Humo's Rock Rally 2016: Onze Man bij de halve finales in Antwerpen en Gent

, door (jub)

1
rock rally 1200
© CPU - Joost Van Hoey

Humo's Rock Rally Feest op 9 april in de AB!

Trix, Antwerpen 

Vrijdag 4 maart 2016

Bekijk het sfeerverslag van de halve finale in Antwerpen

The Insect Soldiers Of The Sky

Er waren juryleden die in Antwerpen vaststelden dat ze The Insect Soldiers Of The Sky al vaker in Humo’s Rock Rally aan het werk hadden gezien dan Rammstein en Metallica op Rock Werchter. Het was hun derde deelname, en net als twee jaar geleden eindigt het voor The Soldiers in de halve finale. Wederom zat er vooruitgang in, zeker weten, maar niet genoeg om écht warm van te worden. Dat zij als slotsong ‘Hoth Princess’ bovenhaalden, ‘een oudje’ dat sommigen zich nog herinnerden van vorige pogingen, was een veeg teken, wat zij met ‘Hotline Bling’ van Drake deden, wees op een gebrek aan inspiratie en/of werklust. Een vierde deelname zou een record zijn, heren. Aan u de keuze. En ook wel een beetje aan ons, natuurlijk.

Whispering Sons

Geen groep die in de dikke maand die de preselecties van de halve finales scheidde zoveel vooruitgang had geboekt als Whispering Sons. Waar zij in Hamont-Achel nog verschenen waren als een oerdegelijke oefening in het genre dat Sisters Of Mercy heet, klonken zij in Antwerpen plots alsof zíj en niet The Sisters dat genre hadden uitgevonden. Van begin tot einde spatte het zelfvertrouwen er op het grote Trix-podium vanaf. Een eerste song die ‘Break On Through’ heette, en eigenlijk van The Doors was, maar die de Whispering Sons ook weer zodanig naar hun hand zetten dat de gedachte aan die fantastische groep nooit in de weg zat. Een mager, klein, blond zangeresje zijn, en de eerste anderhalve minuut enkel begeleid door een spaarzame basgitaar Jim Morrison doen vergeten in zijn eigen song: dat had ik – mij vergissen is onmogelijk – nooit eerder gezien of gehoord. Whispering Sons bracht daarna nog twee eigen composities, waaronder één nieuwe, wat hun totaal aan songs die er mogen wezen op vijf brengt. Met het oog op 10 april heet dat: een ernstig keuzeprobleem.

Billie Rodney

Bie Van Landeghem, indrukwekkende frontvrouwe van Billie Rodney, was ergens tussen preselectie en halve finale van brunette in blondine veranderd, maar verder was er nauwelijks iets nieuws onder de zon. De cover van ‘Say You’ll Be There’ van de Spice Girls was eerder geinig dan goed, en wij hadden de indruk dat Bie haar podiumact iets ingetogener hield, maar voor het overige bleef de kracht van Billie Rodney schuilen in de uitstekende stem van de zangeres. Het soort stem waarmee ze het telefoonboek kan aframmelen, en je nog zult zeggen: die heeft tenminste iets te vertellen. De groep in haar rug bleef net als in de preselectie steken in het niemandsland tussen mossel en vis, maar met ‘Friend of Mine’ hadden ze wel één song die sterk genoeg was om dat door de vingers te zien. Billie Rodney: finalist nummer twee uit Antwerpen.

Tin Fingers

Tin Fingers was beter dan in de preselecties, maar dat bleek niet voldoende te zijn om aanspraak te maken op een vervolg in dit concours. Ze rammelden minder, klonken professioneler, maar desondanks bleek het podium van Trix ruim anderhalve maat te groot te zijn. Ze maakten van het vreselijke ‘Blue (Da Ba Dee)’ van het Italiaanse onehitwonder Eiffel 65 iets waarvan je zowaar niet spontaan de stuipen kreeg, maar of dat nu zo toejuichenswaardig was, is nog maar de vraag. Een ander liedje kiezen, had ook gekund, bijvoorbeeld. Eén der nieuw toegevoegde juryleden had de indruk dat hij naar een plan in plaats van naar een groep had staan kijken, en daarin kon ik hem wel volgen. Tin Fingers klonk te slim. En daardoor: te saai.

