Aalst Carnaval 2011Beeld Thomas Legrève

REPORTAGEAalst Carnaval

Onze Man wordt Voil Janet: bier, BV's en valse tieten

‘Oilsjt, goi stad van men droeimen!’ De pop gaat in brand, de volgepakte Grote Markt zingt een kaduke ode aan de eigen stad, en overal zie ik mensen huilen. Het is dinsdagavond, Aalst Carnaval komt tot de climax. En ik, totale carnavalleek die voorheen nog nooit in deze stad geweest was, voel warempel óók de tranen prikken.

(Verschenen in Humo 3680/11 op 15 maart 2011)

Drie dagen kijken naar het feestgedruis van Aalst Carnaval, zo luidde de opdracht – ‘en af en toe een watertje drinken, jongen’. En dus heb ik vorige week geleefd in een miniuniversum van spot, satire en sentiment. En féést, natuurlijk. Met dank aan de expert die me op gezette tijden wat duiding influisterde: Gilles Van Schuylenbergh (29), uitbater van een winkel voor tekenen schilderbenodigdheden, beeldend kunstenaar, volbloed Ajoin én carnavalist. Hij is verantwoordelijk voor veel van de ludieke tekeningen-opcaféramen die zo bij carnaval horen, maakte een animatiefilmpje om de Aalsterse jeugd tot enige voorzichtigheid aan te zetten en heeft verschillende carnavalliedjes op z’n palmares. Bovendien blijkt hij een begenadigd verteller.


Het Gat van aalst

Mijn maffe driedaagse begint op zondag. Samen met fotograaf Thomas Legrève loop ik Aalst binnen, en meteen is duidelijk dat we een andere wereld instappen. Het straatbeeld is prettig chaotisch: praalwagens worden in beweging geduwd, aan kostuums worden de laatste ruches genaaid, enkele carnavalsgroepen perfectioneren een ingestudeerd dansje. Nog enkele minuten, en de zondagstoet vertrekt. Gilles Van Schuylenbergh «Mijn vroegste herinnering aan carnaval is die grote stoet. Omdat die zo imposant is, zo kleurrijk, zo vol pracht en praal. Als kind viel ik helemaal voor die magie. Met het ouder worden ging me ook de satire opvallen: de manier waarop in de stoet en daarbuiten met alles en iedereen gelachen kan worden.»

Dat blijkt nog steeds zo: ik zie persiflages op de politieke impasse, het gerampetamp van de Monseigneurs, Versteylens en Berlusconi’s van deze wereld, de fratsen van Fernand Koekelberg, de lokale Aalsterse politiek. Het duurt uren voor de hele stoet voorbijgetrokken is, want tussen de officiële carnavalsgroepen – die allemaal beoordeeld worden door een jury – wurmen zich ook tientallen kleine, losse groepen ie het geheel een anarchistische toets geven.

Gilles «De zondagstoet is een podium. En wat de losse groepen daarin doen, kan je een beetje vergelijken met Het Gat van de Wereld in Humo: satirisch met de actualiteit omgaan, kort op de bal spelen. De onderwerpen in Het Gat zie ik vaak terug in de stoet – veel losse groepen halen er ook gewoon hun inspiratie. De officiele groepen met hun grote praalwagens werken vaak een heel jaar aan hun act. De losse groepen beslissen vaak last minute, wat maakt dat ze dichter op de actualiteit zitten.»

Ik zie Gilles passeren als... Japanner.

Gilles «Ik zit al jaren bij de carnavalsgroep ‘Goegeloin’. Dit jaar zijn we een coalitie aangegaan met vier andere losse groepen, onder de naam ‘’t Beste van de stoet’ – lekker hoogmoedig (lacht).»

HUMO En waarom waren jullie verkleed als Japanners?

Gilles «Je weet dat ons carnaval door Unesco als werelderfgoed is erkend? Daardoor is er wel wat gaan bewegen in de stad: zo’n label lokt automatisch veel Aziatische toeristen. En dus hebben wij dit jaar de stoet opgevat als een city tour voor Japanners, die natuurlijk allemaal gewapend zijn met een fototoestel. Dat leverde hilarische toestanden op, omdat we ons onderwerp geregeld in levenden lijve tegenkwamen: er stonden heel wat Japanners langs de kant. Die dan vervolgens hun eigen persiflage fotografeerden.»

Wanneer Thomas en ik de stoet even adieu zeggen en door de Aalsterse winkelstraten wandelen, valt ons iets op: dit lijkt wel een belegerde stad. Overal zijn gevels en winkeletalages gebarricadeerd met grove spaanderplaten – bescherming tegen dronken baldadigheid.

Gilles «Dat geeft een beetje een foute indruk, vind ik. Alsof er een orkaan verwacht wordt. Geen enkele Aalstenaar gaat naar het carnaval om vandalisme te plegen, maar door alles zo af te schermen, stimuleer je net de baldadigheid. Je ziet het ook in veel cafés: uitbaters maken er bunkers van waarin alles afgeplakt is. Ik kan er wel begrip voor opbrengen, maar het neemt toch veel charme weg.»

Ik moet wennen, merk ik, aan Oilsjt Carnaval. ’t Voelt bevreemdend om als buitenstaander terecht te komen in een orgie van joligheid, satire en decibels. En van pintjes, of course: haast iedereen loopt hier met een blikje Jupiler in de hand. De kleine minderheid die dat niet doet, heeft een Safir in de knuisten.

Ik haast me naar huis – morgen wil ik me verkleed in het feestgewoel storten, en ik moet nog een geschikte outfit bij elkaar puzzelen – en hoor hoe achter me de massa zich in elkaar klinkt voor feestnacht één.

Aalst Carnaval 2011Beeld Thomas Legrève

De bierpompier

Op maandag ga ik snuisteren in de kostuumafdeling van een bevriend televisieproductiehuis. Ik vind een mooie jurk, een bontjas, een boa en een vederwitte pruik. En twee kekke hoedjes die, onder de jurk geschoven, een formidabel stel tieten vormen. Terug in Aalst wurm ik me in mijn nieuwe outfit, en dat kost me meer moeite dan verwacht. Eigenlijk heb ik altijd al een lekker wijf willen zijn, maar op het moment suprême voel ik vooral onbehagen. Maar alles voor de show, en dus maak ik enkele minuten later mijn officiële debuut als vrouw. De stoet is intussen een tweede keer uitgegaan.

Gilles «Die van maandag is wat chaotischer, minder fleurig – de punten van de jury zijn op zondag al gegeven, en de meesten hebben al een feestnacht achter de rug. Wat zie jij er lekker uit, trouwens.»

Met een wuft handgebaar bedank ik Gilles voor het compliment. Ik trek richting Grote Markt, het dolle epicentrum van carnaval. Kenneth Vanbaeden (17) wacht me op. Kenneth is de acteur die gestalte gaf aan Gunther Strobbe in ‘De helaasheid der dingen’, en stort zich als volbloed Aalstenaar in drie dagen carnavalsgewoel.

Kenneth Vanbaeden «Aalst Carnaval is de max! Drie dagen zot doen, pintjes drinken, met kameraden rondhangen – féésten. Ik zit dit jaar ook voor het eerst in een carnavalsgroep. ‘Miskwikt’ heten we, omdat we allemaal miskwikte kinderen zijn (grijnst)

Kenneth troont me mee naar zijn groep. Ze vallen op door hun roze vellen frakken. En misschien ook, euhm, een beetje door hun alcoholverbuik. Yanni (17), de oprichter van ‘Miskwikt’, geeft wat tekst en uitleg.

Yanni «We zijn een bende kameraden uit het Aalsterse uitgaansleven. En ja, dan kan je niet anders dan carnaval vieren, hè. En wie dat serieus wil doen, richt een groep op. ’t Is ons debuut, en in de eerste plaats willen we ons amuseren. Maar het is wel de bedoeling dat we doorgroeien – stiekem dromen we ervan om van ‘Miskwikt’ ooit een grote, officiële carnavalsgroep te maken.»

Ik hijs me in de pompier van ‘Miskwikt’. Zo’n pompier is een ouwe Engelse brandweerwagen die door carnavalsgroepen wordt gebruikt als uitvalsbasis. Binnen is het snikheet, en maakt een generator een pokkeherrie. We rijden naar een grote hal net buiten de stad, waar zo meteen de grote prijsuitreiking begint. De officiële carnavalsgroepen – onderverdeeld in klein, middelgroot en groot – krijgen er hun punten van de jury. In de hal troepen honderden carnavalisten samen – er is luim en lol, er klinken carnavalsliedjes, en van op het podium overschouwt

Prins Kristof de boel met nauwelijks verholen trots.

Gilles «De prinsj krijgt tijdens carnaval de sleutels van de stad. Op zaterdagavond is er een raadszitting waarop de burgemeester voor drie dagen van haar protocollaire taken wordt ontlast. De prins wordt dan even burgemeester van Aalst. En daar stopt het niet mee: verderop in het jaar moet de prins nog vaak acte de présence geven. Allemaal niet makkelijk, maar veel jonge Aalstenaars dromen ervan om ooit de prins van hun stad te zijn.

»Prins word je niet zomaar: je moet verkozen worden. Dit jaar was daar wel wat heisa rond. Er waren twee kandidaten, maar eentje heeft zich vroegtijdig uit de race teruggetrokken. Hij schatte zijn kansen te laag in – Kristof is nogal een populaire gast, vandaar.

»Het had misschien ook wel wat te maken met het beeld dat ontstaan is van zo’n campagne om prins te worden. In 2000 waren er vijf kandidaten: vrij uitzonderlijk. Daar heeft de VRT toen een reeks van ‘Het leven zoals het is’ over gemaakt. Die benadrukte vooral het excentrieke karakter. Het was heel grappig om te zien hoe in die minicultuur – want laten we eerlijk zijn: Aalst blijft een klein stadje – de grote truken van de foor bovengehaald werden. Kandidaten die elkaars affiches gingen overplakken, het betere foefelwerk, omkoping zelfs. Toen is het beeld ontstaan dat een prins vooral heel kapitaalkrachtig moet zijn. Dat is nooit de bedoeling geweest, maar veel prinsen zijn nu eenmaal met een schuldenberg geëindigd. Dat belemmert de jonge generatie nu misschien wat in hun dromen.»

HUMO Heb je zelf ooit prins willen zijn?

Gilles «Neen. Ik vier carnaval te graag op mijn manier. Een prins kan niet zomaar zijn goesting doen, hè. Hij moet bijvoorbeeld mee naar de rusthuizen om er de liedjes uit zijn verkiezingscampagne te zingen. En hij moet overal aanwezig zijn, en aan het eind van de driedaagse een fraaie show op de Grote Markt geven. Prins zijn is vooral een kwestie van eer – je komt ermee in de geschiedenisboeken van de stad.»

HUMO De échte baas van carnaval is Keizer Kamiel.

Gilles «Hij is verschillende keren prins geweest, en nu is hij keizer voor het leven. Het mooie van die functie is dat ze zich niet beperkt tot de carnavalsdagen. Kamiel is echt een figuur in Aalst – iemand die heel graag gezien is, zijn naam gebruikt voor verschillende goede doelen, en zelfs op de plaatselijke politiek weegt. Heel mooi vind ik dat.»

De winnende carnavalsgroepen krijgen hun prijzen, en wanneer voor het eerst in de geschiedenis de groep van de prins een eerste prijs wint, barst Prins Kristof in tranen uit. Het begint me te dagen: onder het vernis van bier en plezier is carnaval vooral een brok rauwe, zwaar wegende emotie.

Aalst Carnaval 2011Beeld Thomas Legrève

Wibra-vogelen

Met de jongens – en hun meisjes – van ‘Miskwikt’ rij ik weer naar het stadscentrum. De stemming is euforisch, het ene na het andere blikje bier wordt opengeklikt, en elk carnavalslied wordt met stemmig enthousiasme meegekeeld. Wat volgt is een heerlijk roekeloze feestnacht in hartje Aalst: een polonaise van jongensachtig geluk. ’t Is geweldig om dit zootje ongeregeld te zien dansen, drinken en flirten. Ze hebben zich het groen net van achter de oren gewassen, en niemand die hen moet uitleggen wat er in de wereld te koop is. De hoeveelheid bier die ze verzetten is ontzagwekkend, en er wordt vrolijk aan lichamen gefrunnikt. Eén koppeltje is een tijdlang verdwenen, en komt dan met een net iets te gelukzalige glimlach weer aanlopen. Subtiel informeer ik naar de plaats waar het gebeurd is.

