'Het verlangen naar strenge nachtvorst wordt heviger en heviger tijdens de Blankenbergse zomer van 'Tien om te zien'' Beeld VTM
'Het verlangen naar strenge nachtvorst wordt heviger en heviger tijdens de Blankenbergse zomer van 'Tien om te zien''Beeld VTM

De zomer van'Tien om te zien'

Onze Man (RV) op de set van ‘Tien om te zien’: ‘Op reis naar het land van de grimeerde glimlach’

Vanavond kunt u op VTM kijken naar ‘Tien om te zien: de zomer van 1991'. Daarin worden de beste hits aangevuld met gesprekken met de sterren van toen en nu. In de zomer van 1991 trok Humo-journalist Rudy Vandendaele naar de opnames van ‘Tien om te zien’ in Blankenberge. Zijn verslag kunt u hieronder lezen:

(Verschenen in Humo op 15 augustus 1991)

Op een banale donderdagavond ga ik in de Brusselse metro naast een gezinnetje zitten: ouders van naar schatting vijfendertig en een kind van een jaar of vijf. De vader spreekt het kind op sinterklazige toon toe: ‘We komen thuis, jij gaat in je badje, daarna eet je een boterhammetje, en dán is het tijd voor ‘Tien om te zien’.’ Slechts eventjes — in een flauwe re-flex — voel ik afkeuring in me opkomen, want au fond neem ik het niet zo nauw met allerlei opvoedkundige voorschriften. Ik heb zelfs een hekel aan verlichte geesten die mij op dat punt de les willen spellen: ‘’G.I. Jo’e komt er bij ons niet in, laat staan ‘Ghostbusters’, om van de Ninja Turtles nog te zwijgen. En Barbie is sexistisch.’

Hun kinderen mogen de hele dag op blankhouten, door Zweedse professoren ontwikkelde blokken zuigen. Ik weet niet of dat leuk is, en die kinderen lijken er zelf ook aan te twijfelen. ‘Ach’, verzucht ik diezelfde banale donderdagavond, ‘het is toch vakantie, laat ze maar naar ‘Tien om te zien’ kijken, de wereld is slecht, punt uit.’ Zelf kijk ik al tijden niet meer. De keren dat ik eraan werd blootgesteld, maakte ik altijd weer dezelfde bedenking: ‘Is het leven circa 3.800 miljoen jaar geleden dáárvoor moeten ontstaan?’ Van zulke vragen word je toch maar treurig, en ik heb doorgaans weinig nodig om treurig te zijn. Zodra het kenwijsje opklinkt, trek ik me dus in de keuken terug met ‘Manhattan Transfer’ van John Dos Passos, een leesboek zonder plaatjes. Ik heb mijn kinderen natuurlijk wel iets bijgebracht, zodat ze, om mij een plezier te doen, bij de eerste rotgetalenteerde zanger van eigen bodem al beginnen te krijten:

‘Slècht, hè, papa! Slècht!’ Als het hen goed uitkomt zijn het lieverdjes. Plots verschijnt mijn vrouw in de keuken: zo te zien wil ze alarm slaan. Zij springt niet zo achteloos met opvoeding om als ik, want opvoeden is haar vak: ze geeft geschiedenisles aan dié jonge Vlamingen die zich tijdens het examen hoogstens hun geboortedatum weten te herinneren. Vorig schooljaar had ze nog twee dansers van ‘Tien om te zien’ in haar klas. Aan spes patriae geen gebrek. De oorzaak van haar bezorgdheid heet Danny Fabry. Zij citeert een stukje uit zijn nieuwste prachtsong, tevens Vlaamse Supertip ‘Tokyo’: ‘Ik ging op reis naar Tokyo / Want ik wou een kimono / Een leuk cadeau / Een kimono / Maar niemand die mij daar verstond / Toen ik dat Japans meisje vond / Maar zij was blond / Ja, zij was blond.’ Ik frons zowat alles wat voor fronsen in aanmerking komt. ‘Maar het ergste heb ik je nog bespaard’, dreigt mijn vrouw nu: ‘Op een bepaald moment rapt Danny Fabry: ‘Met alle Chinezen maar niet met den dezen’; Chinezen in Tokyo, snap je? Had je dit op de feestavond van de beschutte werkplaats gehoord, dan had je nóg niet geapplaudisseerd.’ Ik snap het, en op slag begin ik te hopen dat mijn kinderen deze aardrijkskundige dwaling nooit uit volle borst zullen meezingen.

Ondertussen lokt mijn vrouw hen van het scherm weg met iets van Annie M.G. Schmidt en een gezinsfles Coca Cola. Het lukt nog net, vooral wegens de Cola Cola. Ik maak me zoals steeds geen illusies. ‘s Avonds is het mij een voorrecht Danny Fabry te mogen aanschouwen; hij draagt een kimono van zeldzaam nylon, danst als een circusbeer die door een baldadige dompteur dronken werd gevoerd, en wordt geflankeerd door twee bootvluchtelingen die onder het huppelen zichtbaar terugverlangen naar hun onzeewaardig vlot: ‘Ze deed karate en judo / Ja dat ging zei / Ja dat ging zó / En iedereen deed met haar mee / We aten rijst en dronken saké / Okee okee / Okee okee.’ Moet de wet op de proppenschieters niet een beetje versoepelen? En moeten de tomaten niet wat goedkoper? Omdat de ziel ondoorgrondelijk is, voel ik de paradoxale aandrang om ‘Tien om te zien’ eens aan den lijve te ondervinden. Heeft Madame De Staël immers niet gezegd: ‘Tout comprendre c’est tour pardonner’? Sommige historici beweren dat ze bij die gelegenheid anderhalve liter cherry brandy op had.

***

Op een banale maandag maak ik in de vooravond mijn opwachting in het populaire badstadje Blankenberge, alwaar onder alle weersomstandigheden ‘Tien om te zien’ wordt opgenomen. Het station braakt dagjesmensen die bijna stuk voor stuk een Amedee onder de oksel hebben: het door de VTM goedgekeurde knuffeldier dat tegen Samson van de BRT moet aanhikken. Allebei stofnesten. Al snel krijg ik de indruk dat je hier zonder frigobox niet echt welkom bent. Misschien moet ik het maar á la Günther Wallraff aanpakken: vermomd als Vlaamse zanger in het milieu infiltreren. ‘t Is hoofdzakelijk een kwestie van mijn haar te kammen en veelvuldig woorden als ‘carrière’, ‘de top’, ‘binnenkomen met stip’ en ‘Jos Van Oosterwijck’ te gebruiken, zelfs als niemand luistert. Aan mijn kinderen had ik beloofd door te dringen tot de voorste gelederen van het publiek, waar ik het tijdens Jo Vally op een camerageil zwaaien zou zetten. Kortom, ik ben lichtjes confuus als ik in de lounge van het Casino binnenkom met stip. Ik snuif de sfeer op en ruik poep. Er hangen nogal wat door de VTM afgestempelde verslaggevers rond, die maar één ding van mij willen weten: of ik hier misschien een beetje kom lachen? In eer en geweten antwoord ik: ‘Ja.’ Arbeidsvreugde krijg je tegenwoordig niet cadeau. Ik kijk de ruimte af en vestig mijn aan-dacht op een man die erbij staat alsof hij gisteren, louter uit verveling, de showbusiness heeft uitgevonden. Hij blijkt een entrepreneur in de platenwereld te zijn en Serge Gobin te heten. Hij is het brein, of wat dan ook, achter het onsterfelijke ‘Doe de Amedee’ van Bingo. Dit plaatje is een zogenaamde dreutel: een slecht huwelijk tussen een dreun en een reutel. Honden kunnen er gratis tegen worden ingeënt.

SERGE GOBIN «Serge Gobin heeft een project en dat project is Bingo. Ik ben een VTM-produkt, ik heb dé VTM-song gemaakt, de single over het VTM-beest, en wat gebeurt er? Ik sta niet meer in ‘Tien om te zien’. Dat is toch het mooiste bewijs dat Jos Van Oosterwijck niet foefelt? Als hij zou foefelen had ‘Doe de Amedee’ er toch wel ingestaan zeker? We vliegen er zomaar uit ! Pas op, ik verwijt Jos niks hoor, die man speelt het correct. Chapeau voor Jos! Maar ik blijf erbij dat ‘Doe de Amedee’ een geniaal idee is — Amedee: dé mascotte van de VTM, met het VTM-logo erop geplakt!»

HUMO Geniaal.

SERGE GOBIN «Alleen jammer dat we in zo’n slechte periode uitgekomen zijn, net na de examens, iedereen gaat met vakantie, de winkels zijn gesloten, bouwverlof... Maar we gaan gewoon door, ik ben er zeker van dat het wel op gang zal komen.»

HUMO Wat is nu, los van ‘Doe de Amedee’, jouw favoriete muziek?

SERGE GOBIN «Ik ben een jazz-freak en een soul-freak: Oscar Peterson, Elia Fitzgerald, dat soort toestanden. En wat soul betreft: James Brown, The Philadelphia Sound en aanverwante toestanden.»

HUMO Voel je nooit een werkelijk artistieke aandrang?

SERGE GOBIN «Serge Gobin is een artiest en een artiest werkt voor het publiek, meneer. Als ik in een artistieke drift zit, ga ik in mijn badkamer voor de spiegel staan: dáár doe ik waar ik goesting in heb, ik zorg dus dat ik er niemand mee stoor.»

Marc Van Beveren, die Isabelle A heeft uitgevonden, komt er, aangetrokken door de gezelligheid, bijzitten. Ik ken hem nog van vroeger, toen hij op de beurs verdiend geld in allerlei kansarme popgroepjes met een Gents accent investeerde. Hij beweert een gelukkig man te zijn, want zijn product staat vandaag op nummer één, ten nadele van ‘Hilda’ van Clouseau. ‘Straks is er champagne’, belooft hij. De dorstlesser van de kleine man.

MARC VAN BEVEREN «Steeds in the picture blijven, dáár komt het op aan: altijd weer iets interessants aan de blaadjes te vertellen hebben.»

HUMO Iets interessants? Hoe bedoel je?

MARC VAN BEVEREN «Isabelle A is een mediafiguur: alles wat rond haar gebeurt is interessant, per definitie, zou ik bijna zeggen. Jij weet maar al te goed dat ik veel met popgroepen bezig ben geweest: dat heb ik altijd graag gedaan, vanuit een zeker idealisme, een zekere liefde ook. Maar ik heb er frustraties aan overgehouden: het zijn steeds de muzikanten of de groepen die bepalen hoe iets moet klinken, welk nummer het zal worden, hoe het geheel er zal uitzien, maar het zijn steeds wij, de idealisten of platenfirma’s, die mogen betalen. In ‘85 heb ik voor het eerst bij mezelf gezegd: ‘Vanaf nu doe ik met mijn geld wat ik wil.’ In ‘87 ben ik dan Isabelle tegen het lijf gelopen — ze was toen 11, 12 jaar, en ik wist meteen: zij heeft het, zij is het. Zij is een fenomeen, dat toevallig in een economisch patroon is gevallen.»

HUMO Wat is jouw favoriete muziek?

MARC VAN BEVEREN «Prince, Michael Jackson, The Beatles en The Stones: alles wat roots en ziel heeft eigenlijk.»

VAN DE JOS OP DE EZEL

Aanmerkelijk wijzer geworden, neem ik in één vloeiende beweging afscheid van beide heren en onderschep ik Jos Van Oosterwijck. Hij beslist over elke seconde muziek die op de VTM komt en loopt er dan ook wat directeurig bij: het type beheerder dat in afwachting van een overbrug-gingskrediet nog eens uitgebreid gaat tafelen. Zodra ik mijn bandopnemer bovenhaal, wordt hij een beate boeddha met bretels.

HUMO Ben je eigenlijk niet een beetje té machtig?

JOS VAN OOSTERWIJCK «Te machtig? Ik voel vooral zeer veel druk, maar ik lig er niet wakker van.»

HUMO Wat voor druk?

JOS VAN OOSTERWIJCK «Constant telefoons, soms 75 per dag: ‘Wanneer komen we er in? Op welke plaats staan we? Mogen we er in? Waarom mogen we er niet in? Ben je kwaad misschien?’ Constant. Ik heb nu een secretaresse aangenomen die de eerste lading telefoons op-vangt. ‘t Is normaal dat ik vijanden maak. Een plaat kun je nog het best met een pasgeboren baby vergelijken: per week krijg ik tien-vijftien pasgeboren baby’s binnen, en daar moet ik vier-vijf baby’s uit selecteren voor het programma. De artiest is de vader of de moeder: hun baby vin-den ze het mooiste kind van de wereld, terwijl ik er vaak niets mooi aan vind. Ik word er wel eens moe van: ‘Moet ik het nu nog eens gaan uitleggen?’ Ik ben wel eens om twee uur ‘s nachts opgebeld met de mededeling: ‘Mijn echtgenoot heeft zopas een hartaanval gekregen, en dat is jouw schuld.’ Een hartaanval omdat hij niet in ‘Tien om te zien’ stond. In die omstandigheden kun je alleen maar zeggen: ‘Zou u niet beter aan het ziekbed van uw man gaan staan?’»

HUMO De Vlaamse boom is stilaan een plaag geworden. Ik bedoel: er zijn in dit land inmiddels meer slechte zangers dan coureurs. Elk gehucht heeft er wel een.

JOS VAN OOSTERWIJCK «Tja, wat valt er aan te doen? Er zijn nu al producers — niet de ouwe rotten natuurlijk — die niet meer weten of een plaatje goed of slecht klinkt. Ik krijg integraal vals gezongen plaatjes binnen, zodat ik me begin af te vragen: ‘Wie heeft hier ach ter de rug van de zanger staan lachen?’ Maar nogmaals: ze denken allemaal dat ze de beste zijn. Eerst willen ze één keer op de televisie komen, dan twee keer, dan drie keer... Ik zeg altijd: ‘De mensen kunnen niet gelukkig zijn’.»

HUMO Heb je kwaliteitsnormen voor ‘Tien om te zien’?

JOS VAN OOSTERWIJCK «Er is er maar één: het nummer moet voor het programma geschikt zijn en dat programma zat oorspronkelijk tussen ‘Het rad van fortuin’ en ‘Dallas’ in: dat is de basis. Ik maak in de eerste plaats een TV-programma, die muziek komt maar op de tweede plaats.»

HUMO Als je je eigen muzikale smaak zou laten meespelen, wat zou er dan met ‘Tien om te zien’ gebeuren?

JOS VAN OOSTERWIJCK «Ik weet het niet. Wat ‘Tien om te zien’ betreft, klikt er gewoon iets in mijn hoofd. De persoonlijke voldoening die ik aan ‘Tien om te zien’ overhou, is voor 60 procent a-muzikaal.»

HUMO Wat dacht je toen je ‘Zoals die zomer van ‘Tien om te zien’' van Tura binnenkreeg? Zo is het al te gemakkelijk, Arthur?

JOS VAN OOSTERWIJCK «Luister eens, Tura moet mij toch niet opvrijen, hè? Ik vond het gewoon een aardige meezinger, maar natuurlijk heb ik wel gedacht: ‘Moet iemand van het niveau van Tura dat nog doén ?’ Enfin, ik dacht vooral: hij zal weer prijs hebben.»

HUMO Hoe wordt een nummer Vlaamse Supertip?

JOS VAN OOSTERWIJCK «Als ik denk dat het een hit kan zijn.»

HUMO ‘Tokyo’ van Danny Fabry?

JOS VAN OOSTERWIJCK (lachje) «Je moet natuurlijk ook rekening houden met het aanbod van die week, hè? Er zijn weken dat je werkelijk moet zoeken. Die Supertip heeft ook rare redeneringen bij platenfirma’s tot gevolg: ‘We brengen het plaatje uit als het Supertip wordt’, zeggen ze dan.»

HUMO Wat is in alle omstandigheden jouw favoriete muziek?

JOS VAN OOSTERWIJCK «Véél: Ella Fitzgerald, The Beatles, The Stones, R.E.M., Michael Franks, Bob Marley

HUMO Kan er niet één Vlaams zangertje af?

JOS VAN OOSTERWIJCK «Ik wist dat je in die richting aan het zoeken was.»

Enkele ogenblikken later tref ik Edward Buadee, de zanger van The Skyblasters die bij Isabelle A schnabbelt om het onderwerp ‘Blank of zwart’ voor het grote publiek aanschouwelijk te maken. ‘Hi mon’, zegt hij pittoresk. Even heb ik de indruk dat wij de enige twee zwarten in Blankenberge zijn.

HET HEILIGE DER HEILIGEN IN DE HEL

Terwijl Jo met de Banjo op zijn gelukkig onnavolgbare wijze het publiek aan het opwarmen is — de mensen gaan gedwee in een enorme pan liggen — kuier ik zo nonchalant mogelijk langs de kleedkamers. Ze zijn op maat van de artiesten gemaakt: hokken van spaanplaat, met een kleurloos gordijn ervoor. Jo Vally test zijn nieuwe zondagspak uit, en loopt erbij als een vorst in wiens rijk de zon nooit opkomt. De kapper van dienst föhnt ondertussen bij het leven, tot de neusharen van de onvergetelijke Frank Valentino toe. Ik kan me vergissen, maar toch zie ik die kapper denken: ‘Was ik nu maar een tandarts met onvaste hand.’ Opeens zie ik een mysterieus schijnsel, een duizendvoudige weerkaatsing, een meedogenloos licht in het duister; ik hou mijn hart vast en hoop dat mij geen verschijning van de Heilige Maagd te beurt zal vallen. Niet hiér, alsjeblieft! Gelukkig is het Eddy Wally maar, die zich, om het lied ‘Valencia’ luister bij te zetten, oogverblindend heeft uitgedost: het soort Hispano-Mexicaans kostuum waarin men destijds Luis Mariano heeft begraven. De signalen die het uitzendt, kunnen met een gemiddelde schotelantenne worden opgevangen.

HUMO Waar hebt u dát nu weer vandaan gehaald, meneer Wally?

EDDY WALLY «Ik ga u zeggen: ik ben piekfijn. Dat zijn de ideeën van mij. Het liedje ‘Valencia’ heb ik direct opgenomen: dat is nog maar een week geleden, de zondagnamiddag ben ik in de studio gegaan. En het kostuum hoorde bij het nummer.»

HUMO Onwillekeurig moest ik aan Luis Mariano denken.

EDDY WALLY «Maar toch mijn eigen stijl.»

HUMO Absoluut.

EDDY WALLY «En mijn eigen idee. Ik zeg tegen mijn orgelist: ‘We gaan in si bemol een nummer maken’. Noem maar op. Ik kan heel vlug iets samenstellen.»

HUMO Bent u al met vakantie geweest?

EDDY WALLY «Nee, van 1 januari tot nu ben ik aan het optreden: de kroon op het werk! Al dertig jaar ben ik in de grote belangstelling. Ik heb in Gent opgetreden voor 18.000 mensen. Een knaller.»

HUMO Maar als u dan met vakantie bent, wat doet u dan?

EDDY WALLY «Ik en mijn vrouw rusten wel een paar dagen, weggestoken op een eiland. Ik ga naar Hawaï, waar ik in het mooiste hotel van Tahiti ga optreden: (zingt) ‘Welcome to my world... A song in English! Very, very, very...’ Eindeloos, hoe de jeugd naar mij toekomt! Na dertig jaar optreden heb ik eindelijk waardering van de mensen gekregen. Alle tavernes vol, die tafels, die mensen: eindeloos...»

HUMO Pardon?

EDDY WALLY «Op de Korenmarkt. Ik kon wel beginnen schreien.»

HUMO Hoe zit het met de nieuwe afleveringen van ‘Lava’?

EDDY WALLY «Máchtig ! Eindeloos! De mensen gaan zich... nog meer dan vroeger. Wendy van Wanten zit er ook in: oh la la, hahaha! Ik heb ook iets gedaan met Paul de Leeuw: er waren duizenden studenten! Ook Nederland wil Eddy Wally hebben! ‘Wie is die wonderbare man?’, vragen ze. Begrijpt u?»

A: NOG 25 LETTERS VOOR DE BOEG

Gemakshalve alles begrijpend zoek ik een veilig heenkomen, en beland bij Isabelle A, het fenomeen dat toevallig in een economisch patroon is gevallen. Ze is kleiner dan ik had verwacht: een muisje onder een honkbalpet. Marc Van Beveren kijkt waakzaam toe, want hij kent mij wel, hèm zal ik niet bij zijn pietje hebben, hela, hola et cetera.

Isabelle A Beeld vtm
Isabelle ABeeld vtm

ISABELLE A «Veel mensen denken: ze is jong, ze weet niet veel, ze is een stomme trut.»

HUMO Waarom denken veel mensen dat?

ISABELLE A «Ik hóór dat. En daarom ook zing ik: ‘Ik weet wat ik wil’. Ik wéét wat mij overkomt. »

HUMO Heb je hier ooit van gedroomd?

ISABELLE A «Ik heb er altijd van gedroomd beroemd te worden. Het is mij gelukt. Ik heb heel vaak voor de spiegel gestaan, om te zien of ik het wel zou kunnen. Mijn leraars zeiden vroeger altijd: ‘Zangeres worden? Dat kán niet! In België gaat dat niet!’ Nu zién ze het gewoon.

»Op de televisie komen, vind ik gewoon wijs. Er zijn weinig mensen van mijn leeftijd die dat kunnen meemaken. ‘t is moeilijk te begrijpen voor mijn klasgenoten: de ene dag zien ze me op TV, en de volgende dag zit ik weer in de klas. ‘Wat moet jij hiér nog komen doen, als je op TV komt?’, vragen ze dan. Ze zijn jaloers, maar om het weer even goed te maken neem ik wel eens iemand mee naar een opname. Ik heb veel vrienden en vriendinnen verloren: ik heb eigenlijk geen contact meer met mijn klasgenootjes. En na de vakantie ga ik privé-les volgen.»

HUMO In wat voor afdeling zat je op school?

ISABELLE A «Haartooi en make-up. Maar nu ga ik talen studeren.»

HUMO Lees je wel eens een boek?

ISABELLE A «Heel veel. Dikke boeken uit de bibliotheek, Road Dahl en zo.»

HUMO In iets dat ik quasi schertsend een vakblad zou willen noemen, las ik dat je volwassen was. Wat betekent dat?

ISABELLE A «Ik ben geen kind meer, maar ik ben ook geen vrouw. Ik ben een tiener als iedereen.»

HUMO Kun je nog aan iets anders denken dan aan je vak?

ISABELLE A «Natuurlijk: aan uitgaan bijvoorbeeld. Als dit voorbij is, ga ik gewoon uit.»

HUMO Moet je doen wat Marc Van Beveren zegt?

ISABELLE A «Meestal doe ik wat hij zegt, maar we zijn het wel eens oneens. Over de keuze van de nummers van de elpee zijn we het oneens geweest.»

HUMO Van welke muziek hou je het meest?

ISABELLE A «De Kreuners en Raymond van het Groenewoud

MARC VAN BEVEREN «En dat méént ze.»

HET CONNY-MOMENT

De zweterige hitte begint door te wegen, een depressie sluipt naderbij, en uitgerekend Erik, Sanne en de anderen: reis naar het land van de gegrimeerde glimlach. Dán kom ik Conny Fabry tegen. Zij is wel Danny niet, maar toch. Over Conny Fabry zeggen specialisten dat ze blond is.

Tien Om Te Zien 1989 - Conny Fabry - Je Krijgt Het Beeld RV
Tien Om Te Zien 1989 - Conny Fabry - Je Krijgt HetBeeld RV

CONNY FABRY «Ik heb de HUMO niet nodig voor mijn carrière! Ik niet, nee!»

HUMO Als ik dat maar weet.

CONNY FABRY «Als de HUMO iets over mij schrijft, is het om te lachen.»

HUMO Bijvoorbeeld?

CONNY FABRY «Dat ik op een receptie was en valse wimpers droeg. Ik valse wimpers!»

HUMO Waar hàlen ze het?

CONNY FABRY «Ironie, zeggen ze dan. Dat is gemakkelijk, ironie. Weet je wat de HUMO is? Een links blaadje.»

HUMO En u bent niet links?

CONNY FABRY «Links ? Amaai! Het is hopelijk niet de bedoeling dat u mij komt uitlachen.»

HUMO De meeste mensen hebben hier de mond vol over verkoopcijfers. En u, als artieste?

CONNY FABRY «Van verkoopcijfers weet ik als artieste niets af, ik heb er geen idee van. Vraag dat maar aan de platenfirma of aan SABAM. Een meezinger verkoopt meestal meer dan een kleinkunstnummer, zoals u dat noemt. Zingen is voor mij niet zomaar een jobke, het is een vak. Als ik u zeg dat ik drie optredens op een avond heb, is dat niet gelogen; en ik haspel dat niet zomaar af, hè? Ik verzorg het allemaal goed: foto’s uitdelen, heel hard werken.»

HUMO Bent u kritisch voor Danny en omgekeerd?

CONNY FABRY «Heel kritisch.»

HUMO Wat vindt u van zijn nieuwe nummer ‘Tokyo’?

CONNY FABRY «Heel goed. Het moet nog een paar TV’s hebben. Het is een ambiancenummer tot en met: in de zalen worden de mensen er crazy van, ze gaan uit de bol, ‘t is sfeervol tot en met. Dát moet de massa hebben.»

HUMO Wat is uw favoriete muziek?

CONNY FABRY «Bruce Springsteen en Dolly Parton

HUMO Dankuwel.

CONNY FABRY «Moet u geen foto van mij hebben?

AIDS EN KANKER

Niemand zal het me kwalijk nemen dat ik nu een luchtje wil scheppen, maar bij ‘Tien om te zien’ moet je daarvoor eerst enkele hindernissen nemen: een huisreglement zegt dat je niet zomaar gebruik mag maken van de ingewikkelde loopbrug die het Casino met de zijkant van het podium verbindt. Je bent verplicht achter de artiest die aan de beurt is aan te lopen: zo loop ik op een kippendrafje achter Petra aan, en hol ik terug in het kielzog van een stel kinderen dat zich, om op originele wijze aan de leer-plicht te ontsnappen, De Bubbles laat noemen. Ik deel hier en daar een oorvijg uit, wat kennelijk als een sympathiebetuiging wordt ervaren. Ondertussen heb ik Adriaan Van Landschoot bemerkt: de patroon van Petra, en voor de rest een legendarische Flandrien die zichzelf ooit aan het hek van de BRT vastklonk opdat Vlaamse plaatjes meer aandacht zouden krijgen; op een keer is hij met datzelfde eisenpakket achter een TV-nieuwslezer van de BRT opgedoken, middenin een item over hongerend Afrika. Een held, eigenlijk.

Het Loze Vissertje- Petra - tien om te zien Beeld VTM
Het Loze Vissertje- Petra - tien om te zienBeeld VTM

ADRIAAN VAN LANDSCHOOT «Neeneenee, ik heb niet alleen voor de Vlaamse muziek geageerd: ik heb geageerd voor de Belgische muziek in het algemeen. De Belg is te weinig chauvinistisch: hij gelooft te weinig in zichzelf. Ik ben chauvinistisch, en daarmee uit. Onze mode gaat de grens over, en de new beat is ook de grens overgegaan. Voilà. Toen ik ooit eens op het dak van de BRT zat, heeft men mij gezegd dat ik paranoïde was en spoken zag. Komaan, zeg! De tijden zijn gelukkig veranderd.

»Pas op, ‘t blijft een harde business, hè? Dit is geen kermis, maar bittere ernst. Bij mij thuis deden ze in hout, de wereld van het textiel ken ik goed, de wereld van het vlees ken ik ook goed — de helft van mijn familie zit in het vlees —Ik ken nog een aantal branches goed, hetzij rechtstreeks of zijdelings, wel, ik kan je verzekeren dat de showbusiness het moeilijkste vak is dat er bestaat.»

HUMO Waarom hou je je er dan mee bezig, als je dan toch zoveel makkelijker branches goed kent? We leven maar één keer, hè?

ADRIAAN VAN LANDSCHOOT «Ik ben zelf muzikant, al vanaf mijn dertiende. Muziek vind ik erger dan AIDS en kanker samen, alleen ga je er langzamer aan kapot. Het is geen zever die ik je vertel.»

‘Met zijne rijfstok, met zijne strijkstok’ zingt Petra onder luide bijval, en ik moet onweerstaanbaar aan Freud en erger denken. De vertegenwoordiger van de platenfirma van Erik Van Neygen en Sanne meldt dat het paartje niets voor een interview voelt. Bart Kaëll, de sympathieke spring-in-’t mijnenveld, ook al niet. Het genoegen is wederzijds. Even later zie ik Erik en Sanne etherisch door de lounge schuifelen. Zij hebben een raadselachtige glimlach op hun gezicht laten grimeren. Een verslaggevende kennis vertelt dat hij van Sanne te horen had gekregen dat ze zo kon zien dat hij een lul was. Ik wijs hem erop dat Sanne nog maar net de klassieke humaniora achter de rug heeft, en dat hij lul dus als een pars pro toto moet zien. ‘Als het zo zit, is het goed’, zegt hij helemaal getroost, en tevens versteld staand van mijn Sanitaire kennis.

BRIAN BELFORT

Een jongen benadert mij schroomvallig in de beleefdheidsvorm. Of het waar is dat ik bij HUMO werk? Hij zegt dat hij Brian Belfort heet, en nog maar net zijn eerste single uit heeft.

HUMO Brian Belfort? Mijn kop eraf als dat geen pseudoniem is.

BRIAN BELFORT «Inderdaad. Eigenlijk heet ik Bruno Belfort. En mijn single heet ‘Jij’. Ik kom hier eventueel contacten leggen, met Jos en zo.»

HUMO Kun je misschien een stukje voor mij zingen?

BRIAN BELFORT (zingt, schichtig om zich heen kijkend) «Jij, je komt en je gaat, je ligt en je staat, je zwijgt en je praat, ja, jij, jij, jij

HUMO Ik zou het vandáág in ieder geval nog niet opgeven.

BRIAN BELFORT «Kunt u mij misschien eens interviewen?»

HUMO Dat is inmiddels gebeurd.

ALS DE STAART HANGT

De opnames zijn achter de rug, de duizendkoppige menigte zwermt uit, en ik zak naar de gemeenschappelijke kleedkamer van Willy en Bea af. Ik ben er niet echt van overtuigd dat de mens goed is, maar voor Willy en Bea wil ik graag een uitzondering maken: een vlieg zal Willy eerder kwaad doen dan Willy een vlieg, en Bea zal een ‘s ochtends geboren ééndagsvlieg in de vooravond al met palliatieve zorgen omringen.

BEA «Moet je straks naar Gent? Dan kun je met mij meerijden. Ik ga bij mijn zus in Lochristi slapen.»

HUMO Fijn. Hebben jullie net als ik van iets gebaald, vanavond?

BEA «Integendeel: die mensen geven mij heel veel energie. Ik moet werkelijk voortdurend handtekeningen uitdelen. Straks, in de auto, zal ik wel denken: ‘Waarom doén die mensen dat ? Hun armen laten volschrijven?’, maar als ik in die sfeer zit, maak ik zulke bedenkingen niet. »

WILLY «Om negen uur ‘s ochtends staan ze hier al, om de beste plaatsen te bemachtigen. Een keer naar het toilet gaan mogen ze dus vergeten, of ze zijn hun plaats kwijt.»

BEA «Ik zou dit nog heel lang kunnen doen: het voelt niet aan als werk.»

HUMO Wat was de grappigste aankondiging?

WILLY «Mijn aankondiging dat Conny Fabry’s liedje ‘Knap, jong, lief en even mooi als op TV’ eigenlijk over mij ging. Ik heb gezegd: (schalks) ‘Het zou dus wel eens over mij kunnen gaan’.»

HUMO Je zingt een duet met Wendy van Wanten: komt ze wel eens in je dromen voor?

WILLY «Nee. Daarvoor ken ik haar veel te goed. Wendy speelt een rol, maar als je een namiddag met haar praat, krijg je de echte Wendy wel te pakken. Maar eigenlijk ben ik een beetje in de war: deze week sta ik één in de Vlaamse Top-tien van de BRT, met ‘Mijn hart is groter.’ Met dat nummer ben ik in ‘Tien om te zien’ maar tot de vijfde plaats geraakt. Jos heeft me gezegd: ‘We moeten de deur openlaten voor dat duet met Wendy van Wanten’, en daarom heeft hij ‘Mijn hart is groter’ afgeremd. ‘Willy en Wendy op de zeedijk: dat is bingo’, redeneerde Jos. Ja, ze moeten kansen geven aan nieuwe mensen, hè?»

BEA «Ik denk dat Wendy een goeie vriendin zou zijn. En haar seksuele uitstraling is plezant. Als vrouw zal ik over Wendy nooit zeggen: ‘God, dat een man dáárnaar kijkt !’ Nee, want ik kijk er zelf graag naar.»

HUMO Wat is jouw idee van sexy, Willy?

WILLY «Lief zijn.»

HUMO Sexy, Willy.

WILLY «Welja, lief zijn. Vorige week ben ik een dag met Margriet Hermans op stap geweest — niet bepaald de meest sexy vrouw die ik ken, maar toch kan ik me voorstellen dat iemand verliefd op haar wordt. Ze is zo charmant en spontaan en los. Ik dacht zelfs: het moet niet moeilijk zijn om op haar verliefd te worden. Eventueel zou ik zelfs met haar kunnen leven: ze is zo tóf.»

HUMO Maar de geest wil natuurlijk ook wat. Lezen jullie wel eens iets? Tijdens de vakantie bijvoorbeeld?

WILLY «Kranten en bladen. Maar ik heb zo weinig tijd: deze maand heb ik, los van mijn TV-werk, 26 optredens. »

BEA «Straks, in de auto, denk ik: ‘Waarom doen die mensen dat?’. Maar zolang ik in de sfeer zit, stel ik me geen vragen.’

HUMO Wat vind je van ‘Tokyo’ van Danny Fabry?

BEA «Niet goed.»

WILLY «Slecht. Alweer een cover, dus niks origineels. En slecht gedaan. Bea en ik kijken bij sommige nummers wel eens veelbetekenend naar elkaar, en dan weten we allebei hoe laat het is.»

De hoogste tijd. Zodra ik de kleedkamer uitkom, stoot ik op de manager, lijfwacht en hartsvriend van Wendy van Wanten. Hij prijst mij uitvoerig voor een interview dat ik ooit met zijn bestaansreden heb gemaakt: ‘Dat HUMO’tje heeft nogal verkocht die wee !’, zegt hij. Ik antwoord dat ik mijn inkomen van die week helemaal aan hèm te danken heb, zodat ik nog eens met la Van Wanten mag spreken. Ze gebruikt met een zekere wellust de verkleinvorm van mijn voornaam, en ik vraag me dan ook af of ik me wel in het juiste etablissement bevind. Als décolletés met spraak waren begiftigd, zouden ze ongeveer het volgende zeggen:

WENDY VAN WANTEN «Ik heb mij altijd zangeres gevoeld, dat wil ik hier eventjes voor de volledigheid vermelden. De mensen bekijken mij nu toch al als zangeres, in tegenstelling tot wat voorafging. En dat ervaar ik als een grote tinteling.»

Het is ruim één uur ‘s nachts, en ik ervaar geen grote tintelingen meer. Ik loop met Bea naar haar auto — een afstand van zo’n zestig meter —en overal schieten mensen met zakcamera’s te voorschijn. Het flitslicht is hard, maar Bea glimlacht. ‘Hoe kun je dat doén?’, vraag ik. Het antwoord luidt: ‘Ze hebben uren op mij gewacht.’ ‘En jij, hoe kun jij het blijven doen, al die mensen interviewen?’, wil ze later in de auto weten. lk vraag me hardop af of we nu de afslag Gent-West of Zwijnaarde moeten nemen.

‘Tien om te zien’: De zomer van 1991' - VTM - zondag 20 juni - 19.55

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234