Joost Zwagerman overleden: herlees zijn laatste Humo-interview

, door (bv) en (fvd)

277
zwagerman

'Ik begreep niet wat er aan de hand was, was fatalistisch over mijn eigen leven, zag geen perspectief meer. Ik was alleen maar moe, moe en nog eens moe' Joost Zwagerman over een 'nare periode'

Het Humo-interview met Zwagerman uit november 2013:

Vorige week werd Joost Zwagerman vijftig. Ruimhartig zorgde hij
zelf voor het mooiste cadeau,
voor ons allen: ‘Americana’, ruim twaalfhonderd bladzijden in twee banden, bundelt de honderd meest relevante van zijn vijfhonderd stukken over Amerikaanse cultuur, aangevuld met een twintigtal nieuwe essays. De feestelijke cassette luidt ook de verrijzenis van Zwagerman in, na een scheiding, depressie en ziekte. Redenen genoeg om in zijn nieuwe woonst in Haarlem enige balansen op te maken: van leven, werk én Amerika. Zou Joost, nu hij Abraham gezien heeft, het twee zegswijzen combinerend beginnen te weten? De vijf decennia van Johannes Jacobus Willebrordus Zwagerman.

'Ik ben blij dat ik er weer ben; ik heb een tijdlang aan de zijlijn van mijn eigen leven gestaan'

De onderwijzerszoon (1963–1973)

HUMO Wat is je vroegste herinnering?

Joost Zwagerman «Mijn geboortehuis aan de Vondelstraat in Alkmaar. In de hal, waar alle kamers op uitkwamen, speelde ik met mijn vader met een opgeblazen ballon. Ook rolden we in kleermakerszit een bal die geluid maakte over en weer.»

HUMO Je enige broer is tien jaar jonger, je bent dus een beetje als enig kind opgegroeid.

Zwagerman «Vlak na mijn geboorte kreeg mijn moeder een miskraam en dat was dermate triest dat mijn ouders lange tijd geen nieuwe zwangerschap meer aandurfden. Vandaar die tien jaar tussen mijn broer en mij. ’t Was dus nooit de bedoeling dat ik enig kind zou worden; ik werd dan ook niet gepamperd zoals enige kinderen weleens overkomt. Nu, als je door twee onderwijzers wordt opgevoed, word je sowieso niet verwend. Ik werd heel verantwoord opgevoed, zij het niet overdreven streng.»

HUMO Wordt een onderwijzerskind met extra veel zorgzaamheid grootgebracht?

Zwagerman «De lessen gingen gewoon door na halfvier

(lachje). Daardoor kon ik al heel vroeg lezen en schrijven. In de eerste klas moesten we boomroos-vis-vuur-pim leren, terwijl ik al ‘Arendsoog’ las. Dus als de juf even weg moest, zette ze me voor de klas met een aflevering van ‘Pinkeltje’ en las ik de andere kinderen voor – dat was de zonzijde. De schaduwzijde was dat ik ook weleens werd vastgebonden aan mijn stoeltje. Ik was zo’n beweeglijk jongetje dat ik nooit kon stilzitten, zeker niet als we lezen hadden en ik me stierlijk verveelde.»

'De ironie wil dat één van mijn minst gelezen boeken naar mijn idee het meest met mezelf verbonden is: ik kruip immers in het hoofd van een suïcidaal iemand, waardoor het ook de verwerking van de zelfmoordpoging van mijn vader is'

HUMO In een oud interview noem je je kindertijd ‘een aaneenschakeling van hindernissen’.

Zwagerman «Inmiddels ben ik daar milder over gaan denken. Als ik het vergelijk met leeftijdsgenoten, heb ik het redelijk goed getroffen. Ik ben Alkmaar en de Noord-Hollandse kust ook gaan herwaarderen, ik kom er nog steeds graag – puur omwille van het sentiment: dat zijn mijn duinen.

»Ik ging weleens met mijn ouders een dagje naar het strand, maar het waren niet van die strandmensen. Mijn vader had ooit in Frankrijk een zonnesteek opgelopen en dat was kennelijk dermate traumatisch voor hem dat hij zittend aan het Noordzeestrand liever niet in de zon wilde. Hij zat vaak met zwarte schoenen en zijn colbert aan op het strand. En voor mijn moeder betekende naar het strand gaan zand mee naar huis nemen. Mijn moeder is een propere Hollandse dame die ieder zandkorreltje te veel vindt. Zij huldigde de omgekeerde Cruijff-doctrine: elk voordeel heeft ook zijn nadeel. Het strand is leuk, maar al dat zand is dat veel minder.»

HUMO Lijk je het meest op je vader of je moeder?

Zwagerman «Ik heb van beiden iets. Qua uiterlijk begin ik steeds meer op mijn vader te lijken. Het verstrooide heb ik ook van ’m: ik ben het type dat drie keer van huis gaat en dan nog vijf dingen binnen laat liggen. Dat wordt steeds erger, ik moet nu voor alles een vaste plek hebben. Van mijn moeder heb ik de goedlachsheid. Ze houdt ook van boeken, kunst en muziek en heeft een licht artistieke inborst, maar heeft er nooit wat mee gedaan. Toen ‘Gimmick!’ verscheen, zei ze: ‘Dat taalgevoel heb je natuurlijk van mij, maar al die smeerpijperij heb je van je vader’ (lacht).»

HUMO Om ‘Americana’ recht te doen, ga ik je per decennium naar je favoriete Amerikaanse artiest vragen.

Zwagerman «Dan kies ik voor dit decennium Mark Rothko. Hij maakte zijn grootste werken in deze periode.

»Ik heb voor het eerst een Rothko gezien in Londen, toen ik als scholier met een klasgenoot op bezoek ging bij een meisje dat daar au pair was. In Tate Britain zag ik een aantal Rothko’s en die maakten een onuitwisbare indruk. Toch durfde ik niet voor mijn Rothko-voorliefde uit te komen. Het was in de groep jonge kunstenaars die ik midden jaren tachtig in Amsterdam had leren kennen, not done om van kunst à la Rothko te houden. Het abstract expressionisme was verre geschiedenis, het figuratieve en het gewiekste schilderen was in zwang. Originaliteit was een achterhaald begrip, terwijl Rothko meer dan origineel wilde zijn: hij wilde universele schoonheid en troost bieden.»

De Lezer (1974–1983)

HUMO Was je als puber erg op jezelf?Zwagerman «Naar mijn idee had ik een bloeiende vriendenkring, bijna iedere vrijdagavond gingen we uit in Alkmaar. Ik behoorde tot de scholieren om wie men zich zorgen maakte; ik experimenteerde met drugs. Waarbij ik moet aantekenen dat ik zeer gevoelig was voor verdovende middelen: bij mij is het snel te veel. Hasj had een ontregelende invloed op me. Eén keer in mijn leven heb ik magic mushrooms genomen – een verbijsterende ervaring. Het was die dag beginnen te sneeuwen en ik dacht dat die maagdelijke sneeuw over het hele dorp bij mijn trip hoorde. Op mijn mobilette trok ik eropuit, als een soort Jack Kerouac in provinciaal Noord-Holland. Maar ik raakte mijn mobilette kwijt, eindigde op de één of andere manier in Egmond aan Zee – toch negen kilometer verderop – en nam al trippend een bus terug naar Alkmaar. Ik heb die brommer nooit teruggevonden, waarna ik wist: ‘Dit nooit meer.’»

HUMO Straf spul.

Zwagerman «Tegelijk hield ik veel tijd over en was ik door de week ’s avonds vaak op mezelf op mijn kamertje. Ik was dus ook een nerd – of zoals mijn kinderen nu zouden zeggen: een dork. Op mijn kamertje maakte ik de ‘Zwagergids’, een tijdschrift met als oplage één en aantal lezers vier. Uit de tijdschriften van mijn ouders knipte ik plaatjes en daar verzon ik zelf artikelen bij. Ik hield enorme diepte-interviews met Ad Visser en Patricia Paay. Een gedeelte van hun antwoorden had ik uit bestaande interviews geknipt, een gedeelte verzon ik gewoon. ’t Was een soort Humo: een opinieblad met diepgravende artikelen en interviews; een tv-gids, maar dan van de programma’s die ik de komende week zelf wilde zien; en aan het eind had ik nog een toplijst met mijn favoriete singles en lp’s. Achteraf gezien moet het format van mijn eenpersoons-Humo dus als zeer levensvatbaar beschouwd worden (lacht).»

HUMO Voelde je je toen al schrijver?Zwagerman «Ik wilde kunstenaar worden, geen schrijver. Ik was toen al diep onder de indruk van de verrichtingen van beeldend kunstenaars. Ik herinner me mijn eerste bezoek aan het Stedelijk Museum in Amsterdam, samen met zestig onwillige scholieren en een steeds minder enthousiast wordende curator. Ik zag daar voor het eerst ‘Rosy-Fingered Dawn at Louse Point’. Ik had nog nooit zoiets gezien en wilde daar meteen het fijne van weten. Ik verdiepte me in Willem de Kooning en leerde hoe hij een lange weg had afgelegd naar die abstractie. Dat wilde ik ook.

»Mijn droom was naar de Rietveldacademie te gaan, maar ik durfde niet eens het toegangsexamen te doen. Ik was te onhandig om een doek op een spieraam te spannen, dus maakte ik een hele reeks werken op papier. Het was abominabel, al heb ik één tentoonstelling in Bergen gehad. Dat klinkt chiquer dan het is: het was bij een werkloze loodgieter die, sinds zijn kinderen het huis uit waren, een kamer overhad in zijn boerderij en er een vrijetijdsgalerie in onderbracht. Er zijn acht bezoekers geweest, onder wie mijn ouders. De naam was Galerie Malle Jan. Dat zegt eigenlijk alles (lacht).»

HUMO Las je toen ook al veel?Zwagerman «Ik ben pas echt gaan lezen toen ik van de middelbare school af kwam. Ik wilde zelf heel graag naar de uitgeversschool, maar om mijn ouders te plezieren – omdat ik nogal een lastige puber was geweest – ben ik naar de Pedagogische Academie gegaan. Mijn vrienden waren naar Amsterdam verhuisd en ik bleef alleen in Alkmaar achter. Ik las iedere avond een boek, dus had ik er aan het eind van die drie jaar bijna duizend gelezen. De humuslaag voor mijn leven als schrijver.»

HUMO Ook voor je Amerikaliefde?Zwagerman «Zeker. Naar aanleiding van ‘De avonden’ las ik ‘The Catcher in the Rye’: de gevoelswereld van Holden Caulfield kwam helemaal overeen met de mijne en ik werd de wereld van de literatuur binnengezogen. Mijn tweede grote leeservaring was ‘Portnoy’s Complaint’ van Philip Roth, dat ik dan weer vergeleek met ‘Turks fruit’: dezelfde hoeveelheid scandaleuze seks, maar met veel meer buitenissigheid en hysterie. Ik kende geen Nederlands equivalent van die uitzinnigheid, die dynamiek stemde helemaal overeen met mijn beeld van Amerika.»

HUMO Hoe zat het met de meisjes? In je vroegste boeken cultiveer je een geïdealiseerde invulling van de liefde.

Zwagerman «Dat had te maken met de onbereikbaarheid van bepaalde meisjes. Een reden om mezelf noodgedwongen te identificeren met Woody Allen – zijn beste films gaan over een onbereikbare liefde – en Elvis Costello. ‘Alison’ op ‘My Aim Is True’ gaat daarover: waarom gaan de leukste meisjes altijd met de grootste klootzakken? Dat vond ik onbegrijpelijk. Dat jongensleed werd fijnzinnig uitgedrukt door Allen en rauw gebracht door Costello. Pas op mijn 31ste moest ik een bril, maar waarschijnlijk droeg ik ’m toen al mentaal.»

'Voor het leger was ik psychisch volkomen labiel'

HUMO Bestond de militaire dienstplicht toen nog in Nederland?

Zwagerman «Jammer genoeg wel. Een zwaard van Damocles boven mijn hoofd. Anderhalf jaar onder de wapenen te moeten leek me een nachtmerrie, ik heb er drie jaar over gedaan om het rapport te krijgen dat me voorgoed ongeschikt maakte. Uiteindelijk heb ik code ‘S5’ gekregen: dan ben je psychisch volkomen labiel en een gevaar voor het land. Mijn ouders vonden dat vreselijk: ‘O, dat draag je je leven lang mee op je cv. Dan krijg je nooit meer een baan bij de overheid’ (lacht).»

HUMO Wie is je Amerikaan van dit decennium?

 Zwagerman «Andy Warhol, die in deze periode het veelzijdigst was. Hij krijgt het meeste aantal pagina’s in ‘Americana’. Omdat hij model staat voor de American Dream: een kansarme en sociaal onhandige jongen uit Pittsburgh vertrok naar New York, werd er succesvol reclametekenaar en grafisch ontwerper, en maakte de overstap naar de beeldende kunst met werk dat niemand voor mogelijk geacht had. En omdat hij nog altijd een raadsel is: zijn schijnbare transparantie heeft het mysterie alleen maar vergroot. Dat voedt mijn blijvende fascinatie voor Warhol, ook al ken ik zijn werk nu wel vanbinnen en vanbuiten.»

Het wonderkind (1984–1993)

HUMO Wilde je niet emigreren naar het Amerika van je dromen?

Zwagerman «Dat wilde ik graag, en ik heb er ook over nagedacht. Maar het door mij gecreëerde ideaalbeeld van Amerika ging aan diggelen toen ik er voor het eerst was, in 1987. ’t Was een groepsreis met jonge schrijvers uit de hele wereld – een soort mondiaal schoolreisje, georganiseerd door een Amerikaanse propaganda-instelling die nu niet meer bestaat. We trokken vijf maanden door het land en bezochten achtereenvolgens West-Virginia, Washington en New York.

»Ik wilde graag met mensen discussiëren over Amerikaanse fenomenen. Maar ik kon nog beter in het café in Amsterdam over Warhol beginnen dan in West-Virginia. ’t Zei niemand iets, terwijl in mijn geïdealiseerde Amerika iedereen trots was op Philip Roth. Maar in het feitelijke Amerika hadden zeventig op de honderd Amerikanen nog nooit van Roth gehoord. Dat viel me bitter tegen. Bovendien had ik na die vijf maanden ook gewoon heimwee; ik was nog nooit zo lang van huis geweest.»

HUMO Je kwam wel thuis met een on-Nederlandse poëtica: je haalde de dynamiek van het levenen het straatrumoer de letteren binnen.

Zwagerman «Ik stuitte op ‘Bright Lights, Big City’ van Jay McInerney en ‘Less Than Zero’ van Bret Easton Ellis. Ik was belezen genoeg om te weten dat zulke boeken er in Nederland nog niet waren. Onder invloed van die reis en die schrijvers is ‘Gimmick!’ ontstaan.

»Nu nog heeft men in Nederland niet begrepen dat je de temperatuur van je eigen tijd kan opmeten en een plaats geven in een verhaal met een universele geldigheid. Ik lees net in het pamflet van Oek de Jong, ‘Wat alleen de roman kan zeggen’, dat het vangen van een tijdgeest in een roman een hopeloze zaak is. Goddank heeft John Updike nooit kunnen luisteren naar Oek de Jong, want dan was de hele Rabbit-reeks er niet geweest. Het is niet zo dat je achter de feiten aan loopt als je de hedendaagse samenleving laat resoneren in je boeken: ‘Gimmick!’ wordt nog altijd gelezen. Maar ik denk dat we ’t nu over een plaatselijke kwaal hebben, in Vlaanderen heb je die smetvrees helemaal niet.

Net daarom komt de meest dynamische Nederlandstalige literatuur de laatste tien jaar naar mijn idee uit Vlaanderen.»

HUMO Je beste boek van dit decennium vind ik ook ‘Gimmick!’, de roman met de witte lijn als rode draad.

Zwagerman «Toen ik naar Amsterdam verhuisde, kwam ik terecht in een scene waarin veel cocaïne gebruikt werd: door kunstenaars, maar ook door mensen bij de tv en uit de popmuziek. Pas vele jaren later hoorde ik dat mijn bijnaam in die kringen ‘één zestiende Zwagerman’ was, omdat één zestiende gram voor mij kennelijk al genoeg was om helemaal in feeststemming te verkeren. Ik heb dus altijd met mate geconsumeerd, wat ook mijn redding geweest is.

»De anderen hadden in hun gulzigheid vast meer lef, maar ik hield ook gewoon te veel van schrijven en dat kon ik niet met cocaïne. Ik vond het eigenlijk zonde van mijn tijd. Ik ken ook geen hang naar verslaving, ik heb nooit in mijn eentje gedronken – behalve in de tijd van mijn scheiding, toen ik in een zomerhuisje in een klein dorpje in Noord-Holland verbleef en aan het vereenzamen was. Maar verder ken ik het mateloze consumeren niet, in tegenstelling tot bijvoorbeeld Connie Palmen, A.F.Th. van der Heijden en Hafid Bouazza, die moeten vechten tegen de drank. Godzijdank is die zucht mij bespaard gebleven.»

HUMO Je schrijft in dit decennium een imposant rijtje van drie bestsellers: ‘Gimmick!’, ‘Vals licht’ en ‘De buitenvrouw’. Ging je als wonderkind zweven?

Zwagerman «Ik was echt erg jong toen ‘Gimmick!’ een succes werd: vijfentwintig. Het overdonderde me natuurlijk allemaal wel: die drie boeken zijn samen intussen goed voor negenhonderdduizend exemplaren – ongelofelijk en onbevattelijk voor een schrijver onder de dertig. Herman Koch heeft niet toevallig gezegd dat hij blij is dat het succes van ‘Het diner’ ’m niet op zijn dertigste overkomen is, omdat hij dan waarschijnlijk ten onder zou zijn gegaan aan seks, drugs en rock-’n-roll.

»Ik moest dat succes dragen, meemaken dat iedereen een oordeel over me had, verdragen het object van roddel te zijn – het literaire milieu is een krabbenmand: dat ik drie bestsellers op rij geschreven had, moest wel betekenen dat ik niets te bieden had. Nu heb ik me daarvan losgezongen, maar een jongeman kan dat niet: ik maakte de naijverige sneren belangrijker dan ze waren.»

HUMO Welke Amerikaan kies je voor dit decennium?

Zwagerman «Philip Roth. Omdat hij zichzelf wist heruit te vinden en een heel vitale grijsaard werd. Een navolgenswaardig voorbeeld: ik ben net vijftig geworden, maar ik heb plannen voor een dichtbundel en tweeromans en verder wil ik mijn essayistiek voortzetten.»

De duivel(-doet-al) (1994–2003)

HUMO In ’98 zei je in Humo’s ‘Hemel & Hel’ het gelukkigst te zijn ‘in bed met A.’ en het ongelukkigst ‘uit bed met A.’

Zwagerman (lacht) «A. was mijn ex-vrouw. Zij behoorde tot ons vriendenclubje uit Alkmaar en omgeving, maar onze levens gingen rond ons twintigste een andere kant op: ik vertrok naar Amsterdam, zij ging een tijd in Canada, Frankrijk en Italië wonen. In ’91 kwam zij na lange tijd terug in Nederland en kwamen wij samen. Ons huwelijk is nu voorbij, na een lange periode van twintig jaar. Dat geluk kan ik niet meer herhalen, ik kan alleen maar hopen dat ik een nieuw bestendig geluk kan blijven behouden met Maaike, met wie ik nu ben.»

HUMO Met A. heb je in dit decennium drie kinderen gekregen.Zwagerman «Ik wilde een vader zijn die ook echt iets doet met zijn kinderen. Mijn leven werd dus ineens overvol, zelfs hectisch. Ik moest een heel nieuwe manier van leven ontwikkelen, want mijn drie bestsellers had ik ’s nachts geschreven. Ik vertelde net over mijn eerste herinnering; ik heb met mijn twee zonen ook een bal op de parketvloer heen en weer zitten rollen, mijn oudste zoon herinnert zich nog dat de buren gingen mopperen over het lawaai.»

HUMO Heb je je kinderen levenslessen doorgegeven die je zelf van je ouders meegekregen hebt? Zwagerman «Geef niet op! Mijn kinderen leven in een tijd waarin niets mag mislukken, waarin ze een samenleving wordt voorgespiegeld waarin alles lukt. Als bepaalde dingen dan niet goed gaan, hebben kinderen veel meer dan in mijn jeugd de neiging meteen de moed op te geven. Ik probeer ze dus bij te brengen dat tegenslag bij het leven hoort en dat je vooral moet proberen doorzettingsvermogen te tonen.»

'Die eerste jaren van het vaderschap waren erg feestelijk'

 HUMO In dit decennium versplinterden je bezigheden: je was columnist, radiopresentator, commentator bij ‘Barend & Van Dorp’, presentator van ‘Zomergasten’, en je ging op tournee met Ronald Giphart.

Zwagerman «Ik had er niets van willen missen; ik wilde immers ook leven. In die tijd heb ik alle aspecten van het Amsterdam van toen in me opgezogen. Bovendien liet ik me graag afleiden door mijn jonge kinderen. Ik had ook alle tijd, ik kon van de royalty’s leven. Die eerste jaren van het vaderschap waren erg feestelijk.

»Maar er zat ook een kink in de kabel: ik had met ‘Gimmick!’ een coming of age-roman geschreven, met ‘Vals licht’ een klassiek liefdesverhaal afgeleverd en in ‘De buitenvrouw’ een multicultureel Nederland neergezet. Wat nu nog? Ik dacht dat de bron een beetje was opgedroogd. Over die writer’s block heb ik een satire geschreven, ‘Chaos en rumoer’.»

HUMO En toen kwam de backlash: je kon niets meer goed doen in de ogen van pers en publiek. Wie van hoog komt, kan heel diep vallen.

Zwagerman «Ik ben toen héél diep gevallen. Blijkbaar wist ik bij allerlei mensen het allerslechtste los te maken. Ik was daar niet op beducht, omdat het uit het niets kwam en massaal was. Maar ik had geen tijd om daarbij stil te staan, omdat me iets veel ergers overkwam: mijn vader deed een zelfmoordpoging. Dat was veel ingrijpender dan die backlash, die ineens nog maar een verre ruis was. ’t Is door een wonder van een wonder dat hij het heeft overleefd. ‘Dit was niet de bedoeling,’ waren zijn eerste woorden toen hij bijkwam, waarmee hij bedoelde dat het niet de bedoeling was dat hij nog leefde. Ik moest zorgen dat mijn vader weer op de been kwam en dat heeft heel veel tijd en energie gekost; ’98-’99 is een black spot in mijn geheugen.

»Ik was natuurlijk ook boos op mijn vader, omdat hij net twee kleinkinderen gekregen had. Was dat dan niet belangrijk genoeg voor hem om verder te gaan? Maar hij was gewoon heel depressief, hij had nauwelijks nog enige eigenwaarde. Hij was op verzoek van mijn moeder vervroegd met pensioen gegaan en vervolgens vond mijn moeder on second thoughts het idee om gezamenlijk van dat pensioen te genieten met mijn vader ondraaglijk en ging ze scheiden. Mijn vader was in één klap alles ontnomen: zijn werk en zijn vrouw waren weg.

»Zeker drie jaar lang verstijfde ik nog van angst als na tien uur ’s avonds de telefoon ging; ik dacht dat hij het alsnog gedaan had. Maar hij is nu 77 en leeft nog, al is hij graatmager en erg ziek. Maar wonderbaarlijk genoeg heeft hij net nu een enorme levensdrang en vechtlust.»

HUMO Voor mij is je beste boek van dit decennium de dichtbundel ‘Roeshoofd hemelt’, opnieuw on-

Nederlands in zijn barokke maatschappijkritiek.

Zwagerman «Dat beschouw ik als mijn meest geslaagde boek: het meest persoonlijke, literair meest avontuurlijke, meest Amerikaanse ook. Wat ik in literatuur bij anderen hoop aan te treffen, heb ik in dat boek gestopt: de polsslag van de tijd, het vieren van de taal. De ironie wil dat één van mijn minst gelezen boeken naar mijn idee het meest met mezelf verbonden is: ik kruip immers in het hoofd van een suïcidaal iemand, waardoor het ook de verwerking van de zelfmoordpoging van mijn vader is.»

HUMO Welke Amerikaan kies je voor dit decennium?

Zwagerman «David Foster Wallace. Ik vind ’m op zijn orgineelst en levendigst als essayist, als hij stilistisch eigenlijk een stapje terugzet. Hij schrijft met een niets uitsluitende gulheid: over cruises, videogames én de invloed van Melville op een oeuvre. ‘A Supposedly Fun Thing I’ll Never Do Again’: geweldige essayistiek van het soort dat je alleen in Amerika

De Essayist (2004 2013)

HUMO De moord op Theo van Gogh op 2 november 2004 tekent een flink deel van het komende decennium, zowel van het maatschappelijk debat in Nederland als van jouw werk.

Zwagerman «Na die moord kon ik me er niet toe brengen aan fictie te werken. Ik was persoonlijk geraakt: er lag op de Linaeusstraat niet alleen een symbool van de vrije meningsuiting, maar ook iemand die ik heel goed had gekend. Bovendien maakte ik deel uit van de voorgeschiedenis van de moord.

»Mijn allerlaatste Zomergast was Ayaan Hirsi Ali, die per se ‘Submission’ in het programma wilde. Van de vijfkoppige redactie waren er drie voor, twee tegen–ikwasbijdetweedietegen waren. Ik vond niet dat je het podium van ‘Zomergasten’ moest gebruiken voor politiek pamflettisme. Niet lang na de uitzending werd Theo Van Gogh vermoord, met – wat weleens vergeten wordt – in zijn buik een mes gespietst waarop een brief aan Ayaan. Toen was ik natuurlijk buitengewoon onthutst.»

HUMO Die onthutsing leidde tot drie pamfletten. Ben je daar, nu het stof is gaan liggen, nog altijd blij mee?

Zwagerman «Ik kon toen niet anders dan me in het maatschappelijk debat gooien. Ik vond de discussie over het multiculturele Nederland te belangrijk om ze uit handen te geven aan Geert Wilders. Dat werd voor mij prioriteit nummer één. Dus ging ik maatschappelijk geëngageerde stukken in de krant schrijven, waar dan pamfletten als ‘De schaamte voor links’ van kwamen. Ik wilde de vinger op de zere plek leggen, maar het was heel moeilijk om tegen de stroom in te gaan: ik werd ingedeeld bij rechts en de nieuwe conservatieven, terwijl ik probeerde de linkse politiek op te schudden. Dat was ontmoedigend.»

HUMO Had je niet gewoon ook ‘De schaamte voor rechts’ kunnen schrijven?

Zwagerman «Dat deden al genoeg mensen. Bovendien zou ik dan open deuren ingetrapt hebben: natuurlijk schaamde ik me voor het feit dat Wilders zoveel kiezers achter zich wist te scharen. ’t Is veel ingewikkelder om te schrijven waarom voormalig linkse kiezers massaal naar Wilders overstapten. Dat had niet alleen met het multiculturele Nederland te maken, Wilders was een magneet voor een veel grotere onvrede: over de falende bejaardenzorg, het falende onderwijs, de verhuftering van de samenleving.

»Maar na zes intensieve jarenbenikervanheteneopde andere moment mee gestopt. Ik wilde mijn oude gulzigheid terug, mijn schrikbeeld was de nieuwe Bas Heijne te worden en nog alleen maar columnist te zijn – dat kon toch niet de bedoeling zijn. Bovendien droeg het allemaal niet bepaald bij aan mijn levensvreugde. En dus ging ik over kunst schrijven; ik wilde weer oog hebben voor het goede, het schone en het ware. Anderen deelgenoot maken van je enthousiasme is ook veel moeilijker dan een polemiek schrijven.»

HUMO In de daaropvolgende jaren ontdekte je de reddende kracht van de essayistiek.

Zwagerman «Na twintig jaar strandde mijn huwelijk. Dat overkwam me, het was niet mijn keuze. Nu we drie jaar verder zijn en ik – wat ik totaal niet had verwacht – een nieuwe liefde aan mijn zijde heb, kan ik erin berusten. Maar toen verpulverde het mijn bestaansgrond.

»Ik moest mezelf aan de haren het moeras uit trekken en dat heb ik via de essayistiek gedaan, vanuit de overtuiging dat ‘schoonheid de wereld zal redden’. Dat stuk over Annie Leibovitz had ik bijvoorbeeld nooit kunnen schrijven zonder de loutering die ik heb meegemaakt. Net als de jaren ’98 en ’99 zijn ook de jaren ’10 en ’11 een soort blank space in mijn herinnering. Die kunstcolumn hield me op de been, hoewel ik ’m om gezondheidsredenen moest terugschroeven.»

HUMO Je was ook nog eens ziek?

Zwagerman «Alles kwam samen. Ik had geen energie meer, voelde me tekortschieten in mijn gretigheid naar de wereld. Ik begreep niet wat er aan de hand was, was fatalistisch over mijn eigen leven, zag geen perspectief meer. Ik was alleen maar moe, moe en nog eens moe. Ik was geneigd die vermoeidheid toe te schrijven aan de stress van een strandend huwelijk. Ik zocht de schuld bij mezelf en mijn manier van leven: altijd maar schrijven, te hard werken. Daardoor voelde ik me ook tekortschieten als vader. Een heel nare periode.

»Tot ik vorig jaar met Kerstmis een ontstoken oog kreeg. Achteraf heb ik geluk gehad: had ik mij één dag later bij de arts gemeld, dan was ik aan één oog blijvend blind geweest. Toen men ging uitzoeken waar die regenboogvliesontsteking vandaan kwam, was de diagnose: de ziekte van Bechterew, een vorm van ontstekingsreuma. Heel onvoorspelbaar en niet te genezen. Wie een gewone baan heeft, wordt met die ziekte tot veertig procent arbeidsongeschikt verklaard – je raakt immers gauw vermoeid, je kunt gewoon minder. Maar

ik ben zelfstandig ondernemer, dus moet ik het anders inrichten en veel zorgvuldiger leven.»

'Na de zelfmoord van een dierbare overheerst naast onbegrip en woede ook angst'

HUMO Een depressie is voor jou letterlijk levensgevaarlijk, genetisch bepaald als je bent door je vader. Zwagerman «Natuurlijk. Nietzsche heeft gezegd: ‘De gedachte aan zelfmoord heeft me menig zware nacht door geholpen.’ De gedachte dat je er altijd uit kunt stappen helpt voor veel mensen, maar na de zelfmoord van een dierbare overheerst naast onbegrip en woede ook angst – zeker als het een vader betreft. Ik kreeg die angst pas toen ik alle grond onder mijn voeten kwijt was: wat als ik genetisch zou zijn geïnjecteerd door mijn vader? Dat was fors, moet ik zeggen. Maar goed, ik ben blij dat ik er nu weer ben. Naar mijn eigen idee heb ik een tijdlang aan de zijlijn van mijn eigen leven gestaan.»

HUMO Als jouw boek van het decennium kies ik ‘Americana’, opnieuw on-Nederlands in zijn ambitie en zijn aandacht voor zowel hogere als lagere cultuur. Ten derden male een boek dat alleen jij had kunnen schrijven.

Zwagerman «Dat klopt, denk ik. Het is vooralsnog mijn levenswerk. Het idee voor dit boek ontstond al vijftien jaar geleden. Ik heb er jaren aan gewerkt, waarvan het laatste anderhalf jaar veertig uur in de week. De selectie moest streng gebeuren, het moest echt een viering van mijn Amerika worden – met enkel stukken over muzikanten, schrijvers en kunstenaars »De keuze voor mijn favoriete hedendaagse Amerikaan sluit daarbij aan: John Currin. Wat moet je na Jeff Koons en Keith Haring nog doen qua popart? Currin heeft het ouderwetse schilderen door een wasje van de popart gehaald. Hij is heel Europees georiënteerd zonder zijn Amerikaanse roots te verliezen: ’t is Caravaggio meets Warhol, en dat vind ik ongelofelijk goed. Ik blijf ’m volgen, ik blijf op zoek naar het schone, goede en ware.»

Heeft u zelf vragen over zelfdoding?

www.zelfmoord1813.be of bel 1813

Cover 3821 26-11-2013

Dit artikel verscheen in:

HUMO van dinsdag 26 november 2013

Lees alle reportages

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd: