De daders van Charlie Hebdo gijzelden op hun vlucht de eigenaar van een drukkerij. 'Ik had me al neergelegd bij mijn dood'

, door (jh)

7
catalano

Dit artikel verscheen eerder op 29 december 2015

'Duizenden agenten hadden naar die twee gezocht. En plots stonden ze voor mij.' Michel Catalano, de baas van de drukkerij

Twee weken na die fatale negende januari sta ik voor drukkerij CTD. Ik zie dranghekken, politielinten, schijnwerpers en dreunende generatoren die stroom leveren. De ingang is een voorlopig staketsel, de ramen zijn vervangen door wapperend plastic: bij de inval van de GIGN (Groupe d’Intervention de la Gendarmerie Nationale, red.) zijn granaten gebruikt. Vensters, meubilair en machines zijn onherstelbaar beschadigd. Als Michel Catalano en Lilian Lepère om vijf uur hun werkplek verlaten, wil ik me voorstellen. Ik heb hen gemaild en een brief gestuurd en ik wil ze persoonlijk vragen of een interview mogelijk is. Van de security moet ik bij m’n auto blijven en vanop afstand roepen wat m’n bedoeling is. Lepère schudt nee, Catalano komt zeggen dat hij ooit wel wil spreken, maar dat hij er nog niet klaar voor is. Zijn drukkerij ziet eruit ‘alsof het oorlog is geweest’, en zondag zal hij president François Hollande ontmoeten en hopelijk over financiële tegemoetkomingen kunnen spreken: z’n verzekering doet moeilijk over die terreurschade.
Ik zeg dat een vriend van me gegijzeld is geweest in Somalië, en dat ik al vaak over ‘overlevers’ heb geschreven. Catalano wil dit al wel vertellen: ‘Ik was extreem kalm. Ik sta er nog altijd versteld van hoe koelbloedig ik was. Duizenden agenten hadden naar die twee gezocht. En nu stonden ze voor mij. En ik was niet bang. Ik beefde niet. Ik stotterde niet. Ik was in staat om rustig en weloverwogen te spreken.’

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd: