POETSHULP

Schoonmaaksters hangen de vuile was buiten. 'ICT'ers zijn het ergst!'

Schoonmaaksters moeten, behalve dweilen uitwringen, ook vaak losse handjes wegslaan: bijna een derde van hen krijgt te maken met seksueel geweld op het werk. Hoe gedraagt ú zich eigenlijk op de werkvloer?

'Was ik aan het stofzuigen, dan kreeg ik te horen: amai, gij kunt precies goed zuigen'

‘Met het probleem van losse handjes krijgen wij minder te maken dan schoonmaaksters die bijvoorbeeld via dienstencheques bij mensen thuis komen,’ zegt Thomas Allard, ‘maar het gebeurt.’ Allard begon in de schoonmaak als jobstudent. Hij bleef poetsen en begon zijn eigen schoonmaakbedrijf, Cleanit.

Thomas Allard «Onlangs ging ik één van onze meisjes controleren – Claudia, een knappe Roemeense. Ik kom in de trappenhal van dat bedrijf en zie hoe een man met zijn handen in haar haar zit. ‘Wat is dat?’ vraag ik haar. ‘Die valt mij zo’n beetje lastig,’ antwoordt ze. ‘Maar zeg dat dan!’ Als ze niks zegt, dan kan ik er ook niks aan doen, hè. Ik heb haar meteen vervangen door een mannelijke schoonmaker.»

‘Toen ik een keer een offerte ging maken bij een bedrijf,’ vertelt Marijke Poppe van MP Clean, het familiebedrijf dat ooit nog door haar moeder werd opgericht, ‘vroeg de klant welke diensten we nog zoal leverden.’

Marijke Poppe «Ik antwoordde dat ik gerust een limousine wilde regelen om zijn mensen op te pikken aan de luchthaven. ‘En een escort?’ vroeg hij lachend. Nee, daarin heb ik geen connecties (lacht). In mijn 18 jaar in de sector heb ik al veel respectvolle bazen meegemaakt, maar hier en daar heb je er wel eentje die de schoonmaak héél ruim interpreteert. Wat ook gebeurt – heel zelden – is dat de baas zijn poetsvrouw van op kantoor zover krijgt dat ze bij hem thuis komt bijklussen. Dan grijpen we natuurlijk onmiddellijk in.»

Annick poetst al 16 jaar bij bedrijven. Eerst jarenlang voor één van de grote spelers in de schoonmaaksector, nu voor het kleinere Cleanit, dat een 25-tal mannen en vrouwen uit poetsen stuurt.

Annick «Ooit kuiste ik in een bedrijf, waar één van de werknemers het niet kon laten seksuele opmerkingen te maken. Was ik aan het stofzuigen, dan zei hij: ‘Amai, gij kunt precies goed zuigen!’ Of als onze shift er bijna op zat, dan zei hij: ‘Aha, je bent bijna klaargekomen.’ Ik heb mij daar nooit iets van aangetrokken. Een andere collega wel: die is klacht tegen de man gaan indienen – ze vond dat ongewenste intimiteiten. Kon hij het gaan uitleggen bij zijn baas. Toen ze mij vroegen of ik er last van had, heb ik gezegd: ‘Dat zijn maar woorden. Ik heb me nooit bedreigd gevoeld.’ Ze hebben hem niet ontslagen, maar hij durfde daarna niks meer tegen ons te zeggen.»

'Een werknemer was zo ongelukkig met het beleid dat hij zijn drol op de vloer voor de lavabo's gelegd had'


Happy ending

Annick «Ik zal nooit in een shortje komen werken. Dat gaat niet: ik moet me de hele dag bukken. Maar ik ken ook poetsvrouwen die met zúlke nagels en zó’n decolleté komen. Tja, dan moet je niet verschieten dat de mannen kijken. Ik heb ook al vervangsters op hoge hakjes zien binnenkomen. Dat ik dacht: ‘Komt die poetsen?’»

Allard «Ik heb één keer een jobstudente gehad – de dochter van een Poolse kuisvrouw – die in een doorschijnend topje en een kort broekje kwam werken. Geen enkele man heeft geklaagd, maar mijn telefoon stond roodgloeiend van de vrouwen: ‘Dat kan toch niet!’ Ik heb haar een T-shirt van de zaak laten aantrekken.»

Annick «In bedrijven waar vooral mannen werken, gebeurt het wel vaker: die paar vrouwen die er werken, zijn jaloers als de poetsvrouw met wat aandacht gaat lopen. Vrouwen zijn venijnig. Met de mannen heb ik doorgaans geen last. Al roddelen die ook wel, hoor.

»Als poetsvrouw krijg je wel wat aandacht van de mannen. Maar als ik met een jobstudente moet werken, dan heb ik er gelegen. Ben ik dan jaloers? Nee, ik hoef die aandacht niet. Ik heb een goed huwelijk. Geven ze me een compliment, dan vind ik dat leuk. Zeggen ze niks, dan is het ook goed. Ik vind het best grappig om te zien hoe de mannen zich uitsloven voor dat studentje: ‘Kom, ik zal dat vuilbakje wel voor je dragen.’»

Allard «Eén keer had ik een Filipijnse dame in dienst genomen. Ze deed het heel goed, maar op een dag belde een klant: ‘Uw kuisvrouw is hier niet geweest.’ Op elke auto van onze firma zit een track & trace-systeem, waarmee ik ze kan opsporen als het nodig is. Bleek dat ze geparkeerd stond voor een erotisch massagesalon. Ik belde de baas op – ik was daar een keer een offerte gaan maken, dus ik kende die man: ‘Ja, ze is hier aan het werk.’ Mijn poetsvrouw was dus tijdens haar uren een massage met happy ending aan het geven. Ik heb haar meteen ontslagen en die andere baas ook. In plaats van twee jobs had ze er plots géén meer. Nul happy ending.»


Poetsen en zwijgen

Annick weet het zeker: ‘De poetsvrouw ziet alles.’

Annick «In elk bedrijf werkt er wel een rotte appel. De meeste bazen zijn er blind voor, maar ik zie dat. Dan sta ik te kuisen in het toilet en hoor ik ze foeteren: dat ze straks eens goed hun gedacht zullen zeggen tegen de baas! Maar dan komen ze buiten en zeggen ze niks. Ze durven niet. Soms weet ik zelfs wie er ontslagen zal worden, nog voor die mens het weet. Maar ik zeg niks: als poetsvrouw moet je vooral goed kunnen zwijgen.»

Allard «Een schoonmaker moet niet alleen goed poetsen. Iemand die proper werk levert maar boertig is, daar heb ik niks aan. Wij leveren een service, dus vriendelijkheid komt op de eerste plaats. En vooral: discretie. Zeker mijn oudere werksters weten: ‘Wat we op de werkvloer zien en horen, dat blijft onder ons.’ Je móét ook zwijgen, anders riskeer je zelf in de problemen te komen. Ooit heb ik een baas met de secretaresse op zijn bureau betrapt. Die secretaresse was zó kwaad – ze dacht dat ik met opzet op het verkeerde moment was binnengekomen. Ze heeft er alles aan gedaan om mij daar buiten te krijgen. Dat is haar gelukt: ze is zelf een andere schoonmaakfirma gaan zoeken. Niet veel later kreeg ik telefoon van diezelfde baas: of ik niet wilde overwegen terug te komen. Kennelijk was de affaire met de secretaresse voorbij en was die man toch niet zo tevreden over de nieuwe kuisploeg (lacht).»

Annick «Geloof me: in veel bedrijven heb je affaires. Ze denken allemaal dat niemand het ziet, maar ik ben niet blind: ik weet heel goed wie een affaire heeft met wie. Ik zie hoe ze opfleuren als ze elkaar passeren, hoe er sms’jes worden uitgewisseld aan de kopieermachine, hoe de ene vertrekt en de ander tien minuten later volgt. Maar ik hou mijn mond.»

Nicole en Sonja – Son voor de vrienden – zijn collega’s. Nicole poetste lange tijd zelf, maar tegenwoordig heeft ze de leiding over verschillende poetsploegen.

Nicole «Toen ik nog zelf poetste, heb ik een keer voor mijn ogen een affaire zien openbloeien. Beneden in dat bedrijf was er een doucheruimte en die twee gingen dan samen douchen. Dat meisje kwam me daar spontaan over vertellen. Het gebeurde wel vaker dat mensen mij allerlei persoonlijke zaken kwamen opbiechten. Soms is de kuisvrouw ook een beetje therapeut.»

Son «Moest jij die douche daarna ook kuisen?»

Nicole «Nee, die zat niet in mijn takenpakket. Gelukkig (lacht).

»Wat ik ook weleens meemaakte: een bureau schoonmaken en per ongeluk tegen de muis stoten. Springt dat scherm aan: floep, porno! (lacht)»

'ICT'ers zijn het ergst: nonchalant! Die zijn gewoon minder met sociaal contact of hygiëne bezig'


Vuilaard gezocht

HUMO Hoe is het gesteld met de netheid van de kantoormens?

Allard «Het kan weleens smerig zijn, zeker na een bedrijfsfeestje. Maar daar storen wij ons niet aan: wij zijn er om die smerigheid op te lossen. Als je ergens binnenkomt waar je aan de grond plakt door het opgedroogde bier en waar de hele keuken vol met vuile wijnglazen staat, dan weet je: ‘Straks laat ik het hier schoon achter.’ Da’s plezant, dat geeft voldoening. Soms krijg je een waarschuwing vooraf – ‘Het ligt er nogal vuil bij’ – maar meestal niet.»

Kris Wouters is intussen met pensioen, maar tot voor kort was ze verantwoordelijk voor de poetsploegen van de Brusselse postkantoren.

Kris Wouters «De ICT’ers zijn het ergst: nonchalant! On s’en fout! Ze stoten colablikjes om en schillen laten ze zomaar op de grond vallen. Ze zijn zo hard gefocust op hun computerscherm dat er naast hen een bom mag ontploffen, ze zouden het niet eens merken. Ze zijn gewoon minder met sociaal contact of hygiëne bezig – dat is algemeen geweten binnen de schoonmaaksector. In het begin schrok ik daar wel van. Misschien ging ik ervan uit dat de postbodes het minst proper zouden zijn – die mensen hebben niet gestudeerd – maar dat is zeker niet altijd zo. Ook op de verdieping waar de CEO en zijn entourage zitten, durven de drollen weleens in de toiletpot blijven liggen.

»Werknemers werken hun frustraties soms ook uit op de toiletten. Eén keer was een medewerker zo ongelukkig met het beleid dat hij zijn drol op de vloer aan de lavabo’s had gelegd. Hij was kwaad op de baas, maar wie had er het meest last van? De kuisvrouw.»

HUMO De toiletten zijn wellicht de minst aangename plek om schoon te maken.

Poppe «Over toiletten kan ik een boek schrijven. Af en toe heb ik het gevoel dat wij de mensen moeten opvoeden. Dat ik denk: ‘Doe jij dat thuis ook?’ Wij komen wc-potten tegen die tot aan de bril propvol stoelgang zitten. Hoe ze dat doen? Ik weet het niet. Het lijkt soms alsof de uitwerpselen er met een emmer zijn ingegoten. Voor onze schoonmakers is het hard werken om dat soort, euh, taferelen doorgespoeld te krijgen. En dan is het uitzoeken wie verantwoordelijk is. Soms zijn we zo hard bezig met Sherlock Holmes te spelen, dat we amper nog aan poetsen toekomen.

»Ik herinner me nog een kantorencomplex waar verschillende bedrijven samen zaten en ze een groot probleem hadden op de toiletten: de tussenmuren werden steeds weer beklad met stoelgang. Mijn schoonmaker werd meteen met de vinger gewezen. Dat kon ik niet laten passeren. Terwijl ik daar op controle was, kruiste ik een bediende op de gang. Hij hoorde me praten met de verantwoordelijke en mompelde: ‘Je moet er maar voor zorgen dat je hier Nederlandstalig poetspersoneel plaatst.’ Ik heb snel gereageerd: ‘Wat maakt het uit welke taal iemand spreekt? Zolang het maar goed gepoetst is.’ Die man dook weg. Voor mij was het duidelijk wie de toiletbevuiler was.»

Allard «Onlangs had ik een klant die vroeg of we niet elke dag konden langskomen, omdat de toiletten altijd zo snel vuil werden. ‘Weet u wel wat u dat op jaarbasis zal kosten?’ vroeg ik. Als je een probleem hebt met de netheid in de toiletten, dan wil dat zeggen dat er één vuilaard tussen je mensen zit. Iemand met darmproblemen die alles onderspat, ik zeg maar iets. ‘We kunnen beter die vuilaard opsporen,’ heb ik hem voorgesteld. We zijn alles nauwkeurig gaan noteren: wanneer de wc’s vuil waren en wanneer niet, en wie er op dat moment op vakantie was. Uiteindelijk viel de viezerik vanzelf door de mand.

»In een ander bedrijf hadden we een probleem met een concurrerende schoonmaakfirma: wij kuisten op één verdieping, terwijl er in de rest van het gebouw een andere poetsfirma werkte. Bleek dat een gefrustreerde schoonmaker van die firma altijd op onze verdieping naar het toilet ging en daar dan neuskeutels in de voegen van de muurtegels ging duwen. Zeer vervelend en ongelofelijk moeilijk te verwijderen. Het heeft toch een paar maanden geduurd voor we die man hebben kunnen betrappen.»

'Mensen biechten vaak persoonlijke zaken op. Dan is de kuisvrouw ook de therapeut'


Viooltjes en meiklokjes

Poppe «Tegenwoordig willen bedrijven meer controle over de schoonmaak. Ze willen waar voor hun geld: hoe laat komt de kuisploeg toe? Hoeveel uren hebben ze gepresteerd? Wat hebben ze allemaal gedaan voor de prijs die wij betalen? Iedereen wil een werkplek die proper en aantrekkelijk is, maar het mag geen tijd of geld kosten. Ze denken meteen dat de schoonmaakploeg er de kantjes afloopt. En dat de meeste schoonmakers tegenwoordig allochtoon zijn, zorgt af en toe ook voor wantrouwen. Aan dat soort discriminatie doe ik niet mee. Gevolg is wel dat mijn mensen weer meer tijdens de kantooruren gevraagd worden en dus meer in contact komen met de rest van het personeel. Dat creëert wel wat hinder en onenigheid tussen bedienden en schoonmakers. Er wordt dan al snel een klacht gelanceerd, al dan niet anoniem. Mensen chicaneren over onbelangrijke dingen: als hun vuilnisbak niet precies op dezelfde plek wordt teruggezet, krijgen we al een opmerking.»

Wouters «Niemand wordt zo vaak gecontroleerd als de poetsvrouw. Ze verdient misschien 8 euro per uur, maar ze heeft op z’n minst 5 controleurs, die allemaal moeten checken of ze haar werk wel naar behoren doet.

»Ik ben er voorstander van dat kuisploegen overdag komen. Als je iemand zíét schoonmaken, dan heb je ook respect voor die persoon. Anders krijg je alleen maar vervreemding. Ik heb het zelf gemerkt: bij mijn ploegen die overdag werkten en als deel van het personeel werden beschouwd, was er veel minder absenteïsme.»

Poppe «Op veel kantoren heb je mensen met een allergie: voor hen kan je nooit genoeg stofzuigen. Ze zijn extreem veeleisend en een beetje obsessief. Terwijl ik denk: ‘Misschien eerst uw allergie aanpakken.’

»Mensen beseffen niet hoeveel tijd erin kruipt om een bureau te kuisen dat vol ligt. Vooral in boekhoudkantoren is het soms erg gesteld: papieren op het bureau, dozen op de grond. Verplaats je de dozen, dan is het niet goed. Laat je ze staan en stofzuig je errond, dan trekken ze een doos weg en zijn ze boos dat er stof achter ligt. Als het echt erg wordt, dan leggen wij een kaartje op het bureau: ‘Gelieve uw bureau tegen morgen vrij te maken, dan maken wij het nog mooier.’ Het zijn speciale kaartjes die we laten drukken, met een smiley erbij. Dat helpt.

»Bij de schoonmaak draait alles om de geur. De industriële producten waarmee wij werken, zijn ecologisch afbreekbaar en geurloos. Maar als de mensen niets ruiken, dan denken ze dat we niet hebben gepoetst. Ook qua geurtjes hebben ze allemaal andere eisen: de ene wil dat zijn bureau naar viooltjes ruikt, zijn buurman wil meiklokjes. Dat gaat niet. Dan zeg ik: ‘We doen dennengeur.’»

HUMO Praten veel werknemers met de poetsman of -vrouw? Of beschouwen ze jullie toch eerder als deel van het kantoormeubilair?

Wouters «Ik heb mijn schoonmakers echt moeten opkweken en hun assertiviteit moeten aanwakkeren: ‘Hoe kleiner jij je maakt, des te minder ze je zien en des te meer ze je gaan vertrappelen.’ Het belangrijkste is wederzijds respect tussen de poetsploeg en de rest van het personeel.»

Allard «Het hangt er maar van af hoe jij je opstelt: als je wegduikt zodra iemand iets zegt of als je nooit kan antwoorden op een vraag, dan zullen ze misschien wel denigrerend doen. Maar ik heb me nooit minder of meer gevoeld dan een andere werknemer. Als ik na de kantooruren poetste, dan was ik vaak alleen met de baas: die mensen doen ook graag eens een babbeltje.

»Als iemand al eens denigrerend deed, dan was het de kassierster aan de kassa van de supermarkt waar ik schoonmaakte. Mensen die zelf laag op de ladder staan, denken dat ze meer zijn, gewoon omdat er iemand is die nóg lager staat. Zo’n kassierster denkt dan dat ze de chique madam kan spelen. De grote baas loopt meestal niet naast z’n schoenen: hij hoeft de grote jan niet uit te hangen, hij ís de grote jan.»

Annick «Veel hangt af van de baas. Is er een goeie baas, dan zijn de mensen relaxed. Anders geldt de regel: als de kat van huis is, dansen de muizen op tafel. Dan gedragen de mensen zich helemaal anders als hun baas even weg is.»


Mont Blanc weg

Nicole en Son hebben hun eigen wall of fame: één muur van het poetslokaal in de kelder hangt vol met gevonden voorwerpen. Het zijn vooral feestneuzen, toeters en bellen – jolige overblijfselen van bedrijfsfeestjes. Hoofdvogel is een houten stokpaard. Son: ‘Als we zulke dingen vinden, dan doen we de rest van onze shift met zo’n hoed of bril op. Kunnen de mensen nog eens lachen.’

HUMO Wat is het vreemdste voorwerp dat jullie al hebben gevonden?

Son «Een condoom. Mét inhoud. Die hebben we maar niet op onze wall of fame gehangen (lacht).»

HUMO ‘Kuisploeg vindt cocaïne in hotelkamer,’ lazen we in de krant.

Allard «Drugs heb ik nog nooit gevonden, maar in een bankkantoor heb ik het wel een keer meegemaakt dat de deur van de kluis wagenwijd open stond. Ik ben het meteen gaan melden, want als er iets ontbreekt, dan weet ik wie ze zullen beschuldigen. Bij een andere bank waren ze de sleutel van de kluis opeens kwijt. Ze wezen naar mij – de poetsploeg is altijd de eerste verdachte. Achteraf zijn ze zich komen verontschuldigen: een werknemer was de sleutel thuis vergeten.»

‘Ik ken de truken intussen,’ zegt Godelieve Roelandt, met 30 jaar ervaring in het vak. ‘Ken je die met het bankbiljet?’

Godelieve Roelandt «Daarmee testen ze of de schoonmakers niet stelen. Dan stoppen ze een bankbiljet onder een stapeltje papieren. Meestal is het er eentje van 5 of 10 euro – 50 is al te veel. Er steekt net genoeg van het biljet onder de papieren uit, dat je er niet naast kan kijken. Dan denk ik: ‘Hier gaan we weer.’ Ik leg dat biljet dan altijd mooi op het klavier van hun computer, als om te zeggen: ‘Jaja, ik heb het gezien en ik heb het niet gepikt.’

»In de bank heb ik wel een keer een stapeltje geld gevonden. Kennelijk was een klant dat vergeten aan het loket. Ik heb het meteen afgegeven en die man is zijn geld komen halen, maar een bedankje voor de poetsvrouw kon er niet af. Het was nochtans een serieus bedrag.»

Wouters «Ik heb het één keer meegemaakt dat een postkantoor werd overvallen terwijl één van mijn schoonmaaksters, een Colombiaanse, aan het werk was. De overvallers hadden haar, samen met de rest van het personeel, opgesloten in de toiletten. Iedereen was in shock, dus ik belde haar meteen op: ‘Maar madame Kris, in Colombia ben ik wel meer gewoon. Ik heb ervan geprofiteerd om eens goed de grote kuis te doen.’ (lacht)»

Allard «Het klopt wel dat wij veel gevoelige informatie zien. Het is te zeggen: ik zie dat, omdat ik zelf bedrijfsleider ben. Maar onze mensen zijn daar niet mee bezig: voor hen zijn dat saaie getalletjes en tabellen. Ze kuisen daar gewoon rond.»

Annick «Ik neem elk stapeltje papier op, kuis eronder, en leg alles mooi terug. Eén keer is een directeur me komen vragen – heel vriendelijk – of ik misschien zijn balpen had gezien. ‘Ik heb niks gezien,’ zeg ik, ‘maar ik heb er wel eentje in de vuilnisbak gegooid, omdat die vol inkt hing.’ We zijn samen gaan zoeken in de container. Bleek het de dure Mont Blanc-vulpen te zijn die hij voor zijn huwelijksverjaardag cadeau had gekregen van zijn vrouw. Weet ik veel wat een Mont Blanc is. Ik heb er wel uit geleerd: ik gooi niks meer weg zonder het eerst te vragen!»

Nicole «Mensen durven soms zélf iets te verstoppen: dan hebben ze geen zin om hun bord of kopje af te wassen, en stoppen ze het achter een paar dossiers. Opgelost! Wij vinden die afwas een paar weken later, vol met schimmel of maden.»

Son «Voor een poetsvrouw komt het er vooral op aan humor te gebruiken. Dan krijg je veel van mensen gedaan. Ik ben al eens onder een bureau gekropen om iemands veters samen te binden, omdat hij maar niet opzij wilde gaan. Dat zou ik niet bij iedereen doen: je moet weten bij wie en wanneer zoiets kan. En dan gebeurt het weleens dat ze je terugpakken.»

Nicole (knikt) «Op een dag vond ik mijn borstel niet meer. Hadden ze hem aan het plafond gehangen.»

Son «Mijn poetskar hebben ze een keer omgebouwd tot crèmekar. Heel mooi gedaan met papier, en de vermelding ‘Crèmekar Son’. Ik was zo druk bezig dat ik het niet eens had gemerkt. Op elke verdieping waar ik kwam, vroegen ze twee bollen vanille en ntje met chocola. Ik dacht: ‘Wat mankeren die?’ (lacht) Maar zoiets maakt onze dag goed. Dan vergeten we de vuile toiletten en het geklaag.»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234