Ten Bel Beeld HUMO
Ten BelBeeld HUMO

zomerverhalenten bel

Opkomst en ondergang van Ten Bel, het Belgische vakantiepark op Tenerife (deel 2)

(Verschenen in Humo op 1 augustus 2011)

In zijn wereldwijde bestseller ‘Collapse: How Societies Choose to Fail or Succeed’ onderscheidt de Amerikaanse bioloog en aardrijkskundige Jared Diamond verschillende soorten rampspoed aan dewelke beschavingen ten onder kunnen gaan: een verkeerde omgang met het milieu, in de eerste plaats, of een achteruitkachelend klimaat, maar ook verkeerde economische en politieke beslissingen of slechte betrekkingen met naburige volkeren en handelspartners kunnen nefast blijken voor hun voortbestaan.

Ten Bel, zo kan men met recht en reden stellen, scoorde slecht op élk van de risicofactoren*. Maar de grootste bedreiging van allemaal kwam van binnenuit.

Drieëndertig jaar. Zo lang is het alweer geleden dat Anny Wille en haar partner Jean voor het eerst voet op Tinerfeñische bodem zetten, voor een tiendaagse vakantie in een verkaveling op de rand van Ten Bel. Anny: ‘Jean had altijd last van hevige reumatiek, maar na een paar dagen in Tenerife verdween de pijn volledig.’ En dus bleven ze er terugkomen, jaar na jaar, tot ze zich definitief settelden. Anny is een bevoorrechte getuige van de minder fraaie episodes van de Ten Bel-geschiedenis. Ze schenkt twee glazen cava en knikt instemmend als ik haar vertel wat ik gezien heb op de Plaza Jhon Huygen, ooit het kloppende hart van Ten Bel, nu een haveloos plein waar zelfs het plaveisel is aangevreten door betonrot.

Anny Wille «Vroeger was het plaza groen en weelderig: elke dag waren er hoveniers aan het werk. Den Bel was magnifiek, heel anders dan nu: het brúíste dat het een naam had. Als we uitgingen, waren we altijd in ’t lang gekleed. Tegenwoordig vieren de mensen zelfs nieuwjaar op hun slippers. (Schokschouderend) Dat heeft zeker te maken met die nieuwe hotels en hun all-informule. Destijds kwam hier de betere klasse, nu trekken we volk dat wil uitgaan in Playa de las Américas. Stiepelzat worden: dat is het enige wat hen interesseert.»

Dat geldt uiteraard niet voor de Vlamingen die voor één of twee weken hun intrek nemen in de huurappartementen van Anny: ‘De ouders van Sam Gooris komen hier elk jaar, in augustus, twee weken op vakantie,’ zegt ze trots. De interieurs lonken naar het thuisland: postuurkes, kadertjes tegen de muur, haakwerk en blauwwit kristal op de commode, ‘Het beste boek’ in de kast. Men zou zich in Wortegem-Petegem of Baasrode wanen. Anny: ‘Spaanse interieurs zijn donker en karig. Ik heb het meer voor... warm.’ Ze neemt een teug van haar glas, leunt achterover, en tuurt met dichtgeknepen ogen naar Las galettas, aan de overkant van de baai.

Anny «Wist jij, Tom, dat ten Bel een beschermd landschapsmonument is? Als je van daar naar hier kijkt, zie je Ten Bel als een boot uit de zee rijzen, met verschillende verdiepingen. Sinds het beschermd is, mag je geen verbouwingen meer doen die het uitzicht doen veranderen. Die van Bellavista hebben hun domein nog net op tijd kunnen omheinen; wij waren te laat om een balustrade te zetten.»

Met ‘wij’ bedoelt anny de bewoners van Residentie Maravilla, het vakantiepark dat Michel Huygen midden jaren 70 toevoegde aan het immer uitwaaierende ten Bel. ’t Is op deze plek dat volgens velen het einde van ten Bel werd ingeluid, zelfs lang voor de Maravilla voltooid was.

Néé, mijnheer Mobutu

We spoelen terug naar 1975. Spanje wordt – opgezadeld met een armlastige economie, na ruim dertig jaar dictatuur – getroffen door een loeiharde inflatiecrisis: de prijzen schieten razendsnel omhoog. Het komt Michel Huygen, die kort tevoren was begonnen met de bouw van de Maravilla, ongelegen. Weet ook zijn zoon Jan Huygen.

Jan Huygen «Alles werd duurder: bouwmaterialen, brandstof... In één jaar steeg de totale bouwkost met 75 procent. Maar de appartementen waren in ’73 op plan verkocht tegen een vaste prijs. Vóór de crisis dus, en de inkomsten waren navenant. Daardoor kregen we cashflowproblemen, en moest de bouw verschillende keren worden stilgelegd.»

Jan «Ik begrijp dat, maar het was een duidelijk geval van overmacht: we hadden geen geld.»

In Spanje breken woelige jaren aan: na de dood van Franco in ’75 klauteren de vakbonden – verlost van het corporatistische juk – uit de illegaliteit, en zetten een inhaalbeweging in. Francis Laukens, gerant van de verschillende Fabiolarestaurants, herinnert zich levendig de hete jaren ’75-’78.

Francis Laukens «De communisten stookten de boel op, om de haverklap legden arbeiders het werk neer. Eén keer hadden ze weer alles platgelegd. Overal, behalve in de Fabiola: ik had een paar mannen zover gekregen dat ze toch kwamen werken. Vijf dagen lang zat mijn restaurant barstensvol – ah ja: alle toeristen van Ten Bel kwamen bij mij eten omdat de restaurants daar gesloten waren. Ik heb in die vijf dagen een auto verdiend, maar voor Ten Bel was het een ramp.»

Dat beaamt Maggy Van Dam, de flamboyante Antwerpse die destijds aan de zijde van Michel Huygen de plak zwaaide over Ten Bel: ‘En dan legden onze bouwvakkers het werk nog ’s neer: ‘Die van El Chaparal verdienen 40 procent meer dan wij!’’

Jan «Ik denk dat ze uiteindelijk 25 procent meer hebben gekregen, van de ene dag op de andere.»

Maggy Van Dam «Nee: 15 procent. Ik ben de dag nadien om half zeven naar de werf gereden, en heb ze mijn first and final offer gedaan: ‘Jullie kunnen 15 procent krijgen, en als dat jullie niet aanstaat, mogen jullie nu vertrekken naar El Chaparal.’ Twee zijn er weggegaan, de rest is gebleven.»

A propos, dat Maggy en niet Michel Huygen zélf met de stakers onderhandelde, kwam zo: ‘Hij zat die tijd veel in Congo.’

Maggy «Voor een nieuw project: hij wilde aan de oevers van het Kivu-meer een nieuw resort beginnen. Maar daar heb ik een stokje voor gestoken. Pas op, het is daar (maakt ringetje) prachtig, maar het lag in het midden van de brousse, hè. Eén keer zat ik mee met Mobutu aan de onderhandelingstafel: ‘Général, mag ik ook ’s iets zeggen?’ Het was blijkbaar not done dat vrouwen daar hun mond opendeden, maar ik dacht: ‘Mé hiel Antwaarpe...En ik zei: ‘Général, uw wegen liggen er te slecht bij, en er is ook al geen luchthaven.’»

null Beeld

Trouble in paradise

In Tenerife raken de gemoederen vérder verhit: investeerders morren omdat de oplevering van de Maravilla nog altijd op zich laat wachten. En ook bij andere eigenaars, zelfs die van het eerste uur, weerklinkt het gemor steeds luider. Opvallend: als we deze moeilijke episode aansnijden, valt het ratelen der stemmen stil, worden de blikken achterdochtiger en de vertellingen vager. ‘Ja, er is misschien een probleem geweest,’ zucht Jan Huygen.

Jan «sommige mensen zagen hun appartement of studio als hún eigendom, in een gewone verkaveling.»

HUMO Was het dat dan niet?

Jan «Ja, maar wel als onderdeel van de organisatie. ten Bel werd strikt en centraal bestuurd, met strenge regels voor de inrichting en het onderhoud van de gemeenschappelijke delen. Eén voorbeeld: je mocht je eigendom niet in eender welke kleur schilderen. Voor je het weet schildert de ene zijn bungalow paars, kiest zijn buur voor oranje en nog iemand anders voor groen. Die kakofonie wilden we voorkomen, en dat stak mensen tegen, ook al was ’t toen nog mooi en onderhouden. Daarbovenop vonden sommige eigenaars ineens dat ze te weinig rendement kregen.»

Dat rendement loopt – volgens krantenberichten uit de tijd – terug van 10 tot 3 procent. De inflatie doet de inkomsten dalen en het onderhoud van de parken wordt alsmaar duurder.

Jan «We hadden vijfentwintig mensen in dienst voor de hof, en vijfentwintig voor de technische dienst. Dat kost handenvol geld.»

Maggy «Ik had al vaak tegen Michel gezegd: ‘Je moet die kosten doorfactureren.’ Hij kon toch niet op zijn eentje voor het onderhoud blijven opdraaien? Hij vond dat ik me niet moest moeien, maar na een tijd is hij er toch mee begonnen, ging hij 3,2 procent aanrekenen. Een redelijk bedrag, maar de eigenaars gingen op hun achterste poten staan.»

Jan «Ze vonden de kosten te hoog en weigerden nog te betalen.»

Karel Vissers, een voormalige verkoopdirecteur van ten Bel, omschreef het jaren geleden in een lokaal Nederlandstalig krantje op Tenerife als volgt: ‘Dat sale-and-lease-backsysteem was oncontroleerbaar. altijd geweten.’ Vissers is intussen naar België teruggekeerd, maar in Las galettas treffen we wel zijn opvolger Gilbert Roets, vandaag uitbater van een vastgoedkantoor. Bij een café cortado werpt hij licht op de rebellie van de eigenaars: ‘Van Michel Huygen kan je veel zeggen, maar niet dat hij een slechte betaler was. Hij was correct, ook met de eigenaars.’

Maggy «Ze hebben goed verdiend. Ze hadden nog altijd tussen de 6 en de 7 procent. Maar het was nooit genoeg.»

Gilbert Roets «Hoe gaat dat? als iemand een huis koopt, vindt hij altijd dat hij te veel betaalt; als hij verkoopt, vindt hij de prijs altijd te laag.»

Vanaf ’79 weigeren verschillende eigenaars om nog onkosten te betalen. De medestanders van Michel Huygen keren zich tegen hem.

Gilbert «Dat begint met eentje, die stookt dan een andere op, die nog een andere, enzovoort... Op den duur waren ze met velen en hebben ze zich verenigd.»

Jan «Er zijn discussies geweest, story’s met de mensen die niet wilden betalen. En uiteindelijk: een rechtszaak.»

Daarvoor moeten we een sprongetje naar 1983 maken: de aDIPa, associacion para Defensa de Intereses de Proprietarios de appartamentos, dient bij het spaanse gerecht een klacht in tegen Huygen. Ook in België wordt de zaak aanhangig gemaakt. It’s on.

Maar één moord

Juli 2011. Tristesse troef in Damon Park, een pretpark aan de noordkant van wat ooit ten Bel was. Hier reed een minitreintje met joelende kinderen rond, in een gigantisch zwembad krioelden tientallen kleine bootjes, met één luttel muntstuk aan de praat gehouden. Voorts: vier tennisvelden en één minigolfterrein. Waar in vervlogen tijden leute ende vermaeck werd bedreven, tiert vandaag verval: het park ligt erbij alsof een reuzenhand het twintig meter in de lucht geheven heeft, om het met een luide smak weer te laten neervallen. De ruiten van de tennisclub zijn ingeslagen, het houten minigolfkantoortje is zwartgeblakerd, onkruid overwoekert de sporen van het kindertreintje. Een werkman van de gemeente prikt als een moderne sisyphus papiertjes van tussen de brokstukken en het vermolmde hout.

De ruïnes van La Calabaza en Damon Park: exemplarisch voor de aftakeling die ten Bel in de tang heeft genomen.

In een uithoek van Damon Park ligt La Calabaza er evenzeer deplorabel bij. La Calabaza was het barbecuerestaurant van Residentie Eureka, José van supermercado José I en II zwaaide hier een tijdlang de plak als gerant. Nu blijft hij er het liefst zo ver mogelijk van weg: ‘Mijn hart bloedt als ik er passeer.’

Jan «Ik weet niet hoe het er nu bij ligt, maar ik vang wel ’s iets op, en ik kan me er dus iets bij voorstellen. (Zucht) De bulldozer erover: dat zou nog de beste oplossing zijn.

»Het deed mijn vader verschrikkelijk veel pijn om te zien hoe zijn levenswerk afbrokkelde, wegrotte. Het is de Far West geworden. De wegen, de tuinen, de gebouwen: natuurlijk verloedert dat als je dat niet onderhoudt. Maar ze wilden niet luisteren, en al helemaal niet betalen.»

Gilbert «Michel Huygen was een ondernemer met een visie, maar hij had één défaut: hij wist niet goed hoe hij overweg moest met de gemeenschappen.»

Jan «De eigenaars gingen steeds vaker eigengereid te werk: ze voelden zich niet meer gebonden door het exploitatiecontract dat ze met ons hadden afgesloten, en ze verhuurden hun eigendom op eigen houtje, of verkochten het zelfs door.»

Die eigenaars vinden dat Ten Bel geen monopolie heeft op de verhuur, en pikken niet dat het exploitatiecontract stilzwijgend verlengd wordt – wat volgens de Huygens geheel naar de letter van de spaanse wet is. Bovendien loopt ten Bel achter met de uitbetaling van de huuropbrengsten. De spanningen lopen op. Een krantenknipsel uit de tijd maakt melding van opstootjes en vechtpartijen, wanneer Ten Bel dissidenten de toegang tot hun eigendom verspert. Ze moeten als dieven in de nacht inbreken in hun eigen woningen, boren de sloten uit en installeren er nieuwe. Later trekt Michel Huygen een omheining op, en stuurt een bewakingsfirma op patrouille om de rebellerende eigenaars buiten te houden. In de Vlaamse pers bijt hij van zich af: ‘De omheining, overigens van Belgische herkomst, zoals alle andere uitrustingsstukken en zelfs een deel van de bevoorrading in ten Bel, moest voorkomen dat er inbraken werden gepleegd.’

Jan «We kregen meer en meer af te rekenen met gediefte: jonge gastjes uit santa Cruz die kwamen inbreken en stelen.»

HUMO Waarom konden jullie niet gewoon de politie optrommelen?

Jan «Die kwamen alleen als er iets ergs gebeurde. Zoals een overlijden. We hebben verschillende overlijdens gehad, ja, maar wat wil je, in een dorp van vijfduizend mensen met een gemiddelde leeftijd van vijfenzeventig?

»We hebben zelfs een moord gehad, in de put (een gat in de grond van enkele tientallen vierkante meters waar zich cafés, winkels en restaurants bevinden, red.). Maar dat had niks met ten Bel te maken: een Spanjaard en een Brit waren op de vuist gegaan – ze hadden te veel gezopen – en de ene is de andere te lijf gegaan met een gebroken fles. Elke moord is er één te veel, maar puur statistisch valt dat toch mee?»

null Beeld

De bak in

Intussen ontrolt de gerechtelijke veldslag zich. talloze klachten worden bijeengesprokkeld: over een hypotheek die Ten Bel nam op de appartementen die ze eerder verkocht hadden en dus niet meer bezaten, over te schamele rendementen en te hoge kosten. Over verkoopsaktes die nooit verleden en contracten van twijfelachtig allooi en waardeloze aandelen. Ook de weinig transparante bedrijfsstructuur van Ten Bel, met vertakkingen naar Liechtenstein en Luxemburg, wordt aan de kaak gesteld, net als talloze ‘onregelmatigheden die deze maatschappij zich ongestraft mag permitteren’.

Jan (zucht) «Juridisch zat het misschien niet goed genoeg in mekaar. Er zaten gaten in de contracten, waar mensen van slechte wil konden induiken.»

In 1988 worden Michel Huygen, Jan Huygen en Karel Vissers doorverwezen naar de correctionele rechtbank. De beschuldiging: oplichterij en misbruik van vertrouwen. twee jaar later spreekt de rechter hen vrij over de hele lijn. Het openbaar ministerie had niet eens op een bestraffing aangedrongen.

De klagers gaan in beroep, terwijl de business van ten Bel verder achteruitboert.

Jan «De exploitatie was verlieslatend geworden, doordat de toeristen niet genoeg betaalden. We waren overgeleverd aan het dictaat van de touroperators, die almachtig waren geworden. En in de jaren 80 kregen we af te rekenen met nieuwe concurrenten: bestemmingen als Joegoslavië, Egypte en zelfs Thailand waren op den duur goedkoper dan wij.»

En dan, als een donderslag bij heldere hemel, veegt de beroepsrechter de vrijspraak van ’88 van tafel. Na een turbulent proces beveelt rechter Armand Vandeplas op 22 januari 1992 de aanhouding van de drie beschuldigden. Die gaan in cassatie, wat opschortend werkt, maar door een administratieve flater wordt Jan Huygen drie maand later – bij zijn terugkeer uit Tenerife – toch opgepakt, in de luchthaven van Zaventem. Hij vliegt anderhalve maand de cel in.

Jan (stilletjes) «Uiteindelijk, toen de juridische mallemolen tot stilstand was gekomen, hebben wij gelijk gekregen. Cassatie heeft het vonnis van de beroepsrechter verbroken.»

Op 14 januari 1997 viel het doek definitief. Cassatie had meewarig het hoofd geschud bij lezing van het beroepsvonnis, kort daarna klasseerde een rechter van het Brusselse hof van Beroep de zaak: verjaring. ‘Maar,’ voegde hij toe, ‘er was sowieso geen sprake van oplichterij of misbruik van vertrouwen. Niemand was belazerd, niets was verduisterd.’

Jan «Veel van die klagers zijn later veroordeeld om hun achterstallige kosten aan ons te betalen. Sommigen hebben dat gedaan, anderen niet. Nog anderen zijn ervandoor gegaan.

»Ik ben kort daarna vertrokken; ik wilde mijn leven niet verkloten. En trouwens, elke dag de gordijnen opendoen en de zon in je gezicht krijgen: dat gaat ook vervelen. Ik werd ook zot van de wind, en het geritsel van de palmbomen. Om nog te zwijgen van de toeristen die aan mijn voordeur aanbelden als hun wc-papier op was.»

Het liefst van al zou Jan Huygen voor altijd zwijgen over ten Bel. Het heeft hem pijn gedaan, de affaire heeft een bittere man achtergelaten. Zoals men me al verteld had: de cel heeft hem gekraakt.

Jan «In ’95 ben ik ziek geworden: lymfklierkanker, de ziekte van Hodgkin. Het gevolg van heel die affaire, daar ben ik zeker van. Ik ben erdoor gekomen, maar mijn gezondheid is voor altijd aangetast.

»In 1999, kort nadat hij afscheid van ten Bel had genomen, is mijn vader overleden aan de complicaties van een operatie aan de galblaas: hij zat met stenen. Achteraf zei de dokter dat hij er zeker twintig, dertig jaar mee had rondgelopen. Dat moet ongelooflijk veel pijn gedaan hebben. Zijn gezicht zag vaak asgrijs, maar hij heeft nooit één kik gegeven. Pas nadat hij gestopt was, is hij ziek geworden – decompressie, zeker? Hij had er vroeger mee moeten kappen, heeft verschillende kansen gehad om te zeggen: ‘De zaak is dood.’ Maar dat wilde hij niet. Hij kon niet aanzien dat zijn levenswerk de dieperik inging.»

Atlantis

Eén van de laatste beleidsdaden van Michel Huygen was de transfer van Marcel Vangeel, CEO van het Oostendse Thermae Palace, een buikige boy wonder van de toeristische sector. In juli ’98 zwaait de krant De Morgen Vangeel uit met een klein stukje, waarin hij blijk geeft van grootse plannen en gulle ambities.

null Beeld

Gilbert «Vangeel was binnengehaald als crisismanager. Een godsgeschenk: binnen de kortste keren leefde de boel hier op.»

Maggy «Die man barstte van de energie. Hij stond ’s morgens om halfacht voor mijn deur: ‘Meekomen, Maggy, ik heb een idee!’ En hij sleurde me mee in zijn auto.»

Mark Laukens, die Club Fabiola intussen heeft overgenomen van zijn vader Francis, denkt met weemoed terug aan de kortstondige opflakkering: ‘Hij was goed bezig, Vangeel. Je voelde dat er iets bougeerde.’

Helaas was de renaissance van Ten Bel voorbij voor ze goed en wel begonnen was.

Mark Laukens «Vangeel is doodgevallen. Een hartinfarct, in zijn eigen restaurant, de Maravilla, voor de ogen van honderden toeristen.»

Back to square one. Na de dood van Vangeel wordt de exploitatie van Ten Bel overgenomen door een Mallorcaanse hotelgroep. ‘Ze hebben de boel leeggemolken en zijn dan met de noorderzon vertrokken,’ zegt Maggy Van Dam. Het begin van het einde is ingeluid. De eigenaars, niet langer gehinderd door hun contracten met Ten Bel, verkopen hun appartementen en masse op de privémarkt; de verschillende complexen worden langzaam opgeslokt door de publieke ruimte; de zeggenschap verschuift naar het gemeentebestuur en los presidentes, de voorzitters van de bewonerscomités. Geen kwaaie evolutie, zou men durven denken als men door de hoger gelegen delen van Ten Bel struint: recent zijn bepaalde parken en wijken opgeknapt, straten opnieuw aangelegd. Residentie Bellavista, waar Maggy domicilie houdt, blaakt als vanouds in de zon. Weliswaar als gated community, achter een omheining, terwijl bewakingscamera’s een oogje in het zeil houden. Maggy: ‘Tegen de dealers. Die kwamen hier op hun bromfietsen hun drugs verstoppen.’

Maggy «’t Is hier proper, maar in mijn ogen bestaat Ten Bel niet meer. De gebouwen staan er nog, maar dat is alles: ze zijn allemaal in privéhanden, of ze worden door andere maatschappijen uitgebaat.»

Mark «Dat hebben wij gevoeld in onze portefeuille: er komen nog maar weinig toeristen. Overwinteraars, dat wel, maar die komen ’s avonds niet buiten.

»TV Vlaanderen heeft ook veel kapot gemaakt: bejaarden kijken ’s avonds liever naar ‘Familie’ op vtm dan dat ze in de Fabiola een pint komen drinken. Een paar jaar geleden hebben we het héél zwaar gehad. Toen brandde ’s nachts zelfs geen licht meer in de straten rond de put, omdat veel handelaars de kosten niet meer konden ophoesten. Die zwarte periode is gelukkig voorbij, maar Ten Bel wordt nooit nog Ten Bel. Het is een verhaal van gemiste kansen. In de jaren 80 was er bijvoorbeeld geld vrijgemaakt om een zandstrand aan te leggen, maar de groenen en de vissers waren ertegen. Los Christianos is met dat geld gaan lopen, en wij stonden weer in de kou.

»De gemeente heeft in 2008 en 2009 inderdaad heel wat geïnvesteerd, maar dat hadden ze vijftien jaar eerder moeten doen. En door de crisis zijn de werken weer helemaal stilgevallen: de plannen om de put, de toren en de Plaza Jhon Huygen op te knappen, blijven liggen.»

Het dient gezegd: de toren van Ten Bel, ooit pontificaal naar de staalblauwe lucht reikend, staat er maar triest bij. Vroeger kon je helemaal naar boven, en had je er een fenomenaal zicht op heel Ten Bel.

Mark «Maar dan is er ’s een kind naar beneden gevallen – dood – en is de toren gesloten voor het publiek. Zie je die klokken hangen, helemaal bovenaan? Vroeger speelden ze elk uur een melodie, geprogrammeerd door een beiaardier uit Antwerpen, een speciale tiep met een lange baard. Maar dat is ook al jaren gedaan.

»Er is een tijdje sprake van geweest dat een maatschappij uit Madrid hier een nieuw vijfsterrenhotel zou bouwen – ik heb horen zeggen dat er zelfs een ex-voorzitter van Real Madrid bij betrokken was. Maar er komt geen schot in de zaak. Wie wil er ook naar een vijfsterrenhotel komen in het midden van de rimboe?»

***

Anny Wille zit nog altijd op haar terras, twee hoog in de Maravilla: hier komt ze altijd zitten als ze zorgen heeft. En dan wacht ze tot de wind opsteekt, haar zorgen optilt en wegvoert naar de zee. Tot in Atlantis, wie weet? Had een vriend – iemand die meer van de natuur weet dan zijzelf – haar niet ooit verteld dat Atlantis ergens voor de kust van Tenerife verzonken ligt? Is er een beter bewijs dat dit een bijzondere plek is? En ze denkt terug aan het liedje dat ze een tijd geleden opnam: ‘Tenerife, tot wederziens / Tenerife, volgend jaar misschien / Van Santa Cruz tot aan Ten Bel en Las Galletas / Zoals het steeds was: mooi om te zien’.

* Wat betreft het klimaat: volgens Anny Wille is de natuur uit zijn lood geslagen, regent het in Tenerife meer dan vroeger en kan men in de winter vaker een gilet verdragen. Harde cijfers ontbreken.

Lees ook deel 1:Opkomst en ondergang van Ten Bel

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234