#43: 'No Country for Old Men' (Joel en Ethan Coen, 2007)

, door (es)

Deel
No country for old men

‘Blood Simple’, ‘Miller’s Crossing’, ‘Barton Fink’, ‘Fargo’, ‘The Big Lebowski’, ‘A Serious Man’: onvergetelijke films die diep in ons wezen liggen verankerd (op één van die films komen we binnenkort trouwens nog terug!). Echt meesterschap bereikten de gebroeders Coen in onze ogen met de film die hen in 2008 vier glanzende Oscars opleverde, de film waarmee ze zichzelf na enkele tegenvallertjes (‘The Ladykillers’, ‘Intolerable Cruelty’) majestueus overstegen: ‘No Country For Old Men’, een tussen western, film noir en roadmovie balancerend meesterstuk dat je vanaf de eerste beelden meezuigt en twee uur later in een diepe staat van ontroering achterlaat; een monumentaal werk van twee cineasten die zich op dat moment in de hoogste staat van genade bevonden.

De film vormde voor de Coens een primeur: voor de allereerste keer in hun carrière vertrokken ze niet van een eigen scenario, maar van een bestaande roman: ‘Geen land voor oude mannen’ van de Amerikaanse schrijver Cormac McCarthy, een boek waarmee de broers naar eigen zeggen een grote emotionele connectie voelden. Een beetje tegen hun natuur in, onderdrukten ze de goofy screwballregisseurs in zichzelf, en volgden ze, naar de letter bijna, het sobere proza van McCarthy; het is alsof de broers zich op de set met half gesloten ogen, als in trance, lieten leiden door de tovenaar McCarthy. Tegelijk straalt hun eigen virtuositeit doorheen elk aspect van de productie. De openingsscène, met die mijmerende voiceover van sheriff Bell (Tommy Lee Jones), dompelt je meteen onder in een schemering van weemoed.

Hun casting is perfect: Josh Brolin maakt indruk als Llewelyn Moss, de zwijgzame Vietnamveteraan die tijdens een jachtpartijtje in de Texaanse woestijn enkele lijken, een pickup truck vol drugs en een koffertje met twee miljoen dollar cash aantreft; als Anton Chigurh, de ijskoude, met een slachtpistool bewapende incarnatie van het pure kwaad, zet Javier Bardem een onvergetelijke booswicht neer (‘Call it’); en Tommy Lee Jones vormt als Ed Bell, de oude sherrif die niet langer in deze steeds gewelddadiger wordende wereld lijkt thuis te horen, het prachtige hart van de film.

Wanneer Moss ‘s nachts terugkeert naar de plek van de shoot-out (domste beslissing ooit), trekken de Coens, en hun vaste director of photography Roger Deakins, je mee in een reeks stillevens van wondermooie geheimzinnigheid; mysterieuze schaduwen glijden over de prairie; in de verte knettert een bliksemschicht. En dan die suspense! Een koffer, een verborgen transponder en een steeds sneller tikkende ontvanger (Biep... Biep... Biep! Biep! Biep! Biepbiepbiepbiepbiep!): meer hebben de Coens niet nodig om je de adem af te snijden.

‘No Country For Old Men’ is één van die zeldzame films die je het beruchte, zo moeilijk te vinden Dubbele Plezier verschaffen: je zit met hart en ziel mee te leven met de personages, en tegelijk zit je jezelf van puur genot in de arm te knijpen: ‘Niet te geloven dat dit zo goed is!’ De perfecte film is even onuitvoerbaar als de perfecte moord, maar met ‘No Country For Old Men’ komen de Coens wel héél dichtbij. En hoewel de toon aldoor donker en melancholisch is, zijn de broers er dan toch in geslaagd om hier en daar een grinnikmoment binnen te smokkelen: het irritante Mexicaanse bandje dat Moss doet ontwaken, is (uiteraard) een toevoeging van de Coens.

Ook opmerkelijk: voor een Hollywoodproductie wijkt ‘No Country For Old Men’ wel héél ver af van de paden van de conventionele thriller. Welke andere Amerikaanse cineasten zouden het aandurven om de twee meest cruciale shoot-outs niet eens te laten zien? En dan dat einde – ja, daar moeten we het toch even over hebben (Spoiler alert! Spoiler alert!). Toen ‘No Country For Old Men’ indertijd uitkwam, was de teneur dat het wel om een grootse film ging, maar dat de ontknoping een afknapper was. Men kon het blijkbaar niet goed verdragen dat de Coens het verhaal niet lieten culmineren in een shoot-out, of in een directe confrontatie tussen Chigurh en Llewelyn, maar in een weemoedige monoloog, gevolgd door een plotse fade to black. Pffffff! Bummer! Anticlimax! Eigenlijk toonden die negatieve reacties alleen maar aan hoe gebrainwasht we zijn door de conventionele Hollywoodcinema – we wíllen onze shoot-out, we wíllen onze directe confrontatie. Maar natuurlijk opteerden de Coens voor het enige juiste einde.

De slotmonoloog van sheriff Bell strookt misschien niet helemaal met onze gehersenspoelde verwachtingen, maar staat wél perfect in tune met de melancholische onderstroom die zich door het hele verhaal slingert. Zelf worden wij altijd weer ijskoud van die monoloog, die overigens wondermooi wordt gebracht door Tommy Lee Jones, met die zuiderse tongval van hem en die waterige ogen; de ogen van een man die het land waarin hij woont niet langer begrijpt. ‘En toen werd ik wakker.’ Fade to black. Aftiteling. Tranen.

Bekijk de trailer:

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd: