Het opvanghuis MontfortBeeld Saskia Vanderstichele / Humo

DossierVrouwen op de vlucht voor geweld

‘Zolang wij, vrouwen, ons onderdanig blijven opstellen, zullen we geweld over ons uitroepen’

Met de moord op CD&V-politica Ilse Uyttersprot en de frappante femicide-cijfers in Turkijke wordt nog maar eens duidelijk dat geweld tegen vrouwen nog steeds een erg aanwezig probleem is in onze maatschappij. Eerder dit jaar ging Humo op bezoek bij vrouwen op de vlucht in opvanghuis Montfort.

Dit artikel verscheen in Humo op 14 april 2020.

Voor de coronacrisis werden wereldwijd elk uur zes vrouwen vermoord door iemand uit hun nabije omgeving, en de verwachting is dat die cijfers met het toegenomen huiselijk geweld door de verplichte quarantaine nog zouden kunnen oplopen. In België lieten vorig jaar minstens 24 vrouwen het leven enkel en alleen omdat ze vrouw waren. Zij kunnen het niet meer navertellen. Anderen weten wel tijdig, al dan niet tijdelijk, te ontkomen. Humo sprak met vrouwen die op de vlucht voor geweld in opvanghuis Montfort in Jette belandden. ‘Hij plantte een mes in mijn hals. Ik gleed uit in mijn eigen bloed en viel op de grond’.

Sinds de lockdown is het aantal meldingen van huiselijk geweld bij hulplijn 1712 aanzienlijk gestegen. Omdat telefoneren wanneer je met een gewelddadige partner in quarantaine zit allesbehalve vanzelfsprekend is, kunnen slachtoffers zich nu ook bij apothekers melden met het codewoord 'masker-19' - waarna de apotheker hun adres vraagt en de politie verwittigt. Vlaams minister van Justitie en Handhaving Zuhal Demir voorziet samen met een hotelketen in extra tijdelijke vluchthuizen en ook de Brusselse minister voor Gezondheid Alain Maron denkt na over een gelijkaardig plan. Want de bestaande vlucht- en opvanghuizen zijn zo goed als volzet.

Zo ook opvanghuis Montfort in Jette. Psychologen, maatschappelijk assistenten en opvoeders begeleiden er de vrouwen. Ook 's nachts is er een begeleider aanwezig. Nog voor de coronacrisis vertelde opvoedster Sarah Ben Amar (30) ons al dat alle plekken in hun huis steevast bezet waren: de wachtrij was lang.

Opvoedster Sarah Ben Amar: ‘Gewelddadige partners worden vaak na één nacht in de cel weer vrijgelaten, omdat er geen bewijzen zijn.’Beeld Saskia Vanderstichele Humo 2020

SARAH BEN AMAR «In Brussel is de vraag veel groter dan het aanbod. De jongste tijd is het aantal vrouwen dat naar ons komt om partner- en intrafamiliaal geweld te ontvluchten, enorm toegenomen.»

Ondertussen zijn de leefregels in opvanghuis Montfort sterk aangescherpt. Groepsactiviteiten waarbij de verplichte anderhalve meter afstand niet gegarandeerd kon worden, zoals het praatrondje over seks en relaties of de wekelijkse yogales, zijn opgeschort. Het avondmaal wordt wél nog samen genuttigd, weliswaar met een lege stoel tussen elke vrouw. Voorts staat overal desinfecterend middel, waarmee de vrouwen verplicht hun handen moeten wassen telkens ze de leefruimte betreden en verlaten. Vrouwen die symptomen zouden vertonen - wat gelukkig nog niet is voorgevallen - moeten zich op hun kamer isoleren. Buitenshuis logeren, wat vroeger in de weekends was toegestaan, is nu verboden. Tijdstippen waarop de vrouwen het huis verlaten om een luchtje te scheppen, worden streng bijgehouden.

BEN AMAR «In het begin begrepen de vrouwen niet goed waarom hun bewegingsvrijheid zo ingeperkt werd, waardoor we hen moesten bestraffen. Intussen nemen ze de nieuwe regels wel ter harte. Wij, begeleiders, gingen altijd erg vriendschappelijk om met de vrouwen. Uiteraard voelt die gedwongen afstandelijkheid nu vreemd, maar iedereen in het huis begrijpt dat het voor ieders veiligheid is.»

GEVANGENIS

'Mijn vader wilde geen dochter, en al zeker geen dochter die te veel haar mond opentrok. Vrouwen zijn objecten voor hem. Dat zit in zijn cultuur, in Albanië zijn vrouwen per definitie ondergeschikt aan mannen. Mijn moeder, die volledig afhankelijk was van hem, kreeg vaak te horen dat ze niets waard was. Toen ik ontdekte dat hij haar bedroog met haar beste vriendin, zei mijn moeder dat ik dat verzonnen had. Ik mocht niets: geen verjaardagsfeestjes, nooit uitgaan met vriendinnen, aan vriendjes moest ik niet eens denken. We leefden in een gevangenis en ik vond dat niet normaal. Hoe meer ik me ertegen verzette, hoe harder mijn vader me sloeg.'

Elisa* (18) woont al zes maanden in Montfort, waar vrouwen na een intakegesprek maximaal twee jaar in één van de 33 kamers of studio's kunnen verblijven.

ELISA «Het werd allemaal nog erger toen mijn vader een sms-conversatie tussen mij en een jongen onderschepte. Ik wiste mijn sms'jes altijd zorgvuldig, maar deze keer was hij me te snel af. Als straf mocht ik twee maanden niet meer naar school. Ik miste mijn eindexamens en moest mijn jaar overdoen.

»Terug op school nam ik een vriendin in vertrouwen. Zij schakelde meteen het CLB in, dat mij van dichtbij opvolgde. Op een dag zei de schoolpsycholoog dat ik moest vluchten, het was nu of nooit. Er was een kamer in de crisisopvang van het Brugmannziekenhuis voor mij geregeld. Met niets meer dan de kleren die ik droeg, ben ik er in mijn eentje naartoe gewandeld. Met de hulp van de psychiaters en maatschappelijk werkers van het ziekenhuis kreeg ik mijn eigen studio in het opvanghuis.

»Mijn ouders willen niet aanvaarden dat ik weggegaan ben. Ze beloven me zelfs geld als ik terugkeer. Bijna dagelijks komen ze naar het opvangcentrum, om me op te wachten aan de deur. De andere vrouwen houden mee de wacht, zodat ik veilig het huis kan verlaten.»

Beeld Saskia Vanderstichele Humo 2020

Steeds vaker trekken familieleden of (ex-)partners naar Montfort om hun vrouwen te intimideren en zelfs aan te vallen, vertelt Ben Amar in haar bescheiden bureautje. Het adres van het vrouwenopvangcentrum is openbaar, in tegenstelling tot dat van een vluchthuis, waar vrouwen in acute nood korte tijd kunnen schuilen. Aan het computerscherm van Sarah kleven post-its met instructies: welke bellers meteen af te schepen, wie door te verwijzen, welke informatie wel en welke niet te delen.

GEEN KLACHTEN

Uit recent onderzoek van de United Nations Office on Drugs and Crime blijkt dat er wereldwijd elk uur zes vrouwen worden vermoord door iemand uit hun nabije omgeving. De actiegroep Stop Feminicide stelde een lijst op met 102 vrouwen die in de afgelopen drie jaar in België werden vermoord enkel en alleen omdat ze vrouw waren, vorig jaar waren dat er 24. Die cijfers moest de actiegroep sprokkelen uit krantenartikels, dus wellicht zijn ze onvolledig. Cijfers verzamelen over fysiek, mentaal of seksueel geweld tegen vrouwen is nog moeilijker. In de meeste gevallen doen de slachtoffers geen aangifte. De meest recente studie, door het Instituut voor de Gelijkheid van Vrouwen en Mannen, dateert al uit 2010. Toen verklaarde 14,9 procent van de ondervraagde vrouwen het voorbije jaar geweld van hun (ex-)partner te hebben ervaren. 13 procent gaf aan slachtoffer van geweld binnen de familiale sfeer te zijn.

De maatschappelijke verontwaardiging nam het voorbije jaar wel opvallend toe. Na de moord op studente Julie Van Espen trok een stille mars tegen seksueel geweld door Antwerpen. De Internationale Dag voor de Uitbanning van Geweld tegen Vrouwen lokte zo'n tienduizend betogers naar Brussel, in navolging van de vele vrouwenmarsen wereldwijd.

BIEKE PURNELLE (co-directeur van RoSa vzw, kenniscentrum voor gender en feminisme) «Initiatieven zoals de wereldwijde #MeToo-beweging hielpen om het taboe op seksueel geweld te doorbreken, net als de door toenmalig minister van Media en Cultuur Sven Gatz opgezette studie naar grensoverschrijdend gedrag in de Vlaamse cultuur- en mediasector. Een positieve evolutie, maar we bevinden ons nog altijd maar in de beginfase. Omdat het dark number (het aantal niet-geregistreerde gevallen, red.) van feminicide, verkrachting of partnergeweld erg hoog is, moeten we het doen met schattingen.»

BEN AMAR «Het hoeft niet te verbazen dat veel vrouwen geen klacht indienen. De politie is verplicht om klachten wegens echtelijk of familiaal geweld altijd te behandelen, maar houdt slachtoffers vaak voor dat een klacht zinloos is. Vrouwen die al meerdere keren een klacht indienden, krijgen zelfs te horen dat ze moeten weten wat ze willen: óf hun man verlaten, óf ophouden de politie te contacteren. Maar dat slachtoffers van partnergeweld een klacht indienen om ze nadien weer in te trekken, is net inherent aan de hele problematiek. En geeft de politie wél gehoor aan de klacht, dan worden gewelddadige partners vaak na één nacht in de cel weer vrijgelaten, omdat er geen bewijzen zijn.»

PURNELLE «Wanneer er fysieke bewijzen noch getuigen zijn, valt er weinig tegen te beginnen. Zonder bewijslast is het woord tegen woord. De dader staat ook meestal dicht bij het slachtoffer, wat een bijkomende drempel is.

»We moeten sterker inzetten op het onderwijs en sensibilisering. Waarom is het geen evidentie dat kinderen en jongeren leren wat fysieke integriteit en respectvolle omgang is? Ook op de werkvloer is vorming meer dan welkom en een goede opleiding bij politie en parket kan bovendien voorkomen dat slachtoffers na hun aangifte opnieuw gekwetst of vernederd worden.»

Met haar blauwe plekken en langdurige afwezigheid op school had Elisa wél genoeg bewijslast, maar ze deed geen aangifte bij de politie. Nu haar familie haar blijft intimideren, overweegt ze toch een klacht in te dienen.

ELISA «Bij mijn ouders weggaan was één van de moeilijkste beslissingen in mijn leven. Ik wist dat als ik vertrok, ik ook echt alle banden moest doorknippen. Er helemaal alleen voor staan op je 18de is zwaar. Maar weggaan was de enige optie, anders was ik er nu waarschijnlijk niet meer. Ik bezoek af en toe een psychologe, maar eigenlijk probeer ik vooral te vergeten, want soms komen er verwarrende herinneringen naar boven. Dan zie ik mijn vader weer aan de bedrand zitten terwijl ik nog half sliep. Wat hij daar deed, wil ik niet weten.

»Ik weet dat vergeten niet de beste verwerkingsstrategie is, maar al mijn aandacht gaat nu naar het behalen van mijn middelbareschooldiploma. Daarna zou ik graag voortstuderen, ik wil maatschappelijk werkster worden.»

De 25 jaar oudere Mona* (43), Elisa's beste vriendin in het centrum, knijpt bemoedigend in haar schouder. 'Ik vind het niet moeilijk om te vertellen over wat mij overkomen is,' zegt Mona. 'Het moet eruit.'

Montfort Jette Vluchthuis Sarah Ben AmarBeeld Saskia Vanderstichele Humo 2020

MONA «Mijn man was hoogbegaafd. Ik had veel ontzag voor hem en was enorm verliefd. Dat dacht ik toch. Nu weet ik dat totaal afhankelijk zijn van iemand die je voortdurend manipuleert geen liefde is. Zo liet hij me geloven dat ik manisch depressief was, maar na enkele sessies zei de therapeut dat het mijn man was die genezen moest worden, niet ik. Hij dronk ook te veel. Hij beloofde op te houden als ik zwanger werd. Ik weet het, dat is geen goede reden om een kind te krijgen. Uiteraard stopte hij niet. Hij werd alleen maar gewelddadiger en probeerde me zelfs eens te verstikken met een kussen. Was onze medebewoner toen niet tussenbeide gekomen, dan was ik er nu niet meer.

»Ik wilde weg, maar het ontbrak me aan de kracht. Ik dacht te moeten blijven voor onze zoon en wachtte op hulp van buitenaf. Maar toen ik mijn adoptieouders in vertrouwen nam, geloofden ze me niet. Meermaals heb ik de politie gebeld, maar op aandringen van mijn man trok ik mijn klacht telkens weer in. Acht jaar heeft het geduurd voor ik durfde door te zetten. Ik moest van de politie bewijzen bijhouden en telefoongesprekken opnemen. In 2006 ben ik dan samen met mijn zoon onder politiebegeleiding vertrokken.

»Na onze scheiding verhuisde mijn ex terug naar de VS. Ik probeerde mijn zoon de situatie uit te leggen: dat zijn vader ziek was en hulp nodig had. Dat kon hij maar moeilijk aanvaarden, hij had zijn vader altijd op een voetstuk geplaatst. Langzaam maar zeker verloor ik alle grip op mijn zoon. Hij gedroeg zich steeds vijandiger en stuurde mijn tweede echtgenoot zelfs doodsbedreigingen per sms. Het kwam zo ver dat hij zich in een opvoedingshuis liet opnemen. Hij beweerde dat zijn stiefvader hem sloeg en wij hem uithongerden.

»Toen mijn zoon na tien maanden terugkwam, was ik door al die toestanden van mijn nieuwe man gescheiden. Nu had ik niemand meer om me tegen de terreur van mijn zoon te beschermen. Het was de hel. Hij commandeerde me voortdurend en werd gewelddadig als hij zijn zin niet kreeg. Meer dan eens heb ik de politie ingeschakeld, maar die kon niets doen omdat hij minderjarig was. Ik kon alleen maar wachten tot hij 18 werd. Ik had geen keuze, zo werkt het systeem nu eenmaal. Ik was het vechten beu en verzeilde in een diepe depressie.

»Twee jaar geleden, mijn zoon was toen 16, liep het compleet uit de hand. Op een avond toen ik net uit de douche kwam, stormde hij de badkamer binnen: hij wilde dat zijn vriendinnetje bleef logeren. Ik hield het been stijf, want ze waren allebei minderjarig. Plots stond hij achter mij en begon hij met zijn vuisten op me in te beuken. Hoewel ik het allemaal zag gebeuren in de spiegel, vat ik het nog altijd niet helemaal. Ik voelde hoe iets ter hoogte van mijn hals mijn huid binnendrong. Opeens was er overal bloed. Zelfs toen ik het grote keukenmes zag, wilde ik het nog niet snappen. Hij sloeg mijn kaak uit de kom en plantte het mes nog eens in mijn hals. Ik gleed uit in mijn eigen bloed en viel op de grond. Mijn zoon zei dat hij geen keuze had: hij wist dat ik hem toch zou laten opsluiten. Ik zei hem dat mijn ziel sterker was dan de zijne. Daarop reikte hij mij het mes aan. 'Vas-y,' zei hij, 'dood me maar.' Ik kon alleen maar denken: hoe krijg ik hem zo snel mogelijk de deur uit? Na een laatste worsteling aan de voordeur vluchtte hij. Misschien besefte hij ineens wat hij had aangericht. Met mijn laatste krachten heb ik de politie gebeld, die gelukkig meteen kwam. Daarna is er een zwart gat. Het is een mirakel dat ik nog in leven ben, de dokters begrepen er niets van. Mijn vetlaag heeft me gered.

»Natuurlijk hou ik nog van mijn zoon, hij blijft toch mijn kind. Ik mis hem zelfs. Maar ik wil vooral dat hij verzorgd wordt, want hij is duidelijk ziek. Toch ben ik nog steeds in shock. Dat hij me echt wilde doden, kan er bij mij nog altijd niet in. Om met die tegenstrijdige gevoelens te leren omgaan, ben ik nu in therapie. Ik was zelf ook ziek. Mijn depressie verlamde me compleet. Na het voorval met mijn zoon werd ik helemaal lethargisch. Ik had niets meer om voor te leven. Zo verloor ik eerst mijn baan, daarna het dak boven mijn hoofd.

»Van het Waalse platteland naar dit opvanghuis in Brussel verhuizen, was een enorme opluchting. Andere vrouwen ontmoeten die ook veel hebben meegemaakt, gaf me opnieuw moed. Eindelijk ben ik niet meer alleen.»

In de gemeenschappelijke leefruimte staat intussen het avondmaal op tafel. Elisa en Mona eten niet mee; ze koken voor zichzelf in de studio waar ze begeleid zelfstandig wonen. Mona legt haar hand op mijn arm, er moet haar nog iets van het hart: 'Het is ook aan ons, vrouwen, om te veranderen. We moeten ophouden zo zwak te zijn. Zolang we ons onderdanig blijven opstellen, zullen we geweld over ons afroepen.'

In de gedeelde woonkamer wachten met tonijn gevulde perziken, scampi in looksaus en verse frietjes. Bewoonster Anne* (46) werkt net een groene salade af. Deze week is het haar beurt om 's avonds voor de leefgroep te koken. Omdat ze lang in de keuken heeft gestaan, heeft ze geen trek meer, glimlacht ze verontschuldigend. Terwijl de andere vrouwen aan tafel gaan, wikkelt ze discreet een volgeschept bord in aluminiumfolie. Nog voor ze ermee naar boven kan verdwijnen, roept opvoedster Sarah haar tot de orde. Anne schuift alsnog mee aan tafel. De zes vrouwen en twee opvoedsters eten in stilte.

'De sfeer is vandaag wat minder uitbundig,' zegt Sarah. 'We hebben gisteren iemand de deur moeten wijzen omdat ze haar woede niet kon beheersen. Het is heel belangrijk dat de sfeer voor iedereen aangenaam en veilig blijft, daar zien wij voortdurend op toe.'

Een duidelijk aangeschoten transvrouw is mee aan tafel geschoven. Ze voelt zich niet zo lekker en legt haar hoofd in haar handen. Haar buurvrouw schept een opbeurend grote portie frieten op haar bord. 'We gedogen drank- en drugsgebruik, zolang het buitenshuis gebeurt en de andere vrouwen er geen last van ondervinden,' zegt Sarah. 'Uiteraard is het wel de bedoeling dat het gebruik afgebouwd wordt, daarvoor worden de vrouwen begeleid.'

Na het eten doet Leïla* (28) me haar verhaal. De Marokkaanse woont nog maar twee weken in het opvanghuis, maar leeft al bijna een jaar zonder eigen woning. Tot voor kort was de vrome hoofddoekdraagster als prostituee aan de slag in de straten rond het Brusselse metrostation IJzer.

LEÏLA «Op mijn 22ste ben ik de prostitutie ingegaan. Ik zat al een tijdje in een vicieuze cirkel: overmatig alcohol- en drugsgebruik, suïcidale gedachten, een karig leefloon en later ook twee kinderen. Die wonen nu bij mijn ouders in Luik, omdat ik zelf niet voor hen kan zorgen.

»Als prostituee ontmoet je allerlei types, mannen uit alle mogelijke klassen en culturen. Sommigen goedaardig, anderen kwaadaardig. Je weet nooit op wie je zult stoten, je moet op alles voorbereid zijn, sterk blijven. Eén van mijn kennissen uit het milieu, die mijn precaire situatie kende, stelde me op een nacht voor aan een man van 57. Die meende dat hij me kon helpen. Ik was helemaal op. Waarom ook niet, dacht ik. Ik werd erg dronken en we brachten samen de nacht door. Achteraf had ik daar spijt van, vooral omdat hij mijn vader had kunnen zijn.

»Het leek me nogal ongezond om geholpen te worden in ruil voor ongewilde seks, maar toch stemde ik in. Hij gaf me een dak boven het hoofd en kocht me allerlei dure kleren, maar twee dagen later zei hij dat ik alles moest terugbetalen. Ik wilde geen seks meer met hem, maar liet hem begaan. Je hebt al erger meegemaakt, zei ik tegen mezelf. Ik weet niet of je dat verkrachting kunt noemen, maar achteraf, toen ik hem ging aangeven, bleek dat ik niet zijn eerste slachtoffer was. Als prostituee had ik wel al klanten gehad die gewelddadig werden omdat ze niet wilden betalen, maar zo manipulatief als deze man had ik ze nog niet meegemaakt.

»Het ging helemaal mis toen mijn 'helper' me meetroonde naar een bar aan metrostation IJzer, hoewel hij wist dat ik daar ver vandaan probeerde te blijven. Na het eerste glas pastis was het hek van de dam. Ik bleef doordrinken tot ik niet meer kon. Ik ben ervan overtuigd dat hij het expres heeft gedaan, hij wist hoe instabiel ik was. Uiteindelijk begon ik ook opnieuw met crack.

»Zo'n twee maanden geleden had ik een bijna-dodelijk ongeval, waarvan ik me nog maar weinig herinner. In het ziekenhuis kwam ik tot inkeer. Ik heb mijn geloof teruggevonden. Geen drugs of prostitutie meer voor mij. Ik bid nu meerdere keren per dag en draag een hoofddoek. Die drukt niet enkel mijn geloof uit, maar beschermt me ook tegen alle blikken. Ik wil niet langer mannen behagen. Ik heb vaak genoeg korte rokjes en hoge hakken gedragen, die hebben mij niet gelukkiger gemaakt. De duidelijke regels van mijn geloof geven mij een houvast. Ik volg lessen Nederlands, doe aan sport en begin binnenkort aan een opleiding om in de sociale sector te kunnen werken. Je moet bezig blijven, jezelf naar waarde leren schatten.»

VIDEOCLIP

De ouders van Laura* (19) komen uit Afghanistan, maar zij is in België geboren. Laura woont nog maar één week in het opvanghuis.

LAURA «Mijn vader sloeg me al toen ik erg jong was. Meestal omdat ik zijn regels overtreden had. In de Afghaanse cultuur is het normaal om kinderen zo te straffen.

»Als jongste thuis ben ik als enige volledig geïsoleerd van onze familie in Afghanistan opgegroeid. België is mijn thuisland. Mijn broers en zussen zijn samen groot geworden, maar ik bracht veel tijd alleen door, voor de tv. Ik voelde me vaak eenzaam. Mijn broers en zussen verlieten pas het huis nadat ze getrouwd waren. Ik was de enige die vriendjes had, uitging, rookte. Mijn vader vond dat Afghaanse vrouwen zich zo niet hoorden te gedragen en schold me uit voor hoer. Mijn broer volgde zijn voorbeeld.

»Meer dan de klappen kwetsten de beledigingen mij. Zulke woorden blijven hangen, zozeer dat ik me begon af te vragen of ze misschien gelijk hadden. Daarna begon ik me te verweren, ik had er genoeg van. Het geweld werd toen wel minder, maar onze relatie bleef erg gespannen. We spraken niet meer met elkaar. Alleen als ik me opsloot op mijn kamer en me daar gedeisd hield, was ik welkom thuis. Meerdere keren liet mijn vader me 's nachts op straat staan, omdat ik volgens hem te laat thuiskwam.

»Mijn zus heeft uiteindelijk een afspraak voor mij geregeld met een maatschappelijk werker van het OCMW, die me de weg naar het opvangcentrum wees. Hier kan ik me eindelijk ontplooien, iets van mijn leven maken. Ik volg nu Engelse lessen en begin binnenkort aan een opleiding tot videograaf. Ik wil mijn eigen videoclips leren produceren. Mijn droom is zangeres worden. Met de steun van het OCMW ga ik binnenkort op zoek naar een eigen plekje. Hoewel ik me in het opvanghuis mentaal al veel vrijer voel, wil ik niet te lang blijven. Ik ben niet gemaakt om andermans regels te volgen.

»Met mijn moeder en twee van mijn zussen heb ik vandaag een redelijk goede relatie. Ze weten waar ik woon en laten me doen. Met mijn vader kan ik helemaal niet meer praten. Hij is erg ziek en heeft niet lang meer te leven. Maar ik houd nog steeds van hem, omdat ik weet dat hij het beste met mij voorhad. Onze ideeën over wat goed is voor mij verschillen gewoon.

»Mijn passie, zingen, heeft me geholpen mijn eigenwaarde te behouden. Je hebt een droom nodig die je elke ochtend weer uit je bed doet komen. Ik heb geleerd: blijf vooral nooit in een relatie of gezin waarin je niet geaccepteerd wordt zoals je bent, want hoe eenzaam je je ook voelt, alleen ben je nooit.»

* De namen van de vrouwen in het opvanghuis zijn fictief.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234