'Esterella die staat te wenen voor het publiek, dàt wil ik niet meemaken'
 Beeld laenen
'Esterella die staat te wenen voor het publiek, dàt wil ik niet meemaken'Beeld laenen

Overleed 10 jaar geledenLa Esterella

‘Sinds de dood van mijn twee mannen is er iets in mij veranderd. Vroeger lachte ik altijd, nu ben ik heel weemoedig geworden’

10 jaar geleden overleed La Esterella, ze was 92. De zangeres was vooral bekend van haar klassieker ‘Oh Lieve Vrouwe Toren’. Kenmerkend was haar zware stem waardoor ze ook weleens de Belgische Zarah Leander werd genoemd. La Esterella was de eerste echt Vlaamse zangeres die internationaal succes boekte. Toen haar eerste echtgenoot overleed in 1962, stopte ze met zingen. In 1982, twee jaar na het overlijden van haar tweede echtgenoot, begon ze weer te zingen en op te treden. En dat bleef ze doen tot op late leeftijd. In 1982 sprak ze, kort voor haar comeback, met Humo. Lees hier het interview:

(Verschenen in Humo op 21 januari 1982)

‘Het was mijn eigenlijke stem’, zegt Esther Lambrechts (63) terwijl vanaf een 78-toerenplaat op de draaitafel een volle sopraan het ‘Agnus Dei’ van Bizet aanheft. ‘Maar jullie zijn te jong om me zo te kennen.’

Kennen doen we haar als La Esterella die in de jaren vijftig met een stem als een sonore klok Vlaamse schlagers naar de top van de platen-tien zong vóor vedetten als Catherine Valente, Harry Belafonte en Pat Boone. ‘Onze Lieve Vrouwe-toren’, ‘Lichtjes van de Schelde’, ‘Voor een kusje van jou’. ‘Mooi zijn ze allen de moeders der wereld’… La Esterella weet bij benadering niet hoeveel platen ze heeft volgezongen met sentimentele en luchthartige meezingers.

Tijdgenoten spreken over haar als ‘een dame’ en ‘een hartelijke volksvrouw in de omgang, op de scène een imposante hooghartige figuur’, Engelse kranten noemden haar ‘almost hypnotique Esterella’. Twintig jaar geleden, op de top van haar carrière, verdwijnt Esterella uit de show. Zegt Louis Barret: ‘Toen haar man stierf is Esther Lambrechts blijven leven, maar La Esterella is met hem gestorven.’

ESTERELLA «Mijn laatste platenopname heb ik net voor het huwelijk van onze koning gemaakt. Dat was in december ‘60. ‘Kerstmis voor ons twee’ en op de B-kant ‘Witte Kerstmis’. Ik heb hem die plaat gestuurd als huwelijksgeschenk en een van de enige souvenirs die ik nog bewaard heb uit die tijd is een dankbrief. Ik ben eind ‘60 gestopt omdat de ziekte van mijn echtgenoot — hij had keelkanker — toen heel erg werd. Ik ben thuis gebleven om hem te verzorgen en later had ik de moed niet meer om terug te komen. De drie mannen uit mijn zangcarrière zijn alle drie zo goed als na elkaar gestorven. Eerst mijn man, daarna Jaap Streefkerk. Dat was de opnameleider bij Phillips die al mijn arrangementen schreef en mijn hele programmetje verzorgde. Op acht dagen tijd was die weg. En een paar jaar later stierf Jacques Kluger, die bijna mijn hele Vlaamse repertoire had uitgegeven.»

HUMO En toen stond u er alleen voor?

ESTERELLA «Er is nooit iemand geweest die toen heeft gezegd: ‘Esther wat ga je doen? Wil je voortzingen?’ Phillips niet: niémand. Op de duur geraakte ik verbitterd... Bovendien had ik de ruggengraat niet meer om te zingen. Ik had er geen zin meer in, het was gedáán. lk had wel veel kennissen en contacten, maar daar wilde ik geen gebruik van maken. Op de duur ben ik doodeenvoudig naar de werkbeurs gegaan. ‘Wat kun je?’ vroegen ze. ‘Zingen’, zei ik, maar dat wisten ze ook wel, want iedereen kende Esterella. Door mijn werk kende ik verschillende talen. Ik had overal gezeten en ik had een talenknobbel, ik pikte talen zomaar op. Als ik in Zweden zong zorgde ik dat ik een Zweeds lied op het programma had. Dat doet mensen altijd plezier. Als ik in Tsjechoslovakije was leerde ik wat Tsjechisch. Engels of Duits had ik nooit geleerd, maar ik kan het perfect spreken, lezen en schrijven. En dank zij die talenknobbel mocht ik de volgende dag beginnen als secretaresse bij een Engels verzekeringskantoor voor scheepsvaart. En daar heb ik 17 jaar de correspondentie in het Engels, Frans en Nederlands gedaan. Tot ik met pensioen ben gegaan.»

HUMO Een nieuwe carrière.

ESTERELLA «Ik heb heel hard moeten werken om mijn plaats te houden. Ik was 44 jaar, ik kende het klavier niet, ik had nooit leren typen. Na vijf maan-den werd ik gepromoveerd, alleen ineen kamertje in plaats van in het grote buro met dertien meisjes. lk deed de hele averij-correspondentie, de correspondentie van de grote baas, van de boekhouding en van het grote bureau. Dat is veel voor iemand die maar met één vinger tikt. Dus ben ik met mijn 44 jaar nog avondschool gaan volgen. Iedereen kende mij daar als Esterella, maar Esterella bestond niet meer. Ik weende wel veel, want ik had de cafard. En op je 44ste word je geen virtuoos meer op het klavier. Maar ik leerde genoeg snelheid om mijn plaats te houden.»

HUMO Zoals zoveel Vlaamse artiesten werd Esterella ontdekt tijdens een crochet.

ESTERELLA «In Oud-België. Het was oorlog en thuis waren wij heel bescheiden mensen. Mijn vader was een gepensioneerde douanier. Ik ben geboren toen hij al vijfenveertig jaar was, ik was een nakomertje. Mijn zuster was negen jaar ouder dan ik en ze was vaak ziek. Mijn ouders dachten: als we ze kwijt geraken hebben we niks meer en dan is het te laat. Dus gingen ze er nog maar eentje kopen en dat was ik (lacht). Het was dus oorlog en mijn werkelijke stiel was kleermaakster, maar daarin vond ik geen werk. En bovendien deed ik het niet graag, Heel de dag stilletjes zitten naaien dat was niks voor mij. ik zong de hele dag.»

HUMO Waarom had u die stiel gekozen?

ESTERELLA «Omdat ik moest van thuis. Vroeger was het niet zoals nu, dat de kinderen hun zin doen. Zelf had ik graag talen, typen en steno geleerd om op een kantoor te werken. Maar dat mocht niet. In één kantoor zitten met mannen, dat was niet deftig. Papa wilde dat niet hebben. Dus moest ik leren naaien, dat zou ook later van pas komen in een huishouden.»

HUMO Werd er thuis veel gezongen?

ESTERELLA «Moeder had een heel mooie stem en pa ook, als hij goedgemutst was. Maar er was geen muziek in huis. Geen radio, geen grammofoonplaten en als ik begon te zingen zei pa: ‘Wacht vijf minuten, ik ben seffens weg’. Dàt was het genre. Maar mama hoorde me heel graag zingen en zelf was ze ook muzikaal aangelegd. We gingen bijna iedere week naar Oud-België en dan zaten we altijd op de eerste rij. Het is toen allemaal begonnen omdat ik een kleedje wilde en er geen kleedjescenten waren. Mama zei: ‘het geld kan ik je niet geven, maar als je aan de crochet meedoet, wint je misschien een prijs en kun je een lap stof kopen.»

HUMO En wat zei uw vader daarvan?

ESTERELLA (fluisterend) «Ik heb het hem nooit verteld. Pa heeft het pas geweten toen ik al flink verloofd was met mijn eerste man, goed muziek had gestudeerd en voor de eerste keer écht optrad op het zondagsconcert in de Roxy op de Meir. De eerste keer in de crochet was ik een echt sooseke. Ik had niet eens een partituur bij en toen de pianist vroeg in welke toon ik wilde zingen, wist ik niet waar hij het over had. Ik zong ‘Stándchen’ van Schubert. Martha Eggert zong dat in een film die op dat moment in Antwerpen draaide. Ik zei: ‘Speel het maar zoals Martha Eggert het zingt’. De tweede keer dat, ik meedeed won ik 150 frank (iets meer dan 3 euro), de tweede prijs. En in de finale was ik de eerste: 500 frank( 12,5 euro) Dat waren al heel wat kleedjes. Maar ik dacht er verder niet over na.»

HUMO Tijdens die finale werd u opgemerkt door degene die later uw man en manager werd.

ESTERELLA «Ik kende hem nog niet, maar hij kende mij al een jaar zonder mij aan te spreken. Hij had het voor mij, maar hij was 16 jaar ouder dan ik en hij dacht: ik ben te oud voor haar, ze zal me niet willen. Toen hij me een paar keer had horen zingen vond hij het zonde om mij te laten gaan. Hij wilde weten of iemand anders mij vooruit wilde helpen. En de volgende dag heeft hij me aangesproken. Maar brutaal oooh! ‘Kon je gisteren niet beter zingen?’ Zo begon het. Ik, geaffronteerd: ‘Ik heb toch de eerste prijs gewonnen’. ‘Dat was niet moeilijke zei hij ‘Je was de beste, maar dat is niet goed genoeg.’ Toen hij hoorde dat ik nooit had leren zingen excuseerde hij zich en dan heeft hij alles in de hand genomen. Hij is een professor gaan zoeken en toen die mijn stem testte zei ze: ‘Wat is dat voor een stem? Ze volgt het hele klavier.’ Ik ging van de diepe do naar de contre-mi. En dat is iets heel zeldzaams. De kleur van mijn stem was dramatische sopraan. Als ik voor opera had gekozen had ‘Tosca’, ‘Carmen’, ‘Aïda’ en ‘Cavalleria Rusticana’ moeten zingen.»

HUMO Maar u koos voor het variété.

ESTERELLA «Later was Joris Diels erg boos omdat ik niet in de opera was gestapt. ‘Met zo’n stem’ zei hij altijd. Maar nog eens: et was oorlog, er moest snel wat geld verdiend worden om te kunnen eten. Alles was schaars en duur. Het was gewoon uit nóód. Toch vond mijn man dat ik stemlessen moest nemen. Mijn professor was vrouw Lamm van de Wiener Academie. Ze was een Joodse: in ‘43 werd ze gedeporteerd en ze is nooit meer teruggekomen. Ik zat op dat moment in Berlijn, want ik was opgeroepen voor een toernee door Duitsland. In die tijd moest je .kiezen: ofwel gaan zingen ofwel in Duitsland in de fabriek gaan werken. Toen ik later dat jaar in Stuttgart aan- kwam was de stad stukgebombardeerd en het theater platgegooid. Vandaar dat ik terug naar België mocht, maar niet zonder een contract voor het volgend jaar te tekenen. In mei ‘44 moest ik weer vertrekken en in juni zijn de geallieerden geland. Zoals iederéén luisterden we toen naar de BBC en ik dacht: wie weet kom ik nog ooit terug.»

HUMO Bent u toen ondergedoken?

ESTERELLA «Mij ziek melden durfde ik niet, maar ik stuurde een telegram dat ik in verwachting was en ik kreeg er een terug van de theaterdirekteur die me een tweede Esterella toewenste. Gegokt en gewonnen. (lacht) In ‘47 trad ik op in het Chinatheater in Stockholm en ik ontmoet et twee cascadèurs, een Portugees en een Spanjaard, met wie ik in Magdenburg had gewerkt. Een van hen vraagt: ‘Comment va le bébé?’ Ik wist niet waar ze het over hadden en ze keken heel verschrikt. ‘De baby is toch niet dood?’ Bleek dat de theaterdirecteur een grote redevoering voor het publiek had gehouden over de blijde gebeurtenis die Esterella verwachtte. Och, het kan vreemd lopen in het leven. Onder de oorlog maak je geen kinderen, omdat je bang bent dat je ze niet kan geven wat ze nodig hebben. En na de oorlog begon het reizen en de optredens in heel Europa. Dus wacht je nog wat af. En tegen de tijd dat je goed begint te verdienen en er eentje wilt, kon het niet meer. Ik was 33 jaar toen ik sclerose van de eierstokken kreeg en toèn was het te laat. (Zuchtend) Zo is het leven helemaal met kleine drama’s gevuld.»

HUMO Hoe komt het eigenlijk dat u een internationale carrière opbouwde. De meeste Vlaamse zangers krijgen zelfs in Nederland geen poot aan de grond.

ESTERELLA «Mijn eerste man was in Rusland geboren en in Parijs grootgebracht en in zijn jeugd had hij zelf in het variété gezeten. Hij wist dat niemand mij uit België zou komen halen, dat ik zelf moest gaan. Via relaties kon ik een auditie krijgen in het ABC-theater in Parijs. Ik begon er zoals gewoonlijk met mijn ‘Old Man River’ uit Showboat en om de grote stemverandering te tonen liet ik er meteen het ‘Agnus Dei’ van Bizet op volgen. Van bas naar sopraan, dat maakte zoveel indruk dat ik direct geëngageerd werd. En daarna was het een sneeuwbal: de directeur van het Casino in OsIo hoorde me in Parijs en bood me een contract aan. En daarna volgden Stockholm, Praag, Bratislava, Londen… En met het groeiend succes werd ik steeds zelfverzekerder. Ik weet nog dat ze mij vroegen in het London Casino, maar tegen een peuleschil. ‘Je bent geen box-office’, zegden ze. ‘Ik zal rap box-office zijn’, zei ik en ze lieten mij een publieke auditie doen. Ik werd tussen het gewone programma geschoven en kreeg 9 minuten. Dat betekent dat alles op 9 minuten moet gebeurd zijn. Ik koos drie nummers : één als bas, één als tenor in de grote aria uit ‘Paljas’ en één als sopraan. Als je bedenkt dat ik in het variété zat, was dat wel gedurfd. Want als je drie zulke zware nummers brengt, kunnen er twee dingen gebeuren. Ofwel krijg je een groot succes ofwel zetten ze je een baard. Ik heb gegokt en ik heb gewonnen. Er kwamen zoveel brieven bij de directie met vragen wie die onbekende zangeres was, dat ik twee maanden later weer in het London Casino stond en mét een goed contract voor 14 dagen. Ik ben er uiteindelijk 6 maanden na elkaar op het programma gebleven.»

HUMO Ik heb gehoord dat u ooit eens in hoogste nood en met daverend succes bent ingesprongen voor een tenor die zijn stem was verloren.

ESTERELLA (lacht) «Ik werkte in die tijd voor Harold Fielding, een grote concert-maker, die ook Gigli uit Italië had overgebracht. Gigli was geëngageerd om in het Theatre Royal in Dublin Paljas te zingen. Maar Gigli werd ziek en wie kon hem zo gauw vervangen Fielding wist dat ik de tenorrol van ‘Paljas’ kon zingen, want hij arrangeerde Sunday-Concerts voor mij waar enkel klassiek werd gezongen. Ik was die zondag toevallig vrij, ik werd op het vliegtuig gezet en ik speelde ‘Paljas’ in travestie (lacht). De kranten schreven over een roofraising applaus. En pas achteraf hebben de mensen geweten dat het een vrouw was die Paljas zong. Ze hebben me nog een week gehouden om verder op te treden.»

HUMO Wanneer bent u met de Vlaamse schlagers begonnen?

ESTERELLA «Dat was veel later, in het begin van de jaren ‘50, toen Phillips net een eigen platenfirma in België begon en ze een zangeres zochten die nog niet onder contract was bij een andere firma. Maar eerst heb ik mijn naam gemaakt met klassieke nummers. Hoewel... mijn naam als zodanig ging er niet in. Esterella, dat klonk te vreemd. De mensen noemden me ‘die klein’ die zo laag en zo hoog kan zingen’. Dat was ik.»

HUMO Maar door uw Vlaamse schlagers endank zij de radio werd u toch bij een breder publiek bekend.

