Wat de Groote Oorlog ons bracht: condooms

, door (th)

76
groote oorlog
© lekstock

Rubberen condooms

Mijn grootvader had zo zijn eigen idee over hoe de Eerste Wereldoorlog precies gewonnen werd. Geboren in 1915 had hij er weinig levendige herinneringen aan, maar toen hij tussen de twee wereldoorlogen met het geld van een rijke suikertante voor apotheker studeerde in Leuven, maakte hij voor het eerst kennis met de gelige rondjes die, zo beweerde de prof, ‘het verschil hadden gemaakt tussen overwinning en verlies tijdens de laatste uitputtingsslagen in de loopgraven’.

Mijn grootvader zou ze zelf nooit gebruiken. Hij was hondstrouw en seks was iets voor binnen het huwelijk. Toen de Amerikaanse soldaten in 1917 ontscheepten om zich in de oorlog te mengen, kregen zij eenzelfde vermaning mee van hun president. ‘Of er geen condooms in het basispakket moesten zitten?’ had de legerleiding bij de president gepolst. Woodrow Wilson huiverde bij het idee. ‘Een soldaat moet even niet aan seks denken,’ luidde het antwoord. En wie zich echt niet kon inhouden, moest zich na de daad maar eens flink rectaal wassen met ontsmettende zeep. Die zat wel in het noodrantsoen.

De soldaten hadden er geen idee van welke waanzin hun aan de overkant van de oceaan te wachten stond. De loopgraven waren een hel van modder, rondvliegende kogels, ratten, luizen en onbegraven lijken. En achter het front lag Parijs, destijds het grootste bordeel op aarde. Van onthouding kwam dus maar weinig in huis. Van hygiëne nog minder, trouwens. Het resultaat: ziekenboegen vol mannen met geslachtsziekten, syfilis op kop. Per dag vroegen zo’n 18.000 Amerikaanse soldaten ziekteverlof aan, omdat ze geveld waren door syfilis. Eén vierde van alle mannen bleek besmet. Niet zozeer het hevige geschut, maar wel de wild om zich heen schietende jonge Amerikanen en hun seksuele aandoeningen dreigden de oorlog te beslissen.

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd: