WK Wielrennen: Carlo Bomans, bondscoach in de bres
'Het nationale gevoel bij renners is véél groter dan gedacht wordt'

, door (svb)

Deel
carlo bomans
© Jelle Vermeersch

'Als je met Gilbert, Boonen en Van Avermaet aan de start verschijnt, mag je best wel ambitie hebben.'

Eind maart 1984. Een renner van 18 staat moederziel alleen in de gietende regen te huilen langs de kant van de weg, ergens tussen Parijs en Troyes. Hij heeft een lekke band en alle volgwagens zijn hem voorbijgereden. Zelfs zijn ploegleider, de bondscoach van de Belgische beloften, heeft hem niet zien staan. Die heeft alleen oog voor de winnaar van die dag, een Belg van bijna 20 die barst van het talent.

Dik tien jaar later vertelt de renner die uiteindelijk moest liften om tot in Troyes te raken, zijn verhaal aan de renner die de wedstrijd won. ‘Was jij daar ook?’ vraagt die. ‘Ik kan me dat niet eens herinneren.’ De rollen zijn in 1994 omgekeerd. De onzichtbare jongen die huilde, heet Johan Museeuw en is kopman en kampioen bij Mapei-GB, de held van toen is zijn trouwe knecht Carlo Bomans. Na een reeks zware valpartijen en blessures was zijn winnaarsinstinct aangevreten door angst en twijfel, dus werd hij een dienaar in de schaduw. En dat zou hij blijven, ook in zijn tweede carrière als bondscoach.

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd: