80 jaarNancy Sinatra

Nancy Sinatra over haar vader Frank Sinatra: 'Ik luister bijna nooit meer naar zijn werk'

(Verschenen in Humo op 26 oktober 2004)

‘Een bewogen tijd, die jaren zestig,’ mompelt de oude babyboomer, meestal als niemand hem naar de sixties vraagt. Ik heb die bewogenheid van horen mompelen, want als kind op het platteland kon je daar nauwelijks iets van merken: er zaten mussen op de telefoondraden, er zwommen vuursalamanders in de bosbeken, en de koeienpaden liepen ouder gewoonte dood.

Toch denk ik dat ik als scholiertje al enigszins de voortekenen kon onderscheiden: toen ik een jaar of acht was, rankten The Beatles ineens uit de radio op: dat geluid vervulde mij met een blijdschap die ik niet kon thuisbrengen, al hield ze onmiskenbaar een belofte in, een geschenk uit de hemel waarvoor ik nog even geduld moest oefenen. Ook in het dorpscafé, dat ik weleens aan de hand van mijn vader betrad, seinde de jukebox geheime boodschappen door: daar hoorde ik voor het eerst ‘These Boots (Are Made for Walking)’ van Nancy Sinatra.

Het was 1966. Ik was elf, dacht nog niet aan seks, maar toen ik haar voor het eerst in haar mini-jurk op de televisie zag – vermoedelijk een fragment uit het Amerikaanse programma ‘Hullabaloo!’ – zal zich wellicht een onbestemde onrust van mij meester hebben gemaakt, en voor ik het wist was ik mijn onschuld kwijt.

In Londen zit ik oog in oog met de zangeres van ‘These Boots’, ‘Jackson’, ‘Some Velvet Morning’, ‘Sand’ en nog veel meer moois dat Lee Hazlewood zowel voor haar als voor hemzelf geschreven heeft. Zij heeft een nieuwe cd uit, die voor de duidelijkheid ‘Nancy Sinatra’ heet. Jongere songschrijvers als Jarvis Cocker, Morrissey, Thurston Moore en Jon Spencer hebben samen een geslaagd portret van mevrouw Sinatra gemaakt, en Bono en The Edge hebben daar ‘Two Shots of Happy, One Shot of Sad’ aan toegevoegd, een song die ze oorspronkelijk voor ol’ blue eyes, haar onvergetelijke vader, hadden geschreven. Vierenzestig is ze nu, maar ze ziet er in het geheel niet uit als vrouwen van vierenzestig, zoals die in de jaren zestig deuropeningen versperden. In Beverly Hills weet de dokter raad met ouderdomsverschijnselen, en ik begin stilaan te denken dat daar niets op tegen is. Men is nooit te oud om er fris uit te zien, laat staan om een cd te maken die fris klinkt.

'Ik vind ook dat mijn cd fris klinkt,’ zegt ze, ‘zelfs al voert de sound van sommige songs mij terug naar de jaren zestig. Ik heb nooit om dat effect gevraagd, maar iemand als Jarvis Cocker lijkt de hele tijd te dromen van desixties, en in één van zijn dromen kwam ik voor. Hetzelfde geldt voor Morrissey, die mijn platen van toen werkelijk adoreert. In ’95 was ik in Londen voor de promotie van mijn boek ‘Frank Sinatra: an American Legend’. Op een avond klopte Morrissey aan. Hij had werkelijk elke single en elke elpee die ik ooit gemaakt had bij zich: of ik die even wilde signeren? Ik kon hem nauwelijks geloven toen hij zei dat mijn muziek hem erg had beïnvloed. Het zijn natuurlijk de jaren van hun kindertijd, en die hebben voor gevoelige mensen altijd iets mythisch; Jarvis lijkt de muziek van die jaren helemaal geassimileerd te hebben, hij lijkt er alles van te weten, hoe piepjong hij toen ook mocht zijn. Als ik die nummers zing, lijkt het alsof ik er al heel lang mee vertrouwd ben – ze gaan als het ware naadloos in mijn repertoire op. ’t Is nieuw materiaal, het klinkt ook nieuw, maar is het nu louter nostalgie die de songs kleur geeft? Ik denk dat het in de eerste plaats goeie songs zijn. Aan de andere kant ga ik een zekere nostalgie niet uit de weg.'

HUMO U was er dan ook echt bij in de jaren zestig. Meer nog: u bent een icoon van die tijd, en u zult dan ook langer leven dan de tijd die u is toegemeten.

NANCY SINATRA «Het was een verbazend decennium, waar ik niet op wil afdingen. Je zag met je eigen ogen de wereld veranderen, en als je jong genoeg was, wou je die verandering ook nog een handje helpen. Van huis uit was ik zolang ik me kan herinneren tégen de rassenscheiding en vóór de Burgerrechtenbeweging – zo heeft mijn vader zijn kinderen opgevoed – maar ineens werd dat engagement concreter: je had aldoor het gevoel dat het nú moest gebeuren, en dat je lang genoeg had gewacht. Veel meer dan de flowerpower herinner ik me de gedeelde verontwaardiging, de woede, toen John en Bobby Kennedy werden vermoord, en Martin Luther King. De sixties waren niet één groot feest, want er was veel verdriet mee gemoeid, máár: het was gedeeld verdriet, en dat gaf ons kracht.

»En dan was er ook nog de oorlog in Vietnam, waar ik ziek van werd. Ik heb mijn woede en mijn verontwaardiging in die tijd altijd van mijn persoonlijk geluk gescheiden kunnen houden; hoe erg ik het allemaal vond, ik liet me er niet door deprimeren, ongetwijfeld omdat ik toen nog zo jong was en in de hitparade stond (lachje). Nu is dat heel anders geworden, nu word ik ’s ochtends wakker met de gedachte: er is een uitzichtloze oorlog in Irak gaande, en ook vandaag zullen er weer tientallen doden vallen. En mijn volgende gedachte is altijd weer: we hebben geen lering getrokken uit Vietnam.»


Gekwetst voor het leven

HUMO In de lente van 1967, het jaar van de Summer of Love, ging u naar Vietnam om daar de troepen te entertainen. Hebt u de verschrikkingen gezien, of zorgde de militaire overheid ervoor dat u die juist níét te zien kreeg?

SINATRA «Ik kon niet anders dan de verschrikkingen zien, of in ieder geval de angst voelen, want de oorlog was werkelijk overal. Ik had me vooraf voorgesteld dat er een duidelijke frontlinie was, en een strikte scheiding tussen een gevarenzone en een plek waar het veiliger was, maar ik moest al snel inzien dat je nooit veilig was in Vietnam, ook niet als je een vip-behandeling kreeg omdat jeNancy Sinatra was, die voor de troepen kwam optreden. Ik heb me nooit onveiliger gevoeld dan toen, zodat ik me de angst van al die jongens aan het front maar al te goed kon voorstellen.

»Op een bepaald moment moest ik met een helikopter mee. We vlogen naar een gebied waar honderden Amerikaanse soldaten in schuttersputten op het volgende vuurgevecht zaten te wachten. We landden, liepen naar hen toe, en ik kon sommigen van hen de hand schudden en een knuffel geven en inderhaast iets zeggen in de trant van ‘Bedankt voor het werk dat je hier doet.’ Daarna moesten we snel weer weg, en ik voelde me beroerd, want wat stelden mijn troostende woorden in godsnaam voor? Da-ág jongens, ik ga snel weer naar huis, terwijl jullie in de modder... Ik herinner me ook dat niemand van de soldaten die ik daar toen gesproken heb, zelfs niemand van de hooggeplaatste militairen, pro de oorlog in Vietnam was. En ik maak me sterk dat de soldaten in Irak ook geen onvoorwaardelijke voorstanders van die oorlog zijn. We volgen onze leiders, en we kunnen geen kant meer op. ’t Is een heel, heel slechte zaak.»

HUMO U hebt veel Amerikaanse presidenten persoonlijk gekend: John F. Kennedy, Jimmy Carter, Ronald Reagan, Bill Clinton...

SINATRA «En niet te vergeten George W. Bush. Op persoonlijk gebied mag ik hem wel: een aardige vent, genereus, charmant, vriendelijk, al wat je maar wilt. Máár: volgens mij heeft hij niet het geringste besef van wat hij heeft aangericht. Ik hoef het niet met hem eens te zijn omdat ik hem een aardige vent vind. Meer nog: ik ben het grondig oneens met zijn regering.»

HUMO Hebt u al de gelegenheid gehad om hem dat op de man af te zeggen?

SINATRA «De laatste keer dat ik in het Witte Huis ontvangen werd, moest ik de zaak van Amerikaanse oorlogsveteranen gaan bepleiten, in naam van de belangenvereniging Rolling Thunder.

»Ik ijver al jaren voor Rolling Thunder; we hebben driehonderdduizend leden, vrijwel allemaal motorrijders. De president had acht vertegenwoordigers uitgenodigd, onder wie ik, en met z’n achten zijn we met de motorfiets naar het Witte Huis gereden. Ik vond toen dat ik een discussie over Irak moest vermijden - ik zou ze ongepast hebben gevonden, omdat ik daar om een andere reden te gast was en over het algemeen een beleefd mens ben. De mensen van Rolling Thunder wilden hulp van de president, zowel politiek als financieel; ze wilden, kortom, erkenning van hun problemen die soms al decennialang aanslepen. Ze willen vooral dat hun gezondheidsproblemen eindelijk onder ogen worden gezien: velen van hen zijn door Agent Orange aangetast. Ze hadden hun armen en hun benen nog wel toen ze terugkwamen, maar thuis stelden ze vroeg of laat vast dat hun gezondheid verwoest was. Het zal jou als Europeaan misschien wel vreemd in de oren klinken, maar in Amerika kan een oorlogsveteraan maar beter ledematen kwijt zijn als hij op één of andere manier geholpen wil worden door de staat. Of beter: je hebt meer kans dat je geholpen wordt.

»Nu is er alweer een nieuwe generatie oorlogsveteranen, zeg maar oorlogsslachtoffers in de maak: ik heb de indruk dat al die jongemannen vooral psychisch verwoest uit Irak terugkeren, innerlijk gekwetst voor het leven. Ik ken de familie van twee jongemannen die kort na hun terugkeer zelfmoord hebben gepleegd. Na Irak bleken ze het leven hier niet meer aan te kunnen, zoals zoveel jongemannen het leven na Vietnam niet meer aankonden. Het is dus niet nieuw: de overheid is al decennia met de psychische gevolgen van oorlog bekend, en er is al tientallen keren onderzoek naar gedaan. Maar wat heeft dat opgeleverd? Niets, of in het beste geval: veel te weinig. Wat een tragedie. Zo eindeloos droevig. En waarvoor moet dit offer dienen? Geen redelijk mens die het weet, omdat er simpelweg geen acceptabele reden voor te bedenken valt, al sinds de oorlog in Vietnam niet meer. Het maakt me razend, en ik weet met de dag minder goed waar ik met die razernij heen moet.»

HUMO Uw vader is zijn leven lang lid geweest van de Democratische Partij, maar hij stemde weleens voor een Republikein.

SINATRA «Ja, bijvoorbeeld voor Nixon. ‘Wegens de politiek die Nixon met China voert,’ heeft hij gezegd. Hoeveel Chinezen zijn er? Veel meer dan een miljard, hè? Mijn vader vond het beter dat je de hand reikt aan de Chinezen, en dat je er dus vooral voor moet zorgen dat zo’n immense massa níét automatisch je vijand is. Later heeft hij ook voor Reagan gestemd: als dertigers waren ze al bevriend, en mijn vader vond hem een goed mens, een eerlijk man. Ik heb destijds één keer voor de Republikeinen gestemd: ook voor Reagan, omdat Michael Dukakis, zijn Democratische tegenstander, mij niet kon overtuigen: ik vond hem ronduit zwak. Zowel mijn vader en ik hebben Bill Clinton gesteund: hij is ongetwijfeld één van de beste Amerikaanse presidenten die we ooit hebben gehad. Ja, hij heeft één fout gemaakt op privé-gebied, maar iedereen maakt weleens zo’n fout: het is menselijk.

»Ik haat nog steeds de aanklager Kenneth Starr en zijn bende, die alles in het werk hebben gesteld om Clinton publiekelijk aan de schandpaal te nagelen, en níét om politieke redenen. Dat soort mensen is nog steeds actief in mijn land: nu proberen ze John Kerry te pakken, door systematisch zijn diensttijd in Vietnam te minimaliseren. Alles wat ze totnogtoe over hem hebben beweerd, bleek gelogen, maar ze komen ermee weg. Ze pakken Kerry vooral omdat hij als tegenstander van de oorlog uit Vietnam is teruggekeerd. Dat heeft hij overigens nooit onder stoelen of banken gestoken, integendeel: hij heeft altijd openlijk over de gruwel van die oorlog, en de gruwel van álle oorlogen, gesproken, en precies daarom bewonder ik hem. Ik zei het al: demeeste soldaten zijn als oorlogstegenstanders uit Vietnam teruggekeerd. Dat wéét men wel in Amerika, want iedereen kent wel een veteraan, maar men vindt het kennelijk heldhaftiger om erover te zwijgen.»

HUMO Om Kerry te steunen heeft Bruce Springsteen de concerttournee Vote for Change opgezet. Bent u van plan iets voor Kerry te doen?

SINATRA «De Democratische Partij heeft het mij gevraagd, maar ik ben nu al een maand in Engeland, en als ik thuiskom zal er nog maar weinig tijd over zijn. Nu weet ik niet of ík de kiezers nog kan beïnvloeden, maar om toch íéts te doen, heb ik de Democratische Partij financieel gesteund. Ik weet dat mijn vader onvoorwaardelijk achter Kerry had gestaan. Mijn vader was een vredelievend man, die zeker niet gelukkig zou zijn geweest met George W. Bush, zelfs al was hij dan een vriend van George Bush sr.»


De naam van de vader

HUMO Speelt uw vader nog een rol in de beslissingen die u in uw leven neemt? Is hij nog steeds een ijkpunt?

SINATRA «O, absoluut! Toen ik mijn nieuwe cd aan het opnemen was, heb ik meer dan eens gezegd: ‘Dad, sta me niet zo aan te kijken, hélp me liever. Wijs me de weg in deze song, zorg alsjeblief dat ik ‘m eruit krijg.’ Zulke gedachten zullen we allemaal weleens hebben als we aan dierbare overledenen denken, maar ik heb ze bepaald vaak, vind ik. Er gaat geen dag voorbij of ik vraag me af: wat zou hij nu van me denken? En dat doe ik vaak hardop.»

HUMO Ik kan me voorstellen dat het niet makkelijk is Sinatra te heten en óók in de showbusiness te zitten. Hebt u ooit een artiestennaam overwogen?

SINATRA «Neen, want ik heb die naam altijd als een cadeau beschouwd.»

HUMO Uw vader is een onverwoestbare legende, hij is een wezenlijk deel van het Amerikaanse culturele erfgoed. Ga daar maar eens aan staan.

SINATRA «Ja, maar dat was hij allemaal niet in mijn prille kindertijd. Ik wist wel dat hij een zanger was, en ik herinner me dat hij heel hard moest werken om aan de kost te komen – ik herinner me zelfs dat mijn moeder in de jaren veertig soms een klein wonder moest doen om voldoende eten bijeen te schrapen. Die vroege indrukken staan mij nog het scherpst voor de geest.

»Heel lang is hij gewoon mijn vader geweest, een vader als alle andere vaders - dacht ik. Toen hij wereldberoemd werd, was ik blij voor hem, omdat hij, een arme Italiaanse migrantenzoon, zijn doel had bereikt, namelijk: een wereldpubliek bereiken. Hij wou altijd iets méér dan een zanger zijn, of beter: volgens hem hield zijn rol in de entertainmentbusiness ook – hoe zal ik het zeggen? – diplomatieke verplichtingen in, zeker toen zijn carrière hem in staat stelde de Groten der Aarde te ontmoeten. Hij was er heel erg van doordrongen dat hij overal ter wereld Amerika moest gaan vertegenwoordigen - dat wil zeggen, zijn droom van Amerika: een vrij, vredelievend en democratisch bestuurd land.»

HUMO Er was een tijd dat de naam van uw vader in één adem genoemd werd met die van Sam Giancana, de beruchte maffioso uit Chicago.

SINATRA «Die tijd is nooit voorbijgegaan, want de Amerikaanse pers heeft hem daarmee altijd achtervolgd, zodat hij een leven lang, zónder bewijzen, schuldig door associatie werd bevonden. Zelfs aan het eind leed hij daar nog onder – het vrat hem aan, en ik ben er zeker van dat die stress zijn leven bekort heeft. Verschrikkelijk. Op de duur wilde hij er zelfs niet meer dat wij, zijn kinderen, hem op dat punt verdedigden: ‘Laat ze maar,’ zei hij, ‘want wat je ook zegt, altijd zullen ze die geruchten blijven verspreiden.’ Dat hebben we gerespecteerd, maar dat betekende absoluut niet dat hij er zich bij had neergelegd. Zestig jaar laster - want het was al begonnen in de jaren veertig, toen hij meewerkte aan de verkiezingscampagne van Franklin D. Roosevelt. Hij was in die tijd een soort popidool, en de conservatieve kranten begonnen zijn invloed op het jonge kiespubliek te vrezen. Toen al probeerden ze hem, de Italiaanse migrantenzoon, met de georganiseerde misdaad in verband te brengen.»

HUMO In ‘The Godfather’ van Francis Ford Coppola, ook een Italiaanse migrantenzoon, komt een zanger voor die erg aan uw vader doet denken.

SINATRA «Mario Puzo, de schrijven van ‘The Godfather’, heeft mij met de hand op het hart verzekerd dat hij niet aan mijn vader dacht toen hij dat personage verzon.»

HUMO In een aflevering van ‘The Sopranos’ kun je ergens een authentiek mug shot van je vader zien hangen, gemaakt bij een arrestatie in 1938 in New Jersey, op beschuldiging van overspel.

SINATRA «‘The Sopranos’ is de beste serie die ik ooit heb gezien. Mijn vader was er vast dol op geweest, ook omdat de makers ervan dollen met de stereotiepen van de maffia. En wat dat mug shot betreft: daar had hij zeker om moeten lachen.»

HUMO Denkt u dat u, in mentaal opzicht, veel veranderd bent sinds de jaren zestig?

SINATRA «Daar ben ik nog niet zo zeker van. Denk je dat jij sinds je jeugd zoveel veranderd bent in mentaal opzicht?»

HUMO Niet te veel, hoop ik, maar vast wel meer dan mij lief is.

SINATRA «Wel, ik denk – echt waar – dat ik niet veel veranderd ben. In ieder geval voel ik me niet heel anders dan toen. Ik ben wel volwassen geworden, maar dat betreur ik niet, ook al omdat ik lang genoeg jong ben geweest. Toen ik mijn eerste kind kreeg, in 1974, werd ik om zo te zeggen met een schok volwassen: je moet weten dat ik toen al bijna vierendertig was. In die tijd was dat oud om een kind te krijgen - althans, zo dacht men daar toen over het algemeen over; nu is het gebruikelijk dat je op latere leeftijd kinderen krijgt. Ik begrijp nog altijd niet hoe jonge moeders het allemaal klaarspelen. Ik heb mijn twee dochters kort na elkaar gekregen, en ik vond het verschrikkelijk lastig, ook al voelde ik me meer volwassen en evenwichtiger dan ooit tevoren. Ik ben toen ook gestopt met zingen. Er zat niets anders op, vond ik: een goede moeder is een professionele moeder.

»Mijn dochters zijn nu achtentwintig en dertig: een leeftijd waarop vrouwen zich afvragen of ze kinderen willen of niet. Ik heb hun de raad gegeven dat ze heel, héél zeker van hun stuk moeten zijn voor ze die stap zetten. In geval van twijfel kun je er maar beter niet aan beginnen.»


Eindelijk vrij

HUMO Over uw politieke engagement hebben we het al gehad, maar hoe stond u eigenlijk tegenover de hippiebeweging, en tegenover de drugs, de seks en de rock-‘n-roll? Ik weet dat u destijds goed bevriend was met Peter Fonda, die een onmiskenbare hippie was.

SINATRA «Hij is nog altijd een dierbare vriend. Ik identificeerde me wel met de hippiebeweging, maar tegelijkertijd hield ik er ook afstand van. Ik was tegen de oorlog, maar mijn hippe vrienden en kennissen vroegen me: ‘Waarom ga je dan in Vietnam optreden?’ Ik vond dat ik daar móést gaan optreden, ook al wist ik niet hoeveel de troost die ik er dacht te brengen waard was. Dat soort troost bleek in hippe kringen een verwaarloosbaar argument, en ik was in hun ogen een square chick.

»Maar ik heb me wel vrij gevoeld in dat hippe gezelschap, eindelijk vrij. Ik ben nogal strikt opgevoed, zodat ik meteen trouwde, in plaats van te gaan samenwonen. Seks voor het huwelijk? Daar waagde je je niet aan als goed opgevoed Amerikaans meisje, zelfs al veranderden de mores om je heen razendsnel, en wist je dat veel van je vrienden het zonder scrupules vóór het huwelijk met elkaar deden.»

HUMO Ik dacht dat u tot het toenmalige Hollywood Rat Pack behoorde.

SINATRA «Het losgeslagen dochtertje van Frank Sinatra? Nee hoor. Ik was naïef, en ik geloofde niet in recreatieve drugs, waardoor ik in losgeslagen gezelschap een buitenbeentje was. Ik heb hooguit een keer of drie marihuana gerookt, want op tournee blowde iederéén, en ik vond dat ik al genoeg uit de toon viel. Ik kreeg gênante lachbuien van die marihuana, en vooral: razende honger. En toen ik het later nog eens probeerde, werd ik gewoon misselijk. LSD heb ik ook vaak zien gebruiken, en door dat te zien, bleef ik eraf. En dan was er natuurlijk ook cocaïne. Op elke zakenmeeting die ik in de jaren zestig heb meegemaakt, was het er. Niet dat er, zoals in de jaren tachtig en negentig, openlijk werd gesnoven, maar je zag mensen zich terugtrekken, en als ze terugkwamen, wist je meteen: cocaïne.

»Ik hoorde toen ook altijd dat marihuana beter was dan alcohol. Nou, geef mij maar een martini op z’n tijd (lachje). Maar goed, in de sixties was ik hoofdzakelijk naïef en onschuldig.»

HUMO Maar dan met een veelbelovende mini-jurk aan.

SINATRA «Zelfs m’n poses op elpeehoezen waren onschuldig, omdat ik onschuldig wás. Dat zal me in muzikaal opzicht wel geholpen hebben, zeker in combinatie met de cynische wereldwijsheid van Lee Hazlewood. Lee was ongetwijfeld dé mentor in mijn leven: hij regisseerde mijn carrière, hij heeft mij als het ware vormgegeven. Van ‘These Boots (Are Made for Walking’ wordt nu gezegd dat het een feministische strijdkreet was: wist ik veel, in die tijd. Ik wist helemaal niks van feminisme af. Later wel, in de jaren zeventig, door ‘The Feminine Mystique’ van Betty Friedan te lezen, en de boeken van Gloria Steinem, en door me op slag mijn tantes te herinneren, de zussen van mijn moeder, die ik in mijn kindertijd voortdurend hoorde klagen dat ze zo weinig verdienden, terwijl ze even hard werkten als hun man. Ik ben me gaandeweg van mijn rechten als vrouw bewust geworden.»

HUMO Ik denk niet dat je vader de ideale man was, vanuit feministisch oogpunt bekeken.

SINATRA «Hij werd weleens een vrouwenloper genoemd. Bedoel je dát?»

HUMO Ik bedoel veeleer dat hij een uitgesproken mannenman was.

SINATRA «Ja, maar betekent dat automatisch dat hij vrouwen verdrukte, of ze smerig behandelde? Ik heb hem daar nooit op kunnen betrappen. Integendeel, hij was een gentleman

HUMO U hebt zes jaar geleden als feministe in Playboy gestaan.

SINATRA «En was ik ineens géén feministe meer toen ik in Playboy stond?»

HUMO Altijd beter dan dat je, om je ideeën kracht bij te zetten, een tuinbroek zou dragen, zeg ik altijd maar. Al betwijfel ik of deze opmerking wel feministisch genoeg is.

SINATRA «Waarom niet? Sexy feministes vind ik fantastisch. En waarom zou je een betere feministe zijn als je als een houthakker of een vrachtrijder gekleed gaat? Toen ik in Playboy stond, nam Camille Paglia het in datzelfde nummer voor me op: eindelijk stond er eens een vrouw die niet meer piepjong was in dat blad, schreef ze. Zij is het soort feministe dat ik ook wil zijn: wees sexy, wees aantrekkelijk, en laat niet over je heen lopen.»

HUMO Waarom stond u eigenlijk in Playboy?

SINATRA «Omdat ik het geld kon gebruiken, en omdat mijn carrière een zetje nodig had. Behalve dat ik er veel geld voor gekregen heb, heb ik er ook veel gratis publiciteit aan overgehouden, ter waarde van zo’n tweehonderdduizend dollar, schat ik. Het geld dat ik aan die fotosessie heb verdiend, heb ik hoofdzakelijk in mijn plaat ‘One More Time’ geïnvesteerd: het label ging failliet, zodat ik die plaat met eigen middelen moest zien uit te brengen.»


Kill Bill

HUMO Even terug naar uw nieuwe cd: het meest gedurfde nummer dat erop staat is ongetwijfeld ‘Momma’s Boy’, een macabere berceuse geschreven door Thurston Moore van Sonic Youth.

SINATRA «Ik ben dol op die song! Ik heb altijd van songs met een angel gehouden, om de eenvoudige reden dat ze nooit saai zijn, hoe vaak je ze ook zingt: altijd heb je het gevoel dat je ze nog steeds niet helemaal hebt doorgrond, en daardoor blijven ze hun mysterie behouden.

»Ik ben er zeker van dat Thurston Moore het werk van Lee Hazlewood heel goed kent. Lee heeft altijd gezegd dat je een verhaal moet vertellen in een song, als je tenminste wilt dat je liedjes tegen de tijd bestand zijn. En dat verhaal moest volgens Lee ook nog een donkere kant hebben, zonder meteen deprimerend te zijn. ‘Als sprookjes,’ zei hij altijd. ‘Sand’ vind ik nog altijd de mooiste song die ik ooit gezongen heb: jong meisje, oudere man, één liefdesnacht. Maar zo subtiel dat tieners het volgens mij niet volledig kunnen begrijpen.

»Het is volgens mij ook veelbetekenend dat de songs van Lee een inspiratiebron zijn voor popmuzikanten uit de avant-garde van vandaag. In 1968 werd ‘Some Velvet Morning’ al verkozen tot beste duet uit de popgeschiedenis, en vorig jaar opnieuw, hier in Engeland. Door respectabele critici, zeggen mijn Engelse vrienden me. Ik ben daar ontzettend trots op. Ik vind het ook flatteus dat jonge mensen die naar mijn optredens komen alle teksten blijken te kennen, terwijl het eigenlijk songs uit de jeugd van hun grootouders zijn. En ik ben ook blij dat mijn versie van ‘Bang Bang (My Baby Shot Me Down)’ op de soundtrack van Quentin Tarantino’s ‘Kill Bill’ staat. Jonge mensen gaan naar de bioscoop, horen mijn ‘Bang Bang’, vragen zich af: ‘Wie is toch die Nancy Sinatra?’, en vervolgens gaan ze naar de platenwinkel. Heerlijk dat ik dat nog mag meemaken, want ik durfde er niet eens meer op te hopen.»

HUMO Uw vader heeft anders ook een bloedstollende versie van ‘Bang Bang (My Baby Shot Me Down)’ opgenomen.

SINATRA «Zal ik je eens wat vertellen? Hij heeft míjn versie gekopieerd. Ik trad op in een televisiespecial over mijn vader: ‘A Man and His Music, Part II’. Daar zong ik ‘Bang Bang’ voor het eerst, en hij was er wég van. Hij heeft het kort daarop opgenomen: traag, zoals míjn versie – het origineel van Sonny & Cher was bepaald up-tempo.»

HUMO Ik heb al gemerkt dat ik de stem van dierbare overledenen het eerst vergeet. Wat de stem van uw vader betreft, kan u dat nooit overkomen.

SINATRA «Neen, maar ik luister bijna nooit meer naar zijn werk. Ik kan het niet, het maakt mij te verdrietig. Soms moet ik wel iets van hem beluisteren, om één of andere zakelijke reden, maar het kost me de grootste moeite, en ik ben er voor de rest van de dag kapot van.»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234