De 100 beste films: #47: 'Fandango' (Kevin Reynolds, 1985)

, door (es)

21
Fandango Vrij

Door ‘Waterworld’ heeft Kevin Reynolds zich verbrand in Hollywood. Ten onrechte: hij is één van de beste regisseurs, wat onder meer zijn debuut ‘Fandango’ bewijst.

Wat kan de filmbusiness onbarmhartig zijn. Zo zal Kevin Reynolds in de ogen van de meeste Hollywoodpeople wel altijd de regisseur van ‘Waterworld’ blijven, één van de grootste commerciële flops uit de jaren 90. Twintig jaar geleden is het al sinds dat (nochtans lang niet zo lamlendige) Kevin Costner-vehikel de dieperik inging, en nog steeds heeft Reynolds, verbrand als hij is, het bijzonder lastig om fondsen te vinden voor nieuwe projecten. En dat terwijl hij één van de besten is die ze in Tinseltown hebben: kijkt u maar eens naar de nr. 71 uit onze Top 100.

En kijk vooral eens naar ‘Fandango’, zijn wondermooie debuutfilm uit 1985. Vier jaar eerder, toen hij nog een filmstudent was aan de University of Southern California, had Reynolds een schitterende kortfilm gedraaid over vier vrienden, een parachuteschool en een valscherm vol wasgoed: ‘Proof’ (check YouTube). Steven Spielberg was diep onder de indruk en schonk Reynolds prompt het budget voor een langspeelfilm. Die toog aan de slag en pende een scenario neer over vijf vrienden – Gardner, Phil, Dorman, Lester en Waggener – die na een vrijgezellenfeest in een Cadillac springen en naar Mexico scheuren (al krijgen we van Lester niet veel te zien: die ligt zowat de hele film in een dronken coma op de achterbank). Hun missie: eerst margarita’s drinken in Chata Ortega en daarna Dom opgraven – wie of wat die Dom wel mag zijn, moet u zelf maar eens uitvissen.

Zoals dat hoort tijdens een roadtrip, kan de fun niet op: er wordt diep in het glas gekeken, vuurwerk afgestoken, Waggener staat op een bepaald moment wijdbeens op het dak van de voortsuizende Cadillac, en in een onvergetelijke scène proberen ze zowaar te treinskiën – let op voor lachkramp. Reynolds heeft ook een remake van de oorspronkelijke kortfilm in zijn langspeler verwerkt: de compleet stonede piloot Truman Sparks (Marvin J. McIntyre herneemt zijn rol uit ‘Proof’) horen uitleggen hoe je moet parachutespringen (‘De loods-chute gaat open en trekt de band los, het hoofdscherm opent zich. Zo niet, zoek dan hier naar vier panelen en een gat. Werk met de stuurklos, en altijd naar de horizon kijken’) vormt één van de komische hoogtepunten.

Maar zoals er de hele tijd wolken woestijnstof door de lucht waaien, zo steekt er langzaamaan ook een mistral van melancholie op. Het is 1971: Gardner (Kevin Costner), Phil (Judd Nelson) en Waggener (Sam Robards) zijn alle drie opgeroepen voor Vietnam en dienen zich maandag te melden in het opleidingskamp. En hoewel hij het niet laat merken, ligt het hart van Gardner (die gedurende de hele trip hetzelfde, steeds stoffiger wordende rokkostuum draagt) aan scherven: hij is de liefde van zijn leven (Suzy Amis) namelijk kwijtgespeeld aan Waggener.

En ineens begint het je te dagen dat de vrienden niet zomaar aan een puberale roadtrip bezig zijn, maar aan een soort afscheidsbedevaart: dit is allicht de laatste keer dat ze samen het land bloedrood schilderen; de laatste keer dat ze samen dronken worden; de laatste keer dat ze jong zijn. En langzaam begint er een atmosfeer van zware weemoed binnen te sijpelen, zoals wanneer Gardner over zijn verloren liefde mijmert terwijl het magnifieke ‘It’s Too Late’ van Carole King op de autoradio weerklinkt: ‘And it’s too late baby now it’s too late / Though we really did try to make it...’

De dialogen krijgen hoe langer hoe meer een ondertoon van bitterheid: ‘Weet je nog dat je vooruitkeek toen je 16 of 17 was? Je wist dat je een paar geweldige jaren in ’t verschiet had. Dat gevoel heb ik niet meer.’ Hun bezoek aan de set van de James Dean-klassieker ‘Giant’, nu een ruïne van houten balken en palen, draait uit op een sof: ‘Het is niet wat ik had verwacht.’ Zelfs voor het versieren van leeghoofdige grieten voelen ze zich ineens te oud: ‘Het is voorbij,’ horen we Phil zeggen, ‘Je bent maar één keer 18, net zoals je maar één keer maagd bent.’

Tot overmaat van ellende is hun favoriete Mexicaanse bar, Chata Ortega, veranderd in een leeg en vervallen bouwwerk – een wrange metafoor voor hun jeugd die onherroepelijk voorbij is. Om nog maar eens uit ‘It’s Too Late’ te citeren: something inside has died.

Heel mooi ook hoe Kevin Reynolds hier en daar kleine korreltjes poëzie rondstrooit: de beelden in het tankstation dragen een lichte, schilderachtige Edward Hopper-touch; wanneer er in de Pecos Parachute School een polaroidfoto wordt genomen, waaien er precies op het juiste moment enkele stukken wasgoed door het beeldkader; en wanneer Reynolds op het allerlaatste feest (waar Gardner nog één keer zijn meisje terugziet) het mooie ‘It’s For You’ van Pat Metheny als zomerregen op je laat neersprenkelen, lijkt de realiteit zelfs even over te vloeien in een droom: ‘Hey, jongens, speel eens een fandango!’

Yep, wie deze film heeft gezien, en wie er iets bij heeft gevoeld, vergeet hem nooit meer. Alleen Spielberg voelde er niets bij: ome Steven, die allicht had verwacht dat Reynolds een vederlichte feelgoodfilm ging draaien, was niet te spreken over de elegische toon die Reynolds in zijn film had gelegd, en liet prompt zijn naam van de generiek verwijderen. We houden van je, Steven, maar wat kun je soms blind zijn.

In de eeuwige stilte van de machtige Mexicaanse canyons brengt Gardner op een bepaald moment een heildronk uit: ‘Op ons, en dat, en de privileges van de jeugd. Op ons, en wat we vroeger waren.’ We klinken met je mee, vriend.

Bekijk de trailer van 'Fandango':

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd: