Beeld Copyright: Reporters / Everett

'Little Man Tate'Jodie Foster maakt haar regiedebuut

‘Terminator 3 of 4? Ik zou nog liever sterven!’

Jodie Foster lacht en dat doet ze als weinig anderen: hees, hartelijk en aanstekelijk. Ze heeft aanleiding voor vrolijkheid: haar regiedebuut ‘Little Man Tate’, waarin ze één van de hoofdrollen speelt, heeft haar in de Verenigde Staten onverwacht veel bijval opgeleverd. Voor een ‘kleine film’ die ‘maar’ een paar miljoen dollar heeft gekost, is de recette uitermate bevredigend, de kritiek welwillend tot laaiend, en de publiciteit als een wervelwind. 

(Eerder verschenen in Humo 2684 op 11 februari 1992) 

En eerlijk is eerlijk: ‘Little Man Tate’ is een aanrader. Vanwege het kalme, haast on-Amerikaanse tempo van de film. Vanwege de overduidelijke integriteit waarmee Foster te werk is gegaan. Vanwege de brille waarmee de negen jaar oude Adam Hann-Byrd een jongetje van haast onaardse intelligentie neerzet, verscheurd door de keuze tussen zijn arme working class-moeder (Foster) die hem niet voldoende intellectuele stimulans kan bieden, en de kinderpsychologe (Dianne Wiest) die hem een wereld van kennis binnenleidt, maar zijn gevoelsleven niet weet te voeden. Bij menig regisseur had dat gegeven tot een zoet melodrama kunnen leiden, maar Foster heeft sentimentaliteit geen schijn kans gegeven. Haar debuut is van een kaliber dat Louis Malle, één van haar regie-idolen, deed opmerken: ‘Jodies film gaat in wezen over de eenzaamheid van de kinderjaren, en ze heeft er echt werk van gemaakt. Ik zou trots en gelukkig zijn als het mijn film was geweest.’

* * *

Foster houdt audiëntie in een hotel in Los Angeles. Haar suite biedt een uitzicht van twijfelachtige pracht: gol-vende, in smog gedompelde heuvels. Misschien is de bijna-onleefbaarheid van dit deel van Californië één van de redenen waarom ze een gedeelte van het jaar in Frankrijk woont. Haar francofiele moeder, Evelyn ‘Brandy’ Foster, die ook haar manager is, sleepte haar dochtertje op prille leeftijd al mee naar vertoningen van ‘A bout de souffle’ en ander heerlijks uit Europa. Foster spreekt Frans dat beduidend gesofisticeerder is dan oui en oh la Ia en où est le Paturain, en is ook anderszins niet van de straat: in 1985 behaalde ze een graad in Engelse literatuur aan de prestigieuze Yale-universiteit. 

Ze draagt een zwart colbert en een donkerrode bril met een vrij zwaar montuur, die haar het uiterlijk geven van een filmstudent, of van een voorlijke directiesecretaresse. Schijn bedriegt: met haar 28 jaar heeft ze een kwart eeuw camera-ervaring. Een greep: als prille kleuter speelde ze in een Coppertone-commercial; als veertienjarige in ‘Bugsy Malone’ en in Martin Scorseses meesterwerk ‘Taxi Driver’ (de rol die John Hinckley uit ‘liefde’ voor Foster inspireerde tot de mislukte moordaanslag op Ronald Reagan, een onderwerp waarover de actrice overigens geen lettergreep kwijt wil). Begin jaren 80 dook ze op in Claude Chabrols ‘Le sang des autres’, om in ’86 te schitteren in ‘The Hotel New Hampshire’; vier jaar geleden kreeg ze een Oscar voor haar rol als verkrachtingsslachtoffer in ‘The Accused’; en vorig jaar stal ze (naast Anthony Hopkins) de show in Jonathan Demme’s ‘The Silence of the Lambs’. Later dit jaar zal ze te zien zijn in Woody Allens jongste, ‘Shadows and Fog’. Ze is dus uitermate gepokt en gemazeld in de filmindustrie, maar lijkt vrij van de maniertjes en kapsones die zo’n achtergrond vaak met zich meebrengt. Navraag leert dat haar huis een zwembadloos stulpje is aan de ‘verkeerde’ kant van Hollywood, en haar auto een Volkswagen die z’n beste tijd gehad lijkt te hebben. ‘Ik hecht niet aan dingen van financiële waarde,’ zegt ze. ‘Ik ben een beetje een huismus. Kookgerei, daar wil ik nog wel eens extravagante bedragen aan uitgeven. Maar ik heb meer dan ik op kan maken.’ 

Het besef tot een bevoorrechte klasse te horen duikt steeds vaker bij haar op. ‘Koppel dat aan het feit dat ik zo nu en dan een beetje moe ben van werken in Hollywood, en je begrijpt dat er vreemde gedachten in mijn hoofd op-komen.’ 

HUMO Zoals? 

JODIE FOSTER « Zoals het verlangen om een jaar lang bomen te planten, of me voor het Peace Corps op te geven (een humanitaire vrijwilligersorganisatie). Sorry als dat jaren 60-achtig klinkt. Iets aards, iets aantoonbaar nuttigs te kunnen doen, daar gaat mijn hart naar uit. Ik ga de komende maanden eens uitgebreid uitblazen, en peinzen, en het zou me verbazen als ik op afzienbare termijn mijn naam aan een nieuw filmproject zou verbinden.» 

HUMO Had u achteraf gewild dat uw carrière anders gelopen was? 

FOSTER «Opgroeien in het openbaar was niet makkelijk, maar opgroeien in volkomen anonimiteit is misschien net zo onaantrekkelijk. Ik ben dankbaar voor alle kansen die ik gekregen heb, dankbaar dat ik als kind iets kon doen dat mijn identiteit vormde en versterkte, iets dat anderen en ikzelf belangrijk vonden. Ik maakte een film en werd genomineerd voor een Oscar. Dat was fantastisch, vanwege de erkenning, vanwege het gevoel dat ik iets gepresteerd had en absoluut niet om de roem en de glamour die met Hollywood worden geassocieerd. 

»In de loop der jaren heb ik heel vaak gemerkt dat mensen denken dat kindacteurs een afschuwelijk, onnatuurlijk leven hebben, dat ze geëxploiteerd worden, dat ze vervreemd raken van de echte wereld. Ik bleef juist in contact met de wereld doordat ik in films speelde. Ik was als persoonlijkheid terughoudend en geremd; acteren heeft me daar doorheen geholpen.» 

HUMO En de neiging om naast uw schoenen te gaan lopen... 

FOSTER « ... ken ik niet. (Schiet in de lach) Sorry, ik weet dat dat klinkt als ‘ik ben enorm bescheiden, dat is mijn beste eigenschap’ ... Maar echt, ik heb nooit iets begrepen van de beroemdhedencultuur die Amerika tot in het absurde heeft geperfectioneerd. Het is gewoon oneerlijk dat een topatleet of een goede acteur in de mediaschaal duizend keer zwaarder weegt dan een uitstekende leraar of een prima bakker. Begrijpelijk misschien, maar oneerlijk. Goed, dat moet ik voor lief nemen. Maar waarmee ik me niet kan verzoenen is het impertinente gedram van sommige journalisten over the public’s right to know. Ik vind het publiek heel belangrijk en wil het ze graag naar de zin maken, maar van mijn privéleven blijft iedereen af. Acteren is mijn vak. Dat probeer ik zo goed mogelijk te doen en al het andere is bijzaak. Ach, natuurlijk speel ik het spel tot op zekere hoogte mee. Ik poseer voor foto’s, ik laat me strikken voor interviews. Hopelijk geloof je me als ik zeg dat dat vooral is omdat de films waarin ik speel meestal ergens over gaan, en omdat ik voor dat onderwerp aandacht wil vragen. Een neveneffect is dat mijn gezicht op de lange duur bekend wordt. Best. Maar ik ben er niet op uit. Dat sommigen mij als glamour puss willen zien is hun zaak. Wat ik met mijn Ieven wil doen is gewoon: werken, en in mijn vrije tijd in mijn trainingspak naar het winkelcentrum gaan. Ik heb bescheiden verlangens (lacht).»  

'Ik wilde dat Adam niet alleen een zo professioneel mogelijke rol zou spelen, maar ook dat hij plezier zou hebben in het acteren.' (Foto met medespelers Dianne Wiest en Adam Hann-Byrd in 'Little Man Tate')

HUMO Het is naar aanleiding van ‘Little Man Tate’ heel verleidelijk om te speculeren over de parallellen tussen de film en uw kinderjaren. Net als Fred Tate in de film bent u uitsluitend door uw moeder opgevoed. Net als Adam Hann-Byrd, die hem speelt, stond u al vroeg voor de camera’s. Maakten die ervaringen het regisseren eenvoudiger? 

FOSTER «Het is veel te makkelijk om een autobiografisch etiketje op de film te plakken. Ik speel mijn moeder niet. Fred Tate is niet de kleine Jodie Foster. Wat wel klopt is dat ik twintig jaar geleden als het ware in Adams schoenen heb gestaan. Ik was er erg op gebrand om het hem naar de zin te maken. Ik wilde dat hij niet alleen een zo professioneel mogelijke rol zou spelen, maar ook dat hij plezier zou hebben in het acteren. Dat het hem op de één of andere manier completer zou maken, zoals het mij ook completer heeft gemaakt. 

»Ik weet misschien ook beter dan veel andere mensen in de filmindustrie welke verantwoordelijkheden je een kind allemaal kunt toevertrouwen. De meeste regisseurs die met kinderen werken schrikken ervoor terug om ze technische taken te geven. Die belichten de hele set gelijkmatig, omdat ze bang zijn dat het kind toch niet onthoudt waar hij moet staan en wanneer hij zich moet omdraaien. De waarheid is: kinderen zijn dol op technische aanwijzingen, omdat ze daardoor het gevoel krijgen echt iets te doen, in plaats van alleen wat zinnen te moeten opzeggen. Ze gaan paradoxaal genoeg vrijer acteren als ze aan vijftien dingen tegelijk moeten denken. Adam was in dat opzicht een fenomeen. Vooral in gecompliceerde scènes was hij niet van zijn stuk te brengen. Er kwam een ambulance voorbij, er sprong een lamp, zijn tegenspeler sloeg een paar regels over: hij vergat geen woord en stond precies waar hij moest staan.» 

HUMO De film lijkt een Europees tintje te hebben. Hebt u zelf niet ooit gezegd dat Europese films meer over de geest gaan, en Amerikaanse films meer op directe emoties inspelen? 

FOSTER «Ik geloof zeker dat men zich in dit land minder bezighoudt met zaken van de geest dan met schandalen en andere dingen die heel direct schokken. Zelf ben ik daarvoor misschien wat minder ontvankelijk: mijn inspiratiebron, als filmmaker, ligt vooral in Frankrijk. Truffaut, Malle, dat zijn grootheden voor wie me al heel jong respect is bijgebracht. Mijn moeder was totaal geobsedeerd door Franse cultuur en sleepte ons mee naar filmhuizen waar we soms vier, vijf keer in een paar weken ‘Murmur of the Heart’ zagen, of zo. Ik hou van buitenlandse cinema: Europese films zijn in sommige opzichten vaak wat subtieler dan wat we hier maken. Bijvoorbeeld waar het om kinderrollen gaat: vergelijk ‘Home Alone’ met ‘Die Blechtrommel’ en je begrijpt wat ik bedoel. Kinderen in Amerikaanse films zijn vaak van die afschuwelijke blanke leitjes. Als regisseur zoom je veel in op die grote blauwe ogen en je steekt de camera zowat in de neus van de volwassenen die je filmt, om het kinderperspectief te benadrukken. Kassa! (lacht) De Fransen en Italianen durven een rol, ook een kinderrol, tenminste een gecompliceerd karakter te geven. Dat bevalt me. 

»Ik ben heel benieuwd hoe filmbezoekers in Europa zullen reageren. Eerlijk gezegd, ik houd mijn hart vast. De mensen die van mijn werk als actrice houden zijn — karikaturaal gezegd — dragers van trenchcoats die donkere, expressionistische films prefereren. Dat is een genre waarin ik vaak gespééld heb, maar als regisseur wilde ik een andere stem laten horen. En ofschoon het een kleine film betreft, met een bescheiden budget — eentje die hopelijk met enige intelligentie is gemaakt — is ‘Little Man Tate’ wellicht meer op het grote publiek gericht dan veel van mijn fans in Europa van mij verwachten.» 

HUMO Zowel mensen in de filmindustrie als de fans leggen vaak veel nadruk op het verschil tussen een ‘grote’ en een ‘kleine’ film. Is dat geen kunstmatig onderscheid? Waar het om gaat, is dat je zeven dollar of tweehonderdvijftig frank voor een bioscoopkaartje neertelt, en in ruil daarvoor heb je recht op een mooie avond. 

FOSTER «Nee, het gaat erom hoe en met wat je de mensen de bioscopen in krijgt. Stel, u hebt een afspraakje om naar de film te gaan. In de bioscoop draaien ‘Naked Gun 2', ‘Terminator 2', ‘Robin Hood’ en ‘Little Man Tate’. Jullie gaan hoogstwaarschijnlijk eerst die andere drie bekijken alvorens aan mijn film toe te komen. Want ja, die van mij gaat over een moeder en haar zoon. Naar Hollywood-maatstaven is dat geen succesformule. Dat betekent niet dat er geen publiek voor is — je moet er alleen zorgvuldig mee de markt op. Eén van de redenen waarom de filmindustrie momenteel nogal in the toilet is, is het onvermogen om de distributie te nuanceren, en om in bescheiden termen te denken. Ze moeten alles zo nodig maximaliseren. Maar als je een film maakt over — ik noem maar iets — de sociale gevolgen van een serie ontslagen bij een bedrijf in een klein stadje, waarom zou je dan per se Tom Cruise en Don Johnson in de hoofdrollen willen hebben? Dat verplicht je bijna om er weer een groot budget tegenaan te gooien, en de film in een miljoen theaters tegelijk uit te brengen, voorafgegaan door een reclamecampagne om u tegen te zeggen. Mijn devies is simpel: is het klein, houd het dan klein - dat is de manier om met een bescheiden budget toch films te maken die iets te betekenen hebben, en er nog aan te verdienen ook. Maar nee, alles moet hier altijd groot en spectaculair en duur en mega, want dat verkoopt zogenaamd. Het resultaat is dat er films worden gemaakt zoals ‘The Abyss’, waarop tientallen miljoenen dollars zijn verloren omdat de bewezen succesformule plotseling uitgewerkt bleek te zijn.» 

HUMO Zoudt u, puur om het ambacht verder onder de knie te krijgen, uiteindelijk niet eens een formulefilm willen maken? Laten we zeggen, Terminator 3 of 4? 

FOSTER (lacht) «Bewaar me! Ik begrijp niet waarom iemand een film wil maken die niets met visie vandoen heeft. Er zijn veel regisseurs die actiefilms doen omdat ze van tevoren weten: als ik dit zo doe, gaat het publiek van ‘Aaaahh!’, en als ik dat nou even later zus en zo aanpak, slaan ze allemaal van schrik hun handen voor hun ogen. Dat is een gave die ik niet heb. Het zou een nachtmerrie voor me betekenen, zo’n project. Moet de auto van links of van rechts komen? Hoe kun je kiezen als de film over niets gaat? Ik zou liever doodgaan, geloof ik. 

»Wat ik hoopgevend vind als ik terugkijk op de laatste tien jaar van mijn loopbaan, is dat de risico’s die ik heb genomen uiteindelijk in successen zijn uitgemond, artistiek of financieel, of alletwee. Terwijl die paar keer dat ik op zeker dacht te spelen, het succes juist uitbleef. Het publiek herkent blijkbaar wat eerlijk is en wat niet. Onderhand durf ik dan ook op mijn instincten te vertrouwen, en ik ben de enige niet. Er is een hang naar originaliteit die ik bemoedigend vind. Misschien dat er in de jaren 90 eindelijk eens wat meer interessante, persoonlijke films zullen worden gemaakt, in plaats van bakken vol ordinaire flops. »

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234