'Liefde bij wijze van spreken': Yves Petry

, door (bv)

58
yves petry
© Thomas Sweertvaegher

Terwijl ik bij Yves Petry aanklop – de bel doet het niet – vermengen heftige scènes uit zijn nieuwe roman zich met beelden van mijn laatste ontmoeting met de schrijver, ruim tien jaar geleden. Het Boekenbal in het Museum voor Schone Kunsten in Antwerpen ging de nacht in, toen de verhitte schrijver me kwam verwijten zijn tweede roman, ‘Gods eigen muziek’, in Humo moedwillig over het hoofd te zien. Even verhit vergastte ik ’m op mijn vaste repliek op dat soort klacht: ‘Wees blij dat ik niet geschreven heb wat ik van je boek vond.’ Oververhit gooide Petry zijn zo goed als lege pint tegen de grond en hij vloog me aan. Een door het rinkelende glas gealarmeerde security-kleerkast kwam toegesneld en begeleidde de schrijver naar de uitgang. De rest van de nacht sprak ik onrustig een keur aan geletterden aan over de radicalisering van schrijvers.

Yves Petry «Ik kan me mijn frustratie van toen nog herinneren. Ik begrijp ze ook nog altijd, al heb ik ze natuurlijk op ongepaste wijze geuit. Mijn excuses daarvoor, alsnog. Wat toen op het Boekenbal gespeeld heeft, is vergelijkbaar met de dramatische laatste ontmoeting tussen Jasper en Alex in ‘Liefde bij wijze van spreken’. De wrok is soort-gelijk: de één ziet in de ander de bron van al zijn leed, van al zijn frustratie. Dat kun je soms dus hebben: dat je er één iemand uitpikt als bron van alle kwaad – en toen was jij dat voor mij. Ik wilde in het toonaangevende Humo staan, maar ik had het gevoel dat ik totaal genegeerd werd. Bovendien viel andere schrijvers wél aandacht ten deel, in mijn ogen vreselijk onterecht: waarom zij wel en ik niet?»

HUMO Je boeken zijn mettertijd publieksvriendelijker geworden. Ben jij vandaag mensvriendelijker?

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd: