Rik Andries als 'De kat' Beeld vrt
Rik Andries als 'De kat'Beeld vrt

overledenrik andries

Rik Andries: ‘Acteurs zijn moeilijke mensen, omdat je niet weet wat je aan ze hebt’

Acteur Rik Andries is op 84-jarige leeftijd overleden. De acteur was onder meer bekend als dokter Walter in ‘Thuis’ en als actieheld in ‘De kat’.

De jeugdserie ‘De kat’ was enorm populair in de jaren zeventig van de vorige eeuw, maar staat nog steeds in de top drie van meest verzochte herhalingsprogramma’s van Ketnet. Het verhaal speelt zich af in het fictieve plaatsje Holebeek. David De Kat is een milieuactivist die, verkleed als kat, het opneemt tegen de lokale industrieel Oskar Dias, die met zijn bedrijf Af-Val een bedreiging is voor de natuur. De eerste aflevering werd uitgezonden op 17 januari 1973. In die periode sprak Rik Andries met Humo. Lees hier het interview:

(Verschenen in Humo op 1 februari 1973)

‘Op de duur moet je in ons beroep letten op wat je zegt, zodanig met alles en iedereen rekening houden, dat je toch nooit meer zegt wat je denkt’, zegt Rik Andries, die de kat speelt in ‘De Kat’, het nieuwe jeugdfeuilleton. Je vraagt dus aan Andries beter niet wat hij vindt van het door Bert Struys gewijzigde slot.

RIK ANDRIES «Oorspronkelijk was het slot als volgt: een onderwijzeres in een kleuterschool, geloof ik, praat met de kinderen over de overbevolking, en in de klas komt ze dan tot de conclusie dat je per gezin best niet meer dan twee kinderen hebt. Kijk, moet je zoiets aan de kinderen zelf vertellen? Stel je voor dat ze met z’n zessen zitten te kijken, dan gaan er al vier zich automatisch teveel voelen, zo van: nou, we zijn hier teveel, kom jongens, spoel ons maar weg door de chasse.’ Dat kan toch niet? Ik bedoel, er zijn geen taboes, maar in bepaalde omstandigheden zeg je toch ook niet alles, je zegt tegen een man zonder benen toch ook niet: ha, dat moet gemakkelijk zijn, jij moet nooit je broek strijken? En au fond, wat kunnen die kinderen aan de hele milieuproblematiek doen?

HUMO Nouja, de hele kwestie is een economisch probleem.

ANDRIES «Dat zou ik geloven. Neem nou die kwikaffaire, plotseling zie je de hele visverkoop met 40 % dalen. Maar twee dagen later lees je overal verklaringen van overheidswege die het ontkennen. Waarom? Die vis ligt daar maar te rotten en die moet verkocht worden. Als publiek kan je daar niet veel aan doen. Onlangs las ik nog over de Torry Canyon, die petroleumtanker die gezonken is. Da’s erg, natuurlijk. erg vuil vooral. Maar stel je voor dat de Torry Canyon in plaats van met stookolie met insecticiden geladen was, en dat ie dan gezonken was: dan zou de hele oceaan voor tientallen jaren verknoeid geweest zijn. En wat doe je als ie weet dat er inderdaad zo’n vrachten insecticiden verscheept worden? Wat doe je dan meer, tenzij wanhopig worden?»

HUMO Als je het over milieuproblemen hebt, kan je natuurlijk niet anders dan meteen de structuur van de hele maatschappij mee in vraag te stellen. Vind je in die zin de oplossing van het feuilleton - een industrieel die zich door de acties van De Kat laat overtuigen - niet een beetje te idealistisch? Of mag dat voor de jeugd?

ANDRIES «Tja, je zou kunnen zeggen dat je door zo’n happy-end de indruk wekt : zie je wel, het komt toch in orde. Dan heb je eigenlijk ook een negatief effect bereikt.»

In 1973 was de hoofdrol in
In 1973 was de hoofdrol in "De Kat" voor Rik Andries, een milieu-activist en superheld die het opnam tegen een lokale afvalbaron. De Kat droeg een bruine catsuit en een kattenmasker, overwon behendig allerlei hindernissen en verplaatste zich met niet al te milieuvriendelijke voertuigen.Beeld VRT

HUMO Dus beter geen happy-end?

ANDRIES «Moet je mij niet vragen hè, ik ben maar een werknemer.»

HUMO Met wat voor soort acties vestigt de Kat eigenlijk ieders aandacht op het milieu?

ANDRIES «Nou, hij legt de vinger op de wonde. Als er in de buurt een beekje met vuil water loopt, door de lozingen van die fabriek, gaat hij de modder bij de directeur afgeven. Hij dekt bijvoorbeeld ook de schouw van de fabriek af, zodat de hoestlucht binnen blijft. Hij sluit de riolering af, zodat het vuil niet meer wegkan, en zodat de machines op de duur gekke dingen beginnen te doen. ‘t Is dus wel aangepast aan kinderen, het spreekt hen aan: de Kat is een figuur die alles kan èn ook alles aandurft. Je mag het er allemaal natuurlijk niet TE dik inpeperen, anders krijg je het effect van: amaai, je kan die knop niet eens omdraaien, of je krijgt alle vuiligheid van de industrie weer op je nek. Je moet ook niet teveel gaan moralizeren.»

HUMO Waarom worden al die jeugdfeuilletons in het zuiden gedraaid ? Waarom ‘De Kat’ bijvoorbeeld in de Provence?

ANDRIES «Omwille van het weer. Voor dit feuilleton moesten we zo’n 45 á 50 dagen buiten draaien, bij helder weer, terwille van de kleuren: als je dat in België moet doen, ben je een jaar bezig, en dan zie je de Kat in het feuilleton ook zienderogen ouder worden. En tenslotte zou het ook een flink stuk duurder worden op die manier.»

HUMO Brengt dat nooit problemen mee voor de continuïteit van je rol? De ene keer zit je in Mel, de andere keer, in het feuilleton even later, maar in werkelijkheid drie maanden nadien, zit je in de Provence.

ANDRIES «Tja, het bureau van de fabriek in Mol, als ik de deur opendoe en op straat kom, zit ik ergens in een straat in Tielrode, en als ik de hoek omdraai, zit ik plotseling in de Provence. In ‘Midas’ was het nog erger, daar hadden we één huis dat in feite een combinatie van 4-5 huizen was. De living stond in Diksmuide, dat was een oud openhaard-café, de hall was te vinden in een huis ergens aan de kust, de buitenkant van de voordeur stond nog elders, en de tuin opnieuw.»

HUMO Hoe leg je het aan boord om dan bij de opnames niet vergeten te zijn wat er gebeurd is?

ANDRIES «Da’s de job, hè. Voor een groot stuk zorgt de scriptgirl daar voor. Maar voor de rest begin je aan zo’n rol met bureauwerk: ik noteer dat ik in die en die sekwens dat bepaalde kostuum draag, maak een situatieschetsje. Als die scène dan gedraaid wordt, neem ik mijn steekkaarten, zie daar bv. dat ik in Mol kwaad het bureau ben uitgelopen, dus dat ik drie maanden later in de Provence enigszins geënerveerd moet rondlopen, want eigenlijk ben ik pas buiten. Da’s de job: normaal zou men van je mogen verwachten dat je dat kunt, je makkelijk van de ene situatie in de andere verplaatsen.»

HUMO De Kat doet nogal heksentoeren. Doe je dat allemaal zelf?

ANDRIES «Nee, ik ben nog nooit zo goed gediend geweest door stand-ins. lk ben misschien niet zo’n held, maar ik zij bij ons toch niet zoveel acteurs die twaalf meter ,hoog over een koord tussen twee huizen kunnen lopen, hoor. Een andere keer moest De Kat in Avignon van de brug springen, van de pont d’Avignon dus. Uiteindelijk heeft een brandweerman dat gedaan, maar dat heeft een tijdje geduurd, hoor, er zijn daar onder die bruggebogen verschillende geulen van verschillende diepte en dat was een kwestie van centimeters. Die pompier heeft daar zeker een half uur staan wachten tot er geen wind meer was, om niet verkeerd terecht te komen. Als ik toen zèlf had moeten springen, was ik misschien nog altijd aan het botsen. En tenslotte is Sylvain Geboers mijn stand-in geweest voor een huzarenstukje op de motor. Die lijkt naar het schijnt nogal op mij.»

HUMO Moet je in een jeugdfeuilleton niet anders, nadrukkelijker acteren dan in een stuk voor volwassenen?

ANDRIES «Nou, nee. Op de scène wel, natuurlijk, vroeger speelde ik in het schooljeugdteater, daar moest je werkelijk op de zaai inspelen. Daar kreeg je echte poppenkasteffecten, bijvoorbeeld: de slechterik is verdwenen, je weet niet waarnaartoe, en dan moet je dat wel even aan de zaal vragen. Dat is dus wel een soort van overacting. Maar op televisie, nee. Die fout heb ik trouwens in Midas gemaakt, veel te veel armengezwaai, veel te nadrukkelijk allemaal, als ik dat nu zou terugzien, geloof ik niet dat ik zou kunnen blijven kijken. Je moet voor zo’n camera een beetje in mineur spelen. Misschien moet voor kinderen het thema wel duidelijker zijn dan voor volwassenen, maar het acteren niet, dat blijft precies dezelfde job.»

HUMO Wordt een acteur voor zo’n jeugdfeuilleton, dat toch hoofdzakelijk op actie drijft, niet hoofdzakelijk op basis van zijn fysieke présence gekozen? De knappe jongen? De held voor onze jeugd?

ANDRIES «Ik de mooie jongen? Nou moe. Vroeger was ik tamelijk ziekelijk, van gezondheid bedoel ik. En vandaag speel ik bijna een Tarzan-rol. Da’s leuk natuurlijk, hoewel ik me niet bepaald zo’n Tarzan voel. Maar als filmacteur heeft je zogezegde présence voor 90 procent te maken met technische dingen, met belichting, gezichtshoek, kostumering. Je mag dan nog spelen als ‘god’, maar als je zoals ik in De Kat een masker voorkrijgt, zie je daar niet veel van, dal levert niks op. Ik bedoel, heb je Jean Marais gezien in ‘De Schone en het Beest’? Jean Marais speelt daar het beest in, en je kan dat moeilijk een grote acteursprestatie noemen: da’s hoofdzakelijk een grime-prestatie. Misschien was dat in mijn geval de bedoeling, misschien hebben ze gedacht: met die Andries kunnen we niet veel aanvangen, we zullen hem maar een masker voorbinden (lacht bescheiden)

HUMO Ben je niet bang dat je image als jeugdacteur je carrière zal schaden?

ANDRIES «Nee. Je kan natuurlijk een bepaald cachet meekrijgen. Maar dan moeten de mensen maar eens naar het theater komen om te zien dat je ook nog andere dingen kan. Misschien werkt de tv dat trouwens in de hand, dat de mensen zeggen, o, da’s die acteur van de televisie, daar gaan we eens naar kijken. Je handelswaarde wordt er dus alleszins niet door geschaad. Bovendien: hoeveel mensen bereik je op de planken? Een paar duizend? En voor de televisie sta je daar tenslotte voor een paar honderdduizenden. Anton Peters zei me nog: ‘Ik heb Brecht geregisseerd en Shakespeare, maar de mensen kennen me omdat ik vijf keer in de jury van ‘Canzonissima’ gezeten heb.’ Nee, ik heb geen bezwaar tegen zo’n jeugdrolletje. Een paar maanden na ‘Keromar’ speelde ik hier ‘Hamlet’. Dus.»

HUMO Zou je graag de grote jeugdheld worden?

ANDRIES «lk zou eens graag de hele slechte spelen, de doortrapte schurk. Vier vijlden van wat ik doe is de brave Hendrik spelen, het witgewassen lijk, weetjewel. Ik zou wel eens graag het tegenovergestelde doen. Bovendien, als je dan al zoiets als jeugdheld zou worden, ligt dat niet aan jou. De mensen maken je tot zoiets, de zaal doet dat. Ik zeg trouwens altijd bij mezelf, als er weer een jeugdfeuilleton staat te wachten ‘Ik zal weer eens de jonge held gaan uithangen.’ Maar het is het publiek dat je die waarde geeft, niet jijzelf, je doet gewoon je job.»

HUMO Is het grote verschil tussen tv-werk en de scène niet, dat je voor de tv niet de kans krijgt om een rol via verschillende vertoningen uit te diepen?

ANDRIES «Nou, voor een film, in mindere mate voor tv-werk -dat ligt er zowat tussenin - moet je tamelijk lucide zijn, moet je je eigen publiek zijn. Ik zeg niet dat ik dat ben, hoor. Maar een zaalvoorstelling kan je uittesten, in ‘Elk wat Wils’ ben ik Orlando, en daar komt een gevechtsscène in voor. En nou is die scène de zesde keer heel anders dan de eerste keer, omdat je weet hoever je kan gaan. je kan het uittesten, je krijgt een onmiddellijk ant-woord door het gelach uit de zaal. Voor de camera moet je zelf je eigen publiek spelen. Er is trouwens een trend bij ons om de grote première van een stuk niet dadelijk te brengen, om de voorstelling eerst even uit te testen in de provincie, voor de Bond van Grote en Jonge gezinnen en zo - net zoals ze dat in Amerika doen: daar kom je ook niet ineens in Broadway terecht. Voor film en televisie kan dat natuurlijk niet, daar is er, bij ons toch, constant tijdsgebrek. Hier vragen ze je: hoeveel tijd heb je? Drie weken? Schitterend. In Nederland zeggen ze: ‘Drie weken? Geen sprake van, drie maanden moet je hebben’d Da’s een voordeel soms, natuurlijk, maar het kan ook te ver gaan. In Nederland is het al wel gebeurd dat een bepaald acteur zich op een bepaalde avond niet ‘in the mood’ voelde, dus ging de voorstelling niet door. Nou, zover mag de inspraak niet reiken, vind ik, de mensen die op zo’n avond in de zaal zaten, zie je nooit meer terug. Het kan helemaal geen kwaad dat je soms die dwang hebt van: op die dag moèt ik er staan met die rol. De snelheid van werken kan stimuleren. Bovendien zijn er dingen die je niet te lang moet repeteren, komedies bijvoorbeeld. Een komedie kan je makkelijk dood repeteren, je moet daar heel de tijd plezante dingen liggen te debiteren. Op de eerste repetitie lacht iedereen zich de stuipen, maar na drie weken dezelfde mop-met-een-baard verteld te hebben sta je daar met lijkbidders gezichten, en vraag je niet beter dan in godsnaam in première te mogen.»

HUMO Dat dat mee, ais acteur altijd maar medium zijn voor andermans ideeën, nooit eens voor de jouwe?

ANDRIES «Kris Betz heeft ooit eens gezegd : een acteur is een combinatie van een minder- en van een meerderwaardigheidscomplex. Enerzijds heb je telkens weer de challenge van een nieuwe rol, anderzijds ben je door de meeste rollen toch weer telkens opnieuw beperkt. Acteurs zijn moeilijke mensen, omdat je niet weet wat je aan ze hebt. En nou spreek ik voor mezelf, hoor. »

U kunt ‘De kat’ hier herbekijken →

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234