Simone De Beauvoir en Jean-Paul Sartre (1963)  Beeld Keystone-France
Simone De Beauvoir en Jean-Paul Sartre (1963)Beeld Keystone-France

overleed35 jaar geleden

Simone de Beauvoir: ‘Een vrouw moet oppassen voor de valstrik van het huwelijk en het moederschap’

Schrijfster, filosofe en feministe Simone de Beauvoir overleed op 14 april 1986. Tien jaar eerder publiceerde Humo een interview met haar naar aanleiding van ‘het jaar van de vrouw’. Herlees hier het interview:

(Verschenen in Humo in 1976)

Het Jaar van de Vrouw is in de hele wereld op een Holle Lach onthaald, door mannen én door vrouwen, zij het om verschillende redenen. Het mannelijk chauvinisme uitte zich in besmuikte grappen (‘negentienwijfenzeventig’, ‘het jaar van de ex-vrouw’) en in toespraken van bijvoorbeeld premier Tindemans die — tijdens de slotplechtigheid van het Jaar — de vrouwen beknorde omdat zij niet genoeg kinderen produceren en zich overgeven aan liederlijk genot. Geen lusten zonder lasten, zo betoogde de bewindsman. Vrouwen hebben hele andere redenen om ontgoocheld te zijn over het Jaar van de Vrouw. Dat kwam onlangs nog tot uiting tijdens het Tribunaal over de Misdaden Tegen De Vrouw, dat in Brussel georganiseerd werd, en het blijkt nogmaals uit onderstaand interview van Alice Schwarzer — zelf een vooraanstaande Westduitse feministe — met de Franse filosofe Simone de Beauvoir. Simone de Beauvoir staat bekend als ‘de levens-gezellin van Sartre’ en is de schrijfster van het wereldberoemde boek ‘De tweede sekse’, dat beschouwd wordt als de bijbel van het feminisme.

— Pas vier jaar geleden heeft u voor het eerst verklaard feministe te zijn. Tot aan het begin van de nieuwe vrouwenbeweging was u openlijk anti-feministe. Dat wil zeggen, u was tegen een autonome vrouwenbeweging, want volgens u zou uit een socialistische revolutie automatisch de oplossing van het vrouwenprobleem voortvloeien. Sindsdien is er veel gebeurd. U bent zelf actief in de vrouwenbeweging en de strijd van de vrouw is tot het publieke bewustzijn doorgedrongen. Het zogenaamde Jaar van de Vrouw lijkt mij symptomatisch te zijn geweest. Wat denkt u?

SIMONE DE BEAUVOIR «Wij feministen hebben al dikwijls genoeg gezegd hoe we daarover denken. Men heeft ons daarmee voor de gek gehouden en vernederd. Binnenkort krijgen we het jaar van de zeemeermin, dan het jaar van het paard, van de hond, enzovoorts. Dat betekent dat men de vrouwen als objecten beschouwt, die het in deze mannenwereld niet waard zijn langer dan 1 jaar au sérieux genomen te worden. De helft van de mensheid zijn vrouwen. Bijgevolg is het uitermate grotesk over een jaar van de vrouw te spreken. Elk jaar moet een jaar van de vrouw zijn, een jaar van de mens, punt.»

— Maar gelooft u ook niet dat het openlijke cynisme waarmee de meeste mannen het Jaar van de Vrouw gevierd hebben, vele vrouwen, zo woedend gemaakt heeft dat daar-door de vrouwenbeweging uiteindelijk toch versterkt is?

DE BEAUVOIR « Ik denk dat we dat niet aan het Jaar van de Vrouw te danken hebben, maar aan de inspanningen van de vrouwenbeweging. Dus aan de niet-georganiseerde, niet-officiële vrouwen. Het Jaar van de Vrouw is er pas gekomen toen er al een vrouwenbeweging was. En wel om die beweging af te zwakken, om de golven wat te breken, om zo te zeggen. Het Jaar zelf heeft ons hoegenaamd geen stap verder gebracht. De vrouwen in Mexico waren niet meer dan marionetten van de mannenpolitiek. Dat kwam nog het duidelijkst tot uiting in het conflict tussen de vertegewoordigsters van Israël en die van de Arabische landen. De een is al even patriarchaal als de ander, en de Islam zeker niet minder dan het Jodendom.»

— Maar het Jaar van de Vrouw heeft, ondanks alles, toch enig nut gehad, of niet?

DE BEAUVOIR «Zeker. Theoretisch kan men zeggen dat zelfs de meest erbarmelijke hervormingsmaatregelen, toch altijd iets goeds opleveren. Maar ze zijn net zo goed gevaarlijk. Het beste voorbeeld is de nieuwe abortuswet in Frankrijk. Het is een volstrekt ontoereikende maatregel, die alleen maar te verklaren is als reactie op onze strijd. (In Frankrijk werd in 1975 abortus vrijgegeven binnen de eerste tien weken van de zwangerschap, n.v.d.r.). Dat heeft de heer Giscard d’Estaing voor mekaar gekregen, die altijd modern wil doen, maar nooit enig wezenlijk privilege aantast. Hij morrelt alleen maar wat in de marge van de taboes. Goed. Enerzijds is het dus een maatregel die hoegenaamd niets verandert aan de grond van de zaak. Zo’n maatregel is best verenigbaar met een kapitalistische en patriarchale wereld. (Het beste bewijs daarvoor is dat vrije abortus ook in Japan en in de USA bestaat.) Anderzijds is zo’n hervorming ook niet te onderschatten. Ze verlost de vrouwen van heel wat acute problemen. En het is tevens een begin; zoals ook de pil een begin was. Maar net zoals de pil — die de gezondheid van de vrouw aantast en haar alleen de verantwoordelijkheid laat voor de voorkoming van de zwangerschap — zo kan ook de vrije abortus als een soort boemerang gaan werken. in een door mannen beheerste wereld moet met een mogelijke tegenaanval van de mannen rekening worden gehouden. Ze kunnen het benutten om er een nieuwe soort onderdrukking aan toe te voegen. Ze kunnen zeggen: ‘Nu er geen gevaar meer is, kun je me toch mijn gang laten gaan; je laat je dan maar aborteren…’»

— In 1971 was u bij de vrouwen die openlijk hebben verklaard dat ze abortus hadden laten uitvoeren. Sedertdien hebt u aan talrijke initiatieven en acties van de feministen deelgenomen. Hoe zijn uw relaties met de jonge feministen?

DE BEAUVOIR «Ik heb meer contact met afzonderlijke vrouwen die mij persoonlijk en politiek zeer nabij staan, dan wel met groepen of tendenzen. Ik werk met hen aan concrete projecten. Dat wil zeggen: ik ben geen militante in de enge zin van het woord. Ik ben ook geen 30 meer, maar 67, en bovendien een intellectueel. Dus voor mij is de daad het woord. Maar ik volg alle activiteiten van de vrouwenbeweging van zeer nabij, en ik sta altijd ter beschikking. Zo ben ik voorzitter van de Liga voor de rechten van de vrouw, en help ik mee aan de pogingen om huizen voor mishandelde vrouwen op te richten. Dat vind ik bijzonder belangrijk, omdat het probleem van het geweld alle vrouwen aanbelangt, onafhankelijk van hun maatschappelijke klasse. Het is zoals met de abortus: het probleem bestaat in alle klassen. Mishandeling komt zowel voor in huwelijken waar de man rechter is, als in huwelijken waar de man ongeschoold arbeider is. We hebben al een ‘SOS voor mishandelde vrouwen’ opgericht, en nu proberen we huizen te krijgen waar we — tenminste tijdelijk —dergelijke vrouwen, met hun kinderen, kunnen onderbrengen en helpen.»

— De feministen hebben van u, als schrijfster, veel geleerd. Heeft u ook van ons wat kunnen leren?

DE BEAUVOIR «Ja! Zeer veel! Jullie hebben veel van mijn meningen nog geradicaliseerd! Ik, ik was eraan gewend in deze wereld te leven, waarin de mannen zijn wat ze zijn, namelijk onderdrukkers. Ikzelf heb daar, geloof ik, nog nooit al te zeer onder geleden. Ik ben aan de meeste typisch vrouwelijke slaventaken ontsnapt, want ik ben noch huisvrouw, noch moeder. En beroepshalve behoorde ik tot de gepriviligieerden, want in mijn tijd waren er maar weinig vrouwen die filosofie doceerden. In dat geval word je ook door de mannen erkend. ik was een uitzondering en — ik accepteerde dat. Tegenwoordig weigeren de feministen alibi-vrouwen te zijn. En ze hebben gelijk! Men moet vechten! Wat jullie mij vooral hebben bijgebracht, is de waakzaamheid. Niets door de vingers zien! Zelfs niet de banaalste dingen, zoals het seksisme van alledag, dat wij zo gewoon zijn. Het begint al bij de taal.»

— Uw boek ‘De Tweede Sekse’ dat nu een onverbiddelijke bestseller is geworden (in Amerika alleen al een miljoen exemplaren), was oorspronkelijk een zuiver intellectueel en theoretisch werk, en geen strijdschrift. Hoe waren in 1949, toen het verscheen, in feite de reacties erop?

DE BEAUVOIR «Zeer heftig! Ze waren tegen mij! Heel, heel vijandig! »

— Van welke kant?

DE BEAUVOIR «Van alle kanten. Misschien waren we ook een beetje onhandig geweest. We hadden namelijk nog voor het verschijnen van het boek, het hoofdstuk over de seksualiteit in ‘Les Temps Modernes’ gepubliceerd. Dat heeft misschien de storm doen losbarsten. En van een vulgariteit! Mauriac bijvoorbeeld schreef prompt aan een vriend die met ons bij ‘Les Temps Modernes’ werkte: ‘0, ik ben bij het lezen een en ander te weten gekomen over de vagina van uw chef!’ En Camus, die toen nog een goede vriend was, jammerde: ‘U heeft de Franse man belachelijk ge-maakt.’ Ik heb professoren gezien die het boek dwars door de collegezaal smeten, omdat ze het ondraaglijk om lezen vonden. Als ik in een restaurant kwam — gekleed zoals altijd, dat wil zeggen eerder vrouwelijk, zoals dat mijn aard is — dan staarden de mensen me na, en je kon ze horen fluisteren: ‘Aha, is zij dat... Ik dacht dat... Zou ze dan beide zijn?’

»Ik genoot toen de pikante reputatie lesbisch te zijn. Zo gaat het nu eenmaal: een vrouw die zulke dingen durft zeggen, die kan toch niet ‘normaal’ zijn. Ook de communisten hebben mij afgemaakt, en mij voor ‘bourgeoise’ uitgescholden. Ze zeiden: ‘Wat u daar vertelt, dat laat de arbeidsters van Billancourt steenkoud.’ Wat niet juist was. Maar ik had dus noch Rechts, noch Links op mijn kant.»

— Enkelen zijn zelfs zover gegaan te beweren dat niet u, maar Sartre uw boek zou geschreven hebben. En in ieder geval bent u voor de publieke opinie - die toch door mannen beheerst wordt — altijd dat ‘tweede wezen’ gebleven dat u in ‘De Tweede Sekse’ hebt geanalyseerd. Dat wil zeggen u bent de vrouw gebleven die niet zelfstandig, maar die louter in relatie tot de man gezien wordt, namelijk : als ‘levensgezellin van Sartre’.

DE BEAUVOIR «Precies. In Frankrijk was je voor iedereen gevaarlijk. In het buitenland ging het beter. Een buitenlander tolereert men makkelijker. Het is ver weg, en daarom minder gevaarlijk»

— De relaties tussen Links en de Feministen zijn niet verbeterd. Integendeel. Ik zou zelfs zeggen dat ze slechter geworden zijn. De meeste kameraden hebben hun superioriteitscomplex (zoals ze het zelf eens genoemd hebben) dermate verinnerlijkt, dat ze de Feministen — die zichzelf altijd als een deel van Links hebben beschouwd — principieel als ‘burgerlijk’ en ‘reactionair’ bestempelen. De tegenstelling tussen de seksen is maar een ‘neventegenstelling’, zeggen ze, en de klassenstrijd is de hoofdtegenstelling.

DE BEAUVOIR «Die arme schatjes... ze kunnen vast niet anders. Ook kameraden zijn pascha’s. Het zit hun zozeer in het bloed... Het is ook weer een van die grote mannen-trucs, dat van die neventegenstelling. De tegenstelling man/vrouw is net zo fundamenteel als gelijk welke andere tegenstelling. Op die manier staat de ene helft van de mensheid tegenover de andere. Beide, de tegenstelling der geslachten én die der klassen zijn belangrijk. Een en ander is zeer complexs, en de vrouwenbeweging moet trachten een brug te slaan tussen die twee. In principe kan men ook als de levensgezellin van Sartre zeggen, dat de stelling dat de klassenstrijd überhaupt de voorrang zou moeten krijgen, in toenemende mate in vraag moet worden gesteld, ook door Links. Er zijn vandaag de dag zoveel revolutionaire oorlogen, die in feite het kader van de klassenstrijd doorbreken. De strijd van de gastarbeiders bijvoorbeeld, en de regionale autonomiebewegingen, de jeugdverenigingen, en de strijd van de soldaten in de Franse kazernes.

»De strijd van de vrouwen neemt daarbij een bijzondere plaats in. De draad ervan loopt doorheen alle klassen. Het is natuurlijk zo dat de onderdrukking van de vrouw verschillende vormen aanneemt naargelang de maat-schappelijke klasse waartoe ze behoort. Zo zijn er vrouwen die op twee verschillende plaatsen slachtoffer zijn: als arbeidster in de fabriek, en als huisvrouw in de keuken. Anderen hebben maar onder één vorm van onderdrukking te lijden : namelijk als echtgenote en moeder. Maar zelfs de niet-werkende vrouw van een burgerlijke man staat er niet beter voor : ze belandt zeer snel in het proletariaat als haar man haar verlaat. Daar staat ze dan, zonder beroep, zonder kwalificaties, zonder eigen geld... Dat ontkennen is een typische mannentruc, waarmee ze de strijd onder mannen willen afhandelen. De klassenstrijd, dat is een zaak van mannen! De vrouwen, die schatjes, die mogen daar hoogstens een beetje bij helpen. Na afloop mogen ze dan weer in de keuken gaan staan.»

— Is de situatie van de vrouwen in de socialistische landen volgens u beter, gelijk, of slechter?

DE BEAUVOIR «Eerst en vooral moet gezegd worden dat de socialistische landen niet werkelijk socialistisch zijn: het socialisme waar Marx van droomde, is nog nergens gerealiseerd. Men heeft de productieverhoudingen gewijzigd; maar vandaag weten we dat een verandering van de productieverhoudingen alleen, niets uithaalt om werkelijk de samenleving en de mens te veranderen. Bijgevolg blijven de man-vrouwrollen, ondanks een gewijzigd productiesysteem, hun traditionele vorm behouden. Maar ik geloof niet dat de situatie van de vrouw in de socialistische landen daarom slechter is. Integendeel. De vrouwen worden er meer gerespecteerd, en ze hebben er ook zelfrespect. 95 procent van de vrouwen werken er buitenhuis, en zij die dat niet doen, worden geminacht. De meeste vrouwen zijn er economisch onafhankelijk; en ze hebben het ook gemakkelijker in zaken zoals huwelijk of echtscheiding. Als werkende vrouwen hebben zij ook toegang tot veel interessantere beroepen. Maar van de zogenaamd typisch vrouwelijke taken zijn ze nog steeds niet verlost. Een vrouwelijk kaderlid bijvoorbeeld moet in Rusland na haar dagtaak nog altijd in de rij gaan staan om eten voor man en kinderen te kopen. Daarom zijn de vrouwen in de socialistische landen vermoeider — nog vermoeider — dan de vrouwen in de kapitalistische landen. Maar ze worden er meer gewaardeerd. Ze hebben recht op een aantal ‘mannelijke’ privileges — niet op allemaal — maar ze behouden al hun vrouwelijke ‘plichten’.»

— Gelooft u in de noodzaak van een vrouwenbeweging in de socialistische landen?

DE BEAUVOIR «0 ja! Maar of het mogelijk zal zijn... Ik weet het niet. Ik geloof dat het in slechte aarde zou vallen in de socialistische landen, waar de macht immers ook in mannenhanden is.»

— Ik wil nog even terugkomen op de reacties op uw werk. Ik weet dat u sedert dertig jaar dagelijks brieven van vrouwen uit de hele wereld ontvangt. Lang voor het bestaan van de nieuwe collectieve vrouwenstrijd was u voor vele vrouwen een idool, en u blijft de belichaming van onze revolte. Mijn vraag: hebt u iets geleerd van de talrijke reacties van vrouwen daarop?

DE BEAUVOIR «Ik heb de onmetelijke omvang van de onderdrukking begrepen. Er zijn vrouwen die werkelijk gevangen zitten. En het zijn er niet weinig. Ze schrijven mij in het geheim, als hun man niet thuis is. De interessantste brieven komen van vrouwen tussen 35 en 45, die getrouwd zijn en die dat prachtig vonden, maar die nu verkocht en verraden zijn. Ze vragen me: ‘Wat moet ik doen? Ik heb niet eens een beroep. Ik heb niets. Ik ben niets.’ Als je 18 of 20 bent, trouw je uit liefde, maar op z’n dertigste begint men plotseling te ontwaken. En dan is het moeilijk, zeer moeilijk om er weer uit te geraken. Het had mijzelf kunnen overkomen; daarom ben ik er zo ontvankelijk voor.»

— Het is altijd een waagstuk om raad te geven, maar als een vrouw erom vraagt...

DE BEAUVOIR «Ik geloof dat een vrouw op haar hoede moet zijn voor de valstrik van het huwelijk en het moederschap. Zelfs als ze graag een kind wil, moet ze goed overwegen onder welke omstandigheden ze het zal moeten opvoeden. Het moederschap is tegenwoordig een ware slavernij. De samenleving én de vaders laten de vrouwen praktisch alleen de verantwoordelijkheid voor de kinderen. Het zijn de vrouwen die ophouden met werken als er een kind is. Als de kleuter de mazelen heeft, neemt de vrouw vrijaf. De vrouwen moeten zich uitsloven, omdat er niet genoeg kindercrèches zijn... Als vrouwen ondanks alles nog een kind willen, moeten ze het krijgen zonder te trouwen.»

— En de huishoudelijke arbeid? Hoe zit het daarmee? Moeten de vrouwen weigeren meer te doen dan de mannen?

DE BEAUVOIR «Ja. Maar dat is niet voldoende. We moeten voor de toekomst andere vormen vinden. Het huishouden moet niet alleen maar door de vrouwen, maar door iedereen gedaan worden! En — wat zeer belangrijk is — zij moet uit haar isolement geraken! Daarmee bedoel ik niet een zekere vermaatschappelijking van het werk, zoals men dat sedert enige tijd in de Sovjet-Unie heeft ingevoerd: namelijk gespecialiseerde groepen die dan de karweitjes gaan opknappen. Dat lijkt mij zeer gevaarlijk te zijn omdat het leidt tot een nog scherpere arbeidsverdeling. Je krijgt dan mensen die hun hele leven lang vegen of strijken. Dat is geen oplossing. Wat ik veel beter vind, is wat er in sommige streken van China schijnt te gebeuren: waar iedereen — mannen, vrouwen en zelfs kinderen — op een bepaalde dag de handen uit de mouwen steken om samen het huishoudelijk werk tot een openbare zaak te maken, waarbij het er soms erg lustig aan toegaat.

»Zo wordt er bijvoorbeeld tot op een bepaald uur alleen maar gewassen, of gepoetst. Er bestaat toch immers geen enkele werkzaamheid die in zichzelf vernederend is? Alle bezigheden zijn gelijkwaardig. Het is het geheel van arbeidsvoorwaarden, dat vernederend is. Ramen lappen, waarom niet Dat is precies evenveel waard als typen. Vernederend zijn alleen de voorwaarden waaronder men ramen moet lappen: in zijn eentje, in de verveling, in de onproductiviteit. Dat is er verkeerd aan! En ook die arbeidsdeling binnen/buiten. Alles moet om zo te zeggen buiten gebeuren.»

— Er bestaan strekkingen in de vrouwenbeweging — zoals trouwens ook in bepaalde politieke partijen — die een loon voor huisvrouwen zouden willen.

DE BEAUVOIR «Daar ben ik volstrekt tegen. Goed, er zijn misschien vrouwen die op grond van hun leeftijd geen andere mogelijkheid meer hebben, die best tevreden zouden zijn met zo’n loon. Maar op lange termijn zou dat neerkomen op het versterken van het geloof dat het huisvrouw zijn een beroep is, en dat het een acceptabele manier van leven is. En het is precies dat — die opsluiting van de vrouw in het huisvrouw- en moederghetto, die arbeidsverdeling in mannelijke en vrouwelijke taken — wat de vrouwen van de hand moeten wijzen, als ze volwaardige mensen willen worden.»

— U zelf heeft dat probleem individueel opgelost. heeft geen kinderen, en u woont niet met Sartre samen, dat wil zeggen u heeft nooit voor een man of voor een gezin het huishouden gedaan. U bent dikwijls aangevallen vanwege uw houding tegenover het moederschap — ook door vrouwen. U wordt verweten dat u iets tegen het moederschap heeft.

DE BEAUVOIR «Onzin. Ik ben daar helemaal niet tegen! Maar ik heb wel iets tegen de ideologie die van alle vrouwen verwacht dat ze moeder worden. Vandaag is het moederschap voor de vrouw een valstrik. En op grond daarvan zou ik een jonge vrouw afraden moeder te worden. Daarbij komt nog een verschrikkelijke mystificatie van de moeder-kind-relatie. Als mensen zoveel waarde hechten aan een gezin en aan kinderen, dan is het omdat ze in feite samen in eenzaamheid leven. Ze hebben geen liefde, geen tederheid, geen vrienden, niemand. Ze zijn alleen. En daarom maken ze kinderen, om toch iemand te hebben. Dat is afgrijselijk — ook voor het kind. Men maakt van een kind een soort noodrem, om de leegte te vullen. En het kind gaat toch weg, als het groot is. Het is dus überhaupt geen garantie tegen de eenzaamheid.»

— Men heeft het u al dikwijls gevraagd: betreurt u vandaag niet dat u geen kinderen hebt?

DE BEAUVOIR «0 nee! Ik ben daar erg blij om. Als ik de grootmoeders zie die, in plaats van eindelijk eens wat tijd voor zichzelf te hebben, nu op de kleinkinderen moeten passen... Het brengt hun niet altijd alleen maar vreugde.»

— Een andere vraag: welke rol speelt volgens u de seksualiteit bij de onderdrukking van de vrouw?

DE BEAUVOIR «Ik denk dat de seksualiteit óók een verschrikkelijke valstrik kan zijn. En niet alleen voor vrouwen die frigide gemaakt zijn — in hun geval is dat misschien nog niet het slechtste. Het slechtst vergaat het de vrouwen die het ongeluk hebben seksualiteit met mannen zo gelukzalig te vinden, dat ze min of meer afhankelijk worden van de mannen. Die vorm van horigheid is dan de zoveelste schakel in de keten die de vrouwen aan de mannen bindt.»

— Als ik u goed begrijp, dan lijkt die frigiditeit, bij de macht-onmacht-relatie tussen man en vrouw, eventueel een voorzichtiger en meer aangepaste reactie te zijn; omdat het de vrouwen minder afhankelijk maakt, en tegelijk haar onmacht en onbehagen weerspiegelt.»

DE BEAUVOIR «Precies.»

— Er zijn vrouwen in de vrouwenbeweging die, in deze door mannen gedomineerde wereld, weigeren hun privéleven met mannen te delen, en dus geen emotionele of seksuele relaties met mannen hebben. Dat wil zeggen dat deze vrouwen hun homoseksualiteit gebruiken als politieke strategie. Wat vindt u daarvan ?

DE BEAUVOIR «Ik begrijp die politieke afwijzing van het compromis zeer goed. En wel op grond van wat ik daarnet heb gezegd. Namelijk omdat de liefde een gevangenis kan zijn waarin de vrouw heel wat moet accepteren. Vrouwen worden in naam van de liefde uitgebuit en vernederd; en ze laten zich uitbuiten. Maar op zich is een uitsluitende homo-seksualiteit even benauwend als de heteroseksualiteit. Het ideaal zou zijn evengoed een man als een vrouw te kunnen beminnen. Gewoon een menselijk wezen, kortom. Zonder angst, zonder dwang, zonder verplichtingen. Maar zoals het er nu uitziet, kan ik zeer goed het wantrouwen van sommige vrouwen begrijpen, die daarom als enige consequente mogelijkheid de homoseksualiteit zien. Wantrouwen tegenover de man, maar ook tegenover zichzelf. Want in de man-vrouw-relatie is het niet alleen de man die chauvinist en onderdrukker is. Ook de vrouw vervalt vaak in een masochistische wijfjesrol.»

— Van u is de beroemde uitspraak: ‘Men komt niet als vrouw ter wereld. Men wordt zo gemaakt’. Het resultaat is dat mannen en vrouwen zeer verschillend zijn: zij denken anders, voelen anders, lopen anders. Maar dit onderscheid is niet zomaar een onderscheid; het houdt ook in dat vrouwen minderwaardig zijn. De zogenaamde ‘mannelijke’ kwaliteiten zijn niet toevallig die van de heersende klasse, en de ‘vrouwelijke’ zijn niet toevallig die van de onderdrukten, want ze zijn gemakkelijker uit te buiten. In deze context is het betekenisvol dat u spreekt over een nieuwe mystificatie van het eeuwig vrouwelijke.

DE BEAUVOIR «Er bestaan zeker ‘vrouwelijke’ kwaliteiten. Ik denk bijvoorbeeld dat vrouwen bepaalde mannelijke gebreken missen. Zoals het mannelijk-groteske: die manier van zichzelf au sérieux te nemen, van ijdel te zijn, zich belangrijk te voelen, enzovoorts. Dat wil zeggen dat vrouwen die een mannencarrière maken, ook gemakkelijk deze gebreken gaan vertonen. Maar ze behouden ondanks alles toch een klein beetje zin voor humor, een gezonde distantie van de hiërarchie. En dan die manier om concurrenten in de grond te boren — in het algemeen doen vrouwen dat niet. Bovendien hebben ze meer geduld; wat tot op een zeker punt een kwaliteit is. Daarna wordt het een gebrek. En ironie. En ook een hele concrete handelwijze: vrouwen zijn op grond van hun rol als het ware in het dagelijkse leven verankerd. Deze vrouwelijke kwaliteiten zijn dus niet aangeboren, maar resulteren uit onze onderdrukking.

»Maar men mag ook niet in het andere uiterste vervallen en zeggen: de vrouw heeft een bijzondere verbondenheid met de aarde, het ritme van de wereld, en vloed en eb zitten haar in het bloed, en al die onzin... Ze hebben meer ziel en zijn van nature uit minder destructief enz... Neen! Er is wel iets van waar, maar het is onze natuur niet. Het is het resultaat van onze levensvoorwaarden. Dat kleine, o zo vrouwelijke meisje is niet zo geboren, maar zo geworden, zo gemaakt. Talrijke onderzoeken hebben dat aangetoond. Een vrouw heeft à priori geen bijzondere waarde, alleen maar omdat ze vrouw is. Dat zou van het duisterste biologisme zijn, en het is in felle tegenspraak met wat ik denk.»

— En wat betekent dan al dat gezeur over de vrouwelijkheid?

DE BEAUVOIR «Wanneer men ons zegt: ‘Altijd mooi vrouw blijven. Laat al die lastige dingen zoals macht, eer, carrière, maar aan ons over. Wees tevreden met wat je bent: verbonden met de aarde, bezig met menselijke taken.’ Als ze ons dat zeggen, moeten we op onze hoede zijn. Enerzijds is het juist dat vrouwen zich niet langer voor hun lichaam hoeven te schamen, of voor hun zwangerschap of hun maand-stonden. Het is goed dat ze hun lichaam leren kennen, zoals bijvoorbeeld in de ‘self-help’ groepen, die ik uitstekend vind. Dat is allemaal zeer goed. Maar men mag er geen waarde op zich van maken. Men mag niet geloven dat het vrouwelijk lichaam iemand een nieuwe wereldvisie zal bezorgen. Dat is belachelijk en absurd. Dat zou betekenen dat, men er een soort ‘tegen-penis’ van maakt. Vrouwen die dat geloven, vallen terug in het irrationele, in het mystieke, in het kosmische. Ze spelen het spel van de mannen, want zo kan men ze beter onderdrukken. Zo kan men ze beter weghouden van kennis en macht. Het eeuwig vrouwelijke is een leugen, want de natuur speelt bij de menselijke ontwikkeling een zeer geringe rol. Wij zijn sociale wezens. Bovendien: omdat ik niet denk dat de vrouw van nature uit inferieur is aan de man, denk ik ook niet dat zij van nature uit superieur is.»

.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234