichten moet stoppen.»

MARTINE «We kunnen ons ook niet permitteren om ruzie te maken.»

HUMO Bij dit soort expedities breken toch vaak onhoudbare spanningen onder de bemanning uit?

JOS «Da’s waar. lk denk ook dat zon expeditie alleen maar mogelijk is voor een koppel een vader en zoon of man en vrouw. Je moet alleszins elkaar op een intieme manier verstaan. Anders wordt het een ramp. Dan is de manier waarop iemand in zijn neus pulkt na een tijd al een legitieme reden om hem dood te slaan of overboord te gooien.»

MARTINE «Je leeft zo dicht op elkaar dat je niet kan liegen. Tegenover de natuurelementen kun je geen komedie spelen. Je kunt je kop niet laten hangen, je bent permanent verantwoordelijk voor elkaar.»

HUMO Een domme vraag misschien. Vrees je piraterij?

JOS «Lach maar niet. In de Caraïben komt piraterij voor. Vachten zijn zeer interessant voor cocaïnesmokkelaars. Met zo’n gestolen jacht hebben ze een perfecte cover. Daar kunnen al enkele reisjes over en weer mee gemaakt worden.»

HUMO Zijn jullie daarop voorbereid?

MARTINE «We zijn op alles voorbereid. Een schip dat ‘s nachts dichterbij komt is abnormaal. Schepen komen niet dichtbij. Ook voor bootjes die zonder licht varen, moeten we op onze hoede zijn. Die zijn ten strengste te mijden. Een andere gouden regel is dat je niemand een lift geeft. Het is niet de eerste keer dat een boot die van de Canarische eilanden naar de Caraïben oversteekt zonder schipper en schipperin arriveert. We zullen dus nooit iemand een lift geven. Dat is met de baarlijke duivel op stap gaan. Maar goed, dat zal ons niet overkomen, want ik ben van nature al argwanend genoeg. Het ergste, het allerergste wat ik vrees is dat ik wakker zou warden, naar buiten zou gaan om de wacht over te nemen en dat Jos er niet meer is. Daar mag ik niet aan denken. Ik zou niet weten wat ik dan zou doen.»

JOS «Navigeren, tiens, en bij de dichtstbijzijnde bakker een brood kopen en op de broodzak kijken waar je bent.»

HUMO Iedereen droomt van de Caraïben, van Pina Colada drinken onder een palmboom. De werkelijkheid is anders. Stellen jullie het je allemaal niet te mooi voor? 

MARTINE «We zullen niet onthaald worden door dansende meisjes met strooien rokjes. Daar maak ik me geen illusies over.»

JOS «De tijden zijn veranderd. Wij bezoeken hoofdzakelijk ontwikkelingslanden en ik heb in Zaïre geleerd dat de jongeren daar weten wat er te koop is in de wereld. Ze weten soms meer van New York, Parijs of Brussel dan wat er één dorp verder gebeurt. Dat interesseert ze niet. Ze willen ook quartshorloges, muziekcassettes en walkmans, en vooral: eten. Daaruit vloeit veel agressie voort. We zullen dus op onze hoede moeten zijn. Tenslotte zijn wij voor hen rijke toeristen. Een andere vraag die me bezig houdt is of we door die reis zullen veranderen? Of we na een jaar nog in staat zullen zijn in de vroegere routine te vervallen? Of erger: is zo’n reis iets wat je weer vergeet? Misschien zullen we tijdens dat jaar geleerd hebben met weinig tevreden te zijn, Daar hoop ik zelfs wat op. Dat we zullen weten wat je wel en niet kunt missen. Dat we geleerd hebben zelf de dagen te vullen, zodat we niet meer afhankelijk zijn van het amusement dat door anderen ter beschikking wordt gesteld. Het kan ook zijn dat we door de mand vallen. Dat we het niet aankunnen. Maar goed, dan hebben we tenminste dat geleerd.»

HUMO Is de reis zo opgevat?

JOS «Voor mij wel, en ik ben blij dat we nu gaan, want als ik het nog een aantal jaartjes had uitgesteld zou ik waarschijnlijk een verbitterde oude man geworden zijn. Ik heb nu al, meer dan Martine, moeite gehad om de trossen los te gooien. Zodra je zo’n besluit genomen hebt, blijkt hoeveel dingen je aan de wal kluisteren, dingen waaraan je zogezegd geen waarde hecht en waar je vaak cynisch over doet. Maar op het moment dat je al de draadjes moet doorknippen die je met het land verbinden, doet het pijn. Ik heb momenten van panische angst meegemaakt. Je moet weten: ik heb altijd plannen gemaakt. Ik ging altijd wel ergens naartoe, zodat ik kon fantaseren. Er is een tijd geweest dat ik per paard door de bergen van Afghanistan wilde trekken, al kon ik geen paard rijden. Daarna wilde ik houthakker in Canada worden. Dat heb ik ook niet gedaan, maar ik had altijd zo’n groots plan nodig. 

»Ik heb altijd ook zo geleefd, met het idee dat ik het ooit toch zou doen met alle gevolgen vandien: geen huis, geen afbetalingen, geen verbintenissen op termijn, altijd vrijgezel gebleven, nooit vast werk, altijd één been in een andere werkelijkheid. Maar op zeker moment heb ik ingezien dat je al die vrijheid, die me zo dierbaar was, niet kunt oppotten. Je kunt vrijheid niet in emmers bewaren. Als je de vrijheid die je voor jezelf creëert niet gebruikt dan heeft die vrijheid ook geen zin. Erger, je mist dan van alles. Je hebt geen kinderen, je hebt geen vaste baan, je hebt geen geld, je hebt eigenlijk niets. Dat is een beetje de filosofie achter deze reis. Tenminste, dat zijn mijn motie-ven om te vertrekken. Ik wil eindelijk mijn vrijheid gebruiken.»

HUMO En Martine volgt jou?

JOS «Nee. Martine heeft via mij weliswaar de zee en het zeilen leren kennen maar verder is het haar eigen vrije keuze. Ze voelt zich gelukkig op zee. Thuis maken we wel eens ruzie maar op zee nooit. Ze is heel goed. op zee en dat kun je van weinig vrouwen zeggen. Ik had me vijf jaar geleden bij deze reis trouwens ook niemand voorgesteld. Alleen met Martine kan het.»

MARTINE «En één september vind ik een prachtige datum om te vertrekken. Die dag nam ik vroeger altijd afscheid van m’n moesje om naar het internaat te gaan. Het is bovendien de tijd dat het weer keert. De zomer is voorbij en de winter is in aantocht. Ik wou dat ik al weg was.»

HUMO Goeie vaart.

Nu ze eind deze maand afscheid neemt als journaalanker: welke herinneringen hebt u aan Martine Tanghe? Laat het ons weten via openvenster@humo.be of het formulier hieronder:

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234