Herman Brusselmans: 'Ophangen'

, door (hb)

12
Herman Brusselmans: 'Ophangen'

Ik sauteerde een biefstuk in een amalgaam van gedroogde amandelen, en ondertussen maakte ik een salade van bruin bier, afgedraaide olie, een oude komkommer, en twee kilo door de mangel gehaalde pastinaak. Daarna gooide ik de hele puinzooi in de vuilnisbak, want ik kan helemaal niet koken. Welneen, ik heb zoveel talent om te koken als Evi Hansen om haar eigen anus te likken.

Ik had het er laatst nog over met één van m’n beste collega’s, Dimitri Verhulst. ‘Dimi, kan jij een lekkere maaltijd uit je poten toveren?’ vroeg ik hem. In plaats van te antwoorden op deze eenvoudige vraag barstte den Dimi in huilen uit. ‘Wat zullen we nou krijgen?’ vroeg ik. ‘Is je kat dood? Is je nonkel in de Leie gesukkeld met z’n rolstoel? Heeft je vriendin een geheime relatie met Saskia De Coster?’ Den Dimi probeerde z’n tranen te drogen met een zakdoek die er redelijk vies uitzag moet ik eerlijk zeggen. Welke substanties zich allemaal in het oppervlak van die zakdoek hadden vastgekleefd, ik mag er niet aan peinzen.

Nasnikkend zei den Dimi: ‘M’n carrière is naar de kloten, Herman. Niemand koopt m’n boeken nog. Van m’n laatste, ‘Kaddisj voor een kut’, zijn er slechts 4.817 over de toonbank gegaan.’ ‘Troost je, Dimi,’ zei ik, ‘van mijn laatste, ‘Poppy en Eddie en Manon’, zijn er ook maar 12.905 verkocht. Het is een schande dat uitgerekend onze boeken totale flops zijn. En die dikkerd van een Griet Op de Beeck verkoopt zomaar eventjes 350.000 exemplaren van haar twee flutromans. Ik denk dat het ligt aan haar grote borsten. Alle lesbo’s van Vlaanderen en Nederland willen aan die memmen lurken en ze beginnen alvast met het kopen van een boek van Griet Op de Beeck. Je mag niet vergeten, Dimi, dat er inmiddels ongelooflijk veel lesbo’s rondlopen. Dat zijn mokkels die de mannen beu zijn, omdat de mannen van tegenwoordig niks voorstellen. Kijk naar ons. Wat zijn wij voor mannen? Oude knarren, met een belachelijk kapsel, gekleed om op te schieten, en de erotische uitstraling van een Leuvense stoof die niet brandt. We zouden ons beter gaan ophangen, niet alleen jij en ik, maar ook alle andere Vlaamse mannelijke schrijvers, inclusief de jongere generatie. Neem nu Christophe Van Gerrewey. Die wil de Vlaamse literatuur op haar kop zetten en het enige wat hij daarmee bereikt is dat iedereen hem uitlacht, hem een onnozelaar vindt, en er zeker van is dat Christophe Van Gerrewey nooit al was het maar een halve rimpeling zal veroorzaken in het wateroppervlak der Vlaamse letteren, als je begrijpt wat ik bedoel. Als je eens moet gaan kakken, Dimi, doe gerust, want aan je gezicht te zien is het nogal dringend.’ ‘Dat klopt, Herman,’ zei hij, en hij repte zich naar het toilet in café De Geamputeerde Tiet, dat wordt uitgebaat door een oncoloog die z’n werk in het ziekenhuis niet meer aankon en een carrièrewending probeert, hoewel er in z’n kroeg praktisch nooit iemand zit. Heel veel mensen zitten in de rats tegenwoordig. Ze weten niet wat aan te vangen met hun leven, zijn ontevreden over zichzelf en alle anderen, vinden de wereld louter een oord van ellende en miserie, en waarom ze zich niet gaan ophangen, het is mij een raadsel. Den Dimi kwam terug van het kakken. ‘Herman,’ zei hij, ‘ik ga naar huis en ik kruip in m’n bed. In wakende toestand kan ik het allemaal niet meer aan.’ ‘Doe gerust, Dimi,’ zei ik, ‘en tot een volgende keer.’ Met gebogen hoofd verliet hij de knijp, en toen zat ik daar alleen met de ex-oncoloog, en ik vroeg aan hem: ‘Kan jij koken, Vic?’ Hij krabde in z’n borsthaar, tuitte z’n lippen en zei: ‘Jazeker, ik kan een schitterende stoofschotel maken, met konijnenbouten, spek, wortelen, aardappelen…’ ‘Ja ja, ’t is al goed,’ onderbrak ik hem. Met z’n konijnenbouten. Zo meteen een konijnenbout in z’n vette reet. Vervolgens kwam er een redelijk mooi meisje binnen. Of ze kon koken interesseerde me niet, wel vroeg ik aan haar om bij mij te komen zitten. Dat deed ze. Ze bleek Suzanne te heten, was driekwart van Nederlandse afkomst, en toen ik haar vroeg of ze ooit een boek van Dimitri Verhulst had gelezen, zei ze: ‘Nee, ik lees alleen boeken van Griet Op de Beeck.’ Dus die troela kon zich voor mijn part gaan ophangen. Nochtans had ik graag eens op haar clitoris gesabbeld, maar ja, je kan beter op geen enkele clitoris sabbelen dan op die van een dwaas wijf. Ik verliet het café, en op weg naar huis dacht ik: hoe zit het met dat ophangen? Zal ik me straks ophangen of niet? Ik besloot van niet en probeerde alsnog een ei te bakken. Dat mislukte.

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd:

De Persgroep Publishing heeft haar Privacy– en cookieverklaring aangepast.
Wij gebruiken jouw persoonsgegevens vanaf nu ook om de Diensten van MEDIALAAN Groep/De Persgroep Publishing te optimaliseren en deze waarvoor jij kiest te personaliseren.
Door op “verdergaan” te klikken of door verder te surfen, erken je deze aangepaste Privacy– en cookieverklaring gelezen te hebben.

Verdergaan