DossierRijangst

'Ze zouden van ellende tegen een boom rijden: dan komt er tenminste iemand hélpen'

Voor veel mensen is autorijden de asfalt geworden hel. Zij lijden aan rijangst, het onzichtbare en vaak ook onuitgesproken afzien van de automens die met gruwelijke tegenzin achter zijn stuurwiel kruipt.

(Verschenen in Humo 3420 op 21 maart 2006)

De snelweg naar Breda ligt onder windvlagen van zeventig per uur, regen zwiept over de voorruit en sluiers water slepen achter vrachtwagens aan. Maar zelfs dan is het genoeglijk luisteren naar Jim Croce: ook bij hondenweer is rijden nog een plezier voor Onze Held En Zijn Onafscheidelijke Regenbanden! Voor honderdduizenden anderen daarentegen is autorijden de asfalt geworden hel. Zij lijden aan rijangst, het onzichtbare en vaak ook onuitgesproken afzien van de automens die met gruwelijke tegenzin achter zijn stuurwiel kruipt.

'Vraag mij niet om verder dan tien kilometer van huis te rijden, want dan krijg ik al de zenuwen. Als ik ergens naartoe moet, heb ik thuis in gedachten al heel de weg afgelegd. In gedachten zoek ik ook de kleine straten uit waarlangs ik moet rijden om de drukke punten te vermijden. Ik zal bijvoorbeeld nooit door het centrum van een dorp rijden, elk centrum vind ik te druk. Ik zal ook nooit tijdens het spitsuur de weg opgaan, dan blijf ik gewoon thuis. En moet ik over een druk kruispunt, dan zal ik dat proberen te vermijden door een paar straten om te rijden.

Maar ge kunt mij niet harder straffen dan door mij op de autosnelweg te jagen. Ik heb al zeventien jaar een rijbewijs en ik ben nog maar vier keer op de snelweg geweest. De eerste keer wou ik er direct af, ik reed zestig en ik dacht dat het allemaal zotten waren die mij voorbijvlogen. En ik ben niet bepaald gelovig, maar elke keer dat ik op de snelweg kom, maak ik een kruisteken. Omdat het zo'n verschrikking is.

Niemand hier in de buurt weet dat ik zo onzeker ben op de weg, ik durf dat aan niemand te vertellen.'

(Daisy, 36 jaar, uit Humo 3071 'De Zeldenrijders')

Jan van den Berg (37) is psycholoog en werkt bij het angstbehandelcentrum IPZO in Nijmegen. Dat centrum heeft de voorbije tien jaar zowat vijfhonderd mensen met rijangst begeleid, wat vorig jaar resulteerde in het boek 'Omgaan met rijangst' (uitg. Bohn Stafleu van Loghum).

HUMO Op die 160 pagina's worden zoveel uitgestane angsten beschreven dat ik het op den duur lichtjes benauwd kreeg. Ik dacht, verrek, waaraan ontsnap ik allemaal?!

JAN VAN DEN BERG «Er bestaan nogal wat angsten in de wagen omdat er sowieso veel angsten bestaan. Angst voor een tafel of een stoel komt haast niet voor, maar voor de rest kan alles: je hebt mensen die bang zijn voor de prik van een injectienaald, maar evenzeer mensen die bang zijn van een puntig mes op tafel, want stél dat ze zich prikken. Je hebt mensen die bang zijn van een plein, of bang in een gezelschap van meer dan twee mensen. Of bang van de wind, maar niet van élke wind, alleen als-ie tussen vier en zes Beaufort is. En dan heb je nog de grote massa die bang is om voor een groep te spreken: dat is spreekangst, en bijna 80% van de bevolking zit ermee.»

HUMO En hoe vaak komt rijangst voor?

VAN DEN BERG «In Nederland hebben 6,8 miljoen mensen een rijbewijs. Onderzoek wijst uit dat zo'n half miljoen van hen het autorijden compleet vermijdt. Daarbij komt nog eens een half miljoen dat zich gespannen door het verkeer beweegt: als ze rijden, dan is dat met hangen en wurgen, en bij voorkeur niet via de snelweg, niet in het spitsuur, niet 's nachts en ook niet bij slecht weer. Kortom, één op de zeven bestuurders heeft problemen met autorijden.

»Bang zijn in het verkeer - van een bumperklever, van even ingesloten te zitten tussen een colonne vrachtwagens, van inhalen wanneer er al een tegenligger te zien is - is op zich normaal: er is een zeker gevaar, en het lichaam reageert erop. Het wordt pas hinderlijk als de angst constant aanwezig is: je knijpt het stuur in je handen, je kijkt star in je spiegel, en je zit zo stijf dat je na de rit vermoeid uit de wagen stapt. Dan wordt rijden een klus, iets waar je tegenop gaat zien, wat je zelfs gaat vermijden. Zo iemand rijdt nog wel naar een verjaardagsfeestje, maar als het donker is, moet de partner achter het stuur.»

HUMO De meest voorkomende rijangst is angst voor de snelweg.

VAN DEN BERG « Tja, hoeveel mensen zijn er al niet die de snelwegen nabij de grote steden het liefst vermijden? Maar dat is niet de échte snelwegangst. Want die is niet gebonden aan drukke of rustige trajecten, maar aan het feit dat sommige mensen juist op de snelweg voor de allereerste keer in hun leven een paniekaanval ervaren. Het is een zonnige dag, een kaarsrechte weg, muziekje op de radio, niks aan de hand, en zonder de minste aanleiding knalt het door ze heen: ze krijgen hartkloppingen, ze voelen zich benauwd, ze beginnen te zweten, hun armen en benen worden slap en tegelijk worden ze besprongen door een hevige angst dat ze doodgaan of gek worden. En dán is de snelweg een enge weg, omdat je d'r niet zomaar af kan en ook niet meteen veilig kan stoppen.»

HUMO Iedereen kan overvallen worden door zo'n aanval, maar sommige mensen raken zo overstuur dat ze tegen een boom zouden willen rijden 'zodat iemand hen móét komen helpen'.

VAN DEN BERG « Ja, zo heftig kan het zijn. En zo'n aanval kan je net zo goed in de supermarkt of thuis voor de televisie overkomen, en dat is ook erg beangstigend, maar als die doodsangst je op de snelweg naar de keel grijpt, dat is zo overrompelend, dat schud je zomaar niet van je af. En als dan ook nog die gedachte opdoemt dat je wel tegen een boom zou willen rijden, ja, daar schrik je van. Wat allemaal maakt dat zo'n aanval zich in je geheugen grift. En je hoopt het nooit meer mee te maken, maar precies die anticipatie van 'het gaat toch niet terugkomen?!' kan een angst op zich worden, waardoor je op de duur niet meer durft te rijden.

Na zo'n aanval is het vaak moeilijk om nog kalm de snelweg te nemen. Je bent over-alert dat er een nieuwe paniekbui aankomt: begin ik te zweten? Klopt mijn hart nog normaal? Gaat mijn ademhaling niet te snel? En die gespannenheid, die verkramptheid maakt autorijden tot een vreselijk karwei. Eerst blijf je weg van de snelweg, en dan van de 90 km-wegen, en dan van de 70 km-wegen, en op den duur mijd je élke weg buiten je vertrouwde omgeving en ga je over elk ritje uren van tevoren piekeren.»


Het beest

'Het is begonnen op de snelweg in Frankrijk. Twee keer had ik een 'vastloper' met mijn Vespa, alles blokkeert dan opeens, je slipt onderuit, en de tweede keer was dat vlak voor een vrachtwagen, ik schoof de berm in, ik krabbelde recht en daar heb ik minutenlang staan kijken naar dat razende verkeer waaraan ik 'ontsnapt' was.

Goed twee maanden later zat ik in de auto op de snelweg nabij Sint-Niklaas en ineens overviel me dat ongeluk opnieuw en met die gedachte kreeg ik het benauwd, ik begon te zweten, ik werd ijl in mijn hoofd, en ik kon niet snel genoeg de afrit nemen om tot bedaren te komen. Toen ik enkele dagen later nog eens de snelweg nam, was het er weer, en nu nog heviger: de nervositeit trok door heel mijn lichaam, mijn onderarmen werden slap alsof ik geen macht meer had om te sturen, en ik begon zo te duizelen dat ik bang was om flauw te vallen. In plaats van 120 ging ik 90 rijden waardoor er trucks in mijn spiegel opdoemden, die dúwden mij vooruit, maar ik durfde niet meer snel te rijden! Gevolg: ik begon de snelwegen te mijden, maar algauw begon ik ook op de gewestwegen schrik te krijgen dat zo'n aanval zich zou herhalen. Die angst ging overal met mij mee, die angst zat in mij; ik moest er maar éven aan denken en het was alsof ik een slot opendraaide en dat 'beest' uit zijn kot sprong. Op de duur begon ik ook tunnels en viaducten te mijden, meer nog, ik kreeg het al benauwd in mijn eigen straat!

Later ben ik over die paniekaanvallen gaan lezen, maar in het begin begreep ik er niets van. Want knikkende knieën, dat had ik nooit gehad. Ik ben taxichauffeur geweest, in het leger heb ik met de zwaarste camions gereden, en nu durfde ik nog amper honderd meter te rijden.' (Paul, 40 jaar)

HUMO Waar komt zo'n paniekaanval eigenlijk vandaan?

VAN DEN BERG «Vaak komt de eerste aanval tijdens of na een periode van spanning en overbelasting. En na die eerste keer volgen er meer, en zo ontstaat de angst voor herhaling. Zo'n aanval is ook moeilijk uit te leggen. Partner en/of kinderen hebben moeite om zich in te leven: 'En hoe kwam dat nou? En waar was je dan bang voor?' Een antwoord is er meestal niet, want zelf heb je d'r ook geen verklaring voor, het enige wat je weet is dat je het nooit meer wil meemaken. Sommige bestuurders vrezen zelfs dat ze bij een nieuwe aanval zo overstuur zullen raken dat ze midden op de snelweg uit de auto zullen springen en hun wagen zomaar zullen achterlaten! (Bij 3% van de vrouwen en 1,5% van de mannen evolueert één aanval tot een haast permanente angst voor paniekbuien, red.)»

HUMO Snelwegangst kan zo hevig zijn dat mensen zich al slecht voelen als ze foto's van snelwegen zien.

VAN DEN BERG « Ja, die papieren werkelijkheid kan al benauwende associaties oproepen. Vergelijk het met iemand die hoogtevrees heeft en niet durft te kijken naar een trapezeact op tv.»

HUMO Soms is rijangst gebonden aan claustrofobie. Ik kende iemand die vanuit Oost-Vlaanderen nooit naar Antwerpen kon komen, want dan moest hij door een tunnel.

VAN DEN BERG «Ja, maar je kan er net zo goed last van krijgen in een file, met overal auto's om je heen. Het lukt je niet meer om die angst uit te zetten, want geruststellende, rationele gedachten als 'ik hoef niet bang te zijn, ik kom niet vast te zitten, andere mensen rijden er ook zonder problemen doorheen' zijn niet langer voorhanden. En als die 'uitknop' ontbreekt, besef je ineens dat je machteloos staat ten overstaan van die paniek. En zo verlies je het vertrouwen in jezelf en in het autorijden.»

HUMO Sommigen krijgen het al claustrofobisch benauwd op een klaverblad of in de carwash.

VAN DEN BERG « Ja. En claustrofobie in tunnels, liften en grotten is klassiek, maar dat gevoel van ik-kan-hier-niet-weg kan ook toeslaan op een eiland. En dus evenzeer op een klaverblad, of in een carwash.

»En net zoals je maanden na een inbraak nog wakker kan schrikken van het minste geluid, zo kan elke enge situatie op de weg opnieuw de angst activeren dat een paniekaanval bij je gaat 'inbreken'. Je hoeft dus maar een tunnel te zien en effe een visadempje te halen of je denkt al: daar gaan we weer, ik ga weer in paniek raken zoals toen, ik ga weer hyperventileren zoals toen, en die anticipatie maakt soms zoveel los dat je ook écht in paniek raakt en ook écht gaat hyperventileren.»

HUMO In Nederland kunnen chauffeurs met claustrofobie ontheffing krijgen van de plicht om de beklemmende autogordel te dragen.

VAN DEN BERG «O ja, zulke mensen worden knettergek van zo'n riem, of zelfs maar van een stropdas of een horloge om de pols. Ook centrale vergrendeling is voor hen de hel. Vanuit het idee: ik rij in een kanaal, die elektronica valt uit en ik krijg de raampjes niet open! (Tip: in EHBO-filmpjes wordt getoond dat je elektrische ramen met de schoenhiel stuk moet stampen, red.)»

HUMO Naast angst voor nauwe ruimtes kan ook hoogtevrees beklemmend werken in de auto.

VAN DEN BERG «Ja, die chauffeurs zijn bang dat ze in paniek zullen raken als ze over een brug of een viaduct rijden en in de diepte kijken. Soms geven ze het stuur dan aan hun partner en gaan ze op de achterbank liggen met een jas over hun hoofd, om toch maar niets te moeten zien. Vanuit het idee: wat niet ziet, wat niet deert.»

HUMO Maar daar voel je je toch slecht bij, als je voor een brug onder een jas en op de achterbank moet gaan liggen?

VAN DEN BERG «Op dat moment is het gewoon een middel om die angst door te komen. Door onder die jas te gaan liggen, regel je de volumeknop van de angst: je kan de knop van tien naar acht draaien, van ondraaglijke naar draaglijke paniek.»


Tunnelvisie

'ROTTERDAM - Een 29-jarige Amsterdamse trucker met tunnelvrees heeft gisteren op de A4 een grote file veroorzaakt. De chauffeur reed vanuit Schiedam in de richting van de Rotterdamse haven, toen hij vlak voor de Beneluxtunnel een angstaanval kreeg. Hij zette zijn vrachtwagen stil op de linkerrijstrook en stapte uit, om vervolgens minutenlang op zichzelf in te praten. Uiteindelijk stapte hij weer in zijn truck en parkeerde op de rechterrijbaan. De verkeerspolitie haalde de vrachtwagen van de weg. Op het politiebureau moest de trucker zijn rijbewijs inleveren. De chauffeur verklaarde dat hij al langer tunnelvrees heeft en dat hij daarvoor psychologische hulp krijgt.' (De Telegraaf, 5/7/01)

HUMO Hoe meer angsten u opnoemt, hoe meer ik me afvraag waarom het gros van de bestuurders er geen last van heeft.

VAN DEN BERG «Dat is een interessante vraag: waarom heb ik géén angst?! Sommige mensen kunnen heel veel prikkels tegelijk aan, anderen raken heel snel overbelast. Jij vertelde straks dat je haast fluitend door dat hondenweer hierheen bent gereden, maar anderen hebben elke seconde gewórsteld met dat weer, met het inhalen, met het opkomende verkeer in de achteruitkijkspiegel, met de afrit die ze niet mogen missen enzovoort. En de allesbepalende gedachte is dan: ik kan het niet aan, ik zíé het niet meer, en dat verlies aan overzicht is heel bedreigend.

»Een auto is dan nog niets vergeleken met de cockpit van een vliegtuig, waar het wemelt van de klokjes en de cijfers die om aandacht vragen. Zo worden piloten ook getraind, als vaklui die op een kalme manier heel veel taken tegelijk aankunnen: vergelijk het met circusartiesten die verschillende bordjes-op-stokjes tegelijk draaiend moeten houden. Iemand met rijangst ziet één bordje wankelen - die vrachtwagen zit vlák achter mij! - en raakt dan zo verkrampt dat hij alle overzicht op zijn andere bordjes verliest.»

HUMO Vandaar ook het starre kijken in de spiegels.

VAN DEN BERG «Ja, dat wordt dan een houvast, maar dan veel te krampachtig, dat is werkelijk gefixeerd kijken, zo van: ginder zie ik twee donkere stippen, het zullen toch weer geen vrachtwagens zijn! Al hun kijken wordt op de duur star, zelfs vóór de rit. Ze luisteren om het kwartier naar de fileberichten, overlopen tien keer hun rijweg op de kaart, checken waar er tankstations of afritten zijn, zodat ze zeker weten waar ze kunnen uitwijken als ze te angstig zijn.»

HUMO Hebben ze door dat starre kijken ook last om bochten te nemen?

VAN DEN BERG «Als je bang bent, kijk je anders: niet breed en ver, maar alleen kort vóór de auto. En dus zien ze de bocht niet in zijn geheel, maar in stukjes van vijf à tien meter. Ze nemen 'm dan ook in schokken of in etappes, en moeten heel de tijd bijsturen.

»Maar op een recht stuk weg komen ze net zo goed in de problemen: ofwel rijden ze heel kort achter een vrachtwagen aan - dan hoeven ze die 'gevaarlijke' snelweg niet te zien! - ofwel gaan ze helemaal rechts rijden, tegen de pechstrook, of helemaal links tegen de middenstreep. Ze hechten zich letterlijk aan die witte strepen.»

HUMO Net zoals iemand met waterangst die in het diepe gaat: die wil ook langs de kant zwemmen, zodat hij bij de minste paniek zijn arm over de boord kan leggen.

VAN DEN BERG «Ja, die witte streep functioneert als een fictief houvast, en ze werkt ook écht bedarend. Als het hard regent of er hangt een dikke mist, zullen chauffeurs zonder rijangst die strepen óók gebruiken.»

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234