Exclusieve voorpublicatie: 'Jean-Marie Dedecker. De Buffel'

, door (raf sauviller)

Deel
17336_J-M-Dedecker-186.jpg
© Marco Mertens
  • Eddy Vinckier «Jean-Marie Dedecker is een bijzonder moeilijke man, maar ik heb nooit last met hem gehad. Je moet weten hoe je zo iemand aanpakt. Een baas moet je baas laten zijn. Je moet van zijn stoel afblijven en niet proberen de poten door te zagen. Als Gella vocht op internationale toernooien, zat niet ik maar Dedecker naast de mat. Ik ging in het publiek zitten, net achter hem, zodat het voor Dedecker leek alsof Gella naar hém keek en zijn hulp vroeg telkens als ze oogcontact met mij zocht. Op die manier konden Gella en ik ongestoord doen wat we moesten doen, en was Dedecker ook tevreden.»

  • Hans Vandeweghe «Dedecker is gefrustreerd uit het wielerwereldje gestapt. Hij heeft het overal geprobeerd, maar telkens botste hij tegen de mastodont Lefevere. Dedecker werd vernederd en Dedecker kan niet tegen zijn verlies. Hij heeft een aversie ontwikkeld voor Lefevere.»

  • Alex Fabry (over het landenkampioenschap per ploeg in 1997) «We hadden als ploeg verloren, maar ik had individueel wel al mijn wedstrijden gewonnen. Ik voelde me dus niet al te slecht. Maar Dedecker had de gewoonte zijn judoka's te kleineren om ze te motiveren, en die laatste avond begon hij op mij in te hakken. Hij zei dat ik een middelmatig judoka was. Tweederangs noemde hij mij. Hij had gedronken en ik ook. Ik had er genoeg van en ik antwoordde uitdagend: 'Je hebt gelijk. Maar wat was jij dan vroeger? Ik ben acht keer Belgisch kampioen geweest. Jij niet één keer.' Hij ontplofte en vloog me aan. Thierry Peersman wilde me beschermen, maar hij was een jongen van nog geen 65 kilo. Hij had geen schijn van kans tegen Dedecker en kreeg een pak slaag. Dedecker raakte hem hard in het gezicht. Eén keer, twee keer. Na dat incident gingen Peersman en ik terug naar ons hotel, in het gezelschap van een trainer van het Duitse team. Maar Dedecker stormde ons achterna en even later zat het er ook daar bovenarms op. Hij was naar mijn kamer gekomen om me duidelijk te maken wie de baas was, en vooral: om me duidelijk te maken dat ik mijn mond moest houden. Er was geen reden om dit in de pers te laten uitlekken, brulde hij. Ik vroeg dat hij mijn kamer zou verlaten, maar dat vertikte hij. Hij wilde vechten. Ik zei: 'Waarom wil je dit niet in de kranten? Omdat de mensen dan zullen weten dat je niet alleen op je vrouw slaat, maar ook op je atleten!' Toen ging hij volledig in het rood. Hij sloopte mijn halve hotelkamer en de wasbak in mijn badkamer.»

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd: