Raymond Goethals: 'Ge moet gère zien wat dat ge doet. En dat hem ik altijd gedoen' Beeld DOCUMENTATION
Raymond Goethals: 'Ge moet gère zien wat dat ge doet. En dat hem ik altijd gedoen'Beeld DOCUMENTATION

100 jaarRaymond Goethals

‘Van niks meer te doen gaat ge dood. Ik heb mensen gekend die zo rijk waren dat ze op hun vijftigste niks meer moesten doen. Awel, ze zijn zot geworden’

Raymond Goethals, de iconische Brusselse voetbalcoach, zou vandaag 100 jaar geworden zijn. In 1994 sprak hij met Humo over zijn kinderjaren. Herlees hier het interview:

Zijn doorweekte regenjas hangt achteloos over de leuning van zijn stoel. Zijn zwarte haren wijzen in alle windrichtingen. De zoveelste sigaret hangt nonchalant uit zijn mondhoek. Zijn door nicotine vergeelde vingers spelen onrustig met een Mickey Mouse-aansteker. Af en toe valt er wat asse op zijn verfrommelde das, en in zijn kop koffie, maar dat merkt hij niet. Hij heeft nochtans de ogen van een havik. De snelle, vinnige blik van een belhamel. Een belhamel die zo nu en dan proestend in de lach schiet, om zich even later, met quasi-ernst, snel weer te herpak-ken. Het rendez-vous vindt plaats in ‘Pétanque Leo’, een trieste jeu-de-boules-barak in de schaduw van het Brusselse Atomium, op een steenworp van het Heizelstadion. Binnen schalt een vergeten schlager uit een versleten jukebox. Buiten valt de regen met bakken uit de lucht. Geen gunstig voetbalweer.

Dit is het stamcafé van Raymond Goethals, ondermeer voormalig Belgisch bondscoach en gewezen trainer van Olympique Marseille. Goethals heeft ons in deze met Pastis-reclameborden omzoomde zandvlakte uitgenodigd om ons - temidden van een legertje sympathiserende bejaarden die met de moed der wanhoop hun laatste ballen voor zich uit werpen - het wonderbaarlijke relaas te doen van de ‘schuunste jeren’ van zijn leven. De Wonderjoeren van Raymond Goethals.

HUMO Meneer Goethals, u bent ondertussen 73 jaar. De meeste van uw leeftijdgenoten zeggen dan, traditiegetrouw: ‘Vroeger was het beter.’ Bent u ook iemand die vaak terugdenkt aan ‘de goede oude tijd’?

RAYMOND GOETHALS «Bah nee. Vroeger was het beter, maar vroeger was het óók slechter. Als ik aan mijne jeunesse terugdenk, denk ik aan ‘t gruut verschil van ‘t leven. In zestig jaar tijd is alles veranderd. Ik leef vandaag precies op een andere planeet. Maar dat wil daarom niet zeggen dat het allemaal slechter is geworden. Au contraire! Al die gasten die zeggen, ‘Den aaven tijd was duzend kier beter,’ hebben ongelijk. Da’s dikke ziever. Soms was het beter, maar soms was het ook slechter.»

HUMO In welk opzicht was het vroeger beter?

GOETHALS «In mijnen tijd was het leven gezonder. Er was meer gruun, er was meer natuur, meer frisse lucht. En surtout: er reden minder voituren. Er was minder pollution, minder lawaai, meer kalme. Als kind was het in mijnen tijd veel plezanter om te leven.

»Maar langst den andere kant moesten de mensen vroeger wel veel harder werken dan nu. Er was weinig vrije tijd, en gielegans geen comfort. De mensen werkten van ‘s morgens vroeg tot ‘s avonds laat en hadden geen tijd om over onnuzeleteiten na te denken.

»Weet ge wat dat het is? Nen aave mens is ne romantieke mens: die is alles vergeten. Die vergeet dat het vroeger winter was en dat ge de stoof in brand moest steken met kolen die ge in uwe kelder moest gaan boelen. Nu komt ge binnen, ge stoempt ne keer op uwe thermostat en ge hebt chauffage. Vroeger, toen ik twaalf joer had, moest ik drij kwartieren te voet naar school en drij kwartieren terug. Vandaag pak ik mijn voituur als ik mijn gazet moet gaan halen. Het leven is veel gemakkelijker geworden.»

HUMO De langdurig werklozen en andere steuntrekkers zullen het u graag horen zeggen. Het is crisis, meneer Goethals.

GOETHALS «’t Is waar wat dat ge zegt: de chomage is heel gruw vandaag. En surtout: al die mensen die tegenwoordig op hun vijftigste niet pensioen gaan: da’s misschien verplicht, maar zeker niet gezond. Ne mens van vijftig joer: daa mens moet nog werken, nog zekerst twintig joer. Van niks nie meer te doen gaat ge duut. Luistert: ik heb er gekend - mensen die zo rijk waren dat ze op hun vijftigste niks meer moesten doen. A wei, ze zijn zot geworden, meneer. Pas op: ‘t is just wat dat ik hier zeg, hè. Die gasten stonden ‘s morgens op en zeiden: ‘Wo gaan ‘k ik hier de gielen dag doen?’ Ik zeg u: ze zijn zot geworden!»

HUMO Wat doet u zoal de hele dag?

GOETHALS «Oeioeioeioeioei, mijnen dag is veel te klein! Ge weet: ik ga laat slapen, hè. Ik ben ne man van ‘s nachts. Zodus: de doegen zijn lank. Maar ik kan mij goed bezighouden, ge moogt gerust zijn. Ik kom hier een bitteke kaarten, in de Pétanque, ik ga eens naar de foebal kijken, ik ga mijne zoon bezoeken... Maar surtout: ik zie da ‘k in beweging blijf. ‘t Is te zeggen: stappen. Ik wandel veul. In het Frans zeggen ze: ‘Il faut bien vieillir. Ge moet zien van goed oud te worden.

»Ik weet het: ik ben nen ave mens aan ‘t worden. Maar ik krijg nog altijd aanbiedingen om clubben te gaan trainen, vaak buitenlandse clubben. Maar ik hem altijd gezeit: ‘D’er is nen tijd vie te kommen en nen tijd vie te stoppen.’ Vergeet niet dat ik ondertussen 73 jaar hein. Ik moet nuchter blijven. Trainer is ne stiel die veel stress vraagt, en da’s niet altijd goed. Op den terreng staan: da’s niks, da’s mijn plezier. Maar al die stress. Al die ombrassen, al die kloeterij daarrond... Jongens! Da’s waarom ik hem gezeit: nee, merci. Ik hem 73 jaar en ge weet niet meer wat dat ge zijt aan 73 jaar. Zijt ge nog goed, zijt ge nog slecht? Want ge weet: ge gaat bij den dokter en die zegt: ‘Alles in orde, menier Goethals,’ en tien doegen loeter zijt ge duut. Jamaar: zijn we ‘t accoord?»

HUMO Volkomen. Maar vertel eens: als u aan uw jeugd terugdenkt, welke beelden schieten er dan het eerst door uw hoofd?

GOETHALS «Ha. mijn ouders, hè. Mijn vader en moeder. Mijn ouders waren simpele, hardwerkende mensen. Mijn vader was employé in een grote entreprise en mijn moeder werkte ais couturière in een fabriek. En ik zat constant op de stroet. Ik speelde foebal, meneer. Véél meer dan de kinder vandaag. Vandaag studeer iedereen: er wordt weinig of geen attentie meer gegeven aan sport. Iedereen gaat maar naar de universiteit. Als die jonge gasten vandaag, die in ne foebalploeg spelen, drie uur per week spelen, zal het veul zijn! Ik zal u zeggen: wijle speelden zes uur per dag! Donderdagmiddag hadden wij congé en dan begosten wij te sjotten om één uur; en om zeven uur waren we nog aan het spelen. ‘t Is dat dat ik wil zeggen: meer gezond, meer sport.

»Ik heb het nondedju aan mijnen eigen zoon gezien toen die nog studeede: bij hem op school werd er nièt aan sport gedaan. Ne keer gaan zwemmen, ja: maar dat noem ik geen sport, hè. Die gasten zaten de gielen dag te studeejen en hun huiswerk te doen. In mijnen tijd kwamen wij thuis, gooiden onze boekentas weg en gingen naar buiten, foeballen. ‘t Is dát dat ik wil zeggen: het was een ander soort leven.»

HUMO Een beter leven?

GOETHALS «Vie de kinder? Absoluut! Ik zeg altijd: sport, da’s gezondheid. En ik spreek niet alleen over de foebal, hè, ik spreek in generaal. Dat mag basket zijn, of tennis, of athlétisme, dat mag vanalles zijn.

»De kinder in mijnen tijd hadden nen betere condition dan nu. Ik versta niet waarom er in de Belgische scholen niet meer aan sport wordt gedaan. Kijk naar de Verenige Stoeten: de Amerikaanse universiteiten besteden de helft van hunnen tijd aan studie, en de andere helft aan sport. En ge weet: Amerika heeft honderd joer avance op ons, hè. Bij ons bestaat dat niet. Hier is nen diplom het belankrijkst. Als ge hier genen diplom hebt, hebt ge geen werk. In mijnen tijd was nen diplom absoluut niet belankrijk: er was toch werk genoeg. Studeiren was niet important: op stroet spelen - dat was plezant. Ik was ne jongen van ‘t stroet, hè.»

HUMO U woonde in Molenbeek, en u woont vandaag nog steeds in Molenbeek. Er is in de loop van de voorbije zestig jaar wellicht veel veranderd in Molenbeek?

GOETHALS «Maar joeng! Toen ik klein was, stond er gienien huis in Molenbeek: er waren alleen maar bossen, weiden en moerassen. Vandaag is alles volgebouwd en kunt ge niet eens meer parkeren. Dát is het verschil! Maar dat derangeert mij niet, hè: ik leef even graag nu als zestig jaar geleden.»

HUMO Hoe verliep het leven in Molenbeek toen u jong was?

GOETHALS «Ik rappeleer mij dat mijn vader iedere avond om zes uur thuiskwam, mijn moeder iets vroeger, en dat ik ondertussen de kommissen was gaan halen. Als ik van school thuiskwam, ging ik gauw de kommissen halen, om dan zo snel mogelijk op stroet foebal te kunnen gaan spelen. Tot aan het avondeten. En als ik te laat was, kreeg ik ambras van mijn moeder.»

null Beeld VRT
Beeld VRT

HUMO Maakte u váák ruzie met uw ouders, of schoot u over het algemeen goed met hen op?

GOETHALS «Ik schoot giel goed met hen op. Ik kreeg alleen maar ambras als ik te laat was of als mijn schoenen kapot waren van ‘t sjotten. Lustert: ik hem een hiel gelukkige jeugd gehad. Ik hem hiel goede ouders gehad. Ik heb altijd alles gehad wat ik wou. Pas op: in ons genre, hè - ik werd zeker niet verwend. Maar toch kreeg ik alles wat ik wou. Toen ik zeventien had, kreeg ik ne vélo. En ne vélo, dat was iets, hè: want alleman had gene vélo. Maar wat denkt ge dat er passeerde toen mijne zoon achttien joer had? Die kreeg een voiture. Ha! Ziet ge ‘t verschil? De tijden zijn veranderd. Vandaag is er veel meer muuglijk. Toen ik met mijn ouders op vakantie ging, gingen wij vijftien doegen naar De Panne. En wij waren content. Ondanks het feit dat het drei uur duurde vie in De Panne te geraken.»

HUMO Drie uur? Met de auto?

GOETHALS «Met den otto?! Maar joeng, wijle hebben nooit nen otto gehad. Met de trein, godverdoeme! Wanneer mijn vader een voiture heeft gehad: dat rappleer ik niet meer - maar ik was toen al zeker een stuk in de dertig. En pas op: mijn ouders waren geen arme mensen, hè. Wij hadden een goed inkomsten. Wij konden al vakantie pakken: ieder jaar vijftien doegen naar de zee. Dat kon niet iedereen.»

HUMO Wat herinnert u zich nog van uw ouderlijk huis in Molenbeek?

GOETHALS «Wij woonden in het huis van mijn bon-papa. Mijn ouders en ik, mijn bon-papa, en de zuster langst mijn vader zijne kant.»

HUMO Uw tante?

GOETHALS « Uw tante, ja. Mijn ouders en ik woonden op de eerste verdieping, de zuster van mijn vader woonde onder de chaussee, en mijn bon-papa had een kamer op de zolder. Wij waren één grote familie. Dat is vandaag gielegans anders geworden: vandaag leeft iedere familie apart. Niemand trekt zich nog iets aan van zijn grootouders of van andere families. Ze hebben geen tijd meer! En geen goesting! Ze denken aan hun gemak, aan de faciliteit. De mantaliteit is gielegans veranderd: in mijnen tijd was iedereen bezorgd om elkander.

»lk woonde graag in dat huis in Molenbeek: ik liep van hier naar ginder - van mijn moeder naar mijn tante, van mijn tante naar mijn bon-papa, en van mijn bon-papa terug naar mijn moeder. Ik was overal thuis, begrijpt ge? ‘t Was een ander soort leven. Is dat clair wat dat ik u zeg?»

HUMO Volkomen.

GOETHALS « Hoe oud bedde gij?»

HUMO Dertig.

GOETHALS « Hoeveel? Dertig?! Maar gij zijt nog ne gamin! (Lacht uitbundig) Kijkt naar mij: ik begin al stillekes stoofkarbonade te worden (lacht nog harder).»

HUMO U was een enig kind. Vond u het niet erg om zonder broers of zussen op te groeien?

GOETHALS «Bijlange niet! Ik heb niks anders gekend. Surtout: ik zat de hele dag op ‘t stroet. Ik was een ketje, zoals ze in ‘t Brussels zeggen. Ik had veel vrienden. Als ge op stroet zijt, zijt ge nooit alleen. ik speelde de gieten dag foebal. Ik wou ne grote foeballist worden.

»Vandaag wordt er hoe langer hoe minder gefoebald. En waarom? Omdat er geen plááts meer is om te spelen! Wij speelden op stroet, in de wei, op het veld. Overal. Vandaag zijn de kinder verplicht om naar een club te gaan om te kunnen sjotten. De gemeenten stellen geen enkel plein meer beschikbaar. Maar waar wij nu zitten te discuteren, op den Heizel, waren vroeger alleen maar velden en moerassen. Vérétique, hè.»

HUMO U had veel vrienden, zegt u. Was u een populaire jongen, een leidersfiguur?

GOETHALS «Bah, ik was gemiddeld. Ik viel niet op. lk was ne stille. Het enige wat dat ik deed, was foeballen. Ik haalde nooit kattenkwaad uit jamais. lk maakte nooit iets kapot. En ik had ook geen enkel contact met stoete kinder. Ik heb nooit mensen gefrequenteerd die een beetje... specioel waren, als ge begrijpt wat dat ik bedoel. Geen krapuul. Ik ben altijd iemand geweest die serieus geweest heeft. En mijn vrienden waren ook zo: dat waren allemaal jongens die goed opgebracht waren. Deftige jongens. Het is niet omdat ik altijd op ‘t stroet zat, dat ik daarom nen bandiet was. Vandaag is dat gielegans anders. Ik zou mijn kinder vandaag niet meer op stroet willen laten spelen: ofwel rijden ze met hunne vélo onder een voiture, ofwel wordt hunne vélo gepikt. ‘t Is ne groten danger vie de kinder vandaag om op stroet te zijn. In onzen tijd was alles anders.

»Ik zal u ne keer iets vertellen, hè: toen ik vijftien joer had, deed ik soms tweehonderd kilometer per dag met mijne vélo. Tweehonderd! Wij reden met een paar gasten naar de zee en terug, met ons boterhammen op onze rug. Dát was sport! ‘s Morgens om vijf uur vertrekken, twee uur op het strand, en ‘s avonds om tien uur weer binnen. Tweehonderd kilometer. Hela!»

HUMO Wat is er van uw vrienden geworden? Zijn ook zij in de sport verder gegaan?

GOETHALS «De meeste van mijn vrienden zijn al dood. Een paar van hen zijn in d’affairen gegaan. Maar de meesten ben ik uit het oog verloren. Ge moogt niet vergeten dat ik veel gevoyageerd heb. Ik ben veel weggeweest. Maar nu ik hier weer dikwijls in de ‘Pétanque’ zit, zie ik af en toe een paar van mijn oude vrienden terug.

»Ik had veul vrienden. De meeste kinder vandaag den dag hebben géén vrienden. Waarom? Omdat ze de gielen dag binnen zitten. Ze doen geen sport meer, ze zitten voor den televies. Ik ken mensen die zot geworden zijn van den televies. Het is allemaal individueel geworden, verstaat ge? Vroeger was er genen televies. De rendez-vous was op stroet

HUMO Uw ouders gingen allebei uit werken. Maakten zij, naar uw gevoel, voldoende tijd voor u vrij?

GOETHALS «Ik zag mijn ouders alleen maar ‘s avonds. En ‘s zondags gingen wij samen een glas drinken. Op zondagmiddag ging ik met mijn vrienden naar de foebal kijken in den Daring, en ‘s avonds ging ik met mijn ouders naar een brasserie ieveranst. Ik ging nooit alleen op café, en mijn vrienden ook niet. Dat bestond niet.»

HUMO Waren uw ouders gelovig? Bent u katholiek opgevoed?

GOETHALS «Catholique? Bah, ik heb mijn dinges gedaan, mijne communion. Maar meer werd daar niet over gezieverd. Er werd niet aan tafel gebeden en mijn ouders gingen ook niet naar de kerk. ik wèl: iedere zondag met ‘t school. Maar daar weet ik niks meer van: dat is allemaal zo lank geleden.»

HUMO U bent geboren in 1921. Dat betekent dat u 19 was toen de Tweede Wereldoorlog uitbrak. Was dat een moeilijke periode voor u?

GOETHALS «Ik was militair, hè. Ik was just binnen toen de oorlog uitbrak. Toen de Dosjers België binnenvielen, zijn wij naar het zuiden van Frankrijk vertrokken om daar ons instructie te krijgen. Maar een maand later was de oorlog in België al gedaan, en toen hebben wij nog lang mo-ten wachten voordat we terug naar huis mochten.

»Terug thuis moest ik heel goed oppassen dat ik niet werd opgeroepen om in Dosjland te gaan werken, want den Dosj pakte alle jeugd mee vie te gaan werken in hunder fabrieken. Ik had het grote geluk dat ik foebal speelde, want foeballisten en andere gasten die attractie deden, die kregen sursis, respijt. En de clubben deden hun uiterste best om hun spelers in België te houden. Maar ge hebt gelijk dat dat een heel moeilijke periode heeft geweest.»

HUMO Was u een goede student? Hoe presteerde u op school?

GOETHALS «Ik was normaal. Nooit geen problemen gehad. Maar ge weet: in die periode was alles veul gemakkelijker dan nu. Als ik zie hoe mijne zoon heeft gestudeerd: die is naar de universiteit geweest, vie advocaat - en nooit één examen gemist, hè. Maar mijne zoon is nen doué, die heeft een aangeboren verstand. Just gelijk ne foeballist ne geboren speler is. Mijne zoon is geboren voor de studies, die kan heel gemakkelijk lieren. Hij heet er nu 42, maar hij is nog altijd even slim. Ik heb zeker niet de kop van mijne zoon! Maar in mijnen tijd stelde studeiren nikske veur. Ik trekte mijne plan in alles: géographie, mathematiek, geschiedkunde... Ik had mijn punten en dat was genoeg. Of ik nu zes had, of zeven, dat was niet belankrijk. lk zeg altijd: iemand die een zes heeft, is masschien veel sterker dan iemand die een acht heeft. Want tussen de theorie en de praktijk: da’s een gruut verschil, hè? Zijn we ‘t accoord

HUMO Absoluut. U hebt de schoolbanken dus op uw zeventiende vaarwel gezegd en bent gaan werken?

GOETHALS «Ik ben als employé beginnen te werken. Maar later ben ik opternieft gaan studeiren: voor trainer. Toen had ik al 35 joer. Eerst twee joer in Brussel, later in Frankrijk en Dosjland en Zwitserland. En allemaal op heug niveau, hè. Alleen het beste was goed genoeg voor mij.»

HUMO Gold dat ook voor het vrouwvolk?

GOETHALS « Astablieft?»

HUMO Wanneer zijn meisjes een rol in uw leven gaan spelen?

GOETHALS «Meiskes?! Maar joeng! Lustert: ik ben getrouwd toen ik 23 joer had. En voor de rest is alles normaal gegaan. Ik hem eerst nog een paar ander meiskes gehad, maar ik hem uiteindelijk mijn eigen vrouw getrouwd.»

HUMO Tijdens de oorlog, als ik goed kan rekenen?

GOETHALS «Ha. ja. Wij wisten niet hoe lang die oorlog nog ging duren, hé. Wij dachten: we kunnen nog bank wachten. Dus zijn we maar getrouwd. In ‘44.

»Maar in dienen tijd getrouwd zijn: dat was niet gelijk als nu, hè. De kinder die nu trouwen, hebben alles. Wijle hemmen alles moeten kuupen. De kinder van vandaag krijgen een huis of een appartement, ne giele mobilier, een voiture, nen televies, een wasmachien... Zijn we ‘t accoord?

»Tegenwoordig is het: minder moeten peinzen, méér moeten hebben - alles komt gemakkelijker. In mijnen tijd was het: zeventig par honderd had niks en wijle moesten werken om iets te kuupen. Een kast of een bed, hè, want we spreken in die tijd nog niet over voituren. (Opgewonden) Hela! Eerst kunnen slapen en eten, hè! Gijle krijgt alles! (Rustiger) Ge kunt den tijd van nu niet meer compareren met mijnen tijd. De faciliteit van het leven is veul gruuter geworden.»

Guy Goethals zoon van Raymond 22/07/2009 Beeld gratis
Guy Goethals zoon van Raymond 22/07/2009Beeld gratis

HUMO Maar was het in uw tijd niet veel gemakkelijker om tevreden te zijn? Waren de mensen niet sneller content?

GOETHALS «De mensen dènken te veul tegenwoordig! Wijle dachten niet na: wijle zagen een meiske en wijle trouwden daarmee. Vandaag zijn er meer divorcen dan trouwen! De mantaliteit is veranderd, hè. Er wordt niet meer aan elkaar gedacht. Iedereen is individueel. Op tien mensen zijn er zeven die just peinzen van rijk te worden. In mijnen tijd bestond dat allemaal niet. Allemans was gelukkig van een goei pint te goen drinken. Nu moeten ze allemaal op vakantie naar den andere kant van de weireld. En dan zijn ze nog niet content.

»Ik ga u ne keer iets vertellen over de mantaliteit van de Belgen - want ik heb toch een beetje overal geweest, hè. Nen Belge, hè, die heeft gère te weten wat den andere heeft. Een klein mantaliteit. Logique, want: klein land, klein mantaliteit. In alles, hè. Ook in ons politieke! In alles. Ons mantaliteit is á la grandeur du pays. We zijn zo gruut dan ne zakdoek: we hebben niks te zeggen, nieveranst nie

HUMO U bent ook een Belg. Bent u dan ook een individualist?

GOETHALS «Nee, en óók geen egoïste! Dat durf ik in alle modestie te zeggen. Ik heb veul défauts - ge weet: ik ben zelf ook gescheiden, dertien joer geleden. Ik hem 73 joer: ik moe dus niet te veel blabla meer verkuupen - maar ik durf te zeggen dat ik meer kwaliteiten heb dan défauts. Ik hen geen individualist. D’ailleurs: in mijne stiel, waar ik niks anders heb gedaan dan andere mensen dirigeren, en waar miljoenen francs afhangen van één decisie, kont ge geen individualist zijn.»

HUMO U bent zelf vader van één zoon: Guy Goethals, al jarenlang internationaal scheidsrechter. Hebt u getracht hem op te voeden zoals u zelf bent opgevoed? Hebt u in dat opzicht iets van uw eigen jeugd geleerd?»

GOETHALS «Mijne zoon is altijd nen dikke student geweest, en ik heb hem altijd laten doen. Hij doet zijn leven zoals hij het wil. Ik heb nooit aan mijne zoon gezegd: ‘Ge moet dat en dat doen.’ Alleen als hij mij iets vroeg, in den arbitrage bijvoorbeeld, heb ik mijn mening gezegd. En of hij princiepen heeft van mij? Dat weet ik niet.»

HUMO Lijkt hij wat op u, qua karakter?

GOETHALS «Ik denk het wel. Hij doet gère sport. Toen ik trainer was van Sint-Truiden, speelde hij bij mij, en toen moest hij op een gegeven moment kiezen tussen de foebal en de universiteit. Toen heeft hij voor de universiteit gekozen, maar hij is tegelijkertijd aan den arbitrage begonnen.

»De Guy is ne stille jongen, just gelijk ‘k ik. De mensen zeggen dikwijls van mij dat ik ne joviale mens ben. ‘t Accoord, maar ik ben ook ne stille mens. Pourtant ik heb in clubben gewerkt waar dat het héél moeilijk werken was, waar dat er een suspens was - in Marseille, in Bordeaux, in Brazil - waar dat het héél moeilijk was om stil te blijven. Ik kan mij ne keer kwoed maken op iets, en zeggen: ‘En nu is ‘t gedáán!’ Guy zal dat nooit doen. Hij zegt: we gaan daarop eens eerst ne nacht slapen, zie.’ Ik denk dat zijn studie daar wel voor iets tussen zit.»

HUMO Als u, tot slot, de kans zou krijgen: zou u uw jeugd dan willen overdoen?

GOETHALS «Absoluut! ‘t Is te zeggen: in zekere manieren. Niet in alles, hè. Maar wel in de natuur, en in ‘t grun? In mijnen tijd was er meer calme. De mensen waren meer op hun gemak. Maar voor de rest vind ik dat de manier van leven nu mul gemakkelijker is dan over vijftig jaar.

»Ik heb een simpel leven gehad, maar een goei leven. Als ik naar de jeugd van vandaag kijk: al die dinges van cocaïne en wat weet ik allemaal. Weet ge hoe dat komt? Omdat iedereen moet nen hobbie hebben. En dat is masschien mijn gruut geluk geweest: ik heb van mijnen hobbie mijn beroep gemaakt. D’ailleurs: ik hem altijd gezeit: ‘Vie gout aa werk kunnen te doen, dat moet nen hobbie zijn.’ Ge moet gère zien wat dat ge doet. En dat hem ik altijd gedoen. ‘t Is misschien daarvoor dat ik altijd goed heb gelukt in alle clubben waar dat ik geweest heb.

»Maar ge kunt den tijd van vandaag niet meer compareren met vroeger. Ook niet op sportief gebied. Surtout de verschillende generaties niet. Neem Eddy Merckx: die reed in zijnen tijd de vijftig kilometer in Mexico op 49 en een klets. Bon, Mosser (Moser, nvdr) zegt tegen het einde van zijn carrière: Ik ga dat ook eens proberen.’ En die klopt het record van Merckx: hij rijdt over de vijftig. Bon, hij doet het een tweede keer, en gaat nog sneller. Dan komt Indurén (Indurain), en die rijdt 52 per uur! En dán komt die Zwitser, en die rijdt er 53. En niet eens in Mexico, maar in Bordeaux, vlak naast de zee! En nu komt het strafste: die gast stapt na zijn vijftig kilometer van zijne vélo en begint te spreken. Na een uur koersen! Bon, den Eddy: dat is toch de grootste kampioen geweest van zijn generatie? Zijn we ‘t accoord? Maar nu, nog geen vijftien joer later! Dat verschil is enorm. Maar wat wil dat zeggen? Zoudt den Eddy giene gruute geweest hebben? Excuseet! Is ‘t masschien nie just wat dat ik zeg?»

null Beeld VRT
Beeld VRT

HUMO Zonder twijfel. Maar geeft u, bij wijze van afsluiter, misschien eens wat goede raad voor de jeugd van vandaag?

GOETHALS «Awel, de mensen die veel voor de natuur werken - is dat vie de zee, is dat vie ‘t environment, is dat vie ‘k weet niet wat - dat moeten we kunnen haaven. Die mensen hebben mijn respect. Ik heb niets met politiek te maken, want die gasten denken toch alleen maar aan hunnen eigen zak - onthaaft goed wat dat ik u hier zeg. Maar die mensen die voor de natuur werken: chapeau. Want zoals het nu gaat, zo kan het niet blijven duren: al die statten met betons, alle bossen die weg moeten voor d’ autorouten, de industrie die alles kapot maakt... Dat zijn dinges die moeten gestopt zijn. Ofwel gaan we binnen vijftig joer een generatie hebben - ‘t is dus niet meer voor mij da ‘k spreek - die in de stront leeft.»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234