Opkomst en ondergang van Ten Bel,
het Belgische vakantiepark op Tenerife (deel 2)

, door (tp)

Deel

Ten Bel, zo kan men met recht en reden stellen, scoorde slecht op élk van de risicofactoren*. Maar de grootste bedreiging van allemaal kwam van binnenuit.

Drieëndertig jaar. Zo lang is het alweer geleden dat Anny Wille en haar partner Jean voor het eerst voet op Tinerfeñische bodem zetten, voor een tiendaagse vakantie in een verkaveling op de rand van Ten Bel. Anny: ‘Jean had altijd last van hevige reumatiek, maar na een paar dagen in Tenerife verdween de pijn volledig.’ En dus bleven ze er terugkomen, jaar na jaar, tot ze zich definitief settelden. Anny is een bevoorrechte getuige van de minder fraaie episodes van de Ten Bel-geschiedenis. Ze schenkt twee glazen cava en knikt instemmend als ik haar vertel wat ik gezien heb op de Plaza Jhon Huygen, ooit het kloppende hart van Ten Bel, nu een haveloos plein waar zelfs het plaveisel is aangevreten door betonrot.

Anny Wille «Vroeger was het plaza groen en weelderig: elke dag waren er hoveniers aan het werk. Den Bel was magnifiek, heel anders dan nu: het brúíste dat het een naam had. Als we uitgingen, waren we altijd in ’t lang gekleed. Tegenwoordig vieren de mensen zelfs nieuwjaar op hun slippers. (Schokschouderend) Dat heeft zeker te maken met die nieuwe hotels en hun all-informule. Destijds kwam hier de betere klasse, nu trekken we volk dat wil uitgaan in Playa de las Américas. Stiepelzat worden: dat is het enige wat hen interesseert.»

Dit artikel volledig gratis lezen?

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd: