null Beeld BELGA
Beeld BELGA

Het afscheidsinterviewRobert Mosuse (1970-2000)

‘Waarom zou ik verdrietig zijn? Ik heb een heel goed leven gehad’

Robert Mosuse, broer van muzikant Ronny Mosuse, overleed op 20 april 2000. Hij bezweek aan de gevolgen van een hersentumor. Enkele dagen voor zijn dood sprak hij met Humo. Herlees hier het interview.

(Eerder verschenen in Humo 3112 in april 2000)

Het was al langer bekend dat Robert Mosuse (voormalig zanger en muzikant bij The Radios, en sindsdien vooral solo actief) aan epilepsie leed. Tien jaar geleden ontdekten de dokters een tumor in zijn hersenen, die aan de basis lag van zijn frequente epileptische aanvallen. Met die aanvallen, die hem soms ook tijdens zijn optredens troffen, had hij in de loop der jaren Ieren leven; maar alles veranderde toen hij vier maanden geleden, na een zware hersenoperatie en maanden revalidatie, te horen kreeg dat het gezwel in zijn hoofd in een kwaadaardige tumor was veranderd en dat er dringend opnieuw moest worden ingegrepen.

Zeven dagen intensief bestralen bleek geen enkel effect op de tumor te hebben, en de diagnose van de dokters was formeel: de kanker was te ver uitgezaaid om hem nog succesvol te kunnen bestralen of behandelen met chemotherapie, en een nieuwe operatie was zinloos omdat de tumor te diep in de hersenen was doorgedrongen. De artsen gaven Robert nog drie maanden te leven. Die drie maanden zijn bijna voorbij, als wij hem, bijgestaan door zijn broer Ronny en zijn vriendin Eleni, ontmoeten voor zijn afscheidsinterview.

In zijn ziekenkamer in een Antwerps ziekenhuis zit Robert in zijn pyjama bij het open raam. Zijn haar is uitgevallen, er zit een baxter in zijn arm, en hij ziet er moe uit, maar voor de rest maakt hij een heldere, zelfs opgewekte indruk.

ROBERT MOSUSE «Ik hen moe, heel moe, maar ik voel me niet ziek, lk voel ook geen pijn, omdat ik voortdurend pijnstillers krijg, ik denk morfine. Mensen die me komen bezoeken, zeggen vaak: ‘Amai, jij zier er goed uit voor iemand die volgende week al dood kan zijn.’ Maar ik denk dat je dat zelf in de hand hebt. Ik ben positief ingesteld, en ik probeer het beste van mijn situatie te maken. Ik weiger me te laten gaan. De dokters hebben me, toen ze ontdekten dat de tumor in mijn hoofd kwaadaardig was, nog maximaal drie maanden gegeven, maar we zijn ondertussen al bijna drie maanden verder, en ik zit hier nog altijd. Er zijn al dokters die gezegd hebben dat ze het een wonder vinden dat ik nog leef.

»Ik ben heel blij dat de dokters me in mijn gezicht hebben gezegd dat ik nog maar drie maanden te leven had. Andere mensen die terminaal ziek zijn willen die keiharde waarheid misschien liever niet horen, maar ik zou het vreselijk vinden als ze me iets hadden voorgelogen. Door me meteen de waarheid te vertellen, hebben ze me de kans gegeven een aantal praktische dingen te regelen, en de mensen te zien die ik nog wilde zien. Ik wil op het laatste moment van mijn leven niet het gevoel hebben dat er belangrijke dingen zijn die ik niet heb kunnen doen omdat ik niet wist dat mijn tijd voorbij was.»

PLUK ELKE DAG

HUMO Volgens de dokters heb je niet veel meer dan enkele weken te leven. Heb jij dat gevoel zelf ook? Voel je dat je einde nadert?

ROBERT «Nee. Ik ben wel heel moe, en de rechterkant van mijn lichaam is verlamd, omdat de tumor in mijn hoofd op de linkerkant van mijn hersenen drukt, en als ik geen pijnstillers zou nemen zou ik veel pijn in mijn nek en hoofd hebben, maar ik heb niet het gevoel dat ik aan het sterven ben. Ik weet dat de kans heel groot is dat ik binnenkort doodga, maar ik voel het niet zo aan: mijn lichaam leeft gewoon verder, zoals altijd.

»Eigenlijk denk ik daar allemaal niet te veel over na. Toen ik nog niet ziek was, vroeg ik me ook niet af wanneer of op welke manier ik zou sterven, en nu ik waarschijnlijk heel binnenkort sterf, denk ik daar ook niet over na. Ik probeer zoveel mogelijk te profiteren van iedere nieuwe dag die ik krijg, en als het zover is, is het zover. Dat is altijd mijn levensvisie geweest, en die visie is niet anders nu ik aan het sterven ben.»

HUMO Welke schade richt de tumor in je hersenen eigenlijk aan?

ROBERT «De tumor wordt steeds groter, waardoor de druk op mijn hersenen ook steeds groter wordt. Daardoor is de rechterkant van mijn lichaam bijna volledig verlamd. Ik kan mijn rechterarm nauwelijks nog gebruiken, en ik kan ook niet meer lopen, omdat mijn rechterbeen te zwak is geworden. Gelukkig functioneert de rechterkant van mijn gezicht nog wel, zodat ik nog gewoon kan zien.

»De verlamming van mijn lichaam wordt iedere dag wat erger, maar dat is voor mij geen reden om verdrietig of depressief te worden. Ik leef van dag tot dag, en als ik ’s morgens bij het opstaan merk dat ik weer iets minder kan dan de dag ervoor, leg ik mij daar gewoon bij neer. Ik aanvaard de dingen zoals ze komen.»

HUMO Je bent vorig jaar in oktober geopereerd: toen hebben de dokters het grootste deel van de tumor uit je hersenen weggehaald. Waarom volstond die ingreep niet?

ROBERT «Aanvankelijk volstond die operatie wel. De druk op mijn hersenen vanwege die tumor, die ondertussen zo groot als een tennisbal was geworden, verminderde, waardoor de verlammingsverschijnselen ook grotendeels verdwenen. Maar drie maanden later, rond Nieuwjaar, kreeg ik een nieuwe aanval van epilepsie en toen bleek, na een nieuw onderzoek, dat het deel van het gezwel dat de dokters niet hadden weggesneden kwaadaardig was geworden.»

HUMO Kunnen ze de rest van die tumor ook niet gewoon wegsnijden?

ROBERT «Theoretisch is dat misschien wel mogelijk, maar dat zou een heel gevaarlijke operatie zijn, omdat de uitzaaiingen heel ver in mijn hersenen gaan, en de kans dat de chirurgen onherstelbare schade aanrichten is heel groot. Bovendien zou ik, als de operatie wel zou slagen, achteraf zoveel energie in mijn revalidatie moeten steken... Dat zou ik waarschijnlijk niet meer aankunnen. Een hersenoperatie is echt geen lachertje. En de kans dat de tumor enkele maanden later wéér de kop opsteekt, is bijzonder groot. Ik heb er gewoon geen zin meer in. Ik heb na mijn eerste operatie maandenlang heel intensief moeten revalideren; ik logeerde in het appartement van Bart Peeters aan zee, waar ik iedere dag met een kinesist oefeningen deed: ik weet dus hoe zwaar zo’n revalidatie is. Dat heb ik er niet meer voor over.»

HUMO Heb je die beslissing alleen genomen?

ROBERT «Nee, samen met mijn vriendin. Zij had mij ook zien afzien na die eerste operatie, en wij hadden allebei iets van: het is genoeg geweest. Ook de intensieve bestraling na de vaststelling dat de tumor in mijn hoofd kwaadaardig was, was heel zwaar: ik kreeg iedere dag een dubbele dosis, omdat de tumor zich zo snel uitzaaide in mijn hersenen. Maar die bestraling had geen enkel effect. Alleen mijn haar viel ervan uit.

»Als je dat allemaal optelt, is de som veel te groot. De inspanningen die een zware en gevaarlijke operatie, bestralingen, chemotherapie en een lange en moeilijke revalidatie van mijn lichaam zouden vergen, zijn gewoon onmenselijk groot. Dat hadden ik en mijn vriendin er niet meer voor over. Wij hebben een keuze gemaakt en ons lot aanvaard.»

LIEVER DOOD DAN GEEN LEVEN

ROBERT «Toen de dokter tegen ons kwam zeggen dat de bestraling niks had geholpen en dat ik nog maar drie maanden te leven had, stortte ik in en ben ik beginnen te janken als een klein kind. Ook mijn vriendin kon op dat moment alleen maar huilen. Wij hebben ons verdriet toen in elkaars armen uitgehuild, en tien minuten later wisten we wat we gingen doen: we zouden geen verdere stappen ondernemen. Je zou kunnen zeggen: dat is een overhaaste beslissing geweest. Maar dat is niet waar. Vergeet niet dat ik al tien jaar met een tumor in mijn hoofd rondloop en dat ik in het verleden al dikwijls met mijn vriendin had gesproken over de opties die we hadden als we slecht nieuws zouden krijgen. Wij wisten wat de mogelijkheden waren, en we hebben een keuze gemaakt.

»Mensen hebben me al gezegd: ‘Als je voor een operatie had gekozen, had je een kleine kans op overleven. Maar nu heb je voor een zekere dood gekozen. Uiteindelijk had je de keuze tussen leven en dood.’ Maar zo zie ik het niet. Voor mij was het een keuze tussen géén leven en de dood. Als ik mij had laten opereren, was de kans zeer groot geweest dat ik voor de rest van mijn leven helemaal verlamd zou zijn of als een plant zou moeten leven. Dat vind ik geen kwalitatief leven. Ik heb altijd heel intens en met veel goesting geleefd, en ik heb geen zin om de rest van mijn dagen in een ziekenhuis door te brengen. In dat geval geef ik de voorkeur aan de dood.»

HUMO Het moet ook voor je vriendin vreselijk zijn geweest om zo’n beslissing te nemen.

ROBERT «Natuurlijk was dat vreselijk voor haar, maar zij wil mij niet langer laten afzien dan nodig is. Ze weet dat dit de beste oplossing voor mij is. Maar het is ook de beste oplossing voor haar, want ze wil me niet zien lijden: ze wil in alle rust afscheid van mij kunnen nemen. Toen we te horen kregen dat er eigenlijk geen hoop meer was, heeft ze drie maanden loopbaanonderbreking genomen om iedere dag bij mij te kunnen zijn, tot ik er niet meer ben.»

HUMO Hebben de dokters je uitgelegd hoe je uiteindelijk zult sterven?

ROBERT «Ja, de tumor in mijn hoofd zal verder blijven woekeren en mijn hersenen verder aantasten en vergiftigen, waardoor ik steeds meer verlamd zal worden en ook steeds vermoeider zal worden. Uiteindelijk zal ik ge-woon in slaap vallen en niet meer wakker worden, zoals een kaars die uitdooft. Een mooiere dood bestaat niet, denk ik.»

HUMO Hoe moeilijk is het om niet constant aan die tumor te denken?

ROBERT «Er is een periode geweest dat ik aan niks anders meer dacht, en dat ik me de tumor in mijn hoofd ook zo concreet mogelijk probeerde voor te stellen. Maar daar werd ik op den duur stapelzot van. Dus heb ik mezelf op een gegeven moment gedwongen er niet meer aan te denken. Ik leef nu gewoon zonder na te denken over wat er zich in mijn hoofd afspeelt. En als ik te veel hoofdpijn krijg, vraag ik gewoon een paar extra pijnstillers.»

EPILEPSIE OP HET PODIUM

HUMO Inmiddels zit die tumor al meer dan tien jaar in je hoofd. Wanneer hebben de artsen hem voor het eerst ontdekt?

ROBERT «Nadat ik mijn eerste zware epileptische aanval had gekregen. Via een scanneronderzoek zagen de dokters dat er een gezwel achteraan in mijn hersenen zat, maar het was te klein en het zat te diep om er iets aan te kunnen doen; bovendien was het goedaardig en liep ik geen gevaar om kanker te krijgen.

»Ik heb die eerste jaren heel veel epileptische aanvallen gekregen. Vaak ging het om krampaanvallen waarbij alle spieren in mijn lichaam in een kramp schoten en ik op de grond viel; maar ik heb ook veel lichtere aanvallen gehad, met een vertroebeling van mijn bewustzijn en een lichte kramp in mijn nek en rechterarm. Pas na zes of zeven jaar konden de artsen mij de juiste medicatie voorschrijven, waardoor ik de aanvallen onder controle had.

»Die epileptische aanvallen hebben mijn hele leven beheerst, maar ik heb me er nooit echt druk over gemaakt. Ik heb vrij snel aanvaard dat ik een epilepsiepatiënt was en daar heb ik mee leren leven. lk ben wel gezonder beginnen te leven; ik ben op mijn voeding gaan letten, en ik ben op een gegeven moment ook gestopt met alcohol te drinken. Maar optreden heb ik nooit willen opgeven. Dat had wel als gevolg dat ik heel onregelmatig leefde en weinig sliep, waardoor ik makkelijker vatbaar was epileptische aanvallen. Het gebeurde ook geregeld dat ik op het podium een aanval kreeg, terwijl ik met The Radios aan het optreden was. Als mijn rechterarm begon te trekken, wist ik hoe laat het was en maakte ik dat ik van het podium afkwam. We hadden daar met The Radios zelfs een vaste routine voor: als ik een aanval voelde aankomen ging ik weg, en dan speelde de band gewoon een paar nummers zonder mij, alsof dat zo gepland was. En als mijn aanval voorbij was, stapte ik gewoon terug op het podium.

»Die aanvallen konden soms heel vervelend zijn, maar ze waren zeker niet gevaarlijk. Tot de druk in mijn hersenen te groot werd, want die tumor bleef maar groeien. De dokters besloten mij toch maar te opereren: dat was in oktober. Nadat ze een groot stuk van de tumor hadden weggenomen, voelde ik me beter, maar twee maanden later, toen ik volop aan het revalideren was, ben ik hervallen. Ik was thuis in Antwerpen en opeens kreeg ik weer een zware epileptische aanval. Ze hebben mij toen opnieuw onder de scanner gelegd en vastgesteld dat er een nieuwe tumor in mijn hersenen aan het woekeren was, die na een biopsie kwaadaardig bleek te zijn. Ik ben toen onmiddellijk opgenomen in het ziekenhuis, waar ze mij de volgende dag zijn beginnen te bestralen met een dubbele dosis, omdat de tumor zich zo snel verspreidde.

»Ik vind het wel allemaal heel fascinerend, hoor: al die cellen. En vooral het feit dat je als mens met je cellen maar een fractie van een micron van de dood of een heel zware ziekte verwijderd bent. Daar kan ik lang over zitten filosoferen.»

HUMO Hoe erg vind je het dat je er binnenkort niet meer zult zijn?

ROBERT «Niet zo erg. Natuurlijk zou ik graag willen blijven leven, dat spreekt voor zich. Maar ik heb mijn ziekte, en de consequenties ervan, altijd aanvaard. Sinds de dokters me tien jaar geleden zeiden dat ik een tumor had, wist ik dat mijn levensloop er anders zou uitzien dan die van de meeste andere mensen. Ik heb altijd geweten dat er een kans bestond dat ik vroeg zou sterven. En die gedachte heb ik altijd aanvaard, ik heb me er nooit tegen verzet. Dat proces van aanvaarden is ondertussen al tien jaar bezig, en dat maakt het voor mij veel makkelijker om te sterven. Ik ben niet bang van de dood.

»Mijn vriendin is wel bang. Zij weet dat deze oplossing de beste oplossing voor mij is, omdat ze niet wil dat ik onnodig lijd, maar ze vindt het natuurlijk verschrikkelijk dat ik doodga. Ik vind het niet erg voor mezelf, alleen maar voor de mensen die me graag zien en die achterblijven, zoals mijn vriendin, mijn broers en zus, en mijn moeder.»

HUMO Waar haal jij de kracht vandaan om in je lot te berusten?

ROBERT «Heel simpel: ik aanvaard het leven zoals het is. Die ingesteldheid hebben mijn broers en zus trouwens ook. Wij hebben als kind zoveel miserie meegemaakt, dat we er allemaal sterker van zijn geworden. Ik vind: je moet vechten als je de strijd kunt winnen, maar als de strijd hopeloos is, heeft vechten geen enkele zin.

»Ik heb drie broers en één zus, en ik ben ervan overtuigd dat zij, hoe zwaar het afscheid van mij ook zal zijn, mijn dood vrij snel zullen kunnen verwerken. Wij zijn zo opgegroeid: wij hebben het allemaal heel moeilijk gehad, maar we zijn er toch in geslaagd een behoorlijk leven op te bouwen. Er moet veel gebeuren om ons, Mosuses, klein te krijgen.»

HUMO Komt je moeder je vaak bezoeken?

ROBERT «Nee. Mijn moeder woont in Bazel; dat is niet zo ver van hier, maar toen ik nog gezond en wel was, kwam zij mij ook niet vaak bezoeken. Onze familie heeft niet de gewoonte om elkaars deur plat te lopen. Wij hebben allemaal iets van: waarom zouden we ons forceren om elkaar vaker te zien als we dat vroeger ook niet deden? De enige met wie ik altijd vrij veel contact heb gehad, is Ronny: die komt mij ook iedere dag bezoeken in het ziekenhuis.

»Ik heb altijd gehunkerd naar een beter contact met mijn familie, vooral met mijn moeder. Ik ben als kind in tehuizen opgegroeid, en ik heb mijn moeder altijd gemist. Ontelbare nachten heb ik liggen huilen omdat mijn moeder er niet was. Toen ik ouder was, heb ik het contact met haar hersteld. Van alle Mosuses ben ik altijd degene geweest die haar het vaakst ging bezoeken, minstens één keer per week. Daardoor ken ik mijn moeder ook het best. Wij hebben allemaal een problematische band met onze moeder gehad, maar ik heb haar in de loop der jaren beter leren begrijpen, en ik snap nu ook waarom ze bepaalde dingen heeft gedaan of niet gedaan.»

Robert Mosuse (links) met zijn broer Ronny: ‘Ik geloof niet in een hiernamaals, maar ik denk wel dat ik blijf voortbestaan. Ronny heeft mij trouwens gevraagd om, bij wijze van experiment, een duidelijk teken te geven als het zover is, zodat hij weet dat ik er nog ben. Ergens.’ Beeld PHOTONEWS
Robert Mosuse (links) met zijn broer Ronny: ‘Ik geloof niet in een hiernamaals, maar ik denk wel dat ik blijf voortbestaan. Ronny heeft mij trouwens gevraagd om, bij wijze van experiment, een duidelijk teken te geven als het zover is, zodat hij weet dat ik er nog ben. Ergens.’Beeld PHOTONEWS

‘WAUW, WEER EEN DAG!’

HUMO Hoe breng je je dagen in het ziekenhuis door? Ben je nu gewoon aan het wachten tot het gedaan is?

ROBERT «0 nee, integendeel. Ik vul mijn dagen zo goed als ik kan. Mijn vriendin is hier bijna altijd, en ik praat veel met haar. Voor de rest kijk ik wat tv of ik luister naar muziek. ’s Avonds komt mijn vriendin naast me in bed zitten en dan doen we alsof we thuis samen op de bank zitten: dat is iets wat ik vroeger te weinig heb gedaan, omdat ik altijd op de hort was. Ik krijg ook veel vrienden op bezoek. Bart Peeters bijvoorbeeld is hier heel vaak.»

HUMO Hoe reageren je bezoekers over het algemeen op het feit dat je terminaal ziek bent?

ROBERT «Meestal komen ze hier heel nerveus binnen, maar ik stel hen altijd direct op hun gemak, door heel gewoon over mijn ziekte te praten en grapjes te maken. In deze kamer wordt wat afgelachen, hoor. Het is gek, want meestal zijn het de gezonde mensen die de zieke mensen proberen te troosten, maar hier is het omgekeerd: hier probeer ik de anderen op te beuren.

»Ook mijn vriendin, die ’s avonds meestal wat down is, troost ik. ‘Het leven gaat verder als ik er niet meer ben,’ zeg ik haar. Dat moet ze echt zo bekijken, vind ik. Ze zal natuurlijk haar tijd moeten nemen om te rouwen en over haar verdriet heen te komen, maar op je dertigste, als je nog jong bent, is het niet zo moeilijk om iemand anders tegen te komen en een nieuw leven te beginnen. Ik zou niet liever willen dan dat Eleni na mijn dood iemand anders tegenkomt. Dat kan zij zich absoluut niet voorstellen, zegt ze, maar ik vind dat ze er in ieder geval voor moet openstaan.

»Ze heeft zich een hele tijd heel sterk gehouden, maar nu mijn dood heel dichtbij komt, merk ik dat ze het opnieuw moeilijk krijgt. Af en toe begint ze te huilen, en dat probeert ze dan voor mij te verbergen, maar dat is natuurlijk voor niks nodig.»

HUMO En jij? Ben jij zelf nooit down?

ROBERT «Nee, die periode is voorbij. Ik weet dat de dag zal komen dat ik er niet meer ben, en dat heb ik gewoon aanvaard. In plaats van daar verdrietig over te zijn en medelijden met mezelf te hebben en de hele dag te huilen, heb ik ervoor gekozen bet beste te maken van de tijd die me hier nog rest. Iedere morgen als ik wakker word, zeg ik tegen mezelf: ‘Wauw, deze dag heb ik nog gehaald!’»

HUMO Heb je een testament?

ROBERT «Ja, dat heb ik gemaakt vlak voor mijn operatie in oktober. Ik schenk alles wat ik heb aan mijn moeder. Mijn broers en mijn zus en mijn vriendin hebben nog een heel leven voor zich en kunnen zelf hun plan wel trekken. Mijn moeder kan mijn geld veel beter gebruiken.»

HUMO Je hebt geen kinderen. Nooit spijt van gehad?

ROBERT «Op dit moment zeker niet, want dat zou betekenen dat mijn kinderen zonder vader zouden achterblijven, en ik weet uit eigen ervaring hoe erg dat is, zeker voor jonge kinderen. Ik heb de voorbije jaren altijd gehoopt dat het goed met mij zou aflopen, en ik heb altijd naar kinderen verlangd, maar in mijn achterhoofd heb ik toch ook altijd geweten dat het eigenlijk niet zo verstandig zou zijn om, in mijn situatie, aan kinderen te begin-nen.»

DE CIRKEL IS ROND

HUMO Wat vind je het moeilijkste aan je situatie nu?

ROBERT «Ik heb het er soms heel moeilijk mee dat mijn vriendin, die niet van de grootste en sterkste is, mij continu met alles moet helpen. Ik kan heel weinig zelf. Als ik in en uit mijn bed wil, of als ik naar de wc moet, of als ik mij wil wassen, moet zij mij altijd helpen. Dat is de reden waarom ze hier in principe altijd is en hier ook blijft slapen.

»De hulpeloosheid vind ik het ergste. Ik ben te trots om hulpeloos of afhankelijk van anderen te zijn. Daarom zal ik ook niet makkelijk tegen een verpleegster zeggen dat ik pijn heb. Zo ben ik opgegroeid; ik heb mezelf vanuit de shit opgewerkt, ik heb iets van mijn leven gemaakt, en ik heb dat helemaal alleen gedaan: daar ben ik best wel trots op. Dus vind ik het heel moeilijk om hier nu halfverlamd in een ziekenhuisbed te liggen en een wildvreemde verpleegster of verpleger om de bedpan te vragen... Ik mag mezelf heel gelukkig prijzen dat ik zo’n lieve vriendin heb, die alles voor me doet. Ik ben haar heel dankbaar.»

HUMO Je bent net dertig geworden. Vind je het niet vreselijk onrechtvaardig om op zo’n jonge leeftijd te moeten sterven?

ROBERT «Nee. lk denk niet in die termen. Ik ben me ervan bewust dat de meeste andere mensen van mijn leeftijd kerngezond zijn en nog veertig of vijftig jaar te leven hebben, maar dat is voor mij geen reden om mijn situatie onrechtvaardig te vinden. Het is nu eenmaal zo. Ik heb de pech, de brute pech, dat ik met een tumor in mijn hoofd zit, maar toch is dat voor mij geen bron van kwaadheid of verongelijktheid. Ik heb deze pech, en iemand anders heeft andere pech: zo zie ik het. Ik ben niet jaloers op mensen die op dit moment buiten op straat kunnen lopen of gaan voetballen. Ik heb ook nog nooit gevraagd: ‘Waarom ik? Waarom moest mij dit overkomen?’ Ik ben gewoon het slachtoffer van het noodlot, dat is alles.

»Ik vind het wel jammer dat ik, zeker met dit weer, niet naar buiten kan gaan. Ik hou van frisse lucht, en ik hoor de vogels ook graag fluiten, dus ik vind het allesbehalve prettig om op een mooie dag als vandaag binnen in een ziekenhuis te moeten zitten. Wat ik vooral mis is eens goed te vrijen in de open lucht; dat is lang geleden. Ik kan nog wel met mijn vriendin vrijen, hier in het ziekenhuis, maar dat is toch niet hetzelfde als buiten, in de vrije natuur.»

HUMO Hoe kijk je terug op je leven? Ben je tevreden over de voorbije dertig jaar?

ROBERT «0 ja. Absoluut. Ik heb een heel goed leven achter de rug. Voor mij is de cirkel rond. Ik heb gedaan wat ik wilde doen, niet alleen op artistiek vlak, maar vooral: ik ben trots op het feit dat ik vanuit de moeilijke omstandigheden waarin ik ben op gegroeid, geëvolueerd ben tot een jongeman die rust en vrede heeft gevonden. Ik ben ook heel gelukkig dat ik mijn familie dichter naar elkaar heb zien groeien, en dat we nu een band hebben die er vroeger niet was. Ik heb het idee dat dat voor een groot stuk aan mij te danken is, en daar ben ik heel blij om.»

HUMO Hoe stel je je de dood voor?

ROBERT «Ik heb geen flauw idee. Ik kan me niet voorstellen hoe het is om dood te zijn. Maar ik kan me wel voorstellen hoe het is om niet meer te leven, want dat gevoel heb ik nu. Ik weet dat het einde nabij is, en omdat ik me daarbij heb neergelegd, ben ik eigenlijk al aan de andere kant. Dat maakt het veel makkelijker voor mij om deze moeilijke periode door te komen.»

EEN TEKEN VAN ELDERS

HUMO Ronny vertelde me dat je graag een begrafenisdienst wil in de kathedraal van Antwerpen.

ROBERT «Dat is waar. Ik blijf een showgast, tot het allerlaatste moment. Ik heb tijdens mijn leven altijd met show geleefd, en ik wil ook met stijl afscheid nemen. De kathedraal van Antwerpen lijkt mij daar de ideale plek voor.

»Als het aan mij lag, zou ik niet kiezen voor een klassieke begrafenismis met een pastoor die over God en het hiernamaals spreekt, maar die keuze laat ik volledig over aan mijn vrienden en familie: wat zij willen vind ik goed. Als ze van mijn begrafenis iets godsdienstigs willen maken, is dat goed voor mij, maar eerlijk gezegd denk ik niet dat dat zal gebeuren. Het leukste zou natuurlijk zijn om er een groot feest van te maken, met een paar op-tredens van mensen met wie ik goed bevriend ben.»

HUMO Geloof je in een leven na de dood?

ROBERT «Weet je, ik denk dat wij gewoon niet doodgaan. En als er een leven is na de dood, denk ik dat dat leven nu al bezig is. Er zijn volgens mij, parallel, twee levens bezig, en als je in dit leven doodgaat, gaat je leven ge-woon verder in het andere. Over dat soort dingen praat ik vrij veel met Bart Peeters.»

HUMO Nogal wat mensen die hun hele leven ongelovig zijn geweest, worden op hun sterfbed plotseling gelovig. Herken je dat bij jezelf?

ROBERT «Nee, maar ik begrijp het wel. Dat heeft met angst voor het onbekende te maken. Maar die angst heb ik niet. Ik heb geen God nodig om me veilig en rustig te voelen.

»Ik geloof niet in een hiernamaals, maar ik denk wel dat ik blijf voortbestaan. Ronny heeft mij trouwens gevraagd om, bij wijze van experiment, een duidelijk teken te geven als het zover is, zodat hij weet dat ik er nog ben. Ergens.»

HUMO Wat heeft de nakende dood je over het leven geleerd?

ROBERT «Dat je de dingen moet nemen zoals ze komen. Het leven is een cadeau, maar het is een cadeau dat ook onaangename kanten heeft. Maar de kunst is die onaangename kanten erbij te nemen, zonder je erdoor te laten platdrukken.

»Het is een cliché, maar als je gaat sterven zie je pas hoe mooi het leven eigenlijk is. Ik ben heel blij dat ik altijd zoveel mogelijk van mijn leven geprofiteerd heb en dat ik zonder spijt afscheid kan nemen.»

Kort voor het ter perse gaan belt Ronny ons dat zijn broer in de nacht van donderdag op vrijdag overleden is. Zachtjes uitgedoofd als een kaars, zoals hij zelf gehoopt had.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234