'De rechtbank'Beeld VIER

TELEVISIE★★★☆☆

We gaan niet meer onbesuisd aansturen op een volgend seizoen van ‘De rechtbank’

Eerlijk kun je het niet noemen: je draagt je virusknevel op de aanbevolen plaatsen, je blijft ‘s nachts thuis, zomer of niet, je verzaakt aan sociale geneugten door je kennissenkring node te amputeren tot een kransje van vijf, maar toch beland je telkens weer in de rechtbank als je het waagt televisie te kijken. Alsof je betrapt werd op ongemaskerd wildbarbecueën in ploegverband.

Dat toenemende overaanbod aan programma’s van justitiële inslag, je zou het ook een wildgroei kunnen noemen, hebben we de laatste jaren mede te danken aan het succes van ‘De rechtbank’, ondertussen aan het tiende seizoen toe. Die jubileumeditie beloofde er echter één zonder franjes te worden, want nog voor je alle tien je vingers kon afgaan zat je al tot over je oren in de prangende rechtsgang die kwam kijken bij de zaak ‘man weigert factuur te betalen voor werken aan zijn grasmaaier’. Het diverse pluimage dat elke aflevering aan bod komt heet al sinds de beginjaren een troef te zijn van ‘De rechtbank’, want voor elke poging tot doodslag krijg je pakweg ook een burengeschil voor de vrederechtbank mee. Deze keer zat het er bijvoorbeeld bovenarms op rond een boom die het wars van eigendomsaktes op een grensoverschrijdend groeien gezet had. Het resultaat van die afwisseling blijft hetzelfde, het leven zoals het is wanneer gedagvaard, maar deze keer kon ik het zeurende gevoel van herkenning niet langer onderdrukken. Ik wéét onderhand wel hoe een rechtszaal er vanbinnen uitziet, en dat terwijl ook ordediensten kunnen getuigen dat er aan mij allerminst een verstokte recidivist is opgegaan.

Op gelijkaardige manier voel ik me ook almaar minder bereid om me nog een open knie te vallen over de haken en ogen in de smoezen die verdachten opdissen ten overstaan van de rechter, die alvast één dan wel twee wenkbrauwen vakkundig de hoogte ingejaagd heeft ter voorbereiding van de lulkoek die hij nu weer voorgeschoteld zal krijgen. Eén zaak leek me echter stukken relevanter dan alle andere: een negentienjarige moest zich verantwoorden omdat hij een agent bespuwd had in volle coronacrisis, een vergrijp dat er recent alleen maar strafbaarder op geworden is. Zijn advocaat Jos Vander Velpen, die me op grond van zijn verschijnen hier te fatsoenlijk leek voor een rol in ‘Justice For All’, begon zijn pleidooi door te lamenteren dat hij dát nog moest meemaken, een eis van een jaar effectief voor het bevochtigen van een wetsdiender. Vervolgens wees Vander Velpen met onverholen verontwaardiging op de gerechtelijke vrijheden die de aanklager zich veroorloofd had door in de zaak een antiterrorismewet aan te halen die hier zijns inziens allerminst van toepassing was. Bijna achteloos was ‘De rechtbank’ middenin de actualiteit gaan staan, maar voor je kon stilstaan bij wat de eventuele gevolgen konden zijn van zulke justitiële improvisatie, was Vander Velpen alweer aanbeland bij het overbekende advocatendeuntje ter duiding van z’n cliënt: papa weg, mama triest, zoon verward.

Afdingen op de kwaliteit van ‘De rechtbank’ lijkt me nog altijd ongepast, maar nog onbesuisd aansturen op een volgend seizoen laat ik voortaan aan anderen over. Tien is een mooi rond getal.

Meer over

Reageren op een artikel, uw mening ventileren of een verhelderend inzicht delen met de wereld

Ga naar Open Venster

Op alle artikelen, foto's en video's op humo.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar redactie@humo.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234