David Byrne over zijn boek 'Hoe muziek werkt': 'Muziek heeft me uit m'n isolement gehaald'

, door (ss)

19
David Byrne

Onze koffie wordt geserveerd met proustiaanse madeleines die hopelijk Byrnes geheugen stimuleren. Ik at één keer eerder iets in gezelschap van Byrne, toen ik ’m midden jaren 80 interviewde in New York, ’s nachts in een opnamestudio in een wolkenkrabber. Byrne en z’n toenmalige Japanse vrouw lieten sushi aanrukken. In België was sushi toen nog onbekend, en ik herinner me precies de gelaatsuitdrukking van beiden toen ik enthousiast pratend een hele homp wasabi naar binnen werkte. En het feit dat ze me niet tegenhielden.

Wie vindt dat ik te vaak en op ongewone plaatsen (lacht) vermeld, moet weten dat Byrne vaak en op ongewone plaatsen lacht – en nog vaker níét lacht op momenten die ik grappig vind.

HUMO De meeste muziek is één van twee dingen: ofwel is ze ernstig, zwaarwichtig en analytisch, en appelleert ze vooral aan het hoofd, ofwel is ze in de eerste plaats ritmisch, emotioneel en instinctief, en mikt ze vooral op het hart en de benen. In de popmuziek ben jij een uitzondering: je hebt vaak intellectuele dansmuziek gemaakt, en nog vaker instinctieve pop met een filosofische ondertoon.

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd: