‘In België zijn we totáál vervreemd van basiskennis zoals vuur maken. De hele dag zitten we voor onze computer, en we hebben geen contact meer met de natuur.’ Beeld rv
‘In België zijn we totáál vervreemd van basiskennis zoals vuur maken. De hele dag zitten we voor onze computer, en we hebben geen contact meer met de natuur.’Beeld rv

onze man gingbushcraft

Onze Man ging wildkamperen: ‘Straks word ik verpletterd, een roemloos einde’

Vanavond kunt u op Eén kijken naar ‘Saar in het bos’. Daarin wordt bushcrafter Saartje Vandendriessche gevolgd tijdens haar drie weken lange ‘back to basics’-avontuur in de Ardeense bossen. Onze Man, early adopter als hij is, ging al in 2012 bushcraften. Lees hier zijn relaas:

Hoe overleef je zeven dagen in de wildernis met slechts één lucifer op zak? Op Discovery Channel proberen Les Stroud en zijn grootste concurrent Bear Grylls dergelijke hachelijke ondernemingen uit: hun tv-reeksen – ‘Survivorman’ en ‘Man vs. Wild’ zijn de bekendste – zijn gewijd aan de bushcraft: de kunst om te overleven in onherbergzame streken.

Stroud en Grylls zijn zonder twijfel échte mannen. Scouts met olifantenkloten die en passant handige tuin- en keukentips rondstrooien, mocht u van de zomer verdwaald raken op vakantie. De algehele uitdroging dreigt in de woestijn? Pers drinkbaar water uit kamelenstront! Een hongerdood lonkt in de Australische outback? Wring een waterslang de nek om, en smullen maar! Maar: kennen wij zo’n gek die ons op survivaltocht wil meenemen voor Humo’s Grote Reisverhalenreeks? Ja, zo’n gek kennen wij dus.

Jan Stoop wil binnenkort een trektocht maken door de Canadese bossen. Denk aan ‘Into the Wild’, de filmhit van enige jaren geleden, waarin de jonge drop-out Chris McCandless de consumptiemaatschappij de rug toekeert en richting Alaska lift om in de wildernis te leven, in harmonie met de natuur. Om te vermijden dat de trip van Jan ook zo’n bitter einde als dat van de film kent, oefent hij zijn survival skills alvast in eigen land. En wij mogen mee op zo’n minitrektocht in de Ardennen. Eén probleempje: in België mag je enkel een tent opslaan op privéterrein, mét toestemming van de eigenaar. Op een ordinaire toeristencamping verblijven is uiteraard geen optie. En een derderangs overlevingsweekendje waarop de werknemers van pakweg Belfius óók kunnen intekenen, klinkt mogelijk nog minder spannend. U leest geen reportage in de fucking Libelle, nietwaar? Nee, wij zullen het woeste woud intrekken, oog in oog staan met wilde everzwijnen, belaagd worden door bronstige edelherten, de natuur in al zijn grilligheid aan den lijve ondervinden. En in dat geval rest ons slechts één, compleet illegale en hoogst strafbare optie: wildkamperen. Humo wast voor één keer zijn handen in onschuld, én in de Semois. En piste!

BEESTENBOS

Dag één. Lintbebouwing, uitgeregende zomernachten, een transseksuele minister: België heeft het allemaal. Maar naar afgelegen gebieden is het eindeloos speuren. Voordeel is wel: na een autorit van twee uur heb je ’s lands verste uithoek al bereikt. Standplaats wordt: het bos van Herbeumont, diep in de Ardennen. Onder wildkampeerders (stap een willekeurige kampeerwinkel binnen en er werken er gegarandeerd twee) geniet Herbeumont enige faam. Het zou de perfecte omgeving zijn voor een survivaltocht, en het laatste plekje wilde natuur in eigen land: relatief woest woud, veel wilde dieren – ‘Attention – Chasse en cours’ – en de autoriteiten slapen er. Behalve die ene dag in 1998: tussen deze bomen hield Marc Dutroux zich schuil na zijn ontsnapping uit het gerechts-gebouw van Neufchâteau. Tot de boswachter (!) hem op z’n heroische strooptocht kon vatten.

Diezelfde boswachter wordt de volgende dagen ook ónze grootste bedreiging: wellicht brengen we eerder een nachtje in de cel door wegens wildkamperen, dan dat we hier effectief zullen verdwalen, want zelfs de grootste Belgische wildernis ligt vol geasfalteerde paadjes en kiezelwandelroutes voor uw oma en opa. Canada it ain’t. Niettemin: een trektocht begint zodra je de voordeur achter je dichtslaat, in je hoofd. Zo vlammen we voorbij de afritten Vilvoorde Car-go, Zaventem, Tervuren – geen file richting Het Bos – en laten we alle pedante automobilisten en zuur kijkende Vlaamse kantoorklerken verdampen in onze uitlaatgassen. Zij brengen de volgende drie dagen, o zo voorspelbaar, door aan hun bureau. Terwijl wij worden overgeleverd aan de wispelturigheid van Moeder Natuur. So long suckers, adventurers coming through!

De auto laten we achter op het marktplein van Herbeumont City, en we zetten te voet koers into the wild. Helaas, ik val meteen door de mand: een week geleden sloeg de twijfel toe en, nog veilig thuis, heb ik in allerijl wat kampeergerei bijeengesprokkeld. Resultaat: mijn rugzak weegt een ton. Terwijl echte trekkers wéken kunnen overleven met enkel een zaklamp, zakmes en kompas. Gelukkig houdt Jan al na twee uur stappen halt, met licht medeleven in z’n stem: ‘We zijn hier om te survivallen, niet om te wandelen, hè.’ Intussen zijn we een bordje gepasseerd dat een ‘zone du silence’ markeert.

De bewoonde wereld ligt ver achter ons: we bevinden ons nu midden in everzwijnterritorium. Snaveltjes dicht. En oogjes wijd open. Onze eerste opdracht: tent opslaan. Volgens het Grote Survivalhandboek kan een mens drie dagen zonder water, drie weken zonder voedsel en drie maanden zonder gezelschap, maar slechts drie úúr zonder beschutting. Tussen de bomen en de dichte takken valt de avond zeer snel, en binnen twee uur zal het al beginnen te schemeren. En dan gebeurt het: het onderzeil van de tent ligt nog maar net opengeslagen of de eerste druppels vallen al naar beneden. Als we nu niet snel handelen, raken onze tent én onze kleren helemaal doorweekt. Plots blijkt onderkoeling een zeer reëel gevaar: onze onschuldige boswandeling zou weleens vlugger dan verwacht in een echte noodsituatie kunnen veranderen. Maar de donderwolken drijven gewoon voorbij. ’t Was slechts een schijnmanoeuvre, de natuur die haar spierballen liet rollen. Bij de volgende uitdaging stoot ik wéér op de grenzen van mijn overlevingsinstinct: vuur maken. Brandhout sprokkelen lukt me nog net, maar ik moet de vlam eigenhandig tevoorschijn zien te toveren. Na een halfuur heb ik onze voorraad lucifers er haast volledig doorgejaagd. Sukkel!

JAN STOOP «Haha, in Scandinavië krijgen kinderen op hun zevende een mes: daar krijg je overlevingsvaardigheden met de paplepel ingegeven – in auto’s is zelfs een survivalkitje verplicht. Iedereen is er te allen tijde op z’n hoede voor de natuur, want er kan altijd iets fout gaan: een weg die overstroomt, een eland die je auto ramt. Hier zijn we totáál vervreemd van basiskennis als vuur maken. De hele dag zitten we voor onze computer, en we hebben geen contact meer met de natuur. Zelfs zeelui gebruiken tegenwoordig een gps in plaats van zich te oriënteren met behulp van de sterren. Kun je dat geloven?

»Met de jeugd is het nog erger gesteld: toen ik klein was, ging ik met m’n grootvader, een veearts, nog mee om koeien te helpen bevallen. Maar hoeveel jonge gastjes weten tegenwoordig nog hoe een koe geboren wordt? Onlangs heeft m’n zus een kindje gekregen, Norah, en op de babyborrel stonden al mijn neefjes en nichtjes zich daar stierlijk te vervelen. Dan denk ik: zouden ze niet veel meer lol trappen als ze met hun dure schoenen in de modder konden plenzen?

»Er is vandaag zoveel luxe en comfort dat we niet meer zien hoe zuiver en eenvoudig het bestaan kan zijn. Ik wil weer back to the basics: hoe maak je een speer, hoe zorg je voor beschutting, welke planten mag je eten? Ik wil weer beseffen dat een paar simpele basisbehoeften – onderdak, water, vuur, voeding – volstaan om te leven.»

Bij valavond is het happy hour: dan verlaten alle dieren – Everzwijnen! Fazanten! Edelherten! Hermelijnen! Vossen! – hun nest om voedsel te vergaren. Het begint te kriebelen: we kruipen diep in het hoge gras, want hoe vaak ziet een mens nog beesten in het wild, in hun natuurlijke biotoop? Maar na een halfuur, één uur, anderhalf uur wachten is in de verste verte geen beest te zien: geen vermaledijd zwijn aan de einder! Zelfs de vogels die ons spottend zitten na te fluiten, laten zich niet eens zien. Zouden wij, vriendelijke wildspotters maar uiteindelijk wél indringers, via een geheime beestentaal al gesignaleerd zijn? Voorlopig geven we het op, want in het bos valt de avond inderdaad vlug en we haasten ons maar beter terug, voor we de weg alsnog kwijtraken. Alhoewel, haasten? We verblijven hier nog geen vierentwintig uur en alleen een onmetelijke rust omringt ons nu. Alleen het lijzige tempo van de natuur blijft over. Geen auto te horen, geen straatlantaarn in zicht. Wég is het razende wereldje van tweets en Facebook-updates. Hier zijn geen noodlijdende banken, geen economische crisissen. Hier heerst Koning Zon, en die heeft er genoeg van voor vandaag.

‘Je moet van het avontuur geproefd hebben voor je sterft.’ Beeld Belga/Sijmen Hendriks
‘Je moet van het avontuur geproefd hebben voor je sterft.’Beeld Belga/Sijmen Hendriks

ZAK IN BOOM

Nacht één. We hebben geen bak bier, geen gettoblaster, geen tentsletje meegebracht: dit is de Rock Werchtercamping niet. Maar als we het kampvuur eindelijk aan de praat krijgen en zwartgeblakerde aardappels, aangebrande bonen uit blik en worst op zelfgemaakte spiesen zitten te eten, haalt Jan toch een veldfles met some good ol’ bourbon uit z’n tas. Het Grote Kampeercliché dicteert in zo’n geval: story time! Hebt u, beste lezer, al gehoord van de Japanse soldaat Hiroo Ono­da, die na de Tweede Wereldoorlog dertig jaar in de jungle heeft rond-gezworven omdat niemand hem had verteld dat de oorlog voorbij was? Een lichtend voorbeeld voor survival-experts in spe zoals wij! Of kent u deze eenvoudige, maar hoogst levensreddende tip: u wordt aangevallen door een grizzly? Doe alsof u dood bent, want beren worden pas agressief als ze uitgedaagd worden. En nog eentje: in bear country zwiept u alle voedsel het best in een zak hoog in de bomen, om de dieren niet naar uw tent te lokken. Gisteren had Jan me nog ge-sms’t: ‘Nog één nachtje rustig sla-pen. Geniet van het comfort, zolang het duurt.’ En plots is het zover: het begint wéér te druppelen, en deze keer is het menens. De motregen verandert in een fikse stortbui, en het zal de hele nacht niet stoppen met gieten. Ook de temperatuur begint akelig te dalen: een zalige nachtrust in een fluweelzacht B&B-bedje staat ons kennelijk niet te wachten. Slecht idee overigens om voor het vertrek nog eens de Waalse horrorfilm ‘Calvaire’ en het legendarische kampeerdrama ‘Deliverance’ te bekijken: de angst slaat nu onverbiddelijk toe. Want we liggen hier toch maar eenzaam in een tentje op een afgelegen plek, en daarnet had ik nog drie blokjes op mijn gsm, maar nu heb ik géén ontvangst. En wat voor een vreemde geluiden zijn dat rondom ons? Misschien staat onze tent wel midden op een hertenpad geposteerd!

Een slaapplaats volgens het boekje, vervaar­digd uit mos en takken, én biolo­gisch afbreek­baar. Langs autosnelwegen waarschuwen verkeersborden voor overstekend wild, maar hoe wijs je dieren op vreemde obstakels op hún pad? Straks loopt zo’n kolos in de duisternis over onze tent heen en worden we onverbiddelijk verpletterd: een roemloos einde. Maar geen nood: daar begint mijn dappere gids al te snurken, en ook zijn geronk zal de hele nacht niet ophouden. Geen oog dichtgedaan, maar dankzij dat eenvoudige afweermiddel voor groot wild (puur natuur!) is geen hert op onze tent gecrasht: hosanna!

‘We zijn hier om te survivallen, niet om te wandelen, hè.’  Beeld ThinkStock
‘We zijn hier om te survivallen, niet om te wandelen, hè.’Beeld ThinkStock

DOMWEG GELUKKIG

Dag twee. Je zult het altijd zien: één irritante vogel heeft de volgende ochtend vlak bij onze tent postgevat, en we worden voor dag en dauw gewekt. Maar de natuur geeft veel terug: stekelige planten worden afwasborstels, mos vormt ‘n uitstekende handdoek, onze nieuwe woonst heeft het allemaal. Bovendien hebben we een excellente locatie voor ons kamp gekozen. Pal aan een zijriviertje van de Semois, en ik neem meteen een ijskoud bad. Ha, dat koude water op m’n kop! Die eerste zonnestralen op m’n gezicht! En de vogels die een wijsje fluiten! Wat een simpel geluk voor een stadsjongen. Doel is om vanavond forellekes à la façon de Jeroen Meus klaar te maken. Daartoe maken we onze eigen vislijn, met een zélf geslepen vishaak. Jan stopt me een prachtig gestroomlijnd mes in de hand, dat ook echte bushcrafters als Les Stroud en Bear Grylls gebruiken: ‘Eén van de beste messen ter wereld, perfect voor alle slacht-, vil- en fileerwerk, én om malafide CEO’s en mediamogols de keel mee over te snijden (lacht). Heeft op de Expo ’58 nog de prijs voor beste design gewonnen. Kostprijs: 80 euro.’

We zijn een dik uur aan het wandelen als we plots, aan de oevers van de Semois, op een verlaten survivalhut stoten: kennelijk zijn we niet de enigen die hier komen wildkamperen. En deze kerel heeft méér tijd gestopt in de bouw van z’n kamp dan wij: in survivalhandboekjes wordt dit een lean-to shelter genoemd, een slaapplaats uit mos en takken. Beschermt tegen weer en wind, én is biologisch afbreekbaar! Als iemand hier onder de radar van de boswachter is gebleven, dan kunnen wij toch ook even wildvissen, zeker? Wel opvallend: wéér heeft geen enkel wild dier ons pad gekruist. Jan ontsteekt in een aanstekelijk anti-jachtpleidooi:

STOOP «Waarschijnlijk is al het wild gewoon gevlucht. Schandalig! Heb je die met takken gecamoufleerde palletten gezien? Daar zitten normaal gezien jagers achter. Aan de rand van het bos jutten hun maatjes de beesten op, terwijl zij hier met hun geweren zitten te wachten tot het wild in de val loopt. Een laffe, industriële manier van jagen, vind ik. En daarna gaan ze met hun buit pronken op café.

»Kijk, ik ben geen vegetariër en al helemaal geen boomknuffelaar: een goed stukje vlees gaat er altijd in. Maar wat wij nu doen, is toch veel natuurlijker dan op zo’n manier jagen? Vishaken en speren maken uit hout: zo heeft de mens het altijd al gedaan. Geef toe: zolang je respect toont voor de omgeving, is wildkamperen toch onschuldig?»

En dan begint het weer te schemeren, en plots beseffen we dat we al uren aan een stuk zitten te lullen en stomweg geen enkele vis hebben gevangen. Niet getreurd: een rivierforel vangen zou naar verluidt meer calorieën kosten dan het eten ervan zou opleveren. Dus laat die vissen maar zwemmen: vanavond eten we weer worst en bonen.

BABYCOBRAATJE

Nacht twee. Jack Daniels wacht ons weer op aan het kampvuur. En dus ouwehoeren we lustig voort, of wat had u gedacht? Op zijn achttiende sloot Jan een pact met een maat om naar Canada te trekken. Toen kwam er niets van in huis, maar sinds anderhalf jaar speelt het idee weer in zijn hoofd: ‘Let maar op, plots ben ik weg en doe ik het.’

STOOP «Alles in onze maatschappij is tot in de puntjes geregeld en gestructureerd. Afspraken staan al weken vooraf vast, alle paadjes zijn platgelopen. Maar waar is het echte leven? Je moet van het avontuur geproefd hebben voor je sterft.

»Ik heb de halve wereld al gezien, hoor: in Seattle gewoond, in Spanje. Thailand was het mafste land waar ik ben geweest: dat is de echte wildernis. Dáár zitten pas gevaarlijke beesten: op een nacht zat er eens een babycobra in mijn kamer. Ik was onder invloed, opium wellicht, en ik heb die slang gewoon genegeerd en ben terug in mijn bed gekropen. De volgende morgen stond het hele dorp op stelten: die babycobra was eigenlijk uit zijn kooi ontsnapt en iedereen uit de buurt was gemobiliseerd om dat beest te vangen. Blijkbaar zijn die kleintjes nog gevaarlijker dan volwassen exemplaren: ze kunnen hun gif nog niet doseren, en na één beet ben je meteen dood.»

HUMO Wauw!

STOOP «Ken je die scène uit ‘Magnolia’ waarin het padden regent? In Thailand gebeurt dat dus écht! Na een avondje doorzakken keerde ik midden in de nacht terug naar mijn hut en de hele weg was bezaaid met padden. Je kon er niet naast lopen, en ik moest dus, flink in de olie, op mijn blote voeten daarover. Ongelofelijk vies!

»Ik heb toen zelfs even de grens met Birma overgestoken. Plots stopte iemand een filmrolletje in m’n handen: er stonden beelden op van een uitgemoord dorp, bestemd voor één of andere vrijheidskrant. Ik moest ze over de grens smokkelen om het militaire regime aan de kaak te stellen. Waanzin!»

HUMO Waarom aarzel je dan nog om naar Canada te trekken?

STOOP «Vroeger zat ik aan het verkeerde spul, begrijp je. Heel die Thailand-episode was dom en onbezonnen. Nu zou ik zulke dingen niet meer durven, ik ben me veel bewuster van wat ik doe. Als ik nu naar Canada vertrek, wil ik er met de juiste ingesteldheid naartoe gaan, en voor de juiste redenen: om mezelf te overwinnen.

»Zelfs om tot hier te komen, moet je uit je cocon stappen, uit je dagelijkse routine ontsnappen, en dat vergt moed en doorzettingsvermogen. Maar als je hier bent, doet het zó’n deugd om weg te zijn van alles.»

Het kampvuur brandt maar door, en opeens haalt Jan een kleine iPod uit zijn jaszak. En zoals in alle goeie films duikt Bob Dylan op het einde op, terwijl de laatste druppel Jack Daniels in onze kelen verdwijnt: ‘I’ve been a moonshiner / For seventeen long years / I’ve spent all my money / On whiskey and beer / And if whiskey don’t kill me / Then I don’t know what will.’ Twee iPod-oortjes delen, de stem van Dan Auerbach van The Black Keys horen croonen tot diep in de nacht, en je zielenroerselen aan elkaar toevertrouwen: dát is vriendschap. ‘What’s wrong, dear brother? / Have you lost your faith? Don’t you remem-ber a better place? / Oh, dear brother / Trouble weighs a ton.’

EEK, TEEK

Dag drie. Twee stinkende venten ontwaken voor het laatst in hun tent. We besluiten dat onze reis niet geslaagd is als we echt geen enkel beest in het wild hebben gespot. En ja, hoor: onze terugweg is geplaveid met sporen. Vérse! En niet één, maar honderden! Deze keer hebben we gegarandeerd prijs. Uren zitten we ten slotte op de uitkijk, maar wéér tevergeefs: de moed zakt ons compleet in de schoenen. Geen everzwijn, zelfs geen ieniemienie babyvarkentje, beloont ons engelengeduld: we zien alleen een ellendige slak één zielige meter voorwaarts slijmen. Langzaamaan komen we dan maar weer boven water: Herbeumont, Brussel, Antwerpen en uiteindelijk Gent, lawaaierige stad met warme huizen. Ik ga prompt de douche in, en dan pas zie ik ’m: pal in het midden van mijn buik zit een teek. En op mijn lies nog eentje. En één op mijn rug! En één in mijn bilspleet, gvd! Zéven van die geniepige smeerlapjes trek ik uit mijn lijf. Maar de ziektes die ze eventueel met zich meedragen, zijn zorgen voor morgen. Nu bonst mijn hart: tóch nog beestjes gezien.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234