Toiletdame Marie-ThérèseBeeld Marco Mertens

Poets, wederom poets

‘Wc-madam worden is altijd mijn droom geweest.’ Humo sprak met toiletdames

Harde klonter. Worst met gebarsten oppervlak. Donzig met gerafelde randen. ‘We doen er allemaal wat giechelig over,’ schrijft Gerrit Komrij in zijn onlangs verschenen ‘Encyclopedie van de Stront’ – maar voor sommigen is andermans drol gewoon brood op de plank. Dames als Gretel (64), Margueritte (65), Raymonda (58) en Marie-Therèse vegen wc-brillen schoon, zetten borstels in de javel, dweilen ondergeplaste vloeren droog en vissen haren – en soms hele haarstukjes – uit urinoirs. WC-madammen (en –meneren) vormen een economie op zich. Nergens wordt er zoveel in het zwart gewerkt, nergens wordt zoveel op de kleintjes gelet, nergens ook worden zoveel behoeftige bejaarden in de zeik gezet.

“Oh, ik heb hier al véél bekend volk zien passeren,’ lacht Gretel, terwijl ze een vod over de wc-bril haalt. “De Caje, Jan Ceulemans, Will Ferdy komt geregeld. Eddy Wally. En die actrice van de VTM, Jacky Lafon (Rita uit ‘Familie’, red.), die herkende ik uit de boekjes.” Ze schrobt de gele vlekken aan de binnenrand van de toiletpot weg en spoelt door. ‘En Willy! Willy Claes! Jaja, die moet ook soms naar het gemak. De wilde boerendochter komt hier ook vaak, allez, Ivan Heylen. En die verlegen homopriester heb ik hier één keer gezien, Rudy Borremans.”

Gretel Van der Heyden is 64 en werkt al een jaar of vijf als toiletdame in een wegrestaurant langs de E40 in Drongen. De parking haalt geregeld het journaal omdat er weer eens illegalen uit de laadruimte van een vrachtwagen zijn gevist. “Een illegaal heb ik nog niet gevangen,’ zegt Gretel. ‘Maar er gebeuren hier toch dingen waarvan je zegt: ik doe mijn ogen toe en ik heb niks gezien.”

HUMO Wat? Wat?

GRETEL “Dat een man zich bijvoorbeeld heeft ‘beholpen’ in de toiletten en daarna zijn piet staat te wassen aan de lavabo. Je komt nietsvermoedend binnen en dan staat die daar doodleuk…”

HUMO ’t Is dan toch een propere meneer.

GRETEL “Tot je ziet wat ze op de bril achterlaten! Ik kan ze ondertussen al van op een kilometer ruiken. We staan niet voor niets bekend als homoparking, hé.”

Toiletdame GretelBeeld Marco Mertens

HUMO Gebruiken ze je toilettenblok ook als rendez-voushuis?

GRETEL “Ze zouden eens moeten proberen! Nee, dat is buiten te doen. Eerst zie je een zwarte Mercedes of een dikke BMW heel traag de parking oprijden, tot helemaal vanachter. Dan zie je iemand uitstappen en in de bosjes verdwijnen. Vijf minuten later: wéér een schaduw die in het struikgewas duikt. In de winter durf ik ’s avonds niet alleen de parking op.”

Een bus vol klote dames

Gretel drukt haar Belgasigaret uit en schuifelt met zwabber en zeemvel de mannentoiletten binnen. Ze licht het deksel van de vuilnisbak op en vloekt hardop: weggefrommeld tussen een berg papieren handdoekjes ligt een besmeurde, dampende mannenonderbroek. “Weer eentje die net te laat was,” zucht ze schamper.

GRETEL “Dit is een job vol verrassingen. Zatlappen die in slaap vallen op de pot, junkies die overgeven in vuilnisbakken… Er is een keertje een ambulance voor de deur gestopt, groot lawaai in de gang, klinkklang-metaal… Een vrouw op een draagberrie wordt naar binnen gerold, de ambulanciers helpen haar om naar de wc te gaan, en hup, de ziekenwagen weer in en met loeiende sirene weg. ’t Kan gebeuren hé. Ik heb hier ook al eens twee politieagenten gehad met een jong madammeke tussen hen in, met handboeien om! ‘Mag mevrouw even naar het toilet?’ Die agenten gingen wel mee tot aan de deur hoor! Maar je maakt hier ook plezante dingen mee. ’s Morgens, vijf over zeven, een bus rijdt de parking op: een troep Oost-Europese vrouwen, allemaal een hoofddoek om, en allemaal even rond als ze hoog waren (lacht). En een gekakel! De hele bus moest blijkbaar naar het toilet, maar er kwam er niet één terug naar buiten. Ze hadden de deur tegen gezet, dus ik wrik ‘m open. Stonden ze zich daar allemaal te wassen, hun hun blootje, met hun kleren op een grote hoop in het midden! Er zat zelfs eentje met haar voeten in de lavabo. Toen heb ik toch goed gelachen. Maar er zijn ook minder toffe verhalen, hé. Op een dag trok de chasse niet zo goed door. Een dikke Duitser komt buiten en roept ‘Kein wasser, kein geld! Leck mich am Arsch!’ Ik ken genoeg Duits om dat te begrijpen.”

HUMO Jij spreekt vloeiend Duits?

GRETEL “En Engels. Ik heb Germaanse filologie gestudeerd in Gent, van ’60 tot ’64. Ik heb nog les gehad van Etienneke Vermeersch en Jaap Kruithof. Interessant, maar lesgeven zei me niks. Vandaar dat ik na mijn studies in een bank ben gaan werken.”

HUMO Hoe ben je op het idee gekomen om na je pensioen de bankloketten te verruilen voor de wc-potten?

GRETEL (trekt aan haar sigaret) “Als ik thuis zit, doe ik mijn huishouden – of ik doe het niet. Ik kruip met een boek in de zetel en blijf er zitten. Nu kom ik buiten, ik kom onder de mensen en ik blijf in beweging. Ik heb er ook wel plezier in: de mensen verwachten niet dat een toiletdame iets anders dan dialect spreekt. Als je mooi Nederlands praat, heb je veel bekijks. Daarom ben ik nu zo’n beetje dialect aan het leren – dat verwachten de mensen van een wc-madam. (ondeugend) Soms kan je de mensen heerlijk voor schut zetten. In de Carestel van Wetteren zat ik eens aan mij tafeltje met naast me een stand vol ballonnen. Een Duits koppel van middelbare leeftijd gaat naar het toilet, en bij het buitengaan hoor ik de vrouw in het Duits zeggen ‘Moeten wij die wc-madam niet betalen?’ Die man draait zich om en zegt ‘Ach, die alte Nutte sizt hier nur für die Ballons!’ – ‘Die oude hoer zit hier alleen voor de ballonnen!’ Die vrouw betaalt toch, ik geef haar twee kortingsbonnen voor een drankje in het restaurant, en ik begin in vloeiend Duits uit te leggen wat ze allemaal met die bonnetjes kan doen (lacht). Ze kreeg natuurlijk een hoofd als een pioen.”

HUMO Dit is een drukke weg naar de kust: je ziet hier allerlei nationaliteiten passeren, neem ik aan.

GRETEL “De Belgen heb ik toch nog het liefst: weinig last, geen gezeur. Hollanders hoor je van ver aankomen. Asjemenou! Gossiemijne! Dan zeg ik: ‘Ben je helemaal betoeterd man?’ (lacht) “Het minst netjes zijn de Britten. Krijg je er twee over de vloer, dan moet je daarna gegarandeerd dweilen.”

HUMO Kunnen Britse mannen niet mikken misschien?

GRETEL “Of ze kunnen niet mikken, of ze maken alles nat als ze na het wassen hun handen afschudden. Britten zijn het ook niet gewend om te betalen voor de toiletten. Ik had onlangs nog zo’n wijsneus: ‘It’s a scandal! Ik weiger te betalen voor om mijn natuurlijke behoefte te doen. Uit principe.’ Ik zeg: ‘O, rijdt u in België dan ook aan de linkerkant van de weg?’ Toen stond-ie even met zijn mond vol tanden.”

HUMO Krijg je ook weleens met agressieve bezoekers te maken?

GRETEL “Dat is een paar keer gebeurd. Eén keer heeft een kerel mij tegen de muur gesmeten. Dat was een witteboorden…”

HUMO … crimineel?

GRETEL (lacht) “Zoiets. Een sjieke tiep in elk geval. Hij had zijn handen gewassen en wilde zo’n papieren handdoekje nemen, maar het bakje was leeg – er stonden nochtans ook warmeluchtblazers. Die gast komt buiten en… (Zucht) Als ze mij een duw geven, ik ben amper een zakje cement, dan plak ik direct tegen de muur hé. Ik heb het ook eens meegemaakt met een Duitse truckchauffeur. Ik ging niet rap genoeg uit de weg. Schopt die mij met zijn bottines recht in de plooi achter mijn knie! Hij was meteen buiten, maar ik zat met een blauwe knie. Wat doe je eraan? Ik zit hier alleen in mijn gangetje, niemand ziet me… Tegen de tijd dat ik weer op mijn benen sta, is de vogel allang gaan vliegen.”

HUMO Het is vrij kalm vandaag, maar in de zomer moet het hier razend druk zijn, met al die toeristenbussen.

GRETEL “In de zomer kan je geen twee woorden zeggen, je kan geen moment gaan zitten en soms heb je zelfs de tijd niet om te eten. De hele dag kuisen-kuisen-kuisen. Au revoir, merci, thank you, auf Wiedersehen… ’s Avonds heb ik geen stem meer.“

HUMO Maar de inkomsten zullen er dan ook wel naar zijn?

GRETEL “Eén dag heb ik hier 587 euro binnengehaald, allemaal in stukjes van twintig, tien en vijf cent! Echt een gepruts met muntjes, maar wel veel geld natuurlijk. Maar in de winter is het triestig, dan kan je hier uren alleen zitten. Soms heb je zo weinig klanten dat je er zelf nog op toelegt. Ik werk als zelfstandige, dus ik moet mijn spullen zelf betalen: handdoeken, wc-papier, zeep, vuilniszakken, schoonmaakproducten,… Je kan dat wel van de belastingen aftrekken, maar als je niks verdient, ben je daar vet mee. Het zijn ook altijd lange dagen, volk of geen volk. In de winter veertien uur per dag, in de zomer vijftien uur: van zeven uur ’s ochtends tot tien uur ’s avonds. Vanmorgen stond ik hier al om zes uur – en ik moet van Geraardsbergen komen. Ze vinden bijna geen mensen meer die dit werk nog als zelfstandige willen doen. In deze sector wordt er veel in het donkergrijs gewerkt. En ze spelen er veel met de mensen hun voeten.”

Beeld Marco Mertens

Daar komen de Russen

Dat werd enkele maanden geleden duidelijk, toen het parket van Turnhout een landelijke controleactie organiseerde in 34 wegrestaurants. Bleek dat er heel wat asielzoekers en illegalen aan het werk waren, en dat die ook nog eens flink uitgebuit werden. De meeste kwamen uit het voormalige Oostblok – Tsjetsjenië, Rusland, Kazachstan, Oekraïne, Polen,… - en waren met een Duits paspoort in het land geraakt.

GRETEL “Ze zijn hier ook in Drongen met veel geweld binnengevallen, zeker met tien man waren ze. Ik wist dat her ervan zou komen. Er was iets loos bij de firma P., die bij alle Carestel-wegrestaurants toiletdames en –heren plaatst. Vroeger verliep dat allemaal correct, maar toen is er een Russische meneer aan het hoofd van de firma gekomen. Van de ene op de andere dag heeft die alle toiletdames buitengezet, en daar zijn toen Tsjetsjenen, Oekraïners en Russen voor in de plaats gekomen. En niet één was in orde met zijn papieren. Ik was één van de weinigen die konden blijven werken, omdat ik zelfstandig ben. Maar mijn nieuwe collega’s, dat was me een zootje ongeregeld! Zo was er een Roemeen die twee, drie vrouwen in zijn plaats liet werken. Die kwamen als ze wakker waren, en ze gingen naar huis als ze er genoeg van hadden. Ze brachten hun kinderen mee; zelf zaten ze achterin te lezen, en ze lieten de kinderen ontvangen. En ze lieten alles vuil. Na die gerechtelijke inval is het bedrijf van die Rus opgedoekt en zijn de vroegere toiletdames mogen terugkomen. Ik zeg het, in deze business gebeurt er van alles achter de schermen dat het daglicht niet kan verdragen.”

Nochtans doet de ‘business’ er alles aan om het imago van de sanitaire zorgverstrekkers op te krikken. Op het internet worden toiletdames en –heren aangeprezen als de nieuwe impress-your-friends-hype: ‘Discreet en stijlvol gekleed! Geeft al uw feesten een extra cachet!’ Misschien wordt een eigen wc-madam bij u thuis nog ooit het toppunt van glamour, maar voorlopig is het vooral een slechtbetaald snertjobje voor gepensioneerde vrouwen die een paar extra euro’s willen verdienen – en dat vaak hard nodig hebben. In de toiletten van een bekende brasserie bij de Brusselse Beurs, onder de keldertrap aan een tafeltje, zit Marguerite, 65. Een kaars, een schaaltje voor het klein geld en een oude boterham met kaas. “Voor straks in de metro,’ zegt ze. ‘Ik kom daar altijd voorbij een sukkelaar die zit te bedelen.” Marguerite heeft ‘heel haar leven hard gewerkt’: eerst als meisje van dertien bij een Brusselse familie thuis, daarna in een fabriek van pingpongpaletjes, en nog later bij een hoop slechte bazen die haar alleen in het zwart willen betalen. Het gevolg is dat ze nu een belachelijk klein pensioentje heeft: 4OO euro voor haarzelf, 700 euro voor haar man. “Vroeger kwamen we daar nog juist mee rond, maar toen ben ik ziek geworden,” zucht ze.

MARGUERITE “Anderhalf jaar geleden heb ik kanker gekregen. Elke maand betaal ik honderden euro’s aan geneesmiddelen en dokterskosten.”

HUMO Wat zou je doen als je dit jobje niet had?

MARGUERITE “Stilletjes creperen, denk ik. Het is nu al zo moeilijk. Gisteren heb ik hier gezeten van vier uur ’s middags tot half twaalf ’s avonds, en ik had tien euro verdiend. Vandaag is het een goede dag; nu kan ik tenminste een nieuwe tienrittenkaart voor de tram kopen. Mijn man en ik eten niet eens elke dag warm, weet je. En we drinken maar één keer in de week koffie, voor de rest is het water. Alle kleren die ik nu aan heb, die heb ik gekregen (Marguerite draagt een gifgroen truitje, een oude bloempjesrok en sandalen, red.) Heel mijn leven is zwaar geweest, maar ik had gehoopt dat het op mijn oude dag beter zou gaan.”

Bovenaan de trap zwaait de deur open, cafégeluiden waaien binnen, een paar voeten verschijnen op de trap. ‘Nondedju, er is een Madame Pipi!’ zegt een mannenstem. Beneden in het keldergat zet Marguerite zich schrap. De voeten komen de trap af. Bonkbonkbonk.

- “’t Is naar links meneer. En het is dertig cent.”

- ‘Putain merde, ’t is een schandaal dat ze zelfs in de wc’s het geld uit uw zakken kloppen!’

-“Het is voor de service, meneer.”

De man looptdoor naar de toiletten. Even later horen we het doortrekken en komt hij terug. Hij mikt een muntje naast het schaaltje op tafel. Ik kijk: 2 cent.

- ‘Voila, dat is al genoeg voor wat ge doet.’

Marguerite kan de man alleen maar kwaad nakijken.

Arm maar proper

Beeld Marco Mertens

Iets vrolijker gaat het eraan toe in de toiletten van de Carrefour in Burcht. Het is middag, en Raymonda (58) uit Beveren doet zich te goed aan een ijskoude pils. Ze zit hier twee dagen in de week in de toiletten.

RAYMONDA (lacht) “Je gaat het misschien niet geloven, maar ik heb het altijd willen doen.”

HUMO ’t Was een meisjesdroom, als het ware?!

RAYMONDA “Ha ja! Als ik vroeger die madammekes in de toiletten zag zitten, dacht ik altijd: ‘Dat zou ik ook graag doen.’ Waarom niet? Omdat het vuil werk is? Daar is toch bleekwater voor! Vijf maanden geleden heb ik eens zo’n wc-madam aangesproken: ‘Hebt gij voor mij ook niet zo’n jobke?’ Zij heeft mij een telefoonnummer gegeven, en ik heb daarnaar gebeld, en de volgende dag mocht ik beginnen. (Glundert) Zo gemakkelijk ging dat.”

HUMO En was het zo plezant als je had verwacht?

RAYMONDA “Nog plezanter! De eerste dag dacht ik: ik zit hier precies te bedelen. Maar nu doe ik het wreed graag. Je bent onder de mensen, je kan een babbeltje slaan. De kinderen geef je een koekje of een bolletje. En zo gaat de dag voorbij.”

HUMO Je mag wel je uren niet tellen.

RAYMONDA “Nee, want dan hou je er niks aan over! In de zomer verdien je iets meer, omdat de mensen dan meer drinken en dus meer naar de wc moeten. Maar allez, het levert toch een zakcentje op. En daarmee kan ik eens een extra truitje kopen, of een dagje naar zee gaan en mosselen eten.”

Een aalmoes, alstublieft

Op een vrijdagmiddag maken we kennis met Marie-Therèse, 66 jaar, toiletdame in het shoppingcenter van Anderlecht. Theaterliefhebbers kennen haar ook als de kordate Madame Pipi van de KVS. Overal sjouwt ze haar thermos koffie, handdoekjes voor de klanten en snoepjes voor de kinderen mee. Vijfentwintig jaar geleden moest Marie-Therèse haar job als een kok opgeven vanwege een huidziekte; ze heeft ook last van haar schildklier, en ze is half kreupel. Sindsdien doet ze ‘de stoel’.

MARIE-THERESE “Ik heb een pensioentje van 586 euro: 500 euro huur voor mijn huisje in Schaarbeek, en dan blijft er nog 86 euro over voor de rest: gas, stroom, telefoon, eten voor mij en voor mijn kat. En dus kom ik hier nog iets bijverdienen.”

Hoeveel een toiletdame verdient, hangt af van de goodwill van de baas: de één mag de volle pot houden, de ander moet het met een klein percentje en hopen dat een vriendelijke klant haar af en toe op een koffietje trakteer (al zei één toiletdame ons: ‘Ik krijg zoveel koffies en thees aangeboden dat ik ze soms rechtstreeks in de pompbak giet. Ik neem ze wel altijd aan, dat is goed voor de business hé). De echte sukkelaars onder de wc-madammen gaan na veertien uur poetsen en schrobben naar huis met 20 euro. Zo iemand is Marie-Therèse.

MARIE-THERESE “De mensen betalen 30 cent; de helft is voor mij, de andere helft is voor mijn baas. En de kassa klopte hé! De centen van mijn baas, daar speel ik niet mee, die zijn heilig. Als ik om tien uur begin en tot zeven uur ’s avonds, verdien ik twintig euro – op een goeie dag. Maar ja, als ik het niet doe, heb ik helemaal niks. Ik heb heel mijn leven hard gewerkt. Ik ben op mijn dertiende in dienst gegaan bij een Brusselse familie van commerçanten: poetsen, eten koken,… Daarna heb ik jarenlang een nachtrestaurant opengehouden voor de taxichauffeurs in Molenbeek. Dat was een plezante tijd, want met die taxichauffeurs kunt ge lachen! Helaas heb ik dat moeten opgeven: ik kon er niet meer tegen om altijd tussen hete ovens te staan. Ik ben toen gaan poetsen in een home, maar omdat ik toen al niet rondkwam, ben ik de stoel beginnen te doen. Al 25 jaar nu. Ik mag zeggen: ik doe dat goed. Ik ben altijd vriendelijk en beleefd, en de wc’s zijn proper. En zo krijg je een goeie naam. ’t Is een commerce gelijk een ander hé.”

HUMO Kinderen moeten bij jou niet betalen, geloof ik.

MARIE-THERESE “Nee, die krijgen een fruitbolletje. Het zijn wel dure hoor, anderhalve euro voor een pak. Ik koop ze altijd in de Aldi, alleen daar zit er écht fruit in. Een vrouw zei mij ooit eens ‘Daar betaalt uw baas toch voor!’ Ik zeg ‘Ge moet het niet geloven, madam!’ Dat komt allemaal uit mijn eigen zak.”

HUMO Heb je ook weleens lastige klanten?

MARIE-THERESE “Ha ja, natuurlijk! Maar niet onder de reguliere mensen. De mensen die alleen maar komen met de solden, dát zijn de ambetanterikskes! Die maken alles vuil. Die pissen op de grond en gooien hun halfopgegeten broodjes in de wc-pot… Er zijn erbij die voor mijn voeten op de grond spuwen, om te tonen dat ze op mij neerkijken. Dan zeg ik dat ze mij moeten respecteren zoals ik hen respecteer, want dat het anders niet marcheert.”

HUMO Je bent ook toiletdame in het Kaaitheater en in de KVS. Gaat het daar anders aan toe dan in een shoppingscenter?

MARIE-THERESE “O ja, véél plezanter. Ik kom daar graag, dat wereldje van het theater. Zelfs als ze moeten janken, lachen ze. Als ik een dienst moet kloppen in de KVS, kom ik zingend naar mijn werk. Hier niet. Hier zijn de mensen gecrispeerd.”

HUMO Je bent anders wel een optimistische, ik zie het aan je ogen.

MARIE-THERESE “Ik? Ja! (Pretoogjes) Eerstens: ik ben niet graag pessimistisch. (Een klant legt dertig cent op tafel) Au revoir, merci… En Tweedens: ik bekijk het leven van de goeie kant.”

HUMO Zelfs als toiletdame?

MARIE-THERESE “Ha ja, in elk werk hebt ge toch satisfacties. (Roept een moeder met twee kinderen na) Allez kinderen, neem een fruitbolletje! Ik ben altijd goedgezind. Altijd. Als ik opsta en ik heb een ochtendhumeur, dan zet ik Johan Strauss op. Mijn lievelingsmuziek. Héél stilletjes. (Begint te neuriën ‘Naaa…nana…nana’) Die truc heb ik nog van mijn grootmoeder geleerd. En het helpt. Als ik Strauss hoor, word ik weer vrolijk. Echt, je moet het eens proberen. Maar nu moet ik zelf eens gaan pissen hoor!”

HUMO Dat is dan dertig cent alstublieft!

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234