Rowan Atkinson wordt vandaag 65Beeld Getty Images

66 JAARRowan Atkinson

Rowan Atkinson: ‘Mr. Bean is een hoogst onaangenaam man, maar ik beschouw mezelf niet echt als onaangenaam’

Acteur Rowan Atkinson, geestelijke vader van Mr. Bean en Blackadder, wordt vandaag 66, maar is nog niet toe aan zijn pensioen. Recent vertelde hij in aan Radio Times dat er vage plannen zijn om na dertig jaar ‘Blackadder’ nieuw leven in te blazen, een Mr. Bean-animatiefilm behoort tot de mogelijkheden én hij is bezig met een Netflix-serie ‘Man vs. Bee’. In 1997 sprak Atkinson uitgebreid met Humo over ‘Blackadder’, Bean en het leven. Herlees hier het interview:

(Verschenen in Humo 2977 op 23 september 1997)

Omdat Rowan Atkinson in het echte leven niet echt iemand is die je doet bulderen – hij is een deftige, welopgevoede Brit die in nette pakken zit – staat hij bekend als een droogstoppel. Alsof de man niet gewoon schuchter kan zijn, en alsof het niet kan dat zijn grappige kant pas tot leven komt als hij, in tegenstelling tot wat van een keurige Brit wordt verwacht, geen goeie manieren meer hoeft te hebben.

Ook wanneer wij hem ontmoeten in The Grand Hotel in Amsterdam, waar hij enkele dagen neerstreek naar aanleiding van zijn bioscoopfilm ‘Dr. Bean’, zit hij in wit hemd, keurige das en grijs pak, en is hij ingetogen, sober en beleefd. Maar een droogstoppel... nnnee. Hij lijkt zich vooral te verkneukelen in het feit dat hij door zijn gedrag alle verwachtingen geweld aandoet. Als interviewer van Rowan Atkinson voel je je een beetje als die man die een reisagentschap binnenstapte en een ticket naar de zon bestelde, hopende op een reis naar de Cote d’Azur, maar in plaats daarvan in de Sahel terechtkwam. Bruin! 

We zitten tegenover elkaar aan een grote ovalen tafel, in het hotel waar even voordien de Europese leiders nog vergaderd hebben, en hij opent met ‘Dag, waarmee kan ik je van dienst zijn?’ Op mijn antwoord ‘Een gesprek, graag’, verwacht ik, half ineengedoken, héél even een flitsende repliek; maar daar doet hij niet aan en je kunt het hem niet kwalijk nemen. Als je Cruijff gaat interviewen, mag je ook niet verwachten dat hij tijdens het gesprek even zijn traptechniek zal demonstreren.

HUMO Niet te veel opgehouden in de luchthaven?

ATKINSON «Nee, mijn doorgang verliep wonderlijk vlot doordat de massa iemand anders stond op te wachten. Een groepje of zo. Hoe heten ze ook alweer? The Back Street Boys. Dat was een goeie afleiding.»

HUMO U zit op de stoel waar Chirac vorige week nog zat.

ATKINSON  «Echt? Wat een genoegen. lk hoop alleen dat ik niet in dezelfde moeilijkheden als hij zit.»

HUMO In de documentaire ‘The Making of Mr. Bean’ zei u dat u zich, de laatste keer dat u in Amsterdam was, als Madonna voelde.

ATKINSON «Madonna de popster, niet de heilige maagd. Ik kwam handtekeningen uitdelen naar aanleiding van de verkoop van de ‘Mr. Bean’-video’s. Ik had me akkoord verklaard om een uurtje te signeren, maar er stond een rij waar ik drie of vier uur zoet mee geweest zou zijn. Dat was best vleiend, maar het maakte het niet makkelijker om te vertrekken. Toen we uiteindelijk probeerden ervandoor te gaan, ontstond er een kleine rel, en werd ik in allerijl in een politiewagen geperst en weggevoerd. Het was de eerste en hopelijk de laatste keer dat zoiets me overkwam, want het was... Laten we zeggen dat ik het storender vond dan dat het vleiend was.»

HUMO U mag nog niet klagen als zoiets u nog maar één keer is overkomen.

ATKINSON «Ik zou liegen, het is ook eens voorgevallen in Canada, in Toronto, óok toen ik een nieuwe videocassette ging signeren. Blijkbaar gebeurt het vaak hij dergelijke gelegenheden. Wanneer ik in het publiek verschijn, doe ik dat liever in de gedaante van Mr. Bean dan als mezelf. Ik voel me beter als ik me achter mijn personage kan verschuilen. Maar blijkbaar gaan de fans dan nog meer uit de bol. Want uiteindelijk komen ze omdat ze dat typetje willen zien, en niet zozeer de saaie man die erachter schuilgaat. In Toronto daagden er duizenden mensen op. De meesten wilden helemaal niets laten signeren, ze wilden gewoon aanwezig zijn. Alsof ik een evangelist was die je gezien moet hebben om hem te kunnen geloven. Voor mij was het opnieuw zo’n gelegenheid waarbij je je realiseert dat je de hele dag iemands hand in je rug hebt gevoeld. Want dat is waar de veiligheidsmensen altijd hun handen leggen. Je wordt als een schaap van de ene plaats naar de andere gedreven. Het is een vreemde ervaring, die, ook al is ze wel interessant, niet van die aard is dat je zegt: ‘Oo, dat smaakt naar meer (lacht): Absoluut niet.»

HUMO Ontstaat er geen drukte om u heen zodra u, ook als uzelf, buitenkomt? U bent tenslotte makkelijk te herkennen.

ATKINSON «Ja, dat weet ik. Nee, het valt mee, ik maak me er geen zorgen over. In Engeland hebben we een goeie instelling wat dat soort dingen betreft. Vooral in Londen, vooral in de buurt waar ik de meeste tijd doorbreng, in South-Kensington. Als je langs King’s Road in Chelsea wandelt, zouden mensen zichzelf letterlijk wegcijferen om toch maar niet te moeten laten blijken dat ze je herkend hebben. Of ze kijken resoluut de andere kant op, (draait zijn hoofd 90 graden om hun houding te illustreren), en je voelt dat ze je veel meer negeren dan iemand die ze niet herkennen. Het is een vreemd soort omkering van de hysterie die sommige beroemdheden te beurt valt (lacht). Dus, over het algemeen heb ik er geen last van.

»Maar zodra je uit groot Londen komt, en meer naar het Noorden trekt, de provincies in, merk je dat mensen meer verrast zijn je te zien, en dat ze navenant reageren. Zolang je grote massa’s mijdt, en vooral dan de massa’s van jonge mensen, is er niets aan de hand. Jonge mensen zijn een groter probleem, omdat ze meer bereid zijn hun gevoelens te tonen. Ouderen houden zich meer in.»

HUMO Dus eigenlijk bent u zowat gedwongen binnen groot Londen te blijven?

ATKINSON « Nee (lacht), ik verplaats me vrij veel. lk denk dat je gewoon de juiste mentaliteit moet hebben; je moet voor ogen blijven houden dat je een normaal leven wilt leiden. En dat doe ik ook. Ik heb geen chauffeurs, slippendragers, secretaressen, lijfwachten of ander personeel. Ik heb voor mezelf uitgemaakt dat ik wil leven als een gewoon mens en dat de anderen zich daar maar aan moeten aanpassen. De medemens moet me dat gewone leven gunnen door me niet rust te laten.

»Ik word zelden lastig gevallen. Ms je je met een limousine laat afzetten voor een winkelcentrum, terwijl je gekleed bent in een glitterpak en omringd door kleerkasten van mannen met een donkere bril op hun neus, ja, dan zul je natuurlijk meer last hebben dan als je in je eentje heel gewoon naar binnen stapt. Het hangt ervan af welk leven je wilt leiden. Ik ben heel blij met een alledaags leventje.»

HUMO Qua fysiek lijkt u als twee druppels water op Mr. Bean. Ik hoop voor u dat er qua karakter meer verschillen zijn. Ziet u zelf gelijkenissen?

ATKINSON « Wel, Mr. Bean is een hoogst onaangenaam man, en ik beschouw mezelf niet echt als onaangenaam (lacht). Al denken anderen er misschien anders over. 

»Wat prettig is aan Mr. Bean, en eigenlijk aan alle personages die ik heb gespeeld, zoals bijvoorbeeld ook The Blackadder, is dat ze allemaal echte etters van mensen zijn. Ik kan dus in mijn werk de klootzak uithangen, waardoor ik in het echte leven des te makkelijker een crème van een man kan zijn. Het is een vorm van escapisme. Tijdens mijn werkuren leef ik in een fantasie, een ziekelijke fantasie die me toelaat mijn medemens wreed te behandelen. Kan heel prettig zijn, echt waar. Maar ik ben nog nooit van plan geweest het in het echte leven ook eens te proberen, en ik hoop dat ik het zo kan houden. Het probleem is dat ik het erg, heel, zeer, bijzonder leuk vind om een slechterik te spelen.»

HUMO Kent u mensen als Bean? Hebt u hem naar bestaande personen gemodelleerd?

ATKINSON « Nee, ik heb niemand specifiek nagedaan. Maar ik ontmoet wel veel mensen die me in zekere mate aan hem doen denken. Dat zal je ook al wel overkomen zijn, dat je denkt: die man heeft dit of dat van Mr. Bean. Sommige mensen lijken zelfs heel erg op hem. Ik denk dat er een beetje van Mr. Bean in elk van ons zit. Soms zie je hem iets doen, en je denkt: ‘Dat heb ik ook al gedaan, en ik heb er spijt van”, of ‘Dat zou ik ook wel willen doen, maar ik heb er de moed niet voor.’ Dat is het geheim van zijn succes als komisch personage: hij is een man gevangen in het lichaam van een negenjarig kind. En ik denk dat we er allemaal van genieten zo iemand bezig te zien. Het is gewoon leuk te zien hoe iemand zich straffeloos kan misdragen. Mr. Bean is een sociaal verworpene, een paria; hij gehoorzaamt geen regels; mensen noch wetten hebben vat op hem. Hij leeft zijn eigen leven.»

HUMO In de film ‘Dr. Bean’ valt u eigenlijk een beetje uit uw rol. Wanneer Bean op het einde van de film een toespraak houdt, maakt hij een aantal vrij verstandige opmerkingen, die niet thuishoren in het brein van een negenjarig jongetje.

ATKINSON «Wel, evenmin als een jongetje van negen ontbreekt het Mr. Bean aan verstand. In Engeland was er een reclamecampagne voor ‘Mr. Bean’, en de slogan luidde: ‘007 is zijn IQ’. In feite is dat verkeerd. Mr. Bean is niet dom. Hij is excentriek, maar niet dom. Eigenlijk is hij heel slim, heel ingenieus als het er op aankomt problemen op te lossen. Hij lost de zaken niet op zoals wij het zouden doen, maar hij lost ze wel op.

»Waarom hebben we hem laten praten? Omdat we het personage dolgraag verder wilden ontwikkelen. En we waren benieuwd of we hem konden laten praten zonder dat hij daarvoor zichzelf hoefde te verraden. Zelf vind ik dat we erin geslaagd zijn.»

HUMO Beans toespraak is heel simpel, maar een aantal prominenten meent in zijn woorden een diepere zin te ontwaren die er eigenlijk niet is. Jerzy Kozinski gebruikte dat idee al in ‘Being There’, waar rijke en machtige personen het zwijgen van een simpele tuinman uitleggen als blijk van zijn briljante persoonlijkheid.

ATKINSON «Ja, en hetzelfde gebeurt in de speech van Mr. Bean, hij vertoont veel gelijkenissen.»

HUMO Was het boek een inspiratie voor u? Of was u beter bekend met de filmbewerking, waarin Sellers...

ATKINSON « ...Chance de tuinman speelde. Ja, ik heb die film uiteraard gezien, maar ik weet niet of hij mij inspireerde. Het is inderdaad wel dezelfde grap (lacht). Simplistische verklaringen worden wel vaker beschouwd als grote wijsheden; eenvoud wordt dikwijls met intelligentie verward. Hoe dan ook, Bean krijgt in de film meer autoriteit dan hij verdient. Zijn toehoorders gaan ervan uit dat hij weet wat hij zegt, maar natuurlijk heeft hij niet het minste idee wat hij uitkraamt.»

HUMO U hebt weleens gezegd dat Mr. Bean beïnvloed is door ‘Monsieur Hulot’ van Jacques Tati. Heeft Monty Python u nooit beïnvloed?

ATKINSON «Ik weet het niet. Niet echt, denk ik. Wat wij doen, de scenaristen Richard Curtis en Robin Driscoll en ik, is heel anders. Monty Python is veel absurder; mijn werk is veel realistischer, veel normaler, veel ouderwetser. John Cleese en Monty Python, en Jacques Tati en Woody Allen, waren wel de mensen die me ertoe hebben aangezet comedy te gaan maken. ‘Monsieur Hulot’ is in ieder geval een heel belangrijke bron van inspiratie geweest. Tati toonde me hoe je komedie kon maken die heel eenvoudig is en toch een breed publiek aanspreekt. Over het algemeen gaan de mensen ervan uit dat komedie iets is dat heel snel is, waar vaart inzit, terwijl het, het, het... Sorry, ik geraak weer niet uit mijn woorden, ik stotter een beetje... terwijl het in komedie allemaal om het ritme draait, traag of snel. Vooral de timing is belangrijk. En dat is wat ‘Monsieur Hulot’ me leerde, dat je dingen kon maken waar de mensen van hielden, zonder dat het tegen een sneltreinvaart vooruit hoefde te gaan. Het gaat om het individu. Je moet het personage zien evolueren.

»Mr. Bean is eigenlijk ontstaan toen ik samen met Richard Curtis in een kerk in Edingburgh aan het improviseren was. We wilden iets doen over een man die niet wakker kon blijven. Bean is uit een grap ontstaan en niet andersom. In normale omstandigheden denk je eerst na over je personage; je vraagt je af hoe hij zich kleedt, wat voor relatie hij met zijn moeder heeft, welke vrienden hij heeft en in welk huis hij woont. En als je al die elementen kent, ga je grappen bedenken. Bij Mr. Bean ging het andersom. Eerst hadden we de grap over de man die niet wakker kon blijven en in slaap viel op de schoot van zijn buurman, en daaruit vloeide achteraf het typetje voort. lk voerde hem alleen op als ik iets met visuele komedie wilde doen. Hij was de figuur in wiens huid ik kroop als ik niet kon spreken, wanneer het me niet toegestaan was te spreken.» 

HUMO Met Mr. Bean beperkt u zich inderdaad voornamelijk tot visuele humor. Raken de mogelijkheden niet stilaan uitgeput? U hebt voor de film al moeten teruggrijpen naar een aantal oude grappen.

ATKINSON «Op dat vlak zijn we een beetje lui geweest, ja. Achteraf spijt het me dat we die oude grappen niet hebben laten vallen. Maar je moet mijn werk al heel goed kennen, alles gaan uitpluizen, om te weten dat ik bepaalde grappen al eerder heb gebruikt. Wat de journalisten natuurlijk met veel genoegen gaan doen (lacht). En dat is prima. 

»Maar ik denk dat er nog genoeg nieuwe Mr. Bean-grappen te verzinnen zijn. Ik weet alleen nog niet of ik nog wel zin heb om ze te verzinnen. Ik ga, zeker in de nabije toekomst, geen tv-programma’s meer met hem maken. Misschien nog een film, dat zal afhangen van het succes van deze. 

»Ik weet wat je bedoelt als je het hebt over de beperkingen van visuele humor. Een mens heeft slechts een eindig aantal gelaatsuitdrukkingen. Dat is eigenlijk de reden waarom ik een punt achter de tv-serie heb gezet. Ik zag zelf ook wel dat ik iedere grimas al 17 keer had gemaakt. Op den duur kun je nog maar weinig doen dat verrast. Dat is een probleem.»

HUMO Is het niet leuker om een typetje als The Blackadder te doen, dat enerzijds veel gemener is, en anderzijds ook op tekst kan terugvallen?

ATKINSON « Ik weet het eigenlijk niet. The Blackadder doet dan weer niets met zijn mimiek. Visueel is hij heel ongecompliceerd, bijna saai zelfs. Zijn wapen is zijn taal, en met woorden kun je natuurlijk veel meer to the point zijn, kun je verwijzen, kun je ironisch en cynisch zijn en veel subtieler. ‘Mr. Bean’ is heel algemene, gemakkelijke komedie, heel eenvoudig, zonder de minste intellectuele of literaire aspiraties. Het is allemaal heel simpel. Maar de gesproken taal is ook beperkt. Na vier series van ‘The Blackadder’ wisten we echt niet meer wat we hem nog konden laten zeggen dat grappig zou zijn. Een van de vaste uitdrukkingen van The Blackadder is: ‘Baldrick, you are as stupid as...’ En dat moest dan ingevuld worden. Maar na verloop van tijd hadden de schrijvers geen inspiratie meer om het tweede deel van de vergelijking in te vullen. Baldrick, je bent even stom als een domme muis die te veel winkelwaren meesleept.’ Wat moet je daarmee aan? Snap je? Alle komische personages hebben hun beperkingen.»

HUMO Wat de meeste komische personages met elkaar gemeen hebben, is dat ze in bepaalde opzichten niet al te snugger zijn, om niet te zeggen dom. Kan een komisch personage heel slim zijn en toch grappig?

ATKINSON «Wel, eigenlijk is The Blackadder vrij verstandig. Ik zou hem zeker niet dom noemen.»

HUMO In zekere opzichten toch wel.

ATKINSON «Ja, hij draagt oogkleppen, nietwaar? Hij denkt dat hij zich altijd wel zal kunnen redden, maar dat kan hij niet. En was hij slimmer, dan zou hij dat ook zien. Maar gewoonlijk is iemand anders de reden waarom zijn plan niet werkt. Gewoonlijk is het de schuld van Baldrick. In elk geval zijn het de ánderen die niet hebben gedaan wat volgens hem gedaan moet worden. Ik zou hem zeker niet dom noemen. Maar ik weet het, het is niet simpel.»

HUMO Als u zelf inziet dat Mr. Bean zijn beperkingen heeft, waarom maakt u dan toch nog een film over hem?

ATKINSON «Omdat we onszelf nog wel warm konden maken voor een film. Tv hebben we gedaan, en we hadden allemaal het gevoel dat er nog weinig was dat we op tv nog niet hadden gedaan. Kijk, als je gewoon altijd hetzelfde blijft doen, hoe goed het ook zij, dan gaat het publiek toch denken dat je niet meer zo goed bezig bent. Ik herinner me dat John Cleese dat ook zei over ‘Fawlty Towers’. De eerste serie werd met vrij veel scepticisme ontvangen omdat de humor zo anders was dan wat we van hem kenden. Maar toch verwierf de serie een heel goeie reputatie. Een paar jaar later maakte hij een tweede serie, die even goed was, maar iedereen zei: ‘O, de eerste was beter.’ Terwijl tegenwoordig de tweede wellicht hoger wordt ingeschat dan de eerste. Het heeft allemaal met het verwachtingspatroon te maken. Als je te lang hetzelfde blijft doen, ga je het publiek vervelen, zelfs al blijft de kwaliteit van wat je doet even hoog.»

HUMO Is het niet riskant om Mr. Bean over te plaatsen naar het grote scherm?

ATKINSON «Nee, ik zou niet weten waarom. Misschien financieel, want iemand is met veel geld op de proppen moeten komen. Maar ik zou het niet erg fair vinden, mocht deze film niet op zijn minst een redelijk succes zijn. lk vind hem vrij goed. Misschien is het geen meesterwerk, maar er zit zeker tamelijk veel grappig materiaal in. Wat was de vraag ook alweer? Ik ben even de draad kwijt.»

HUMO Waarom een film?

ATKINSON «O ja. Wel, daarom speelt het verhaal in Amerika. We hebben het verhaal niet naar ginds verplaatst omdat het vanuit marketingstandpunt zinnig zou zijn. Dat is het wel, want Amerikanen willen dat films zich in hun achtertuin afspelen. Maar veel belangrijker voor ons was, dat we Mr. Bean in een compleet nieuwe omgeving konden laten bewegen. Hij stapt uit een taxi en staat meteen te blinken in de Californische zon. Zulke beelden bieden vanzelf inspiratie. We hadden meteen zin om een film te schrijven met die nieuwe locatie als uitgangspunt.»

HUMO Toen u het personage bedacht, was Bean toen de eerste naam die in u opkwam?

ATKINSON «Het heeft tien jaar geduurd voor we het personage een naam hebben gegeven. Pas in 1989, toen we hem op tv brachten, hebben we hem Mr. Bean genoemd. Want we wilden het programma naar het typetje noemen, maar dan moest het typetje uiteraard eerst zelf een naam hebben (lacht). En die hadden we niet.

» Waarom Sean? Tja, we dachten gewoon aan groenten; groenten leken ons wel grappig. En Bean is een korte, gemakkelijk te onthouden, en ietwat onnozele naam. Cabbage (kool) vond ik ook wel leuk. Al spreekt de groente zelf me niet bijzonder aan.»

HUMO In uw jeugd had u naar het schijnt zelf vele bijnamen.

ATKINSON «Ja, in de film zit er een scène waar de jongetjes commentaar aan het geven zijn bij een poster van Cindy Crawford, en hij zegt: ‘Tot later, maan man.’ Mama man, maanmannetje, was een bijnaam van mij toen ik school liep.»

HUMO U hebt in het verleden gezegd dat elke grote komiek uiteindelijk één typetje vindt waar hij zich het best in voelt, en dat hij daar dan niet veel meer van afwijkt. Is Mr. Bean voor u dat typetje?

ATKINSON «Wat ik zei is dat er in iedere komiek slechts één echt goed visueel typetje zit. Hopelijk zitten er meer sprekende personages in elk van ons, maar met onze lichaamstaal kunnen we eigenlijk slechts één typetje perfect uitbeelden. Charlie Chaplin had the tramp, de landloper, Stan Laurel was de dunne, Benny Hill deed zijn ding, en zelfs Peter Sellers, die een meester was in het uitbeelden van typetjes hij kon iedereen spelen, was een absoluut briljant acteur zelfs hij had slechts één echt, succesvol visueel personage, Inspeclor Clouseau in ‘The Pink Panter’ films. Je kon zien dat hij zich daar het best in voelde. En dat komt doordat visuele personages vanuit je diepste binnenste komen. Ze komen uit je ziel, meer dan uit je verstand. Ze zijn het product van datgene waarmee je geboren bent. Je wordt geboren met een visueel karakter; het gesproken woord is iets wat je later aanleert. Je leert het op school, en in de omgang. Nieuwsbulletins, vrienden en toneelvoorstellingen beïnvloeden je taal, en bepalen welke personages je met woorden tot leven zult kunnen brengen. Maar gebaren, mimiek en de hele visuele omgangstaal komen van elders, ze groeien in je binnenste, zonder dat je er vat op hebt.»

HUMO Is dat geen vreselijke vaststelling voor iemand zoals u die met visuele komedie bezig is?

ATKINSON «Nee, omdat ik nooit meer dan één visueel typetje heb willen doen. lk heb immers ook The Blackadder, en ik heb een sitcom gedaan, genaamd ‘The Thin Blue Line’, waarin mijn personage helemaal anders is dan alle figuren die ik tot nu toe heb gespeeld. lk was nog nooit in de huid gekropen van een echt fatsoenlijke man. Het was redelijk verkwikkend, maar... (pauze) het was veel minder prettig (lacht). Ik sta niet te popelen om nog eens datzelfde personage te spelen, terwijl ik me verkneukel telkens als ik in de gedaante van Mr. Bean of The Blackadder mag kruipen.» 

HUMO O ja? U beweert toch altijd dat u het nooit leuk vindt om te acteren.

ATKINSON «Ja, ik haat acteren op zich, ik vind het heel moeilijk en ik word er zenuwachtig van. Maar ik geniet ervan om over mijn personage na te denken, ik hou van het vooruitzicht dat ik het weer even zal mogen doen. Het fantaseren, zo van ‘zou het niet leuk zijn om dit of dat te doen?’ En als het werk erop zit, kan het soms leuk zijn om erop terug te kijken en te genieten van wat ik heb gedaan, en blij te zijn dat ik goed werk heb geleverd. Maar het stuk in het midden, het daadwerkelijke acteren, waarvoor je op een podium of voor een camera moet staan, dat haat ik.» 

HUMO Hebt u er na al die jaren toch ook niet een beetje van Ieren genieten?

 ATKINSON «Nee, integendeel. Ik haat het meer en meer. Gewoon omdat het zo teneerdrukkend is. Dat komt waarschijnlijk door mijn perfectionisme, de frustratie dat alles wat je doet, beter kan. Het besef dat er een vertolking, een grap, een finesse in het stuk of in je personage zit waar je net niet bij kan, die je altijd zal ontglippen. Je grijpt ernaar, telkens weer, en je arm reikt altijd ietsje verder, maar dat ongrijpbare schuift ook gestaag op (lacht). Om gek van te worden.» 

HUMO U haat het ook om interviews te geven. Nog altijd, na dit gesprek? 

ATKINSON «Wel, ik kan nog altijd wel een paar dingen bedenken die ik liever doe. Maar hetzelfde geldt wellicht voor jou, nee?» 

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234