John Lennon en zoon Julian, 1968. Beeld Gamma-Keystone via Getty Images
John Lennon en zoon Julian, 1968.Beeld Gamma-Keystone via Getty Images

40 jaar zonderJohn Lennon

‘Onthou hem zoals u hem het liefst zag, maar onthou hem vooral om zijn muziek’

Vandaag is het 40 jaar geleden dat John Lennon werd doodgeschoten door fan Mark Chapman. Herlees de knappe in memoriam die Marc Didden toen schreef.

Het is koud en dinsdagochtend. Terwijl ik de krantenwinkel bij mij om de hoek binnenloop meldt de uitbaatster mij het droeve nieuws : “Jack Lemmon is dood” zegt ze, omdat ze weet dat ik van tjingel-tjangel-muziek hou.

John Lennon is dood, bedoelt ze, en ik krijg spijt omdat ik zijn laatste single zo gekraakt heb, vooral omdat ik mijn broodwinning van de afgelopen zeven jaren een beetje aan hem dank. In een brief aan “Uitlaat” verdedigde ik Lennons “Some Time In New York City” (die ik, toen ik die brief schreef, nog nooit gehoord had) en ik moet dat wel zeer overtuigend gedaan hebben, want per kerende post vroeg Guy Mortier mij of ik geen directeur van Humo (of zoiets) wilde worden.

John Lennon is dood. Er komt dus nooit een Beatlesrëunie. We thank you on behalf of the group and we hope we passed the audition. John Lennon, die zichzelf de veel leukere naam Dr. Winston O’Boogey gegeven had, heeft het spreekwoord “La Vie Commence A Quarante Ans” ontkracht door begin vorige week slachtoffer te worden van een zinloze (zijn er andere ?) moord. Daardoor kwam een vroeg einde aan de boeiendste carrière uit de rock’n’rollgeschiedenis. The Dream Is Over. Oek-oek-kat-choek.

Vroeger

John Lennon werd op 9 oktober 1940 geboren in het Liverpool Maternity Hospital en begon kort daarop aan wat biografen omschrijven als “een niet zo gelukkige jeugd”. Lennons ouders scheidden erg vlug na zijn geboorte, hij wordt een tijdlang door zijn moeder opgevoed. Tot die, erg jong, sterft. “My Mummy’s Dead” zong Lennon daar later over, met door merg en been snijdende stem. Lennon liet op de lagere school al uitgebreid blijken dat hij niet van plan was zijn hele leven in het gareel te lopen en toen hij dan, met moeite, de Dovedale Primary School en de Quarry-bank Grammar School doorgelopen had koos hij dan ook voor het Kunstonderwijs (het “Liverpool College Of Art”) als beste substituut voor vrijheid. Lennon viel er op door zijn vlijmscherpe zin voor humor, zijn muzikaal talent, zijn literaire interesse en zijn originele manier van schilderen en tekenen. Maar hij verliet de school wel voortijdig om op 23 augustus 1962 met Cynthia Powell te trouwen.

Het jonge huwelijk, dat één zoon (Julian) voortbracht, was niet lang opgewassen tegen de onstuimige vormingsjaren van The Beatles, die van 1962 tot 1970 vrijwel exclusief de mentaliteit van een generatie zouden gaan bepalen. Want zoveel moet maar meteen duidelijk zijn : de invloed werd in hoge mate bepaald door wat John Lennon deed en dacht. Lennon, die de Beatles eigenhandig opgericht had, gaf ze ook de doodsteek door er vlak na de “Let it be”-film en lp als eerste uit te stappen. Hij was, méér dan Dylan, Jagger of Morrison, de voorman van de jaren zestig. “Give Peace A Chance”, “War Is Over”, “Power To The People”, het zijn allemaal kreten die uit volle borst meegebruld zijn door jonge mensen in alle uithoeken van het dorp dat Wereld heet.

John Lennon, die ijzeren stem, en het dito brilletje op de haviks-neus. De grapjas uit “A Hard Day’s Night”, de cynicus tijdens de schaarse perskonferenties van de Grote Vier, de Wijze die Twee Boeken geschreven had, de eigenaar van de blote kont op “Two Virgins”, de piot uit “How I Won The War”, de kleine guru, te bed in het Am-sterdamse Hilton, de jonge vader van de vijf afgelopen jaren, de frisse veertiger op de hoes van “Starting Over”. Onthou hem zoals u hem het liefst zag, maar onthou hem vooral om zijn muziek.

Toen

Die muziek bleek in het begin zeker niet van revolutionaire aard te zijn. Lennon en enkele medeleerlingen van de Quarrybank Grammar School hadden een orkestje opgezet dat de Quarrymen heette en dat zich in vrijwel niets van andere amateurbandjes onderscheidde. Alhoewel wel snel duidelijk werd dat de voorzanger van dat groepje, Lennon dus, véél forser uithaalde dan zijn andere debuterende collega’s, en dat hij bovendien een veel grondiger kennis had van het Amerikaanse Rhythm & Bluesrepertoire dan de doorsnee-Brit die toen nog op een muzikaal dieet van Frank Ifield, Acker Bilk of in het beste geval The Shadows overleef-den. The Quarrymen vielen in gunstige zin op, en na enkele naamveranderingen legden zij in de Liverpoolse “Cavern Club” als The Beatles avond na avond de basis voor een nieuwe ontspanningsvorm, de beatmuziek. De Beatles overstegen algauw de plaatselijke roem en ze werden vanuit Liverpool naar Hamburg gehaald waar ze in de toen meer beruchte dan beroemde “Star-Club” na een eigen setje van drie kwartuur ook de be-geleiders waren van het alleen in Duitsland bekende Britse idool Tony Sheridan.

Toen ze opnieuw in Engeland waren konden de Beatles na één auditie een platencontract losweken bij E.M.I.-Records en op 5 oktober 1962, dus enkele dagen voor Johns 22ste verjaardag, verscheen de eerste Beatlessingle, “Love Me Do”/ “P.S. 1 Love You”, die door boezemvriend Paul McCartney gezongen werd, en net de Britse Top-20 haalde. Hun tweede single, “Please Please Me”/ “Ask Me Why” reveleerde het fascinerende stemgeluid van Lennon aan de wereld, en weinige weken later was de naam The Beatles een begrip. Op zeven jaar tijd zouden zij 22 wereldhits scoren die stuk voor stuk de verkooprecords van hun vorige hit verpulverden. De van in het begin erg geprofileerde persoonlijkheid van elke Beatle zorgde ervoor dat elke wereldburger zich wel kon identificeren met één van de Liverpoolse bende van vier : Ringo was de clown, Paul de brave mens, George de mysticus en John de zonderling. Die bijvoorbeeld zo gek was om zijn vrouwtje Cynthia en zoon Julian, middenin de Beatles-boom, te ruilen voor de zeer discrete charmes van de Japanse kunstenares Yoko Ono.

Lennon schitterde nog wel in Beatles-films als “A Hard Day’s Night” of “Help”, “Revolver” of de dubbele witte; maar algemeen wordt aanvaard dat hij na zijn ontmoeting met Yoko niet meer voor 100 % in de Beatles investeerde. Lennon hield tentoonstellingen in zeer avantgardistische galerijen in Londen, hij liet zijn van neologismen en woordspelerijen bol staande kortverhalen publiceren, vergezeld van zijn eigen kinderlijke tekeningen ; hij maakte kortfilmpjes, samen met Yoko, of lp’s (zoals de controversiële “Two Virgins”) die nog wel door enkele duizenden fans gekocht werden, maar door vrijwel. niemand beluisterd. Lennon trok dan ook de consequenties uit zijn oncollegiaal gedrag en verliet de Beatles om een solocarrière te beginnen.

Daarna

Die startte zeer veelbelovend, want na probeersels als “Two Virgins”, “Unfinished Music No. 2-Life With The Lions”, het even dure als onvindbare “Wedding Album” en de genietbare “Live Peace In Toronto”-lp maakte Lennon, hele-maal bij het begin van de jaren ‘70 meteen één van de beste platen van dat decennium : “John Lennon/Plastic Ono Band”. Lennon nam de plaat op nadat ie de “Primal Scream”-therapie van Dr. Janov gevolgd had en hij schreeuwt zich op de beste tracks van de plaat, “God” en “Mother”, dan ook met pijnlijke bezetenheid de ziel uit het lijf, “I Don’t Believe In Beatles” gaat het op “God”, “I Don’t Believe In Zimmerman”, “I Just Believe In Me, Yoko and Me” terwijl “Mother” afrekent met het grote jeugdgemis (“Mother, You had me, but I never had You”). Lennon bewees wis en zeker de Beatle te zijn die het persoonlijkst durfde te graven in de eigen ziel, wat begrijpelijk is, omdat hij zonder twijfel ook de boeiendste persoonlijkheid was van alle vier de Beatles.

Zijn solo-werk haalde daarna nog zelden dezelfde consistente hoogte als op “John Lennon/ The Plastic Ono Band”, al is “Imagine”, met zijn schitterende titelsong (een pracht van een tekst, op Lennons mooiste melodie) en zijn wat kleinzielige uitval tegen Mc Cartney (“How Do You Sleep”) beslist een ander hoogtepunt. Voor de derde -echte” solo-lp, de dubbele “Some Time In New York City” wordt de uit Newyorkse sessiemuzikanten opgemaakte groep Elephant’s Memory ingeschakeld en die maken van die plaat een wild geval dat sporadisch wereldklasse verraadt (“Sunday Bloody Sunday”, Woman Is The Nigger Of The World”, “New York City”), maar zoals wel meer dubbellp’s ten onder gaat aan langdradigheid en, he-laas ook, goedkoop sloganisme. Met “Some Time In New York City” (destijds in Humo goed voor de nu jammerlijk toepasselijke titel “Some Crime In New York City”) had John Lennon de oude fans enigszins ontgoocheld en de nieuwe niet echt overtuigd.

“Mind Games”, de opvolger van “Some Time In New-York City” moest dan ook met enige onverschilligheid afrekenen toen die in 1973 ver-scheen. Lennon had afgedaan, werd gefluisterd. Lennon was gek, werd gezegd. Zijn relatie met Yoko Ono was op de klippen gelopen en er sijpelden alleen nog verhalen door over hoe John Lennon de Beest ‘uithing in het nachtleven van L.A. Hij werd meer dan eens stomdronken gesignaleerd in het gezelschap van drinkebroer Harry Nilsson, en zeer bekend is de anekdote van hoe Lennon uit de befaamde Troubadour Club werd gegooid nadat hij met een gebruikte Tampax op het voorhoofd geplakt, grove woorden naar het hoofd van de optredende Smothers Brothers geslingerd had. Lennon begon een uitzichtloze verhouding met zijn “assistente” May Pang en Yoko probeerde in de New Yorkse kunstmilieus haar verdriet te vergeten door performances te houden, videosessies, en af en toe zelfs een, weinig succesvol, optreden.

Yoko Ono kreeg voor die dingen even weinig krediet als voor alle andere “bijdragen” die zij leverde aan de kunst van John Lennon. Ze werd door vrijwel alle Beatlesfans gehaat omdat het zogezegd door haar was dat de grootste groep aller tijden er na nog geen acht volle jaren glorie de brui aan gaf (verklaringen van Paul Mc Cartney en George Harrison, later, wijzen trouwens in die richting) en ze kreeg vanwege pers of publiek ook nooit één goed punt voor haar songs die zij op B-kanten van Lennonsingles, op haar eigen solo-Ip’s, of op die van John kwijt kreeg. Yoko Ono zal zeer alleen staan na het verlies van John Lennon. Dat ze op de laatste Lennon-lp (“Double Fantasy”) zingt “Why Death/Why Life/Warm Hearts/Cold Darts/Kiss kiss kiss me love/ I’m bleeding inside/It’s a long, long story to telt/And I can only show you my heli” geeft aan de song “Kiss, Kiss, Kiss” postuum meer waarde dan ie na de eerste beluistering had, vooral ook omdat ze verder gaat “Why Me/Why You/Broken Mirror/White Terror”. Die witte terreur hield in dat fans van over de hele wereld bijvoorbeeld niet namen dat John Lennon, Yoko Ono en hun zoontje Sean zich graag van de buitenwereld afgezonderd hielden in hun appartement in de Dakota Building, aan New-York’s 72ste Straat West en Central Park.

Nog afgelopen maand kon uw reporter zien hoe dagelijks tientallen fans bij de portier van de Dakota Building kwamen staan om cadeautjes, brieven of berichten voor Lennon achter te laten. Een Belgische fan stond er meer dan een week, dag en nacht, en belde ons achteraf om te zeggen dat hij van Lennon een handtekening gekregen had. Een Hawaïaanse fan, Mark David Chapman, had ook dat geluk mogen beleven. Maar hij wilde wellicht meer en hij schoot zijn idool dood, vlak voor de deur van de Dakota Building. Op dezelfde stoep waar, in Roman Polanski’s “Rosemary’s Baby”, een jong meisje neerstort nadat ze door de Duivel werd bezeten. Omdat mijn hotel slechts twee deuren van Lennon’s huis verwijderd was (en ik stiekem ook wel eens hoopte de man te ontmoeten) liep ik een keer of twee per dag langs de Dakota Building. En telkens keek ik naar boven en vroeg ik me af waarom iemand die toch zo graag zijn rug naar de wereld keert zo kwetsbaar gaat wonen, middenin wat verre van de sjiekste buurt van New-York is.

John Lennon is vermoord door een fan. Hij is doodgebloed op de achterbank van de taxi die hem naar het “Roosevelt Hospital” bracht. De fan zit achter slot en zegt wellicht : “Ik heb het gedaan omdat ik zo van hem hield”, een klassiek excuus voor passiemoorden. In de nieuwe Woody Allen-film, “Stardust Memories” loopt een malloot naar Sandy Bates (een filmregisseur, gespeeld door Allen zelf), zegt fier “You’re My Hero”, haalt dan een revolver boven en vuurt die leeg op het voorwerp van zijn bewondering. Maandagnacht hebben New Yorkse dokters, onder leiding van Dr. Steven Lynn, zes kogels uit het lichaam van John Lennon gehaald. De eerste daarvan was al dodelijk. Bij aankomst in de kliniek zo goed als al zijn bloed verloren. Transfusies haalden niks uit. John Lennon was dood. Yoko Ono verliet meteen New-York, met onbekende bestemming. Baby’s in black, and I’m feeling blue.

Nu bij het ter perse gaan van dit verhaal (dinsdag 9/12/80) waren nog nauwelijks details bekend over de omstandigheden waarin het tragische einde van John Lennon verliep. Op redacties over de hele wereld wordt koortsig gewerkt aan een passende Lennon-hommage. De platenperserijen draaien op volle toeren. Ergens stelt een EMI-bediende wellicht de definitieve Lennon-verzamel-lp samen. “Gezien op de TV”, ook al is die al gemaakt: “Shaved Fish” heet die (uit 1975), een uiterst gave staalkaart van John Lennons kunnen. En straks verschijnt wellicht, iets sneller dan voorzien, de lp die hij samen met zijn “heart play” “Double Fantasy” opnam. “Happy X-Mas.” (War Is Over) wordt wellicht de verrassingskersthit van het jaar en zal de BRT-jongens dan ook ontslaan van de taak om het voor de hand liggende werk nog eens te draaien. Vooral op BRT 1 zijn de ontmande versies van Caravelli of Raymond Lefèvre van Lennon-Mc Cartneysongs toch al-lang veel populairder dan de originele. John Lennon is dood, of had ik dat al gezegd ? Laten wij dat passend verwerken door bijvoorbeeld driehonderd keer, zo luid mogelijk, “Whatever Gets You Thru’ The Night” of “Instant Karma” door de buurt te laten loeien.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234