Pippie LangkousBeeld vrt

pippi langkous 75humo sprak met astrid lindgren

‘Moet ik het dan nog eens herhalen? Met mijn boeken bedoel ik NIETS!’

Pippi Langkous wordt vandaag 75. De dochter van een zeerover tilt paarden op, verslindt complete taarten, springt schadevrij van hoge daken, kortom doet alles wat een gezonde geest in een gezond lichaam nalaat. Een interview met Zweedse Astrid Lindgren, de moeder van Pippi - toen ze zelf 75 werd. (Het interview verscheen in Humo in 1983)

ASTRID LINDGREN «Vanaf de dag van haar Geboorte heeft Pippi een wereldwijde aantrekkingskracht op kinderen uitgeoefend. Het gaat van de ene in de andere generatie over, Overal ter wereld wordt de televisieserie opnieuw uitgezonden. Volgens mij duurt het nog heel lang voor ze morsdood is.

»Ik hou nog steeds van de figuur van Pippi, maar ik zou het nu wel anders schrijven. Ze koopt bijvoorbeeld een keer strooisuiker. Ja, zo heet dat nu eenmaal in Zweden. Maar Pippi begint dat meteen rond te strooien. Ik vind dat nu nogal flauw. Dat kan eigenlijk niet meer. Maar de boeken herschrijven kan óók niet. Dus kun je zoiets met die suiker niet schrappen. Dan zou ik vast en zeker tientallen brieven krijgen van kinderen, die nu juist dát met die suiker het allerleukste vinden uit alle drie de Pippi-boeken.

Een hele taart ineens!

Dalagatan in Stockholm is drukker dan voorheen. Verkeer wordt via deze straat omgeleid. Astrid Lindgren stoort zich aan de herrie die dit oplevert. Schrijven kan ze niet meer in de stad.

LINDGREN «Maar godzijdank is er mijn paradijselijke buitenhuis in Furusund nog.»

Het huis in de stad is met zachte kleuren ingericht, naïeve schilderijen aan de muur. Een boekenkast bevat de talloze vertalingen van Pippi. Hier woont ze al zo’n 50 jaar. In dit huis ontsproot Pippi aan haar brein.

LINDGREN «Het was in 1941, mijn dochter Karin had longontsteking en moest in bed blijven. Iedere avond als ik op haar bed zat, zeurde ze om een verhaaltje. En toen ik vroeg wat ze wilde horen, zei ze: ‘Vertel maar over Pippi Langkous’. Karin — toen 7 jaar — heeft die naam dus verzonnen. Ik heb haar toen niet gevraagd hoe ze daar aan kwam. Het was ‘n rare naam, dus werd het ook een raar meisje. Toen ze weer beter was, vertelde ze het tegen haar speelkameraadjes en die wilden ook alles weten over Pippi. »

In maart 1944 sneeuwt het in Stockholm. Astrid Lindgren loopt door het park naar haar huis. De vers gevallen sneeuw onttrekt een ijslaag aan haar waarneming De verstuikt haar voet en is voor een tijd aan haar bed gebonden. Ze verveelt zich, maar bedankt dan dat ze haar dochter Karin de Pippi-verhalen voor haar tiende verjaardag in mei cadeau zal doen. Ze stenografeert de bizarre verhalen. Een uitgewerkte versie krijgt haar wordt dochter in mei. Een kopie ervan stuurt ze naar een uitgever. Een begeleidende brief wordt bijgesloten, die eindigt met de zin: ‘In de n hoop dat u niet de kinderbescherming op mij afstuurt..’

LINDGREN «Ja, ik had immers zelf twee kinderen. En hoe moesten die het wel niet hebben met zo’n moeder die dergelijke boeken schreef.»

De uitgever zag er niets in en stuurde het manuscript retour.

Een jaar later — Astrid Lindgren heeft dan de smaak van schrijven te pakken —stuurt ze een tweede werk naar een andere uitgever. ‘Britt-Mari lucht haar hart’ heet deze meisjesroman. Ze wint er een prijs mee van uitgever Rabén och Sjögren, dezelfde die ook nu nog haar boeken drukt en distribueert. De reacties op Pippi zijn zeer verdeeld. Zo’n zelfstandig type is een schande voor de mensheid en zeker voor de kinderen. Ze krijgt brieven: ‘Niet één normaal kind kan een hele taart opeten in een Conditorei.’

LINDGREN «Daar hadden ze gelijk in, maar niet één normaal kind kan ook een paard optillen. En kun je dát eenmaal, dan kost het ook geen moeite meer om een taart op te eten.

»De kritiek op mijn werk is ook nu nog niet verstomd. Uit Duitsland heb ik pas van een vrouw een compleet essay ontvangen. Die vrouw wist precies wat ik allemaal met Pippi had bedoeld. Ik kon mijn ogen niet geloven wat ze daar allemaal voor welzijnspraat bij elkaar had verzonnen. Ik heb haar een vriendelijk briefje teruggeschreven dat ik het jammer voor haar vond, maar dat ik met Pippi helemaal niets heb bedoeld. En zeker niet datgene wat zij me voorhield. Het bleef heel lang stil, maar toen kreeg ik een antwoord: ze had zich toch maar aan haar essay gehouden, want anders moest ze het helemaal overmaken. Ach, ze schrijven maar. Ze gaan hun gang maar. Als ze willen geloven dat Pippi Langkous een feministe-pur-sang is dan geloven ze dat maar. Zelf kan ik er alleen maar om lachen. Dan beweren ze vervolgens dat ik dat in mijn onderbewustzijn zo heb bedoeld. Zij hebben dat allemaal voor mij bepaald. Volstrekte onzin.»

Astrid LindgrenBeeld vrt

Boeven zijn slecht

LINDGREN «Emancipatie zit niet achter Pippi. Pas is er iemand in Zweden op haar afgestudeerd. Dat meisje schreef dat het in haar jeugd heel wat had betekend dat ook een meisje van tien jaar heldin in een boek kon zijn. Misschien is Pippi wat dat betreft wel op het juiste moment gekomen voor meisjes. Maar verder ben ik altijd zeer verbaasd over wat recensenten schrijven. Ik ben in de Verenigde Staten geweest om daar voor de Library of Congress een lezing te houden over hoe het nu is om kinderboekenschrijfster te zijn. Daar heb ik ook een voorbeeld gegeven over wat voor onzin er over mijn laatste boek is geschreven. Dat boek heet ‘Ronja de Roversdochter’, weer een heldin die met Birk, een jongen van een vijandelijke stam, bevriend raakt en spannende avonturen beleeft met rovers, draken, enge bossen en burchten.

»Na het verschijnen van dat boek had ik een interview met een journalist. Hij zei: ‘Weet je dat je ene religieus boek hebt geschreven?’ Mijn mond viel open van verbazing. ‘Hoe bedoel je’ , vroeg ik. En hij legde het uit. In Ronja komen twaalf rovers voor. Dat zij dus de twaalf apostelen. Wanneer Ronja wordt geboren in het eerste hoofdstuk stort een burcht in. Zoiets dergellijks gebeurde er een aantal uren nadat Jezus stierf met een berg. En was er nog het bos waarin het verhaal zich afspeelt. Dat kon volgens die journalist niets anders betekenen dan Het Mensenleven. Zo gek kan ik het niet bedenken, hoor. En wat was die man teleurgesteld toen ik hem vertelde dat ik het zo niet bedoeld had. Maar hij schrééf het wèl.

»Weer anderen tikken mij op de vingers en zeggen dat ik heb verzuimd om het slechte karakter van mijn boosdoeners te verklaren. Ook dat is je reinste onzin. Ik hoef toch niet uit te leggen dat die man misschien wel een moeilijke jeugd heeft gehad? Hoofdzaak in zo’n boek is dat hij gewoon slecht is. Je kunt de wreedheden van de Boze Wolf of van Adolf Hitler niet goed praten door op hun moeilijke jeugd te wijzen. Of doordat ze een gebrek hebben gehad aan moederliefde. Boeven zijn gewoon slecht en daarmee uit.

»Weer andere critici beweren dat ik de kinderen wil vergiftigen met socialistische ideeën. Ze weten echt de meest zwaarwichtige verklaringen te vinden voor de meest eenvoudige dingen. Voor mij is dat allemaal klinkklare nonsens. Ik denk niet vooraf: zoveel maatschappijkritiek moet er in een boek. Of zoveel politiek. Dat anderen dat doen vind ik best, maar ik begin er niet aan. Echt, ik denk er niets bij wanneer ik schrijf. En ik bedoel er allemaal niets mee : niet met Pippi, noch met enig ander boek. Ik schrijf voor het kind in mezelf en hoop dat andere kinderen dat leuk vinden om te lezen.

»Ze vragen me ook hoe een goed kinderboek eruit moet zien. Maar ze vragen niemand hoe een goed boek voor volwassenen eruit moet zien. Ze vragen me ook wel eens waarom ik niet een boek schrijf over hoe het voelt om een kind van gescheiden ouders te zijn en te wonen in een buitenwijk van Stockholm. Daarover kan ik niet schrijven, want ik weet niet hoe dat voelt. Een boek daarover kun je verwachten als dát kind groot is en misschien zelf erover begint te schrijven. Ik kan alleen maar schrijven over zaken die ik zelf weet. En ik weet precies hoe het was om op te groeien op het platteland.»

Dood: liefst allemaal tegelijk

Astrid Lindgren is in 1907 geboren op een boerderij in Smäland, Zuid-Zweden, vlakbij een plaats die Vimmerby heet. Samuel August Ericsson en zijn vrouw Hanna Jonsson kregen vier kinderen. Zij gaan in Vimmerby op school. Astrid verwerft zich daar af een reputatie van een kind dat met originele verhalen komt. Ze krijgt een bijnaam toebedeeld: de Selma Lagerlöf van Vimmerby, naar de beroemde Zwedse schrijfster die Nils Hogersson creëerde. Het schrikt Astrid af en ze neemt het besluit nooit een boek te schrijven. Daar heeft ze zich niet aan gehouden. Ze schreef meer dan 30 boeken, werkte een aantal om tot toneelstuk en filmmanuscript en schreef één boek voor volwassenen. ‘Het land dat verdween’, een sentimenteel verhaal over haar veilige jeugd in een gelukkig gezin.

Veel van haar boeken spelen zich in het Zuid-Zweedse milieu af. Een deel van Vimmerby heeft Astrid Lindgren opgekocht. Het dreigde door De Vooruitgang verloren te gaan. Duizenden toeristen bezoeken nu Vimmerby.

LINDGREN «Wat ze er te zoeken hebben is mij een volstrekt raadsel. Goed, het is een lief dorp, maar meer ook niet. Zo gaan er ook duizenden mensen naar de boerderij waar de televisieserie ‘Emil’ is opgenomen. Dwaas, vind je niet?»

Haar huis in Stockholm is evenmin als haar buitenverblijf in Furusund —nabij de Zweedse hoofdstad — een bedevaartsoord geworden. 

LINDGREN «Gelukkig niet. Ik zou het niet áánkunnen. Wat ik nog wel krijg zijn tientallen brieven per dag. En ze gaan over alle boeken. Het adres ‘Astrid Lindgren, Zweden’ is genoeg. Ook brieven met ‘Pippi Langkous’ op de envelop komen terecht. Het zijn vooral kinderen die schrijven. Of ik nog een vervolg op Pippi maak, op Ronja of op Emil of Karlsson. Ik kan het allemaal niet beantwoorden; het is fysiek gewoon onmogelijk. Volstrekt onmogelijk. Daarom heb ik nu gedrukte antwoorden en ik heb een hulp die de adressen voor me schrijft. Kritiek van de kinderen neem ik wel serieus: dat zijn de enige deskundigen. De rest van de wereld moet zich er maar niet mee bemoeien.»

Nog steeds komen er — tien jaar na het verschijnen — brieven binnen over ‘De Gebroeders Leeuwenhart’, een boek dat gaat over de dood.

LINDGREN «lk vind dat er over de dood moet worden geschreven. Juist voor kinderen. Het blijft anders een volstrekt angstaanjagend en geheimzinnig iets voor hen. Het maakt hun angsten alleen maar groter. Van volwassenen heb ik ook aardige reacties gekregen op dat boek, vooral van doktoren en priesters. Zij worden vaak met doodzieke kinderen geconfronteerd en schreven dat die kinderen er troost in vonden. Van een Duitse vrouwelijke arts kreeg ik een ontroerende brief. Haar zoontje leed aan kanker en de moeder wist dat het kind niet meer te redden viel. Ze heeft het boek voorgelezen. Dat kind was daarop niet bang meer om te sterven. En die vrouw putte er ook moed uit. Ze zouden elkaar immers weerzien in Nagijala, een paradijselijke hemel, die in het boek voorkomt.

»Ik heb over de dood geschreven omdat ik het nodig vond. Nee, ik ben zelf niet bang voor de dood. Thuis werden wij opgevoed met het idee dat er na de dood nog zoiets bestond als de hemel. We hoefden ons dus absoluut geen zorgen te maken. Mijn enige probleem toen was dat ik het heel beroerd zou hebben gevonden wanneer wij niet allemaal tegelijk zouden overlijden met de hele familie. Want ik wilde niet alleen achterblijven. En alweer: ik bedoelde er niets bijzonders mee, met dat boek. Ze vragen me dat altijd weer. En ik zal jou ook vóór zijn. lk bedoel niets met mijn boeken, ik kan dat niet vaak genoeg zeggen. Zó ik al iets bedoel dan is het dat de kinderen door de atmosfeer in mijn boeken een soort humanistische instelling krijgen. Een zekere tolerantie voor elkaar. Als me dat lukt, ben ik al dik tevreden, dankbaar en blij. En wat ook van belang is, is de zelfstandigheid van kinderen. Wanneer ouders zinnige hersens hebben, leren ze hun kinderen zelfstandig handelen aan. Het ligt er natuurlijk wel aan waar die kinderen later hun zelfstandigheid voor gebruiken: een gezonde zelfstandigheid zou ik het willen noemen. Wanneer ze hun opgedane verstand gebruiken om verdovende middelen te kopen, vind ik dat niet zo slim.

Geen zinnig mens wil oorlog

LINDGREN «Hier in Zweden bestaat sinds kort zoiets als een Vereniging van Artiesten tegen Drugs. Daar heb ik geld aan gegeven. Verdovende middelen: dat is zo erg. Wij waren hier nogal boos op Nederland omdat ze daar zo vrijmoedig zijn in het verkopen van hasjiesj. Met dat experiment om hasj te verkopen bewezen de Nederlanders echt hun buitengewone onkunde op dit gebied. Ik hoor van zoveel families tot welke helse ellende dit heeft geleid. Hasj is de toegangspoort tot de verdere drughel. Ze gaan ermee door tot ze hun breinen uit hun hoofd hebben gerookt. En dan zeggen ze dat hasj net zo ongevaarlijk is als alcohol. Ja, dat is ook een verdediging. Alsof drank zonder gevaren is! Ik zeg altijd tegen jonge mensen die een gezond lichaam hebben dat ze daar hun hele leven mee moeten doen. Een ander lichaam kun je niet krijgen. Dan is het toch idioot om dat doelbewust te vernietigen met rotzooi waar-van je weet dat het slecht is. Dat zou ik wel in die koppen willen rammen.

»Ik weet niet of deze campagne nu helpt. Allerlei artiesten treden gratis op en maken propaganda tegen drugs. We hebben hier al eens eerder een soortgelijke campagne beleefd tegen het roken van sigaretten. Een rookvrije generatie heette dat. Dat heeft gewerkt. Er wordt nu beduidend minder gerookt. Het kan je nu gebeuren dat je bij een diner zit waar niemand rookt. Vroeger was dat volstrekt ondenkbaar. Ja, ik heb zelf ook gerookt. Maar ik heb nooit geïnhaleerd. Het leek mij wel vlot staan zo te roken. Stom genoeg heeft het een paar jaren geduurd voor ik tot het inzicht kwam dat het nogal idioot is rook in en uit te blazen. Sterke alcohol drink ik niet. Alleen een glas wijn. Maar dan ook nog maar alleen op zaterdag-en zondagavond. Nee, ik sta hier niet een half uur voor de staatsdrankwinkels openen ongeduldig voor de deur te trappelen.

»Met al die zaken -- drugs, roken, drinken — lijkt de mensheid bezig zichzelf uit te roeien. Nou ja, vooral met die drugs is dat het geval. Het is jammer dat zoiets gebeurt, want ik hou zoveel van de jeugd. Ik wil zo graag dat ze een leven hebben dat het waard is om te leven. Het is zo vreselijk vervelend als ze tot dat soort ellende vervallen. En ze zoeken hun excuus voor hun gedrag in het doemdenken. En dan moet ik toegeven dat het geen pretje is: de werkloosheid, de atoomdreiging. Noem het maar op.

»Als je weet dat al die kernwapens tot ontploffing gebracht kunnen worden, dan hoef je verder niets meer te plannen voor je leven. Maar je hoopt toch altijd nog op betere tijden. Je kunt met je verstand niet bevatten dat er echt mensen zijn die zich serieus met kernwapens bezighouden. En dan bedoel ik het vervaardigen, het spelen ermee. Ik begrijp niet dat niet iedereen zegt: nu is het afgelopen met die onzin. Ik snap evenmin dat zo’n man als Reagan het kan hebben over een beperkte kernoorlog. Alleen het woord al is waanzinnig. Onbegrijpelijk dat mensen op verantwoordelijke posities die dingen over de lippen krijgen. Schurken zijn het. En je vindt ze in alle landen. Ze zijn gewoon niet wijs. Maar schrijf dat maar niet op.

»Geen zinnig denkend mens wil oorlog. Heb je dat pas gelezen? De Amerikaanse onderminister van defensie gelooft dat je een kernoorlog kunt overleven door met een schop een mangat te graven, planken erop te leggen en die af te dekken met aarde. Hoe je daarin moet kruipen, hoe lang je er moet zitten en hoe je aan eten en drinken moet komen is mij een raadsel. Maar volgens die man — ik ben zijn naam kwijt — kun je dan overleven. Zo simpel schijnt het te zijn. Zo’n vent heeft... zo’n vent moet naar een psychiater. En zulke mensen zijn er over de hele wereld.»

Een weg in het bloed

Astrid Lindgren — sinds jaar en dag lid van de Zweedse Vredesbeweging — zucht diep.

LINDGREN «Er woedt een dwaasheidsgolf over de hele wereld. Gewone mensen willen vrede, maar die dwaze baasjes... Waanzin is het. Ik moest er laatst weer aan denken. Ik stond gedachtenloos in de keuken te zingen. Het was zo’n ouderwets vreselijk patriottistisch lied. (Met een lichte sopraanstem zingt ze het voor:) ‘E komt iemand onze bergen te na en het wordt donker in het bos/Dan komen ze onze oude oorlogseer te na/En banen wij ons een weg in het bloed/Dan dragen wij fier in vrijheid/Onze trotse Zweedse vlag.’

»De tekst ken ik niet helemaal exact meer. Maar met dit soort bloederige teksten zijn hele generaties opgevoed en vergiftigd. Sterven voor je vaderland: iets mooiers bestond er niet. Dat soort liederen wordt niet meer geschreven. En dat is op zich al een stap vooruit. Ik geloof niet dat kinderen dat nu nog leren. Ga jij hier de straat maar eens op en vraag een kind wat het betekent: ‘Er komt iemand onze bergen te na’. Gelukkig weten ze dat niet. Maar dit soort verdomde patriottische liederen werd nog maar één generatie geleden gezongen. Jazeker, ook in dit vredelievende Zweden. Die indoctrinering werkte toen. Ik hoop dat het nu de andere kant op ook werkt in de strijd tegen de verdovende middelen.

»Kernwapens: het is iets vreselijks. Misschien dat kinderen in Rusland nog met dit soort liederen worden opgevoed. De jeugd daar krijgt nog zoveel tegengas. Geen wonder dat ze bang zijn. Maar dat de twee grootmachten Amerika en Rusland met kernwapens de allerdomsten zijn... vind jij dat ook niet stom? We moeten onze kinderen leren dat iedereen een medemens is, waar die ook woont. En we moeten het voor elkaar krijgen dat iedereen dezelfde rechten krijgt. Dat er kortom vrede en rust heersen op aarde. »

- Utopia dus?

LINDGREN «Hè, doe niet zo nuchter. Ja, helaas, je hebt misschien wel gelijk.

»Wat ik zou doen als ik de baas was in dit land? Tja, een heleboel zou ik veranderen. Het liefste zie ik een socialistische samenleving. Nee, natuurlijk niet zoals in de Oostbloklanden. Ik wil niet teveel staatshulp. Ik zou de mensen willen leren dat zij voor zichzelf moeten zorgen, zo lang als dat kan. Ik zou niet teveel willen verbieden. Theoretisch weet ik ongeveer hoe zo’n samenleving eruit moet zien, maar de praktische uitwerking moet je vooral niet aan mij overlaten. Of Zweden er mee op de goede weg is, weet ik ook niet. Ik hou me verre van de politiek. Voor ik me daar een oordeel over aanmatig, moet ik er eerst meer over hebben gelezen. En daar begin ik niet aan.»

Werk voor iedereen, maar niet op die manier

Politiek is een onderwerp waar de schrijfster het niet graag over heeft. Een aantal jaren geleden heeft zij zich danig opgewonden over het Zweedse belastingsysteem. De allerhoogste inkomensgroepen moesten op overwerk 102 procent belasting betalen. Voor filmer Ingmar Bergman was dat destijds een reden zich in Duitsland te vestigen.

LINDGREN «Ik betaal graag belasting. Ik voelde mijn plichten, maar 102 procent gaat wel te ver.»

Midden in de verkiezingsstrijd van 1976 heeft zij in het dagblad Expressen een sprookje gepubliceerd: ‘Pomperipossa in Monismanië’. Het werd gezien als een rechtstreekse aanval op de toenmalige regering van de sociaal-democraat Olaf Palme. Het kostte hem stemmen. De conservatieven konden de macht overnemen. Het sprookje is hen door de sociaal-democraten — een partij waarbij zij traditioneel thuishoort — niet in dank afgenomen. Een boze oud-minister van financiën sprak: ‘Ze moet kinderboeken schrijven en zich niet met politiek be-moeien.’ Astrid Lindgren laat zich echter door niets of niemand weerhouden. Niemand kan haar echt beïnvloeden. De vrouw, sinds 1952 weduwe, leeft haar eigen leven en laat haar oordeel niet afhangen van wat anderen er eventueel van zullen vinden. Eigenlijk is zij Pippi zelf, een Pippi die zich nog steeds nauw verwant voelt aan de sociaal-democraten.

LINDGREN «De hele arbeidersbeweging is zo veranderd. De mensen die daar nu leiding aan geven, staan zo ver van de mensen die met die strijd zijn begonnen. De eerste idealistische sociaal-democraten vochten nog voor échte idealen : een rechtvaardiger samenleving en gelijkheid voor iedereen. Die strijd is nu enorm verwaterd, de gedrevenheid is verdwenen.»

Zweden heeft — na tientallen jaren sociaal-democratisch bewind — bijna alles voor elkaar: op papier althans. De bureaucratie is er groter dan in menig ander land.  Volgens Astrid Lindgren werkt dat een vervreemding in de hand. Wanneer je buurman zorgen heeft, hoef je je daar niet mee te bemoeien: er is altijd wel een sociale instantie die een cheque overhandigt. Zij vreest dat kinderen daarvan het slachtoffer worden.

LINDGREN «Ze worden hier misschien al op te jonge leeftijd gedwongen zelfstandig te zijn. Ik heb het al eerder gezegd: ik heb niets tegen zelfstandigheid, integendeel. Maar dat betekent niet dat ze zonder zorg aan hun lot moeten worden overgelaten. Er zijn jonge kinderen die vanuit het kinderdagverblijf naar huis gaan. Ze hebben een sleutel om hun nek: dan kunnen ze het huis in en moeten er wachten tot hun vader of moeder thuis komt. Er zijn zelfs nog ergere gevallen: kinderen die het huis niet eens in mogen zolang hun ouders niet thuis zijn. Die vinden dan aan de deurknop een zakje met een paar boterhammen. Dat is toch ongelooflijk? Volgens mij heeft de arbeidersbeweging dat niet bedoeld met haar strijd voor Werk Voor Iedereen.

»Kinderen die mij schrijven hebben het haast nooit over zulke ellende. Het zijn meestal probleemloze vrolijke brieven. Ze vertellen hoe ze heten, hoeveel zusjes ze hebben. Een jongetje schreef me pas: ‘Jij ziet er zo aardig en lief uit als je op de televisie bent. lk hou echt van jou.’ Kinderen hebben nog het vermogen iemand aardig te vinden die alleen maar een boek heeft geschreven. Lief, hè. Dan willen ze correspondentenvriendjes met me worden. Dan moet ik ze terugschrijven dat ik met niemand in de wereld brieven kan schrijven. Ze moeten al blij zijn wanneer het me één keertje lukt. Absoluut, anders wordt het teveel voor me.

Afgeraden voor kinderen

LINDGREN « lk krijg nu veel brieven van meisjes die de hoofdrol willen spelen in ‘Ronja de Rovers-dochter’. De verfilming daarvan begint deze zomer. Door het hele land houden ze audities. Alleen in Stockholm kwamen er al 500 kinderen op af. Voor één rol! Zelf bemoei ik me daar niet mee. Zo’n film kost ettelijke tientallen miljoenen kronen, dan kan ik zo’n meisje niet terugschrijven: ‘Natuurlijk lieverd, jij krijgt die rol van mij.’ Dat kán nu eenmaal niet.»

Vrijwel alle creaties van Astrid Lindgren zijn in de bioscoop, op toneel, of op de televisie beland: Karlsson, een gedrochtje met een propellor in zijn rug; Madieke, een kind van het Zweedse platteland; Pippi natuurlijk en Emil, een boerenzoon (‘In de Nederlandse vertaling en ook in de Duitse heet hij plotseling Michiel: om verwarring te voorkomen met Emil van Erich Kastner. Ik begrijp niet dat een uitgever zoiets stoms kan doen’). De Pippi-bioscoopfilms zijn onlangs door een Zweedse Adviesraad beoordeeld ze kwamen er zeer ongunstig af: afgeraden voor kinderen.

LINDGREN «Ze stellen adviezen op voor het onderwijs. Op hun lijst stonden 600 films die beter waren dan die van Pippi. Onnozel moeten die mensen zijn. Ik weet niet meer precies hoe hun argumentatie luidde, maar onnozel is het enige wat mij daar nog van bij staat. Stuntelig, heel stuntelig. De filmverhuurder heeft na het advies meer aanvragen dan ooit voor het vertonen.

»Ach, ze verbieden in dit land wel meer. Neem nu de film ‘E.T.’. Heb jij die gezien? Ruimtevaart is helemaal niet mijn cup of tea. Maar die film is hier verboden voor kinderen onder de elf jaar. In het begin van de film zie je volwassenen in het donker naar E.T. zoeken. Dat is eng. Kinderen kunnen daar van schrikken. E.T. is wel een aardig baasje, maar ik zie liever gewone aardse levende kinderen dan van die ruimteschepsels. Vond jij hem ook vervelend? Ach, wat lief van je. Je mag het eigenlijk niet hardop zeggen, maar ik vond het ook vervelend. Schrijf dat nou niet op, want anders denken ze straks dat ik jaloers ben op het succes van die film. ‘Annie’? Nee, die film heb ik niet gezien. Ja wel de trailers, de voorfilmpjes. Dat was voor mij al genoeg. Het zit zo vol met moraal: eer zielig kind wat bij een miljonair komt. Overdreven, moet ik niets van hebben.

»Het is wel goed dat hier een censuur is die al die vreselijke dingen verbiedt. Nu heb je hier die ellende met videorecorders. Zweden is het land met per hoofd van de bevolking de meeste videorecorders ter wereld. Kinderen huren de meest vreselijke films bij de winkel op de hoek. Het is goed dat dit nu word: verboden. Gelukkig lezen de kinderen steeds meer en meer. Ik zie dat aan het geld dat ik ieder jaar aan rechten ontvang van de bibliotheken. Dat bedrag stijgt ieder jaar. Uiteindelijk valt er ook niets te vergelijke met boeken. Kinderen die boeken willen hebben, willen er ook véél hebben. Ze worden moe van de televisie, krijgen er genoeg van. Het ontneemt hun de fantasie Een kind met een boek dat in een hoek, kruipt schept zijn eigen beelden. Dat over treft altijd alles wat ze op televisie en in d bioscoop kunnen vertonen. Gelukkig maar.»

Astrid Lindgren blijft doorwerken

LINDGREN «Ik heb Emil weer laten herleven in een aantal lesbrieven voor scholen. Dat verschijnt misschien nog in boekvoerm. Verder ben ik bezig met het filmmanuscript voor Ronja en maak ik nog een toneelstuk over Emil. Ach, en misschien schrijf ik nog een boek. Het kan mijn laatste zijn. Dat weet je maar nooit. Ik heb nog zoveel te doen.»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234