Voor immer afgehaakt: het einde van de telefooncel

© Jele Vermeersch

, door (jh)

176

In januari bel ik met Dieter Caron (38) van de West-Vlaamse firma Petillion. Dieter is de doodgraver: in de afgelopen twee jaar heeft zijn hijskraan zo’n duizend cellen uit de grond getild. Onze eerste afspraak is aan de kerk van Sint-Joris Alken. De cel is zo’n kloeke aluminium kast van minstens dertig jaar oud die de postbus en de bushalte gezelschap hield. ‘Vandaag gaat ze weg,’ zeg ik tegen de drie omstanders. Het klinkt onbedoeld opgetogen vanwege de buitenstaander die nieuws kan brengen in Sint-Joris Alken. Niemand is rouwig. ‘Het kan niet anders, hè, meneer, iedereen heeft een telefoon op zak.’ Dieter zit in z’n vrachtwagen fel te telefoneren, en zegt dat de cel vandaag níét weggaat. Normaal moet vooraf de stroom afgesloten zijn, en dat is niet gebeurd: ‘Dat is al de achtste keer dat ik hier kom, en nog staat er stroom op.’ Ooit heeft hij zo’n niet-afgesloten voedingskabel doorgeknipt. Een knal, een steekvlam en gelukkig geen brandwonden, ‘maar de halve parochie wel in het donker’.

We rijden naar de volgende locatie. Op zijn laadbak staat één afgebroken cel. Het is Jacques Tati, zo’n belkast die levenslang stokstijf heeft gestaan en die nu met zekere snelheid door het landschap reist.

Wellen was ooit een dorp waar bokkenrijders op de brandstapel zijn gezet, en recent is het naar de 21ste eeuw geheveld met hoekig steendesign en blinkende spiralen die fietsenstallingen moeten uitbeelden. De telefooncel is een pijnlijke verrassing, ze staat gebukt onder de stellingen van een bouwwerf. Dieter vraagt voorzichtig hoelang de arbeiders denken dat de stellage zal blijven staan. Nog minstens een jaar, is het antwoord. Hallokes, de laatste Belgische cel moet over vier maanden al weg zijn.

Vroeger ging een prospecteur de afbreeklocaties vooraf bekijken, ‘maar om personeel te besparen zijn ze op Google Streetview overgeschakeld, en dan krijg je dit natuurlijk’. De Google-prospectie van de aannemer is niet altijd betrouwbaar, maar de adressenadministratie van Belgacom is dat evenmin. In de eerste maanden arriveerde Dieter ‘op tientallen plaatsen waar de cellen al jaren geleden waren weggehaald’.

'Wat krijgen we in de plaats? Er gaat alleen maar publieke dienstverlening weg, en op de duur is iedereen op zichzelf aangewezen'

Bakbeest

Het is januari en dan kan het koud zijn naast het station van Herentals. Kille bloembakken en fietsers die de sjaal steviger voor de mond wikkelen. De cel is een zogenaamd spiegelei-model: een design uit 1994, met zo’n gele dooier op het dak. België had toen 15.000 cellen en Belgacom wilde naar de 20.000. Zes jaar later brak de gsm door.

Ik blijf niet buiten op Dieter wachten. In de wachtzaal zijn er nog gietijzeren radiatoren, je kunt erop zitten en je achterste warmen. Ik ken dit station nog van in 1978. In het nabije ziekenhuis lag m’n grootvader op sterven, en met de trein kwam ik hier toe om een nacht bij hem te waken. Het perron ligt er onaangeroerd, alsof 37 jaren ongemerkt voorbij zijn kunnen gaan.

Dieter arriveert uit Leuven. Daar wilde de cel niet uit de grond en heeft-ie het ding aan stukken moeten trekken. Hier gaan de kettinghaken vlot op de cel, een korte snok van de hijskraan en de betonnen voet komt meteen los uit de stoep. In de broodjeszaak volgt een koppel vijftigers de werkzaamheden. De vrouw zegt dat de cel ‘nog frequent werd gebruikt’ en uit haar portefeuille haalt ze een Belgacom Telecard van 5 euro. Ze heeft een gsm, ‘maar als mijn batterij plat is, kan ik met die kaart in een kotje bellen’.

Dieter kreeg nabij een Oost-Vlaams station ook een telecard te zien: ‘Die man vroeg zijn geld terug. Hij was ze twee dagen eerder gaan kopen en ineens zag hij de laatste cel van zijn gemeente de lucht ingaan.’ Hij denkt dat er nog altijd telecards worden verkocht ‘alsof er nog overal cellen staan’. Enige navraag leert dat sommige verkooppunten al een half tot twee jaar gestopt zijn met telecards. De kaarten raakten niet verkocht en hadden een vervaldatum. Eén uitbaatster had haar telecards kort voor de vervaldatum ‘weggegeven aan een zwerver’. Een andere gaf wel degelijk toe dat hij ze tot eind 2014 had verkocht, in een stad waar hij zelf geen enkele cel wist staan.

Dit artikel volledig gratis lezen?

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd: