De 100 beste films: #50: Der Himmel über Berlin (Wim Wenders, 1987)

, door (es)

35
der himmel uber berlin

Lang geleden, toen wij nog een kind waren en nog met zwaaiende armen liepen; toen we nog geen mening hadden en geen gewoontes; toen we nog in kleermakerszit zaten; toen ons haar nog in de war zat en we gekke bekken trokken op de foto’s, gingen wij op een blauwe maandag naar de bioscoop voor ‘Der Himmel über Berlin’ van Wim Wenders.

Het was de eerste keer dat wij – wij die waren opgegroeid met Han Solo en Indiana Jones – een ‘serieuze’ film gingen bekijken: een film in zwart-wit, traag en beschouwend, en met flarden poëzie erin verwerkt (met name van de Duitse dichter Peter Handke, die we in de eerste zinnen hierboven hebben geparafraseerd). We waren onmiddellijk verkocht. Die magnifieke zweefvlucht boven Berlijn; dat betoverende monochrome zwart-wit van de iconische directeur de la photographie Henri Alekan; die ontroerende muziek van Jürgen Knieper: een wereld vol schoonheid en troost ging open. Het was me wat om voor de eerste keer te beseffen dat ook dit soort vaak als ‘arty’ of ‘moeilijk’ bestempelde cinema (ten onrechte!) in staat is om je een magische ervaring te bezorgen; misschien nog niet zo magisch als die gigantische steenbal die in het begin van ‘Raiders of the Lost Ark’ achter Indy aanrolt, maar toch.

Het gouden vertrekpunt van ‘Der Himmel über Berlin’ is dat we omringd zijn door onzichtbare engelen: ze houden ons in de gaten vanop hoge gebouwen en kerktorens; ze wandelen naast ons op straat; misschien staat er op dit eigenste moment wel eentje over uw schouder mee te lezen. Maar alleen kinderen kunnen de engelen – mannen en vrouwen in lange mantels – echt zien; zij hebben nog de onschuld die daarvoor vereist is. En de engelen van Wenders luisteren voortdurend mee naar wat we aan het zeggen zijn; ze pikken voortdurend onze gedachten op. ‘Ze hield niet van je,’ zo horen we een jongen op z’n kamertje verzuchten, ‘En jij deed ook maar alsof. Wees blij dat ze je vergeten zijn.’ Beneden denkt de moeder er het hare van: ‘Hij heeft alleen maar rock-’n-roll geleerd. Misschien komt hij nog bij zinnen.’ Zomaar een gedachte van een man in een auto: ‘Vrouwen verkloten je leven.’ En zo gaat het door; de klankband van ‘Der Himmel über Berlin’ bestaat uit één zacht gonzende gedachtenstroom. ‘Het is heerlijk om als een geest te leven en van dagelijkse dingen getuige te zijn,’ horen we een engel zeggen, maar Damiel (de prachtige Bruno Ganz, Hitler in ‘Der Untergang’) begint er stilaan genoeg van te krijgen om alleen maar een toekijker te zijn; hij wil ook zélf eens proeven van de geneugten van het leven: ‘Niet langer in onzichtbaarheid rondzweven, maar ook eens begroet worden, al is het dan maar met een kort hoofdknikje; de kat eten geven; zwarte vingers hebben na het lezen van de krant; tijdens het wandelen je geraamte voelen; voelen hoe het is om onder tafel je schoenen uit te trekken en met je tenen te wriemelen.’ Aanleiding voor zijn dorst naar een écht leven is dat Damiel zijn hart heeft verloren aan een knappe trapezewerkster (Solveig Dommartin) die al een eeuwigheid wacht op een lief woordje. En er loopt nog een andere prachtige figuur rond in deze film, een Amerikaanse acteur die in Berlijn een oorlogsfilm komt opnemen: Peter ‘Columbo’ Falk, die hier een getrouwe versie van zichzelf speelt. Om redenen die we hier niet gaan onthullen, is Falk de enige volwassene die de aanwezigheid van de engelen rond zich kan voelen: ‘Ik kan je niet zien, maar ik weet dat je daar bent.’ En zo groeit ‘Der Himmel über Berlin’, de laatste grote film die Wim Wenders maakte (hierna werd het wat minder), niet alleen uit tot een etherische ode aan de stad Berlijn, maar ook aan het leven zélf; en aan de kleine dingen die het leven zo de moeite waard maken, zoals koffie (we zweren het u: uw koffie zal nog nooit zo lekker hebben gesmaakt als na ‘Der Himmel über Berlin’). O ja: op een bepaald moment belandt Damiel op een concert van een rockgroep die wij, toen we de film voor de allereerste keer zagen, van haar noch pluim kenden. ‘Nog één song en het is voorbij,’ horen we de jonge frontman denken, waarna Nick Cave & The Bad Seeds het machtige ‘From Her to Eternity’ op gang trekken; achteraf zijn we in platenwinkel Abby de soundtrack gaan kopen. Nu we er even bij stilstaan is het echt verbazend hoeveel zangers en popgroepen we dankzij Vrouwe Cinema hebben leren kennen: Nick Cave, Peggy Lee, Carole King, Roy Orbison, Chris Isaak, Shriekback... Allemaal voor het eerst gehoord in de donkere zaal.

Nog even terug naar de hemel. In één van de mooiste scènes, een scène die altijd weer de waterlanders naar boven brengt; komt Damiel nog één keer raad vragen aan Falk: ‘Vertel me alles over het leven! Ik wil het allemaal weten!’ Falk, die dringend op de set van zijn oorlogsfilm wordt verwacht, draait zich nog één keer om, en roept Damiel iets toe wat we op de één of andere manier altijd hebben onthouden: ‘Je moet er zelf achter komen! Dat is net het leuke eraan!’ Vergeet Nietzsche, vergeet Schopenhauer, vergeet ‘Monty Pyhton’s The Meaning of Life’: de beste levensfilosofie ooit komt van Peter Falk. Als eerbetoon aan die prachtige acteur, én aan ‘Der Himmel über Berlin’, geven we u nog één citaat van hem mee: ‘Ik wou dat ik je kon zeggen hoe fijn het hier is. Roken, koffie drinken; en als je het tegelijk doet is het fantastisch. Als je koude handen hebt, dan wrijf je ze tegen elkaar aan; dat voelt goed. Er zijn hier zoveel fijne dingen. Ik wou dat je hier was.’

Bekijk een fragment uit de film:

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd: