Beeld Stephan Peleman

Onze Manin de koers

Onze Man was soigneur van Tom Boonen: ‘Lekker diep! Lekker hard!’

Een sms van Patrick Lefevere: 'Hotel Weinebrugge, Koning Albert I laan 242, 8200 Sint-Michiels Brugge. Kom tegen 16u'. Mijn soigneurscarrière vangt aan met een misrekening: de Koning Albert I laan begint wel aan het station van Brugge, waar ik met mijn koffer van de trein stap, maar loopt verder door dan verwacht. De wandeling naar huisnummer 242 kost me ruim een uur en een half litertje zweet. Maar geen nood: soigneurs zijn harde werkers en klagen nooit.

(Verschenen in HUMO  op 17 juni 2008)

Dinsdag, 26 mei. Op dit moment weet nog bijna niemand dat Tom Boonen gisteren een plas heeft ingeleverd met sporen van cokegebruik. Voor mij is het gewoon de vooravond van de Ronde van België, voor Boonen de aanzet van deel twee van zijn seizoensplanning: de Tour de France. De harde kern voor de Tour is er ook bij: ploegleiders Wilfried Peeters en Dirk Demol, verzorgers Dirk Nachtergaele, Johan Molly en Marc Patry en mecaniciens Jean-Marc Vandenberghe en Kurt Roose. Ik word soigneur van Tom Boonen, Stijn Devolder, Gert Steegmans, Steven de Jongh, Carlos Barredo, Kevin Hulsmans en Kevin Van Impe.

Soigneurs zijn, dat wordt me al snel duidelijk, de steunpilaren van een wielerploeg. Heeft een renner dorst, dan brengt de soigneur water. Heeft een mecanicien elektriciteit nodig, dan zorgt de soigneur dat er een kabel komt. Wil de buschauffeur pompelmoezen als middagmaal, dan koopt de soigneur ze in de supermarkt. Sterker nog: soigneurs zijn meesters van voorzienigheid. Renners, mecaniciens, ploegleiders, buschauffeurs hoeven niets te vragen: het is er.

Tom Boonen «Dankzij de soigneurs zijn wij verwende nestjes. Wij liggen als pasja's op ons bed en laten hen achter ons gat lopen (lacht

Dirk Nachtergaele «Ja, ja, wij zijn de gedroomde vrouw voor iedere man die niks van emancipatie wil horen!»

Zeven weken is het geleden sinds de Scheldeprijs, de laatste voorjaarsklassieker van Tom Boonen. Het waren weken van herbronning, zei hij. De druk was groot geweest in de klassiekers, de vreugde na zijn overwinning in Parijs-Roubaix navenant. Hoewel, herbronning: Boonen ontsnapte niet aan de media.

Tom Boonen «Toen ik in april, na de klassiekers, voor het eerst geflitst werd, moest ik een eindje verder aan de kant. Ik reed te snel, dat is waar. Maar op de baan tussen Balen en Mol, in Postel, woont geen kat en het was avond. Te snel rijden, is fout, ja. Maar het was er niet gevààrlijk.

»Enfin, ik moest in de combi voor een proces-verbaal. Dat duurde eventjes. Identiteitskaart, papieren... Opeens - ik zat er misschien vijf minuten - krijg ik telefoon. Een journalist: 'Ah Tom, je rijbewijs kwijt?'. Dan vraag ik me af: hoe komt het dat een journalist dat zo snel weet? Ik wist direct dat de kranten het verhaal weer zouden opkloppen, zoals altijd wanneer er iets met Tom Boonen gebeurt. Dan wordt het meteen een staatszaak.»

Voor de Ronde van België ziet Boonen er goed uit. De uitgemergelde trekken van een atleet in topvorm heeft hij nog niet: dat moet pas in de Tour. Maar Boonen staat scherp en is ontspannen en goedlachs. 'Het is opnieuw de Tom Boonen van vroeger', zegt ploegleider Wilfried Peeters.

HUMO Je bedoelt: hij heeft zijn leven opnieuw onder controle?

Wilfried Peeters «Ja. Hij heeft opnieuw stabiliteit gevonden. Zijn relatie met Lore zit goed, en dat was wat Tom nodig had.»

HUMO Vorig jaar waren jullie wel ongerust: na de Tour gingen bij Boonen alle remmen los.

Peeters «Hij moest stoom aflaten. Tom is geen coureur die 365 dagen op een jaar met wielrennen in zijn hoofd zit. Hij is geen Sven Nys. Je moet Tom na een drukke periode altijd een paar weken vakantie geven. Dan kan hij op stap met zijn vrienden. Daar is helemaal niks mis mee.»

HUMO Er is nu geen reden meer tot ongerustheid?

Peeters «Nee. In de winter had hij zichzelf weer in de hand. Hij stond er opnieuw in het voorjaar, anders win je niet op zo'n manier Parijs-Roubaix. En hij is gretig voor de Tour.»

AAN DE KOOK

Dinsdag, 10 juni. In Wielsbeke, in het hoofdkwartier van Quick.Step, leest een grauwe Tom Boonen een verklaring voor. De beelden gaan de wereld rond. Boonen zegt dat het hem spijt dat hij de laatste weken zo negatief in het nieuws is gekomen. Dat hij ‘weleens uit de bocht’ is gegaan, ‘en dat niet al-leen letterlijk’. Hij heeft een lijntje coke gesnoven: dat is de conclusie nadat Boonen op maandag 25 mei bij een controle buiten competitie door de Vlaamse Gemeenschap positief had getest op het gebruik van cocaïne. In het geval van Boonen is cocaïne géén doping: van een lijntje fietst niemand sneller. Het is gewoon dom dat hij zich aan de drug waagt. Sinds de verklaringen van veldrijder Tom Vannoppen – toen hij in januari betrapt werd op cokegebruik, wees hij Boonen aan als leverancier – hield de antidopingbrigade van de Vlaamse Gemeenschap Boonen nauwlettend in het oog. Dat was, op zijn minst, vreemd: cocaïne is alleen verboden tijdens competitie, gebruik je het als sporter buiten de wedstrijden, dan ben je niet disciplinair strafbaar. Waarom zoekt de Vlaamse Gemeenschap dan naar sporen van cocaïne bij een controle buiten competitie?

FREDERICK VANACKER (controlearts van het team Medisch Verantwoord Sporten) «Het laboratorium zóékt niet naar sporen van cocaïne. Bij de test om na te gaan of er diuretica, maskeermiddelen gebruikt zijn, komen de metabolieten die op cocaïnegebruik wijzen gewoon naar boven. Dan heeft het lab meldingsplicht aan de anti-dopingdiensten van de Vlaamse Gemeenschap, en wij hebben de plicht het parket in te lichten. De onderzoeksrechter moet dan beslissen of hij er een zaak van maakt of niet.»

Er is nog een tweede reden waarom het dom was dat Boonen zich liet betrappen op cokegebruik: hij wíst dat er een controle zat aan te komen. En hij wist ook dat de sporen van cocaïne tot tweeënzeventig uur na gebruik terug te vinden zijn in een urinestaal.

EEN INSIDER «Tom kreeg op vrijdag telefoon van de Vlaamse Gemeenschap: of hij zich thuis kon komen aanbieden voor een dopingcontrole. Hij zat op dat moment op een huldiging in het gemeentehuis. Of de controleurs daarheen konden komen? Dat hoefde niet. Ze zouden volgende week wel terugkomen.»

Volgende week: dat was maandag 25 mei, de laatste dag dat hij thuis ‘onverwacht’ gecontroleerd zou kunnen worden, aangezien hij op dinsdag al in hotel Weinebrugge in Brugge zou verblijven, waar de Quick.Stepploeg verzamelen blies voor de Ronde van België.

HUMO Klopt dat verhaal?

VANACKER «Ik kan dat bevestigen noch ontkennen. Alleen de mensen die bij de controle aanwezig waren, kunnen dat weten. Wat mij betreft was Boonen niet op de hoogte dat er een controle zat aan te komen. Wij laten nóóit aan een sporter weten dat hij binnenkort gecontroleerd zal worden: een goede controle móét onvoorspelbaar zijn.

»Wat bizar lijkt, is dat mijnheer Boonen toch op de hoogte moet zijn dat cocaïne buiten competitie óók opgespoord wordt – per toeval weliswaar, zoals ik al zei. Dat is namelijk ook gebeurd in de zaak-Vannoppen, en Boonen is ondervraagd tijdens dat onderzoek. Hij moet weten dat hij een risico nam door tóch cocaïne te gebruiken.»

HET BEGIN VAN HET EINDE

De dag begint vroeg: om kwart voor zeven zitten de soigneurs en de mecaniciens aan het ontbijt. Liefst zonder ochtendhumeur: vrolijkheid is het wapen tegen de prestatiestress van de coureurs. Het duurt nog ruim een uur voor die moeten opstaan. Intussen stallen Nachtergaele en co. een heel buffet uit: cornflakes, muesli, honing, Nutella, vitaminepillen en de nieuwste sensatie onder coureurs: speculaaspasta.

‘Ze zouden er zich ziek aan eten,’ zegt Johan Molly als hij een paar dagen later in de Carrefour van Sint-Denijs-Westrem zés potten inslaat. ‘Na twee dagen was het eerste potje al leeg. Nóg, vroegen ze. Dan kopen wij dat, hé.’ Terwijl de coureurs zich op de speculaaspasta storten, is de equipe van verzorgers en mecaniciens al druk in de weer op de parking van het hotel: auto’s wassen en stofzuigen, kleren wassen, helmen in de bus klaarleggen, broodjes smeren voor het personeel – lékkere broodjes! –, drinkbussen vullen.

NACHTERGAELE «Ik heb één gouden regel: je moet je haasten wanneer je tijd hebt, dan heb je tijd wanneer je je moet haasten.»

Dat de regel van Nachtergaele strikt wordt toegepast, blijkt al snel. We rijden na de start van de etappe naar de bevoorradingsplek, halfweg op het parcours. Het duurt nog een kwartiertje voor de renners passeren, en dus beginnen Nachtergaele en Marc Patry als gek drinkbussen te vullen: een tiental literflessen plat water, tien schepjes Ultra Fuel – Super complex & simple carb ratio energy, even schudden en klaar. In geen tijd hebben ze veertig bidons klaar.

MARC PATRY «Het is niet al te warm: nu drinken ze niet zoveel. Maar op warme dagen in de Tour moeten we de hele dag drinkbussen vullen: dan mag je zo’n 120 drinkbussen per ploeg rekenen. Tijdens de hele Tour halen we gemakkelijk 2.200 drinkbussen.

»Het ergste dat ik al heb meegemaakt was een etappe in de slot-week van de Vuelta een jaar of twee geleden. We zaten in de streek rond Ciudad Real, in het centrum van Spanje. Het is daar altijd een bakoven, maar toen was het minstens veertig graden. Het asfalt smolt – als je te lang op één plaats bleef staan, plakte je vast. Toen hebben we meer dan tweehonderd drinkbussen moeten leveren. We konden het nauwelijks bijhouden.»

NACHTERGAELE «Als een renner na zo’n hete dag op de massagetafel ligt, hoor je het water klotsen in zijn buik. Dat zijn ook meestal de dagen waarop we voelen of iemands einde nadert: dan is de tonus, de spanning helemaal uit de spieren verdwenen. Dikwijls weet een coureur het zelf nog niet, maar dan denk ik: ‘Nog drie dagen en het is voorbij.’ Ik heb me nog niet dikwijls vergist.»

Zo’n bevoorradingszone is altijd een plek waar nieuwsgierigen samentroepen: het is de kans om een drinkbus of een muzetje, een etenszakje, te scoren. Het duurt dan ook niet lang voor de eerste dapperen naast de Quick-Stepauto opduiken. Eventjes gluren, de doos met lege drinkbussen en petjes zien en dan, na veel gedraal, de vraag stellen: ‘Dag mijnheer, hebt ge soms geen pulle op overschot? ’t Is voor mijn kleinzoon, hij is een grote supporter van Tom Boonen.’ Het standaardantwoord is: ‘Nee, sorry, we mogen niks weggeven, maar ga een beetje verder staan, daar gooien ze zeker hun lege drinkbussen en hun etenszakjes weg.’ Waarop de nieuwsgierigen mopperend afdruipen: ‘Kost dat nu zòveel voor één drinkbusje? Dikkenekken!’ Zodra de eerste auto van de wedstrijd – de rode vlag – passeert, staan de soigneurs klaar op straat, vijftig meter uit mekaar, met elk vier zakjes over de schouder. ‘Weet je waarvoor de knoop in de schouder-band van de zakjes dient?’ vraagt Nachtergaele. ‘De coureurs pakken onder de knoop het zakje en de knoop verhindert dat het door hun hand glipt.’ Nu ja, zoveel vaart zit er meestal niet in het peloton: beroepsrenners nemen graag de tijd om te lunchen. In elk zakje zit hetzelfde, behalve in dat van Tom Boonen.

NACHTERGAELE «Tom heeft een zwakke maag en een allergie voor melkproducten. Daarom letten we erop dat hij bijvoorbeeld geen broodjes met pudding krijgt, en geen te sterke dorstlessers. Het is altijd een beetje mikken om net op het goeie ogenblik zijn zakje aan te reiken. Hij weet dat ook, dus zorgt hij er altijd voor dat ik hem van ver zie aankomen. En als hij mist, heeft hij honger, hé.»

Boonen komt aangereden, glipt uit de groep, grijpt z’n zakje en roept: ‘Smakelijk, hé!’ Het is een uitgebreide maaltijd: drie sandwiches met abrikozen- en/of aardbeienjam en vanillepudding, drie energierepen met chocoladesmaak, een paar energy gels, twee drinkbussen. Hetzelfde kregen ze ’s ochtends bij de start al mee. Honger hoeven de coureurs niet te lijden.

NACHTERGAELE «Het soigneursleven heeft veel van z’n charme verloren, maar het is ook veel gemakkelijker geworden. Voor we naar een rittenkoers vertrekken, maken we alle bevoorrading klaar en stoppen we de broodjes in de diepvries van de ploegcamion; het enige wat we nog moeten doen, is een dag eerder de broodjes in de zakjes van de renners stoppen en tegen dat ze honger krijgen, zijn ze ontdooid. Vroeger moest ik elke dag om vier uur ’s nachts op zoek naar een bakker voor taartjes! Ik kende in heel Europa mijn adresjes. Zo was er een man in Nantes, die het altijd gewéldig vond om te mogen bakken voor de coureurs van Raleigh en Panasonic. Er was maar één probleem: ik moest samen met hem eerst een cognac bij de koffie drinken. Om vier uur ’s morgens, hé! Mijn maag keerde er helemaal van om.

»Een jaar of drie geleden was ik met vakantie in Malaga, in Spanje, toen een oude Fransman me nariep: ‘Monsieur Naktergáál! Ik had geen flauw idee wie hij was. ‘J’étais votre boulanger è Avignon!’»

Beeld VRT

KOFFERS MET COKE

Johan Molly is niet bij de bevoorrading: hij heeft hoteldienst. ’s Ochtends voor de wedstrijd rijdt hij meteen naar het hotel waar de renners ’s avonds zullen neerstrijken.

MOLLY «De meeste hotels waar we overnachten, ken ik intussen. Maar toch controleer ik altijd de kamers: zijn de dubbele bedden uit elkaar gehaald? Kan de massagetafel erin? Is het geen rokerskamer? Het is ook belangrijk dat al onze kamers op de-zelfde gang liggen. Anders kan ik de hele tijd van de ene kant van het hotel naar de andere lopen.»

Aan de receptie heeft Molly zijn lijstje klaar: drie grote lakens (voor de massagetafels) en acht grote en acht kleine handdoeken. In Luik is er een probleem: ‘De vorige eigenaar heeft de complete stock meegenomen,’ zegt de kamerjuf. Molly lost het op: mijn eigen grote handdoek en de twee kleine verdwijnen uit mijn kamer, en als het karretje van de poetsvrouw passeert, graait hij de rest mee. ‘Een mens moet zijn plan trekken,’ zegt hij. Als de kamers zijn goedgekeurd, worden de koffers binnengedragen. Zou er in die van Boonen cocaïne gezeten hebben? ‘Onmogelijk,’ zegt de leiding van Quick. Step. Kan kloppen, want Boonen weet ook dat cocaïne tijdens wedstrijden wél strafbaar is. Bovendien vertoonde hij geen junkiegedrag. Cokeverslaafden gaan, als er geen cocaïne voorhanden is, op zoek naar een andere roes: alcohol. Maar die hele week heb ik Boonen geen druppel wijn of sterke drank zien aanraken. Als er na het eten al iets gedronken werd met de ploegmaats, was het koffie of spuitwater. Behalve op het einde van de Ronde van België, natuurlijk, toen Boonen in Putte de slotrit won en Stijn Devolder het eindklassement. Toen was er champagne. Aan de aankomst staat Marc Patry klaar. Als iemand van de ploeg wint, spurt hij mee naar de interviewtent, waar voor de camera’s beginnen te draaien, net genoeg tijd is om zijn renner een droog onderhemdje aan te trekken, een warme trui en desgewenst een lange broek. In de bus checkt Nachtergaele een laatste keer of alles klaarstaat voor de renners. Die laten hun fiets in de handen van de mecaniciens en stappen zo snel mogelijk op, zeker als de koers live op tv uitgezonden wordt: als ze zich reppen, zien ze nog een herhaling van de aankomst op één van de twee flatscreens in de bus. Het is altijd drummen aan de bus van Quick.Step: een glimp van Boonen, een foto, een handtekening? Supporters zouden hun leven ervoor geven.

BOONEN «Ik zou al die mensen wel een handtekening of een foto willen gunnen, maar dat gáát gewoon niet. Als ik dat moet doen, ben ik elke dag een uur extra bezig. De meeste mensen snappen het wel als je snel doorrijdt, maar er zijn natuurlijk van die types die dan meteen vinden dat je een dikke nek hebt. Dat is dan maar zo. Ze vinden toch al dat ik een dikke nek heb omdat ik in Monaco woon.»

Er zijn ook handtekeningenjagers die het over de emotionele boeg gooien. Ik sta aan de deur van de bus, als bodyguard, wanneer er een man op mij afstapt: ‘Mijnheer, komt Tom Boonen nog naar buiten? Nee? Kunt u hem dan vragen of hij hier een handtekening op wil zetten?’ Hij duwt me een papiertje in de hand, de ogen vol verwachting. Dirk Demol ziet wat er gebeurt en snelt te hulp: ‘Geef maar hier. Ik zal het eens vragen.’ Demol stapt de bus op en komt meteen terug: ‘Sorry, mijnheer. Tom staat onder de douche.’ Hij fluistert tegen mij: ‘Dat is de beste truc om beleefd te zeggen dat hij beter ophoepelt.’ De man neemt er geen genoegen mee: ‘Maar het is voor mijn kleinzoon. Hij ligt in het ziekenhuis van Pellenberg. Hij revalideert van een operatie aan zijn knie. Tom is toch peter van die organisatie (Move to Improve, red.) voor kinderen?’ Demol opnieuw: ‘Sorry, maar we hebben echt geen tijd.’

BOONEN «Er zijn mensen die zich supporter noemen en hun kinderen misbruiken om toch maar een handtekening te krijgen. Waarom, vraag ik me altijd af.»

Op weg naar het hotel, na de douche in de ploegbus, krijgen de coureurs een snoepje om de grootste honger te stillen. De ene dag zijn het pannenkoeken, de andere dag een pastasalade met maïs en ham, één keer rijstpap met stukjes ananas en een fruitsalade met yoghurt. Het avondeten moet wachten tot na de massage.

NACHTERGAELE «Je hebt je bloed nodig voor de spijsvertering, maar ook om de afvalstoffen af te voeren. Als je zou eten vóór de massage, is de drainage minder efficiënt, en dat is nefast voor de recuperatie.»

De massage: dáár onderscheidt een echte soigneur zich van een gewone verzorger. Een hond met een hoed op kan broodjes smeren of drinkbussen vullen, maar vermoeide rennersbenen oplappen, is niet iedereen gegeven.

MASSEREN MET MAYONAISE

De handen van Dirk Nachtergaele zijn zacht en rozig met verzorgde nagels, nergens een eeltplek. Moet ook: Nachtergaele wrijft elke avond met olie over gladgeschoren rennersbenen. ‘Lezen met mijn handen,’ noemt hij dat.

NACHTERGAELE «Je kan masseren met al wat vet is. Ik gebruik altijd amandelolie. Maar soms moet je creatief zijn: Johan Molly was op een dag zijn olie vergeten, pakte een pot mayonaise en vertelde de coureurs dat het een speciale crème was. Ze waren enthousiast!’ Zelf mag ik niet masseren: renners zijn bang voor vreemde handen.

KEVIN HULSMANS «Masseren is toch iets intiems, je laat dat niet zomaar aan een wildvreemde over. Natuurlijk krijgen we af en toe een nieuwe verzorger, maar altijd mensen van wie je weet: ze kunnen het. Prutsers komen er niet in.»

Steven de Jongh ligt altijd als eerste op de tafel bij Nachtergaele. Hij kreunt. ‘Dirk masseert zoals ik het graag heb: lekker diep, lekker hard!’

HUMO Is zo’n massage elke dag hetzelfde?

DE JONGH «In principe wel. Behalve als ik aangeef dat ik het hier of daar wat dieper wil, of juist wat zachter omdat ik krampen heb gehad. En bij de bergetappes in de Tour wil ik extra aandacht voor mijn rug. Die ziet op zulke dagen verschrikkelijk af: om met mijn zware gestel te klimmen moet ik alle kracht uit de rugspieren halen.»

NACHTERGAELE «Ik ben al dertig jaar verzorger en nog altijd leer ik bij. Ik heb cursussen sportpsychologie en massagetechnieken gevolgd, shiatsu zelfs. Duwen op de drukpunten op de ruggengraat stimuleert de energiebanen, dat kan veel deugd doen.»

Intussen ligt Tom Boonen op de tafel van Nachtergaele. En was het niet uit beleefdheid omdat Humo erbij is, dan was hij al lang in slaap gevallen.

NACHTERGAELE «In de drukke dagen in het voorjaar, rond de Ronde van Vlaanderen en Parijs-Roubaix, heb ik Tom misschien wel tien keer een heel uur lang op mijn tafel gehad. Maar als we in totaal dertig minuten gepraat hebben, zal het veel zijn.»

BOONEN «Meestal lig ik tijdens de massage te pitten! Dit moment is vooral ontspanning. Dat is voor mij belangrijker dan het masseren zelf.

»Een massage is een uur totale rust, en dat is, zeker in de Tour, een ongekende luxe. De hele dag is het stressen. Dat begint ’s morgens al, want de koffer moet gepakt worden en je moet op tijd naar het ontbijt. Dan de bus in naar de start, waar journalisten en supporters wachten. En als eindelijk de koers vertrekt, is het ook daar stressen: rotondes, paaltjes langs de straat, een valpartij links, een gevaarlijk manoeuvre rechts. Motoren die voorbij moeten en publiek dat te ver op de weg staat. En vooral: altijd die helikopters boven ons. Hels!»

HUMO Aan de aankomst is het al niet veel beter: opnieuw camera’s en microfoons.

BOONEN «En als je wint of in de gele trui rijdt, nog eens een dopingcontrole... Het duurt soms úren, of zo lijkt het toch, voor je je op je bed kan laten vallen.

»Dus als je dan eindelijk op de massagetafel ligt, is het écht: ‘Oef!’»

HUMO Er hangt een aura rond de soigneur: voor sommige renners zijn jullie ook de biechtvader.

NACHTERGAELE «Maak geen pastoor van mij, hé! Maar het is normaal dat renners met wie je jaren optrekt je op den duur zo zien. Ik moet hun lichaam oplappen, maar soms ook hun geest. Ze kunnen bij mij met alles terecht: sportieve frustraties, mentale pijntjes, liefdesverdriet. Maar ze weten ook dat ik tussen hen en de ploegleiding sta en dat het mijn plicht is de ploegleider te waarschuwen als er problemen zijn die prestaties omlaag halen. Nee, dat is niet klikken, dat is zorg dra-gen voor het welzijn van de ploeg. Het is dan aan de ploegleiding om die problemen op te lossen.»

DE HESPEN VAN BOONEN

Voor wie geen massagekamers gewend is, is het wel even schrikken: op een tafel ligt een blote man, met slechts een handdoekje over zijn intieme delen. Een andere man wrijft en slaat en kneedt schaamteloos de dijen en de kont.

NACHTERGAELE «Wie dit nooit gezien heeft, kijkt misschien wel vreemd op, ja. Maar het heeft helemaal niks met homo-erotiek te maken. Het is een zuiver professionele relatie.

»Dat ik ook hun kont masseer, is niet omdat ik daar zo graag aan voel: in de billen komen de spieren van de rug en de benen samen. Als je er geen aandacht voor hebt, krijg je daar een ophoping van afvalstoffen.»

HUMO Heeft er niemand last van gêne? Je ligt als coureur toch maar mooi in je blootje.

NACHTERGAELE «Ik heb in al de ja-ren dat ik dit werk doe nog geen enkele coureur gekend die zich daarvoor schaamde.»

HULSMANS «Er is ook geen enkele reden voor. Het is niets anders dan voetballers die na de match met z’n allen onder de douche staan.»

NACHTERGAELE «Een lichaam is toch mooi? Zeker dat van een sportman: rubensiaans bijna, met volle spieren, waar de kracht vanaf straalt. Heb je de hespen van Boonen al eens goed bekeken? Michelangelo had het niet mooier kunnen beeldhouwen! Bij sportmensen voel je dat de spieren léven! Op die massa kan je je ongegeneerd laten gaan.

»Natuurlijk heeft niet iedere renner de spiermassa van Boonen. Toen Richard Virenque nog bij ons reed, viel ik altijd van het ene uiterste in het andere: eerst de dikke, zware spieren van Tom, en daarna de iele beentjes van Richard. Maar de allerdunste benen zijn die van Charles Wegilius, de Brit die nu bij Liquigas rijdt. Ik heb ’m leren kennen toen hij een jonge prof bij Mapei was. De eerste keer dat hij bij mij op tafel lag, masseerde ik hem alleen met mijn pinken. Hij keek nogal raar op en vroeg waarom ik dat deed. ‘Omdat ik anders in mijn handen snij,’ zei ik. ‘Zo’n messen!’ Hij kon er wel om lachen.»

HUMO Heb je ooit homo’s op je tafel gehad?

NACHTERGAELE «Dat is het laatste grote taboe in de sport: wielrennen is een machowereld en het is niet evident om ervoor uit te komen dat je op mannen valt.

»De enige uitzondering was Robert Millar. Ik heb hem twee jaar verzorgd toen hij bij Panasonic reed, en hij was altijd zeer trots op zijn benen. Maar ik heb toen nooit vermoed dat hij zich zou laten ombouwen tot vrouw (Millar gaat nu door het leven als Philippa York, red.). Hij wás ook geen homo: hij woont nog altijd samen met zijn vrouw. Als lesbisch koppel, dus.»

HULSMANS «Er zijn wel renners van wie gezegd wordt dat ze homo zijn, maar niemand geeft het openlijk toe. Ik denk dat ze moeilijk zouden overleven in het peloton.»

HUMO Geen homo’s dus, maar zijn wielrenners niet allemaal een beetje metroseksueel, zeer bezig met hun lichaam, zelfs met vrouwelijke trekjes? Ze scheren hun benen, bijvoorbeeld. 

NACHTERGAELE (lacht) «Wielrenners schoren hun benen al lang vóór de metroseksueel uitgevonden was!

»Het heeft alles te maken met hygiëne. Als renners vallen, lopen ze áltijd schaafwonden op, en die moeten genezen voor ze kunnen infecteren. Als er haar op staat, is er meer kans dat er vuiligheid in blijft plakken, waardoor het dus sneller ontsteekt. Bovendien is het niet prettig, niet voor de soigneur en niet voor de renner, om elke dag behaarde benen te masseren. Je zou ze nogal zien kermen van de pijn!»

HULSMANS «Het is toch ook een kwestie van esthetiek, hoor. Een coureur met een bos haar onder zo’n spannende koersbroek: dat stáát niet. Nee, bij mij moet alles eraf, anders voel ik mij geen coureur.»

HUMO Alles?

HULSMANS (lacht) «Ja, ja: álles! Ik ga voor de volledige brazilian wax!»

BOONEN «Dáár moet ik niet van weten, hoor. Ik moet geen kleuterpiemeltje hebben!»

HUMO Jij bent hier wel de enige die stoppels op zijn benen heeft, Tom.

BOONEN «Ik weet het. Ik scheer mijn benen eigenlijk niet graag. Mijn baard scheer ik ook maar één keer per week. En ik heb mijn scheermesje niet bij me: ik zal er één van Kevin moeten pikken!

HULSMANS «Alwéér!»

BOONEN «Pas op, als het echt moet, bij de klassiekers en in de Tour en zo, mag er op mijn benen geen haartje staan. Dan moet het perfect zijn. Voor de Tour scheer ik zelfs het haar op mijn armen af. Echt waar! Luca (Guercilena, ploegleider en trainer bij Quick. Step, red.) heeft dat eens getest bij Michael Rogers in de windtunnel: het levert toch een béétje winst op qua aerodynamica. Niet veel, natuurlijk, maar in de Tour maken de details het verschil.

»Nu hoeft dat allemaal nog niet: dit is de Ronde van België, hier kan ik rustig de overgang maken van toerist naar profwielrenner.»

Rustig? Het heeft niet mogen zijn.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234