Winterscenes Beeld Pieter Brueghel
WinterscenesBeeld Pieter Brueghel

geschiedenis

Winter door de eeuwen heen: ‘Die van 1570-1571 was een hele mooie! Een stormvloed en geweldige sneeuwstormen’

(Verschenen in Humo 2633 op 21 februari 1991)

Ik heb een knipselboek met memorabilia en daarin zit een foto uit een boek van de Nederlandse Spoorwegen. Tussen muren van sneeuw zie je een weg en aan het eind van die weg zie je een overweg waar een trein voorzichtig langs de huizenhoge berm sneeuw schuift. Dát is voor mij een beeld van een Echte Winter. Alles ligt plat. De treinen staan stil, pendelaars geraken niet op hun werk, auto’s rijden zich vast, secundaire wegen zijn onberijdbaar, en op sommige plaatsen heeft de sneeuw zich tot meer dan één meter opgehoopt.

Ja, ik beken, ik ben een wintertype E. Laat mij één keer, één keertje maar afgesloten zitten van de buitenwereld. In een afgelegen boerderij, een berghut of wat dan ook. Met het oor bij de radio, luisterend naar de normale berichtgeving die onderbroken wordt. Het laatste houtblok sterft in een sprankje vuur, het is al te laat voor de helicopter, de wind huilt zonder ophouden rond het huis en van slapen komt niets. Maar ziet, daar is nog een afgelegen boer die met zijn lantaarn door de sneeuwjacht komt aangestapt. Hij heeft brood en wijn en kaas en lucifers, en na hem komen er nog meer afgelegen boeren en ook verdwaalde reizigers met bevroren snot onder hun neus. ‘De sint-bernards zijn onder-weg!’, wordt er geroepen en er is feest, want iedereen helpt iedereen, in de nood maakt men vrienden en in de keuken wordt een kind geboren, en niemand, niemand zal dit ooit vergeten.

DEUR TOE!

Vandaag zit ik in Den Haag bij drs. Jan Buisman, historisch geograaf en ‘winterkundige’. En wat blijkt?! Hij heeft in februari ‘79 in die Nederlandse trein uit mijn knipsel-boek gezeten! Temidden van sneeuwtunnels van 5 á 7 meter! Die winter was voor hem de aanleiding om een boek te schrijven: Bar en boos. Zeven eeuwen winterweer in de Lage Landen. Het boek is een resultaat van vijf jaar speurwerk in honderden kronieken en dagboeken. We spreken hem in een putje winter.

HUMO In uw boek kan u de uitroeptekens ook nauwelijks wegmoffelen als pakken sneeuw en ijs het land in hun greep houden. De winter ‘78-’79 catalogeert u als ‘winters stuntwerk van topklasse’.

BUISMAN «Een koude winter spreekt toch veel meer tot de verbeelding dan een warme zomer! Als het hele !and onder een witte laag ligt, dan is dat toch overweldigender dan op de thermometer vaststellen dat het dertig graden warm is. We zitten hier ook met heel grillige winters tengevolge van ons snel wisselende, milde zeeklimaat. Het ene jaar is de winter zacht en het jaar daarop vriest het stenen dik. De ene dag is het nog plus tien en de volgende dag al min tien. In Noorwegen vriezen de rivieren elk jaar dicht, — niks bijzonders dus —, hier gebeurt dat maar eens om de tien of twintig jaar. Dat maakt zo’n winter tot een belevenis om niet te vergeten. Ik was een kleuter van vier toen ik over het ijs van de Lek wandelde. Dat was in 1929. Eenden vroren vast in het ijs! Hazen en konijnen vroren kapot in het veld! Dát was een winter.»

HUMO Behoort u tot de grijsaards die geen sneeuwvlok kunnen zien zonder te roepen dat de winters van wel-eer strenger waren dan die van nu?

BUISMAN «Er zijn ten allen tijde strenge en zachte winters geweest, maar de strenge winters van vroeger werden harder aan de lijve gevoeld. Nu woont het grootste deel van de bevolking in stenen huizen met isolering en centrale verwarming. Dat had je natuurlijk niet in 1942. De mensen hadden toen bovendien honger, en er was rantsoenering van kolen en andere brandstoffen.

»Hoe verder je teruggaat in de tijd, hoe minder verweer de mensen hadden. Een boer in de middeleeuwen had alleen hout en turf om zijn hut warm te krijgen. Viel de winter vroeg en had hij niet de tijd gehad om genoeg hout te kappen en genoeg turf te steken, dan gin-gen hij en zijn gezin gewoon dood. Nu brengt een tankwagen huisbrandolie, maar toen kon zo’n boerengezin alleen maar diep onder de dekens kruipen. Het woei gewoon door die boerderijen heen. Hoe vaak lees je niet in die oude kronieken dat ze zolders uit-breken om toch maar een beetje vuur te hebben. Dat ze hun strooien daken losrukken en het stro in water weken om hun koeien te voeren; er was niks anders! Héél bang was men bijvoorbeeld voor een windstille vrieswinter, want dan stonden de wieken van de windmolens stil en zaten de schoepen van de watermolen vast in het ijs en kwam men zonder meel en zonder brood te zitten.

»Kwam de lente in het land, dan was het weer uitkijken voor overstromingen, vanwege de dooi. Dan begon het ijs te kruien en schoot het vaak door die dunne dijkjes heen. Er zijn verhalen bekend uit het Rijnland, waar de ijsschotsen door de dorpsstraten kruien, tegen de hellingen omhoog schuren en de wijnranken gewoon wegsnoeien. Dan kan je toch wel begrijpen dat die mensen de Here letterlijk op hun blote knieën dankten als de winter voorbij was, en als maart en april hun grillen had-den gehad. Vandaar ook de mei-gekte. Men plantte de meiboom, men vrat en zoop, want men had het overleefd, men werd op zijn minst een half jaartje ouder.

»Nu trekt men de rivieren recht en diept men ze uit zodat het water sneller gaat stromen en sneller wordt afgevoerd. Vroeger kronkelden al die rivieren zo lieflijk, hé, maar als het dooide, bleven de ijsschotsen precies in die idyllische bochten vastzitten, met als gevolg dat het water niet weg kon en door of over de dijken heen schoot. Het water van de rivieren was vroeger ook ondieper, het vroor vlugger tot ijs; schepen kwamen erin vast te zitten en werden vermalen tot wrakken eenmaal het dooide en het ijs in beweging kwam.»

HUMO Hebt u op die 700 jaar een favoriete winter?

BUISMAN «Ja! De winter van 1570-1571, dat is een hele mooie! Met de verschrikkelijke stormvloed van Allerheiligen en met een serie geweldige sneeuwstormen. En dan dat prachtige verhaal van die postelier van Duc d’Albe (hertog van Alva) die ergens in de Ardennen wordt aangevallen en opgevreten door de wolven. ‘Het peert quam thuys geloopen’, zegt de kroniek. Heel normaal hoor, die wolven des winters. Die zijn er in Vlaanderen en Nederland nog geweest tot in de achttiende eeuw. Sommige dorpen schijnen in de middeleeuwen echt belegerd te zijn geweest door horden wolven. »

DE GOUDEN IJSTIJD

BUISMAN «Hoe groot de wintermiserie op het platteland was, is spijtig genoeg nauwelijks terug te vinden, want de boeren schrijven nog niet. De bronnen van toen zijn kanunniken, abten, koopmannen of kunstenaars. Lieden die in goedbeschermde kloosters of steden wonen. Weten zij veel wat een strenge winter betekent voor de smalle gemeente (= de armelui).»

HUMO Pieter Brueghel heeft nogal wat landelijke wintertaferelen geschilderd. Leert u daar iets uit?

BUISMAN «Nee, maar het zijn wel boeiende illustraties bij kronieken uit die tijd. Brueghel haalt veel van zijn inspiratie uit de zeer strenge winter van 1564-1565. Die heeft duidelijk indruk op ‘m gemaakt. (Citeert uit zijn boek) ‘Brood en bier en wijn kan men nauwelijks ontdooid houden. Ja, soms vriest de ketel waarin men water haalt aan de hand vast.’ (...) Bij Bergen op Zoom kwam een schuit aandrijven ‘deer vyf mannen in vervrosen leghen’ (...) In Antwerpen ziet men hoe de kammen van haan en kippen zwartvriezen van de kou. Om toch maar hout te hebben, waagden sommigen het erop ‘s nachts galgen en raderen uit te breken. En hier, een bericht uit Merchtem: mensen stoken hun manden en korven, stoelen en meubels, ja, zelfs hun hele zoldering, hun hele huis op om toch maar de warmte van een vuur te hebben.»

HUMO Behoort die winter tot de zogezegde Kleine IJstijd?

BUISMAN «Ja. Maar die grote koude periode is komen ‘aangolven’. In de elfde, twaalfde en dertiende eeuw waren er weinig strenge winters en veel warme zomers. Begin veertiende eeuw heb je een aantal natte en koude ja-ren met veel hongersnood, en van dan af schommelt de temperatuur — met ups and downs — stilaan naar beneden. Zo is er in 1477 de dood van Karel de Stoute, in een hele koude winter. De man komt om bij Nancy en wordt later gevonden, met zijn gezicht vastgevroren aan de grond en zijn buik uitgevreten door de wolven! Door zijn dood stort het Bourgondische rijk in elkaar en het weer schijnt ook tot die algemene rampspoed te willen bijdragen. Het blijft haast onafgebroken slecht tot het einde van de vijftiende eeuw. De aanloop van de zestiende eeuw is nog redelijk met in 1537 een uitzonderlijk zachte kerst — de meisjes gaan met korenbloemen in hun haar naar de mis en in Luik zijn er aardbeien op de markt! — en in 1540 een zeer lange sub-tropische zomer.

»Na dat optimum gaan de zomers én de winters achteruit en vanaf 1560 tot ca. 1700 heb je dan de zogenaamde Kleine IJstijd. Een groot stuk van die ‘ijstijd’ valt binnen de Nederlandse Gouden Eeuw en het is opvallend hoeveel wintergezichten je terugvindt bij onze schilders.»

Winterlandschap Beeld Pieter Brueghel
WinterlandschapBeeld Pieter Brueghel

HITLER IN DE KOU

HUMO Voor u is het weer een groot verwaarloosd onderwerp in de geschiedenis.

BUISMAN «Jazeker. Zoals ontelbare andere Vlaamse en Nederlandse scholieren heb ik geleerd dat Karel V in 1500 in Gent geboren is, maar dat in 1570 duizenden mensen uit de Lage Landen verdronken zijn tijdens de Allerheiligenvloed, daar hoorde je nooit over praten. Dat hoort immers niet bij de Grote Geschiedenis van koningen en keizers, die hebben immers geen last van dijken die breken. Vandaar dat het weer alleen de geschiedenis-boekjes haalt als het de plannen van de hoge heren doorkruist: als een beleg mislukt door een overstroming of als een veldtocht blijft steken in sneeuw en ijs. Al de andere catastrofes zijn van geen tel, ze horen alleen maar bij het soort regelmatige rampspoed dat kleine luiden nu eenmaal overvalt.»

HUMO In uw boek zegt u dat de winter van 1564-1565 en de daaropvolgende hongersnood onrechtstreeks oorzaak zijn van de Beeldenstorm (1566).

BUISMAN «Ja, na 1565 was er grote watersnood geweest, de oogsten waren mislukt, het leven was heel duur geworden, en dat was allemaal koren op de molen voor de hageprekers. Die vonden een gewillig gehoor voor hun opstandige sermoenen. Maar, en dat is mijn persoonlijke theorie, die wilden ook niet ten eeuwigen dage staan blauwbekken in de kou en in de regen en die wilden ook wel eens in een fatsoenlijk gebouw preken. En toen hebben ze de rijke tempels van de clerus leeggegeseld en ingenomen. Ik zég niet dat het zo gelopen is, maar de barre omstandigheden van 1565 hebben zeker hun rol gespeeld.

»Kijk ook maar naar de Franse revolutie. In de geschiedenisboekjes komt die zo’n beetje uit de lucht gevallen. Marie-Antoinette die een schandalig duur parelsnoer kocht, Lodewijk XVI die slecht regeerde, en hup, daar zijn de grote idealen liberté, égalité, fraternité. Nooit lees je in de geschiedenisboekjes dat de land- en tuinbouw rond Parijs een verschrikkelijk jaar achter de rug had: een grote droogte in het voorjaar van 1788, een verwoestende hagelbui in de zomer daarop en dan nog eens een verschrikkelijk strenge winter die tot diep in het het voorjaar van 1789 duurde. De honger die er toen was, heeft mede de revolutie in mei doen uitbreken.»

HUMO De strenge winter van 1940 heeft dan weer Hit-lers aanvalsplannen doorkruist.

BUISMAN «Ja, dat is een mooi verhaal. Op 10 januari 1940 vertrok er op het vliegveld van Münster een klein toestel met twee inzittenden, waaronder een Duitse luchtmachtmajoor. Hun bestemming was een stafvergadering in Keulen, maar omdat de Rijn dichtgevroren en dichtgesneeuwd was, verloor de piloot zijn oriëntatie en bevond het vliegtuigje zich ineens over de Belgische grens. In Maasmechelen hebben ze dan een noodlanding in het veld moeten maken. Grote paniek aan boord, want die majoor had de aanvalsplannen van Hitler in zijn tas! Die heren hebben alle moeite gedaan om de top secret papieren te ver-nietigen, zelfs toen ze door de rijkswacht waren aangehouden, hebben ze nog geprobeerd alles in de kachel van dat bureau te stoppen, maar jullie rijkswachters waren ze te slim af! En zo is uitgelekt dat Hitler op 17 januari België wilde binnenvallen. Uiteraard dacht men dat zo’n gestuntel — zo’n Groot Plan in zo’n klein tasje —maar een tactisch maneuver was om de geallieerden op een dwaalspoor te brengen, maar men nam dan toch maar het zekere voor het onzekere. In Nederland zijn toen alle soldatenverloven ingetrokken. Later is gebleken dat Hitler tijdens die strenge winter wel achttien keren zijn aanvalsplannen heeft moeten uitstellen.»

HUMO Winters hebben niet alleen hun invloed op wereldbranden. Winters zijn ook synoniem voor veel gewone branden.

BUISMAN «Vanzelfsprekend! In de winter heb je de combinatie alsmaar meer vuur en alsmaar minder water. Hoe kouder het wordt, hoe meer de mensen gaan stoken, hoe groter de kans op brand en hoe groter de kans dat het bluswater bevriest. Zo’n middeleeuwse wijk die ‘s winters brand vatte, die fikte af tot tegen de grond. De mooiste brand — en daar bestaan foto’s van — was die van het stadhuis van Leiden op 16 februari 1929. Het was de dag van de Elfstedentocht, het vroor min 18 en het bluswater stolde onmiddellijk. Dat stadhuis zag eruit als een surrealistisch ijspaleis! Prachtig, met van die lange pegels aan de gevel. En dan had je nog die zuivelfabriek in Veenendaal. Die bluste men bij gebrek aan water niet melk! Die zag eruit als een geweldige sibérienne!»

DOE MIJ MAAR EEN IJSPROCESSIE

HUMO Naast de miserie was er de onvervalste ijspret. De schaverdijnen werden bovengehaald!

BUISMAN «Ja. Bij de eerste laag ijs ging men op de schaats. Voor ons was dat heel gewoon, maar voor de Spaanse bezetter was dat een exotisch schouwspel. Kijk maar wat ik in hun brieven en dagboeken uit de 16de eeuw gevonden heb: ‘Ze hebben platte, houten schoenen aan hun voeten die met een riem over de wreef vastzitten. Aan de zool zit een stuk staal ter dikte van een pink dat van voren in een krul loopt zoals de Turkse pantoffel. Op deze schoenen bewegen zij zich snel voort, waarbij zij hun voeten met zekere regelmaat verplaatsen. Zelfs boerenvrouwen en meisjes rijden er vlug op met manden vol eieren of andere dingen op hun hoofden. Vrouwen doen soms — zonder te vallen — nog een handwerkje! Wat een wonderlijk gezicht!’ Hét grote feest was natuurlijk wanneer een rivier dichtvroor bij een grote stad: de Rijn in Keulen of de Schelde in Antwerpen. ‘Daar stonden craemen van allerley snoeperye en ban cket suycker, gebranden wijn en oock waeren er tenten gesleghen, daer volck in bancketeerde. Want men vercocht er bier en wijn en worsten en men stoeckte er vier op stucken van yse.’ Stel je voor, de braadvuren stonden op ijstafels!

»Toen de Theems in 1684 voor Londen bevroor had je de beroemde lce Fair. Daar waren zoveel kraampjes dat men straten moest trekken om een beetje orde in de santeboetiek te brengen.

»Het gebeurt slechts heel zelden dat de Bodensee bevriest; daar kent men ook een heel merkwaardig gebruik. Telkens wanneer dat grote water dichtvriest, gaat daar de beroemde ijsprocessie uit. Dan brengt men het kleine houten beeldje van de apostel Johannes van een kerkje op de Zwitserse oever naar een kerkje op de Duitse kant. Het beeldje blijft daar tot de Bodensee weer dichtvriest en dan gaat het opnieuw naar de overkant. Zo’n ijsprocessie vindt gemiddeld eens om de 100 jaar plaats. In 1963 ging ie voor het laatst, en als u wil weten aan welke kant het beeldje nu staat, dan zal ik dat even voor u...»

HUMO Zoekt u maar niet. Wij willen nog meer verhalen!

BUISMAN «Hét meest ongewone evenement was paaseieren eten op een dichtgevroren rivier. Dat is in 1771 en in 1845 gelukt. In dat laatste jaar zal ook in grote delen van Europa de aardappeloogst mislukken, wat bijvoorbeeld in Ierland hongersnood op gang bracht en de grote trek naar Amerika. »

OVER IJS VAN EEN NACHT

HUMO Zullen we dan nu de strafste ijsverhalen uit de kast halen? Het kan vriezen dat het kraakt, maar het kan ook vriezen dat keien uit elkaar knallen.

BUISMAN «Inderdaad. Als er in zo’n steen een barst zit waar water in geraakt, dan zet dat water onherroepelijk uit en dan klapt die kei uit elkaar. Op die manier springen ook stenen regenbakken en drinkbakken voor de paarden uit elkaar. IJs is ongelooflijk sterk! Honderd jaar geleden heeft men in Wageningen een proef gedaan waarin een met water gevulde ijzeren bol aan een vrieskou van min 20 werd blootgesteld. Al na enkele minuten barstte de bol met een knal uit elkaar. Bomen kunnen ook uit elkaar barsten door water dat diep in een schorsspleet is binnengedrongen. Bomen met gladde stammen zoals beuken hebben daar minder last van, maar zo’n oude gegroefde eik met hier en daar een scheut water in de stam, nou, die gaat met een bèng uit elkaar wanneer het 25 onder nul wordt.»

HUMO Wanneer is het dikste pak sneeuw gemeten?

BUISMAN «Om in onze eeuw te blijven, hebben we 1956 met een sneeuwval van 24 centimeter. Dat is al héél wat. Meer dan een halve meter is in de streken bij de zee nooit gevallen. Maar als het gaat waaien, krijg je natuurlijk stuifsneeuwhopen. In ‘79 ben ik zelf naar een zeven metershoge sneeuwhoop gaan kijken in Visvliet, ten oosten van Leeuwarden. Langs het IJsselmeer heb je dat soort ophopingen wel vaker. Wanneer de sneeuw op dat meer gaat stuiven, zitten de bewoners van Volendam voor ze het weten met sneeuw tot aan hun dakvenster.»

HUMO Men gaat niet over ijs van één nacht, zegt het spreekwoord. Maar in uw boek vind ik verschillende voorbeelden van het tegendeel. Op zondag 10 januari 1982 gaat men bij Wirdum schaatsen op het Damsterdiep. En de dag tevoren was het daar nog gewoon open water.

BUISMAN «’s Nachts was het dan wel vijftien onder nul geweest. Ja, over één nacht ijs gaan is niet zo uitzonderlijk als het klinkt. Voor één nacht ijs had men vroeger een uitdrukking. Het heette dan dat het een gange gevroren had. Men had immers geen thermometers en om toch een vorstmaat te hebben, ging men kijken of men na die ene nacht over het ijs kon gaan, een ‘gange’ kon gaan. Dan mag je toch op een dikte van ca. 5 centimeter rekenen. In 1684 meldden de kroniekschrijvers dat het vijf à zes weken aan een stuk elke nacht een ‘gange’ gevoren had. Dat was die strenge Europese winter dat men in Londen grote vuren langs de straten stookte om halfbevroren passanten weer bij hun positieven te brengen. Een heel enkele keer kom je tegen dat het op een nacht een peert heeft gevroren: dat is zo hard dat er de volgende dag al een paard over het ijs kon.»

HUMO En dan heb je nog de ijsstormen. Ik herinner me de beelden uit het NOS-journaal van 1 maart 1987. Bomen onder het ijs, pylonen onder het ijs, bloemen onder het ijs. Het was net of men had een laag glas over het land-schap gegoten. En in 1940 heeft er boven Engeland een ijsstorm gewoed waarbij vogels als ijsklonters uit de lucht vielen.

BUISMAN «Schitterend! In 1664 was er ook een beruchte ijzel in Amsterdam. Toen zette men langs de grachten brandende pektonnen onder de bomen opdat ze niet zouden breken onder hun ijslading, meestal tevergeefs. »

HUMO Waar plaatst u de winters van de jaren tachtig?

BUISMAN «Naast die twee opeenvolgende jaren met Elfstedentochten (‘85 en ‘86) en de stormwinter van vorig jaar was het vooral een opvallend decennium in die zin dat we drie erg zachte winters na elkaar hebben gehad. Indien 1990-1991 weer een erg zachte winter was geweest, dan hadden we er vier zachte op een rij gehad, en dat zou hoogst uitzonderlijk zijn geweest, iets waarvoor we meer dan zes eeuwen moeten teruggaan. »

HUMO (vouwt slee open) Daar vallen de vlokken al. Ik moet er vandoor.

BUISMAN «De winter zij met u, vriend ! »

FAITS D’HIVER

1432: In Parijs vriest de Seine dicht in 48 uur tijds. 1568: in het Antwerpse Steen sterven op een paar nachten tien Spaanse soldaten van de kou. Ook wachtposten vriezen ter plekke dood.

1573: Bij Amsterdam wordt een door de kou omgekomen vrouw gevonden met een nog levend kind aan de borst.

1709 In Dendermonde is de Schelde in drie dagen toegevroren. De man die dat optekent, voegt eraan toe: ‘Terwyl ik dit schryve voor het vier zittende, vriest den inkt in den penne.’

1740: ‘Koudste winter aller tijden’. Op Koude Zondag (10 januari) komen heel wat kerkgangers met bevroren oren en neuzen weer thuis, andere vindt men helemaal ver-suft van de kou langs de wegen. In Hamburg arriveert een postkoets met doodgevroren passagiers. Onheilsprofeten voorspellen het einde van de

wereld: het bloed zal in de aderen stollen! In Amsterdam wordt een jongeman doodgevonden, bezweken aan ‘bevroren ingewanden’. In dezelfde stad zijn Amstel en IJ bevroren en is er op twee plaatsen ijskermis. Tussen het gewoel en gejoel doen ook de zakkenrollers hun werk. Op de schaats natuurlijk! Pas eind mei verschijnen de eerste blaren aan de bomen. Natuurvorsers ontdekken dat het groen al die maanden naar beneden in plaats van naar boven is gegroeid. Zelfs het gras heeft meer wortel dan blad!

1783: In Vlaanderen en Brabant vallen de kraaien zomaar dood uit de lucht.

1813: Mislukte veldtocht van Napoleon naar Rusland. Van de 100.000 soldaten die in de buurt van Moskou geraken, keren er slechts 50.000 terug. Napoleon zelf rijdt in een verwarmde slee naar Parijs.

1840: In de Vogezen komen drie stoomtreinen tot stilstand nadat het water in hun ketels bevroren is.

1917: Prima winter voor Limburgse smokkelaars. Ze kunnen de bevroren Maas oversteken en zich in de sneeuw met lakens camoufleren.

1929: Op de eierveiling in Gelderland vriezen een half miljoen eieren kapot. In Steenderen (bij Arnhem) is een melkboer op zijn wagen doodgevroren, hij heeft de leidsels nog in de hand.

1947: Everzwijnen komen door honger gedreven tot in de stad Maastricht. In het Skagerrak drijft een ijsveld van wel 75 km lang waarin verschillende schepen vastgevroren zitten. `

1962-1963: In Londen eist de smog van 3 tot 6 december zo’n 750 slachtoffers. In de Apennijnen zwerven honge-rige wolven rond en in Antwerpen strijken zwanen uit Siberië neer. Het IJsselmeer is berijdbaar met de auto en aangezien het wegenverkeers-reglement niet op het water van kracht is, kan men zonder rijbewijs rondtoeren! (Bron: ‘Bar en boos. Zeven eeuwen winterweer in de Lage Landen’.)

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234