ESTERELLA «In plaats van alleen in grote steden te zingen ging ik nu ook op toernee. Ik trad op in allerlei zaaltjes op de buiten voor mensen die me alleen van de radio kenden, maar mij nog nooit hadden gezien. En ik herinner me nog goed een optreden in Ninove. Ik was al goed oud aan ‘t worden, ergens bij de veertig. In elk geval kreeg ik grijs haar en ik liet het komen, des te meer omdat mèchekes de mode waren. Het stond me goed, vond ik, want ik had verder ravenzwart haar. Ik kom daar aan en er staat een groepje jongemannen en ineens zegt er één: ‘God, da’s al een ouwe!’ (lacht)

HUMO Toen kenden de mensen u nog niet van de TV.

ESTERELLA «Degenen die een TV hadden kenden me wel, ik was tussen haakjes, de eerste Belgische artieste die ooit voor de TV is opgetreden, want in september ‘48 trad ik al voor TV op in Londen. En het jaar dat ze in België met TV zijn begonnen, heb ik op 1 januari een one-woman-show gebracht. Anderhalf uur lang in de uitzending ‘Nic Bal op televisite bij…’»

HUMO: Welke rol speelde uw man in uw carrière, behalve dat hij u had ontdekt?

ESTERELLA «Mijn man deed niet alleen de zakelijke afspraken, hij heeft me alles geleerd. Ik kon me zelfs niet schminken, dat heeft hij me geleerd. Hij leerde me hoe ik me moest kleden en hoe ik op een podium moest staan. Als jongeman was hij acrobatisch danser geweest. Dat is een ander werk, maar daarvoor wist hij dat er zwaar en ernstig gewerkt moest worden wil je ergens geraken in het artiestenberoep. Daarom was hij zo streng voor mij. Hij verdedigde me niet alleen, ik kreeg ook een flinke sigaar als het eens minder goed ging. Om je een idee te geven wat voor een man hij was. Als ik in ‘t begin vroeg: ‘Hoe is ‘t geweest? Was het goed?’, dan antwoordde hij: ‘Het moet goed zijn, daarvoor betalen de mensen. Als het niet goed is zul je het wel van mij horen’. Nooit ofte nooit ben ik ooit door mijn man gefeliciteerd. Als het goed was, was het maar zoals het moest zijn.»

HUMO En u? Was u ook een perfectionist?

ESTERELLA «Ik heb altijd zoveel mogelijk mijn best gedaan. Soms teveel. Want zo ziek als een hond trad ik toch op. Met een flinke bronchitis op het podium staan, daarvoor moet je een geschoolde stem hebben. Dat is het beetje reserve waarop je dan teert. Als ze tegenwoordig een vallingske hebben, hoort iedereen het aan hun stem. En ik zong niet alleen met bronchitis. Ik had een zieke lever en zwakke darmen. Die heb, ik van mijn mama. Bouillonsoep daar mag ik niet naar kijken. Mayonaise, ik mag er niet aankomen. Maar dat wist’ ik indertijd niet, dat moet je ondervinden. En als je van het ene pension in het andere leeft, moet je eten wat er op tafel komt. Vandaar dat ik dikwijls voor de micro stond en alles voor mijn ogen ging draaien, maar toch zingen hé. En één keer is het gebeurd in de Follies Bergère in Brussel, dat ik mijn mond opendeed en fffff, mijn tong refuseerde. Gordijn omlaag, dokter geroepen. ‘God, wat heeft dat kind gedaan?’ Ik had nog 7 bloeddruk. Maar de volgende dag stond ik op de scène. Groen. Maar ik stond er.»

HUMO Waarom deed u dat?

ESTERELLA «De mensen kwamen voor mij. Ik mocht ze toch niet ontgoochelen. Dat was de artiest in mij. Hoewel ik in mijn tweede werk hetzelfde karakter had. Ik werkte heel hard. En ik had er last van dat er mensen naar mijn bureau kwamen die altijd teveel tijd hadden. Dan heb ik dit tegeltje meegebracht uit Holland. ‘Als je niks té doen hebt doe het dan, niet hier’. (lacht)»

HUMO Toch hebt u het klaargespeeld om die artiest in u het zwijgen op te leggen. Op een toppunt van uw carrière nog wel.

ESTERELLA «Ik heb nog een tijd gezongen toen mijn man al ziek was. ‘s Morgens hoorden we dat hij keelkanker had, ongeneeslijk, en ‘s avonds moest ik optreden in Diest. Dat was zwaar hoor, heel zwaar. Mijn man heeft dan nog drie jaar geleefd en hij heeft enorm afgezien. Mijn tweede man is vorig jaar van longkanker gestorven, maar die is maar één jaar ziek geweest en hij heeft niet afgezien. Maar mijn eerste wilde geen verdovende middelen, die wilde van alles bewust blijven. Het laatste jaar ben ik thuisgebleven om hem te verzorgen. De kanker had toen een open wonde in zijn hals gemaakt en ik moest het verband regelmatig verversen, want die wonde mocht niet drogen, anders kreeg hij bloedingen. lk was dag en nacht bij hem. Als ‘s nachts zijn belletje ging, sprong ik uit bed. Ik ben overal bij hem gebleven, ook toen hij van kliniek naar kliniek ging voor bestralingen. Mijn man was een harde. Op een bepaald moment stelden ze hem voor om de gevoelszenuw door te snijden, zodat hij geen pijn meer zou hebben. Maar hij had ergens gelezen dat hij dan zou gaan zeveren zoals een oud mannetje en dat wilde hij niet. En van dichtbij meemaken dat iemand die je graag ziet vreselijk pijn lijdt, daar ga je zelf kapot aan. Ik mocht hem wèl pilletjes geven zodat hij wat kon slapen, maar méér niet. Ook niet als hij er zelf om vroeg, want dan zou het euthanasie worden en dat mag niet. En niemand die wist hoe lang zijn miserie nog zou duren. Drie jaar hebben we zo geleefd en behalve zijn ziekte was er ook nog mijn angst: wat moet ik doen, wat zal er van mij geworden? De mensen denken wel — Esterella, die is zeker steenrijk. Maar dat was ik niet en de ziekte van mijn man heeft me zeker een huis gekost. En toen hij gestorven is, was ik zwaar aangeslagen. Ik ben gestopt om het allemaal kwijt te raken, om te vergeten. Ik heb al mijn foto’s kapotgescheurd, ik heb praktisch geen herinneringen meer uit die jaren. Een jaar lang heb ik niets meer gedaan, niets kunnen doen en toen heb ik werk gezocht en... je me suis abrutti dans le travail!. Ik heb, er me ingestort en ik was blij dat ik het zo moeilijk had, dan had ik ook geen tijd om aan vroeger te denken.»

HUMO En u bent nooit aan een comeback begonnen.

ESTERELLA «Later is me dat wel gevraagd. Ze zijn ook opnieuw LP’s van mij gaan uitgeven, omdat de mensen er in de winkel nog altijd naar vroegen. Maar ik ben nooit willen herbeginnen. Ik heb altijd het beste van mezelf gegeven en ik wist dat ik het alleen maar minder kon doen dan vroeger. Bovendien word ik zoals iedereen oud. Maar in de gedachten van de mensen leef ik nog voort zoals ik vroeger was en ik zou die mensen niet willen ontgoochelen. En bovendien ben ik zes jaar na de dood van mijn eerste man hertrouwd met een weduwnaar. En Victor was de man die ik uiteindelijk het liefst heb gehad in mijn leven. Mijn eerste man was goed voor mij, maar hij was een vader, een manager. Mijn tweede was een echtgenoot. Rond mijn vijftigste kon ik voor het eerst in mijn leven dingen kopen voor mijn man. Ik kon hem verwennen en hij was daar dankbaar voor. We zijn zo’n tien jaar samen dolgelukkig geweest. Er was maar één ding wat tussen ons stond en dat waren sigaretten. Mijn eerste en mijn tweede, ze waren allebei zenuwachtige mensen en konden het roken niet laten. Als we TV keken verstopte ik soms zijn pakje sigaretten en als hij er weer eentje wilde opsteken vroeg ik ‘Wacht nog een uurtje’. Maar als, hij dan ging zeuren als een klein kind of zei: ‘Ik ga kwaad worden’, dan gaf ik toe. Ik was er niet tegen opgewassen. Toen Victor vorig jaar stierf heb ik begrepen waarom hij rookte. De eerste zes maanden ben ik zelf gaan roken, ik die nooit gerookt had. Het ging niet meer, mijn zenuwen waren kapot. Ik weende de hele dag en als ik dan een Peter Stuyvesant opstak ging het voorbij. Maar ondertussen heb ik het afgeleerd. lk wilde niet zo zijn. Ik heb genoeg men-en gezien die eraan kapot zijn gegaan. Maar elke avond neem ik nog altijd mijn temesta, de lichte (zucht)

HUMO Het is wel hard: twee mannen verliezen en twee keer een carrière opgeven.

ESTERELLA «Ik ben blij dat ik er eens kan over praten. Kijk, dit meisje heeft er mij over geholpen, anders had ik helemaal de pijp aan Maarten gegeven. Ze is een fan van mij, maar na de dood van mijn eerste man is ze zo’n fantastische vriendin voor mij geweest, dat we vrienden zijn gebleven, ook toen ik hertrouwde. En na de dood van Victor heeft ze me weer op een reuze manier opgevangen. Elk weekend ga ik bij haar naar Gent en elke woensdag belt ze me op om te vragen hoe het met mij gaat. En dan heb ik nog mijn zuster. Na de dood van haar man is ze naar Antwerpen komen wonen. Ze is wel een stuk ouder dan ik, maar aan haar heb ik toch ook nog iemand. De donderdag komen we bij mekaar. Deze week is het mijn beurt om bij haar te gaan. Ik vraag of ze iets nodig heeft en ik doe haar was en strijk met de mijne mee. En twee keer op de week ga ik oudjes bezoeken in een home. Zo ben ik toch ook de dinsdag-, en vrijdagmiddag van huis weg. Het is een bezigheid.

»Het is nu 6 maanden geleden dat Victor gestorven is en het begint te slijten. Maar soms, als het me te machtig wordt, ga ik het huis uit. Gewoon wat wandelen en winkelen om onder het volk te zijn en mijn gedachten te verzetten. En dan heb ik nog reuze kameraden aan de zusterkes van het dyspensarium aan de overkant. Er zijn daar vijf zusters of liever begijntjes. De eerste keer dat zuster Cilia hier aan huis kwam om een spuitje te geven aan mijn man zag ze die foto van Esterella hangen. ‘Oh, van die hoor je niks meer’, zei ze. ‘Waar zou die toch zitten?’ ik deed mijn bril af en zei: ‘Bekijk me eens goed zuster’. En ze werd rood tot in haar haar. Na de dood van Victor hebben ze mij ook goed opgevangen. Als ik ‘s avonds in de put zit en niet meer naar buiten durf, omdat ik bang ben om ‘s avonds overvallen te worden, dan schiet ik de straat over naar de zusterkes. Ofwel leggen ze een kaartje met mij of we drinken thee of als het tijd is voor de kapel, nemen ze mij mee om te bidden en dat kalmeert me.»

HUMO Maandag verschijnt u voor het eerst sinds meer dan twintig jaar weer voor een publiek. Hebt u de trac?

ESTERELLA «Vroeger had ik verschrikkelijk de trac, vooral in Antwerpen. Heel eigenaardig, juist in de stad waar ik me zo goed voel en waar het publiek me altijd heel goed ontving. Maar ik was bang dat ik het niet goed zou doen, vandaar die trac. En als het eerste lied gezongen was en het applaus kwam, dan was die trac vergeten. Maar maandag ga ik niet zingen, dat heb ik uitdrukkelijk vooraf duidelijk gemaakt. Ik wil best praten in het publiek, ik ben niet mensenschuw. Maar zingen doe ik in geen geval, dat doet Norma Hendy in mijn plaats en misschien draaien ze nog een plaatje van mij. En ik heb gevraagd of Charel Janssens en Co Flower ‘een sketch willen opvoeren. Dat zijn nog artiesten van mijn tijd met wie ik veel gelachen heb. Kijk, dat is iets wat sinds de dood van mijn twee mannen in mij veranderd is. Vroeger lachte ik altijd, nu ben ik heel weemoedig geworden. lk wil ook niet zingen voor de radio omdat ik bang ben dat er plotseling weer iets door mijn hoofd schiet en dat ik dan ga huilen. En Esterella die staat te wenen voor het publiek, dàt wil ik niet meemaken.»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234