Treinzwervers in Amerika

De hobo's

Treinzwervers Jan Hertoghs en Stephan Vanfleteren: 4000 kilometer dwars door Amerika

Treinzwervers in AmerikaBeeld Stephan Vanfleteren

‘Een onvergetelijke treintrip. Met een ongelooflijke mengeling van gevaar, romantiek en avontuur. Nog altijd één van de meest bijzondere reizen in mijn leven,’ zo zegt fotograaf Stephan Vanfleteren over de tocht die hij in 1996 met journalist Jan Hertoghs maakte. Net als andere ‘hobo's’ sprongen ze op rijdende goederentreinen en reisden ze, verstopt in wagons, vierduizend kilometer dwars door de Verenigde Staten. Hun indringende reisverslag getuigt van de rauwe eigenzinnige levensstijl van de Amerikaanse hobo’s. Vanfleteren ontving voor de foto's de eerste plaats in de categorie ‘Daily Life’ van World Press Photo. Naar aanleiding van zijn foto-expo “Present” in het FOMU in Antwerpen, brengt Humo de komende weken de serie opnieuw, inclusief nooit eerder gepubliceerde foto's. 

Al van mijn achttiende wil ik in Amerika op de goederentreinen reizen. Naar het voorbeeld van de hobo’s. Ik heb ze gezien in de film ‘Joe Hill’ (1971) en hoe ze in de jaren dertig op die treinen reisden om de armoede te ontvluchten. Ze zaten in de wagons, ze verborgen zich op het chassis onder de wagons, ze liepen zelfs over de daken van die rijdende(!) wagons.

Vijfentwintig jaar later is het zover. In mei 1996 ben ik in de VS met een jonge fotograaf, Stephan Vanfleteren. Hij is mij aanbevolen door m’n vriend Roger Van D’Huynslager (ook een fotograaf).

Stephan en ik kennen mekaar nauwelijks, we hebben mekaar voor deze reis amper een half uur gesproken. Maar we delen eenzelfde verlangen naar dat onbekende, naar die oude spoorlijnen die dwars door Amerika gaan.

Tussen de razende wielen: een verslag van vierduizend kilometer treinzwerven.

Hieronder een filmische impressie van de hobo’s op goederentreinen. Tekst gaat door onder de video

Vertrekpunt is Eugene, de belangrijkste stad van de noordwestelijke staat Oregon. Op deze late vrijdagavond zijn de straten leeg en in die leegte horen we ineens De Trein. Tussen al die verlaten straten komt hij als geroepen, met zijn lange eenzame fluiten en met dat dindindindin-geklepel van de overwegen waar op dit tijdstip niemand meer achter de slagbomen wacht. Drie straten verder zien we hem, hoe traag hij het station binnendieselt met die felle koplamp voorin en met op de locomotief die tampende klok, alsof de tijd nog bestaat dat er boomstammen en Indianen over de sporen worden gelegd.

Op het perron gaan we vlak bij de trein staan, als om hem te meten, als om in te schatten hoeveel immenser hij is dan wij. Als de machine zich na zijn halte weer op gang trekt, lopen we een eindje mee, we tasten al naar een zijladdertje, we toucheren al een grijpstang, en in gedachten doen we al een sprong in een pakwagen, maar in gedachten denken we ook: hoe zal het zijn met een bult van tien kilo bagage op de rug? En van slapen in het motelbed komt niet veel. De hele nacht door horen we nog treinen janken door Eugene.

Beeld Stephan Vanfleteren/HUMO

North Bank Fred doet ons in een roestbak klimmen

’s Morgens staat North Bank Fred voor de deur. Hij is onze gids voor de komende twee dagen. Fred (48) is geen treinzwerver, hij is bouwvakker, maar hij heeft het treinzwerven al twintig jaar in het bloed. Hij bladert door de krant van gisteren. Op pagina twee is een hele kolom ingeruimd voor Eén Dode en Eén Zwaargewonde Na Val Van Trein. En dat twee lichamen zijn gevonden tussen Washougal en Stevenson; de sheriff gaat ervan uit dat het zwervers zijn die van de trein zijn gevallen, of geduwd, en dat ze weinig kans op overleven hadden, de trein reed bijna 90 per uur. Het artikel eindigt met de zin dat trainriding strafbaar is; het maximum is één jaar de gevangenis in.

Northbank Fred en Stephan VanfleterenBeeld Jan Hertoghs / HUMO

Fred haalt z’n schouders op en met hem overlopen we onze uitrusting. Hij had gevraagd om versleten kleren mee te brengen, afgedragen jeans en uitgelubberde jassen, we moesten er als zwervers-tussen-de-zwervers uitzien en niet als fuckin’ mountain trekking professionals. De rugzak mocht geen aluminium draagstel hebben wegens te kwetsbaar (‘soms zal je dat ding uit de trein moeten droppen voor je d’r zelf uit springt’) en rugzak en kleren moesten ook donker zijn om niet opgemerkt te worden door de bulls (=de spoorwegpolitie). Zijn ook vereist: ruige stapschoenen met antislipzolen (om niet van de gladmetalen treinladders te stuiken), leren werkhandschoenen (om een stevige grip te hebben bij het wagonklimmen), een nylon poncho om lijf en uitrusting tegen de regen te beschermen, oordopjes tegen het treinlawaai, en een 1-liter-drinkfles met water omdat het gloeiend heet kan zijn in een wagon die uren stilstaat in de zon.

Het is een stevig eind stappen tot het rangeerstation van Eugene. Vanop de weg zien we vier Southern Pacific-treinen staan wachten, de diesellocomotieven ronken, maar welke gaat naar het zuiden? Een onzekerheid die ons parten zal blijven spelen, want in een rangeerstation zijn geen perrons, geen aanwijsborden en uurtabellen, er zijn alleen twintig sporen en daarop staan meerdere treinen. Rijden ze naar het noorden of naar het zuiden? Vertrekken ze binnen een uur, twee uur, of pas morgenvroeg? En er zijn natuurlijk geen voetgangerstunnels om van het ene spoor naar het andere te gaan. Hier moet je over de koppelingen tussen de wagons van de ene trein naar de andere stappen.

Hobo in rangeerstationBeeld Stephan Vanfleteren / HUMO

Fred kruipt als eerste op het smalle laddertje boven de buffers en wijst waar we onze twee voeten en onze twee handen schrap moeten zetten als we over de koppelingen stappen ‘Elke seconde kan je eraf vallen als je je niet stevig vasthoudt! Je moet er àltijd op voorbereid zijn dat zo’n trein door elkaar wordt gerammeld als ze er andere wagons tegenaan rangeren’. We steken twee stellen over naar de trein op de derde track. Die lijkt vertrekkensklaar te staan, met zijn kop naar het zuiden. We horen de machinist lucht blazen in de remleidingen, we zien de remschoenen van de wielen komen, er resten nog weinige minuten om een overdekte wagon te vinden. Fred wil geen tijd verliezen met zoeken en nadat hij nog vlug tegen een wiel heeft gepist, kruipt hij in een open gondola. We kruipen één voor één over de rand van de gedeukte roestbak en jeezes; ik had me mijn eerste reis wel anders voorgesteld dan op die vloer die bezaaid ligt met keien en wit stof. Met een schok zet de trein zich in beweging en omdat het nog klaarlichte dag is, gebaart Fred dat we de eerste tien minuten gebukt moeten blijven zitten, zodat geen bull ons kan zien. Eens we de stad uit zijn, steken we de kop boven de rand van de gondola. Ha, de wind in de haren, de zon op het gezicht, de buizerds in de blauwe lucht en bossen brem als feest tussen de rotsen. This is it! Fred haalt een fles goedkope port uit zijn rugzak, we zetten ‘m feestelijk aan onze mond en overal tuimelen de overwegen voor ons dicht en springen signalen op groen en wordt er gewuifd uit de auto’s op de highway. 

RangeerstationBeeld Stephan Vanfleteren

North Bank Fred is bouwvakker en zijn eerste hobo-trip dateert al van 1976. In 1996 gaf hij ons op anderhalve dag een crash course trainhopping. De laatste 15 jaar heeft hij een enorm online archief opgezet in verband met de hobo-cultuur (geschiedenis, persoonlijke reisverhalen, artikels uit kranten en magazines). www.northbankfred.com Zijn beeldmateriaal op northbankfred.com/images

VOLGENDE AFLEVERING: Op een doodlopend spoor

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234