Rewind Productions

In het zog van Whispering Sons had ook Rewind Productions in erg korte tijd een forse sprong voorwaarts gemaakt. De afmetingen van het grote podium waren de drie jonge rappers uit Leuven op het lijf geschreven en in de drie songs die zij mochten brengen, presenteerden zij ons twee tot in de puntjes verzorgde choreografieën. Niet dat wij daar in de rock-’n-roll – waar hiphop toch een deelgemeente van uitmaakt – altijd even hartstochtelijk behoefte aan hebben, maar hier mocht het. Ze openden met ‘Without Me’ van Eminem (waar ze ‘Without Us’ van hadden gemaakt), lasten tussen song één en twee naadloos een zeer onderhoudende battle in, en schotelden ons als afsluiter een misschien net iets te gezwollen theaterstukje voor waarin elke mc wederom afzonderlijk in de volgspot zijn ding mocht komen doen. Omdat het maar een kwartier mocht duren, was het net een tikje teveel van het goede, maar waar Rewind Productions een uur mag aantreden, staan wij wellicht het hardst te roepen om meer.

Equal Idiots

Equal Idiots dankt zijn finaleplaats aan de prestatie in de preselectie. Wat het duo in de halve finale liet zien, stelde teleurstellend weinig voor. Lag het aan de moordende concurrentie van die avond? Aan het feit dat ze er met hun hoofd niet helemaal bij leken te zijn? Aan de afmetingen van de zaal? Aan die fotokopiecover van ‘Don’t Talk to Me’ van GG Allin, toch al geen man die in de geschiedenisboeken zal herinnerd worden vanwege zijn overgetelijke composities? Of aan ‘Money Man Rides’, hun nieuwe opener die weinig meer was dan een vertraagde versie van ‘Smells Like Teen Spirit’, en waarin duidelijk werd dat Equal Ediots, als het tempo omlaaggaat, ineens geen moordend tweespan meer is? Hopelijk krijgen we in de AB wat antwoorden. Ons gewoon opnieuw van de sokken blazen is ook toegestaan.

Kasablanka

Lesley Torquet, zo was ik in tussentijd te weten gekomen, is tevens actief als bassist in het fijne groepje Polaroid Fiction, waarin hij opvallend weerbarstiger uit de hoek komt dan als frontman van Kasablanka. Allemaal toegestaan, en al helemaal als hij er van de weeromstuit heerlijke popsongs als ‘Windowshaker’ van gaat schrijven. Een hit, daar was nu ook de helft van de nieuwe juryleden van overtuigd. De andere helft had Duran Duran en Simple Minds gehoord, en bleek niet zo tuk te zijn op Duran Duran en Simple Minds. ‘Sierra’ was een song van twaalf en een half in een dozijn die zij in de preselectie niet speelden, en ‘Everything Is Everything’ van Phoenix geen cover om uitvoerig over naar huis te schrijven. Desondanks: finale!

The Pink Syrups

Daar zij in de preselectie al een cover hadden gespeeld, konden The Pink Syrups in Antwerpen hun act gewoon nog eens overdoen, en dat gebeurde ook. Een goeie cover: ‘I’m Five Years Ahead of My Time’, nog steeds van The Third Bardo. Net als minder dan drie weken geleden, toen ook al in Antwerpen, sloten The Syrups ermee af, en ook met de rest van de volgorde werd niet gerommeld. Allemaal zaken die ertoe bijdroegen dat Benito al snel kampte met een knoert van een déjà vu, dat al even snel plaatsmaakte voor de vaststelling dat Pink Syrups naast die cover vooral veel bric-à-brac als songs vermommen, en daarmee met elke volgende keer dat je ze ziet net iets minder goed wegkomen. Tot dusver toch. En niet verder, in 2016.

Garbage Dreams

Als de waarheid alle mogelijke fictie overklast, hoef je als presentator niets te verzinnen om een groep aan te kondigen, en dus presenteerde Luc Janssen de voorlaatste groep van de avond met de woorden: ‘Vanmiddag om vier uur nog onder totale narcose en nu op Humo’s Rock Rally: uw applaus voor Garbage Dreams!’ Kleine nuance evenwel: niet het volledige Garbage Dreams had enkele uren eerder een spoedoperatie ondergaan, wel de gitarist, wiens nierstenen er in Trix niet meer bij waren. Het moet gezegd dat hij er opvallend minder rooskleurig bijstond dan enkele weken geleden in Hamont, en ook zijn spel leek iets minder door de mix te snijden, maar desondanks namens de voltallige jury, Benito en al Benito’s Facebookvrienden: een even staande als daverende ovatie. Garbage Dreams in zijn geheel overleefde de transformatie naar het grotere podium niet zonder kleerscheuren. De stem van de zanger bleek uitvergroot wat licht uit te vallen, hun songs moesten het bij nader inzien voornamelijk hebben van effectpedalenbejag, en ‘Sexy Boy’ van Air kreeg een redelijk irritante uitvoering mee. De raad van Dr. Benito: twee weken platte rust en dan weer aan de arbeid. Voor je het weet is het 2018.

Shun Club

Het leven is hard en Humo’s Rock Rally nog veel harder: hadden er elf groepen naar de finale gemogen, dan was Shun Club erbij geweest. Was Shun Club in Antwerpen wat dwingender, overtuigender, met meer vuur en dadendrang en met net dat tikje straffere songs en een inventievere of meer opwindende cover van Becks ‘Modern Guilt’ voor de dag gekomen, dan wellicht ook. Shun Club was leuk, maar wie al naar huis was, had niet echt iets gemist.

Vooruit, Gent

Zondag 6 maart 2016

Bekijk het sfeerverslag van de halve finale in Gent

Watchoutforthegiants

In tegenstelling tot de trage opbouw die zij in Opwijk hadden gehanteerd, probeerde Watchoutforthegiants in Gent with a bang te beginnen. Ze gooiden ons ‘Somebody to Love’ voor de voeten maar vergaten er de lijzig slepende toets aan toe te voegen die de versie van Jefferson Airplane zo sexy maakt, waardoor er niet veel meer dan een behoorlijk doordeweekse rocksong met een paar interessante breaks overbleef. Ze leken zich zelf ook niet helemaal op hun gemak te voelen in die cover, iets wat oversloeg op de eigen songs, waarin het zelfvertrouwen dat zij in de preselecties nog hadden tentoongespreid ineens op een toneeltje ging lijken. Het was alsof Benito hun zanger al halverwege de tweede song zag denken: straks bij het slotcouplet mag ik niet vergeten kwaad te worden. De jury vroeg zich af of het een geval van zelfoverschatting was, of gewoon gebrek aan ervaring.

dirk.

De groep dirk. had indruk gemaakt in de preselectie en deed dat ook in de halve finale, al begint die kleine beginletter en die punt achter hun groepsnaam Benito en Benito’s tekstverwerker wel stevig op de zenuwen te werken. Maar de finale van Humo’s Rock Rally haal je gelukkig niet op papier. Vriend dirk. speelde een cover van ‘The Hours’ van Beach House, maar de eigen songs waren beter. Niet dat die cover slecht was, maar… de eigen songs waren beter. Dat zij hun minst goeie song, ‘Bom’, in Gent achterwege lieten, wijst er bovendien op dat zij zelf weten waar het nóg beter kan. In Brussel bijvoorbeeld, op 10 april.

Spit Fox

Spit Fox speelde drie andere songs dan in de preselectie, waaronder ‘Girl, You’ll Be a Woman Soon’ van Neil Diamond, met stip de slechtste cover van de avond. Ik hoorde in een interviewtje dat ze het van de soundtrack van ‘Pulp Fiction’ gehaald hadden, dus het moest blijkbaar de versie van Urge Overkill voorstellen, maar ook daar had het weinig mee te maken. Misschien ware het voor alle partijen beter geweest als Spit Fox zich ziek had gemeld, want voorwaar: zo klonken ze. De overrompelende hogesnelheidstrein die wij in Brugge aan het werk hadden gezien, was veranderd in een rammelende huifkar die werd voortgetrokken door een kreupele hengst, en dat was verdomd jammer.

Milpool

Milpool koos verrassend voor het prachtige ‘I Guess the Lord Must Be in New York City’ van Harry Nilsson, haalde er de honkytonktokkel uit, schroefde het tempo wat op et voilà: een song die hen op het lijf geschreven was. Klasse schuilt vaak in details, en in de juiste keuzes maken. Milpool hernam dan ook zijn beste song, ‘Dogs’, liet met het nieuwe ‘Faults’ horen nog meer in de mouw te hebben zitten en toonde aan dat goeie groepen als de omstandigheden tegen zitten – de breed uitwaaierende sound van Milpool was niet echt gebaat bij de natuurlijke galm van De Vooruit – gewoon een tandje bijsteken. Op naar de finale!

The Depressive Mammoths

Al tijdens de soundcheck liep er van alles mis bij The Depressive Mammoths, en ook wat erop volgde kon bezwaarlijk succesvol genoemd worden. De stemvervormer van frontman Davy Vercaigne draaide maar op halve krachten, en ook The Depressive Mammoths zelf leken er niet helemaal bij te zijn. Waar zij het in de preselectie in Brugge al niet van supergesmeerd samenspel moesten hebben, leek in Gent iedereen op een andere planeet te spelen. Vercaigne plaatste er met enige regelmaat een soort vreugdesprongetje bij, maar slaagde erin om telkens net naast de maat neer te komen. Als er van een maat al sprake kon zijn, uiteraard. Zelfs hun cover, ‘Mirror Kissers’ van The Cribs, in Brugge het beste wat zij te bieden hadden, viel in De Vooruit dubbel en dik tegen. Volgende!

Portland

Verdeeldheid alom over Portland bij de intussen uit zes meningen opgetrokken jury. De één had één van de mooiste stemmen uit de Rock Rally gehoord, de ander prachtige samenzang en subtiel ingekleurde songs, nog een ander vond al hun songs te lang, had niets gehoord wat echt raakte en had de indruk dat alles wat Portland deed slechts tot doel had het zo snel mogelijk tot rockster te schoppen. De twee die wisten wie Connan Mockasin was ten slotte, en van ‘I’m the Man, That Will Find You’ het origineel al hadden gehoord, vonden de versie van Portland niet slecht, maar die van de maker beter. Uitkomst van dat alles was dat we aan het lijstje met finalisten toch weer een naam konden toevoegen.

FrØwst

En meteen nog eentje: FrØwst. Slechts één song speelden ze die ze in de preselectie in de Zwerver ook hadden gespeeld: ‘Sober’, meteen ook hun beste. Dat heet zelfkennis. Het nieuwe ‘Laura’, niet aanwezig in Leffinge en ook niet op hun demo terug te vinden, was beter dan wat het kwam vervangen. Dat heet vooruitgang. Behalve de zanger, die zich op het podium van De Vooruit geweldig in zijn sas leek te voelen, stond iedereen er bij FrØwst wat onzeker en overgeconcentreerd bij. Dat heet: er nog niet zijn. En hun cover, ‘La Isla Bonita’ van Madonna, zat hun verre van gegoten. Dat is: niet erg. Gewoon nooit meer doen. Tot binnenkort.

Soul’Art

Soul’Art deed iets aardigs met ‘Koning liefde’ van Tourist LeMC, maar viel vervolgens een paar gewichtsklassen te licht uit om ook maar enigszins aanspraak te kunnen maken op een plaats in de finale. Helemaal als je ze ging vergelijken met wat Rewind Productions twee dagen eerder in Antwerpen aan hiphop had gebracht. Ze sloften doelloos over het podium heen en weer en hun rhymes leken zich bij dat gebrek aan richting aan te sluiten. Het miste vuur en urgentie, en ook al konden ze allemaal rappen, in Gent leek het er sterk op dat ze dat nu ook weer niet zo heel graag deden.

Delta Crash

Delta Crash was de enige groep in de halve finales – en bij uitbreiding misschien wel van de hele Rock Rally – die zonder pardon Brits wilde klinken en daar zonder zich belachelijk te maken mee weg kwam. Ze begonnen met hun beste song, ‘Fetch the Echoes’, en omdat Delta Crash in het samenspel een behoorlijk geoliede machine is, waren zij al bijna bij hun slotakoord aanbeland toen Benito pas in de smiezen begon te krijgen dat het op compositorisch gebied misschien toch wel wat meer mocht zijn. En toch had Delta Crash in twee keer vijftien minuten genoeg laten zien om alvast één etappe verder te staan dan twee jaar geleden, toen het in de halve finale strandde.

Mellow

Van wat Mellow in Gent deed, is Benito boos geworden. In Brugge op de preselectie was Bregt Vanneuville in zijn eentje het podium opgekropen, en had hij, gebruik makend van loops, zijn songs gepresenteerd als ietwat onderkoelde soundtracks die niet hadden misstaan bij iets ‘Miami Vice’-achtigs uit de jaren 80. In De Vooruit had hij een rockgroep om zich heen verzameld en een leren jekker aangetrokken: het zag er cooler uit, maar zijn muziek leek nergens meer op. De fijne, spaarzame melodieën waarvoor de jury was gevallen, vielen nauwelijks nog waar te nemen in de overdaad aan overbodigs die er om god weet welke reden ineens werd bij geserveerd, en toen de bassist het in de laatste song ook nog eens op een slappen van jewelste zette – slappen dat klonk als het kakelen van een kip, aldus een jurylid – had Benito zin om huilend het pand te verlaten.

Wat hij even later ook deed, zij het alweer met een brede glimlach om de lippen. Het kaf was namelijk definitief van het koren gescheiden, en het beste moet nog komen: de finale, op 10 april in de AB in Brussel. Tot dan!

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd: