‘Er worden grapjes gemaakt over kettingneukers, en de vrouwen denken dat je ze onmiddellijk gaat bespringen. Terwijl het een verslaving is als een andere.’Beeld imbd

rijk en verslaafdonze vrouw in de verslavingskliniek

‘Parenclubs vonden we te saai, we gingen het doen op parkings langs de snelweg’

Ook onder verslaafden heerst een zekere pikorde. De alcoholicus voelt zich beter dan de cokesnuiver, want die gaat illegaal. De cokesnuiver vindt zijn eigen verslaving dan weer beter meevallen dan de gokker, want voor je het weet heeft die zijn huis en zijn auto vergokt. En de seksverslaafden? Daar doet iedereen een beetje lacherig over. Dat ontdek ik tijdens mijn week in de luxeverslavingskliniek SolutionS in het Nederlandse Voorthuizen, waar verslaafden uit alle disciplines samen afkicken. Ook de betweters: ‘In het begin heb ik wel eens geprobeerd om het programma te herschrijven.’

(Verschenen in Humo op 19 maart 2014)

‘Veertien meter en tachtig centimeter,’ zegt de man met de Jules Deelder-look. ‘Ik weet precies hoe lang de rekken met bier en wijn in de Albert Heijn zijn, want elke keer als ik erlangs moet, hoor ik de flessen roepen.’ De zeventiger in het zwarte pak en met de zwarte zonnebril heet Herman en behoort tot de gevorderden: hij dronk vier jaar geleden zijn laatste druppel alcohol en komt van-avond samen met enkele andere ex-verslaafden in de huiskamer van de verslavingskliniek SolutionS getuigen over ‘het leven na de kliniek’. ‘Eerlijk? Het eerste jaar weer nuchter was een hel,’ zegt Herman droog.

HERMAN «Het was zo raar om terug te komen in een wereld waarin iedereen drinkt en feest, terwijl je zelf niet meedoet. Ik was ook erg verbaasd hoeveel drank er op televisie op tafel komt, hoeveel bierreclames er zijn! Mijn wereld was ineens veel kleiner. Ik voelde me eenzamer toen ik uit de kliniek kwam dan toen ik er binnenging.

»Het is niet zo dat je jezelf ‘clean’ mag noemen als je hier na een paar weken buiten-wandelt. Je moet een jaar lang hard werken aan je herstel. Dat is soms zwaar, want je denkt: als ik stop met drinken, zijn al mijn problemen opgelost. Dan ontdek je dat dat niét zo is. Het leven is gewoon niet al-tijd rooskleurig. Je angsten zijn weg, maar het is niet één groot feest.»

Je kan een speld horen vallen in de huiskamer terwijl Herman zijn lastige leven als ex-ver-slaafde uit de doeken doet. De verwachtingsvolle stemming van het begin van de avond heeft plaatsgemaakt voor bedrukte, zelfs lichtjes ontstelde gezichten. Alleen de ouwe Marcus (alcohol) is weggedoezeld in één van de zetels, uitgeput na alweer een intense dag. ‘Ik vond het leven zo ver-schrikkelijk saai,’ vertelt Angelique Marmelstein (66), die zes jaar geleden is afgekickt van een drank- en werkverslaving, en de enige die onder eigen naam wil getuigen. ‘Omdat ik het taboe wil weghalen. Ik ben niet trots op mijn verleden, maar ik schaam me er ook niet meer voor.’

ANGELIQUE MARMELSTEIN «Sommige mensen verlaten de kliniek op een roze wolk, bijna euforisch. Niet ik. Ik was een onding, ontevreden en kwaad. Ik verveelde me te pletter. Ik ging naar de AA-meetings en ik vroeg me de hele tijd af: ‘Wat doe ik hier? Wat voor idioten zijn dit?’ Ik vond ook dat ik het programma moest herschrijven, want er klopte geen barst van. Dat heeft ongeveer zes maanden geduurd. Toen kwamen mijn hersenen uit de alcoholische marinade en begon ik de logica ervan te zien. Je moet andere hobby’s zoeken. Er komt een heleboel tijd vrij die je vroeger vulde met drinken. Je moet leren om je leven weer leuk te maken zonder drank. Je moet andere dingen vinden om je leven weer zin te geven.

»Dat is moeilijk, maar het kan. Ik ben nu zes jaar droog, na veertig jaar verslaving. Dat is het hoopvolle: zelfs na veertig jaar kan je toch nog zo herstellen dat je weer een normaal leven kan leiden. Met verdriet soms, maar ook met erg veel plezier.»

‘Het is niet voor iedereen een succesverhaal,’ zegt Wim (35), die drie jaar geleden in de SolutionSkliniek van Zuid-Afrika afkickte van een gok- en drugsverslaving.

WIM «Van de vijftien mensen met wie ik in Zuid-Afrika in de groep heb gezeten, zijn er al vier dood. Omdat ze hervielen en hun lichaam het begaf. Eén pleegde zelfmoord. Hij had weer gebruikt en iemand doodgereden. Ik heb zelf ook op de brug gestaan.

»Je beseft gewoon veel beter wat je allemaal hebt aangericht: je worstelt niet alleen met je eigen gebruik, maar ook met je schuldgevoelens. Ik vond het eerste jaar herstel erger dan mijn laatste jaar verslaving, omdat ik mezelf niet kon verdoven.

»We zijn nu drie jaar later: ik ga niet meer naar feestjes, niet meer naar casino’s, niet meer naar het voetbalstadion. Ik zoek die gelegenheden niet meer op, ik vind er niks meer aan. Ik heb in de ogen van sommigen een saai leven, maar ik heb wel rust gevonden in mijn hoofd. Wat was een mooi moment? Toen mijn zus me vroeg of ik op haar kinderen wilde passen. Toen heb ik gehuild.»

SEKSSELFIES

Alcohol richt ravages aan in het geheugen. Wanneer ik de volgende ochtend om half-acht bij de meditatie verschijn, zijn sommigen alweer vergeten wie ik ben. ‘Sorry, hoor, dat komt van al die gaten in mijn geheugen.’ Aan het ontbijt zit ik naast Karel, seksverslaafd. Hij gaat overmorgen naar huis. ‘Maar eerlijk gezegd weet ik niet of ik er wel klaar voor ben,’ zegt hij. Karel is vijfentwintig jaar getrouwd, met drie kinderen. Al van in zijn jeugd was hij heel seksgericht, maar een verslaving werd het pas toen hij tien jaar geleden begon vreemd te gaan met Jessica, die achteraf bekeken zelf met een serieuze seksverslaving kampte.

KAREL «Ik ontmoette haar op een feestje. We hebben de hele avond zitten praten. Op het eind gaf ze haar nummer. ‘Bel maar als je zin hebt.’ Geen twee dagen duurde dat.»

Wat ogenschijnlijk begon als een gewone buitenechtelijke affaire, groeide heel snel uit tot een obsessie, waarin ze samen steeds extremere kicks opzochten.

KAREL «We bezochten parenclubs, maar dat werd al gauw te saai, en toen gingen we het doen op de parkeerterreinen langs de autosnelweg. Eerst in mijn camionette, later in de bosjes achter de parking, waar we andere koppels ontmoet-ten. Jessica liet zich soms in de bosjes betasten door vijf mannen, en ik keek toe.»

Seks beheerste Karels leven.

KAREL «Seks én werk, mijn andere verslaving. Ik werkte me te pletter, maar tijdens de autoritten naar mijn klanten zat ik achter het stuur met Jessica te sms’en en hitsten we elkaar op met seksselfies. Ik had mijn dagelijkse dosis foto’s en filmpjes nodig, anders hield ik het niet uit. Ik had altijd drie of vier telefoons, voor het geval mijn vrouw er één onderschepte.

»Mijn vrouw is er verschillende keren achter gekomen. Elke keer beloofde ik dat ik er een punt zou achter zetten, maar Jessica en ik gingen gewoon door en ik werd steeds handiger in het liegen. We wonen in een klein dorp, waar iedereen wist wat er aan de hand was. De schande was groot. De kinderen schaamden zich rot met een vader als ik. Maar ik had me helemaal afgesloten van mijn gezin en leefde als een soort zombie, bezeten door de gedachte aan klaarkomen.»

HUMO Had je intussen ook nog seks met je vrouw?

KAREL «Elke vrijdagavond. Ik probeerde altijd manieren te vinden om het spannender te maken. Een collega liet me eens een filmpje zien waarop hij in volle actie te zien was met zijn vriendin. Dat wilde ik ook! Maar mijn vrouw mocht het zoemen van de camera niet horen. Dus installeerde ik een camera aan de buitenkant van ons slaapkamerraam, die boven onze gordijnen naar binnen filmde. ’s Maandags ging ik trots bij mijn collega langs: ‘Ik heb ook wat.’ – ‘Waarom wiebelt het beeld zo?’ – ‘Dat komt door de wind, ik kan de camera niet binnen zetten.’ – ‘Ik weet wel een manier om dat op te lossen.’ De vrijdag daarop installeerde ik dus niet alleen de camera, maar zette ik ook een trapladdertje klaar voor mijn collega...

»Ik ben allesbehalve trots op mijn gedrag. Eigenlijk kan ik er nauwelijks bij dat mijn vrouw me nog terugwil, na alles wat ik haar en de kinderen heb aangedaan. Het is wél mijn laatste kans. Dat hebben zij me heel duidelijk gemaakt.

»Ik heb nog één telefoon achtergehouden, die moet ik vernietigen als ik uit de kliniek kom. Mijn counselor was boos omdat ik ’m niet wilde vertellen waar hij lag. Maar ik wil er zelf bij zijn, want ik wil niet dat mijn vrouw al die foto’s en filmpjes bekijkt. Hij ligt onder de dakpannen van ons huis.»

Karel voelt zich als seksverslaafde een beetje bekeken. Zelfs in de kliniek hangt rond zijn probleem nog altijd een taboe.

KAREL «Er worden grapjes gemaakt over kettingneukers, en de vrouwen denken dat je ze onmiddellijk gaat bespringen. Terwijl het een verslaving is als een andere. Je probeert de leegte op te vullen. Ik had me net zo goed met alcohol kunnen laten vollopen. Maar het heeft tot vorige week geduurd eer ik dat zelf doorhad.»

Wrijvingen zijn onvermijdelijk tussen al die lotgenoten met hun verschillende manieën. De alcohol- en cannabisverslaafde vindt het onterecht dat hij op dezelfde strenge manier wordt behandeld als de cocaïnejunk. Die vindt zijn eigen verslaving dan weer beter meevallen dan die van de gokkers, want jezus, wat voor bedragen hebben die erdoor gejaagd! De oudere alcoholici kijken meewarig hoofdschuddend naar het jonge volkje dat al op hun twaalfde met comazuipen is begonnen. ‘In mijn tijd ging dat toch anders, ik begon pas te drinken rond mijn twintigste.’ Vanmorgen maakt Martine zich boos, een vrouw met een slaaptablettenverslaving die zo weggelopen lijkt van de filmset van ‘Gooische vrouwen’. Ze klaagt over ‘al die junks’ die haar slaap verstoren als ze na elf uur ’s avonds nog een laatste sigaretje gaan roken en de lichten automatisch laten aanfloepen. Eigenlijk vindt ze dat ze hier helemaal niet thuishoort, tussen al die gekke verslaafden. ‘Ik heb niet zo’n verslaving zoals die van jullie,’ zegt ze een beetje nuffig. ‘Ik heb alleen het ongeluk dat ik een slaapritmeprobleem heb.’ Joost (alcohol) bijt van zich af. ‘Als je maar niet denkt dat ik al om tien uur ga slapen omdat jij dan je slaappil krijgt.’ ‘Iedereen vindt zichzelf een uitzondering,’ zegt Eric, psycholoog en counselor.

ERIC «Dat is ook een kenmerk van verslaving: ze zijn alleen maar met zichzelf bezig en superegoïstisch. Hier moeten ze voor het eerst weer oog krij­gen voor anderen. We houden bijvoorbeeld de deuren voor el­kaar open. We geven iedereen ook kleine karweitjes, zoals de tafels afruimen, om hen met dat nieuwe gedrag te laten oe­fenen. Niemand krijgt speciale voorrechten, al wordt er gere­geld tegengesputterd: ‘Weet je wel wie ik ben?’»

Anderen wentelen zich in diepe poelen van zelfmedelij­den. Pillenverslaafde Maarten bijvoorbeeld, die er op geen enkele sessie in slaagt op tijd te komen. Als je hem vraagt: ‘Hey Maarten, hoe is het?’, zet hij een hondstreurig gezicht op: ‘De dokters hebben weer 10 milligram rilatine van mijn dagelijkse dosis gehaald.’ Zelfmedelijden wordt niet geduld in de kliniek. De coun­selors pakken zielenpoten altijd ongenadig aan, omdat het een vorm van manipulatie is. ‘Doe maar voorzichtig met mij, ik ben al zo’n teer plantje.’ ‘Het zijn kampioenen in ma­nipuleren,’ zegt Daan Deenik, psycholoog bij SolutionS.

DAAN DEENIK «Veel familiele­den hebben schuldgevoelens, en dat komt omdat verslaafden precies weten op welk knopje ze moeten drukken zodat de familie zich schuldig voelt. 27 procent van de verslaafden lokt bewust conflicten uit om te kunnen drinken, snuiven, gok­ken, eten... Alles liever dan toe­geven dat ze verslaafd zijn. Ze minimaliseren het. Ze leggen de schuld bij een ander. Ze krijgen buien van spijt en maken steeds nieuwe beloftes. ‘Ik ben een lo­ser.’ – ‘Welnee, joh.’ De familie wéét ergens wel dat ze voor de

»De familie houdt de verslaving vaak onbewust mee in stand, omdat ze blijven zorgen voor de verslaafde. We hadden in de praatgroep voor familieleden eens een moeder van een gokverslaafde jongen, die ten einde raad was. De groep zei: ‘Je moet stoppen met het betalen van zijn gokschulden.’ – ‘Dan pleegt hij zelfmoord,’ antwoordde de moeder. Maar uiteindelijk nam ze toch de beslissing. ‘Ik betaal je schulden niet meer,’ zei ze. ‘Dan gooi ik me voor de trein,’ antwoordde haar zoon. Ze bleef heel rustig en pakte het spoorboekje uit de kast: ‘Dan kan je maar beter weten wanneer de trein komt.’ Het gaat nog steeds goed met de jongen.»

Dr. Jekyll & Mr. Hyde

Van de ravage en het mateloze verdriet die verslaafden in hun omgeving veroorzaken, heb ik in het begin van de week al een glimp opgevangen tijdens een informatienamiddag voor de families van nieuwe cliënten. Vera’s man drinkt. Hoe lang al, weet ze niet precies. Twee weken geleden werd hij zo gewelddadig dat ze de politie moest bellen. ‘Gelukkig was mijn oudste zoon thuis. Die heeft hem op bed in bedwang kunnen houden.’ Ik zie mensen wier hele leven in een paar weken tijd ondersteboven is gehaald. ‘We wisten wel dat pa dronk, al 25 jaar. Maar niet dat het zo erg was.’ De vriendin van de gokverslaafde: ‘Ik voel-de me net een kinderoppas, ik moest hem voortdurend uit de gokhallen halen.’ Een moeder en een oma zit-ten hier voor hun drugsverslaafde zoon en kleinzoon. Oma is hard voor zichzelf: ‘Oma’s vergoelijken veel en zien het niet. Ik begreep niet waarom hij van zijn moeder geen nieuwe jas kreeg en ik stopte hem het geld toe. Waardoor ik ruzie kreeg met mijn dochter, want dat geld ging natuurlijk niet naar een nieuwe jas.’ 

DAAN DEENIK «Voor de familie is het heel frustrerend. Ze zien hun dierbare de helling afglijden, en wat ze ook zeggen, er wordt niet geluisterd. Integendeel, ze worden bedrogen en gemanipuleerd.

»Ze moeten wél voor ogen houden dat er een verschil is tussen de persoon zelf en zijn verslaving. Verslaafden drijven weg van hun gevoel en worden onverschillig, koud en kil. De permafrost, bevroren ondergrond, noemen we dat. Niks dringt nog door. Pas na een paar weken zonder gebruik, en door het proces dat ze in de kliniek doormaken, komt dat gevoel stilaan terug. Dat is ook de reden waarom we wachten tot het einde van de derde week van hun verblijf om de familiedag te organiseren.»

Het uur van de waarheid

De familiedag, op vrijdag, is voor de meeste cliënten het hefstigste moment van hun tijd in de kliniek. Ze krijgen ’s morgens een ‘schadebrief’, waarin hun familieleden beschrijven welke schade de verslaafde heeft aangericht in hun leven. Die moeten ze, zonder voorkennis, hardop voorlezen aan de groep. Na die harde confrontatie volgt in de namiddag nog een tweede: dan zien ze hun familie terug, die al van ’s morgens in het gebouw aanwezig is. Emmeke (35, alcohol) verschijnt bloednerveus aan het ontbijt. Ze heeft vannacht geen oog dichtgedaan en krijgt geen hap door de keel. Straks krijgt ze de schadebrief van haar man te lezen, en in de namiddag zal ze hem in levenden lijve zien. ‘Ik weet niet eens of ik nog wel een huwelijk héb,’ heeft ze me daags voordien tijdens de ochtendwandeling verteld. ‘Ik ben niet de enige, hoor, die bang is voor die brief. Het loopt hier vol mensen met relaties die aan een zijden draadje hangen.’ Er zijn acht deelnemers aan de familiedag vandaag. 

Peter, alcoholverslaafd, is als eerste aan de beurt. De vijftiger baat een succesvol restaurant uit en is ook in de kliniek voortdurend met zijn gedachten bij de zaak. Toen hij voor het eerst op zondag bezoek mocht ontvangen, liet hij niet zijn dochter, maar de boekhouder komen ‘om zaken te bespreken’. Zijn drankverslaving komt niet zomaar uit de lucht vallen: Peters vader dronk zich dood toen hijzelf nog maar een jongen was. De voorbije dagen heb ik hem in de kliniek leren kennen als een gesloten man, die niet gauw laat merken wat hij denkt. Maar als hij de brief van zijn dochter Marrone leest, breekt hij. ‘Lieve pap, Als kind was ik dol op je. Je was zo’n grappige papa! Al mijn vriendinnetjes waren jaloers op me, omdat wij samen altijd zo veel lol hadden. Wanneer dat precies veranderd is en jij zo veel begon te drinken, weet ik niet zo goed. Ik denk dat het er door de jaren in sloop. Je werd nors en agressief en keek niet meer naar me om. ’s Nachts hoorde ik jou en mama ruziemaken. Je schold mij ook vaak uit, dat ik te dik was en zo, en maakte hele gemene opmerkingen. Dat kwam erg hard aan, ik werd er verschrikkelijk onzeker van. Ik ontwikkelde een angststoornis en had psychologische hulp nodig. Ik durfde de trein niet eens meer op. Zeven jaar geleden had je al eens een delirium tremens en was je bijna dood. Ik zag je liggen, vastgebonden op dat bed, vol met blauwe plekken. Ik maakte me zo veel zorgen om jou! Dat beeld heb ik later nog vaak in mijn nachtmerries teruggezien. Dat je bijna dood was, hield jou niet tegen. Toen je beter was, ging je gewoon door met drinken. (...)’ 

Het voorlezen gaat Peter niet zo goed af. Hij zit te schokken op zijn stoel, hapt naar adem en verslikt zich in zijn woorden, terwijl de tranen over zijn gezicht lopen. Naast mij zit Emmeke stilletjes mee te huilen. ‘Ik wist niet dat ze het zo zwaar had,’ snikt Peter. ‘Wat ga je tegen haar zeggen, als je haar straks ziet?’ vraagt de counselor. ‘Dat ik terug de ouwe papa voor haar wil zijn, met wie ze lol kan hebben en aan wie ze raad kan vragen.’ 

Eén na één komen ze aan de beurt, en bij ieder van hen hakken de brieven erin. 

Willem (30), alcohol- en cokeverslaafd, krijgt een strenge brief van zijn vader waarin die – voor het eerst – de financiële verliezen oplijst die de verslaving van Willem aan het familiebedrijf heeft gekost. ‘Ik heb je moeder nooit ongerust willen maken over de vele geldvermissingen, de foute afhandelingen, de klanten die je verloor omdat je hen bozige mails stuurde en die niet op jou konden rekenen. Ik herkende mijn eigen zoon niet meer. Ik ben boos en diep teleurgesteld. Ik ben niet meer van plan om jou de hand boven het hoofd te houden.’ Willem zit perplex. Zo heeft zijn vader nog nooit tegen hem gesproken. ‘Hij zei altijd: ‘Dat geld is niet belangrijk, het gaat om jou.” Dat vond Willem wel comfortabel, want als het geld niet belangrijk was, kon hij gewoon voortdoen, toch? 

Als Emmeke eindelijk, na een ochtend vol spanning, de brief van haar man krijgt, blijkt dat ze er niet ver naast zat met haar voorgevoel. Het is een verwijtende brief, waarin haar man tussen de regels door de echtscheiding aankondigt. Hij heeft het over de keren dat hij zich doodschaamde voor zijn dronken vrouw, wanneer ze gasten hadden en ze in het midden van een conversatie van haar stoel viel. Of die keer toen ze bezopen in de keuken stond te vechten met hun dochter van elf. ‘De kinderen waren er getuige van hoe mama van de toiletpot donderde en met de broek op de knieën in coma bleef liggen. De kinderen hebben een moeder nodig, geen toiletmat.’ Emmeke huilt, hartverscheurend. Ze wil haar koffer gaan pakken, zegt dat de kinderen beter af zijn zonder haar, voelt zich niks meer waard... Als ik haar een paar uur later terugzie, gaat het gelukkig beter met haar. Ze heeft haar man gezien, ze hebben gepraat en ze heeft weer hoop. ‘Het komt wel goed. Denk ik.’

ERIC (psycholoog) «Die brieven dienen als spiegel. Er worden harde dingen in gezegd, maar dat is ook nodig, want de meeste verslaafden hebben totaal geen benul van welk leed ze hebben veroorzaakt. Het is de bedoeling dat ze geráákt worden door wat hun familie hen vertelt, en het is ook belangrijk dat ze achteraf met hen gaan praten vanuit hun hart, en niet zomaar een tekst opdreunen waarvan ze denken dat ze die graag willen horen.»

Kille blik

Ook voor Karel was het de familiedag die bij hem één en ander in beweging zette.

KAREL «De eerste weken in de kliniek voelde ik absoluut niets. Er was veel gebeurd bij me thuis, heel veel. Maar niks raakte me. En hier moest je de hele tijd over je gevoelens zitten praten. Dat lag me niet. Ik heb nooit veel gepraat over wat er vanbinnen gebeurde.»

De eerste keer dat hij terug iets voelde, was toen hij vanuit de kliniek met zijn jongste zoon belde. Hij kon voor het eerst niet op zijn verjaardag zijn. En toen hij op de familiedag de brief van zijn oudste dochter Anna (24) onder ogen kreeg, was hij daar echt kapot van.

Het was een brief waarin ze hem beschreef als de ideale vader die haar gelukkige jeugdjaren bezorgde, in een perfecte familie. En hoe dat daarna allemaal in duigen viel, met een vader die uit het gezin wegdeemsterde, hen als grof vuil behandelde en met een kille blik voorloog. ‘Al die keren dat je beloofde: ‘Ik stop ermee’ – zelfs aan je zus op haar sterfbed – om vervolgens de knop om te zetten en weer verder gaan. Klap na klap kregen we te verduren met jou, want ook de buitenwereld kwam het telkens te weten. Hoe moet ik ooit nog iemand vertrouwen als mijn grote voorbeeld me zo lang, kil en moeiteloos heeft voorgelogen? Ik wil mijn vader terug. Ik wil denken aan de toekomst, aan trouwen en een vader die me naar het altaar brengt... Papa, je pakt de kans die je nu gekregen hebt met volle overtuiging aan of je stopt en laat me met rust. Want dan kies ik voor mezelf, wat betekent dat onze wegen voorgoed scheiden...’

KAREL «Voor ik naar hier kwam, heb ik mijn huis en het bedrijf op de naam van mijn vrouw gezet. Als ik herval, ben ik alles kwijt: mijn huis, mijn bedrijf, mijn gezin. Ik weet niet of ik het red, maar ik ga ervoor. Ik wil niet de man zijn die op parkings ligt te rotzooien.»

Afscheid

Vanochtend is het tijd voor drie groepsleden om afscheid te nemen van de kliniek, die een veilige cocon was, en om terug in de boze buitenwereld te stappen. Een afscheidsfeestje kan je dit niet noemen. Er wordt geen taart aangesneden (wegens de eetverslaafden) of een glaasje gedronken (vanzelfsprekend), maar er is wel een plechtig ritueel met afscheidsbrieven en een groepsknuffel. Er is Kathy (alcohol en cocaine), die haar eigen verslaving minimaliseerde, maar haar kind vergat eten te geven. Ze gaat weg met een mengeling van blijdschap en angst. ‘Bang om opnieuw te falen,’ zegt ze met een onzeker lachje. Er is Guy, die lesgaf in agressiebeheersing, maar thuis de bank kapotsloeg en zijn vrouw de stuipen op het lijf joeg. ‘Ik zei vroeger altijd dat ik aan iedereen wilde lesgeven, behalve aan verslaafden, want dat vond ik losers. Omdat ik zelf hartstikke verslaafd was, natuurlijk.’ En Karel, die er in zijn afscheidsbrief niet te veel woorden aan vuil maakt. ‘Ik heb hier veel leuke mensen leren kennen van wie ik veel geleerd heb. Ik heb mezelf en mijn verslaving beter leren kennen. Ik ga hier verder mee aan het werk en wil er weer zijn voor mijn gezin. Bedankt, allemaal. Ik ben Karel, seksverslaafd, maar in herstel.’

We zijn drie weken later en krijgen nieuws van Karel. Het gaat ‘redelijk’ met hem, met ups en downs – ‘Soms steken de oude gedachten weer de kop op.’ De laatste telefoon, die hij onder de dakpannen van zijn huis had verstopt, heeft hij samen met zijn vrouw kapotgeslagen, met een hamer. ‘Bleek dat er nog een tweede telefoon lag, en een hoop geld, zo’n 600 euro. Dat was ik vergeten.’ Hij gaat twee keer per week naar de SLA-meetings (Sex and Love Addicts Anonymous) en probeert het voorlopig rustig aan te doen op het werk. Zijn vrouw houdt hem scherp in het oog. Voor een alcoholicus in herstel is het café het moeilijkst om voorbij te lopen, voor Karel is het de telefoonwinkel. ‘Als ik één telefoon koop, sla ik weer aan het sms’en. Dan weet ik: ‘Dit is het begin van het einde.’

Don Schothorst (65) bedacht de beroemde reclameslogan ‘Melk, de witte motor’. Voor hemzelf was cocaïne de witte motor, plus een paar liter alcohol per dag. De ex-reclamemaker kickte af en begon met de privéverslavingskliniek SolutionS.

DON SCHOTHORST «Ik was 19 toen ik van mijn vader geld kreeg voor boeken voor mijn studie economie. Ik heb ze nooit uit het cellofaan gepakt maar direct verkocht, want ik wilde niet studeren. Ik wilde de wereld van de reclame in.»

Schothorst maakte een blitz­carrière. Op zijn 24ste werd hij directeur van het grootste re­clamebureau van Nederland, waar hij vijf jaar eerder als sta­giair was begonnen. Daarna reeg hij de topjobs aan elkaar in Amsterdam, Zuid-­Afrika en New York. Op zijn 32ste begon hij zijn eigen reclamebureau Schothorst & Partners, een in­stantsucces met historische re­clamecampagnes. ‘Wast witter dan wit’ (Persil), ‘Het Zwitserle­vengevoel’ (verzekeringen) en ‘Melk, de witte motor,’ een klas­sieker uit de jaren tachtig.

SCHOTHORST «Later werd het dus ‘cocaïne, de witte sloper’, daar zijn een boel grapjes over gemaakt. Ik begon de dag met een paar bloody mary’s en een paar lijntjes coke, ik reed rond met Amerikaanse sleeën, had huizen met vier man personeel. Ik kreeg mijn eerste echtschei­ding, ging permanent in een tophotel wonen en maakte de klassieke stap naar een prach­tig jong fotomodel met wie ik trouwde en een jaar later van scheidde. Ondertussen sloop­te ik mezelf: ik dronk steeds meer, ik gebruikte coke om het vol te houden en coke maakte mij ook ongelofelijk enthousi­ast om met de dames aan de slag te gaan. Mijn dag eindigde meestal met minimaal vier da­mes in het bubbelbad. Werken kwam er nauwelijks nog van.

»Toen ik 45 was, was ik fy­siek en mentaal meer dood dan levend. Ik had drie echtschei­dingen geturfd, had enorme schulden gemaakt – één van mijn bedrijven ging failliet – en stond met mijn gezondheid op de rand van de afgrond. Ik was al vier keer op de intensive care beland na een overdosis. Toen heeft mijn familie ingegrepen: ‘Ofwel accepteer je hulp, ofwel hoeven we je nooit meer te zien.’ Ik heb die kans toen ge­grepen. Ze hebben me meteen in een vliegtuig gehesen naar een luxe-verslavingskliniek in Londen. Daar heb ik vijf maan­den gezeten. Ik kwam buiten, herviel een paar keer, en nam toen een flat naast de kliniek om aan mijn herstel te werken.

»Terug in Nederland vond ik niks meer aan de reclamewe­reld. Ik wilde iets anders gaan doen, het liefst met men­sen met verslavingsproble­men, omdat ik wist hoe ver­woestend de ziekte is, en hoe moeilijk het is om een goeie behandeling te vinden. De verslavingszorg van de regu­liere instanties in Nederland is vooral gericht op de onder­kant van de maatschappij, met als doel het voorkomen of ver­minderen van de criminaliteit.

»Ik ben toen een tijdje in een klooster gaan wonen, als eni­ge man bij veertig vrouwen van gemiddeld 78. Daar heb ik ge­kozen voor het opstarten van SolutionS, nu twaalf jaar gele­den. Vandaag is het veruit de grootste private verslavingskli­niek in de Benelux. We hebben eigen klinieken in Nederland, partnerklinieken in Zuid­-Afrika en Thailand, en een antenne in Antwerpen. Elk jaar hebben we 1.500 nieuwe cliënten.»

SCHOTHORST «Tegenwoordig kunnen we een breder publiek bedienen, omdat de zorgverze­keraar in Nederland het groot­ste deel van de kosten betaalt. »De kliniek was in eerste in­stantie gericht op mensen met topjobs die de druk van hun werk niet meer aankonden. Er wordt meer gedronken in de boardroom dan onder de brug, dat heb ik zelf meege­maakt. Het leeuwendeel van de alcoholisten zit in topfuncties in het bedrijfsleven, de showwe­reld, de media... Ik heb ze alle­maal in onze kliniek zien pas­seren: de bankiers, advocaten en dokters, de zangers en fo­tomodellen... Jarenlang heb­ben ze de façade krampachtig overeind gehouden terwijl al­les afbrokkelde. Hulp zoeken is vernederend. Naarmate je suc­cesvoller bent op andere vlak­ken, wordt het nog moeilijker.»

SCHOTHORST «Je moet niet per se gelovig zijn om het program­ma te volgen, al ben ik het zelf daardoor wel geworden. Maar je moet accepteren dat je het niet alleen kan, en dat er een hogere macht is dan jezelf. Die kan allerlei invullingen hebben: de groep, de counselor, je over­leden vader, je gezin...» 

SCHOTHORST «Dat doe ik heel graag. Vorig weekend had ik nog een jongeman van 25 jaar. Dan zie je jezelf terug. Je voelt de paniek, de ellende, dat ver­driet. Hoe dankbaar denk je dat ik ben, dat ik dit werk kan doen?» (ab)

LEES OOK: 

Onze vrouw in de verslavingskliniek, deel 1: ‘Wie binnenkomt, wordt gefouilleerd tot in de bilspleet. Het is hier erger dan in een gevangenis’

SolutionS België, Venusstraat 12-14, 2000 Antwerpen 03/808.05.94 info@addiction-solutions.be

De namen van cliënten en bepaalde omstandigheden zijn gewijzigd omwille van de privacy.

Bedenkingen? Laat het ons weten:

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234