Onze Man aanschouwt het WK: Het orgasme van Witsel

, door (svb)

218
witsel

Axel Witsel lag in het gras, handen onder het hoofd, nog half stijf van de krampen, maar zijn ijsblauwe ogen zwommen in warm geluk. Alsof hij na maanden zónder voor het eerst fantastische seks had gehad en een sigaret zou gaan opsteken, nog half stijf. Zijn mondhoeken krulden licht omhoog, de rest van zijn gelaat was één vredige zee. Geen kreten, geen bekken, geen spoor meer van  adrenaline. Een dopamineroes.

Eindelijk, leek hij te denken.

Als een patiënt die na uren pijn morfine had gekregen.

De stille Axel Witsel met de luide ambities had iets van zich afgegooid, een juk dat op dit WK met de dag zwaarder was gaan wegen. ‘Wij zijn tot grootse dingen in staat,’ had hij nog voor het toernooi gezegd. Drie wedstrijden lang was daar niks van te zien. Met ‘grootse dingen’ bedoelde Witsel iets anders dan het koelbloedige geduld en de onbreekbare wil waarmee de Duivels drie kutmatchen hadden gewonnen. ‘Het resultaat telt,’ zei hij net als zijn ploegmaats, maar niet eens diep vanbinnen groeide de frustratie. Tien maanden was het al geleden dat ze nog eens een echt geweldige wedstrijd hadden gespeeld, van 6 september, in Glasgow, tegen Schotland, 0-2.

Dat was de laatste keer dat ze langer dan een paar minuten op rij als een tornado hadden gevoetbald, de laatste keer dat ze hadden getoond waarom hun generatie er één van goud werd genoemd en waarom ze voor de start van het WK de status van ‘dark horse’ hadden gekregen.

De Britse pers had van die ‘dark horse’ ondertussen een pony gemaakt. Ook gereputeerde vakbladen als L’Equipe en de Gazetta dello Sport waren op zijn zachtst gezegd niet mals. Kritiek van Belgen, dat vinden de Rode Duivels gezoem van vervelende muggen, maar die internationale kritiek deed pijn, meer dan ze ooit zullen toegeven.

Maar pijn is goed, pijn werkt.

Kijk naar Jan Vertonghen.

Niemand die zo goed de vorm van de ploeg weerspiegelt als hij.

Simpel gezegd: al tien maanden net niet goed genoeg.  Hij had last van blessures, van zijn trainer bij Tottenham, van die linksachterpositie waarop hij denkt niet te kunnen uitblinken, en van zichzelf, van de Jan die bij tegenslag gaat mokken en de schouders laat hangen.

Wilmots bleef geduldig, praatte veel op hem in, maar voelde na de wedstrijd tegen Algerije dat alleen pijn Vertonghen nog uit zijn slaap zou kunnen halen. Tegen Rusland bracht hij Vermaelen in als linksachter. Op slag was Vertonghen wakker. Vermaelen blesseerde zich, Vertonghen kreeg een nieuwe kans en greep die. In anderhalve wedstrijd veranderde hij van een uitgedoofde voetballer in één van de meest verschroeiende linksbacks op dit toernooi.

‘Het is mijn laatste kans,’ had hij gevoeld.

Met hetzelfde gevoel viel Romelu Lukaku in.

Met hetzelfde gevoel was de hele ploeg het veld opgestapt.

‘Nog één kans om de wereld te tonen hoe goed we wel zijn.’

En dat hebben ze gedaan.

Eindelijk.

Dát zat in die blik van Witsel, toen hij daar op het gras lag na te genieten.

Zaterdag mag hij weer.

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd:

De Persgroep Publishing heeft haar Privacy– en cookieverklaring aangepast.
Wij gebruiken jouw persoonsgegevens vanaf nu ook om de Diensten van MEDIALAAN Groep/De Persgroep Publishing te optimaliseren en deze waarvoor jij kiest te personaliseren.
Door op “verdergaan” te klikken of door verder te surfen, erken je deze aangepaste Privacy– en cookieverklaring gelezen te hebben.

Verdergaan