'Een grimmig hoorspel'
Dwarskijker over 'De noodcentrale' en 'Terug naar eigen land'

, door (rv)

24
dwars 1200

De noodcentrale

Eén – 15 maart

Een heilwens zou kunnen zijn: ‘Moge je nooit een noodnummer hoeven te bellen.’ ‘De noodcentrale’, een programma over telefonisten van nooddiensten en hun vele vaardigheden, oefent een welhaast magnetische aantrekkingskracht op me uit. Je ziet het dagelijkse werk van enkele mannen en vrouwen die, vóór de hulpdiensten ter bestemming zijn, al telefonisch moeten redden wat er op dat moment te redden valt. Daartoe zijn zo te zien grote zelfbeheersing en engelengeduld vereist, alsook koelbloedigheid, stalen zenuwen, psychologisch doorzicht en relativeringsvermogen. En het vermogen om na de werkuren allerlei menselijk leed van je af te kunnen zetten en bijvoorbeeld een chihuahua te vertroetelen. De slappe lach tijdig kunnen afwenden lijkt me in dat vakgebied ook de rigueur. Het hoeft geen betoog dat ik dan ook geen schijn van kans maak om ooit telefonist bij een nooddienst te worden.

Elke aflevering van ‘De noodcentrale’ is natuurlijk een best of van noodoproepen. Er zit weleens een troela tussen die denkt dat je de nooddienst van de politie moet opbellen als je bij het facebooken op een technisch probleem stuit. Of een bejaarde die per ongeluk een noodnummer heeft ingetikt, en dat even later nog eens doet, wéér per ongeluk. Zulke bellers wordt, toch in het blikveld van de camera, vriendelijk en een enkele keer op licht ironische toon een prettige voortzetting toegewenst. Er mag al eens gemonkeld worden tijdens de werkuren, maar het leven zoals het zich in ‘De noodcentrale’ voordoet, is meestal een grimmig hoorspel. Huiselijk geweld: dof gesnotter aan de andere kant van de lijn, huilstemmen, een man die liegt dat zijn vrouw gewoon is flauwgevallen en helemaal geen hulp nodig heeft. Paranoia, psychose: ‘Ze zitten hier zeker met vijftig man drugs te gebruiken in een kamer van drie op drie – dit kan toch niet blijven duren, meneer!’ Een volkomen beschonken, sloom pratende man die gevoelige informatie over terroristen beweert te hebben. Paniek, dood: ‘Hij voelt koud aan.’ Nadat telefoniste Hazira een razende vrouw tot bedaren had gebracht die gillend mishandeling van een hond meldde, maakte ze, om even stoom af te blazen, een praatje met haar collega’s. Het onderwerp ‘hond’ was blijven hangen: ze zei dat ze niet van honden hield. Een collega prees de chihuahua aan, waarna een andere collega zo’n hondje ‘een gemuteerde rat’ noemde. Toen was het alweer tijd voor telefonische hulpverlening.

Dit artikel volledig gratis lezen?

Humo.be-updates in je Facebook-nieuwsfeed?

U bent wellicht ook hierin geïnteresseerd: