REPORTAGEChersonissos

Onze Man tussen de bingedrinkers op Kreta: 'Hier ga ik elke nacht met een ander naar bed'

Ik ben in Chersonissos, een kuststadje in het noorden van Kreta, ergens halverwege tussen Sodom en Gomorra, en ik heb er een week lang op uw dochters gelet.

(Verschenen in Humo 3650 op 17 augustus 2010)

Het stond in de krant: Chersonissos is het nieuwe Ibiza. Naar het kleine stadje op zo’n vijfentwintig kilometer van Heraklion trekken elke zomer tienduizenden toeristen. Getrouwde stelletjes, gezinnen met kinderen, maar vooral jonge party animals. Uit alle streken van Europa, en allemaal met hetzelfde doel: van zee, zon en strand genieten, zich klem zuipen, en vrijen â volonté. Alarmcentrales als Eurocross Assistance melden dat er redenen tot bezorgdheid zijn: comazuipen is de norm, de feestvierders zijn té jong, onveilige seks is meer regel dan uitzondering. Nou, dat is wel wat. En dus stuurt Humo iemand om de temperatuur op te meten: een week lang moet ik er gaan feesten, bingedrinken en flirten, om daarna met een gedetailleerd rapport thuis te komen.


Dat moet mij weer overkomen

Op donderdagavond land ik op Kreta. Een taxi brengt me naar Chersonissos. De chauffeur bezingt vurig de schoonheid van het stadje, maar wanneer we de centrale boulevard opdraaien, wijst hij me toch vooral de bars aan. De airco gaat af, de raampjes zoemen naar beneden en een loden hitte valt op mij. Ik knipper met de ogen: ik ben verblind door een overdosis aan goedkoop licht, afkomstig van de bars, eettenten, winkels, autoverhuurbedrijfjes en souvenirshops die de boulevard omzomen. Op de trottoirs zie ik groepjes uitgelaten jongens, trosjes blije meisjes, gemengde gezelschappen, stelletjes. Ze ademen plezier. Een feestnacht wordt geboren.

‘Bingedrinken,’ had de chef ons nog nageroepen, waarschuwende vinger in de lucht. ‘En geen mietjesachtige toestanden, want bij P-Magazine zoeken ze ook nog redacteurs. Cocktails, schraal bier, sterkedrank! Tot je lever de echtscheiding aanvraagt.’

En dus ga ik bingedrinken. Ik heb het opgezocht: een man die zes of meer glazen alcohol drinkt op twee uur tijd, is aan het bingedrinken. Een vrouw nog sneller: al vanaf vier glazen. Probleem, op de eerste avond: ik ben nog aan enkele stukjes aan het schrijven, en die moeten af. Vanavond zal ik op geen enkele tafel staan dansen – ik ben veroordeeld tot m’n hotelkamer, m’n laptop en m’n almaar nukkiger wordende internetverbinding.

Maar ik môét bingedrinken, en dus vind ik een vernuftige oplossing: de supermarkt op tien passen van het hotel. Ik kies voor een sixpack Carlsberg. Flauw bier, u mag dat vinden. Maar een mens is blíj als hij Carlsberg onderschept in een zee van Heineken, Amstel en local draughts. Ik graai het sixpack mee en zoek ook nog twee zakken chips uit – mijn avondeten, besef ik.

Achter de kassa staat een lieve, bedaagde oma. Zou zij weleens vier of meer glazen drinken, in een periode van twee uur? Ik vraag haar hoe je ‘dank u’ in het Grieks zegt. Tien passen later ben ik het alweer vergeten. Ik lever mezelf schrikbarend snel uit aan de zeden van de toerist in Chersonissos.

'Thuis kan geen jongen mij krijgen. Hier ga ik elke nacht met een andere naar bed'


You are sexy boy

Het eerste meisje met wie ik flirt in Chersonissos is een gezette dame van om en bij de vijftig met toefjes okselhaar waarin zweetbolletjes een mij onbekende variant van tikkertje spelen. Dat was niet het plan. Heupwiegend zingt ze mee met ‘You Sexy Thing’ van Hot Chocolate, en in een reflex van stoutmoedigheid vraag ik of ze het over mij heeft. ‘Waarom niet,’ bekent ze, ‘you are sexy boy.’ En ze schuift me een flinke rekening onder de neus. Het afgelopen uur heb ik immers in haar restaurant gedineerd. Het is mijn eerste volledige dag hier, en ik heb wanhopig lopen zoeken naar een geschikte plek om te eten. Niet dat er geen eettenten te vinden zijn – integendeel, het krioelt hier van de restaurantjes en goedkope snackbars. Grote foto’s van hamburgers, pizza’s en frieten moeten me binnenlokken, garçons begroeten me als was ik een oude vriend. Maar dat is niet wat ik zoek: ik wil een restaurant dat toch iet of wat authentiek is, en waar ik me net iets meer kan voelen dan een wandelende portemonnee.

Ik heb de hoop net opgegeven als ik in een zijstraatje de Vesuvios vind: een Italiaans-Grieks restaurant met een aimabel terras. Ik eet er verrassend goed. En krijg de bazin dus aan het heupwiegen. Toch voel ik me wat ongemakkelijk. Een jongen alléén aan een tafel, dat bestaat hier duidelijk niet. Twee Italiaanse meisjes aan een tafeltje even verderop zitten me te bekijken. Hun bedenkelijke frons lijkt me te zeggen: ‘Zoek toch een stel leuke vrienden, jongen. En knip die mottige krullen af.’

Ik word bediend door Maria, een schone met een boezem waar gaandeweg het adjectief pront aan is gaan kleven. Ze is 25, net als ik, en komt uit Estland. Uit Estland?

Maria «Mijn ouders hadden al een parcours voor me uitgestippeld. Middelbare school, universiteit, een keurige job. Maar daar had ik geen zin in. Ik wilde de wereld zien. Weg uit Estland, een hoekje van de wereld waar het altijd koud is en waar geen mens in geïnteresseerd is. Op een goeie dag ben ik vertrokken, samen met een vriendin. Eerst naar Dublin: daar hebben we een jaar gewerkt. Toen hadden we het daar wel gezien. We klikten Google Maps open en prikten lukraak een plek. Athene. We vlogen erheen, hingen er wat rond, tot iemand ons Kreta tipte. Met de boot hebben we dan de overtocht gemaakt, en uiteindelijk zijn we in Chersonissos beland. Het was hartje winter: het hele stadje was léég, geen bar die open was. Maar ik vond een appartement, en vier maanden lang heb ik me de weg laten wijzen op Kreta. Iedereen was zo behulpzaam: ik heb het hele eiland gezien.

»Toen het zomerseizoen begon – in april is dat – vond ik hier werk. Opdienen in het restaurant: ’t is elke dag hetzelfde, maar wel fijn. Mensen eten geven: het heeft wel iets.»

Ik groet haar, en trek voor het eerst het uitgaansleven in. Het fleurigst zou dat zijn in de straatjes die uitkijken op de kust, maar ik begin bij het begin: de centrale boulevard. Op goed geluk stap ik een club binnen. Black Cactus heet het ding, en het is de oudste bar van Chersonissos – ‘sinds 1981’ staat er trots op het visitekaartje dat ik toegeschoven krijg. Ik zie een grietje op de toog dansen. Er hangen strings aan het plafond. Hier moet ik zijn.


Viagra shot

Enkele uren tevoren heb ik bepaald wat ik hier in Chersonissos zal drinken. Bier is Heineken, en dus een njet. Wijn drinken lijkt me wat patserig. Van cocktails hou ik niet erg. En dus wordt het wodka-cola. Ik bestel er eentje en krijg er twee. Tiens? ‘Happy hour,’ legt Aurel uit, de barman die me met een stevige handshake begroet. Mijn biseksualiteit is zó latent dat ze nooit in de statistieken wordt opgenomen, maar bij deze jongen denk ik toch: verhip, zo knap. Hij lacht zijn mooiste lach. Naar het meisje dat naast me zit.

Klanten worden hier – en overal, zal blijken – binnengeloodst door een propper. Met een sterk argument nog wel: een gratis Greek Viagra Shot. Kan van pas komen ná deze reis, bedenk ik, wanneer ik een sputterend drankorgel zal zijn, en mijn kleine knecht door het teveel aan alcohol alleen nog een loom bestaan in de schaduw zal willen leiden.

Kwatongen beweren dat die gratis shots zelfgestookte alcohol van bedenkelijke kwaliteit zijn. Ik bestel nog eens, en drink dus op korte tijd vier wodkacola’s. Geen idee of dat spectaculair is, maar de bingedrinknormen lijk ik hier vlotjes te zullen halen. Ik krijg een sms van mijn chef: of ik al van mijn kruk ben gedonderd? ‘Neen,’ antwoord ik eerlijk. ‘Dóórdrinken dan!’

Een andere barman – hij ziet eruit als een Kaukasische bruut, beschikt over een biceps met de omtrek van een dij en stelt zich voor als Mike Kalpoutzos – vraagt me waarom ik met een aantekenboekje in de weer ben. Dat ik journalist ben, trekt zijn aandacht. Of hij een klaagzang mag houden?

Mike «Kijk eens rond: het is hier feest. Maar voor een barman is ’t verdorie hard labeur. We staan hier élke dag, tot ’s ochtends vroeg. En denk je dat we d’r wat aan verdienen? Geloof maar wat anders dan: de crisis heeft dit land platgeslagen. Ik werk hier nu elf jaar, en sinds de crisis verdien ik weer net zo weinig als toen ik hier begon. En van november tot en met maart is er het grote zwarte gat: dan zijn de toeristen weg en sluit de Black Cactus. En denk maar niet dat we dan op reis kunnen. Daar hebben we gewoon het geld niet voor.

»De club begint ook minder en minder goed te draaien. Het jonge volk trekt massaal naar de clubs in de buurt van het strand. Daar zijn wij, op de centrale boulevard, het slachtoffer van. Soms zit het hier niet eens halfvol. ‘Party on’ is dan de boodschap. Altijd vrolijk blijven. Want een norse barman jaagt álle klanten de keet uit.»

Ik vraag hem waarom hij de job blijft doen, als het toch zo’n ellendig baantje is dat nauwelijks wat schuift. Zijn antwoord is kurkdroog en bloedernstig.

Mike «Because I like pussy

En hij wijst naar de meisjes aan de bar.


Slapen, maar niet alleen

Het is al een eind in de nacht – de wodka-cola’s tel ik al een poos niet meer – wanneer ik besluit andere oorden op te zoeken. Ik wandel wat straten door en word door een knappe vrouwelijke propper – ‘shit happens,’ zegt ze wanneer ze merkt dat ik alleen ben – een club binnengeloodst. Welkomstcadeautje: twéé shots. Smaak: appelsap dat te lang in de zon heeft gestaan.

Ik blijk in een heuse discotheek beland. Het is er gróót, catchy ingericht, en vergeven van de dancing people. Ik neem plaats op een kruk en vraag me af waar ik in hemelsnaam aan begonnen ben. Ik ben alleen, heb evenveel ritme in m’n lijf als een sanseveria, en ik zou niet weten hoe je dat nu precies doet, een meisje aanspreken. Plots stoot iemand mijn drankje om en blijkt het toeval me goedgezind: ik krijg meteen een nieuwe wodka-cola (hier geen happy hour) en raak aan de praat met de dader en zijn vriend. Dimitri en Jonas*, twee zongebruinde beach-boys met een scherp oog voor vrouwelijk schoon, blijken zowaar Vlamingen te zijn.

Dimitri «We zijn achttien, net klaar met het middelbaar. En Chersonissos leek ons de ideale plek om dat te vieren. We zijn hier nu een week – precies in de helft van ons verblijf. En ’t is hier geweldig: geen geklaag, geen gezaag. Gewoon feesten.»

Jonas «Mijn ouders waren er niet helemaal gerust in. Ze hadden gehoord dat hier heel veel gevochten wordt. Maar da’s in Malia, een stadje verderop, waar de Britten zitten. Hier is ’t allemaal peace en love: ik heb nog geen enkel opstootje gezien.»

Dimitri «Iedereen komt hier gewoon om samen te dansen en te drinken. En te vrijen, natuurlijk.»

Juist: hebben onze twee jonge landgenoten al gescoord? Een glimlachje speelt om hun lippen.

Jonas «Laten we zeggen dat we in een tweepersoonskamer slapen, maar dat we al ontdekt hebben dat de maximumcapaciteit wel wat hoger ligt (lacht)

Dimitri «Alleen in je bed liggen is algauw zo’n tijdverlies. Slapen doe je toch liever niet alleen?»

Een telling wijst uit dat ik tóch alleen naar m’n hotelkamer trek. Ik ben een eerste keer ondergedompeld in een wereld van alcohol en seksuele verlokking, en voel me beduusd. Bovendien blijkt het absoluut onhandig dat ik hier alleen ben. Ik zou een goeie gids kunnen gebruiken. Dan herinner ik me dat Maria me in het restaurant haar nummer gegeven heeft.

Star Beach

Maria is blij dat ik haar bel, de volgende dag. En natúúrlijk herinnert ze zich mij nog. ‘Jij was die gast die alleen zat te eten!’ Ik vraag haar wat ik hier in hemelsnaam overdag moet doen. Het feest begint toch pas ’s avonds, rond middernacht? Ze lacht uitbundig. ‘Ga vanmiddag met mij naar Star Beach, en je zal wel zien.’

Voor een immens populaire badplaats heeft Chersonissos een bizar probleem: het heeft geen strand. Afijn, het heeft wél een strand, maar dat is bijzonder smal, en niet heel lang. En dus werd Star Beach neergepoot, een groot waterpark. Ik zie zwembaden en tactisch geposteerde barretjes. Er kan gegeten worden, er is activiteit op en boven het water – zwemmen, racen met bootjes, duiken, parasailing and so on – en wie écht ballen aan zijn lijf heeft, probeert de bungee-jump van op een hoge kraan.

Maria «Jongeren feesten tot een gat in de nacht, slapen tot de middag, eten wat en trekken dan naar Star Beach. Héél belangrijk als voorbereiding op het feest van ’s nachts, hoor: hier komen ze hun eerste cocktails drinken, showen ze hun lichamen, beginnen ze aan de eerste flirts.»

Ik kijk rond: bikini’s zover het oog reikt, en blote jongensbasten die glimmen van de zonnemelk, en jongelui die nu al aan een stevig feestje begonnen zijn. Ik zie zowaar drie monokini’s – laat ik ze A, B en C noemen. Wie succesvol met zijn kater geduelleerd heeft, installeert zich rond of gewoon in het zwembad en dánst. Een dj voorziet in dezelfde muziek die straks in de clubs en discotheken zal klinken – de Lady Gaga’s, Black Eyed Peas en Shakira’s van deze wereld – en een schuimmachine zorgt voor het erotisch effect. Maria trekt me aan de arm. ‘Blijf hier niet zo staan, kluns. Dans! Ga praten met iemand! Versier een meisje!’ Ze loodst me door de massa, geeft me een zetje in de goeie richting, en voor ik het weet sta ik te praten met Emmeke, een frisse Hollandse meid.

Emmeke «Star Beach is gewoon de ideale dateplek. Ik lig hier enkele uren in de zon en begin dan aan het feest. Samen met Frouke, m’n hartsvriendin, gaan we dan op zoek naar aardige jongens. Gaat best makkelijk, hoor: je zoekt een leuk groepje uit, gaat er wat uitdagend rond dansen, en dan duurt het geen minuut voor ze je aanspreken. De grote meerderheid komt trouwens uit Nederland: kunnen we lekker onze eigen taal spreken.»

Frouke «Bij mij is dat lichtelijk anders: om één of andere bizarre reden word ik altijd verliefd op Duitse jongens.»

Ter illustratie zoent ze Jörg, de jongen naast haar, zwierig op de mond. Het is menens tussen die twee: ze zijn al twee nachten samen uitgeweest – ‘en we blijven zeker tot het eind van deze vakantie een koppel!’ Echte liefde begint op Star Beach.


Eeuwig happy hour

Van vijf tot middernacht moet Maria werken in het restaurant. Daarna zullen we uitgaan. Ik vertrek al vroeger en loop nog eens binnen in de Black Cactus. ‘Food is not good,’ hoor ik Aurel roepen naar een groepje dat net opstapt om op de boulevard iets te gaan eten. Ik ga zitten en krijg meteen twee wodka-cola’s voor m’n neus. Het begint me te dagen: in de Black Cactus geldt een eeuwig happy hour.

Ik concentreer me op de kleding van het feestende volkje. Voor de jongens is het eenvoudig: slippers, vlotte short, nonchalant shirt of hemd. Bij de meisjes zie ik meer variatie. Kitschy fluorescerende blouses. Jurkjes. Diep uitgesneden topjes. Ultra-ultra-korte shorts – kwam er daar een schaamlip mij gedag zeggen? En dan zijn er de meisjes die doorhebben welke outfit een jongenshart écht in het rood jaagt: een korte, strakke jeansshort, en daarop een wit, flodderig lapje textiel dat twijfelt tussen blouse en kleedje. De rode draad in de kledingkeuze: modieuze, minuscule stukjes stof die alles vrijgeven, behalve de essentie.

Alles vrijgeven, behalve de essentie: is dát misschien de truc voor wie hier een scharrel zoekt, een nevenproject, een los-vastverband?


De meisjesziel

Ik vraag me af wat al die meisjes doen tussen pakweg tien – wanneer de meerderheid klaar is met eten – en twaalf – wanneer de party pas losbarst. Maar ik vind snel het antwoord: zich opmaken, natuurlijk! In gedachten zie ik hoe ze zorgvuldig in de weer zijn met lipstick en rouge, met mascara en tekenpotlood. Hoe ze telkens weer de verscheurende keuze moeten maken tussen muiltjes en flipflops. En hoe ze zich, net voor ze de deur uitgaan, nog een laatste keer spiegelen, en bedenken: zo is het goed. Oh, de kleine hotelbadkamertjes waar ze zich urenlang opmaken: wat wil ik graag dansen in die balzalen van de meisjesziel.

Maria voegt zich weer bij me, en we trekken van club naar club. Overal speelt zich hetzelfde scenario af: proppers die ons hardnekkig hún tent proberen in te lokken met de belofte van een gratis shot. Ik vraag Maria of ze écht schik hebben in hun job.

Maria «Ik weet het niet. Ze spelen het, dat is juist, en ze willen vooral een cent verdienen. Maar ik ken veel van die proppers goed, en in persoonlijke gesprekken is me iets opgevallen: ze vinden het stuk voor stuk vreselijk wanneer toeristen hen negeren. Als ze ‘hello lady’ zeggen, willen ze écht dat je iets vriendelijks terugzegt en met hen praat, en in het beste geval vervolgens de club binnengaat. ’t Zijn ruige mannen en stoere vrouwen, maar tegelijk ook heel kwetsbaar: ze hebben een ego dat voortdurend gestreeld moet.»

Dat geldt ook voor de barmannen. Het zijn gladjakkers met een missie: ze charmeren, ze slijmen, ze maken complimentjes die vals als de nacht klinken. Ook de meisjes die net de Humo stonden te lezen toen de schoonheid werd uitgedeeld, worden rijkelijk gecomplimenteerd, schalks aangeraakt, voorzien van gratis alcohol. En het werkt. Elke nacht zie ik meisjes urenlang naar hún barman zitten kijken, de superman die ze straks zullen gedenken in hun statusupdate op Facebook. En niet alleen omdat ze er zo devoot naar hebben zitten kijken.

Maria «Een barman gaat hier elke nacht met een meisje naar huis. Ze hebben die mythische aura, én ze weten hoe je ’t moet aanpakken. Soms zie ik ze bezig en keert mijn maag. Altijd weer diezelfde plastic glimlach, diezelfde valse complimenten, diezelfde erotische toespelingen. En áltijd trappen de meisjes erin. Voor hen is het geen spel. Ze geloven écht dat zo’n barman verliefd op ze is.

»Je moet ook weten dat het merendeel van die gasten gewoon getrouwd is. Ik heb me vaak zitten afvragen hoe die echtgenotes omgaan met de wetenschap dat hun man elke avond met een ander meisje in de koffer duikt. Ik geloof dat het ’m in een soort van triomf zit: hij gaat wel elke avond naar een goedkope snackbar, maar komt zijn biefstukje toch thuis eten. En dat is waar: die meisjes laten ze na één of twee nachten achter, naar hun vrouw keren ze altijd terug.

»Trouwens, ook vrouwen die in een club gaan werken, pikken jongens op. Ze worden daar zelfs min of meer toe verplicht. Want zo’n jongen die flink van jetje heeft mogen geven met een barmeisje, keert de volgende dag terug met al zijn vrienden. En dat is goed voor de club.»

We dansen van club naar café, van bar naar discotheek. Maria kent hier elk plekje, en wat meer is: iedereen kent haar. Proppers, barmannen, veiligheidslui, locals aan de bar, iedereen begroet haar met enthousiaste klapzoenen. En: schenkt haar gratis drank – Maria moet haast nooit betalen. ‘En mijn mannelijke collega’s in het restaurant maar bezorgd zijn: Maria, je moet niet te veel uitgaan. Maria, je moet je geld sparen.’ Weten zij veel dat ik haast nergens wat moet uitgeven (lacht).’

'Onze Man met Maria, zijn gids uit het verre Estland, net na hun ochtendlijke zwempartij. Over wat er vervolgens gebeurde, houdt Onze Man de lippen stijf op mekaar’


Friet van Piet

Ze doorziet de truken, Maria, ze weet hoe het werkt. En ondanks al die luchtige lelijkheid, de grote fake van de microkosmos Chersonissos, houdt ze er zielsveel van.

Maria «Het is nu mijn tweede zomer hier. Mijn vriendin is intussen weer naar huis, maar ik hou het hier nog wel een poosje uit. Omdat ik in Chersonissos al zoveel geleerd heb. Toen ik in Estland vertrok, was ik een nieuwsgierig maar naïef meisje. Hier heb ik op korte tijd veel over het leven geleerd. Ik weet nu dat je ’t allemaal simpel kan samenvat-ten: ’t draait om geld, en ’t draait om seks. Je kan dat cynisch noemen, maar zo is het wel. En ik geloof niet dat dat alleen typerend is voor Chersonissos. Het is hier allemaal wat intenser en decadenter, ja, maar geld en seks doen de hele wereld draaien.

»In m’n eerste zomer hier heb ik me ook laten vangen. Ik was verliefd geworden op een barman. Een hele nacht zat ik ’m liefdevol aan te kijken – exact zoals al die meisjes hier. Van het één kwam het ander, en voor ik het wist had ik een af-faire met hem. Een getrouwde man, ja. Zou ik vroeger zelfs niet aan gedácht hebben, maar hier gebeurde het. Mijn waarden en normen zijn geweldig geëvolueerd hier in Chersonissos.»

Op een avond neemt Maria me mee naar het Nederlandse hoekje. Onze noorderburen maken sowieso zo’n tachtig procent van de toeristen uit in Chersonissos – maar hier, in deze kleine buurt, bén je gewoon in Nederland. De proppers spreken Nederlands. De barmannen spreken Nederlands. De opschriften zijn in het Nederlands. En je kan er een snelle hap eten bij ‘Friet van Piet’ – ik wou dat het anders was, maar ik verzin dit niet. De sfeer in het Hollands kwartier is nog losser dan elders. Maria haalt er al snel een Belgische uit voor mij: Annemie, een knap meisje dat iets uitdagends in haar ogen heeft. Annemie «Ik hang graag rond met de Hollanders. Ze zijn relaxed, sociaal, los. En ze winden er geen doekjes om: je zoekt hier iemand om mee te slapen. Vijf dagen ben ik nu hier, en geen enkele keer heb ik alleen geslapen. (Somt op) Jan, Tom, Sven, Frederick en Raf – al was die eigenlijk te dronken om te vrijen. Altijd veilig, ja: ik ben mijn leven niet beu. En ik ben ook selectief. ’t Moeten mooie jongens zijn, en ze moeten minstens een béétje lief zijn.»

Ik trek grote ogen. De openheid waarmee Annemie over haar escapades praat is verbazingwekkend. En ze lijkt niet eens dronken.

Annemie «O, straks zal ik wel wat aangeschoten zijn. Maar zeg, schilder me asjeblieft niet af als een slet. Echt waar: in België kan geen jongen me krijgen. Ik wil een vaste relatie, en dat moet met een jon-gen met wie het helemaal klopt. En die ben ik nog niet tegengekomen. Maar hier, ver van mijn familie en mijn schoolkameraden, ga ik loos. Hier vrij ik elke nacht.»

Ik geloof Annemie en haar theorie, omdat het aansluit bij een bedenking die ik zelf eerder al gemaakt heb. Je moet ze zien dansen, die meisjes, zien flirten, zien spelen met wat een lichaam kan teweegbrengen. Stuk voor stuk voelen ze zich queen of the dancefloor, en zíjn ze het ook. Maar evengoed zie ik hoe ze straks weer suffig naar school gaan, bonje maken met hun moeder, zich zorgen maken over een geschikte job. Hoe ze weer in de braafheid van alledag zullen glijden. Dit is de week of de tiendaagse waar ze een heel jaar naar uitgekeken hebben, waar ze voor gespaard hebben, en waar ze van genieten. Hier gaan ze los.

Maria «Dat denk ik ook. Het zijn echt nog meisjes, hè – vaak zijn ze nog maar zestien of zeventien. Dat stoort me wel: dat ze nog zo piep zijn. Ik geloof niet dat hun ouders weten wat ze hier precies uitvreten. Allicht denken ze aan een gezellige strandvakantie, aangevuld met af en toe een cocktailtje te veel. Ik denk niet dat ze weten dat hun meid hier verandert in een vamp die je niets meer moet leren. Behalve dan: volwassen worden. (Zucht) Soms heeft het toch iets triests, hoor.»

Maar mijn persoonlijke gids is niet het type om zich te lang in neerslachtigheid te wentelen.

Maria «Ik heb zelf gezien hoe het soms, heel soms, ook anders kan. Hoe het hier écht kan zijn. Een Griek was hier op vakantie en zag op de dansvloer een Russisch meis-je. Vanaf dat moment bestond alleen zij nog voor hem. Ze dansten, zoenden, werden een koppel. Na de vakantie reisde hij meteen naar Rusland: hij ging er haar ouders de hand van hun dochter vragen. Ze trouwden, en een jaar later zag ik ze weer in Chersonissos. Ze was hoogzwanger. Het kind werd hier geboren, en enkele dagen later zijn ze ’t trots komen tonen in het restaurant. En nu nog komen ze elk jaar naar hier, en zijn ze nog steeds dolverliefd op elkaar.»

Maria leert me hoe je ’t best naar huis/hotel wandelt: niet langs de boulevard, wel langs het strand. Algauw zie ik waarom: in het donker zie ik een tiental koppeltjes het beste van duizenden jaren paringstechnieken combineren. Verbluffend, maar Maria blijft praktisch.

Maria «Ik begrijp ze niet: hoe gaat dat nu, met al dat zand?»


Het gezin

Dag zes en ik ben het zat. Ik wil niet langer wriemelen door een mierenhoop, eten in een luizige tent, drinken aan een morsige toog. Ik ben ze beu, de aanstellerige proppers, de dwaze toeristenwinkeltjes, de grote barbecue vol beetgaar vlees die Star Beach heet. Ik ben boos op al die pretty party people met hun onuitstaanbare geluk.

Het lijkt alsof ik vandaag een magneet voor tristesse ben. ’s Avonds ga ik nog eens eten in het restaurant waar Maria werkt. Ik speel mijn tagliatelle naar binnen terwijl ik een Duits gezin een paar tafels verderop in het oog houd. Een vader, een moeder, en een zoon en twee dochters – ik schat ze respectievelijk veertien, vijftien en zestien. Ze eten in een bloedeloze stilte. De meisjes hebben jurken aangetrokken, eentje draagt een bloem in het haar. Ze krijgen een lichaam en ze willen er de wereld mee in. De zoon is al op het kijken van porno betrapt. Dat rond een fles mineraalwater verzamelde gezinnetje, dat kleine fresco van triestigheid, is een wereld die uiteenvalt. Nog net houden papa en mama de kinderen aan boord. Maar straks, misschien vol-gend jaar al, duiken ze de losbandigheid in. En zitten papa en mama gewoon thuis, in een stilte die nog stiller is geworden.

Vrolijker ben ik niet geworden van mijn uitwaaiende fantasie. De rekening vragen, dan maar. En gaan slapen. Op mijn kamer kijk ik naar mezelf, naar het jongetje dat de veters van zijn sneakers losknoopt, op het gammele bed ploft en weet: het leven en de wereld, dat is buiten. Je kan ernaar kijken, maar er niet aan meedoen.


Fake bingedrinken

Een dag later heb ik weer afspraak met Maria, en ik vraag haar of ze soms ook niet vreselijk moe wordt van dat eeuwige defilé van dronken vertier. Mijn montere Maria: ze lacht en schudt van nee.

Maria «Weet je, wij – de locals, want ik word hier intussen als een Griek beschouwd – hebben hier een heel dubbelzinnige verhouding met de toeristen. Enerzijds lachen we met hen. Fucking tourists! Zo dom, zo allemaal in het rijtje lopen, zo vlak. Maar anderzijds zijn ze onze levensverzekering. Omdat ze geld in het laatje brengen, na-uurlijk. Maar het gaat dieper: ze brengen ons ook de levendigheid, de ambiance. Een winter kan hier heel dof zijn. Maar dan komt april en weten we: ze zullen er weer zijn, en ze zullen met veel zijn.»

En dat ze op mijn laatste dag een verrassing voor me zal hebben. Om halftien ’s ochtends zal een taxi me naar de luchthaven rijden, maar Maria wil dat ik veel vroeger opsta: om zes uur spreken we af. ‘En neem je zwemshort mee’ – ik krijg zo’n flauw vermoeden van haar plan. Maar eerst ga ik nog een laatste keer uit. Laat ik maar afscheid gaan nemen van het barpersoneel van de Black Cactus, denk ik. Ik neem mezelf voor om het kort te houden – twee wodka-cola’s, dus – maar het blijkt onverwacht gezellig: de keet zit aangenaam vol, en Aurel jongleert met flessen sterkedrank. Met resultaat. Ik ben hier amper een week, maar ik haal haar er nu al moeiteloos uit: het meisje dat aan de toog zal blijven zitten tot de pril-le ochtend, om dan met haar bar-man mee te gaan. Nog twee wod-ka-cola’s dan maar – het eeuwige happy hour vieren. ‘So long, man-nen,’ roep ik wanneer ik een uur later de deur achter me laat dicht-waaien. En ik denk aan het zinnetje van ster-dj David Guetta, dat hier altijd weer uit honderden monden klinkt: ‘All the crazy things I did to-night / those will be the best memories’. Zou het?

Peinzend loop ik nog eens door de straatjes vol terrassen, clubs, cafés en discotheken. Ik hoor Lady Gaga nog een laatste keer om haar Alejandro roepen, wijk uit voor een deinende polonaise, zie een jongen die zijn verovering du jour zoent. Mijn tristesse van een dag eerder is wat afgetopt, en ik glimlach: zie ze toch plezier maken allemaal.

Ik ga naar bed. Drie uur slaap, en dan heeft Maria een verrassing voor me.

Opstaan doet altijd pijn, maar vandaag nog een ietsje meer. Onderweg kom ik trosjes jongeren tegen die nóg wakker zijn. Elke minuut van slaap is een minuut zonder opwinding en dus een verloren minuut.

Op het afgesproken uur sta ik op de juiste plek, en even later komt Maria aangewandeld. Ze heeft een fles likeur bij zich die een slokdarm in vuur en vlam krijgt. Ik proef één keer en beperk me vervolgens tot doen alsof – ik vind het fake bingedrinken uit. Terwijl het donker plaatsmaakt voor strepen mild rood, praten we wat. Ze wil nog één verhaal kwijt.

Maria «Er loopt hier een tiep rond die we de Godfather noemen. Een man op leeftijd nu, maar er wordt gefluisterd dat hij vroeger een maffioso was. Geen idee of het waar is, maar hij heeft een voet in héél veel bars in Chersonissos. Ik heb hem meermaals ontmoet, ben dankzij hem zelfs op geheime feestjes beland die locals only waren. Spectaculair: ik herinner me een kampvuur ín een huis, en flessen whisky die van hand tot hand gingen.

»Enfin, de Godfather is populair, machtig én steenrijk – tot voor de crisis werden er hier bakken poen geschept. En toch zei hij me ooit, in een heel intens gesprek, dat hij maar voor twee dingen bang was. Eén: zijn goede naam verliezen. Twee: voor God. Dat vond ik zo mooi: zo’n grote, machtige vent die plots heel klein wordt als hij aan zijn god denkt.»

En dan is het tijd voor de verrassing: we gaan de zee in en zwemmen de zonsopgang tegemoet. Aan de einder hijst een rode bol zich de zee uit, ik voel hoe de lucht zich volzuigt met de eerste warmte van een nieuwe dag van hitte, en in soepele schoolslag zwem ik mijn bizarre week uit. Ik merk nu pas hoe moe ik ben. En hoe een volle week van clubben, bingedrinken en rondhollen in het walhalla van het massatoerisme een mensenlichaam uitwringt. Ik ben een dorre schotelvod geworden met een lichtjes protesterende lever.

We kantelen ons op de rug, en la-ten het zeewater ons dragen. Straks zit ik op het vliegtuig. Ik weet nu al dat er, net voor ik in een sukkelig halfslaapje glij, nog één gedachte door mijn hoofd zal lopen.

Ik heb nood aan vakantie.

* De meeste namen zijn fictief – de ouders lezen mee.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234