Ratko Mladic op een archieffoto. Beeld Corbis/VCG via Getty Images
Ratko Mladic op een archieffoto.Beeld Corbis/VCG via Getty Images

veroordelingratko mladic

Op zoek naar het netwerk dat bescherming bood aan Ratko Mladic: ‘Als jullie journalisten waren, stampten we jullie helemaal in elkaar!’

De opvolger van het Joegoslaviëtribunaal heeft gisteren in de beroepszaak tegen Ratko Mladic de voormalige Bosnisch-Servische legerleider tot levenslang veroordeeld. De 78-jarige Mladic is schuldig aan volkerenmoord in en rond Srebrenica in 1995, oorlogsmisdaden en misdaden tegen de mensheid tijdens de Bosnische Oorlog (1992-1995). Mladic slaagde er bijna 16 jaar lang in uit de handen van de internationale justitie te blijven. Dat deed hij uiteraard niet alleen: in Servië en Bosnië kreeg hij hulp van politici, militairen, geheimagenten, extremisten, vrienden en familie. Humo daalde af in het ondergrondse netwerk rond de generaal.

(Verschenen in Humo op 21 juni 2011)

Op 26 mei 2011 werd Ratko Mladic, de meest gezochte man in Europa, in Servië gearresteerd. Vijf dagen later werd hij al uitgeleverd aan Nederland, waar hij zal worden berecht door het International Criminal Tribunal for the Former Yugoslavia (ICTY) – het Joegoslaviëtribunaal voor de vrienden. Mladic was gearresteerd in het dorp Lazarevo in de Banaat, een streek in de Servische autonome provincie Vojvodina: de graanschuur van Servië, en ook het meest tolerante en multietnische deel van het land. De provincie wordt bevolkt doorServiërs en Hongaren, maar er wonen ook veel kleine etnische groepen als Roethenen, Boenjewatsen en Kroatische Sokci, die vaak op zichzelf in aparte dorpen leven. In Lazarevo zat Mladic verscholen bij zijn neef Branislav ‘Branko’ Mladic, een boer zonder gezin die in een onopvallend huis in een achterafstraat van het kleine dorp woont.

HET DORP VAN DE GENERAAL

Het is middag in Lazarevo, een stoffig boerendorp tussen uitgestrekte landbouwvelden. Lazarevo bestaat uit een lange hoofdstraat met een paar dwarse en parallelle straten. Aan de ingang van het dorp staat niet het gebruikelijke geelzwarte bord met de dorpsnaam in Cyrillisch en Latijns schrift. In het centrum zijn aan beide kanten van de weg een handvol caféterrassen neergepoot, omkranst met de in Servië alomtegenwoordige reclame voor de bieren Lav (‘Leeuw’) en Jelen (‘Hert’). Op één terras zitten een aantal in het zwart geklede jongelingen: kale koppen, zwarte T-shirts en zwarte zonnebrillen, harde tatoeages op de armen. Duidelijk fans van Mladic: daar blijven we dus beter weg. We lopen door naar het andere, minder intimiderende terras, waar twee jonge meisjes ijsjes eten.

Maar we blijven niet lang alleen. Twee in het zwart geklede twintigers nemen de tafel naast de onze in beslag. De ene is een beer met een stierennek. Zijn grijsgewassen T-shirt vertelt in het Engels dat hij een rebel is. Hij drinkt gele limonade zonder prik. Zijn maat heeft een babyface en draagt een gloednieuw zwart T-shirt met een trotse foto van Mladic en daarboven het woord Lazarevo. Op zijn rug staat de tekst: ‘Generaal, is er iemand die je vreest? Alleen God en verder niemand.’ Het is een geuzenspreuk waar de Servische nationalisten twintig jaar geleden al mee uitpakten in Pale, toen het hoofdkwartier van de Bosnische Serviërs. De twee kijken naar ons. Hun blik is smerig. Ze zien dat we niet van hier zijn, dat we geen Serviërs zijn. Dit kan onaangenaam worden.

Op de dag van de arrestatie van Mladic werden hier mensen van B92, een tv-station uit Belgrado, gemolesteerd door een groep lokale jongeren. Journalisten van een ander tv-station werden in elkaar geslagen. De jongeren lieten weten dat ze geen perslui in het dorp zouden tolereren. Ze werden aangevoerd door een Servisch-orthodoxe priester en zongen patriottische liederen.

In één van de twee kerken van Lazarevo organiseerde een pope ondertussen een speciaal gebed voor de gezondheid van Ratko Mladic. Maar de aanval is de beste verdediging, en we spreken de twee aan in vloeiend Servisch met het scherpe accent van een etnische Serviër; één van ons kan dat namelijk. De Hulk en zijn maat kijken op. We stellen ons voor als een landgenoot die met een Belgische vriend een reis door het land maakt. De twee zijn achterdochtig: ze ruiken journalistenvlees, maar we blijven praten. Eén van ons zegt dat hij een Servische moeder en een Siciliaanse vader heeft. Het werkt: ‘Ah, Sicilië, maffia!’ Dat vinden de jongens bijzonder interessant. Het ijs breekt.

De Hulk heet Zoran, zijn vriendje Slavoljub. ‘Je vindt mijn T-shirt mooi?’ Slavoljub lacht gevleid. ‘Ik heb het gekocht aan de overkant van de weg, in het ijssalon. Wij hebben zelf het ontwerp bedacht, en de baas van het ijssalon heeft er tweehonderd van laten maken. Die zijn ondertussen allemaal de deur uit. Natuurlijk verkoop ik dit T-shirt niet! Ben je gek? Er zijn er nieuwe besteld. Die zijn over een dag of drie klaar. Als je er een wil, moet je terugkomen.’

Een jongen met hetzelfde Mladic-shirt passeert op een fiets. Hij groet iedereen uitbundig. ‘Dit is een dorp van Bosnische Serviërs,’ zegt Zoran. ‘Wij zijn na de Tweede Wereldoorlog naar hier gekomen. Daarvoor was dit een Duits dorp, toen heette het Lazarfeld. Wij zijn hier allemaal Bosnische Serviers. De jongeren die hier geboren zijn, spreken nog altijd Servisch met een Bosnisch accent. Dat is onze traditie, en we horen ook niets anders. We komen nauwelijks ons dorp uit.’ Spontaan begint Zoran over Ratko Mladic. Hij is trots en hij spreekt luid. Hij ratelt als een machinegeweer, en ondersteunt zijn woorden door zijn vuist keer op keer met geweld in zijn platte hand te rammen.

ZORAN «Generaal Mladic heeft veel familie in dit dorp. Ik ken vier huizen waar bloedverwanten van hem wonen. Ik weet ook dat de generaal hier vroeger heel geregeld kwam. Hij is een groot bijenliefhebber, hij houdt van honing. Die kwam hij hier halen bij zijn neef Branislav, ook een verwoed imker.

»Maar ik wist niet dat hij hier was komen wonen, één of twee jaar geleden. Niemand in het dorp wist ervan, ook zijn eigen familie niet. Branislav heeft nog een broer, en zelfs aan hem heeft hij het niet verteld. Ik ben daar niet kwaad om. Ik begrijp dat men dit stilhield, maar niemand in dit dorp zou Mladic verraden hebben. Iedereen zou hem onderdak hebben geboden. Generaal Mladic is onze grote held. Hij is een militair die zijn volk heeft verdedigd: hoe kun je daar in godsnaam tegen zijn? Het was een grote schok voor ons toen hij werd gearresteerd. Wij schamen ons ervoor dat een Serviër door Serviërs werd uitgeleverd aan Europa, aan de vijand. Dat is puur verraad.

»We hebben Lazarevo nu een nieuwe naam gegeven, als eerbetoon aan de generaal. We hebben er Mladicevo van gemaakt en het bord aan de ingang van het dorp overspoten. Daarom heeft het gemeentebestuur dat bord nu weggehaald.

»En dan die journalisten! Dat was er te veel aan. Wij hebben de eer van de generaal verdedigd, en het huis van Branislav, waar hij woonde. We waren met een paar honderd jongeren. Met een oplegger hebben we de weg naar het huis afgesloten, en we hebben die journalisten met bebloede koppen uit het dorp geranseld. Wij willen hier geen journalisten meer zien! We verdragen niet dat ze de eer van de generaal besmeuren. Journalisten zijn smeerlappen. Jullie hebben geluk dat jullie geen journalisten zijn, anders stampten we jullie helemaal in elkaar!

»Bij jullie kun je om het even wat zeggen, en iedereen accepteert dat. In Servië gaat dat heel anders. Hier kun je mensen niet straffeloos beledigen. Als je hier liegt, moet je de gevolgen dragen. ’s Avonds, wanneer het donker is, worden de rekeningen vereffend, dan word je ‘ingepakt’ en niemand ziet je ooit nog terug. De Siciliaanse maffia zullen ze misschien klein krijgen, maar wij zullen altijd criminelen zijn.»

De jeugd van Lazarevo/Mladicevo heeft grote plannen voor het dorp. Er moet een straat komen met de naam van Mladic, en een museum en een standbeeld, en de dag dat hij werd gearresteerd moet een officiële Dag van de Slachtoffers voor het Vaderland worden. Ook willen ze verbroederen met Kalinovik, het Bosnische dorp waar Mladic werd geboren. Er moet een toeristische Mladic-route komen, een route waarop je kunt gaan vissen in het Donau-Tisa-kanaal, waar Mladic zijn hengel placht uit te gooien, en waar je Mladic-honing kunt kopen op de plek waar zijn bijenkasten stonden. De jeugd van Lazarevo hoopt op een toestroom van Mladic-toeristen.

ZORAN «Servië heeft niks te zoeken in Europa. Wij zijn Kosovo al kwijt, en binnenkort verliezen we ook nog Vojvodina aan de Hongaren. Wij Serviërs hebben niets meer. Ons land valt uit elkaar en iedereen in Europa is tegen ons. De Albanezen in Kosovo krijgen wat ze willen van Europa. Wij krijgen niets. Een Duits bedrijf betaalt ons hier 200 euro per maand; datzelfde Duitse bedrijf betaalt de Roemenen in Roemenië 800 euro. Daarom stem ik voor de partij van Vojislav Seselj. Iederéén in het dorp stemt voor Seselj.»

Vojislav Seselj is een radicale Servische nationalist en de vroegere leider van de paramilitaire moordbrigade De Witte Arenden. Hij staat op dit moment ook terecht in Den Haag voor oorlogsmisdaden. Dat maakt Lazarevo een dorp vol Servische radicalen, en zeer ongezond voor journalisten. We besluiten weg te gaan voor iemand argwaan krijgt en ons de rekening presenteert.

OP STERVEN NA DOOD

Generaal Mladic zou in totaal drie beroertes en infarcten hebben gehad, had Zoran verteld. Twee keer was dat gebeurd in Lazarevo. Zijn neef Branislav heeft hem een keer in de badkuip gevonden, op sterven na dood. Na één van zijn infarcten werd de generaal naar een vrouwenklooster in de naburige stad Zrenjanin gebracht.

Het Servisch-orthodoxe klooster van Sveta Melanija (‘de Heilige Melanie’) ligt in een rustige buitenwijk van de provinciestad. Bovenaan de donkergroene poort is een camera geïnstalleerd, maar de poort is niet op slot: de nonnen mogen geen bezoekers weigeren. Het klooster zelf is klein en wit. De abdis ontvangt ons afstandelijk. Er wonen slechts drie bejaarde nonnen in dit klooster, en mannen mogen hier niet verblijven, zegt de abdis. Toch werd Ratko Mladic hier in oktober 2006 binnengebracht, een paar maanden nadat hij in Belgrado aan arrestatie was ontsnapt. Hij was er slecht aan toe. Hij lag op sterven, en men had al besloten om hem een anoniem graf te geven in de kloosterkerk, in de crypte voor de iconostase. Normaal mogen daar alleen abdissen en de bouwer van de kerk worden begraven, maar voor Mladic werd een uitzondering gemaakt. Arbeiders hadden de crypte al schoongemaakt. De overblijfselen van de abdis die er begraven lag, waren verwijderd. De arbeiders hadden geen idee waarmee ze bezig waren. Niemand wist van het begraafplan, behalve een paar hooggeplaatste geestelijken uit de eparchie – het Servisch-orthodoxe equivalent van een bisdom – van de Banaat. Mladic overleefde echter zijn beroerte. Een maand lang werd hij verzorgd in het klooster; toen vertrok hij weer.

De abdis toont ons de kloosterkerk. De vloer ligt vol met geurend gras ‘voor de geesten’, ter ere van een kerkelijke feestdag. Over de crypte voor de iconostase, ooit bedoeld als graf van Mladic, liggen nu glimmende marmeren afdekplaten. We vragen naar de generaal. De abdis wordt koud: ze weet niets van hem, zegt ze kortaf, ze is hier pas na 2006 gekomen. De vroegere abdis, die had ons misschien iets kunnen vertellen. Maar de vroegere abdis is dood. En dan is de gastvrijheid op. We zijn niet langer welkom. De Servisch-orthodoxe kerk is één van de dragende krachten achter het rabiate Servische nationalisme en de steun aan generaal Mladic en andere Servische oorlogsmisdadigers.

Ratko Mladic & Radovan Karadzic Beeld INTERNET
Ratko Mladic & Radovan KaradzicBeeld INTERNET

GRANATEN OP DE VENSTERBANK

Dejan Anastasijevic kent Ratko Mladic goed. Anastasijevic is de vaste columnist van het politieke weekblad Vreme en werkt ook voor buitenlandse publicaties als Time Magazine. Hij is oorlogscorrespondent geweest in Kroatië, Bosnië en Kosovo. Later ging hij ook over de georganiseerde misdaad schrijven, en de afgelopen jaren maakte hij naam als politiek analist. Hij was getuige op het proces tegen Slobodan Milosevic in Den Haag. In 2007 ontsnapten hij en zijn vrouw aan een aanslag – er lagen granaten op de vensterbank, zegt hij. In 2009 en 2010 woonde hij in Brussel, waar hij als ‘bedreigde schrijver’ werd opgevangen door het literatuurhuis Passa Porta. Inmiddels woont hij weer in Belgrado. ‘Ik heb de dagboeken van Mladic gelezen,’ zegt Anastasijevic. ‘Ze geven het beeld van een beroepsmilitair in het leger van communistisch Joegoslavië, een competent soldaat en een ambitieuze carrièreman, die begin jaren negentig ziet hoe zijn land uit elkaar valt.’

In 1992 kwam Mladic aan het hoofd van het nieuw opgerichte BosnischServische leger. Dat speelde een hoofdrol in de wreedaardige Bosnische oorlog (1992 1995), die was uitgebarsten nadat Bosnische moslims en Kroaten uit het federale Joegoslavië wilden stappen en de Serviërs zich daartegen verzetten. Het leger van Mladic maakte zich, samen met Servische paramilitaire groepen als de Tijgers van de crimineel Zeljko ‘Arkan’ Razjnatovic, schuldig aan grove schendingen van de mensenrechten. Mladic was onder meer verantwoordelijk voor de langdurige en gruwelijke belegering van Sarajevo en voor de slachting in 1995 in Srebrenica, de grootste massamoord in Europa sinds de Tweede Wereldoorlog, waarin meer dan 8.000 Bosnische moslimmannen en jongens werden afgemaakt.

ANASTASIJEVIC «Mladic was een technicus en een uitvoerder. De mannen met grote plannen, politici zoals Slobodan Milosevic en Radovan Karadzic, de vroegere president van de Republika Srpska (het Servische deel van Bosnië, red.), die leerde hij pas kennen toen hij het bevel kreeg over het Bosnisch-Servische leger. Hij besefte al snel dat die politici allemaal klootzakken waren. Hij wist dat Karadzic een crimineel en een dief was. Karadzic had contacten met de georganiseerde misdaad, die er de drugshandel controleerde en zakenmannen afperste. Toen Karadzic uit Bosnië verdween, haalde hij 30 miljoen Duitse marken van een bankrekening in Banja Luka. Mladic daarentegen is niet rijk. Hij heeft het nooit voor het geld gedaan. Wat hem uiteraard geen beter man maakt, hè.

»De politici hadden Mladic een missie gegeven: het creëren van een Groot-Servië en het veroveren van Bosnië. Karadzic en co. wilden een scheiding van de etnische groepen in Bosnië: Serviërs, Kroaten, moslims. ‘Ik heb geen zeef waarmee ik die mensen uit mekaar kan halen,’ zei Mladic. ‘Wat jullie vragen, kan alleen door genocide.’ Ja, zeiden Karadzic en de zijnen. Mladic was een loyale militair: hij deed wat hij moest doen. Milosevic was razend toen hij hoorde wat er in Srebrenica was gebeurd, maar die woede was aan Mladic niet besteed. Zijn houding was: ‘Jullie hoeven hier niet verbaasd over te doen. Jullie hebben hierom gevraagd, ik heb het jullie gegeven.’

»Langzaam ontwikkelde Mladic wel een acute vorm van egomanie. Hij begon zichzelf te zien als de man die het voor het zeggen had. Op het einde speelde hij zelfs voor god. Hij was een zeer cynisch man: hij gaf kinderen chocolade terwijl hij bezig was hun vaders te vermoorden. Maar ik geloof niet dat ooit zijn mentale stabiliteit heeft verloren. Er wordt beweerd dat hij is dolgedraaid nadat zijn dochter in 1994 zelfmoord had gepleegd, maar ik geloof dat niet. Daar zijn ook geen aanwijzingen voor in zijn dagboeken. Ik denk niet dat die mensen in Srebrenica nu nog zouden leven als de dochter van Mladic niet was gestorven.»

OUD NIEUWS

Nadat in 1996 een internationaal arrestatiebevel tegen hem was uitgevaardigd, bleef Mladic nog een tijdlang in Bosnië, in het hoofdkwartier van het Bosnisch-Servische leger in Crna Rijeka. Daar leefde hij in een ondergronds complex, omringd door een speciaal gevormde eenheid van 130 soldaten die hem moest beschermen tegen arrestatie. ‘En niemand viel hem daar lastig,’ zegt Dejan Anastasijevic.

ANASTASIJEVIC «Iedereen lijkt vergeten dat Mladic het militaire deel heeft uitgevoerd van de Dayton-akkoorden, die in 1995 een einde maakten aan de oorlog in Bosnië. Daarbij werkte hij nauw samen met mensen die hem eigenlijk moesten opsporen en arresteren. Maar de Amerikanen vonden het toen niet opportuun om hem op te pakken – net zoals ze het toen niet opportuun vonden om Milosevic te arresteren. Die twee kwamen hen toen nog goed van pas.

»In 1997 ging Mladic met pensioen als bevelhebber van het BosnischServische leger, maar hij bleef wel op de loonlijst van het exJoegoslavische/Servische leger. Op 17 maart 1997 verhuisde hij naar Servië. Veertig van zijn lijfwachten gingen mee. Zeker tot 2003 werd hij openlijk beschermd en gefinancierd door het Servische leger en door de Servische militaire veiligheid.»

Mladic leefde in militaire complexen in Topcider en Banjica, wijken in Belgrado. Die plekken wisselde hij af met militaire barakken, vakantieverblijven en zomerhuizen op het platteland ten zuiden van de stad, in dorpen als Rajac en Stragari. Het ontbrak hem aan niets. Er zijn video’s gemaakt waarop hij zich ontspant met een partijtje tafeltennis of met zijn vrouw een wandeling in de tuin maakt. En in 1999, toen de Navo Servië begon te bombarderen en vooral militaire doelwitten uitkoos, ging Mladic doodgewoon terug naar zijn eigen huis, aan de Ulica Blagoja Patrovica 119 in de wijk Banov Brdo. Hij gooide alle discretie uit het raam: hij vulde zijn dagen met diners in de betere restaurants van de hoofdstad, hij ging naar het voet- bal kijken en aanvaardde uitnodigingen voor feestjes en recepties.

Aan dat openbare leven kwam een einde toen in 2000 president Milosevic aan de kant werd geschoven: een jaar later zou die door de nieuwe, hervormingsgeinde president Zoran Djindjic aan Den Haag worden uitgele-verd. Voor de eerste keer moest Mladic onderduiken. Het acute gevaar luwde enigszins toen in 2003 Djindjic werd vermoord en de macht in handen kwam van Vojislav Kostunica, een man die het Haagse tribunaal als een samenzwering tegen Servië beschouwde. Toch kregen zijn sympathisanten het steeds moeilijker om Mladic openlijk de hand boven het hoofd te houden, en hij werd verhuisd naar de ietwat onpersoonlijke, witte woonwijken van Nieuw Belgrado. Hij werd er ondergebracht in appartementen die nog ten tijde van Tito voor de militairen waren gebouwd, en die werden gehuurd door zijn vrienden en medestanders uit het militaire apparaat. In 2006 werd het opnieuw spannend voor Mladic. De Servische autoriteiten wisten waar hij zat en de buitenlandse druk om hem uit te leveren was zeer groot, maar de hele zaak werd opgeblazen door Rade Bulatovic, een geheimagent en medestander van Kostunica: die liet met veel kabaal Stanko Ristic arresteren, een ex-militair die deel uitmaakte van het geheime netwerk rond Mladic en onder meer appartementen voor hem huurde.

ANASTASIJEVIC «Door die arrestatie was Mladic gewaarschuwd. Hij verdween weer in het niets. Natuurlijk heeft Rade Bulatovic dat met opzet gedaan.»

In 2008 werd Rade Bulatovic vervangen aan het hoofd van de veiligheids- en inlichtingendienst. Nu had Mladic alleen nog vrienden en familie over, en een netwerk van radicale nationalisten, geheimagenten en geestelijken van de Servischorthodoxe kerk.

ANASTASIJEVIC «Zij zijn Mladic blijven helpen tot het laatste moment en doen dat nu nog altijd. Ze gaven hem ook financiële steun. Daar moet je je niet echt veel bij voorstellen. Ongetwijfeld kreeg Mladic geld van sympathisanten, gewone mensen die een paar euro voor hem opzij legden. Toen men een paar weken voor zijn arrestatie zijn familiehuis binnenviel, vond men daar 15.000 euro.»

HUMO Waarom is Mladic uiteindelijk toch nog gearresteerd? De huidige president Boris Tadic is al jaren aan de macht en heeft nooit de indruk gegeven een oplossing te willen zoeken voor de affaire-Mladic.

ANASTASIJEVIC «Ik geloof niet dat de huidige regering in de slag zat met Mladic, maar ze hebben ook nooit veel moeite gedaan om hem te vinden, ook al wisten ze goed waar ze moesten zoeken. Tadic en co. zijn lafaards die bang waren van de electorale backlash die de arrestatie van Mladic zou veroorzaken. Ze hoopten eigenlijk dat hij zou sterven en dat het hele probleem vanzelf zou weggaan. Maar toen liet Serge Brammertz, de Belgische openbare aanklager van het Joegoslaviëtribunaal, zijn rapport over Servië uitlekken, en dat rapport was negatief. Tadic en co. snapten dat ze hun toegangskaartje tot kaartje wel konden vergeten als ze Mladic niet uitleverden. En dus gingen ze alsnog kijken onder de stenen waaronder ze wisten dat ze moesten kijken, maar nog nooit hadden gekeken.»

HUMO Komt die electorale backlash er?

ANASTASIJEVIC «De volgende verkiezingen zullen niet over hem gaan, maar over sociale en economische problemen. In Belgrado is Mladic oud nieuws. Hoeveel mensen heeft men op straat gekregen om te protesteren tegen zijn arrestatie en uitlevering? Geen tienduizend man. Als ik als stand up-humorist op het Plein van de Re-publiek zou optreden, trek ik meer volk.»

Mladic Beeld Gamma-Rapho via Getty Images
MladicBeeld Gamma-Rapho via Getty Images

DE VRIENDIN VAN MLADIC

‘Het is niet makkelijk om in contact te komen met de mensen die Mladic hielpen,’ had Dejan Anastasijevic nog gezegd. ‘De familie praat niet met journalisten, de militairen nog veel minder. Zo kan iedereen vrijuit gaan.’ Die avond bekijken we op het internet een spraakmakend debat over Mladic, dat vier dagen eerder is uitgezonden op het Servische tv-station B92.

Eén van de deelneemsters is Borka Pavicevic: publiciste, toneelschrijfster, columniste en directrice van het Centrum voor Culturele Ontsmetting in Belgrado, een organisatie waarmee ze sinds midden jaren 90 de Servische jeugd wil laten afkicken van het rabiate nationalisme dat de Servische maatschappij al twintig jaar verziekt. Pavicevic is een gepassioneerde vrouw, maar tegenover haar zat nog zo’n Passionaria: een al wat oudere dame met een streng, kleinburgerlijk uiterlijk.

Ljiljana Bulatovic – geen familie van Rade – is een Servische kruising tussen Sarah Palin en Filip Dewinter, en ze schroeide ze door het debat. Ze beweerde dat Bill Clinton tijdens de Bosnische oorlog 5.000 dode moslims zou hebben ‘besteld’, om een reden te hebben om Servië te bombarderen. Ze ver-telde met een glimlachje dat in Srebrenica hooguit een paar honderd slachtoffers zijn gevallen. En Ratko Mladic was haar absolute held. Hij had de Bosnische Serviërs verdedigd tegen ‘Osama bin Laden en al die buitenlandse moedjahedien’.

De volgende dag zitten we in café Love Coffee in het centrum van Belgrado, waar een wat vreemde man komt binnenwaaien. Hij heeft een baard en oren die bovenaan tegen de zijkanten van zijn hoofd plakken en onderaan wijd uiteenstaan, wat hem het uiterlijk van een Vulcan uit ‘Star Trek’ geeft. Hij is 36 jaar, woont bij zijn moeder en heeft een penetrante lijfgeur. Hij is een ambulante boekenverkoper en legt een exemplaar van zijn brede aanbod op het cafétafeltje: ‘Rapport aan de Commandant’, een in 2009 gepubliceerde ode aan Ratko Mladic van 484 pagina’s dik, inclusief 30 pagina’s kleurenfoto’s. In dat boek wordt Mladic voorgesteld als de absolute Servische superheld die wraak neemt op de ‘Turken’. Het boek kost 9 euro. De auteur: Ljiljana Bulatovic.

Ze is de officiële biograaf van Mladic, sinds het begin van de oorlog in Bosnië al. Ze heeft ondertussen een lange reeks boeken en artikelen over hem geproduceerd. ‘In het Servisch is ‘ik neuk je moeder’ één van de meest courante verwensingen,’ zegt Nedeljko. ‘Wel: ik denk dat mijn moeder de meest verwenste vrouw van Servië is. Hoe vaak heb ik die vloek al moeten horen als ik dit boek bovenhaal in cafés en restaurants!’ ‘Uiteraard,’ is het antwoord als we Nedeljko vragen of hij Ljiljana Bulatovic kent. ‘Ik ben haar officiële verkoper. Ratko Mladic zelf heb ik nooit ontmoet, nee, maar zijn familie al wel: bij Ljiljana thuis.’

BORKA PAVICEVIC «Natuurlijk kent Ljiljana Bulatovic de familie Mladic: ze maakt deel uit van het geheime netwerk rond de generaal. Je hoeft je maar één vraag te stellen: waar komt al dat geld vandaan waarmee ze al die boeken over Mladic uitgeeft? Ik weet hoeveel het kost om een boek te drukken. Met 5.000 euro veeg je dat niet uit. Denk je echt dat ze al die schrijfsels zelf financiert?»

HUMO Waar komt dat geld vandaan?

PAVICEVIC «Harde bewijzen heb ik niet, maar iedereen die Bulatovic kent, zegt hetzelfde: die vrouw werkt voor de Servische geheime dienst. Zij was het relaisstation tussen de geheime dienst en Ratko Mladic. Zij zorgde mee voor de logistiek en de financiering van zijn ondergrondse leven. En ze staat hem nog altijd bij. Ze beweerde zelfs dat zij één van de personen was die hij nog wilde zien voor hij aan Den Haag werd uitgeleverd.»

Als we Ljiljana Bulatovic later in levenden lijve ontmoeten, ontkent ze bij hoog en laag dat ze voor Mladic draait. Ze geeft wel toe dat ze hem meermaals heeft gezien, maar dat is lang geleden.

LILJANA BULATOVIC «De eerste keer dat ik de generaal mocht spreken, was nog tijdens de oorlog in Bosnië, in 1994. Daarna hebben we mekaar nog een keer of tien gezien. Ik heb hem leren kennen als een gevat, scherpzinnig en buitengewoon gedisciplineerd man die het beste met ons voorhad. Wij zijn goede vrienden geworden, met groot wederzijds respect, maar sinds 1998 heb ik helaas niets meer van hem vernomen. Ik had gehoopt dat hij naar Rusland was gevlucht en daar veilig zou zitten. Nu blijkt dat hij al die tijd heel dichtbij was.»

Zelfs de Servische autoriteiten geloven haar niet wanneer ze zegt dat ze niets meer met Mladic heeft te maken: in 2009 viel de politie bij haar binnen en werd ze opgepakt. Dat vertelt Ilija Medic, een gepensioneerd dokter en de tweede echtgenoot van Bulatovic.

ILIJA MEDIC «Twintig zwaargewapende leden van een speciale politiedienst vielen ons appartement in Belgrado binnen. En buiten zaten nog eens zeven snipers op het dak van de buurman. Politiek en justitie waren ervan overtuigd dat Mladic bij ons ondergedoken zat. Dat was niet het geval. Ze hielden ook vol dat ik de dokter van Mladic was, en dat ik hem hielp om te vluchten voor het gerecht. Al mijn medisch materiaal werd in beslag genomen, net als 150 kilo documentatie van Ljiljana. Ze werd ook hardhandig ondervraagd: ‘Waar is Mladic? Jij weet het. En waarom ga jij zo vaak naar Rusland?’ Uiteindelijk hebben ze haar moeten laten gaan.»

HUMO Bént u de dokter van Mladic?

MEDIC «Daar kan ik uiteraard niet op antwoorden. Beroepsgeheim, ziet u.»

PURPEREN HELIKOPTER

En dan nodigt Ljiljana Bulatovic ons uit. ‘Ik ga morgen naar de inwijding van een splinternieuwe Servisch-orthodoxe kerk in de Republika Srpska, vlak bij Srebrenica. Jullie zijn welkom.’

De grens tussen Servië en de Republika Srpska is mooi. Het rivierwater van de Drina glinstert melkgroen tussen glooiende heuvels en imposante bergen vol ongerepte bossen. Maar als we Srebrenica naderen, wordt alles anders. Hier is het kaal en grauw onder een grijze lucht. De dorpen staan vol uitgebrande en ingestorte huizen. Tegenover de grote, vervallen accufabriek in Potocari steken duizenden witte zuiltjes uit het groene gras omhoog: de islamitische grafstenen waaronder de genocideslachtoffers zijn herbegraven.

In het dorp Jezero, hoog in de heuvels voorbij Srebrenica, verrijst de nieuwe, vers geschilderde kerk in een bocht langs de weg. Honderden mensen verdringen zich rond het bouwwerk. Er staan tenten en voedselstandjes. Het is zondag, en de mensen drinken bier en eten gebakken vlees. Dejan Anastasijevic had ons gezegd dat niemand in Servië nog wakker ligt van Ratko Mladic: dat is misschien zo in de hoofdstad, maar op het platteland is dat anders.

Ratko Mladic in het VN-tribunaal in Den Haag gisteren. Beeld ANP
Ratko Mladic in het VN-tribunaal in Den Haag gisteren.Beeld ANP

Zeker in de Republika Srpska is Mladic God. En hier kun je zelfs een heel klein beetje begrijpen waarom Mladic wordt vereerd als een nationale held die het voor de Bosnische Serviërs heeft opgenomen. Want hier hebben de Bosnische moslims ook vreselijk huisgehouden onder de Serviërs. En Mladic en zijn leger maakten daar volgens deze mensen een eind aan. Een man die zichzelf Bijeli noemt, de Witte, staat in een tent een fles Lav te drinken. Hij heeft twee jaar met Mladic gevochten en zat daarna twee jaar bij de beveiligingsdienst die de eveneens door Den Haag gezochte Radovan Karadzic voor arrestatie moest behoeden.

BIJELI «U mag niet vergeten dat wij al heel veel doden hadden moeten begraven toen generaal Mladic hier arriveerde met zijn troepen. We hadden hier te maken met aanvallen van moslims, met name die onder het bevel van Naser Oric. Zijn mannen trokken moordend en plunderend door onze dorpen, bij voorkeur op kerkelijke feestdagen, als alle families samen rond de tafel zaten. Ik heb thuis foto’s die ik nog nooit aan iemand heb laten zien. Foto’s van lijken, de lijken van mijn eigen familieleden. De meeste Serviërs waren onthoofd of op een andere manier toegetakeld, de geslachtsorganen waren gemutileerd en lichamen waren ontdaan van ingewanden. Ik heb dode jonge meisjes gezien, verkracht en met afgesneden borsten. Ik heb oude vrouwen gezien, eveneens verkracht en vermoord. En die beesten hadden hun borsten langs de zijkant opengesneden en de handen van die oma’s in de openingen gestoken, zoals je je handen in een jaszak steekt. Mladic was onze redder in nood. Iedereen die hier nog was en kon vechten, is met hem meegegaan. Dus vertelt u in België maar dat wij achter onze generaal blijven staan. Wij hebben ons leven aan hem te danken.»

We weten niet wie Bijeli is, of wat hij zelf heeft gedaan in de oorlog. Vertelt hij wel de waarheid? Hoe dan ook heeft elke Serviër hier een soortgelijk verhaal. Ljiljana Bulatovic en haar man komen de tent ingelopen. Bijeli schudt haar respectvol de hand. Iedereen hier kent haar. Ljiljana wordt gekust en bejubeld. Ze is een ster. De mensen zijn haar dankbaar voor haar strijd om de erkenning van hun generaal. In Servië zelf willen steeds minder mensen naar haar luisteren, maar hier, in dit godverlaten gebied met zijn pijnlijke verleden en getraumatiseerde bevolking, zonder werk, zonder geld, zonder enig vooruitzicht op verbetering, vinden haar woorden nog weerklank. Niet dat ze de Bosnische Serviërs echt wil helpen. Haar doel is even onrustwekkend als onrealistisch: een Groot-Servië, dat alle volksgenoten in één land moet verenigen, een etnisch zui-ere staat waar geen plaats is voor andere bevolkingsgroepen.

De bouw en de inwijding van de Kerk van de Heilige Drie-eenheid past in dat plaatje. Anders kun je niet begrijpen waarom uitgerekend in Jezero, een gehucht dat voor 90% door Bosnische moslims wordt bewoond, zo’n dure kerk wordt opgetrokken. Het gebedshuis is bovendien gebouwd op het land van een in de oorlog vermoorde moslim, dat na de oorlog in handen van de kerk is gekomen. ‘Het klopt,’ zegt priester Mitar Krsmanovic. ‘Er wonen niet veel Serviërs meer in Jezero. Als het er nog twintig zijn, zullen het er veel zijn. Alle andere Serviërs hebben de Republika Srpska verlaten en wonen nu op de andere oever van de Drina, in Servië zelf. Nu wonen hier vooral moslims, maar met deze kerk willen wij de oorspronkelijke bewoners teruglokken. Ik hoop dat het lukt. Kijk maar naar buiten, daar staan honderden mensen. Onze kerk zal de Serviërs weer bij elkaar brengen.’

‘Straks komt de vladika,’ zegt dokter Medic, Ljiljana’s echtgenoot. ‘Dat is de orthodoxe bisschop van Zvornik en Tuzla, Vasilije Kacavenda, die de kerk zal inwijden. Wij weten wat de bisschop denkt over generaal Ratko Mladic. De bisschop is één van ons.’ Om vier uur ’s middags komt een purperen helikopter aangevlogen. Hij cirkelt een paar keer boven ons hoofd rond de kerk, alsof het een deel van het inwijdingsritueel is, en landt dan in een drassige bouwput. De bisschop is aangekomen. Schetterende Balkantrompetten aan de ingang van de kerk luidden het feest in. Een bisschop die zich verplaatst per helikopter?

Het past bij het imago dat Kacavenda sinds het begin van de Bosnische oorlog heeft opgebouwd. Door uitgebreid te profiteren van de oorlogseconomie in het brandende Bosnië is de prelaat onmetelijk rijk geworden. In de stad Bijeljina liet hij een enorme residentie bouwen, die spottend het Servische Versailles wordt genoemd. Daar ont-vangt hij eerbiedwaardige gasten als de Russische patriarch Kyril.

Een paar jaar geleden werd zijn residentie nog grondig doorzocht door een politionele missie van de EU: vermoed werd dat Radovan Karadzic er zich schuilhield. Terwijl de vladika met honderden enthousiaste Serviërs drie langzame rondjes rond de kerk loopt, zitten twee Bosnische moslims voor hun heropgebouwde huis, dat er pal naast staat. Ze drinken Servische cognac uit kleine flesjes.

Terwijl hij de kerkelijke meute aanschouwt, schudt Amir met een zure glimlach het hoofd. ‘We zullen wel zien wat er hier weer van gaat komen. Zolang ze dat ding gebruiken waar het voor bedoeld is – om te bidden en om hun zonden op te biechten – vind ik het prima. Maar wat ik gisteravond zag, belooft niet veel goeds: in een blauwe tent stond één of ander boer kattenvals Servische schlagers in een microfoon te zingen, terwijl zijn publiek steeds luidruchtiger en zatter werd. Ik heb niet echt veel hoop dat die Servische kerk ons zal redden.»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234