Anoniem «In het portiek van de Wibra. Perféct plaatsje (glundert)

Kenneth «Je moet die groep van ons eens goed bekijken: op carnaval vieren we onze vriendschap. ’t Is jong zijn, voelen dat je leeft. En ’t is vooral: Aalst. Je moet hier wonen om het te begrijpen.»

Ik wandel door de stad en zie overal dezelfde taferelen. Uitzinnig verklede carnavalisten die drinken, in elkaar haken en de alomtegenwoordige carnavalsliedjes meezingen. Van élke ultratophit van de afgelopen tien jaar, elke bekende schlager en elke classic is een eigen, Oilsjterse versie gemaakt met een absurde dan wel scabreuze tekst. Na twee dagen kan ik mijn favorieten – ‘’t Was mén madam’, ‘As Marie Claire komt’, ‘De florablommekei’, ‘Da’s ter oever’ en ‘Ajoin, ajoin’ (‘Vertigo’ van U2!) – al probleemloos meelippen. Want jawel, het is gebeurd: de scepsis van gisteren is verdwenen, en ik ben helemaal opgeslokt door het gewoel. Nooit heb ik zoveel gejubel per vierkante meter gezien. Wanneer ik diep in de nacht in mijn hotelkamer op het bed plof en nog even de televisie aanzet, is dat een bevreemdende ervaring: ik was helemaal vergeten dat er ook nog een wereld bestaat van hoofddoekjesgedoe, gevechten in Libië en petroleumdollars voor RSC Anderlecht en Mbark Boussoufa.

Gilles «Heel raar om de televisie aan te zetten tijdens carnaval. Dan zie je plots: oei, er bestaat nog een parallel universum waarin het leven zijn gewone gangetje gaat. Maar dan draai ik de knop om, en ga ik op straat op zoek naar de vuiligheid en de sappigheid. De wereld moet even buitenblijven op carnaval.»

Aalst Carnaval 2011Beeld Thomas Legrève

Vrouwen onder mekaar

Het is dinsdag, de laatste officiële carnavalsdag, en Aalst ruikt naar bierscheet. De straten zijn herschapen in een woestenij van afval, rommel, drek en vloeibare substanties waar ik me zo weinig mogelijk vragen bij probeer te stellen. Daar is ook geen tijd voor, want de leute wenkt alweer. Vandaag loop ik immers mee in de stoet van de Voil Janetten.

Gilles «Het concept Voil Janet heeft de afgelopen jaren weer aan populariteit gewonnen. Ik herinner me jaren waarin die stoet op apegapen lag, en openlijk overwogen werd om ’m af te schaffen. Maar ’t is weer enorm gegroeid.

»Veel mensen zien die stoet als een soort van Love Parade, een travestieshow. Maar de échte Voil Janet is onlosmakelijk verbonden met de geschiedenis. Aalst was vroeger arm, een stad van fabrieksarbeiders – de tijd van priester Daens. In andere carnavalssteden als Venetië was en is carnaval een kwestie van pauwenveren: mensen die hun rijkdom tonen. In Aalst hadden de mensen niets, en konden ze dus ook geen mooie kleren kopen. Bij gebrek aan geld trokken mannen de kleren van hun vrouw of oma aan. De rijken vierden destijds binnen carnaval, op bals, terwijl de armen in vrouwenkleren de straat optrokken.

»Een echte Voil Janet is creatief, probeert met kleine, afgedankte spulletjes eigen accenten te leggen. De vellen frak is vooral functioneel – om het niet te koud te hebben. Maar de vogelkooi met een gerookte haring erin heeft wel een geschiedkundige betekenis. Cyriel, de oudste Voil Janet, heeft dat onlangs nog uitgelegd op de regionale tv. Mensen hadden niet veel geld om eten te kopen, en de haring was één van de goedkoopste producten. Maar voor carnaval werd er gespaard, en dan werd er wat duurder gegeten – kip of konijn, bijvoorbeeld. En de haring mocht dan voor één dag in de vogelmoit

De stoet is een absoluut hoogtepunt voor mij: chaotisch, onnozel en anarchistisch wurmen we ons met z’n allen van de Grote Markt naar het Statieplein. Wij, vrouwen onder elkaar.

Gilles «De Voil Janettenstoet is zo heerlijk onnozel, zo raar, dat het fantastisch wordt. Sta er even bij stil: de straten lopen vol met volwassen mensen die meedraaien in een goed functionerende maatschappij, en die plots naar hun oerinstincten teruggaan. Het kan ongelooflijk deugd doen om alles los te laten – de beleefdheidsregels, de onuitgesproken wetten van het sociale verkeer. Carnaval is de perfecte manier om ongemanierd te zijn.»

HUMO Klinkt heel mooi, maar veel heeft toch te maken met alcoholmisbruik?

Gilles «Veel mensen hebben een eng beeld van Aalst Carnaval: ze zien het louter als dronken zwijnerij. Maar dat is het niet. De alcohol zal het geheel wat lichter maken, ja, maar het gaat om veel meer dan drank. Ik noem het sociale anarchie: je mag stinken, je haar moet niet goed liggen, je mag elkaar vrolijke verwijten maken... Je hoeft voor één keer geen verantwoording af te leggen voor je eigen onnozelheid. Het zijn drie dagen van carte blanche – ook vanwege de officiele instanties. Ik zie ook wel dat er mensen zijn die de grens niet weten liggen. Maar weeg het aantal incidenten af tegen het aantal feestvierders, en het valt allemaal behoorlijk mee.

»Ik heb mezelf nooit tot in de goot gedronken. Ik herinner me dat ik als klein manneke op zondag al eens een groepje compleet uitgeteld tegen een muur zag liggen, temidden van plasjes kots. Mijn vader zei me toen: ‘Zie, die weten niet wat carnaval is, want ze gaan het allemaal missen. Dat is niet de manier, Gilleken.’ Ik heb me die woorden altijd herinnerd. Ik wil mezelf niet volledig de plank af zuipen.»

Aalst Carnaval 2011Beeld Thomas Legrève


Doeme voesj?

’s Avonds volgt het absolute orgelpunt: de verbranding van de pop – het symbolische einde van drie dagen carnaval. Een opmerkelijke gast komt zich bij het groepje van Gilles voegen: Steven Van Herreweghe, Aalstenaar van geboorte, en vandaag onherkenbaar vermomd. Het bewijs: pas heel laat op de avond, bij het afscheid, zal één van zijn vrienden stomverbaasd concluderen dat ze de hele avond in elkaars gezelschap vertoefd hebben.

Steven Van Herreweghe «Ik probeer toch elk jaar een stukje mee te pikken van het feest, maar ik zou mezelf geen carnavalist durven te noemen. Ik woon hier ondertussen al een poos niet meer, en sowieso heb ik me nooit echt helemáál in die manie gestort. Maar als Aalstenaar heb je het wel in je DNA, natuurlijk. Ik herinner me hoe ik als kind op woensdag naar school fietste, en letterlijk moest slalommen tussen de feestvierders die nog altijd niet naar bed waren.»

Op het podium voert Nicole Ringoir het woord, de voorzitter van het feestcomité, die gisteren ook al de prijsuitreiking becommentarieerde.

Gilles «Vroeger werd er naast een prins ook altijd een bloemenfee gekozen. Nicolleke is de bekendste. Iedereen houdt van haar – omdat ze helemaal verweven is met carnaval, en het hart op de tong heeft.»

Van Herreweghe «Je zal het zien: zo meteen, wanneer ze de verbranding van de pop inleidt, krijgt ze het moeilijk. Dat is net het mooie aan Nicolleke: dat ze carnaval op zo’n pure, emotionele manier beleeft.»

En inderdaad: wanneer de vlammen aan de pop likken, slaat de stem van Nicole over, en komen de tranen. Niet alleen bij haar, trouwens: tientallen carnavalisten zetten het op een aandoenlijk huilen.

Van Herreweghe «Dat toont aan dat carnaval meer is dan gewoon een slemppartij. Het is echt het feest van de Aalstenaars, iets dat heel diep gaat. En als dan na drie dagen van gulzig feesten het doek valt, komen de tranen.»

Maar het doek valt nog niet. Want – ook traditie – als er van de pop nog slechts enkele smeulende resten overblijven, verschijnt Keizer Kamiel op het toneel. En die heeft maar één vraag voor de duizenden op de Markt: ‘Doeme voesj?’

De massa antwoordt als uit één mond dat ze, inderdaad, voortdoen: ‘Weir doeng voesj!’


Jongensjool

En dus doe ik ook voesj. Met Steven, Gilles en de rest van de bende trekken we naar de kermis. We belanden in de Cake-Walk, een attractie vol linke trappen, glijbanen en loopbruggen. Het gezelschap, flink in de wind, rolt, glijdt en valt over elkaar heen, en ik sta het genietend aan te kijken: ’t is de samenhorigheid van een groep vrienden, de luid beleefde pret van mannen die jongens zijn gebleven. Alleen de uitbater van de Cake-Walk wordt er lichtjes wanhopig van. We verkassen naar het uiteindelijke doel van ons kermistripje: de bosjotto’s. Iemand onderhandelt een gunstig prijsje, waardoor we voor geen geld allemaal vier ritjes kunnen maken. Dagen later zal ik de blauwe plekken op mijn knieën liefdevol monsteren: herinneringen aan minuten van ongeremde jongensjool.

Gilles «De bosjotto’s waren ook voor mij een absoluut hoogtepunt. Pure magie hing er op dat moment in de lucht.»

Gilles en zijn kompanen tronen me mee naar de volkscafés buiten het centrum, waar carnaval op z’n authentiekst gevierd wordt. Ik word helemaal roezig van het uitgelaten sfeertje en de wilde camaraderie. Het moet zijn dat ik na drie dagen ook een beetje carnavalist geworden ben.

Diep in de nacht nemen we afscheid, en ik loop nog even langs bij de gasten van ‘Miskwikt’. Drie dagen van veel drank en weinig slaap, maar nog zijn ze dapper aan het vieren. Al is er hier en daar wel eentje een tukje aan het doen.

Kenneth «Maar het is super geweest, echt super.»


De wereld in

Woensdag. Op het middaguur stap ik Aalst uit, de gewone wereld in. Het is een surrealistische ervaring: de stadsdiensten zijn druk bezig de troep weg te vegen, winkeliers halen de spaanderplaten voor hun etalages weg, oude besjes jagen de hogedrukspuit over hun stoep. De Aalstenaren – of toch het deel dat niet in bed ligt uit te kateren – hebben weer hun gewone plunje aan, en genieten van de dappere voorjaarszon. Maar hier en daar zie ik nog verklede types rondlopen: de feestvierders die geen afscheid kunnen nemen.

Gilles «Ik ben blij dat het gedaan is. Carnaval is voor mij het equivalent van een verwenweekend in een spa – mezelf enkele dagen goed soigneren, en hop: ik kan weer tegen een hoop bullshit. ‘Ik leef voor carnaval,’ zeggen veel mensen. Ik draai het liever om: ik vier carnaval om te leven. Even op een andere planeet zitten, waar de klassieke regels niet gelden.»

Ik kén het gevoel dat nu als een verraderlijke nevel in mijn hoofd gaat hangen: het is de post-festivalblues – de leegte waarin ik als puber verzeilde na een geslaagde Werchter of Pukkelpop. ‘Doeme voesj,’ vraag ik een Voil Janet die op een stadsbank een honderdste pintje binnenklokt. Een door alcohol getekend gezicht met twee geinige pretoogjes kijkt me aan. ‘Weir doeng voesj!’

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234