Hoe hobo-honden uitstappen

de hobo's

Treinzwervers Jan Hertoghs en Stephan Vanfleteren (3): een rammeling voor het slapengaan

Hoe hobo-honden uitstappenBeeld Stephan Vanfleteren

De neo-hippie die ook ‘s winters op de treinen rijdt

Bij vertrek bedroeg de temperatuur nog tien graden maar in de Cascade Mountains is die gezakt tot één graad, met in de spoorberm nog repen sneeuw van de winter. We ontbijten met vodka, een stuk kaas en een brood dat Fred gisterenavond gevonden heeft, het is aangevreten door muizen.

De trein bereikt Klamath Falls, een houthakkersstad bij een groot meer. Fred wijst een spoorbrug vol graffiti. Eén hanenpoot is van Sidetrack. Zijn kribbel staat voor moord, want Sidetrack was de gevreesde seriemoordenaar die in de voorbije jaren zestien treinzwervers heeft afgemaakt; pas een maand geleden is hij in Californië gearresteerd.

Een Cherokee Jeep komt aangereden, het is Roger, de spoorwegpolitieman van K-Falls. Fred kent hem, maar Roger heeft geen tijd voor small talk, hij schrijft onze paspoorten over en zegt dat hij op zoek is naar een verkrachter die hier onlangs toesloeg in het rangeerstation, en dat er de voorbije twee maanden twee treinzwervers zijn doodgestoken in Californië en Texas, we moeten zeer op onze hoede zijn, knikt hij.

Onze mentor Fred keert terug naar huis. En we maken kennis met drie vertrekkende treinreizigers. Eén is het type van de jaren-negentig-hippie: omgekeerde pet, twee zilveren vorken als armband rond zijn polsen geplooid, een FM-transistor, en een hondenmormel dat tegen zijn been kwispelt. Het beestje draagt een hemdsmouw als jasje. ‘Hey you guys, where you from? Europe? Waw man! Nice to meet you! Z’n naam is Skillet, volledige bijnaam: Skillet Fried Southern Rider. Skillet is 34 en zegt dat er niks boven ‘trainriding’ gaat: ‘Ik heb een jaar door de States gelift, ik heb een jaar in de bergen gewoond, but this is my home, man!’ Skillet zegt dat hij makkelijk drieduizend mijl per maand aflegt, zomer én winter. ‘De winter, man! Vijftien centimer sneeuw! De maan! De sterren! Die trein die voortjakkert door de kou en ik zit op die trein, man, ik zit erop!’

Skillet leeft van food stamps, de bonnen waarmee steuntrekkers voedsel kunnen kopen. Hij reist van staat tot staat om ze op te strijken: zo’n leven kan hij nog làng volhouden!

Graffiti van Sidetrack, de seriekillerBeeld Stephan Vanfleteren

De eerste goede raad: wees keihard, wees vriendelijk tegen niemand

Tegen een citerne leunen Tom en Bob, een zwarte en een blanke hobo.

Bob zegt dat het treinbestaan de laatste vijf jaar veel en veel harder geworden is: ‘Dertig jaar geleden hoorde je machinisten nog zeggen dat het geluk bracht als er een hobo aan boord was, maar nu steken ze soms hun vinger op, fuck you!, of ze drijven hun snelheid op als je komt aangelopen. Ze hebben te veel gezien. Oude mannen die zat van de trein rollen en onder de wielen tuimelen, jonge gasten die drugs gebruiken en onderweg geladen wagons openbreken.’

Ook de hobo’s onderling hebben een en ander te vrezen. ‘Vroeger zou een hobo zijn laatste sigaret hebben weggegeven aan iemand die niks had, nu moet hij schrik hebben dat ze hem de kop komen inslaan voor die ene sigaret.’

Bob herhaalt nog eens dat we voorzichtig moeten zijn : ‘Vroeger droeg ik geen wapen, nu heb ik altijd een knuppel bij me. Ik neem geen risico’s meer sinds ik op een nacht een kerel met een fles boven mij zag staan. Hij zat samen met mij in de boxcar en hij wou me bewusteloos slaan en al mijn geld jatten. Ik had gelukkig een ijzeren stang onder mijn slaapzak liggen, ik ben opzijgerold en heb hém een klap voor zijn kop verkocht. Wam, de helft van zijn schedel weg. Zo dood als een pier. Bij het eerstvolgende station ben ik zelf naar de politie gestapt. ‘Ik heb iemand doodgeslagen,’ heb ik gezegd. Ze hebben me zes dagen in de nor gestopt en me toen vrijgelaten. Zelfverdediging was het, maar ik droom er nog van. Nu laat ik nooit meer onbekenden in mijn boxcar. Geloof me, jongens, doe hetzelfde: als je in een boxcar zit, laat dan niemand binnen die je niet kent. Een echte zwerver zal dat respecteren en een andere wagon opzoeken. En als ze dat niet doen, dan hou je ze af, dan stamp je de tanden maar uit hun bakkes. Ik weet het, het klinkt grof, maar dit is een grove wereld, guys. De plek waar hobo’s mekaar tegenkomen heet niet voor niks hobo jungle.’

Ook Fred had het ons gisteren gezegd: ‘Wees bij een eerste contact nooit vriendelijk, want vriendelijkheid wordt gezien als de onzekerheid van de beginneling, en dus een teken van zwakte.

Een 'luxe-coupé’ van 3 op 14 mBeeld Northbank Fred

De politieman zag de seriemoordenaar wel honderd keer

Roger Bryant, met de ster op het kraaknette uniformhemd, heeft het scherpe uiterlijk van een sheriff in een ouwe tv-serie. (Denk aan Lassie! en denk zeker ook aan Hobo, de zwerver, een jeugdserie over een dappere herdershond die de BRT uitzond in 1966). Spoorwegpolitieman Roger heeft hier in Klamath Falls de reputatie van tolerant te zijn. Van hem mag iedereen op àlle treinen jumpen. Als ze maar niet in de geladen vrachtwagens kruipen en ook niet in de onbemande hulplocomotieven achter de hoofdlocomotief.

Volgens zijn tellingen komen er jaarlijks zo’n 30.000 treinzwervers door Klamath Falls, de meeste in de zomer. De oudste die hij ooit zag, is twee jaar geleden gestorven (‘die rakker was negentig jaar’) en gisteren heeft hij nog een opa van 78 gezien. De jongste was twaalf, een zwarte jongen die weggelopen was van huis, all the way from L.A. en dat is toch nog 1300 km hiervandaan. Wat opvalt is dat er tegenwoordig meer jongeren en vrouwen zwerven. De vrouwen zijn meestal onderweg met man of vriend. ‘beide hebben ze hun werk verloren, ze zien geen toekomst meer en gaan dan maar ronddolen.’ Vorig jaar pakte hij een moeder met twee kinderen op, elf en twaalf jaar. Een echtscheiding. De man had het hoederecht gekregen en de vrouw was met haar twee kinderen gevlucht op de trein, helemaal van de Oostkust naar hier, 4500 km.

Hij vraagt of we de Freight Train Riders of America (FTRA) kennen? Kleine bendes (train gangs) die tramps van de treinen gooien om hun bezittingen te pikken. Hij schat ze toch op een duizendtal, in het westen alleen.

En de reizende seriemoordenaar Sidetrack? Die heeft hij wel honderd keer gezien. ‘Hij kwam hier zijn food stamps incasseren. Er moeten tientallen tramps zijn die met hem samengereisd hebben, zonder dat hij ze heeft vermoord. Maar uiteindelijk had hij op tien jaar tijd toch 19 killings op zijn geweten en zestien van de slachtoffers waren tramps.

Een rammeling krijgen voor het slapengaan

De avond valt in Klamath Falls. De Burlington Northern Yard is het rangeerstation waar we de trein naar het noordelijke Pasco moeten nemen. Aan de ene kant van het rangeerterrein is de controletoren met zijn volle licht van schijnwerpers, daar kunnen we ons niet verstoppen, maar er is één berm met rotsen en opgewaaid zand, daar zullen we ons tot middernacht schuilhouden tot de Pasco Babe eraan komt.

We kunnen nu al niet meer zonder het grote stuk uitvouwkarton dat we al enkele dagen op onze rugzak meezeulen. Met dat kartonnen comfort kan je uren op koude vloeren en zandbodems doorbrengen. Om de winderige kou te verdrijven, maak ik een vuurtje tussen twee afgebroken remschoenen; het stookhout zijn takjes tumbleweed,  het dorre struikgewas dat je door westerns ziet rollen. Ik krijg het ook warm, niet van het vuur, wel van de pogingen om de vlam erin te houden. 

Hobo met kartonnen ‘slaapmat’Beeld Stephan Vanfleteren

Om middernacht beginnen de rangeerlocomotieven hun werk. De hele avond hebben ze op één plek in de yard werkeloos staan ronken en dreunen, nu slepen ze de wagons van het ene spoor naar het andere. Een switchman wijst ons een rij wagons aan die zeker naar Pasco moet. We kruipen in een lege pakwagen en net als we binnengeklommen zijn, krijgt de wagon een geweldige klap die ons haast omver gooit. Dan is het weer stil, maar we blijven gehurkt in het duister van de boxcar zitten, want er zullen nog klappen volgen telkens er nieuwe wagons worden aangekoppeld. Na half één komen er geen klappen meer en vallen we eerder omver van de slaap, maar we zullen nog anderhalf uur overeind moeten blijven, want regel één is: ga pas slapen als de trein rijdt, dan ben je zeker dat er niemand in je wagon kan breken om je te beroven. Iets na enen steken er twee donkere figuren hun hoofd in de boxcar om te zien of er nog plaats is. We zeggen dat er geen plaats is, en ingeval ze dat niet geloven, staat een knuppelhout naast de deur. Mijn eerste aangevoerde houtpaal vond Stephan te groot: eerder geschikt om een mijngang te stutten.

In afwachting van het vertrek stoppen we een plank en een grote spoornagel in de richel van de deur, zodat ze bij een plotse schok niet kan dichtslaan, want dan zitten we als ratten gevangen. Er zitten immers geen handvatten aan de binnenkant van de wagon en het is ook onbegonnen werk om ze manueel open te duwen: de deuren wegen elk één ton en worden met een vorklift geopend en gesloten. Heavy metal.

Om twee uur vertrekt de trein en vouwen we onze slaapzak uit, eindelijk rust! eindelijk slaap! eindelijk dutten op het geklikklak van de wielen en het wiegen van de wagon… Maar terwijl de trein zijn vaart opdrijft, begint onze boxcar als een gek te slingeren en te schommelen. We zijn uit gewoonte al met onze voeten vooruit gaan liggen zodat we bij een noodstop niet met ons hoofd tegen de ijzeren wand smakken, maar ondertussen stampt onze wagon zo dat we én tegen de vloer én tegen de zijwand aanbotsen.

We voelen hoe de wielen op de sporen springen en wij springen mee, met slaapzak en al, het vlees schudt van onze billen. En je probeert schrap te liggen, je probeert compleet ontspannen te liggen, maar er is niks dat je controle geeft, we zijn gewoon cargo, lading die slecht is vastgemaakt. Ik kijk bedenkelijk naar Stephan, hij kijkt bedenkelijk naar mij, en omdat we tijdens dat fronsen nog altijd liggen te rollen als twee lege flessen in een autokoffer, schieten we allebei in een geweldige lach. No! Sleep! Til! Brooklyn!

Boxcar met uitzichtBeeld Jan Hertoghs

De man die herten schoot vanuit de trein

Het is pas om acht uur ‘s morgens en na zes uur daveren dat onze ‘slaaptrein’ vaart mindert voor de stadjes Bend en Madras en voor de klim in de Mutton Mountains. In die stille keten waar de trein zijn wagons bocht na bocht gestaag in de hoogte trekt, valt geen ziel te bespeuren. Rotsen wel, die zijn er genoeg. Van die steenbulten waarachter bandieten zitten, en we houden dan ook onze Winchester tegen onze wang gedrukt om in de minste zwarte hoed een gat te knallen. 

Na de bergen en een brede vallei steekt de spoorweg de machtige Columbia River over, en dat is een zee van water die daar onder de ijzeren spoorboog ligt.

Ik schat de lengte van de trein op zo’n anderhalve kilometer en dan nog is de rivier breder.Stroomopwaarts de geweldige Rocky Mountains, stroomafwaarts de oneindige Stille Oceaan. Maar wel ineens riskant, want van over het brede water komt een plotse windstoot binnen gestuwd waardoor we bijna door de open deuren naar buiten worden geblazen.

En zelfs na die razende rammeling van vannacht voelen we ons niet zomaar blinde passagiers, we zijn geprivilegieerde passagiers. Geen enkele reiziger kan in een vliegtuig, trein of toerbus én slapen én eten én ook nog eens rondwandelen in een ruimte van drie op veertien meter, want zo groot is deze luxe-coupé. Je kan bij de deuren gaan staan of zitten of liggen, je kan door die twee open deuren naar de film van het landschap kijken, aan de beide kanten is er een reuzenscherm van 2,5 op 4 meter, met ook nog eens de geuren van dennenhars en prairiegras. En zoals die treinen vaak door onbewoonde gebieden rijden, zie je een visarend in het water slaan, een coyote een zandweg oversteken, en een pelikaan neerstrijken op een meer.

En daar waar in moderne treinen geen venster meer omlaag kan, kan je hier met heel je lijf gaan buitenhangen. Bjvoorbeeld als de trein boven een rivierkloof rijdt, en je los door de dwarsliggers honderd meter dieper op de stroming kijkt.

Hét mooiste is misschien wel als de trein een andere trein voorrang moet geven en afzwenkt naar een zijspoor om halt te houden. Eén mijl ijzer die plots zo stil is als een mus, één mijl ijzer die nergens meer naar toe lijkt te gaan op die uitgestrekte prairie. Je hoort alleen nog de wind. De wind in het gras en de wind in de wielen.

Pas in de late avond gaan de wielen schril schuren en vertragen. We zien de lichten van een stad, maar welke stad?, en dus schreeuwen we bij de overweg naar de wachtende automobilisten:'Hey, is this Pasco?' Geen antwoord en we zoeken Pasco op de wegwijzers en de seinhuizen, tot we ineens reclame zien voor een motel in Pasco, we zijn er. Hier is de bewoonde wereld met een klein café waar we ondanks het late uur nog chicken wings kunnen bestellen.

Panorama vanuit de pakwagen: de Columbia RiverBeeld Jan Hertoghs

‘Hey hey! Waw waw! I can see the road!’ Naast ons is een aangeschoten mens komen staan die met een brede smile naar onze rugzakken kijkt. ‘You guys ARE on the road!’ Zoals in het liedje, zeg ik, ‘On the road again.’ – ‘That’s Canned Heat, man!’ en gelijk begint-ie te brommen zoals de ouwe bluesrockers in 1968. Als hij hoort dat we hobo’s zijn, loopt-ie helemaal over. Hij heeft twintig jaar voor The Great Northern Railway gewerkt. Hij was caboose man,  en dat is een redelijk legendarische job, want de caboose was vroeger de laatste wagon van een vrachttrein, dat rijtuig had een bureau en een kleine uitkijkpost bovenop het dak. Hij was zo’n treintoezichter en bij hem mochten de hobo’s altijd binnen om hun handen te warmen en een sigaretje te roke' ‘wiet of Marlboro, alle merken'!’

‘Maar je kent die hobo’s, soms stookten ze in hùn wagon een vuurtje met pallettenhout en soms schoot de houten wand en de hele wagon in brand, puur door de snelheid van de trein. En dan moest ik de machinist doen stoppen om te kunnen blussen.'

Hij deed de machinist ook stoppen voor wat anders.'Dan riep ik door de radio dat er ahum-ahum een probleem was, en dan wist hij wat ik bedoelde, dan stonden er een paar herten in de berm en dan pakten we allebei ons geweer en schoten we vanop de trein die herten dood, those were the days, man!’

Hij is ook in Vietnam geweest, zegt hij met dezelfde brede lach. Twee en een half jaar. Saigon. Danang. Hij zet een denkbeeldig pistool tegen zijn hoofd:'ik zag mensen executeren, man! En ik kwam terug en iedereen haatte mij en spuwde mij uit, dat ik een babykiller was. En toen ben ik weggegaan, on the road, met de hippies en de freaks, liften door de States, coast-to-coast. En om te blijven reizen, ben ik ook op die treinen gaan werken.' En nu is hij hier beland om voor zijn zieke Duitse moeder te zorgen,'dat stomme mens dat mij elke morgen wakker maakt met haar fuckin’ Guten Morgen!'

We laten hem dazen en staan weer buiten. Te dralen in de nacht. Vooraf hebben we afgesproken om op deze reis maximum twee keer een motelbed te nemen, we willen geen comfort, we doen het the hard way, maar dan zien we de neon van het Starlite Motel, en we zijn zo moe en zo door elkaar gerammeld, dat we het stof van onze kleren kloppen en aanbellen. In de kamerspiegel zie ik mezelf, een baard van vier dagen, het haar stjif van het stof en lichte ogen zoals bij een mijnwerker. Ecce hobo.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234